Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2022, nr. 2022-0000261694, houdende regels met betrekking tot de besteding van gelden uit het Fonds voor een rechtvaardige transitie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad (Subsidieregeling JTF 2021–2027)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 613
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.

5.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde lid of vierde lid verlengen.

Artikel 2.1.10. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a. na toepassing van artikel 1.20 aan een project minder dan 70 punten zijn toegekend;
  • b. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 80 procent op onderdeel a van artikel 1.20, eerste lid;
  • c. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 50 procent op onderdelen b, d, en f van artikel 1.20, eerste lid;
  • d. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 100 procent op onderdeel e van artikel 1.20, eerste lid;
  • e. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 2.500.000;
  • f. de financiering van het project niet uiterlijk zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking aantoonbaar is. In het geval van financiering door derde(n) wordt juridisch bindende documentatie aangeleverd;
  • g. de activiteiten gericht zijn op industriële dienstverlening, energieproductie of waterstofproductie ten behoeve van energieopwekking;
  • h. de activiteiten gericht zijn op productie van biobrandstoffen waarvoor een bijmengverplichting reeds langer dan twee jaar van kracht is;
  • i. de activiteiten gericht zijn op hergebruik van producten, afvalstoffen en/of grondstoffen, waarbij er geen sprake is van een hoogwaardige toepassing of wanneer er sprake is van het opwerken van afval uitsluitend ten behoeve van export;
  • j. de onderneming geen financiële bijdrage levert uit eigen middelen van ten minste 25 procent van de subsidiabele kosten;
  • k. als gevolg van het project het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager afneemt;
  • l. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
  • m. de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar oordeel van de Minister van SZW niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten zijn gestart;
  • n. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
  • o. het project niet voldoet aan het principe van Do no significant harm door ontbreken van overtuigend zicht op het ontvangen van alle noodzakelijke vergunningen;
  • p. de analyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen niet goedgekeurd wordt.
Artikel 2.1.11. Beoordelingscriteria
1.

Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de zes criteria bedoeld in het artikel 1.20. De weging van de zes criteria is:

  • a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten;
  • b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
  • c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 0 punten;
  • d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 25 punten;
  • e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 5 punten;
  • f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
2.

Voor de toepassing van artikel 1.20, eerste lid, geldt de tabel die is opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 2.1.12. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.

2.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

3.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten. Het voorschot bedraagt de in de rapportage verantwoorde gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, vermenigvuldigd met het toegestane subsidiepercentage, bedoeld in artikel 1.31.

4.

In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.

Artikel 2.1.13. Subsidieaanvraag
1.

In aanvulling op het artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
  • b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het SNN aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften.
2.

Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.

3.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.

Artikel 2.1.14. Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd overeenkomstig artikel 1.4, tweede lid.

Artikel 2.1.15. Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 1 vervallen met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel 2.2. JTF-Call 2022 voor grote Kennis- en valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027

Artikel 2.2.1. Begripsomschrijvingen
1.

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. kennisontwikkelingsproject: project dat zich richt op kennisontwikkeling, zijnde een onderzoeksproject of een andersoortig project waarin kennisontwikkeling centraal staat;
  • –. RIS3 2021–2027: Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;
  • –. SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
  • –. transities: de transities zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;
  • –. valorisatieproject: innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.
2.

In afwijking van artikel 1.1 wordt verstaan onder:

  • –. productieve investering: een investering in vaste of immateriële activa die hoofdzakelijk wordt aangewend voor de productie van goederen die aan derden verkocht worden of in het eigen productieproces worden verbruikt.
Artikel 2.2.2. Doel subsidie

Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend past binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.

Artikel 2.2.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatie-, of kennisontwikkelingsproject aan:

  • a. een natuurlijke ondernemingsvorm;
  • b. een rechtspersoon; of
  • c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
Artikel 2.2.4. Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een valorisatie-, of een kennisontwikkelingsproject binnen minimaal één van de vier RIS transities.

Artikel 2.2.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 28.568.000.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.

Artikel 2.2.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 23 januari 2023 tot en met 29 september 2023.

2.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde startdatum en is tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur is ontvangen.

3.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl/.

Artikel 2.2.7. Hoogte subsidie
1.

De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele kosten bij een valorisatieproject.

2.

De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten bij een kennisontwikkelingsproject.

3.

De subsidie wordt met 10 procentpunten verhoogd indien het project daadwerkelijke samenwerking betreft, inhoudende:

  • a. een samenwerkingsverband opgericht ten behoeve van de uitvoering van dit project, waarbij geen van de individuele aanvragers meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt; of
  • b. een samenwerkingsverband tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
4.

De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de artikelen 25, 27, 28 en 29 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

5.

De subsidie bedraagt minimaal € 1.000.000 per project.

6.

De subsidie bedraagt maximaal € 4.000.000 per project en maximaal € 2.500.000 per projectpartner.

Artikel 2.2.8. Subsidiabele kosten

De kosten van productieve investeringen zijn niet subsidiabel.

Artikel 2.2.9. Looptijd

Uiterlijk 30 november 2026 dienen alle projectactiviteiten volledig ten uitvoer te zijn gebracht.

Artikel 2.2.10. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;
  • b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of
  • c. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 30 november 2026 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
Artikel 2.2.11. Beoordelingscriteria
1.

Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, d, e en f van artikel 1.20, eerste lid.

2.

Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid:

  • a. voor criterium a maximaal 30 punten;
  • b. voor criterium c maximaal 15 punten bij een valorisatieproject en maximaal 25 punten bij een kennisontwikkelingsproject;
  • c. voor criterium d maximaal 25 punten bij een valorisatieproject en maximaal 15 punten bij een kennisontwikkelingsproject;
  • d. voor criterium e maximaal 15 punten;
  • e. voor criterium f maximaal 15 punten.
Artikel 2.2.12. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten, conform artikel 1.30, een voorschot van 20% van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.

2.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

3.

In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

4.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaal bedrag aan voorschotten maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

5.

In afwijking van het vierde lid kan een voorschot tot een maximum van 100% van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:

  • a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
  • b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
  • c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming heeft.
Artikel 2.2.13. Subsidieaanvraag
1.

In aanvulling op het artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
  • b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het SNN aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften.
2.

Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.

3.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.

Artikel 2.2.14. Staatssteun

Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:

  • a. de de-minimisverordening; of
  • b. de artikelen 25, 27, 28 en 29 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.2.15. Vervaltermijn

Deze titel en artikel 9.2.1.2 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond

Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond

Artikel 3.1.1. Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. TJTP IJmond: het Territorial Just Transition Plan IJmond, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening, met betrekking tot de JTF-regio IJmond.
Artikel 3.1.2. Doel subsidie

Het doel van de subsidie op grond van deze titel heeft is het bevorderen van vernieuwing, versterking en diversificatie van de regionale economie, investeringen in technologie, systemen en infrastructuur om nieuwe, duurzame banen te creëren en investeringen in een wendbare en weerbare beroepsbevolking.

Artikel 3.1.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager voor een project dat:

  • a. past binnen één van de in bijlage 2 opgenomen beschrijvingen;
  • b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio IJmond; en
  • c. past binnen de kaders van deze regeling.
Artikel 3.1.4. Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de sporen 1, 2 of 3 van prioritaire as 2 uit het Programma JTF 2021–2027.

Artikel 3.1.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 44.304.516.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.

Artikel 3.1.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://start.jtf-webportal.nl/.

Artikel 3.1.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie kent een maximum van € 4.000.000 per aanvraag.

Artikel 3.1.8. Starttermijn en looptijd
1.

De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.

2.

De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.

Artikel 3.1.9. Beoordelingscriteria
1.

Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.

2.

Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid ten hoogste:

  • a. bijdrage aan de doelstellingen van het JTF-programma 2021–2027: 20 punten;
  • b. sociaal-economische integraliteit: 20 punten;
  • c. technische en sociale innovatiegehalte: 15 punten;
  • d. economisch of financieel toekomstperspectief: 15 punten;
  • e. kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
  • f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 3.1.10. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag, vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de verleende subsidie.

2.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.

3.

In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

4.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.

Artikel 3.1.11. Vervaltermijn

Deze titel, bijlage 2 en artikel 9.2.2.1 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond

Titel 2.4. Steun aan opleidingsinfrastructuur en flankerende campusactiviteiten

Artikel 4.1.1. Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Groot-Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond.
Artikel 4.1.2. Doel subsidie

Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

Artikel 4.1.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat:

  • a. past binnen één van de in bijlage 3 opgenomen beschrijvingen;
  • b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond;
  • c. past binnen de kaders van deze regeling.
Artikel 4.1.4. Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de prioritaire as 3, spoor 1 – het vernieuwen en versterken regionale economie met duurzame en/of circulaire industriële ketens of spoor 2 – het versnellen van transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie industriële ketens, van het Programma JTF 2021–2027.

Artikel 4.1.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 31.100.000.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.

Artikel 4.1.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur tot en met 31 mei 2025 17.00 uur.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://start.jtf-webportal.nl/.

Artikel 4.1.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 2.000.000 per project.

Artikel 4.1.8. Starttermijn en looptijd
1.

De projectactiviteiten in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.

2.

De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.

Artikel 4.1.9. Beoordelingscriteria
1.

Aanvragen worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.

2.

Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid ten hoogste:

  • a. bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
  • b. sociaal-economischeintegraliteit: 15 punten;
  • c. technische en sociale innovatiegehalte: 15 punten;
  • d. economisch of financieel toekomstperspectief: 15 punten;
  • e. kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
  • f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
Artikel 4.1.10. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidiabele projectkosten.

2.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.

3.

In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

4.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.

Artikel 4.1.11. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond

Artikel 4.2.1. Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de regio Groot-Rijnmond.
Artikel 4.2.2. Doel subsidie

Een project in het kader van deze titel heeft tot doel het bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende juist opgeleide en gemotiveerde weerbare beroepsbevolking voor de opgaven, bij een toenemend vacature-overschot en het verdwijnen of wijzigen van bestaande functies door de transitieopgave.

Artikel 4.2.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat:

  • a. past binnen één van de in bijlage 4 opgenomen beschrijvingen;
  • b. wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en
  • c. past binnen de kaders van deze regeling.
Artikel 4.2.4. Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de spoor 3 van prioritaire as 3 uit het Programma JTF 2021–2027.

Artikel 4.2.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 9.375.000.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.

Artikel 4.2.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur tot en met 31 mei 2025 17.00 uur.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het https://start.jtf-webportal.nl/.

Artikel 4.2.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie kent geen maximum per project.

Artikel 4.2.8. Starttermijn en looptijd
1.

De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.

2.

De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.

Artikel 4.2.9. Beoordelingscriteria

Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid ten hoogste:

  • a. bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
  • b. sociaal-economische integraliteit: 30 punten;
  • c. technische en sociale innovatiegehalte: 20 punten;
  • d. economisch of financieel toekomstperspectief: 0 punten;
  • e. kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
  • f. bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 4.2.10. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op basis van een gemotiveerde aanvraag een voorschot als werkkapitaal op het moment van beschikken van de subsidie van maximaal 30 procent van de subsidie.

2.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot.

3.

In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

4.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.

Artikel 4.2.11. Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant

Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg

Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies

Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering

Titel 9.1. Algemene bepalingen

Artikel 9.1.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • –. Rijksbeleid: het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en het vigerende beleid voor klimaat en energie, digitalisering en sleuteltechnologieën, circulaire economie, dat valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZK.
Artikel 9.1.2. Subsidieverstrekking

De Minister van EZK verstrekt op aanvraag subsidie voor activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van de hoofdstukken 2 tot en met 8 en die naar het oordeel van de Minister bijdragen aan de realisatie van het Rijksbeleid.

Artikel 9.1.3. Subsidieplafond
1.

Het maximaal beschikbare bedrag voor subsidies als bedoeld in artikel 9.1.2 bedraagt voor de programmaperiode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 € 50.000.000.

2.

Het maximaal beschikbare bedrag per regio bedraagt:

  • a. voor de JTF-regio Groningen-Emmen € 25.000.000;
  • b. voor de JTF-regio IJmond € 5.000.000;
  • c. voor de JTF-regio Groot-Rijnmond € 5.000.000;
  • d. voor de JTF-regio West Noord-Brabant € 5.000.000;
  • e. voor de JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen € 5.000.000;
  • f. voor de JTF-regio Zuid-Limburg € 5.000.000.
3.

Het voor de EZK-cofinanciering beschikbare bedrag wordt in jaarlijkse tranches beschikbaar gesteld.

4.

De Minister van EZK kan op grond van dit hoofdstuk uitsluitend subsidie verstrekken indien de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening voor de desbetreffende activiteit of categorie van aanvragers is opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag in titel 9.2.

Artikel 9.1.4. Mandaatverlening door de Minister van EZK
1.

De Minister van EZK verleent bij besluit aan het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant mandaat, volmacht en machtiging om in het kader van de uitvoering van hoofdstuk 9:

  • a. besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn;
  • b. te beslissen op bezwaarschriften; en
  • c. in rechte op te treden.
2.

Een gemandateerde als bedoeld in het eerste lid is in het kader van de uitvoering van hoofdstuk 9 bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan bij hem werkzame functionarissen.

Artikel 9.1.5. Afwijzingsgronden

De Minister van EZK beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:

  • a. aan de aanvrager voor de activiteiten geen subsidie wordt verleend als bedoeld in artikel 1.4;
  • b. het project onvoldoende bijdraagt aan de realisatie van het in artikel 9.1.2 bedoelde Rijksbeleid.
Artikel 9.1.6. Schakelbepaling

De artikelen 1.24, 1.26, 1.27, 1.28, 1.29, 1.30, 1.31, 1.32, 1.33, 1.34, 1.35, 1.36, 1.37, 1.38 en 1.39 zijn van overeenkomstige toepassing op de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk.

Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s

Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen

Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond

Artikel 9.2.2.1. EZK-cofinanciering Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond
1.

De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.1.3.

2.

Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 5.000.000.

3.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 23 januari 2023 9.00 uur.

Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond

Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant

Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg

Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering

Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond

Artikel 10.1. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling JTF 2021–2027.

Artikel 10.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid

Scoretabel beoordelingscriteria

Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.

Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.

Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80% van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50% van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100% behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50% van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.

Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:

Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.

Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.

Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.

Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;

De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)

Bijlage 4. behorende bij artikel 4.2.3

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond Over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl) Meer specifiek moet een project bijdragen aan het spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in spoor 1/2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord Home :: Rotterdams Klimaatakkoord; https://www.rotterdamsklimaatakkoord.nl/.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Artikel 5.1.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. TJTP West-Noord-Brabant: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie, als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio West-Noord-Brabant met de titel Territorial Just Transition Plan van de COROP-regio West-Noord-Brabant.
Artikel 5.1.2. Doel subsidie
1.

Doel van subsidie op grond van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 1 van het TJTP West- Noord-Brabant.

2.

Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 1 van het TJTP West-Noord-Brabant uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan

innovatie ten behoeve van de energie- en grondstoffentransitie in de chemie en industrie, en daarmee aan vernieuwing en versterking van de regionale economie.

Artikel 5.1.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a. een rechtspersoon;
  • b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
  • c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
Artikel 5.1.4. Subsidiabele activiteiten
1.

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een of meer van de volgende acties:

  • a. productieve investeringen;
  • b. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven;
  • c. onderzoek en innovatie; of
  • d. digitalisering.
2.

De acties, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit een of meer van de volgende activiteiten:

  • a. onderzoek en innovatie gericht op:
  • 1°. circulaire chemie, grondstoffen of materialen;
  • 2°. chemie, grondstoffen of materialen en de eiwittransitie ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie;
  • 3°. duurzame product- en procesinnovaties ten behoeve van de energie- of grondstoffentransitie.
  • b. economische diversificatie en baancreatie in de circulaire of biobased chemie of economie;
  • c. digitale innovatie die nodig is voor de transitie van energie, industrie en naar groene chemie;
  • d. bevordering van de circulaire economie;
  • e. een combinatie van één of meer activiteiten onder a tot en met d met activiteiten gericht op de arbeidsmarkt in de zin van:
  • 1°. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
  • 2°. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan; of
  • 3°. actieve inclusie van werkzoekenden.
3.

De acties, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het gebied bestaande uit de volgende gemeenten in de JTF-regio West-Noord-Brabant:

  • a. Bergen op Zoom;
  • b. Steenbergen;
  • c. Moerdijk;
  • d. Drimmelen; of
  • e. Geertruidenberg.
Artikel 5.1.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 4.000.000.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op basis van rangschikking naar

geschiktheid, overeenkomstig artikel 1.19.

3.

Indien de beschikbare budgetten van artikel 5.1.5, eerste lid, onderdeel b, zoals deze gold tot 8 juli 2023 en artikel 5.2.5, eerste lid, zoals deze geldt tot 30 september 2023, niet volledig zijn benut, kunnen de resterende budgetten geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid.

4.

De Minister van SZW maakt verschuivingen als bedoeld in het derde lid uiterlijk bekend op 2 november 2023.

Artikel 5.1.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 28 september 2023 17.00 uur.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde

aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.

Artikel 5.1.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.

Artikel 5.1.8. Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 5.1.9. Starttermijn en looptijd
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.

2.

Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.

3.

De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.

4.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.

Artikel 5.1.10. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;
  • b. de aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen; of
  • c. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000.
Artikel 5.1.11. Beoordelingscriteria
1.

Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.

2.

Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:

  • a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
  • b. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 25 punten;
  • c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 20 punten;
  • d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
  • e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-

sociale impact: 20 punten.

Artikel 5.1.12. Voorschot
1.

De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.

2.

De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.

3.

De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.

4.

In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:

  • a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
  • b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
Artikel 5.1.13. Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
  • b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Artikel 5.2.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 5.2.2. Doel subsidie

Vervallen

Artikel 5.2.3. Doelgroep

Vervallen

Artikel 5.2.4. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 5.2.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel 5.2.6. Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel 5.2.7. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 5.2.8. Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel 5.2.9. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 5.2.10. Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel 5.2.11. Voorschot

Vervallen

Artikel 5.2.12. Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel 5.2.13. Vervaltermijn

Vervallen

Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Artikel 5.3.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 5.3.2. Doel subsidie

Vervallen

Artikel 5.3.3. Doelgroep

Vervallen

Artikel 5.3.4. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 5.3.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel 5.3.6. Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel 5.3.7. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 5.3.8. Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel 5.3.9. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 5.3.10. Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel 5.3.11. Voorschot

Vervallen

Artikel 5.3.12. Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel 5.3.13. Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel 6.1.1. Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel 6.1.2. Doel subsidie

Vervallen

Artikel 6.1.3. Doelgroep

Vervallen

Artikel 6.1.4. Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel 6.1.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel 6.1.6. Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel 6.1.7. Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel 6.1.8. Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel 6.1.9. Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel 6.1.10. Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel 6.1.11. Voorschot

Vervallen

Artikel 6.1.12. Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel 6.1.13. Vervaltermijn

Vervallen

Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel 6.2.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone van Vlissingen-Oost.
Artikel 6.2.2. Doel subsidie
1.

Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 2 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost.

2.

Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen prioriteit 4, Spoor 2 van het TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost uit het Programma JTF 2021–2027 en dragen bij aan investeringen in technologie, systemen en infrastructuur om de transitie naar een groene chemie mogelijk te maken.

Artikel 6.2.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a. een rechtspersoon;
  • b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
  • c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
Artikel 6.2.4. Subsidiabele activiteiten
1.

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor investeringen in technologie, systemen en infrastructuur gericht op:

  • a. de aanleg van het regionale netwerk voor groene waterstof en verbindingen met andere regio’s, investeringen in lokale elektrificatie en het uitwisselen van warmte via warmtenetten, voor zover er sprake is van warmte uit hernieuwbare bronnen; of
  • b. de scholing en training voor vaardigheden die nodig zijn voor het op de juiste manier gebruiken van nieuwe infrastructuur in combinatie met onderdeel a.
2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone Vlissingen-Oost.

Artikel 6.2.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 30.755.301.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van rangschikking naar geschiktheid overeenkomstig artikel 1.19.

Artikel 6.2.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 11 september 2023 17.00 uur.

2.

Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.

Artikel 6.2.7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste € 14.000.000 per project.

3.

Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.

Artikel 6.2.8. Starttermijn en looptijd
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.

2.

Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.

3.

De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.

4.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, met uiterlijk zes maanden verlengen.

Artikel 6.2.9. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of
  • b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.
Artikel 6.2.10. Beoordelingscriteria
1.

Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)