Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 6 februari 2023, kenmerk 3507504-1043050-PG, houdende een specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026 (Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026)
De afgelopen jaren is er veel ingezet op het ontwikkelen van verschillende producten rondom breed motorische ontwikkeling. Ook het bewustzijn voor ‘veelzijdig bewegen’ is gegroeid. We maken de stap naar bredere implementatie van bestaande instrumenten in jeugdtrainingen/-activiteiten. We blijven net als hiervoor inzetten op de samenwerking met onderwijspartijen en gemeenten over de inzet op het testen van motorische vaardigheden. De uitslag van deze testen leidt steeds vaker tot een beweegadvies en interventie op maat. Ook gaan we aan de slag met verdere verspreiding en implementatie van de handreiking Vaardig in bewegen, waarin onder andere motorisch testen en het daaraan benodigde vervolgplan benoemd worden. Daarnaast biedt deze handreiking ook met het 2+1+2 model inspiratie. Deze koppelt sport- en beweegactiviteiten voor, tijdens (onder andere de gymles) en na school, waarbij een goede samenwerking op lokaal niveau het verschil maakt.
Verhogen sportdeelname en verlagen sportuitval bij jongeren. De hoge sportuitval van jongeren vanaf 12 jaar is een grote uitdaging. Helaas ervaren niet alle jongeren het plezier, de motivatie en zelfvertrouwen om te blijven sporten en bewegen bij een sportaanbieder. Het voorkomen van uitval in deze levensfase is van belang om sport een vanzelfsprekend onderdeel van de gehele levensloop te laten zijn. We doen aanvullend onderzoek naar de behoeften van deze groep jongeren voor sport- en spelvormen. Ook trekken we lering uit werkzame elementen bij aanbieders die het wel goed lukt om jongeren te behouden of later in te laten stromen. We gaan ontdekken wat zij goed doen en delen dat met andere sportaanbieders. Verder continueren we de inzet op de grootste schoolsportcompetitie voor voortgezet onderwijs, Olympic Moves.
Verduurzaming sportinfrastructuur. Het belang van de transitie naar een duurzame sportsector is groot. De komende jaren zullen de eisen vanuit de samenleving rond duurzaamheid alleen maar intensiveren. Ook de inzet op onderwerpen als circulariteit, biodiversiteit en klimaatadaptiviteit wordt steeds meer van belang. Dit is een grote uitdaging voor de sector, mede door de stijgende energiekosten, verschillen tussen sportaanbieders en accommodaties, en de steeds complexer wordende vraagstukken omtrent verduurzaming. De komende jaren zetten we, samen met ondernemers en verenigingen, gemeenten en bedrijfsleven, onverminderd in op verduurzaming. De Routekaart Verduurzaming Sport is leidend om deze opgave aan te pakken, en daarom zetten we de activiteiten uit de Routekaart voort.
Meer kosteneffectieve en maatschappelijk verantwoorde exploitatie van sportaccommodaties.
De sport wordt, net als andere sectoren, geconfronteerd met stijgende kosten en hoge inflatie. De vraag hoe een sportaccommodatie kosteneffectief kan worden gebouwd en geëxploiteerd, en een zo groot mogelijke maatschappelijke waarde kan vertegenwoordigen, is daarom zeer relevant. Nieuwe exploitatiemodellen kunnen ervoor zorgen dat sportaccommodaties efficiënter worden benut en ook zorgen voor nieuwe vormen van gebruik door doelgroepen zoals ondernemers, onderwijs of andere maatschappelijke en commerciële partijen. Daarmee kunnen we gezamenlijk waarde leveren aan de omgeving. We bestuderen hoe kosteneffectieve en maatschappelijk verantwoorde exploitatiemodellen kunnen worden ontwikkeld, verspreid en toegepast, die zorgen dat een accommodatie zo veel mogelijk maatschappelijke waarde oplevert, en dat de toegevoegde waarde van de accommodatie voor andere domeinen duidelijk in beeld komt. Daarbij kijken we ook naar de wijze waarop die waarde een plek kan krijgen in aanbestedingen.
Betere spreiding en bereikbaarheid van sportinfrastructuur.
Bereikbaarheid en toegankelijkheid van sportaccommodaties en beweegvoorzieningen zijn belangrijke voorwaarden om mensen te kunnen laten sporten en bewegen. De behoeften aan ruimte voor sport bewegen verschillen van plek tot plek en zijn aan verandering onderhevig. Dat beïnvloedt de optimale spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen. We doen meer onderzoek naar de spreiding en bereikbaarheid, met aandacht voor de toegankelijkheid en de kansengelijkheid in het aanbod van voorzieningen. Dit raakt aan het thema Inclusie en diversiteit. Om in te spelen op ontwikkelingen in de sport, ontwikkelen we instrumenten voor inzicht in huidige en toekomstige behoeften aan ruimte voor sport en bewegen. Beleidsmakers kunnen hiermee zien welke huidige en toekomstige verbeteringen mogelijk zijn om sport toegankelijker te maken. Het vergt vervolgens afstemming tussen nationale, regionale en lokale spelers voor een passende spreiding van voorzieningen.
Verdere versterking beweegvriendelijke omgeving.
Steeds meer mensen sporten en bewegen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld wandelen, hardlopen, wielrennen en bootcamp. Om meer mensen te stimuleren dit te doen en het buitenspelen te bevorderen, moeten de bestaande sportparken meer worden benut voor recreatief gebruik en moet de openbare ruimte uitnodigend, inspirerend en beweegvriendelijk zijn ingericht. Ruimtelijke ordening is hierin essentieel, maar neemt de waarde van ruimte voor sport en bewegen niet altijd mee in gebiedsontwikkeling. We brengen de waarde van een beweegvriendelijke omgeving voor natuur, milieu, mens en omgeving beter in beeld en brengen dit onder de aandacht bij beleidsmakers, wethouders en andere relevante partijen (waaronder planologen en stedenbouwkundigen).
Efficiënter ruimtegebruik van sportinfrastructuur.
De ruimte in Nederland is schaars en wordt steeds schaarser. Nieuwbouw of uitbreiding van sportvoorzieningen is niet overal vanzelfsprekend. De sportsector biedt veel kansen om efficiënter om te gaan met de ruimte die het nu inneemt, om zo een nog grotere bijdrage te leveren aan de omgeving. Door meervoudig en multifunctioneel gebruik van voorzieningen, verbetert de benutting en kan de verbinding tussen sport en andere domeinen, zoals klimaat, welzijn en onderwijs, verbeteren. We delen voorbeelden met lokale partijen om ze te inspireren hiermee aan de slag te gaan, zoals maatschappelijke business cases over meervoudig gebruik van sportruimte als bijvoorbeeld sociale, beweeg- en energiehub. Ook ontwikkelen we instrumenten om meer sociale, maatschappelijke en/of economische activiteiten te faciliteren vanuit sportvoorzieningen.
Meer aandacht voor maatschappelijk verantwoorde prestaties.
De norm hoe talentvolle sporters worden opgeleid of hoe men binnen de topsport omgaat met het verleggen van grenzen is anders dan tien jaar geleden. Het is belangrijk dat iedereen binnen de topsport zich daarvan bewust is, om genoeg maatschappelijk draagvlak te behouden voor de topsport. Daarom moeten we op collectief niveau aan een topsportsysteem werken dat enerzijds bijstuurt wanneer negatieve waarden van topsport te groot dreigen te worden en anderzijds positieve waarden helpt te vergroten. Dit heeft een directe link met het thema sociale veiligheid.
Behoud en verrijking waardevolle topsportprestaties.
Prestaties zijn van maatschappelijk waarde. Het besef is gegroeid dat de focus op alleen medailles, op zichzelf uniek en inspirerend, de bredere rijkdom van de topsport onvoldoende laat zien. Er zijn ook andere aspecten en momenten, aanvullend op de mondiale successen, die maken dat we als samenleving topsport waarderen en hiervan genieten. Het is zaak om ons meer te richten op alle (aspecten van) waardevolle topsportprestaties. Dat zit vooral in de volgende lijnen: topsport- en opleidingsprogramma’s van de sportbonden, paralympische topsport, commerciële sporten (zoals formule 1, betaald voetbal, schaatsen, wielrennen) en topteamcompetities.
Betere benutting van het platform topsport voor bijdrage maatschappelijke doelen.
Topsport en topsportevenementen bieden een prachtig platform om bij te kunnen dragen aan maatschappelijke vraagstukken, zoals duurzaamheidsvraagstukken, overgewicht of eenzaamheid. Dat gebeurt echter niet automatisch. Het is belangrijk dat binnen de topsport het bewustzijn groeit over het platform dat zij te bieden heeft. De platformfunctie zit, naast in de sporters zelf, in alle andere facetten van de topsport (zoals accommodaties en begeleiding) en in de evenementen. De TeamNL centra kunnen lokaal en regionaal meer van maatschappelijke waarde zijn, door de aanwezige kennis en faciliteiten ook beschikbaar te stellen voor andere maatschappelijke vraagstukken.
Vergroten zichtbaarheid en bereik van topsport.
Ons doel is om het bereik van topsport te vergroten, en om meer en vaker Nederlanders te inspireren met de kracht van topsport. Daarbij richten we ons op alle aspecten van topsport, niet alleen de topsportprestaties zelf, maar ook de weg er naartoe, de manier waarop en de waarde die topsport kan hebben voor andere maatschappelijke vraagstukken.
Bijlage 2. – Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord
Het Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord is gericht op de herijking én de uitvoering van een lokaal Sportakkoord. Voor de G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven) is het gericht op de herijking en de uitvoering van een lokaal Sportakkoord en de uitvoering van een living lab.
Een lokaal Sportakkoord is een akkoord waarin door gemeente, sportaanbieders en maatschappelijke organisaties (welzijn, gezondheidszorg, onderwijs) afspraken zijn gemaakt over het beleid rondom sport en sportief bewegen en dat is gebaseerd op het landelijk Sportakkoord. Het blijft mogelijk voor gemeenten om, bij de herijking, de krachten te bundelen om tot een regionaal Sportakkoord te komen en daar uitvoering aan te geven.
Addendum bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023–2026
Met de Brede Regeling Combinatiefuncties wordt deelname aan sport en cultuur verbonden met ten minste één andere sector, zoals de zorg of het onderwijs. Door de jaren heen hebben de functionarissen zich ingezet om de verbinding tussen sectoren te realiseren.
De gezamenlijke ministeries en VNG/VSG zetten zich in om de komende jaren vraaggericht de toeleiding en begeleiding naar sport-, beweeg- en cultuuraanbod te versterken, zodat meer mensen actief betrokken raken bij en deelnemen aan sport, bewegen en cultuur en daarmee gezonder, actiever en fitter worden.
De inhoudelijke afspraken bouwen nadrukkelijk voort op het Nationaal Sportakkoord en de ‘Geactualiseerde Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2019–2022’. De herziene bestuurlijke afspraken kennen een looptijd van 1 januari 2023 t/m 31 december 2026.
Belangrijke inhoudelijke speerpunten zijn de gestelde doelen in Hoofdlijnen Sportakkoord II, het programma School en omgeving en de meerjarenbrief ‘De kracht van creativiteit’ (2023–2025).
Met het onderbrengen van de Brede Regeling Combinatiefuncties in de brede specifieke uitkering (SPUK) gericht op gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis zetten we de volgende stap in het doelgericht inzetten van functionarissen. Als onderdeel van de brede SPUK kunnen gemeenten een budget aanvragen voor sport-, beweeg en cultuurstimulering. Middels deze financiële constructie kunnen zij beter zicht houden op de besteding van de middelen.
In 2008 start de Impuls Brede scholen Sport en Cultuur vanuit een samenwerking tussen het Ministerie van OCW en VWS en de VNG. De oorspronkelijke doelstellingen zijn dat de combinatiefunctie moet bijdragen aan de uitbreiding van de brede scholen met sport- en cultuuraanbod, het versterken van de sportverenigingen, het stimuleren van een dagelijks sport- en beweegaanbod op en rond de scholen en/of het vertrouwd raken met en beoefenen van kunst en cultuur door de jeugd. De combinatiefunctionaris is een persoon die ten minste werkzaam is in twee sectoren (onderwijs, sport en cultuur) en in dienst is in één van deze twee sectoren.
In 2012 is de oorspronkelijke Impuls brede scholen, sport en cultuur verbreed en uitgebreid en is verder voortgezet onder de naam Brede Impuls Combinatiefuncties. Met deze uitbreiding en verbreding wilde de toenmalig Minister van VWS bereiken dat meer mensen kunnen sporten en bewegen in de buurt, dat sportverenigingen versterkt worden en dat er een verbinding wordt gelegd tussen sport en bewegen en andere sectoren zoals het onderwijs, welzijn, de kinderopvang, de zorg en het bedrijfsleven. Door in te zetten op deze verbinding kunnen de buurtsportcoaches tevens een bijdrage leveren aan lokale opgaven zoals het bevorderen van de gezondheid en de leefbaarheid van een wijk. Door de verbrede inzet kunnen buurtsportcoaches breder worden ingezet dan de combinatie Sport en school, waarmee alleen de jeugd werd bereikt.
In 2019 is gekozen de Impuls om te vormen naar een Regeling die meer de continuïteit en het commitment van Rijk en gemeenten aangeeft.
De Regeling werd met een aantal fte uitgebreid en de doelstellingen kwamen te liggen op het bereiken van een leven lang inclusief sporten, bewegen en beoefenen van culturele activiteiten. De nadruk kwam te liggen op jeugd, kwetsbare groepen, verbindingen tot stand brengen en het versterken van sport-, beweeg- en cultuuraanbieders. Hierin werd ook de verbinding gelegd met het Ministerie van SZW.
Ten aanzien van de inzet vanaf 2023 gelden de volgende afspraken:
Caribisch Nederland kent een andere historie met de Brede Regeling Combinatiefuncties. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn sinds 2019 buurtsportcoaches actief en in 2023 worden de cultuurcoaches geïntroduceerd. De functies zijn daarmee (relatief) nieuw. Dit in combinatie met de specifieke context van de eilanden maakt het doeltreffender om voor Caribisch Nederland separate afspraken te maken voor het toepassen van de Brede Regeling Combinatiefuncties. Die afspraken zijn, waar het kan en past, in lijn met de ambities en richtlijnen voor Europees Nederland. Het is de ambitie om op de eilanden toe te groeien naar een vergelijkbaar voorzieningenniveau.
De ondersteuning van gemeenten, werkgevers en de functionarissen bestaat uit het organiseren van passend opleidings- en scholingsaanbod, het creëren van een netwerk met uitwisselingsmogelijkheden en het verwerven en delen van kennis.
De verantwoordelijkheid van de landelijke coördinatie van deze ondersteuning ligt bij Vereniging Sport en Gemeenten, ondersteund door het Kenniscentrum Sport en Bewegen, het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst, POS, NOC*NSF en Wij Buurtsportcoaches. Er wordt nauw samengewerkt met de ondersteuning rond de uitvoering van het GALA. Lokaal maatwerk is het uitgangspunt. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande scholingsmogelijkheden en ondersteuningsstructuren zoals de regionale buurtsportcoach academies.
De voortgang van de Brede Regeling Combinatiefuncties wordt gemonitord en de impact en resultaten geëvalueerd. Gemeenten dragen bij aan kennisdeling en de daarmee gepaard gaande monitoring zoals ook vastgesteld in de brede Specifieke uitkering ten behoeve van het bevorderen van de gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis.
Bijlage III. behorend bij artikel 5.1
| Naam onderdeel | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|---|
| Lokaal Sportakkoord | € 12.978.290 | € 12.997.276 | € 12.978.246 | € 8.982.318 |
| Brede Regeling Combinatiefuncties | € 89.350.534 | € 89.396.017 | € 89.350.234 | € 77.697.053 |
| Terugdringen Gezondheidsachterstanden | € 19.966.600 | € 19.982.696 | € 19.966.533 | € 17.964.637 |
| Kansrijke Start | € 14.974.950 | € 16.001.429 | € 15.973.226 | € 20.958.743 |
| Mentale Gezondheid | € 6.988.310 | € 4.995.672 | € 7.487.450 | € 4.990.177 |
| Aanpak overgewicht en obesitas | € 17.470.775 | € 17.484.860 | € 17.470.716 | € 16.966.601 |
| Valpreventie | € 51.413.995 | € 47.458.907 | € 47.420.515 | € 44.013.360 |
| Leefomgeving | € 9.983.300 | € 9.991.352 | € 9.983.266 | € 0 |
| OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek | € 2.495.825 | € 2.497.836 | € 2.495.817 | € 0 |
| Versterken sociale basis | € 36.439.045 | € 35.968.854 | € 35.939.759 | € 24.252.259 |
| Mantelzorg | € 9.983.300 | € 9.991.352 | € 9.983.266 | € 26.048.723 |
| Eén tegen eenzaamheid | € 9.983.300 | € 9.991.352 | € 7.986.613 | € 0 |
| Welzijn op recept | € 5.490.815 | € 9.491.781 | € 11.480.756 | € 12.126.130 |
| Versterking kennis- en adviesfunctie GGD | € 2.495.825 | € 2.497.836 | € 2.495.817 | € 0 |
| Coördinatiekosten regionale aanpak en preventie | € 8.885.137 | € 7.293.683 | € 7.287.784 | € 0 |
Bijlage IV. behorend bij artikel 5.2
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)