← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 12 december 2022, nr. WJZ/ 22493242, houdende regels inzake een subsidie voor leveranciers ter bekostiging van een plafond voor energietarieven voor kleinverbruikers in 2023 (Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023)

Geldende tekst a fecha 2022-12-15

Gelet op Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PbEU 2022 LI 261/1)

Handelende in overeenstemming met de mededeling van de Europese Commissie van 9 oktober 2022 betreffende het Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU 2022, C 426/01);

Gelet op de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. (begripsbepalingen)
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt het contractueel leveringstarief bepaald met de formule:

VL + O – K

waarbij VL, O en K achtereenvolgens staan voor:

VL: de variabele leveringskosten, exclusief energiebelasting en ODE, inclusief 21% btw:

O: de direct aan de variabele leveringskosten te relateren opslagen, inclusief 21% btw;

K: de direct aan de variabele leveringskosten te relateren kortingen, inclusief 21% btw.

3.

Voor de toepassing van deze regeling wordt voor gas onder één m3(n) verstaan: één kubieke meter gas onder normaalcondities met een calorische bovenwaarde van 35,17 MJ.

Hoofdstuk 2. Criteria voor subsidieverstrekking

Artikel 2.1. (subsidieverstrekking)
1.

De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een leverancier voor het in 2023 toepassen van een prijsplafond overeenkomstig deze regeling bij het leveren van elektriciteit, gas of warmte aan kleinverbruikaansluitingen.

2.

Bij toepassing van het prijsplafond hanteert de subsidieontvanger in 2023 het plafondtarief voor gas, elektriciteit of warmte in plaats van het contractuele leveringstarief bij de levering van elektriciteit, gas of warmte aan kleinverbruikaansluitingen tot het bijbehorende volumeplafond.

3.

De leverancier kan de toepassing van het prijsplafond op de levering van gas, elektriciteit of warmte aan een kleinverbruikaansluiting achterwege laten, indien de betreffende kleinverbruiker hierom verzoekt.

Artikel 2.2. (vaststelling plafondtarieven)
1.

Het plafondtarief voor elektriciteit wordt vastgesteld op: € 0,24755 per kWh.

2.

Het plafondtarief voor gas wordt vastgesteld op: € 0,85734 per m3(n).

3.

Het plafondtarief voor warmte wordt vastgesteld op: € 47,38 per GJ.

4.

De plafondtarieven, bedoeld in de voorgaande leden, zijn exclusief energiebelasting en ODE en inclusief 21% btw.

Artikel 2.3. (vaststelling volumeplafonds)
1.

Het volumeplafond voor elektriciteit wordt vastgesteld op: 2.900 kWh elektriciteit per kleinverbruikaansluiting per jaar.

2.

Het volumeplafond voor gas wordt vastgesteld op: 1.200 m3(n) gas per kleinverbruikaansluiting per jaar.

3.

Het volumeplafond voor warmte wordt vastgesteld op: 37,0 GJ warmte per kleinverbruikaansluiting per leveringsovereenkomst per jaar.

4.

Het volumeplafond voor warmte, bedoeld in het derde lid, is niet van toepassing op de hoeveelheid warmte die is geleverd voor de opwarming van tapwater, indien die hoeveelheid warmte afzonderlijk wordt bemeten en de leveringskosten daarvoor afzonderlijk worden gefactureerd.

Artikel 2.4. (salderen)

Indien aan een kleinverbruikaansluiting in 2023 elektriciteit wordt ingevoed op het elektriciteitsnet, vindt voor de toepassing van het volumeplafond bij het verstrekken van de eindfactuur de berekening van de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 aan de kleinverbruikaansluiting is geleverd plaats met overeenkomstige toepassing van de wijze van berekening van het verbruik, bedoeld in artikel 31c, eerste of tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.

Artikel 2.5. (verdeling volumeplafonds voor elektriciteit en gas over 2023)

Indien voor de levering van elektriciteit of gas een eindfactuur wordt verstrekt die betrekking heeft op een periode in 2023, bedraagt het deel van het volumeplafond over die periode de som van de van de in bijlage II opgenomen standaardvolumefracties per dag in 2023 voor elektriciteit of gas die van toepassing zijn op die periode.

Artikel 2.6. (opschortende voorwaarde)

De subsidie wordt verleend onder de volgende opschortende voorwaarden:

Artikel 2.7. (staatssteun)
1.

De Minister maakt na de datum van subsidieverlening de gegevens bekend, bedoeld in paragraaf 3, onderdeel 76, van het Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU 2022, C 426/01).

2.

De gegevens, bedoeld in het tweede lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.

Hoofdstuk 3. Wijze van berekenen en subsidiebedrag

Artikel 3.1. (berekening hoogte subsidie voor elektriciteit)

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit maar niet voor gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THEkva, CLEkva, PTE, TUK en OBE achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

CLEkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per kWh die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

OBE: de overschrijding van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit ten opzichte van de historische referentiewaarde van de brutomarge voor elektriciteit in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

Artikel 3.2. (berekening hoogte subsidie voor gas)

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor gas maar niet voor elektriciteit, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THGkva, CLGkva, PTG, TUK en OBG, achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

CLGkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m3(n) per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m3(n) die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTG: het plafondtarief voor gas;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

OBG: de overschrijding van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor gas ten opzichte van de historische referentiewaarde van de brutomarge voor gas in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

Artikel 3.3. (berekening hoogte subsidie voor elektriciteit en gas samen)

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor zowel elektriciteit als gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THEkva, CLEkva, PTE, TUK, THGkva, CLGkva, PTG en OBEG achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

CLEkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per kWh die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

CLGkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m3(n) per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m3(n) die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTG: het plafondtarief voor gas;

OBEG: de overschrijdingen van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit en gas ten opzichte van de historische referentiewaardes voor elektriciteit en gas in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

Artikel 3.4. (onderlinge verrekening overschrijding brutomargetoets bij elektriciteit en gas)

Indien subsidie is verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas aan een subsidieontvanger die deel uitmaakt van een groep, wordt, indien dit door de subsidieontvanger bij de aanvraag is aangegeven, voor het berekenen van de overschrijding van de brutomarge, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2 of 3.3, de over- of onderschrijding van de historische benchmark van de subsidieontvanger overeenkomstig bijlage III verrekend:

Artikel 3.5. (berekening hoogte subsidie voor warmte)

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THWkva, CLWkva, PTW TUK en NRW achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THWkva: de totale hoeveelheid warmte in GJ die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;

CLWkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per GJ die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid warmte die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTW: het plafondtarief voor warmte;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

NRW: de overschrijding van het in 2023 gerealiseerde rendement in € ten opzichte van het normrendement voor warmte in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

Artikel 3.6. (bepaling tegemoetkoming uitvoeringskosten)

De hoogte van de tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.5, wordt berekend volgens de formule:

waarbij DLOkva, kva en

achtereenvolgens staan voor:

DLOkva: het aantal dagen in 2023 dat er een leveringsovereenkomst voor de levering van elektriciteit, gas of warmte is gesloten met de kleinverbruikaansluiting;

kva: kleinverbruikaansluiting;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Hoofdstuk 4. De subsidieverlening

Artikel 4.1. (aanvraagtermijn)
1.

Een aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend in de periode van 12 december 2022, 09:00 uur, tot 16 januari 2023, 17.00 uur.

2.

De aanvraag kan ook na de periode, genoemd in het eerste lid, binnen de volgende termijnen maar uiterlijk 15 november 2023, 17.00 uur, worden ingediend indien:

Artikel 4.2. (vereiste gegevens bij aanvraag)
1.

Een aanvraag voor subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

De aanvraag omvat in ieder geval:

3.

Indien de aanvraag de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas betreft, gaat de aanvraag vergezeld van de bedrijfs-EAN-code, bedoeld in artikel 2.8.2, onderdeel a, van de Informatiecode elektriciteit en gas.

4.

Indien de aanvraag warmte betreft, gaat de aanvraag vergezeld van:

5.

De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring waarmee de subsidieaanvrager ermee instemt dat een netbeheerder als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of een netbeheerder als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Gaswet op verzoek van de Minister voor de uitvoering van deze regeling periodiek in ieder geval gegevens verstrekt uit het centraal aansluitingenregister per bedrijfs-EAN over het:

Artikel 4.4. (beslistermijn)
1.

De Minister beslist op een aanvraag voor subsidieverlening binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste twee weken worden verlengd.

Artikel 4.5. (geen maximaal subsidiebedrag in beschikking subsidieverlening)

In de beschikking tot subsidieverlening wordt geen bedrag opgenomen waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

Artikel 4.6. (afwijzingsgronden)

De Minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien:

Artikel 4.7. (transparantie)

De Minister maakt zo spoedig mogelijk na een besluit tot subsidieverlening de naam van de subsidieontvanger en het inschrijvingsnummer in het handelsregister bekend.

Hoofdstuk 5. Verplichtingen voor de subsidieontvanger

Artikel 5.1. (hanteren plafondtarieven bij termijnbedrag)
1.

Bij aanvang van de toepassing van het prijsplafond in een kalendermaand van 2023 verwerkt de subsidieontvanger dit in het voorstel voor het met ingang van die kalendermaand door de kleinverbruiker te betalen termijnbedrag, en stelt het termijnbedrag overeenkomstig bij indien toepassing van het prijsplafond leidt tot verlaging van het termijnbedrag, tenzij de kleinverbruiker aangeeft daar niet mee in te stemmen.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de subsidieontvanger het voorstel tot bijstelling van het termijnbedrag ten hoogste één kalendermaand later doen dan bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat eerdere bijstelling redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 5.2. (hanteren plafondtarieven bij eindfactuur)
1.

Indien het plafondtarief in een periode in 2023 lager was dan het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit, gas of warmte, bedoeld artikel 3.1, 3.2, 3.3 of 3.5, in die periode, past de subsidieontvanger het prijsplafond toe bij de elektriciteit, gas of warmte die in die periode is geleverd aan een kleinverbruikaansluiting en waarvoor een eindfactuur is verstrekt.

2.

Bij toepassing van het eerste lid neemt de subsidieontvanger in de eindfactuur het bedrag op waarmee de eindfactuur is aangepast vanwege de toepassing van het prijsplafond, indien toepassing van het prijsplafond aan de orde was in de periode waar de eindfactuur op ziet.

3.

De periode waar een eindfactuur voor de levering van elektriciteit, gas of warmte aan een kleinverbruikaansluiting op ziet, bedraagt ten minste één kalendermaand, tenzij de subsidieontvanger gedurende minder dan één kalendermaand, gerekend vanaf de vorige eindfactuur, elektriciteit, gas of warmte heeft geleverd aan de kleinverbruikaansluiting.

Artikel 5.3. (administratieve verplichtingen)
1.

De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit op elk moment op een eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat hij voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.

2.

De subsidieontvanger bewaart de administratie tot tien jaar na de datum van de beschikking tot de subsidievaststelling.

Artikel 5.4. (evaluatie)

De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie door de Minister van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Artikel 5.5. (gegevens voor correctie voorschot)

Voor het maandelijks corrigeren van het cumulatieve voorschot, bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger na afloop van een kalendermaand waarvoor hij een voorschot heeft ontvangen, aan de Minister gegevens over:

Artikel 5.6. (gegevens accountant)
1.

De subsidieontvanger verstrekt aan de Minister een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant over de getrouwheid van:

2.

De subsidieontvanger verstrekt aan de Minister een verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon over de getrouwheid van:

3.

Voor het verstrekken van het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in het eerste lid, of de verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruikgemaakt van een door de Minister ter beschikking gesteld model of een door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar document.

4.

Indien bij de controle op de naleving van de aan de subsidieverstrekking verbonden voorwaarden en verplichtingen onregelmatigheden worden geconstateerd, kan de Minister van de subsidieontvanger een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant verlangen, opgesteld volgens de door de Minister gegeven aanwijzingen.

Artikel 5.7. (overige gegevensverstrekking)
1.

De subsidieontvanger deelt onverwijld de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot faillietverklaring van hem, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen over hem schriftelijk mee aan de Minister.

2.

De subsidieontvanger verstrekt op verzoek aan de Minister alle overige bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing over de subsidie.

Artikel 5.8. (aansluiting buitengerechtelijke geschillencommissie)

De subsidieontvanger is aangesloten bij een instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting die bevoegd is klachten te behandelen van kleinverbruikers tegen leveranciers over de toepassing van deze regeling.

Artikel 5.9. (wettelijke conformiteit contractuele leveringstarieven)

Voor de toepassing van deze regeling dienen de door de subsidieontvanger gehanteerde contractuele leveringstarieven voor elektriciteit, gas of warmte te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 95b van de Elektriciteitswet 1998, artikel 44 van de Gaswet of artikel 5 van de Warmtewet.

Hoofdstuk 6. Bevoorschotting

§ 6.1. Bevoorschotting elektriciteit en gas

Artikel 6.1.1. (verstrekking voorschot elektriciteit of gas)

De Minister verstrekt in 2023 maandelijks een voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas op maandelijks in te dienen aanvragen.

Artikel 6.1.2. (correctie voorschot elektriciteit of gas)
1.

Het cumulatieve voorschot van alle reeds verstrekte voorschotten wordt maandelijks ambtshalve gecorrigeerd aan de hand van de eindfacturen die in die kalendermaand zijn verstrekt, totdat het cumulatieve voorschot is gecorrigeerd voor alle eindfacturen waarbij toepassing van het prijsplafond aan orde was in de periode waar de eindfactuur op ziet.

2.

Een reeds verstrekt voorschot kan op verzoek van de subsidieontvanger achteraf eenmalig worden gecorrigeerd:

Artikel 6.1.3. (berekening voorschot elektriciteit)

De hoogte van het maandelijkse voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit wordt berekend volgens de formule:

waarbij TC, kva, VHEtc,kva, VLEtc,kva, PTE, TUKv,

achtereenvolgens staan voor:

TC: tariefcohort, waarbinnen de subsidieontvanger alle kleinverbruikaansluitingen plaatst met een contractueel leveringstarief dat binnen deze bandbreedte valt en waartegen naar verwachting elektriciteit zal worden geleverd in de kalendermaand waarvoor de aanvraag voor een voorschot is ingediend;

kva: kleinverbruikaansluiting;

VHEtc,kva: de verwachte hoeveelheid te leveren elektriciteit in kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarafname, bepaald per kleinverbruikaansluiting, verminderd met de in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarinvoeding voor die kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12e van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul. Voor de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen.

VLEtc: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kleinverbruikaansluiting in de betreffende kalendermaand, gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;

PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;

TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.1.5;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting binnen een tariefcohort voor alle kleinverbruikaansluitingen binnen dat tariefcohort;

: de som van het bedrag per tariefcohort voor alle tariefcohorten.

Artikel 6.1.4. (berekening voorschot gas)

De hoogte van het maandelijkse voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor gas wordt berekend volgens de formule:

waarbij TC, kva, VHGtc,kva, VLGtc,kva, PTG, TUKv,

achtereenvolgens staan voor:

TC: tariefcohort waarbinnen de subsidieontvanger alle kleinverbruikaansluitingen plaatst met een contractueel leveringstarief dat binnen deze bandbreedte valt en waartegen naar verwachting gas zal worden geleverd in de kalendermaand waarvoor de aanvraag voor een voorschot is ingediend;

kva: kleinverbruikaansluiting;

VHGtc,kva: de verwachte hoeveelheid te leveren gas in m3(n) per kleinverbruiker, op basis van het standaardjaarverbruik, op basis van het in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarverbruik, bepaald per kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12e van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul. Voor het standaardjaarverbruik wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen;

VLGtc: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m3(n) per kleinverbruikaansluiting in de kalendermaand waarvoor een voorschot is ingediend, gewogen naar de hoeveelheid gas die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;

PTG: het plafondtarief voor gas;

TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.1.5;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting binnen een tariefcohort voor alle kleinverbruikaansluitingen binnen dat tariefcohort.

: de som van het bedrag per tariefcohort voor alle tariefcohorten.

Artikel 6.1.5. (bepaling voorschot tegemoetkoming uitvoeringskosten)

De hoogte van het bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in de artikelen 6.1.3 en 6.1.4, wordt berekend volgens de formule:

waarbij kva en

achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Artikel 6.1.6. (dynamische prijsproducten elektriciteit of gas)

Indien een contractueel leveringstarief voor de kalendermaand waarvoor een aanvraag voor een voorschot wordt ingediend, niet bekend is op moment van indienen van de aanvraag, wordt het contractuele leveringstarief voor die kleinverbruikaansluiting berekend aan de hand van de op dag, voorafgaand aan indiening van de aanvraag, gepubliceerde:

Artikel 6.1.7. (indienen aanvraag voorschot elektriciteit of gas)
1.

De aanvraag voor eerste voorschot wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor subsidieverlening.

2.

De aanvraag voor het tweede en het daaropvolgende voorschot wordt ingediend uiterlijk op de vijftiende dag, om 17:00 uur, van de kalendermaand die voorafgaat aan de kalendermaand waarop het voorschot betrekking heeft.

Artikel 6.1.8. (gegevens aanvraag voorschot elektriciteit of gas)
1.

Een aanvraag voor een voorschot wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

De aanvraag bevat in ieder geval:

Artikel 6.1.9. (beslistermijn aanvraag voorschot elektriciteit of gas)
1.

De Minister geeft een beschikking op een aanvraag voor een voorschot binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste twee weken worden verlengd.

§ 6.2. Bevoorschotting warmte

Artikel 6.2.1. (verstrekking voorschot voor warmte)

De Minister verstrekt op aanvraag één keer in 2023 een voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte.

Artikel 6.2.2. (correctie voorschot warmte)

Het jaarlijkse voorschot kan op verzoek van de subsidieontvanger worden gecorrigeerd bij wijzigingen van het aantal kleinverbruikaansluitingen of een contractueel leveringstarief.

Artikel 6.2.3. (berekening voorschot warmte)

De hoogte van het jaarlijkse voorschot wordt berekend volgens de formule:

Waarbij KVA, VHWkva, VLWkva, PTW, TUKv en

achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

VHWkva: de verwachte hoeveelheid te leveren warmte in GJ per kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;

VLWkva: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting in 2023, gewogen naar de hoeveelheid warmte die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluiting zal worden geleverd in 2023, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;

PTW: het plafondtarief voor warmte;

TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.2.4;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Artikel 6.2.4. (bepaling voorschot tegemoetkoming uitvoeringskosten)

De hoogte van het bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 6.2.3, wordt berekend volgens de formule:

waarbij kva en

achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Artikel 6.2.5. (berekeningswijze kwartaalbedrag warmte)
1.

Het voorschot wordt per kwartaal in 2023 uitbetaald.

2.

Het kwartaalbedrag wordt in gelijke delen uitbetaald op basis van de volgens artikel 6.2.2 berekende hoogte van het voorschot.

Artikel 6.2.6. (gegevens aanvraag voorschot warmte)
1.

De aanvraag voor een voorschot wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor subsidieverlening.

2.

De aanvraag voor een voorschot wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.

3.

De aanvraag omvat in ieder geval een raming van:

Artikel 6.2.7. (beslistermijn aanvraag voorschot voor warmte)
1.

De Minister geeft een beschikking op een aanvraag voor een voorschot binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste twee weken worden verlengd.

Hoofdstuk 7. Subsidievaststelling

Artikel 7.1. (indienen aanvraag voor subsidievaststelling)

Een subsidieontvanger dient uiterlijk 30 juni 2025, 17:00 uur, een aanvraag in voor subsidievaststelling voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit, gas of warmte.

Artikel 7.2. (gegevens aanvraag subsidievaststelling)
1.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

De aanvraag bevat in ieder geval:

3.

De aanvraag gaat vergezeld van een product van een accountant over de getrouwheid van de gegevens in de aanvraag, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld model of een door de Minister geaccepteerd vergelijkbaar document, indien het totaal aan verstrekte voorschotten € 125.000 of meer bedraagt.

Artikel 7.3. (beslistermijn aanvraag subsidievaststelling)

De Minister beslist op een aanvraag voor subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. (inwerkingtreding en vervaldatum)
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 8.2. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023.

Bijlage I. bij artikel 1.1 (tariefcohorten elektriciteit en gas)

A. Tariefcohorten voor elektriciteit A. Tariefcohorten voor elektriciteit
Tariefcohort Contractueel leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh
1 0,00000 – 0,24755
2 0,24756 – 0,37132
3 0,37133 – 0,49510
4 0,49511 – 0,61888
5 0,61889 – 0,74265
6 0,74266 – >
7 Dynamisch E
B. Tariefcohorten voor gas B. Tariefcohorten voor gas
Tariefcohort Contractueel leveringstarief voor gas in € per m3(n)
1 0,00000 – 0,85734
2 0,85735 – 1,14312
3 1,14313 – 1,42890
4 1,42891 – 1,71468
5 1,71469 – 2,00046
6 2,00047 – 2,28624
7 2,28625 – 2,57202
8 2,57703 – >
9 Dynamisch

Bijlage II. bij artikel 2.5 (standaardvolumefracties elektriciteit en gas)

Datum Standaardvolumefracties elektriciteit in kWh per dag Standaardvolumefracties gas in m3(n) per dag
1-1-2023 11,32162900 7,17361783
2-1-2023 11,15177600 7,29365989
3-1-2023 10,81476700 7,50814813
4-1-2023 10,93314500 7,46678924
5-1-2023 10,86780800 7,40948305
6-1-2023 10,87436200 7,12583471
7-1-2023 11,54701700 7,06297627
8-1-2023 11,60925100 6,90513601
9-1-2023 10,88819500 6,93128915
10-1-2023 10,61173800 6,90517760
11-1-2023 10,73533600 6,94681715
12-1-2023 10,60631500 6,92379916
13-1-2023 10,79156700 6,69227866
14-1-2023 11,52297600 6,74976235
15-1-2023 11,61777700 6,72370085
16-1-2023 10,77973500 6,90239464
17-1-2023 10,63714200 6,96068977
18-1-2023 10,59271400 7,08851374
19-1-2023 10,38980100 7,00058675
20-1-2023 10,79887500 6,98597455
21-1-2023 11,48632000 7,12991528
22-1-2023 11,56305400 7,19546986
23-1-2023 10,81598500 7,43678302
24-1-2023 10,70622000 7,35814823
25-1-2023 10,71080200 7,49728597
26-1-2023 10,40520000 7,56062596
27-1-2023 10,61643600 7,31163871
28-1-2023 11,46352600 7,23298964
29-1-2023 11,44830100 7,10172329
30-1-2023 10,70221800 7,19504536
31-1-2023 10,48935800 7,37483185
1-2-2023 10,51908300 7,39434818
2-2-2023 10,18677200 7,16656154
3-2-2023 10,31648900 6,79139149
4-2-2023 11,26104800 6,76650941
5-2-2023 11,52149700 6,53328173
6-2-2023 10,64659600 6,69376133
7-2-2023 10,33000300 6,97538503
8-2-2023 10,29848000 7,14112236
9-2-2023 10,12027500 7,22550605
10-2-2023 10,28937400 7,18161464
11-2-2023 11,05955600 6,99223027
12-2-2023 11,25191300 6,85136720
13-2-2023 10,30425100 7,05662366
14-2-2023 9,68817500 7,02768284
15-2-2023 9,76105200 6,75782404
16-2-2023 9,70818500 6,56174147
17-2-2023 9,72346800 6,48236336
18-2-2023 10,12584300 6,51979424
19-2-2023 10,08817200 6,62183914
20-2-2023 9,58220900 6,62736338
21-2-2023 8,82243800 6,68609065
22-2-2023 8,86422700 6,69458268
23-2-2023 9,13154900 6,53537825
24-2-2023 9,08369900 6,25175401
25-2-2023 9,61544300 6,08763773
26-2-2023 9,93061500 5,98658881
27-2-2023 9,21689600 6,18420619
28-2-2023 8,56468600 6,21955242
1-3-2023 8,70826500 6,33414223
2-3-2023 9,02465500 6,39203580
3-3-2023 9,01818800 6,38074567
4-3-2023 9,73240000 6,13337130
5-3-2023 10,16104900 5,81858212
6-3-2023 9,08596100 5,87373527
7-3-2023 8,57300900 5,63116308
8-3-2023 8,85349700 5,49814379
9-3-2023 8,85906500 5,41436083
10-3-2023 8,87069400 5,35144112
11-3-2023 9,60859900 5,42000910
12-3-2023 9,75162700 5,14192746
13-3-2023 8,77992400 5,34588974
14-3-2023 8,48049900 5,30233717
15-3-2023 8,69921700 5,05722134
16-3-2023 8,66334400 4,85703858
17-3-2023 8,59847100 4,86955706
18-3-2023 9,25056500 4,99931970
19-3-2023 9,21182100 4,96335972
20-3-2023 8,55572500 5,06943626
21-3-2023 8,33257000 5,06784216
22-3-2023 8,13003400 4,96086198
23-3-2023 8,21451100 4,84258328
24-3-2023 8,03117300 4,53696997
25-3-2023 8,64748100 4,37508967
26-3-2023 8,28773600 4,55934398
27-3-2023 7,73401000 4,49977616
28-3-2023 7,08122000 4,55496799
29-3-2023 7,41875100 4,19289924
30-3-2023 7,40465700 3,69225967
31-3-2023 7,59298300 3,47473025
1-4-2023 8,07977700 3,37406227
2-4-2023 8,13702300 3,13616214
3-4-2023 7,34285800 3,42950266
4-4-2023 7,05349600 3,86348970
5-4-2023 7,27050300 4,17129634
6-4-2023 7,10018600 4,00487330
7-4-2023 7,30399800 3,56402630
8-4-2023 8,01913800 3,47990668
9-4-2023 7,75845700 3,10103989
10-4-2023 7,37583100 3,12204805
11-4-2023 6,96301600 3,29015648
12-4-2023 6,94666000 3,43146997
13-4-2023 6,64769900 3,68846788
14-4-2023 6,72263500 3,32933110
15-4-2023 7,41619900 3,06104812
16-4-2023 7,03528400 2,81264011
17-4-2023 6,67600300 2,96244690
18-4-2023 6,30338200 2,93833466
19-4-2023 6,22386400 2,89785233
20-4-2023 6,25556100 2,51750236
21-4-2023 6,18833900 2,17274600
22-4-2023 6,83083400 2,00642815
23-4-2023 6,59230900 1,86792547
24-4-2023 6,25358900 1,83656459
25-4-2023 5,97942300 1,86647537
26-4-2023 5,98122100 1,95518306
27-4-2023 6,70242200 1,91831654
28-4-2023 6,40180800 2,09209433
29-4-2023 6,81038900 2,01671410
30-4-2023 6,82773100 1,81858578
1-5-2023 6,16682100 1,60206209
2-5-2023 6,17850800 1,61957664
3-5-2023 6,14391100 1,60384111
4-5-2023 6,18793300 1,69101241
5-5-2023 6,03635000 1,64236650
6-5-2023 6,55603000 1,57653253
7-5-2023 6,46882700 1,32181553
8-5-2023 5,90440000 1,35462656
9-5-2023 5,74008600 1,15338499
10-5-2023 5,77752500 1,12296589
11-5-2023 5,73634500 1,18614508
12-5-2023 5,71044800 1,26037852
13-5-2023 6,29456600 1,12140696
14-5-2023 6,31005200 1,21073387
15-5-2023 5,79147400 1,24500910
16-5-2023 5,65969800 1,19675960
17-5-2023 5,55512400 1,18517618
18-5-2023 6,25219700 1,02318482
19-5-2023 5,74345000 0,96128749
20-5-2023 6,01042400 0,81580730
21-5-2023 6,21066900 0,88714532
22-5-2023 5,66703500 0,90468481
23-5-2023 5,61570500 0,86958610
24-5-2023 5,44538800 0,85710858
25-5-2023 5,44266200 0,83091895
26-5-2023 5,23247000 0,84871555
27-5-2023 5,49480400 0,79069552
28-5-2023 5,64795300 0,81712562
29-5-2023 5,55866200 0,77404646
30-5-2023 5,28040700 0,71923118
31-5-2023 5,31802000 0,69844573
1-6-2023 5,48421900 0,67137725
2-6-2023 5,41140000 0,65331774
3-6-2023 5,60648300 0,65264522
4-6-2023 5,50402600 0,69033146
5-6-2023 5,19085500 0,68549868
6-6-2023 5,09965000 0,68327159
7-6-2023 5,29888000 0,67334834
8-6-2023 5,24386700 0,66710720
9-6-2023 5,31543900 0,68183083
10-6-2023 5,69287400 0,62803514
11-6-2023 5,64195000 0,64351399
12-6-2023 5,17858800 0,62778155
13-6-2023 5,13201400 0,62322211
14-6-2023 5,33687000 0,60647658
15-6-2023 5,31201700 0,59900252
16-6-2023 5,31671500 0,62671348
17-6-2023 5,41656200 0,56840167
18-6-2023 5,57040700 0,63051601
19-6-2023 5,26315200 0,60524975
20-6-2023 5,10965500 0,60381470
21-6-2023 5,20518100 0,58480050
22-6-2023 5,31610600 0,60646592
23-6-2023 5,24691200 0,63832346
24-6-2023 5,46119300 0,61693966
25-6-2023 5,54683000 0,62504214
26-6-2023 5,21466400 0,57042036
27-6-2023 5,08152500 0,56796326
28-6-2023 5,07801600 0,56537989
29-6-2023 5,04472400 0,57959834
30-6-2023 4,97903900 0,56227690
1-7-2023 5,47317000 0,55953127
2-7-2023 5,53859400 0,58038446
3-7-2023 5,16463900 0,56613260
4-7-2023 5,03283400 0,55614494
5-7-2023 5,09341500 0,54503117
6-7-2023 4,98214200 0,54999786
7-7-2023 5,01157700 0,54674671
8-7-2023 5,44889700 0,55009128
9-7-2023 5,57084200 0,59383794
10-7-2023 5,20776200 0,55603008
11-7-2023 5,10919100 0,56114256
12-7-2023 5,08436700 0,57363995
13-7-2023 5,07279600 0,56241896
14-7-2023 5,03268900 0,57818165
15-7-2023 5,28174100 0,54429919
16-7-2023 5,39997400 0,56796701
17-7-2023 5,03834400 0,54732128
18-7-2023 5,09770700 0,54812870
19-7-2023 5,10301400 0,54021942
20-7-2023 5,21962300 0,54267691
21-7-2023 5,11049600 0,53977651
22-7-2023 5,46119300 0,53848460
23-7-2023 5,34635300 0,56499448
24-7-2023 5,00244200 0,54719500
25-7-2023 5,04281000 0,54254719
26-7-2023 5,06943200 0,54281489
27-7-2023 5,10692900 0,54540694
28-7-2023 5,10637800 0,53281530
29-7-2023 5,46783400 0,53998415
30-7-2023 5,23450000 0,56067566
31-7-2023 5,06012300 0,54111043
1-8-2023 4,92190900 0,53567102
2-8-2023 4,96346600 0,53514000
3-8-2023 4,91486200 0,53514000
4-8-2023 5,14442600 0,52530000
5-8-2023 5,63165500 0,53374975
6-8-2023 5,55683500 0,54899698
7-8-2023 5,54105900 0,54093034
8-8-2023 5,22208800 0,54227080
9-8-2023 5,34441000 0,54683204
10-8-2023 5,44475000 0,54717354
11-8-2023 5,54958500 0,54480494
12-8-2023 6,04594900 0,54031513
13-8-2023 6,09814900 0,56252779
14-8-2023 5,94598600 0,55014626
15-8-2023 5,62916100 0,54058578
16-8-2023 5,64998300 0,53738905
17-8-2023 5,85652100 0,55425887
18-8-2023 5,71830700 0,54794138
19-8-2023 5,92873100 0,54873619
20-8-2023 6,14852200 0,56150334
21-8-2023 5,80562600 0,54844692
22-8-2023 5,72848600 0,55896661
23-8-2023 5,76264800 0,56550066
24-8-2023 5,77308800 0,56825630
25-8-2023 5,84956100 0,57024144
26-8-2023 6,01854400 0,56373832
27-8-2023 6,44353900 0,60008246
28-8-2023 5,89175600 0,58213879
29-8-2023 5,89816500 0,62706535
30-8-2023 5,99482200 0,62469466
31-8-2023 5,90005000 0,61423171
1-9-2023 6,01277300 0,58928904
2-9-2023 6,25158800 0,55941635
3-9-2023 6,67258100 0,63402464
4-9-2023 6,02657700 0,65885335
5-9-2023 5,96419800 0,65388412
6-9-2023 6,18952800 0,65097845
7-9-2023 6,09034800 0,65822159
8-9-2023 6,06213100 0,65170182
9-9-2023 6,54283500 0,61614016
10-9-2023 6,75091000 0,68267237
11-9-2023 6,26037500 0,67214809
12-9-2023 6,25489400 0,67865315
13-9-2023 6,37208300 0,74551014
14-9-2023 6,19747400 0,84495514
15-9-2023 6,28096500 0,85738520
16-9-2023 6,63340200 0,80558136
17-9-2023 6,92862200 0,89469236
18-9-2023 6,56632500 0,90856757
19-9-2023 6,46775400 0,90476510
20-9-2023 6,48054300 0,89446666
21-9-2023 6,60970900 0,83622768
22-9-2023 6,77390700 0,83826014
23-9-2023 6,94770400 0,81265447
24-9-2023 7,66876000 0,94133995
25-9-2023 7,09464700 0,95566073
26-9-2023 6,92119800 0,96630580
27-9-2023 7,16523300 0,96224534
28-9-2023 7,45346400 1,02139183
29-9-2023 7,58492100 1,11909116
30-9-2023 8,00623300 1,24319872
1-10-2023 8,71058500 1,57043478
2-10-2023 7,89849800 1,76777894
3-10-2023 7,67560400 1,81455061
4-10-2023 7,97157800 1,90907052
5-10-2023 7,94144700 1,99894022
6-10-2023 8,09909100 2,11086835
7-10-2023 8,63011000 2,07794884
8-10-2023 8,97590600 1,90463772
9-10-2023 8,25931600 2,04317806
10-10-2023 7,98552700 2,10946619
11-10-2023 8,30473000 2,21119639
12-10-2023 8,10747200 2,32430322
13-10-2023 8,21381500 2,31905846
14-10-2023 8,71287600 2,36815397
15-10-2023 8,94331000 2,29131431
16-10-2023 8,42360100 2,61299417
17-10-2023 8,18330700 2,75403059
18-10-2023 8,45019400 2,94665803
19-10-2023 8,33970400 2,89336418
20-10-2023 8,52455000 2,95666906
21-10-2023 9,09660400 3,07442792
22-10-2023 9,08636700 2,90511974
23-10-2023 8,85480200 3,05840303
24-10-2023 8,46805800 3,16726820
25-10-2023 8,56027800 3,18810383
26-10-2023 8,58423200 3,11528614
27-10-2023 8,68497800 3,27989460
28-10-2023 9,45321700 3,41381906
29-10-2023 10,47178400 3,48598024
30-10-2023 9,40272800 3,56958755
31-10-2023 9,40159700 3,62275514
1-11-2023 9,64609600 3,76247078
2-11-2023 9,56979700 3,79335062
3-11-2023 9,58792200 3,67880611
4-11-2023 10,24329300 3,63490626
5-11-2023 10,32089700 3,78758707
6-11-2023 9,67933000 3,97212916
7-11-2023 9,62968200 4,17706524
8-11-2023 9,88349000 4,24792609
9-11-2023 9,78958800 4,39175154
10-11-2023 9,86165300 4,41613518
11-11-2023 10,46984100 4,59637202
12-11-2023 10,54123900 4,63698242
13-11-2023 10,24369900 4,71957740
14-11-2023 9,94386800 4,78600768
15-11-2023 9,96872100 4,81466141
16-11-2023 10,02399500 4,96622921
17-11-2023 10,03695800 5,05569503
18-11-2023 10,65808000 5,23945098
19-11-2023 10,69412700 5,34327938
20-11-2023 10,37849100 5,68601556
21-11-2023 10,11856400 5,74850358
22-11-2023 10,04974700 5,61756916
23-11-2023 10,19190500 5,43609485
24-11-2023 10,30900700 5,55160963
25-11-2023 11,05952700 5,61753797
26-11-2023 11,12013700 5,57948740
27-11-2023 10,70485700 5,70469898
28-11-2023 10,25706800 5,77639088
29-11-2023 10,48367400 5,93504257
30-11-2023 10,75227200 6,04070029
1-12-2023 11,03664600 6,09285304
2-12-2023 11,44508200 6,15886988
3-12-2023 11,65681100 6,18658619
4-12-2023 11,28195700 6,38676769
5-12-2023 10,82645400 6,39470252
6-12-2023 11,11390200 6,37163657
7-12-2023 11,25359500 6,46708343
8-12-2023 11,48191200 6,57854221
9-12-2023 11,78528100 6,71702590
10-12-2023 11,99434200 6,71854288
11-12-2023 11,30495400 6,64992443
12-12-2023 11,10178000 6,51386155
13-12-2023 11,21087800 6,56892960
14-12-2023 11,07965300 6,72261404
15-12-2023 11,24796900 6,80619704
16-12-2023 11,86970000 6,78389740
17-12-2023 12,15094200 6,58253207
18-12-2023 11,45775500 6,49862754
19-12-2023 11,43960100 6,51519817
20-12-2023 11,48855300 6,80140727
21-12-2023 11,51189800 7,02736985
22-12-2023 11,26945800 6,77435087
23-12-2023 11,66771500 6,69063300
24-12-2023 12,17614300 6,41995350
25-12-2023 12,18565500 6,63312469
26-12-2023 12,18597400 6,89685004
27-12-2023 11,79859200 7,14043776
28-12-2023 11,88011100 7,24106764
29-12-2023 11,37562700 7,19102346
30-12-2023 11,42733400 7,14543568
31-12-2023 10,62377300 6,88440509

Bijlage III. bij de artikelen 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.5 en 7.2, tweede lid (brutomarge elektriciteit en gas en rendement warmte)

a. Brutomargetoets voor elektriciteit en gas

Eventuele overschrijdingen van de van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit en gas ten opzichte van de historische referentiewaardes voor elektriciteit of gas, moeten worden bepaald op grond van de artikelen 3.1 tot en met 3.4, van deze regeling.

Voor warmte moet de eventuele overschrijding van het in 2023 gerealiseerde rendement ten opzichte van het historische rendement voor warmte worden bepaald op grond van artikel 3.5.

Op grond van artikel 7.2 moeten voor elektriciteit of gas de in 2023 gerealiseerde brutomarge en de historische referentiewaarde worden bepaald, en voor warmte het in 2023 gerealiseerde rendement en het normrendement.

Voor de in deze bijlage gehanteerde begrippen wordt verwezen naar de definities opgenomen tabellen.

In de brutomargetoets wordt gewerkt exclusief BTW en exclusief Energiebelasting (EB) en Opslag Duurzame Energie – en klimaattransitie (ODE). De subsidieontvanger dient zowel historisch als voor 2023, op een consistente wijze de verslaggevings- en waarderingsgrondslagen (bijvoorbeeld IFRS/Dutch GAAP) toe te passen.

De brutomargetoets wordt apart uitgevoerd voor de subsidievaststelling elektriciteit, subsidievaststelling gas. Voor de subsidievaststelling warmte wordt gebruik gemaakt van een rendementstoets (zie B. Rendementstoets Warmte).

Subsidievaststelling elektriciteit en gas

Indien subsidie wordt verstrekt voor toepassing van het prijsplafond voor zowel elektriciteit als gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

Subsidievaststelling elektriciteit en gas = A)Subsidie exclusief brutomargetoets – B)Overschrijding Bruto Winstmarge Elektriciteit en Gas samen

Waarbij BME2023, BMEref, KVAE, THEkva, VEkva, BMG2023, BMGref, KVAG, THGkva VGkva en

achtereenvolgens staan voor:

BME2023: gerealiseerde brutomarge elektriciteit in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitjaar in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

BMEref: referentiewaarde brutomarge elektriciteit, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

KVAE: het aantal klanten elektriciteit, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

VEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VEkva groter of gelijk is aan THEkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

BMG2023: gerealiseerde brutomarge gas in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasjaar in Berekening Brutomarge Gas;

BMGref: referentiewaarde brutomarge gas, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Gas;

KVAG: het aantal klanten gas, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

VGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VGkva groter of gelijk is aan THGkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Subsidievaststelling elektriciteit

Subsidievaststelling indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit maar niet voor gas:

Subsidievaststelling elektriciteit

Waarbij BME2023, BMEref, KVAE, THEkva, VEkva en

achtereenvolgens staan voor:

BME2023: gerealiseerde brutomarge elektriciteit in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitjaar in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

BMEref: referentiewaarde brutomarge elektriciteit, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

KVAE: het aantal klanten elektriciteit, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

VEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VEkva groter of gelijk is aan THEkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Subsidievaststelling gas

Subsidievaststelling indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor gas maar niet voor elektriciteit:

Subsidievastelling gas

Waarbij BMG2023, BMGref, KVAG, THGkva, VGkva en

achtereenvolgens staan voor:

BMG2023: gerealiseerde brutomarge gas in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasjaar in Berekening Brutomarge;

BMGref: referentiewaarde brutomarge gas, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Gas;

KVAG: het aantal klanten gas, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

VGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VGkva groter of gelijk is aan THGkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Berekening Brutomarge Elektriciteit

De aanvrager berekent de referentiewaarde voor de brutomarge op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de jaren 2019, 2020, 2021, 2022, waarbij negatieve brutomarges gelijk worden gesteld aan 0 en de aanvrager de mogelijkheid krijgt om één jaar buiten beschouwing te laten. Indien de aanvrager minder dan 4 jaar bestaat en daardoor geen cijfers heeft over 4 jaren, dan wordt de referentiewaarde gebaseerd op de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de beschikbare jaren tussen 2019 en 2022 en vervalt de mogelijk om één jaar buiten beschouwing te laten. Voor aanvragers waar geen gegevens beschikbaar zijn over de jaren 2019, 2020, 2021 of 2022 omdat er gedurende deze periode geen leveringsovereenkomsten zijn gesloten met kleinverbruikaansluitingen wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd. Voor aanvragers met uitsluitend gegevens over een deel van boekjaar 2022 mag de referentiewaarde gebaseerd worden op deze resultaten, anders wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd.

De brutomarge elektriciteit wordt per jaar berekend volgens de formule:

Brutomarge Elektriciteitjaar = Inflatie indexatiejaar * [(a) Omzet Elektriciteit jaar + *b)* Omzet vaste leveringskosten Elektriciteitjaar – *c)* Inkoopkosten van het goed Elektriciteitjaar – *d)* Overige leveringskosten Elektriciteitjaar – *e)* Inkoop premies Elektriciteitjaar)] / Aantal klanten elektriciteitjaar

Waarbij een ondergrens van 0 gehanteerd wordt en de termen gedefinieerd worden bij Inflatie indexatie en Tabel definities brutomargetoetsonderstaand.

De referentiewaarde brutomarge elektriciteit op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge wordt berekend volgens de formule:

Waarbij Aantal jaren gelijk is aan het aantal jaren waarvoor een brutomarge berekend is in de jaren (indien de Brutomarge Elektriciteit voor 2021 en 2022 gehanteerd worden voor de berekening van de referentiewaarde van de Brutomarge Elektriciteit, dan is Aantal jaren in dit geval gelijk aan twee).

Indien een aanvrager bij de aanvraag van de subsidie ervoor kiest om de uitkomsten van de brutomargetoets voor gelieerde leden binnen dezelfde groep te combineren voor elektriciteit en gas dan vindt dat plaats zoals beschreven in artikel 3.4 (onderlinge verrekening overschrijding brutomargetoets bij elektriciteit en gas).

Dit houdt in dat er voor ieder lid binnen de groep een aparte brutomargetoets uitgevoerd wordt voor elektriciteit of gas, waarna de per lid berekende Overschrijding Brutomarge Elektriciteit, Overschrijding Brutomarge Gas of Overschrijding Brutomarge Elektriciteit en Gas samen zoals bovenstaand beschreven opgeteld worden voor alle leden om tot de in Hoofdstuk 3 te hanteren overschrijding van de historische referentiewaarde van de brutomarge te komen ten behoeve van de subsidievaststelling.

Brutomargetoets elektriciteit of gas bij een fusie

Indien een subsidieontvanger gedurende 2023 fuseert wordt de margetoets berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de marges van de fuserende partijen. Indien een aanvrager in 2023 een (gedeelte) van een klantenportfolio van een andere partij overneemt dan wordt daar op dezelfde manier mee omgegaan in de brutomargetoets als dat een partij nieuwe klanten toevoegt aan zijn eigen portfolio.

Wanneer twee of meerdere subsidieontvangers die op 1-01-2023 nog niet tot dezelfde groep behoorden gedurende de subsidieperiode tot dezelfde groep toetreden, kan door de betreffende subsidieontvangers gekozen worden voor implementatie van de brutomargetoets volgens een van onderstaande opties:

Portfolio’s elektriciteit of gas met zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen

Subsidieontvangers mogen portfolio's welke zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen omvat uitsluiten van de margetoets indien het gemiddeld aantal klanten elektriciteit of gas, (zoals gedefinieerd in tabel Definities brutomargetoets) in deze portfolio’s over 2023 gezamenlijk minder dan 5% van het totaal aantal kleinverbruik aansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling van de aanvrager.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling dan zullen subsidieontvangers een de brutomarge berekenen voor dit deel van het portfolio en delen door het aantal kleinverbruikers in dit deel van de portefeuille. In lijn met de formule Brutomarge Elektriciteitjaar. Dit betreft alleen aansluitingen in de reikwijdte van de ACM-vangnetregulering en sluit multisites met zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen uit.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling en het niet uitvoerbaar is voor de subsidieontvanger om op klantniveau een brutomarge te bepalen, dan wordt een brutomarge berekend door de totale inkoopkosten, risicopremies en leveringskosten voor kleinverbruikaansluitingen in het gemengde portfolio te berekenen op basis van het geleverd volume in kWh of m3 aan deze kleinverbruikaansluitingen.

Inflatie-indexatie vindt plaats op basis van een samengestelde index van het CPI exclusief energie, motorbrandstoffen en onbewerkte voedingsmiddelen (SA21, 50%) en het cao-loon bedrijven (50%). Voor de definitieve indexatie van de brutolonen in 2023 wordt de brutolonenindex (‘Cao-loon bedrijven’) over 2023 uit de Centraal Economisch Plan (CEP)-raming in het voorjaar van 2024 gebruikt. Voor de SA21 wordt het definitieve cijfer gehanteerd, dat het CBS naar verwachting februari 2024 publiceert. De gerealiseerde brutomarges worden bij de subsidievaststelling gecorrigeerd voor inflatie tot en met 2023, waarbij de inflatie indexatie voor de gerealiseerde brutomarges in de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022 achtereenvolgens berekend worden met de formule:

Inflatie indexatie2019 = (1+inflatie2020) * (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2020 = (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2021 = (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2022 = (1+inflatie 2023)

Waarbij de inflatie per jaar in tabel 1 onderstaand gepresenteerd wordt.

Berekening Brutomarge Gas

De aanvrager berekent de referentiewaarde voor de brutomarge op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de jaren 2019, 2020, 2021, 2022, waarbij negatieve brutomarges gelijk worden gesteld aan 0 en de aanvrager de mogelijkheid krijgt om één jaar buiten beschouwing te laten. Indien de aanvrager minder dan 4 jaar bestaat en daardoor geen cijfers heeft over 4 jaren, dan wordt de referentiewaarde gebaseerd op de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de beschikbare jaren tussen 2019 en 2022 en vervalt de mogelijk om één jaar buiten beschouwing te laten. Voor aanvragers waar geen gegevens beschikbaar zijn over de jaren 2019, 2021 of 2022 omdat er gedurende deze periode geen leveringsovereenkomsten zijn gesloten met kleinverbruikaansluitingen wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd. Voor aanvragers met uitsluitend gegevens over een deel van boekjaar 2022 mag de referentiewaarde gebaseerd worden op deze resultaten, anders wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd.

De brutomarge gas wordt per jaar berekend volgens de formule:

Brutomarge Gasjaar = Inflatie indexatiejaar * [(f) Omzet Gasjaar + *g)* Omzet vaste leveringskosten Gasjaar – *h)* Inkoopkosten van het goed Gasjaar – *i)* Overige leveringskosten Gasjaar – *j)* Inkoop premies Gasjaar)] / Aantal klanten gasjaar

Waarbij een ondergrens van 0 gehanteerd wordt en de termen gedefinieerd worden bij Inflatie indexatie en Tabel definities brutomargetoetsonderstaand.

De referentiewaarde brutomarge gas op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge wordt berekend volgens de formule:

Waarbij Aantal jaren gelijk is aan het aantal jaren waarvoor een brutomarge berekend is in de jaren (indien de Brutomarge Gas voor 2021 en 2022 gehanteerd worden voor de berekening van de referentiewaarde van de Brutomarge Gas, dan is Aantal jaren in dit geval gelijk aan twee).

Indien een aanvrager bij de aanvraag van de subsidie ervoor kiest om de uitkomsten van de brutomargetoets voor gelieerde leden binnen dezelfde groep te combineren voor elektriciteit en gas dan vindt dat plaats zoals beschreven in artikel 3.4 (onderlinge verrekening overschrijding brutomargetoets bij elektriciteit en gas).

Dit houdt in dat er voor ieder lid binnen de groep een aparte brutomargetoets uitgevoerd wordt voor elektriciteit of gas, waarna de per lid berekende Overschrijding Brutomarge Elektriciteit, Overschrijding Brutomarge Gas of Overschrijding Brutomarge Elektriciteit en Gas samen zoals bovenstaand beschreven opgeteld worden voor alle leden om tot de in Hoofdstuk 3 te hanteren overschrijding van de historische referentiewaarde van de brutomarge te komen ten behoeve van de subsidievaststelling.

Indien een subsidieontvanger gedurende 2023 fuseert wordt de margetoets berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de marges van de fuserende partijen. Indien een aanvrager in 2023 een (gedeelte) van een klantenportfolio van een andere partij overneemt dan wordt daar op dezelfde manier mee omgegaan in de brutomargetoets als dat een partij nieuwe klanten toevoegt aan zijn eigen portfolio.

Wanneer twee of meerdere subsidieontvangers die op 1-01-2023 nog niet tot dezelfde groep behoorden gedurende de subsidieperiode tot dezelfde groep toetreden, kan door de betreffende subsidieontvangers gekozen worden voor implementatie van de brutomargetoets volgens een van onderstaande opties:

Portfolio’s elektriciteit of gas met zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen

Subsidieontvangers mogen portfolio's welke zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen omvat uitsluiten van de margetoets indien het gemiddeld aantal klanten elektriciteit of gas, (zoals gedefinieerd in tabel Definities brutomargetoets) in deze portfolio’s over 2023 gezamenlijk minder dan 5% van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling van de subsidieontvanger.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling dan zullen subsidieontvangers een de brutomarge berekenen voor dit deel van het portfolio en delen door het aantal kleinverbruikers in dit deel van de portefeuille. In lijn met de formule Brutomarge Elektriciteitjaar. Dit betreft alleen aansluitingen in de reikwijdte van de ACM-vangnetregulering en sluit multisites met zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen uit.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling en het niet uitvoerbaar is voor de subsidieontvanger om op klantniveau een brutomarge te bepalen, dan wordt een brutomarge berekend door de totale inkoopkosten, risicopremies en leveringskosten voor kleinverbruikaansluitingen in het gemengde portfolio te berekenen op basis van het geleverd volume in kWh of m3 aan deze kleinverbruikaansluitingen.

Inflatie-indexatie vindt plaats op basis van een samengestelde index van het CPI exclusief energie, motorbrandstoffen en onbewerkte voedingsmiddelen (SA21, 50%) en het cao-loon bedrijven (50%). Voor de definitieve indexatie van de brutolonen in 2023 wordt de brutolonenindex (‘Cao-loon bedrijven’) over 2023 uit de Centraal Economisch Plan (CEP)-raming in het voorjaar van 2024 gebruikt. Voor de SA21 wordt het definitieve cijfer gehanteerd, dat het CBS naar verwachting februari 2024 publiceert. De gerealiseerde brutomarges worden bij de subsidievaststelling gecorrigeerd voor inflatie tot en met 2023, waarbij de inflatie indexatie voor de gerealiseerde brutomarges in de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022 achtereenvolgens berekend worden met de formule:

Inflatie indexatie2019 = (1+inflatie2020) * (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2020 = (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2021 = (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2022 = (1+inflatie 2023)

Waarbij de inflatie per jaar in onderstaande tabel gepresenteerd wordt.

1verrekening at-arms-length (zie ook passage hoe om te gaan met verrekenprijzen)

2verrekening at-arms-length (zie ook passage hoe om te gaan met verrekenprijzen)

B. Rendementstoets warmte

Zoals verwezen wordt in artikel 3.5 en artikel 7.2, wordt in deze bijlage uiteengezet hoe de rendementstoets warmte vormgegeven wordt.

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

Waarbij kva, THWkva, CLWkva, PTW en NRW achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THWkva: de totale hoeveelheid warmte in GJ die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;

CLWkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per GJ die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid warmte die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTW: het plafondtarief voor warmte;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

NRW: de overschrijding van het in 2023 gerealiseerde rendement in € ten opzichte van het normrendement voor warmte in €, bepaald conform deze bijlage.

Overschrijding normrendement warmte = (ROIC kleinverbruikers2023 – Normrendement) * Activawaarde * (warmte onder plafond [GJ]/totaal volume warmte [GJ])

De ROIC kleinverbruikers 2023 wordt berekend conform onderstaande definities en met de reikwijdte van de subsidieregeling (alle aansluitingen tot en met 100kW). Daar waar geen onderscheidt of verdeling gemaakt kan worden van de gegevens conform de reikwijdte van de regeling wordt per rato op basis van volumes de kosten en/of opbrengsten verdeeld

De aanvrager berekent de referentiewaarde als gemiddelde gerealiseerde ROIC in de jaren 2019, 2020, 2021, 2022 waarbij de aanvrager de mogelijkheid krijgt om één jaar buiten beschouwing te laten. Voor deze referentiewaarde geldt een minimumwaarde van 6,5%. Dat wil zeggen dat indien de op de boven beschreven manier berekende historische referentiewaarde lager is dan 6,5%, de referentiewaardewaarde op 6,5% wordt vastgesteld. Indien de ACM in de loop van 2023 het redelijk rendement voor de rendementstoets vaststelt dat hoger ligt dan 6,5%, zal het normrendement verhoogd worden naar het door de ACM vastgestelde redelijke rendement.

Voor de jaren waarvoor de leverancier gegevens bij de ACM heeft aangeleverd voor de rendementsmonitor, berekent de leverancier de historische ROIC voor aansluitingen tot en met 100 kW conform de voor de monitor gehanteerde methodiek en bevestigt met accountantsproduct dat deze methodiek is gebruikt.

Voor de jaren waarvoor de leverancier geen gegevens bij de ACM heeft aangeleverd voor de rendementsmonitor, of als de leverancier niet opgenomen wordt in de monitor, berekent de leverancier de historische ROIC kleinverbruikers zoals gedefinieerd in deze regeling.

C. Hoe om te gaan met interne verrekenprijzen

Onderstaande systematiek geldt in de context van het vaststellen van de subsidieregeling Compensatie Energiekosten. Met onderstaande systematiek wordt gewaarborgd dat de interne verrekenprijzen, die de bedrijven hanteren ten behoeve van de subsidiebepaling, op zakelijkheid berusten en dat de historische benchmark consistent is qua systematiek waardoor een zuivere vergelijking ontstaat in 2023 ten opzichte van de historische benchmarkperiode. Voor de zakelijke interne verrekenprijssystematiek wordt aangesloten bij OESO Transfer Pricing Guidelines 2022. Dit wordt door een externe onafhankelijke deskundige getoetst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.