Regeling van het College voor toetsen en examens van 28 november 2022, nummer CvTE-22.00976, houdende vaststelling van het beoordelingskader voor de doorstroomtoets in het primair onderwijs (Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-06
State In force
Source BWB
artikelen 4
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Naast de wettelijk verplichte én optionele terreinen en (sub)domeinen staat het de toetsaanbieder vrij om extra kennisgebieden aan de doorstroomtoets toe te voegen, bijv. aardrijkskunde. De score die de leerling op deze extra kennisgebieden haalt, mag de toetsaanbieder toevoegen aan het leerlingrapport. Deze extra kennisgebieden tellen niet mee voor het berekende toetsadvies en tellen ook niet mee voor de berekende score op de referentieniveaus. Alle toetsopgaven van de wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen en terreinen, én de extra kennisgebieden worden inhoudelijk door een adviseur van het CvTE beoordeeld. Zie in dit kader de kwaliteitseisen in paragraaf 3.2. Dit beoordelingskader schrijft niet voor wat de minimale en maximale toetslengte in aantal toetsvragen van een doorstroomtoets dient te zijn. Eveneens worden er geen richtlijnen gegeven over de verhouding van het aantal toetsvragen tussen de wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen en terreinen, én extra kennisgebieden. Verder worden er ook geen richtlijnen gegeven voor het aantal toetsvragen per referentieniveau 1F/2F/1S. Dit om de aanbieders de mogelijkheid te geven om zich van elkaar te onderscheiden en volgens de eigen zienswijze een compleet beeld van de leerlingen te kunnen geven.

2. Format Regeling beoordelingskader doorstroomtoetsen po

Er is sprake van een adequate representatie wanneer de toetstermen het meetdoel representeren. Dit blijkt uit het gegeven dat:

Naast de wettelijk verplichte én optionele terreinen en (sub)domeinen staat het de toetsaanbieder vrij om extra kennisgebieden aan de doorstroomtoets toe te voegen, bijv. aardrijkskunde. De score die de leerling op deze extra kennisgebieden haalt, mag de toetsaanbieder toevoegen aan het leerlingrapport. Deze extra kennisgebieden tellen niet mee voor het berekende toetsadvies en tellen ook niet mee voor de berekende score op de referentieniveaus. Alle toetsopgaven van de wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen en terreinen, én de extra kennisgebieden worden inhoudelijk door een adviseur van het CvTE beoordeeld. Zie in dit kader de kwaliteitseisen in Hoofdstuk 3.2. Dit beoordelingskader schrijft niet voor wat de minimale en maximale toetslengte in aantal toetsvragen van een doorstroomtoets moet zijn. Eveneens worden er geen richtlijnen gegeven over de verhouding van het aantal toetsvragen tussen de wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen en terreinen, én extra kennisgebieden. Verder worden er ook geen richtlijnen gegeven voor het aantal toetsvragen per referentieniveau 1F/2F/1S. Dit om de aanbieders de mogelijkheid te geven om zich van elkaar te onderscheiden en volgens de eigen zienswijze een compleet beeld van de leerlingen te kunnen geven.

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA worden beantwoord.

3.3. Verantwoording

3.4. Terrein Nederlandse taal

3.4.1.1. Subdomein Zakelijke Teksten

Toelichting RL8: Dit kwaliteitscriterium is van toepassing op adaptieve toetsen waarvan het aantal aangeboden toetsopgaven per leerling verschilt (CAT). Voor deze adaptieve toetsen zijn de genoemde percentages uit kwaliteitscriteria RL1 t/m RL7 niet te garanderen voor elke leerling. De toetsaanbieder verantwoordt daarom adequaat hoe deze toch streeft voor elke leerling de percentages uit de kwaliteitscriteria RL1 t/m RL7 te bewerkstelligen. En ook uitgebreid in te gaan en te reflecteren op mogelijk situaties – in toetspaden – waarin deze percentages niet aan een leerling worden aangeboden.

3.4.1.2. Subdomein Fictionele, narratieve en literaire teksten

Toelichting L3.7: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.

3.4.2. Wettelijk verplicht subdomein: Taalverzorging

3.4.3. Optioneel domein: Schrijven

Toelichting TV7: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.

Kenmerken van de taakuitvoering:

Beslisregel schrijven indirecte meting:

Beslisregel mondelinge taalvaardigheid indirecte meting, subdomein Gesprekken:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

Taken:

Kenmerken van de taakuitvoering:

Kenmerken van de taakuitvoering:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

Toelichting M9 en M10: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

3.5. Terrein Rekenen

3.5.1. Verdeling toetsopgaven over domeinen in toetsmatrijs en toetssamenstelling

Toelichting D.1: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.

3.5.2. Verdeling toetsopgaven over onderdelen

Toelichting O.A: Voor onderdeel A wordt geen minimum vereist omdat deze inhouden ook kunnen worden gebruikt en toegepast bij de inhouden van onderdeel B en onderdeel C.

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.

3.4.4. Gebruik uitrekenpapier

In het document Referentiekader taal en Rekenen (SLO, 2011) is vastgelegd wat leerlingen eind groep 8 van de basisschool moeten kennen en kunnen als het gaat om basisvaardigheden voor Nederlandse taal en Rekenen. Deze kennis en vaardigheden worden in het referentiekader gespecificeerd in een aantal referentieniveaus. De verschillende niveaus worden beschreven in twee kwaliteiten: fundamentele kwaliteit (F) en streefkwaliteit (S). De niveaus zijn cumulatief. Een leerling moet op een hoger niveau alle vaardigheden beheersen die op een lager niveau genoemd worden. Deze worden niet telkens herhaald. De beschrijvingen van de niveaus voor Nederlandse taal en Rekenen verschillen. Dit komt doordat de vakken verschillen.

3.5.5. Gebruik rekenmachine

3.6. Toetsopgaven Nederlandse taal en Rekenen op niveau 1F en 2F/1S

Toelichting LR4: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk referentieniveau de leerling gepresteerd heeft op het subdomein Taalverzorging. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie categorieën de leerlingprestatie past: onder niveau 1F, op niveau 1F, of op streefniveau 2F. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze drie categorieën geclassificeerd wordt.

4.2. Leerlingen

4.1. Leerlingrapport

4.2. Leerlingen

4.4. Beveiligingsaspecten

5. Psychometrische aspecten

5. Psychometrische aspecten

5.1. Inleiding

5.2. Pretestprocedure

5.2.1. Steekproefkader en samenstelling steekproef

5.2.2. Itemkalibratie en toetskwaliteit

Toelichting NR1: Iedere toetsopgave heeft een minimumaantal observaties van 600, eventueel aangevuld met pretestdata die verkregen zijn met doel B voor ogen of eerdere afnamejaren. Observaties uit alle onderwijstypen kunnen gebruikt worden. Voor ankeropgaven kunnen andere vereiste aantallen observaties gelden volgend uit de regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen po.

Deze kwaliteitseisen zijn alleen van toepassing voor al eerder afgenomen toetsen. De beoordeling van de kwaliteit en het functioneren van de calamiteitentoets vindt alleen plaats nadat de operationele toets daadwerkelijk is ingezet. Het CvTE beslist of de calamiteitentoets meedoet aan het Toelatings- en doorstroomonderzoek.

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.

Toelichting KF1: De aanbieder presenteert het aantal wel en het aantal niet meegenomen items voor de scorerapportage naar de leerlingen wegens:

Toelichting KF2: Indien bij de beoordeling van de afgelopen indiening er bij kwaliteitseis V2 afspraken zijn gemaakt over het monitoren van het functioneren van specifieke toetsopgaven, moet de aanbieder de resultaten van de inhoudelijke en psychometrische analyse aanleveren.

Toelichting KF3: De toetsaanbieder moet informatie verstrekken over de percentages referentieniveaus van het wettelijk verplichte domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Nederlandse taal en het terrein Rekenen plus een overzicht van de percentages toetsadviezen (de zes categorieën) van dit jaar ten opzichte van het vorige jaar (in tabelformaat). Verschillen tussen de beide jaren worden door de toetsaanbieder getoetst. Betekenisvolle verschillen tussen beide jaargangen worden door de aanbieder verklaard.

Toelichting KF4: De aanbieder moet inzicht geven in de populatieverdeling van de vaardigheid. Hiertoe worden populatieparameters (gemiddelde en standaarddeviatie) en de schattingsfout op de populatieparameters gegeven. De verdelingen worden grafisch inzichtelijk gemaakt. In deze informatie wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijstypen. Eventuele verschillen ten opzichte van de rapportage achteraf van het afgelopen jaar worden getoetst. Betekenisvolle verschillen tussen beide jaargangen worden door de aanbieder verklaard. Eventuele verschillen ten opzichte van de landelijke normering worden verklaard.

Toelichting KF5: De toetsaanbieder moet informatie verstrekken over de relatie tussen de toetsadviezen en de eerder gegeven (voorlopige) schooladviezen voor zover deze bekend zijn (in tabelformaat). Als de relatie tussen toets- en schooladviezen sterk afwijkt van de landelijke gemiddelde verdeling, moet de toetsaanbieder mogelijke redenen van de afwijking in kaart brengen. Deze redenen moeten in ieder geval (maar niet uitsluitend) worden gezocht op basis van specifieke aspecten van de eigen populatie en de gebruikte toets (zoals afnamevorm, algoritme ect…), en moeten waar mogelijk voldoende worden verantwoord.

Toelichting T3 (alleen van toepassing voor lineaire toetsen):Een lineaire toets bestaat jaarlijks vrijwel volledig uit nieuwe gekalibreerde items voor de wettelijk verplichte terreinen Nederlandse taal en Rekenen, met uitzondering van de items van het gezamenlijk anker en een intern anker. Als een intern anker wordt gebruikt moet de noodzakelijkheid ervan voldoende worden uitgelegd.

Deze kwaliteitseisen zijn alleen van toepassing voor al eerder afgenomen toetsen. De beoordeling van de kwaliteit en het functioneren van de calamiteitentoets vindt alleen plaats nadat de operationele toets daadwerkelijk is ingezet. Het CvTE beslist of de calamiteitentoets meedoet aan het Toelatings- en doorstroomonderzoek.

Een adviseur beoordeelt iedere vier jaar in opdracht van het CvTE de onderwijskundige, organisatorische en psychometrische aspecten van de doorstroomtoets. Na de beoordeling stelt een adviseur een advies op. Dit advies wordt uitgebracht aan het CvTE dat, een besluit neemt over het al dan niet erkennen van de betreffende doorstroomtoets. Wanneer de toets is erkend kan deze toets vier achtereenvolgende jaren worden ingezet als het CvTE vaststelt dat de toets voldoet aan de voorwaarden waaronder hij is erkend.

Toelichting GL1: De toetsaanbieder heeft na de afname van de vorige doorstroomtoets de (persoons)gegevens verstrekt ten behoeve van de landelijke normering zoals uiteengezet in de Regeling Beoordelingsnormen doorstroomtoetsen po. Tenminste zijn aangeleverd:

Na de erkenning van vier jaar, dienen de toetsaanbieders opnieuw jaarlijks een toelatingsaanvraag in bij het CvTE. Voor deze jaarlijkse vaststelling vindt opnieuw een beoordeling plaats. Voor deze beoordeling van de onderwijskundige inhoud, organisatorische aspecten en psychometrische aspecten doet het CvTE eveneens een beroep op een adviseur. Deze adviseur beoordeelt jaarlijks aan de hand van het beoordelingskader de kwaliteit van de doorstroomtoets, en stelt nu een advies op over of de toets nog voldoet aan de wet- en regelgeving. Dit advies wordt uitgebracht aan het CvTE, dat een besluit neemt en vaststelt of de toets voldoet.

Voor de calamiteitentoets wordt op een aantal punten van het beoordelingskader afgeweken.

Model leeswijzer

Verantwoording Doorstroomtoets

1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

5.4. Gegevenslevering

1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

Toelichting KF4: Als opgaven eerder zijn afgenomen (bijvoorbeeld in een voorgaand jaar of tijdens een pretest), dient de toetsaanbieder informatie te verstrekken over item-bias met betrekking tot de parameters van de meest recente operationele afname in vergelijking met eerdere afnames, bijvoorbeeld door middel van DIF-analyses.

Toelichting KF5: De toetsaanbieder dient informatie te verstrekken over de relatie tussen de toetsadviezen en de eerder gegeven (voorlopige) schooladviezen voor zover deze bekend zijn (in tabelformaat). Als de relatie tussen toets- en schooladviezen van de aanbieder zelf sterk afwijkt van de landelijke gemiddelde verdeling tussen toets- en schooladviezen, dient de toetsaanbieder mogelijke redenen van de afwijking in kaart te brengen. Deze redenen dienen in ieder geval (maar niet uitsluitend) te worden gezocht op basis van specifieke aspecten van de eigen populatie en de gebruikte toets (zoals afnamevorm, algoritme etc.), en moeten waar mogelijk voldoende worden verantwoord.

Toelichting GL2:De toetsaanbieder heeft na de afname van de vorige doorstroomtoets de (persoons)gegevens verstrekt ten behoeve van toelatings- en doorstroomonderzoek zoals uiteengezet in het handboek normering4Na de doorstroomtoets afname van 2024 moeten door toetsaanbieders ook de opgesomde gegevens worden aangeleverd van de eindtoetsen afgenomen in 2022 en 2023.. Tenminste zijn aangeleverd per individuele leerling:

6.1. De vierjaarlijkse erkenning

Een adviseur beoordeelt vierjaarlijks in opdracht van het CvTE de onderwijskundige, organisatorische en psychometrische aspecten van de doorstroomtoets. Na de beoordeling stelt een adviseur een advies op. Dit advies gaat naar het CvTE dat, op basis van het ontvangen advies, een definitieve beslissing neemt over het al dan niet erkennen van de betreffende doorstroomtoets. Wanneer de toets is erkend kan deze toets vier achtereenvolgende jaren worden ingezet. Onderdeel van deze uitgebreide beoordeling is een psychometrische controle van de pretestprocedure én van de operationele testprocedure en -resultaten die jaarlijks worden verzameld in de afnameperiode.

Na de eerste toelating van vier jaar, dienen de toetsaanbieders opnieuw een toelatingsaanvraag in bij het CvTE. Voor deze nieuwe toelatingsaanvraag vindt een herbeoordeling plaats. Voor deze herbeoordeling van de onderwijskundige inhoud, organisatorische aspecten en psychometrische aspecten doet het CvTE eveneens een beroep op onafhankelijke onderwijskundige en vakinhoudelijke experts van een adviseur.

Deze kwaliteitseisen zijn alleen van toepassing voor al eerder afgenomen toetsen. De toetsaanbieder verantwoordt jaarlijks na de toetsafname-periode de kwaliteit en het functioneren van de afgenomen doorstroomtoets op basis van de boven genoemde vijf kwaliteitscriteria. Er wordt beoordeeld of de inhoud van de informatie die door de toetsaanbieder is aangeleverd voldoet aan de vooraf gestelde eisen. De resultaten en de kwaliteit van de informatie van het voorafgaande jaar worden gebruikt bij de beoordeling van de doorstroomtoets, dan wel de jaarlijkse her-evaluatie. Als er een nieuwe aanbieder is die dit nog niet op kan leveren naar aanleiding van een vorige afname, spelen deze eisen bij de eerste evaluatie geen rol, maar heeft het wel een groter gewicht bij de jaarlijkse her-evaluatie die volgt na de eerste afname.

Een adviseur beoordeelt jaarlijks aan de hand van ditzelfde beoordelingskader de kwaliteit van de doorstroomtoets. De aanbieder levert hiervoor bij het CvTE alle gevraagde documenten aan die eveneens voor de vierjaarlijkse erkenning ingediend dienen te worden. De aanbieder verstrekt hierbij een leeswijzer. Hierin staat per document aangegeven op welke punten deze afwijkend is van de eerder verstuurde versie ten tijde van de vierjaarlijkse check of jaarlijkse vaststelling. Vervolgens stelt het CvTE jaarlijks vast of de erkende doorstroomtoets nog voldoet aan de criteria van het beoordelingskader. Dit doet het CvTE met de resultaten van de door een adviseur uitgevoerde jaarlijkse vaststelling. Onderdeel van de jaarlijkse vaststelling is de controle achteraf of de toetssamenstellingsprocedure door alle toetsaanbieders correct en consistent was uitgevoerd.

Voor de calamiteitentoets wordt op een aantal punten van het beoordelingskader afgeweken.

Toelichting KF3: De toetsaanbieder dient informatie te verstrekken over de verdeling van de populatievaardigheid (gemiddelde en standaardafwijking) van in ieder geval het regulier basisonderwijs inclusief de schattingsfout (standard error) op de vaardigheidsverdeling, op dezelfde schaal als de itemparameters. De verdelingen worden door middel van histogrammen inzichtelijk gemaakt. In deze informatie wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijstypen. Eventuele verschillen ten opzichte van de verantwoording van het afgelopen jaar en de landelijke normering in het afnamejaar worden door de toetsaanbieder verantwoord. Verschillen tussen de onderdelen worden door de toetsaanbieder verklaard.

1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

Checklist 1. Toetsopgaven Nederlandse taal per (sub)domein en per onderdeel: formulier voor toetsontwikkelaar en expert

3.4.1.1. Subdomein Zakelijke Teksten

1 Globaal oordeel gebaseerd op het totale aantal teksten in de toets. Deze criteria zijn bedoeld als hulpmiddel om tot een eindoordeel van de tekstkenmerken van alle in de toets opgenomen teksten te komen.

Na de eerste toelating van vier jaar, dienen de toetsaanbieders opnieuw een toelatingsaanvraag in bij het CvTE. Voor deze nieuwe toelatingsaanvraag vindt een herbeoordeling plaats. Voor deze herbeoordeling van de onderwijskundige inhoud, organisatorische aspecten en psychometrische aspecten doet het CvTE eveneens een beroep op onafhankelijke onderwijskundige en vakinhoudelijke experts van een adviseur.

6.2. De jaarlijkse vaststelling

Een adviseur beoordeelt jaarlijks aan de hand van ditzelfde beoordelingskader de kwaliteit van de doorstroomtoets. De aanbieder levert hiervoor bij het CvTE alle gevraagde documenten aan die eveneens voor de vierjaarlijkse erkenning ingediend dienen te worden. De aanbieder verstrekt hierbij een leeswijzer. Hierin staat per document aangegeven op welke punten deze afwijkend is van de eerder verstuurde versie ten tijde van de vierjaarlijkse check of jaarlijkse vaststelling. Vervolgens stelt het CvTE jaarlijks vast of de erkende doorstroomtoets nog voldoet aan de criteria van het beoordelingskader. Dit doet het CvTE met de resultaten van de door een adviseur uitgevoerde jaarlijkse vaststelling. Onderdeel van de jaarlijkse vaststelling is de controle achteraf of de toetssamenstellingsprocedure door alle toetsaanbieders correct en consistent was uitgevoerd.

Evalueer de kwaliteit van alle toetsopgaven van het wettelijk verplichte domein Lezen en subdomein Taalverzorging (inclusief Dictee) van het terrein Nederlandse taal, en de optionele domeinen Schrijven, Mondelinge taalvaardigheid, en subdomein Begrippenlijst van het terrein Nederlandse taal aan de hand van de kwaliteitseisen en constructievoorschriften uit de Checklist voor het beoordelen van de kwaliteit van observatie-categorieën en toetsopgaven.

Checklist 2. Toetsopgaven Rekenen per domein en per onderdeel: formulier voor toetsontwikkelaar en expert

1 Indien het document geen paginanummers bevat, dient de aanbieder altijd alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

1 Indien het document geen paginanummers bevat, dient de aanbieder altijd alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

Checklist 1 Toetsopgaven Nederlandse taal per (sub)domein en per onderdeel: formulier voor toetsontwikkelaar en expert

3.4.1.1. Subdomein Zakelijke Teksten

1 Globaal oordeel gebaseerd op het totale aantal teksten in de toets. Deze criteria zijn bedoeld als hulpmiddel om tot een eindoordeel van de tekstkenmerken van alle in de toets opgenomen teksten te komen.

3.4.1.2. Subdomein Fictionele, narratieve en literaire teksten

1 Globaal oordeel gebaseerd op het totale aantal teksten in de toets. Deze criteria zijn bedoeld als hulpmiddel om tot een eindoordeel van de tekstkenmerken van alle in de toets opgenomen teksten te komen.

3.4.2. Subdomein Taalverzorging

Evalueer de kwaliteit van alle toetsopgaven van de wettelijk verplichte (sub)domeinen Lezen en Taalverzorging (inclusief Dictee) van het terrein Nederlandse taal, en de optionele (sub)domeinen Schrijven, Mondelinge taalvaardigheid, en Begrippenlijst van het terrein Nederlandse taal aan de hand van de kwaliteitseisen en constructievoorschriften uit de Checklist voor het beoordelen van de kwaliteit van observatie-categorieën en toetsopgaven.

Checklist 2 Toetsopgaven Rekenen per domein en per onderdeel: formulier voor toetsontwikkelaar en expert

Checklist 3 Verdeling van toetsopgaven Rekenen over domeinen en over onderdelen volgens de Toetswijzer PO

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De aanvrager moet minimaal de volgende gegevens en bescheiden verstrekken:

2. Format Regeling beoordelingskader doorstroomtoetsen po

3. Onderwijskundige aspecten

3.2. Inhoudsvaliditeit doorstroomtoets

3.4.5. Optioneel subdomein: Begrippenlijst

3.5. Terrein Rekenen

3.5.1. Verdeling toetsopgaven over domeinen in toetsmatrijs en toetssamenstelling

De opgaven dienen in de toets als volgt over de domeinen te zijn verdeeld:

3.4.1. Verdeling toetsopgaven over domeinen in toetsmatrijs en toetssamenstelling

3.4.3. Opgaven met en zonder context

Toelichting TN1: Dit aspect dient uit de toetsmatrijs naar voren te komen. Dat wil zeggen dat in de toetsmatrijs de verhouding 1F en 2F / 1S vragen is gespecificeerd en dat in zowel de toetsmatrijs als in de varianten van de doorstroomtoets de verhouding 1F en 2F / 1S vragen evenwichtig is. Evenwichtig wil zeggen dat het aantal en de verhouding 1F en 2F / 1S vragen gezamenlijk inhoudelijk de referentieniveaus 1F en 2F/1S van de terreinen Nederlandse taal en Rekenen representeren, een en ander conform de voorschriften uit de Toetswijzer PO.

4. Organisatorische aspecten

4.1. Leerlingrapport

5.1. Inleiding

5.2. Pretestprocedure

5.2.1. Steekproefkader en samenstelling steekproef

5.2.2. Itemkalibratie en toetskwaliteit

Voor (3) geldt: indien er voldoende observaties zijn worden DIF-analyses uitgevoerd tussen:

6. Vierjaarlijkse erkenning en jaarlijkse vaststelling door het CvTE

5.5. Kwaliteit en functioneren van de doorstroomtoets (rapportage achteraf)

De beoordeling van de kwaliteit en het functioneren van de calamiteitentoets vindt alleen plaats nadat de operationele toets daadwerkelijk is ingezet. Het CvTE beslist of de calamiteitentoets meedoet aan het Toelatings- en doorstroomonderzoek.

1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.

6. Vierjaarlijkse erkenning en jaarlijkse vaststelling door het CvTE

6.2. De jaarlijkse vaststelling

Model leeswijzer

3.4.1.2. Subdomein Fictionele, narratieve en literaire teksten

1 Globaal oordeel gebaseerd op het totale aantal teksten in de toets. Deze criteria zijn bedoeld als hulpmiddel om tot een eindoordeel van de tekstkenmerken van alle in de toets opgenomen teksten te komen.

3.4.2. Subdomein Taalverzorging

Checklist 3. Verdeling van toetsopgaven Rekenen over domeinen en over onderdelen volgens de Toetswijzer PO

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.4.2. Het aanleveren van items

3. Onderwijskundige aspecten

3.2. Inhoudsvaliditeit doorstroomtoets

3.3. Terrein Nederlandse taal

In iedere doorstroomtoets worden voor wat betreft het terrein Nederlandse taal de wettelijk verplichte domeinen Lezen (paragraaf 3.3.1) en Begrippenlijst en Taalverzorging, daaronder niet begrepen het subdomein Begrippenlijst, (paragraaf 3.3.2) getoetst. Aanvullend hierop kunnen optioneel één of meerdere van de domeinen Schrijven (paragraaf 3.3.3) en Mondelinge taalvaardigheid (paragraaf 3.3.4) en het subdomein Begrippenlijst (paragraaf 3.3.5) worden getoetst. De gestelde vakinhoudelijke kwaliteitseisen voor deze vijf onderdelen en de vereiste verdeling van de toetsopgaven over de (sub)domeinen in de toetsmatrijs en de toetssamenstelling zijn opgenomen in de Toetswijzer PO.

3.3.1. Wettelijk verplicht domein: Lezen

3.3.1.1. Domein Lezen

3.3.1.2. Subdomein Zakelijke Teksten

3.3.1.3. Subdomein Fictionele, narratieve en literaire teksten

3.3.2. Wettelijk verplicht subdomein: Taalverzorging

Taken:

3.3.4. Optioneel domein: Mondelinge taalvaardigheid

Kwaliteitseisen mondelinge taalvaardigheid via indirecte meting

Kwaliteitseisen mondelinge taalvaardigheid via directe meting

3.3.5. Optioneel subdomein: Begrippenlijst

3.4.2. Verdeling toetsopgaven over onderdelen

3.4.5. Gebruik rekenmachine

4. Organisatorische aspecten

4.2. Leerlingen

4.4. Beveiligingsaspecten

5. Psychometrische aspecten

5.1. Inleiding

5.2. Pretestprocedure

5.2.1. Steekproefkader en samenstelling steekproef

5.2.2. Itemkalibratie en toetskwaliteit

5.2.3. Toetssamenstelling

5.4. Kwaliteit en functioneren van de doorstroomtoets (rapportage achteraf)

6.1. De vierjaarlijkse erkenning

6.2. De jaarlijkse vaststelling

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)