Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2022, nr. 2022-0000261694, houdende regels met betrekking tot de besteding van gelden uit het Fonds voor een rechtvaardige transitie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad (Subsidieregeling JTF 2021–2027)
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
- a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
- b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
- c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 25 punten;
- d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
- e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
Artikel 6.2.11. Voorschot
De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
- a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
- b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
Artikel 6.2.12. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 6.2.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Artikel 6.3.1. Begripsbepalingen
Vervallen
Artikel 6.3.2. Doel subsidie
Vervallen
Artikel 6.3.3. Doelgroep
Vervallen
Artikel 6.3.4. Subsidiabele activiteiten
Vervallen
Artikel 6.3.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Vervallen
Artikel 6.3.6. Aanvraagperiode
Vervallen
Artikel 6.3.7. Hoogte van de subsidie
Vervallen
Artikel 6.3.8. Starttermijn en looptijd
Vervallen
Artikel 6.3.9. Afwijzingsgronden
Vervallen
Artikel 6.3.10. Beoordelingscriteria
Vervallen
Artikel 6.3.11. Voorschot
Vervallen
Artikel 6.3.12. Subsidieaanvraag
Vervallen
Artikel 6.3.13. Vervaltermijn
Vervallen
Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
Artikel 7.1.1. Begripsomschrijvingen
Vervallen
Artikel 7.1.2. Doel subsidie
Vervallen
Artikel 7.1.3. Doelgroep
Vervallen
Artikel 7.1.4. Subsidiabele activiteiten
Vervallen
Artikel 7.1.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Vervallen
Artikel 7.1.6. Aanvraagperiode
Vervallen
Artikel 7.1.7. Hoogte van de subsidie
Vervallen
Artikel 7.1.8. Niet- subsidiabele kosten
Vervallen
Artikel 7.1.9. Starttermijn en looptijd
Vervallen
Artikel 7.1.10. Afwijzingsgronden
Vervallen
Artikel 7.1.11. Beoordelingscriteria
Vervallen
Artikel 7.1.12. Voorschot
Vervallen
Artikel 7.1.13. Subsidieaanvraag
Vervallen
Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond
Artikel 7.2.1. Begripsomschrijvingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. TJTP Zuid-Limburg: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio Zuid-Limburg met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zuid-Limburg.
Artikel 7.2.2. Doel subsidie
Doel van subsidie op basis van deze titel is uitvoering te geven aan Spoor 2 van het TJTP Zuid-Limburg.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend passen binnen prioriteit 6, Spoor 2 van het TJTP Zuid-Limburg uit het Programma JTF 2021–2027 en hebben tot doel om nieuwe, duurzame banen te creëren, door te investeren in technologie, systemen en infrastructuur.
Artikel 7.2.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. een rechtspersoon;
- b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
- c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met de op 31 mei 2023 ingediende wijziging van het Programma JTF 2021–2027 en de aanvrager of een van de afzonderlijke partijen in het samenwerkingsverband een grote onderneming is, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met de wijziging van het programma.
Artikel 7.2.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
- a. investeringen in technologie, infrastructuur met als doel om het circulaire fundament van het chemiecluster te versterken; of
- b. voorbereidende planvorming en processen tot investeringen als bedoeld in onderdeel a.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op:
- a. groene waterstofinfrastructuur met nadruk op lokale aansluitingen, lokale netwerken en innovatieve toepassingen;
- b. circulaire infrastructuur;
- c. CO2-infrastructuur;
- d. lokale openbare infrastructuur voor elektrificatie van het chemiecluster;
- e. infrastructuur, waaronder de aanleg van kennisinfrastructuur en infrastructurele faciliteiten voor technologieontwikkeling en -overdracht; of
- f. een combinatie van de acties onder a tot en met e met acties gericht op de arbeidsmarkt in de zin van:
- i. bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
- ii. begeleiding van werkzoekenden bij het zoeken van een baan;
- iii. Actieve inclusie van werkzoekenden.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in of ten behoeve van het werkingsgebied Zuid-Limburg.
Artikel 7.2.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt:
- a. voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4.,eerste lid, onderdeel a, € 18.200.937;
- b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4., eerste lid, onderdeel b, € 1.000.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op basis van rangschikking naar geschiktheid overeenkomstig artikel 1.19.
Artikel 7.2.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 10.00 uur tot en met 11 september 2023 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
Artikel 7.2.7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste:
- a. € 5.000.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel a;
- b. € 250.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel b.
Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
Artikel 7.2.8. Niet-subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 1.15 en in afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 7.2.9. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk achttien maanden na sluiting van de aanvraagperiode zijn verkregen.
De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
Artikel 7.2.10. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteit is gericht op de aanleg van 380 kV-infrastructuur;
- b. aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen;
- c. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voor het indienen van de subsidieaanvraag; of
- d. de aan het project te verlenen subsidie voor activiteiten als bedoel in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel a, minder bedraagt dan € 1.000.000.
Artikel 7.2.11. Beoordelingscriteria
Projecten worden beoordeeld op alle onderdelen van artikel 1.20, eerste lid.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid maximaal:
- a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
- b. voor de mate waarin het project bijdraagt aan sociaaleconomische integraliteit: 20 punten;
- c. voor de hoogte van het technische en sociale innovatiegehalte van het project: 15 punten;
- d. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;
- e. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
- f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 7.2.12. Voorschot
De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal:
- a. 90 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie tot € 5.000.000;
- b. 95 procent van de verleende subsidie, bij een verleende subsidie van minimaal € 5.000.000.
Artikel 7.2.13. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; en
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Titel 2.13. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid
Artikel 7.3.1. Begripsomschrijvingen
Vervallen
Artikel 7.3.2. Doel subsidie
Vervallen
Artikel 7.3.3. Doelgroep
Vervallen
Artikel 7.3.4. Subsidiabele activiteiten
Vervallen
Artikel 7.3.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Vervallen
Artikel 7.3.6. Aanvraagperiode
Vervallen
Artikel 7.3.7. Hoogte van de subsidie
Vervallen
Artikel 7.3.8. Starttermijn en looptijd
Vervallen
Artikel 7.3.9. Afwijzingsgronden
Vervallen
Artikel 7.3.10. Beoordelingscriteria
Vervallen
Artikel 7.3.11. Voorschot
Vervallen
Artikel 7.3.12. Subsidieaanvraag
Vervallen
Artikel 7.3.13. Vervaltermijn
Vervallen
Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies
Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
Titel 2.13. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid
Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s
Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen
Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant
Artikel 9.2.4.1. EZK-cofinanciering Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.1.3.
Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 5.000.000.
Een aanvraag kan worden ingediend:
- a. in de eerste periode die loopt van 13 februari 2023 10.00 uur tot en met 31 maart 2023 17.00 uur;
- b. in de tweede periode die loopt van 5 juni 2023 10.00 uur tot en met 7 juli 2023 17.00 uur.
Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
Artikel 9.2.5.1. EZK-Cofinanciering Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.1.3.
Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 3.000.000.
Een aanvraag kan worden ingediend van 5 juni 2023 10.00 uur tot en met 7 juli 2023 17.00 uur.
Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
Artikel 9.2.6. EZK-cofinanciering Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.1.3.
Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 5.000.000.
Een aanvraag kan worden ingediend van 8 mei 2023 10.00 uur tot en met 22 mei 2023 17.00 uur.
Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering
Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.
Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80% van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50% van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100% behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50% van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.
Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.
Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.
Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;
De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)
Bijlage 4. behorende bij artikel 4.2.3
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond Over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl) Meer specifiek moet een project bijdragen aan het spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in spoor 1/2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord Home :: Rotterdams Klimaatakkoord; https://www.rotterdamsklimaatakkoord.nl/.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Titel 2.3. Steun aan lokale collectieve infrastructuur en utiliteiten
Artikel 2.3.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- −. collectieve infrastructuur: gemeenschappelijke infrastructuur waar meerdere ondernemingen gebruik van kunnen maken;
- −. diversificatie: de nieuwe activiteit is niet hetzelfde of vergelijkbaar met de activiteit die voordien in die vestiging werd uitgeoefend;
- −. lokale infrastructuur: infrastructuur die op lokaal niveau bijdraagt tot het verbeteren van het ondernemingsklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis.
- −. oplaadinfrastructuur: vaste of mobiele infrastructuur om wegvoertuigen van elektriciteit te voorzien;
- −. randvoorwaardelijke infrastructuur: infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en groene bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
- −. TJTP: Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
- −. RIS3 2021–2027: regionale innovatiestrategie 2021–2027, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;
- −. SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen;
- −. specifieke infrastructuur: infrastructuur die is aangelegd voor vooraf identificeerbare ondernemingen en op hun behoeften is toegesneden;
- −. transformatie: fundamentele verandering in het productieproces gericht op omschakeling naar hernieuwbare grond- of brandstoffen of naar hernieuwbare energie;
- −. werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 2.3.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om spoor 2 van het TJTP uit te voeren ten aanzien van investeringen in randvoorwaardelijke infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen.
Projecten dragen bij aan een kansrijke vestigingsomgeving voor circulaire en groene bedrijvigheid binnen de vier transities die zijn opgenomen in de RIS3 2021–2027:
- a. van een lineaire naar een circulaire economie;
- b. van fossiele naar hernieuwbare energie;
- c. van zorg naar duurzame gezondheid;
- d. van analoog naar digitaal.
Projecten moeten betrekking hebben op randvoorwaardelijke infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen ten behoeve van het werkingsgebied.
Artikel 2.3.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. een rechtspersoon;
- b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
- c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
Artikel 2.3.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor:
- a. investeringen in collectieve infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen ten behoeve van diversificatie en transformatie van industrie naar 0-emissie, hernieuwbare energie en grondstoffen of circulaire grondstoffen; of
- b. proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur buiten industrieterreinen.
Voor subsidie komen niet in aanmerking:
- a. gereguleerde infrastructuur;
- b. (rest)warmte-infrastructuur waar geen uitzicht is op volledig duurzame opwekking van warmte;
- c. opwekking, transport of opslag van fossiele energie;
- d. opwekking, transport of opslag van waterstof die niet geproduceerd is via waterelektrolyse op basis van hernieuwbare elektriciteit, of door middel van superkritische en thermische vergassing van biogeen afval of getorreficeerde biomassa;
- e. investeringen in opwekking van duurzame energie;
- f. specifieke infrastructuur;
- g. ondergrondse CO2-opslag op land;
- h. investeringssteun voor publiek toegankelijke oplaad- of tankinfrastructuur voor emissiearme of emissievrije wegvoertuigen; en
- i. steun voor het distributienetwerkgedeelte van de energie-efficiënte stadsverwarmings- en stadskoelingsinstallatie.
Artikel 2.3.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 48.500.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.3.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 3 april 2023 9.00 uur tot en met 30 april 2025 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.3.7. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000.000 per project.
Artikel 2.3.8. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk vijf maanden na datum van de verleningsbeschikking zijn verkregen.
De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
Artikel 2.3.9. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000;
- c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
- d. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is; of
- e. de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.
Artikel 2.3.10. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het maximaal aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
- a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 40 punten;
- b. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 20 punten;
- c. voor de kwaliteit van het projectplan: 20 punten;
- d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
Artikel 2.3.11. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
Artikel 2.3.12. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
De aanvraag wordt ingediend bij het SNN via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.3.13. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Artikel 2.4.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- −. campus: een geografische concentratie of bundeling van bedrijven, onderwijs- of kennisinstellingen en instituten, waar gezamenlijke activiteiten ten aanzien van onderwijs, onderzoek en ontwikkeling centraal staat in de onderlinge relaties tussen de organisaties die in de campus deelnemen;
- −. campusorganisatie: de rechtspersoon die de gezamenlijke activiteiten op de campus uitvoert of coördineert;
- −. TJTP: Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
- −. RIS3 2021–2027: regionale innovatiestrategie 2021–2027, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;
- −. SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen.
- −. werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 2.4.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP uit te voeren ten aanzien van de arbeidsmarktontwikkelingen die nodig zijn voor de verschillende transities.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen spoor 3 voor het versterken van de opleidingsinfrastructuur en het toekomstbestendig maken van de beroepsbevolking.
Projecten dragen bij aan de ontwikkeling en totstandkoming van fysieke of niet-fysieke opleidingsinfrastructuur, met flankerende inhoudelijke (ecosysteem-) programma’s, die beantwoordt aan de behoefte aan technologie, benodigde kennis en benodigde vaardigheden bij de transities uit de RIS3 2021–2027, en waarin onderwijs- of kennisinstellingen en bedrijven doorlopend gezamenlijk kennis ontwikkelen, deze omzetten in onderwijsprogramma’s en deze flexibel inzetten voor huidige en toekomstige leden van de beroepsbevolking en het mkb.
Artikel 2.4.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. een rechtspersoon;
- b. een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of
- c. een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.
Artikel 2.4.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die de fysieke of niet-fysieke opleidingsinfrastructuur versterken door:
- a. de initiële opbouw of doorontwikkeling van campusorganisaties, als innovatie-ecosysteem gericht op organisatievermogen of programmatische ontwikkeling ten aanzien van om-, her- of bijscholing;
- b. de realisatie van fysieke onderwijs- locaties, met inbegrip van inrichting en machines, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een of meer van de activiteiten uit de onderdelen c tot en met e;
- c. de ontwikkeling van aanpakken waarin kennisontwikkeling, scholing, onderzoek dan wel toegepast onderzoek en leven lang ontwikkelen worden geïntegreerd, ten dienste worden gesteld aan bedrijven, werknemers of werkzoekenden of op een toegankelijke manier beschikbaar wordt gesteld voor inwoners uit de directe omgeving;
- d. de omzetting van ontwikkelde kennis, met inbegrip van sociale innovatie en strategisch personeelsbeleid, van bedrijven en kennisinstellingen in lesprogramma’s, curricula, doorlopende leerlijnen en een flexibel onderwijsaanbod ten behoeve van leven lang ontwikkelen; of
- e. een pakket aan modulaire scholingstrajecten dat kan worden ingezet voor bedrijven, werknemers of werkzoekenden.
Projecten bestaan uit activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, aangevuld met activiteiten onder minimaal één van de onderdelen c tot en met e van het eerste lid.
Investeringen in fysieke voorzieningen komen alleen voor subsidie in aanmerking wanneer deze plaatsvinden op een locatie gelegen in het werkingsgebied.
Artikel 2.4.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 45.000.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.4.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 16 februari 2026 9:00 uur tot en met 12 april 2026 17:00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.4.7. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000.000 per project.
Onverminderd het eerste lid wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
Artikel 2.4.8. Subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:
- a. worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;
- b. zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
- c. zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
- d. zijn gemaakt na 22 maart 2022;
- e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.4.9. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid verlengen.
Artikel 2.4.10. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000;
- c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
- d. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
- e. de verklaring van aanvrager ontbreekt dat de projectactiviteiten niet uit reguliere geldstromen ten behoeve van het onderwijs kunnen worden gedekt; of
- f. de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.
Artikel 2.4.11. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
- a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 35 punten;
- b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 20 punten;
- c. voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;
- d. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
- e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 2.4.12. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid bedoelde verlening van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 2.4.13. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
De aanvraag wordt ingediend bij het SNN via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.4.14. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027.
Artikel 9.2.1.1 vervalt met ingang van 30 maart 2024.
In afwijking van het eerste en tweede lid blijven deze titel en artikel 9.2.1.1 van toepassing op reeds ingediende aanvragen.
Titel 2.5. Steun aan arbeidsmarkttransitie
Artikel 2.5.1. Begripsbepalingen
Vervallen
Artikel 2.5.2. Doel subsidie
Vervallen
Artikel 2.5.3. Doelgroep
Vervallen
Artikel 2.5.4. Subsidiabele activiteiten
Vervallen
Artikel 2.5.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Vervallen
Artikel 2.5.6. Aanvraagperiode
Vervallen
Artikel 2.5.7. Hoogte subsidie
Vervallen
Artikel 2.5.8. Subsidiabele kosten
Vervallen
Artikel 2.5.9. Starttermijn en looptijd
Vervallen
Artikel 2.5.10. Afwijzingsgronden
Vervallen
Artikel 2.5.11. Beoordelingscriteria
Vervallen
Artikel 2.5.12. Voorschot
Vervallen
Artikel 2.5.13. Subsidieaanvraag
Vervallen
Artikel 2.5.14. Vervaltermijn
Vervallen
Titel 2.6. Steun aan financieringsinstrumenten voor start-up fondsen
Artikel 2.6.1. Begripsbepalingen
Vervallen
Artikel 2.6.2. Doel subsidie
Vervallen
Artikel 2.6.3. Doelgroep
Vervallen
Artikel 2.6.4. Subsidiabele activiteiten
Vervallen
Artikel 2.6.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Vervallen
Artikel 2.6.6. Aanvraagperiode
Vervallen
Artikel 2.6.7. Hoogte van de subsidie
Vervallen
Artikel 2.6.8. Subsidiabele kosten
Vervallen
Artikel 2.6.9. Starttermijn en looptijd
Vervallen
Artikel 2.6.10. Afwijzingsgronden
Vervallen
Artikel 2.6.11. Beoordelingscriteria
Vervallen
Artikel 2.6.12. Voorschot
Vervallen
Artikel 2.6.13. Subsidieaanvraag
Vervallen
Artikel 2.6.14. Vervaltermijn
Vervallen
Titel 2.6. Steun aan financieringsinstrumenten voor start-up fondsen
Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond
Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.1. Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
Titel 2.14. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het midden- en kleinbedrijf
Titel 3.3. Scholingsvouchers
Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen
Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies
Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
Titel 4.1. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen
Artikel 9.2.1.1. EZK-cofinanciering steun aan opleidingsinfrastructuur en flankerende campusactiviteiten
Vervallen
Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.
Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80% van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50% van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100% behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.
Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.
Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;
De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Bijlage 4. behorende bij artikel 4.2.3
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond Over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl) Meer specifiek moet een project bijdragen aan het spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in spoor 1/2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond Over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl) Meer specifiek moet een project bijdragen aan het spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in spoor 1/2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 9.2.1.2. EZK-cofinanciering steun aan JTF-Call 2022 voor grote Kennis- en valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027
De Minister van EZK verstrekt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.4.
Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 9.000.000.
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 5 juni 2023 9.00 uur tot en met 29 september 2023 17.00 uur.
Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant
Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50% van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)