← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 11 mei 2022, houdende regels met betrekking tot de private buitengerechtelijke incassodienstverlening en wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de cumulatieregeling voor buitengerechtelijke incassokosten (Wet kwaliteit incassodienstverlening)

Geldende tekst a fecha 2024-04-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met de kwaliteit van de incassodienstverlening ten behoeve van schuldenaren, schuldeisers en incassodienstverleners regels te stellen met betrekking tot de private buitengerechtelijke incassodienstverlening en om de cumulatieregeling voor buitengerechtelijke incassokosten in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen ter voorkoming van ongewenste stapeling van deze kosten;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte

Deze wet heeft uitsluitend betrekking op buitengerechtelijke incassowerkzaamheden:

Hoofdstuk 2. Registratie

Artikel 3. Register
1.

Er is een register waarin op hun aanvraag verrichters en aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden ingeschreven, die voldoen aan de daarvoor bij en krachtens deze wet gestelde voorwaarden.

2.

Het register bevat, voor zover van toepassing, de volgende gegevens over verrichters en aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden:

3.

Het register wordt gehouden door Onze Minister. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor het register als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming. Onze Minister kan een verwerker als bedoeld in artikel 4, onderdeel 8, van de Algemene verordening gegevensbescherming aanwijzen.

4.

Ten behoeve van de kwaliteitsborging van de incassodienstverlening, verwerkt Onze Minister persoonsgegevens voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn uit deze wet en de daarop berustende bepalingen voortvloeiende taken en bevoegdheden.

5.

Onze Minister geeft, voor zover van toepassing, aan een ieder in ieder geval via een daartoe geschikte website kennis:

6.

Een registratie vervalt, indien de kosten die krachtens artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel a, ten laste worden gebracht, niet of niet tijdig zijn voldaan.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste tot en met vijfde lid.

Artikel 4. Verbod
1.

Het is verboden zonder registratie, of met een geschorste registratie, buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten of aan te bieden.

2.

Het eerste lid geldt niet voor:

Artikel 5. Aanvraag
1.

Bij de aanvraag tot de inschrijving in het register verstrekt degene die buitengerechtelijke incassowerkzaamheden wenst te verrichten of aan te bieden:

2.

Met een uiteenzetting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gelijkgesteld een inschrijving in een register of een vergunning die is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de bij en krachtens deze wet gestelde regels wordt nagestreefd.

3.

Onze Minister neemt binnen dertien weken een beslissing op de aanvraag. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze van indiening van de aanvraag.

Artikel 6. Buiten behandeling laten
1.

Onze Minister laat de aanvraag tot inschrijving in het register buiten behandeling, indien en voor zolang:

2.

De termijn, genoemd in artikel 5, derde lid, wordt in ieder geval opgeschort tot de dag waarop een in het eerste lid bedoelde omstandigheid zich niet langer voordoet en de aanvrager heeft verzocht de aanvraag verder in behandeling te nemen.

Artikel 7. Weigering
1.

Onze Minister weigert de inschrijving in het register, indien:

2.

Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing, indien de aanvrager is ingeschreven in een register of aan de aanvrager een vergunning is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de bij en krachtens deze wet gestelde regels wordt nagestreefd.

Artikel 8. Wijziging naam, contactgegevens of bestuurder
1.

Onze Minister kan op aanvraag van de verrichter of aanvrager van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden een registratie wijzigen:

2.

Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing. De artikelen 6, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, en tweede lid, en 7 zijn daarnaast van overeenkomstige toepassing, indien de aanvraag een registratie te wijzigen, een toevoeging betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of c.

Artikel 9. Schorsing
1.

Onze Minister schorst een registratie, indien en voor zolang:

2.

De griffier van het gerecht dat een in het eerste lid bedoelde beslissing of een beslissing die de opheffing van de schorsing tot gevolg heeft, heeft uitgesproken, geeft hiervan onverwijld kennis aan Onze Minister.

3.

Onze Minister kan een registratie schorsen, indien en voor zo lang:

4.

Onze Minister kan de schorsing van de registratie opheffen op aanvraag van de verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden. Artikel 5, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10. Doorhaling
1.

Onze Minister haalt een registratie door, indien:

2.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is Artikel 5, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Uitvoering van de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden en het personeel

Artikel 11. Naamgebruik en contactgegevens
1.

Buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden slechts verricht of aangeboden:

2.

Buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden slechts verricht of aangeboden, indien:

3.

Buitengerechtelijke incassowerkzaamheden worden niet verricht door de in het eerste lid bedoelde aanbieders of personen zonder dat dit aan schuldenaren wordt gemeld.

Artikel 12. Personeel
1.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden stelt niemand te werk die zal worden belast met contact met een schuldenaar of schuldeiser of met de leiding hierover, dan nadat deze persoon een verklaring omtrent het gedrag over heeft gelegd die op het moment van de overlegging niet ouder dan drie maanden is.

2.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden stelt geen bestuurder te werk wiens naam en voornaam of voornamen niet staan vermeld in het register.

Artikel 13. Kwaliteitseisen
1.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt er zorg voor dat de personen die zijn belast met het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, of aan deze werkzaamheden leiding geven, voldoende vakbekwaam zijn en hun vakbekwaamheid periodiek onderhouden.

2.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt jegens de schuldenaar en schuldeiser zorg voor inzicht in de opbouw van de vordering tot betaling van een geldsom en specificeert daarbij zo goed mogelijk waar de vordering, of onderdelen daarvan, op gebaseerd is. Hij neemt hierbij alle voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden geldende wettelijke voorschriften in acht.

3.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt zorg voor een correcte omgang met schuldenaren en schuldeisers en zorgt daarbij voor een afdoende informatievoorziening jegens hen.

4.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden draagt zorg voor een deugdelijke inrichting van deze werkzaamheden en de administratie daarvan.

5.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft een klachtenregeling en is aangesloten bij een geschillenregeling.

6.

Een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden legt schriftelijk vast op welke wijze hij voldoet aan de eisen genoemd in het eerste tot en met vijfde lid.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de eisen genoemd in het eerste tot en met vijfde lid.

Artikel 14. Toezichthouder
1.

Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

2.

In afwijking van het eerste lid:

3.

Artikel 45a, tweede lid, van de Advocatenwet is van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de naleving door de deken, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

Artikel 15. Last onder dwangsom
1.

Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 4, 11, 12 of 13.

2.

In afwijking van het eerste lid:

Artikel 16. Bestuurlijke boete
1.

Onze Minister kan aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtreding van:

2.

Artikel 15, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

De bestuurlijke boete bedraagt:

5.

De werking van het besluit tot oplegging van de boete wordt opgeschort totdat:

6.

Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de overtreding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Artikel 17. Handhaving middels doorhaling

Onze Minister haalt een registratie door, indien:

Artikel 18. Civielrechtelijke gevolgen

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 5. Samenwerking

Artikel 19. Relatie tussen verschillende toezichthouders
1.

Indien een toezichthouder als bedoeld in artikel 14 in de uitoefening van zijn bediening kennis krijgt van een gedraging die een overtreding is van het bepaalde bij of krachtens de Wet handhaving consumentenbescherming of de Wet op het financieel toezicht, brengt hij dit onverwijld onder de aandacht van de Autoriteit Consument en Markt, onderscheidenlijk een krachtens besluit van de Stichting Autoriteit Financiële Markten met toezicht belaste persoon.

2.

Indien de Autoriteit Consument en Markt of een krachtens besluit van de Stichting Autoriteit Financiële Markten met toezicht belaste persoon in de uitoefening van zijn bediening kennis krijgt van een gedraging die een overtreding is van het bepaalde bij of krachtens deze wet, brengt hij dit onverwijld onder de aandacht van:

3.

Onze Minister, het Bureau Financieel Toezicht, de deken, de Autoriteit Consument en Markt en de Stichting Autoriteit Financiële Markten maken afspraken die worden vastgelegd in een samenwerkingsprotocol en die in ieder geval betrekking hebben op effectief en doelmatig toezicht op de naleving door verrichters en aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden van de bij of krachtens de onderscheiden wetten gestelde regels en de effectieve en doelmatige handhaving daarvan.

4.

Onze Minister doet mededeling van een samenwerkingsprotocol in de Staatscourant.

5.

Er kunnen ten behoeve van een goede vervulling van hun bij of krachtens de wet gegeven taak wederzijds gegevens of inlichtingen worden verstrekt, die ten aanzien van een verrichter of aanbieder van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verkregen:

6.

Verstrekking van gegevens of inlichtingen vindt uitsluitend plaats, indien:

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste tot en met zesde lid.

Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen

Artikel 20. Doorberekenen van kosten
1.

De kosten die samenhangen met de uitvoering van deze wet, worden door Onze Minister tegen een door hem vastgesteld tarief ten laste gebracht van:

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte van het tarief en de heffing.

Hoofdstuk 7. Wijzigings- en samenloopbepalingen

Artikel 21. Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (cumulatie incassokosten)

Wijzigt Burgerlijk Wetboek Boek 6.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 22. Advocatenwet

Wijzigt de Advocatenwet.

Artikel 23. Gerechtsdeurwaarderswet

Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.

Artikel 24. Wet handhaving consumentenbescherming

Wijzigt de Wet handhaving consumentenbescherming.

Artikel 25. Wet op de economische delicten

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel 26. Wet op het financieel toezicht

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 27. Samenloop wetsvoorstel 35 256

Wijzigt deze wet.

Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 28. Overgangsrecht registratie
1.

De artikelen 4, 11, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en tweede lid, aanhef en onderdeel a, en 12, tweede lid, zijn gedurende een jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op degene die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verrichtte of aanbood en sindsdien onafgebroken heeft voortgezet. Indien binnen deze periode een aanvraag als bedoeld in artikel 5 is gedaan, geldt de vorige zin tot het tijdstip waarop op de aanvraag is beslist.

2.

Indien gedurende de periode, genoemd in het eerste lid, eerste zin, een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 5 niet binnen de termijn, genoemd in artikel 5, derde lid, eerste zin, kan worden gegeven, deelt Onze Minister dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt Onze Minister een termijn van ten hoogste dertien weken waarbinnen Onze Minister beslist.

Artikel 29. Evaluatie

Onze Minister voor Rechtsbescherming zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 30. Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 31. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet kwaliteit incassodienstverlening.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.