Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van Onze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 5 september 2022, nr. 2022-0000033803, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van het ontzorgen van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij de verduurzaming van de gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben, tweede tranche (Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed tweede tranche)
3 versions
· 2024-10-01
2024-10-01
Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vast
Wijzigingen op 2024-10-01
@@ -8,7 +8,7 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- **gebouwde onroerende zaak:** gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen;
- **gebouwde onroerende zaak:** gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die niet uitsluitend een woonfunctie heeft of hebben en die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen;
- **eigendom:** eigendom, erfpacht of recht van opstal op een gebouwde onroerende zaak;
@@ -26,11 +26,11 @@
- f. stichting, vereniging of coöperatie ter exploitatie en beheer van gebouwen met een publieksfunctie, waaronder in ieder geval behoort een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of gemeenschapscentrum, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
- g. religieuze of levensbeschouwelijke instelling met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
- g. religieuze of levensbeschouwelijke instelling met maximaal vijftien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
- h. kinderopvangorganisatie met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
- **de minister:** de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
- **de minister:** de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
##### Artikel 2. Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt
@@ -38,7 +38,7 @@
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten:
- a. het begeleiden van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij het verduurzamen van gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben tot aan het moment van aanbesteding van de maatregelen ter verduurzaming van deze gebouwde onroerende zaken;
- a. het begeleiden van kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren bij het verduurzamen van gebouwde onroerende zaken die zij in eigendom hebben tot aan het moment van aanbesteding van de maatregelen ter verduurzaming van deze gebouwde onroerende zaken en het leveren van nazorg bij dit ontzorgingstraject;
- b. het delen van opgedane regionale kennis en ervaring, in ieder geval binnen de provincie en met het Kennis- en innovatieplatform verduurzaming maatschappelijk vastgoed;
@@ -60,17 +60,17 @@
1. Een specifieke uitkering bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage I verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
2. De minister kan in totaal ten hoogste € 17.000.000,– aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
2. De minister kan in totaal ten hoogste € 14.953.000,– aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
3. Het bedrag aan compensabele BTW stort de minister in het BTW-compensatiefonds.
##### Artikel 4. Aanvraagperiode en wijze van indienen
1. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 3 oktober 2022 tot en met 24 oktober 2022.
1. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 1 oktober 2024 tot en met 15 oktober 2024.
2. Een aanvraag bevat ten minste:
- a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2024-10-01&g=2024-10-01);
- b. een omschrijving van het provinciaal duurzaamheidsbeleid voor de gebouwde omgeving, waaronder het maatschappelijk vastgoed;
@@ -88,7 +88,7 @@
3. Per provincie kan maximaal één keer een specifieke uitkering verstrekt worden.
4. Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: [https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-ontzorgingsprogramma](onbekend).
4. Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: [https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-ontzorgingsprogramma](https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-ontzorgingsprogramma).
5. De minister beslist binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn op een aanvraag.
@@ -96,11 +96,11 @@
1. De kosten voor levering van goederen of diensten door derden worden door de aanvrager marktconform bepaald.
2. Een specifieke uitkering kan worden verstrekt voor alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), die zijn opgenomen in de aanvraag.
2. Een specifieke uitkering kan worden verstrekt voor alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2024-10-01&g=2024-10-01), die zijn opgenomen in de aanvraag.
3. Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor:
- a. kosten voor activiteiten als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), die uit anderen hoofde ten behoeve van de aanvrager zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd; en
- a. kosten voor activiteiten als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2024-10-01&g=2024-10-01), die uit anderen hoofde ten behoeve van de aanvrager zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd; en
- b. BTW voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van de [Wet op het BTW-compensatiefonds](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013817) of aftrek op grond van de [Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629).
@@ -108,19 +108,19 @@
Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien:
- a. de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- a. de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2024-10-01&g=2024-10-01);
- b. de aanvraag minder dan 60 punten scoort bij de beoordeling op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&bijlage=II&z=2022-10-01&g=2022-10-01);
- b. de aanvraag minder dan 60 punten scoort bij de beoordeling op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&bijlage=II&z=2024-10-01&g=2024-10-01);
- c. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 januari 2025 zijn afgerond; of
- c. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 mei 2027 zijn afgerond; of
- d. de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&bijlage=II&z=2022-10-01&g=2022-10-01).
- d. de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&bijlage=II&z=2024-10-01&g=2024-10-01).
##### Artikel 7. Verplichtingen ontvanger specifieke uitkering
1. De ontvanger van de specifieke uitkering is verplicht om:
- a. de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2022-10-01&g=2022-10-01), af te ronden voor 1 januari 2025;
- a. de activiteiten, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=2&z=2024-10-01&g=2024-10-01), af te ronden voor 1 mei 2027;
- b. de minister op verzoek te informeren over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt;
@@ -132,9 +132,9 @@
##### Artikel 8. Bestemming niet-gebruikte middelen
1. De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2025.
1. De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 mei 2027.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=7&z=2022-10-01&g=2022-10-01), het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2026.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=7&z=2024-10-01&g=2024-10-01), het restant van een specifieke uitkering terugvorderen, als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 mei 2028.
##### Artikel 9. Verantwoording en terugvordering
@@ -144,13 +144,29 @@
##### Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2024 en vervalt met ingang van 1 mei 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt.
##### Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed tweede tranche.
## Bijlage I. Verdeling middelen
| | Aantal inwoners | Aantal gemeenten tot 50.000 inwoners | Startkosten (50% van totaal) | Verdeelde middelen o.b.v. inwoners (25% van totaal) | Verdeelde middelen o.b.v. kleine gemeenten (25% van totaal) | Totaal | Doelstelling begeleiding aantal vastgoedeigenaren |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| **Nederland** | 17.475.415 | 253 | € 7.476.500 | € 3.738.250 | € 3.738.250 | € 14.953.000 | 850 |
| **Drenthe** | 494.771 | 9 | € 623.042 | € 105.839 | € 132.981 | € 861.862 | 49 |
| **Flevoland** | 428.226 | 4 | € 623.042 | € 91.604 | € 59.103 | € 773.748 | 44 |
| **Fryslân** | 651.435 | 13 | € 623.042 | € 139.352 | € 192.084 | € 954.477 | 54 |
| **Gelderland** | 2.096.603 | 44 | € 623.042 | € 448.494 | € 650.130 | € 1.721.667 | 98 |
| **Groningen** | 586.937 | 7 | € 623.042 | € 125.555 | € 103.430 | € 852.026 | 48 |
| **Limburg** | 1.115.872 | 25 | € 623.042 | € 238.702 | € 369.392 | € 1.231.135 | 70 |
| **Noord-Brabant** | 2.573.949 | 43 | € 623.042 | € 550.606 | € 635.355 | € 1.809.002 | 103 |
| **Noord-Holland** | 2.888.486 | 31 | € 623.042 | € 617.890 | € 458.046 | € 1.698.978 | 97 |
| **Overijssel** | 1.166.533 | 18 | € 623.042 | € 249.539 | € 265.962 | € 1.138.543 | 65 |
| **Utrecht** | 1.361.153 | 16 | € 623.042 | € 291.171 | € 236.411 | € 1.150.624 | 65 |
| **Zeeland** | 385.400 | 12 | € 623.042 | € 82.443 | € 177.308 | € 882.793 | 50 |
| **Zuid-Holland** | 3.726.050 | 31 | € 623.042 | € 797.057 | € 458.046 | € 1.878.145 | 107 |
### Bijlage bij [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=3&z=2022-10-01&g=2022-10-01)
@@ -159,3 +175,9 @@
### Bijlage bij [artikel 6, onderdelen b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=6&z=2022-10-01&g=2022-10-01)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage II. Beoordelingscriteria
### Bijlage bij [artikel 6, onderdelen b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047108&artikel=6&z=2024-10-01&g=2024-10-01)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2022-10-01
Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vast
2022-10-01
Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk v
original version
Tekst op deze datum