← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 20 februari 2023, kenmerk 3515405-1043206-LZ, houdende vaststelling van het beleidskader en het subsidieplafond inzake het subsidiëren van de uitvoering van gespecialiseerde cliëntondersteuning (Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring uitvoering gespecialiseerde cliëntondersteuning)

Geldende tekst a fecha 2023-03-01

Gelet op de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Vaststellen beleidskader

Het beleidskader inzake subsidiëring van de uitvoering van gespecialiseerde cliëntondersteuning wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2. Subsidieplafond
1.

Voor de subsidieverlening op grond van dit besluit is een totaalbedrag van € 81.635.000 beschikbaar.

2.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport verleent het beschikbare bedrag na onderlinge weging van de aanvragen aan één aanvrager, overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 3. Dienst van algemeen economisch belang

De gespecialiseerde cliëntondersteuning, zoals bedoeld in de bijlage bij dit besluit wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 4. Inwerkingtreding en vervaldatum

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 30 juni 2029 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de subsidie die verleend is onder dit besluit en beleidskader.

Artikel 5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring uitvoering gespecialiseerde cliëntondersteuning.

Bijlage. Beleidskader inzake subsidiëring van de uitvoering van gespecialiseerde cliëntondersteuning

Deze bijlage hoort bij het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring uitvoering gespecialiseerde cliëntondersteuning.

INHOUDSOPGAVE

Hoofdstuk 1 – Definities

Hoofdstuk 2 – Gespecialiseerde Cliëntondersteuning

Hoofdstuk 3 – Beschikbaar budget (subsidieplafond), subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten

Hoofdstuk 4 – De aanvraag en de afhandeling daarvan

Hoofdstuk 5 – Subsidieverplichtingen en overige bepalingen

Annex I. Criteria GCO en doelgroepen

Annex II. Kenmerken GCO

Annex III. Drempelcriteria aanvrager

Annex IV. Inhoudelijke beoordelings- en wegingscriteria

Annex V. Planning

Hoofdstuk 1. Definities

In dit beleidskader wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Gespecialiseerde cliëntondersteuning

2.1. Achtergrond en aanleiding

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in 2018 een programma voor het toekomstbestendiger maken van de gehandicapten- en complexe zorg, ‘Volwaardig Leven’, gelanceerd. Als onderdeel van dit programma zijn er vijf pilots GCO gestart die zich richten op specialistische cliëntondersteuning voor specifieke doelgroepen en hun naasten waar (zeer) complexe problematiek speelt. Hiermee is gestart, omdat deskundigen, cliënten en naasten van mening waren dat de reguliere cliëntondersteuning op basis van de Wmo 2015 en de Wlz in hun huidige vorm voor deze doelgroepen niet toereikend was. Met ruim 450 deelnemers, waaronder ook jeugdigen, is in de pilots ervaring opgedaan met deze specifieke vorm van ondersteuning. Het ging daarbij om de volgende doelgroepen:

Van elke pilot afzonderlijk is een evaluatieonderzoek opgeleverd, tezamen met een maatschappelijke businesscase. Daarnaast is er een overkoepelende meta-analyse uitgevoerd door onderzoeksbureau DSP.1Ondersteuning op maat voor mensen met een beperking en hun naasten, DSP 2021. De daarover uitgebrachte rapporten laten zien dat de geboden ondersteuning meerwaarde heeft voor de deelnemers en wijzen op een positieve businesscase. Mensen ervaren dat zij er niet alleen voor staan en hebben meer grip op en regie over het leven. Er is meer ruimte voor het gezinsleven en aandacht voor broers en zussen. Naasten kunnen (deels) weer zelf in hun bestaan voorzien, een studie oppakken of vervolgen en de ondersteuning wordt gezien als een welkome steun die ervoor zorgt dat cliënten en naasten zich ontlast voelen.

Met deze uitkomsten in de hand is verkend hoe de in de pilots ontwikkelde en toegepaste methodiek en werkwijze het beste kan worden geborgd. Op grond van de resultaten van die verkenning is in november 2021 in een rapport geconcludeerd dat een domein-overstijgende structuur de meest kansrijke manier is om GCO passend te borgen.2Domeinen overstijgen, AEF, 2021. In het bijzonder faciliteert deze wijze van borging het beoogde type ondersteuning zoals ontwikkeld in de pilots: domein-overstijgende ondersteuning (over zorgdomeinen heen en levensbreed), ondersteuning van naasten, en mogelijkheden voor een landelijke signalerings- en leerfunctie.

In de pilot levensloopbegeleiding is gebleken dat de meeste deelnemers primair zijn aangewezen op begeleiding vanuit de Wmo 2015. Binnen het gemeentelijk domein is er geen wettelijke belemmering om de cliëntondersteuning (levensloopbegeleiding), zoals die in de pilot is ontwikkeld en geboden, adequaat te organiseren. Daarom zal de borging van de ondersteuning in het kader van levensloopbegeleiding voor mensen met een autisme spectrum stoornis afwijken van de ondersteuning van de andere doelgroepen en op de volgende manieren vormgegeven worden:

Bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota3Kamerstukken II 2021/22, 36 120, nr. 12. heeft de regering vanaf 2023 structureel financiële middelen beschikbaar gesteld om de borging van de pilots te realiseren. In het kader van de Toekomstagenda gehandicaptenzorg wordt ingezet op twee sporen:

In de brief van 7 juli 2022 over de Toekomstagenda gehandicaptenzorg4Kamerstukken II, 2021/22, 24 170, nr. 262. is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de borging van GCO via financiering door VWS plaatsvindt en de ondersteuning van de verschillende doelgroepen gebundeld wordt aangeboden.

2.2. Context van GCO

Cliënten met een langdurige zorgvraag en hun naasten kunnen gebaat zijn bij hulp bij het vinden van de bij hen passende goede zorg en ondersteuning. Om deze mensen te helpen in hun zoektocht is informatie en advies beschikbaar, zoals wegwijzers voor verschillende doelgroepen (bijvoorbeeld het Juiste Loket en Regelhulp). Veel cliënten en naasten vinden mede daardoor zelf hun weg in het zorglandschap. Als de complexiteit van de zorgvraag toeneemt, komt onafhankelijke cliëntondersteuning in beeld. De cliëntondersteuner informeert, helpt bij het regelen van zorg en ondersteuning en bij het bepalen hoe en waar die het beste kan worden geboden. Gemeenten en zorgkantoren zijn op grond van de Wmo 2015 respectievelijk de Wlz verantwoordelijk voor het aanbieden van deze reguliere cliëntondersteuning (OCO).

Voor veel mensen is deze vorm van ondersteuning voldoende om hun weg te vinden, het hoofd te kunnen bieden aan de te regelen zaken en tegelijkertijd een gezin draaiende te houden. De meeste gebruikers zijn dan ook tevreden over de OCO en kunnen met behulp daarvan verder. Hoe sneller en adequater mensen met een levenslange beperking met OCO worden geholpen, des te kleiner de kans dat hun situatie complexer wordt en de problemen zich opstapelen.

Er zijn echter ook mensen behorend tot de doelgroepen waarvoor de OCO onvoldoende is om hen in hun complexe zorg- en ondersteuningsvraag te helpen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van een levenslange beperking en een complexe zorgvraag met effect op verschillende levensdomeinen, (dreigende) overbelasting en een cliënt-/gezinssysteem dat is vastgelopen of dat dreigt te doen. Er is dan intensieve, domein-overstijgende ondersteuning nodig op verschillende levensgebieden met kennis van de specifieke doelgroep om voor alle betrokkenen een goed leven met zorg en ondersteuning te realiseren. Kortgezegd dient de ondersteuning domein-overstijgend, levensbreed en zo lang als doeltreffend en doelmatig is te zijn. We noemen dit gespecialiseerde cliëntondersteuning (GCO).

Uitgangspunt in onderhavig beleidskader is dat de ondersteuning van de doelgroepen uit de vijf pilots GCO wordt geborgd. Voor deze doelgroepen is komen vast te staan dat de gespecialiseerde cliëntondersteuning meerwaarde heeft en de kwaliteit van leven door de inzet van GCO wordt bevorderd. Er zijn mogelijk ook andere doelgroepen die baat zouden kunnen hebben bij GCO. Om zicht te krijgen op deze doelgroepen, wordt aan de uitvoerder van dit beleidskader gevraagd om te monitoren wie zich aanmeldt en op welke gronden (zie paragraaf 5.1 subsidieverplichtingen). Tevens is in dit kader bepaald dat de uitvoerder zich inspant om cliënten en naasten die niet voor GCO in aanmerking komen, over te dragen naar andere vormen van ondersteuning, in samenspraak met zowel de cliënt als de organisatie die de cliënt in de toekomst zal ondersteunen. Samen met de uitvoerder zal VWS bezien of bij toenemende vraag vanuit andere doelgroepen aanpassing van dit beleidskader voor de hand ligt.

De verwachting is dat er na de looptijd van dit beleidskader een kleine groep van mensen met complexe problematiek op verschillende levensgebieden zal blijven die GCO nodig heeft. Op termijn wordt verwacht dat de groep van GCO-deelnemers kleiner wordt dan bij de opstart voorzien. Enerzijds is dit het gevolg van beoogde verbeteringen in de OCO en begeleiding, waardoor crisissituaties mogelijk kunnen worden voorkomen. Anderzijds is dit het gevolg van het vertalen van de ervaringen en geleerde lessen uit de gezinspraktijk naar lessen voor het systeem en de dienstverlening vanuit de Wmo 2015 en de Wlz.

Gedurende de subsidieperiode zal worden bezien hoe GCO een vaste plek kan krijgen in het zorglandschap. Het voornemen is om gedurende de looptijd van dit beleidskader de wettelijke verankering van GCO te onderzoeken en eventueel een wetgevingsproces te starten. Uit evaluatieonderzoek moet blijken welke ontwikkelingen zich gedurende de subsidieperiode hebben voorgedaan in de GCO. Op basis van dit onderzoek zal worden bezien welke omvang de GCO in de toekomst zal hebben en hoe de relatie met de OCO het beste vorm gegeven kan worden. Op basis van deze evaluatie wordt besluitvorming voor kabinet voorbereid over de structurele beschikbare financiële middelen voor GCO.

2.3. Doel van het beleidskader

Met dit beleidskader wordt beoogd een uitvoerder te selecteren die gedurende vijf jaar (van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2028) GCO landelijk zal aanbieden aan de doelgroepen, zoals beschreven in Annex I, onder B. Tevens wordt beoogd dat de uitvoerder hiervoor een leer- en verbetercyclus en de monitoring vormgeeft van de inzet van de GCO.

Er is voor gekozen om één organisatie, bestaande uit een enkele rechtspersoon of een alliantie, te selecteren om de beoogde concentratie van de specialistische kennis per doelgroep verder uit te bouwen. Tevens zal een landelijke signalerings- en verbetercyclus worden ingericht die slagkrachtiger is als zij door één uitvoerende partij wordt vormgegeven. Bovendien biedt één uitvoerder de mogelijkheid tot een adequate inrichting van de monitoring en het meten van de effecten van de gespecialiseerde cliëntondersteuning.

2.4. Beoogd resultaat

Met de te ontvangen subsidie stelt de uitvoerder alles in het werk om de volgende resultaten te behalen:

Hoofdstuk 3. Beschikbaar budget (subsidieplafond), subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten

3.1. Subsidieplafond en subsidieperiode

Voor de uitvoering van de in dit beleidskader vermelde subsidiabele activiteiten die in de subsidieperiode van vijf jaar (1 juli 2023 tot en met 30 juni 2028) dienen plaats te vinden, stelt de Minister ten hoogste € 81.635.000 (inclusief BTW) beschikbaar. De bevoorschotting volgt het per jaar beschikbare subsidieplafond op jaarbasis:

Het voor 2023 beschikbare subsidiebedrag wordt in één keer direct na de subsidieverlening bevoorschot. Het subsidiebedrag voor de overige jaren wordt in periodieke maandelijkse voorschotten betaald, overeenkomstig het bevoorschottingsschema dat in de verleningsbeschikking wordt opgenomen.

De subsidie wordt achteraf vastgesteld op basis van de werkelijke kosten, tot maximaal het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, overeenkomstig artikel 7.8, vierde lid, van de Kaderregeling.

3.2. Subsidiabele activiteiten

Er zijn zes subsidiabele hoofdactiviteiten:

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de uitvoerder in staat is om alle zes hoofdactiviteiten uit te voeren.

In de periode 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 vinden voorbereidende activiteiten plaats om de GCO aan te kunnen bieden met ingang van 1 januari 2024. De vijf pilots GCO lopen tot en met 31 december 2023. In het kader van hoofdactiviteit 1 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

Ad a.

De uitvoerder treft de benodigde voorbereidingen om met ingang van 1 januari 2024 de ondersteuning van bestaande en nieuwe deelnemers ter hand te kunnen nemen.

Ad b.

De uitvoerder stelt een afwegingskader op om de afbakening van de doelgroepen zoals omschreven in Annex I te operationaliseren en de toestroom van aanvragen te reguleren.

Ad c.

De uitvoerder ontwikkelt een voor de uitvoering van de in dit beleidskader omschreven activiteiten geschikte website die uiterlijk 1 januari 2024 online is. Op deze website wordt onder meer informatie gedeeld over het doel van GCO, de aanmeldingsprocedure, het afwegingskader en wordt inzicht gegeven in de monitoringsresultaten.

In het kader van hoofdactiviteit 2 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

Ad a.

In Annex II is een nadere toelichting gegeven over de kenmerken van de gewenste ondersteuning zoals naar voren is gekomen uit de vijf pilots GCO. De nadruk van de GCO ligt op ondersteuning bij het vinden van goede zorg en ondersteuning voor cliënten en naasten en hen meer ruimte te geven voor kwaliteit van leven. Deze ondersteuning kan bestaan uit individuele trajecten voor leden van de doelgroepen, maar kan eveneens bestaan uit het geven van advies door GCO’ers op consultbasis aan OCO’ers of andere partijen. De uitvoerder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de ondersteuning en voor de kwaliteit van degene die de gespecialiseerde cliëntondersteuning daadwerkelijk biedt (de GCO’er).

De subsidie is bedoeld om ten minste 3.000 unieke personen behorende tot de doelgroepen, omschreven in Annex I, met GCO te ondersteunen. Onderdeel van de groep unieke personen zijn de bestaande deelnemers van de vijf pilots GCO die met ingang van 1 januari 2024 ondersteund moeten blijven en zo veel als mogelijk dezelfde ondersteuning en ondersteuners zullen moeten behouden. Bestaande deelnemers hoeven hiervoor geen nieuwe aanvraag voor de GCO bij de uitvoerder in te dienen. De uitvoerder zorgt ervoor dat de overgang met minimale impact op de reeds geboden ondersteuning plaatsvindt. De uiteindelijke omvang van het aantal ondersteunde deelnemers zal afhangen van de duur van de ondersteuning en de mate waarin de ondersteuning wordt op- en afgeschaald. Bij de vormgeving en uitvoering van GCO richt de uitvoerder zich op de doelgroepen, zoals beschreven in Annex I.

Een groot gedeelte van de cliënten en naasten zal een langere periode (langer dan een jaar) ondersteuning krijgen. Ten behoeve van het vaststellen van een bedrag voor dit beleidskader is voor het daadwerkelijk verrichten van de GCO uitgegaan van gemiddelde kosten van € 8.000 euro per cliënt op jaarbasis. Het betreft geenszins een normbedrag en uit de monitoring moet gaan blijken dat de berekeningswijze voor het subsidiebedrag aansluit bij de praktijk. De verwachting is dat er meer dan 3.000 cliënten/naasten kunnen worden geholpen gedurende de looptijd van dit beleidskader. Trajecten van ondersteuning vanuit de pilots zullen op termijn kunnen worden afgesloten dan wel kunnen worden overgedragen aan de OCO, waarna nieuwe cliënten en naasten kunnen instromen.

Het is essentieel dat de GCO-uitvoerder maatwerk kan bieden voor cliënten en naasten. Daarom wordt de subsidie vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot maximaal het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Ad b.

Er wordt afstemming gezocht rondom de doorverwijzing en terugwijzing tussen de cliëntondersteuning zoals geboden vanuit gemeentelijk domein of de Wlz en de gespecialiseerde cliëntondersteuning. De uitvoerder onderhoudt hiertoe een gelijkwaardige samenwerking met OCO’ers en OCO-organisaties om cliënten over en weer aan elkaar over te dragen.

Ad c.

De uitvoerder ontwikkelt een werkwijze op basis waarvan een budget per gezin beschikbaar kan worden gesteld. Dit budget maakt onderdeel uit van het subsidiebedrag begroot voor de jaren 2024 en 2025 en is bedoeld om urgente situaties in de materiële sfeer die raken aan zorg en ondersteuning het hoofd te kunnen bieden. Voor deze activiteit zijn de begrote middelen inzetbaar vanaf 1 januari 2024 tot 1 januari 2026. VWS neemt de vrij besteedbare ruimte mee in de uit te voeren evaluatie. De uitvoerder zorgt ervoor dat deze activiteit deel uitmaakt van de monitor.

De uitvoerder stimuleert en faciliteert een leer- en verbeterproces. Het leren en verbeteren vindt op verschillende niveaus plaats:

De knelpunten die worden geconstateerd worden bijgehouden en de uitvoerder stimuleert actief dat ervaringen en inzichten worden uitgewisseld met de reguliere, onafhankelijke organisaties voor cliëntondersteuning, instanties, gemeenten, zorgaanbieders, casuïstiekteams van VWS en andere partijen waar de doelgroepen mee te maken hebben. Hierbij wordt actief afgestemd en samengewerkt met bestaande initiatieven op het terrein van signalering en verbetering, zoals de doelgroep-specifieke kenniscentra, de signaleringsfunctie van cliëntondersteuners en de Opwegwijzer.

In het kader van hoofdactiviteit 4 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

Op basis van de monitoring worden jaarlijks rapportages opgesteld die geen persoonsgegevens bevatten en derhalve op geaggregeerd niveau zijn opgesteld.

VWS zal mede op basis van de data die door de monitor beschikbaar komen een onafhankelijke evaluatie laten uitvoeren naar de effecten en kosten en baten van GCO, waaronder het verbeteren van de eigen werkprocessen en de overdracht van kennis aan de OCO. De uitvoerder dient bereid te zijn hierover in overleg te gaan met VWS en medewerking te verlenen aan die onafhankelijke evaluatie en waar nodig de elementen van monitoring in afstemming aan te vullen of aan te passen.

In het kader van hoofdactiviteit 5 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

De uitvoerder ontwikkelt een opleidings- en scholingsaanbod voor GCO’ers. Hierbij wordt zo veel als mogelijk gebruik gemaakt van, en aangesloten bij, het bestaande opleidingsaanbod voor clientondersteuners en wordt in overleg gegaan met de aanbieders van dat aanbod. De uitvoerder bewaakt de kwaliteit van het GCO-scholingsaanbod. Bovendien bewaakt de uitvoerder de kwaliteit van de GCO’ers.

In het kader van hoofdactiviteit 6 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

Ad a.

Deze activiteit betreft de algemene coördinatie en de inzet van materiële middelen die noodzakelijk zijn om de activiteiten omschreven in dit beleidskader uit te voeren.

Ad b.

De uitvoerder maakt voor zover relevant gebruik van de noodzakelijke vormen van communicatie ter ondersteuning van de uitvoering van de hoofdactiviteiten 1 tot en met 5. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan communicatiecampagnes om het bestaan van GCO onder de aandacht te brengen bij de relevante experts of wervingscampagnes voor personeel.

Ad c.

De uitvoerder beschikt over een adequaat risico-beheersingssysteem. Daarvan maakt de beheersing van risico op overschrijding of onderuitputting van de begrote kosten inzake dit subsidiekader, dreigend personeelstekort en inbreuken op de privacy (conform de Algemene Verordening Gegevensverwerking, hierna: AVG) en de toe te passen handelwijze in geval zich een risico manifesteert in ieder geval deel uit.

3.3. Subsidiabele kosten

Binnen de subsidieperiode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2028 en met in achtneming van de in dit beleidskader genoemde andere periodes, zijn subsidiabele kosten:

Uit hoofde van de Wet Normering Topinkomens worden de voor eigen personeel van de uitvoerder gehanteerde uurtarieven gemaximeerd op € 223,– per uur (WNT 2023). Dit uurtarief is een integraal uurtarief en bestaat uit directe loonkosten en een opslag voor indirecte – niet project-specifieke – kosten.

Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende kosten:

Het vorenstaande dient te worden gehanteerd bij het opstellen van de bij de aanvraag in te dienen begroting.

Hoofdstuk 4. Subsidiesystematiek, subsidieaanvraag en -afhandeling

4.1. Subsidiesystematiek

Op verstrekking van de subsidie is zowel de Kaderregeling als dit beleidskader van toepassing. Subsidie die op grond van dit beleidskader wordt verstrekt, is een projectsubsidie als bedoeld in artikel 1.5, onder d, van de Kaderregeling: een subsidie die wordt verleend en achteraf wordt vastgesteld op basis van de werkelijke kosten, tot maximaal het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, overeenkomstig artikel 7.8, vierde lid, van de Kaderregeling.

4.2. Subsidieaanvraag

Het aanvragen van de subsidie volgt het volgende proces:

Een subsidieaanvraag moet in ronde 2 worden ingediend om daadwerkelijk voor subsidie in aanmerking te komen. Ronde 1 is enkel een informele controleronde van de conceptaanvraag. Het enkel indienen van een subsidieaanvraag in ronde 1 is dus onvoldoende om voor subsidie in aanmerking te komen.

Waar: door DUS-I ingericht webpagina voor GCO-regeling

Wanneer: vóór 24 april 2023

Reactietermijn van DUS-I: uiterlijk 8 mei 2023

In ronde 1 kunnen aanvragers een conceptaanvraag indienen om na te gaan of hun aanvraag voldoet aan de voorwaarden uit hoofdstuk 3 van de Kaderregeling en de drempelcriteria, beschreven in Annex III. De eerste aanvraagronde is een facultatieve aanvraagronde. De aanvraag hoeft in dit stadium niet compleet te zijn, DUS-I zal de ingediende stukken controleren en eventueel aangeven welke punten van de aanvraag nog aangevuld kunnen of moeten worden. Aanvragers kunnen gebruik maken van deze ronde, maar zijn hiertoe niet verplicht.

In de eerste aanvraagronde heeft de aanvrager de mogelijkheid een ingevuld aanvraagformulier aan te leveren inclusief de bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat de aanvrager voldoet aan de drempelcriteria en aan de Kaderregeling. DUS-I controleert deze conceptaanvraag op volledigheid, niet op inhoud.

Waar: door DUS-I ingerichte webpagina voor de GCO-regeling

Wanneer: van 9 mei 2023 tot en met 24 mei 2023, 23:59 uur

In ronde 2 worden de definitieve aanvragen ingediend. Aanvragen die later dan genoemde einddatum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen. Incomplete aanvragen worden ook buiten behandeling gesteld.

De subsidieaanvrager is zelf verantwoordelijk dat hij een volledige aanvraag indient.

De voorwaarden waaraan de subsidieaanvraag moet voldoen, staan in hoofdstuk 3 van de Kaderregeling en op de website van DUS-I, die ingericht is voor de onderhavige regeling.

Aanvragen dienen voorzien van alle voorgeschreven bescheiden en zonder voorbehoud te worden ingediend. Ook dient de aanvraag rechtsgeldig ondertekend te zijn door de daartoe bevoegde persoon (of personen) van de rechtspersoon of door de penvoerder, met vermelding van naam en functie. Het is niet mogelijk een ‘voorlopige aanvraag’ te doen: de aanvraag dient in zijn geheel te worden ingediend. De aanvrager kan zijn aanvraag aanvullen of wijzigen tot sluiting van de aanvraagtermijn op 24 mei, 23:59 uur. Over de inhoud van de ingediende of in te dienen stukken inzake een specifieke aanvraag is geen inhoudelijke afstemming met VWS mogelijk om bevoordeling van een aanvrager te voorkomen.

De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting, overeenkomstig artikel 3.3 van de Kaderregeling. Daarbij worden de volgende documenten meegezonden:

Voor bovengenoemde formulieren en documenten zijn formats opgenomen op de webpagina van DUS-I die is ingericht voor de GCO-regeling.

Indiening van aanvragen per post heeft niet de voorkeur.5Voor aanvragen ingediend per post geldt dat indien de aanvraag niet aangetekend wordt verzonden, het risico dat de aanvraag niet of te laat wordt ontvangen door het Ministerie geheel bij de aanvrager berust. Indien de aanvraag per post wordt ingediend (anders dan met de aanduiding ‘port betaald’) wordt de aanvraag nog als tijdig ingediend beschouwd, als de aanvraag voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. De datumstempel van de post kan doorslaggevend zijn, en mag in ieder geval niet later zijn dan na afloop van de termijn. Bij gebruikmaking van een envelop met de aanduiding ‘port betaald’ is ook de datum van ontvangst bepalend bij het vaststellen of de aanvraag tijdig, d.w.z. uiterlijk 1 mei 2023 is ontvangen door VWS. Indien u daar niettemin voor kiest, of voor het indienen in persoon of koerier, is het verzoek of u ruim voor de indieningsdeadline contact opneemt met het Ministerie via het e-mailadres: VWSsubsidies@minvws.nl onder vermelding van ‘subsidieaanvraag GCO’. Indien u uw aanvraag per post verzendt, moet deze op 24 mei 2023 zijn ontvangen door DUS-I.

De aanvrager besteedt in zijn aanvraag en bij het opstellen van het activiteitenplan, rekening houdend met de wegingscriteria zoals opgenomen in Annex IV van dit beleidskader, ten minste aandacht aan de volgende onderwerpen:

De aanvrager stelt een begroting op voor het totaalbedrag van de subsidie en deelbegrotingen naar de 6 hoofdactiviteiten ten behoeve van de uitvoering per subsidiejaar als beschreven in paragraaf 3.1. De aanvrager levert een adequate, sluitende cijfermatige financiële onderbouwing aan bij alle in te dienen begrotingsposten.

4.3. Subsidieafhandeling

De behandeling van tijdig ingediende aanvragen in ronde 2 geschiedt conform de volgende processtappen:

De verdeling van de voor dit beleidskader beschikbare middelen bedoeld in paragraaf 3.1 vindt plaats via een tender, dat wil zeggen aan de hand van een rangschikking na een onderlinge afweging van de aanvragen op basis van kwaliteit van de tijdig ontvangen subsidieaanvragen. Na sluiting van de indieningsperiode worden alle tijdig ontvangen aanvragen in behandeling genomen.

Ad a. Formele beoordeling als nader beschreven in Annex III

Alle tijdig ontvangen aanvragen worden beoordeeld op grond van de in dit beleidskader opgenomen criteria. Een aanvraag en aanvrager moeten in ieder geval voldoen aan de drempelcriteria van Annex III. Pas nadat is vastgesteld dat aan alle criteria uit Annex III is voldaan, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van de inhoudelijke- en wegingscriteria opgenomen in Annex IV.

De beoordeling wordt voor elke aanvraag gedaan op basis van de informatie die vóór sluiting van de aanvraagtermijn is ontvangen.

Ad b.Inhoudelijke beoordeling als nader beschreven in Annex IV

Elke aanvraag die voldoet aan de drempelcriteria wordt op basis van de criteria uit Annex IV beoordeeld door alle beoordelaars. VWS zal deze beoordelaars selecteren uit medewerkers van VWS. Elke beoordelaar beoordeelt alle ontvangen aanvragen die voldoen aan de drempelcriteria als omschreven in Annex III.

Elke beoordelaar hecht een beoordeling (een cijfer) aan elk afzonderlijk onderdeel van de aanvraag conform de zes criteria in Annex IV. Vervolgens worden de individuele beoordelingen van alle aanvragen met alle beoordelaars gezamenlijk besproken en wordt consensus bereikt ten aanzien van de beoordelingen, de scores, op elk criterium. Indien toelichting of onderbouwing van een van de criteria van Annex IV ontbreekt in de aanvraag, worden er 0 punten aan dat criterium toegekend.

Ad. c. Rangschikking van de aanvragen op basis van de scores

De uiteindelijke score van elke aanvraag is de optelsom van de gewogen scores. Elk score wordt vermenigvuldigd met de betreffende wegingsfactor. De wegingsfactor brengt tot uitdrukking hoe zwaar een criterium weegt in verhouding tot de andere criteria. De score vermenigvuldigd met de wegingsfactor is de ‘gewogen score’. De wegingsfactoren staan in het overzicht van de criteria in Annex IV.

Ad d. Selectie van de aanvrager die de subsidie toegekend krijgt

Elke aanvrager krijgt een totaalscore voor diens aanvraag. Deze score is de optelsom van alle gewogen scores op de vermelde zes criteria. De gewogen scores per criterium worden afgerond (indien dit aan de orde is) op twee cijfers achter de komma. Bij het berekenen van de totaalscore worden de scores per criterium niet afgerond. De aanvrager met de hoogste totaalscore zal de subsidie verleend krijgen.

Bij gelijke totaalscores is de hoogste gewogen score van de individuele aanvraag voor het deelcriterium Ondersteuningvan deelnemers doorslaggevend.

Bij een gelijke gewogen score voor het deelcriterium 1: Ondersteuning van deelnemers zal de subsidie worden verleend aan de aanvrager met de hoogste gewogen score op het deelcriterium 2: Faciliteren leren en verbeteren, bedoeld in Annex IV.

Met andere woorden, bij gelijke gewogen scores is de gewogen score op de deelcriteria doorslaggevend, op basis van de volgende volgordelijkheid:

Zijn alle gewogen scores na toepassing van deze systematiek nog steeds gelijk, dan vindt loting tussen de onderlinge aanvragen plaats onder toezicht van een notaris.

U komt in aanmerking voor subsidieverlening als:

Na de selectie zal er tussen de Staat en de geselecteerde uitvoerder een DAEB uitvoeringsovereenkomst gesloten worden. Zie voor meer informatie hierover de onderstaande staatssteunparagraaf.

In Annex V is een uitgebreide planning opgenomen van het beoordelingsproces. Op uiterlijk 30 juni 2023 beslist de Minister op de aanvragen.

4.4. Startdatum, bevoorschotting en mid-term review

De uitvoering van (een deel van) de gesubsidieerde activiteiten start niet eerder dan 1 juli 2023. De uitvoering eindigt op 30 juni 2028.

Het voor 2023 beschikbare subsidiebedrag als vermeld in paragraaf 3.1 van dit beleidskader wordt in één keer direct na de subsidieverlening bevoorschot. Het subsidiebedrag voor de overige jaren wordt in periodieke maandelijkse voorschotten betaald, overeenkomstig het bevoorschottingsschema dat in de verleningsbeschikking wordt opgenomen. Hierbij wordt rekening gehouden met de in paragraaf 3.1 van dit beleidskader vermelde bedragen op de begroting van VWS voor de jaren 2024 tot en met 30 juni 2028.

In het voorjaar van 2025 zal VWS in overleg met de uitvoerder een mid-term review organiseren om te bepalen of bijsturing nodig is voor succesvolle uitvoering van dit beleidskader. Daarin zal in ieder geval worden meegenomen of de uitvoerder erin slaagt om voldoende, gekwalificeerde GCO’ers aan te trekken en of het aantal aanvragen naar verwachting is.

Hoofdstuk 5. Subsidieverplichtingen en overige bepalingen

5.1. Subsidieverplichtingen

De uitvoerder verplicht zich bij het verkrijgen van de subsidie tot de volgende subsidieverplichtingen:

5.2. Verantwoording en vaststelling

Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt, overeenkomstig artikel 7.2, eerste lid, onder a, van de Kaderregeling ingediend binnen 22 weken na afloop van de subsidieperiode vermeld in paragraaf 3.1 van dit beleidskader.

De uitvoerder legt rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, overeenkomstig artikel 7.8, eerste lid, van de Kaderregeling. Het financieel verslag dient aan te sluiten bij de begroting, is per post van een toelichting voorzien, overeenkomstig artikel 7.8, derde lid, van de Kaderregeling, en gaat vergezeld van door de accountant opgestelde controleverklaring en een rapport van feitelijke bevindingen (artikel 7.8 lid 2 Kaderregeling).

5.3. Staatssteun

Artikel 107 , eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) merkt steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, aan als onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. Met andere woorden, overheden mogen ondernemingen niet financieel begunstigen als daardoor de concurrentie kan worden vervalst en de handel tussen EU-lidstaten kan worden beïnvloed. Aan deze voorwaarden wordt door de verstrekking van subsidie aan de uiteindelijk op basis van dit Beleidskader geselecteerde partij voldaan. Daarmee is er in beginsel sprake van staatssteun die gemeld dient te worden bij de Europese Commissie. Dit is slechts anders indien er sprake is van een vrijstellingsregime.

In dit geval is het vrijstellingsregime uit het Vrijstellingsbesluit DAEB 2012 van toepassing.6Besluit 2012/21 van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.De gespecialiseerde cliëntondersteuning komt immers niet tot stand op de markt op de wijze zoals voorzien in dit Beleidskader, waarmee er sprake is van marktfalen bij een verlening van een dienst die door de Staat wordt beschouwd als zijnde in het algemeen belang. Ook aan de overige voorwaarden genoemd in het Vrijstellingsbesluit DAEB 2012, zoals maximale looptijd en maatregelen ter voorkoming van overcompensatie, wordt voldaan of zal worden voldaan. Voor het vestigen van de DAEB zal nog nodig zijn dat er door de uiteindelijk geselecteerde uitvoerder een DAEB uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten met de Staat. Pas daarna zal aan alle voorwaarden van het Vrijstellingsbesluit 2012 zijn voldaan waardoor er geen sprake zal zijn van ongeoorloofde staatssteun.

5.4. Administratieve lasten

De administratieve lasten bestaan uit de onderdelen opstellen subsidieaanvraag, tussentijdse rapportage en eindverantwoording. De verwachting is dat er maximaal tussen de 5 en 10 subsidieaanvragen ingediend worden waaruit er één geselecteerd zal worden. Voor de bepaling van de administratieve belasting is uitgegaan van 7 subsidieaanvragen, waarvoor 400 uur benodigd is. Er wordt uitgegaan van 40 uur belasting voor een tussentijdse rapportage op 3 momenten en van 80 uur belasting voor een eindverantwoording. Er wordt hierbij gerekend met een gemiddeld maximaal tarief van € 80 exclusief btw. Dit leidt tot de volgende administratieve lasten:

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat er geen omvangrijke gevolgen zijn voor de regeldruk.

Annex I. Criteria GCO en doelgroepen

Cliënten en naasten komen alleen in aanmerking voor GCO als is voldaan aan alle criteria vermeld onder A en de cliënt of naaste behoort tot een van de doelgroepen vermeld onder B.

A. GCO: algemene criteria

B. GCO: doelgroepen

Cliënten en hun naasten die behoren tot een van de volgende doelgroepen kunnen in aanmerking komen voor GCO:

Annex II. Kenmerken GCO

GCO wordt door een aantal elementen gekenmerkt. Dit zijn:

Annex III. Drempelcriteria aanvrager

Voordat een aanvraag inhoudelijk wordt beoordeeld, dient de subsidieaanvraag te voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen uit hoofdstuk 3 van de Kaderregeling én onderstaande drempelcriteria. De aanvrager dient dit te onderbouwen middels de benodigde documenten die bij de aanvraag dienen te worden gevoegd (zie paragraaf 4.2). Voldoet de organisatie van de aanvrager niet aan de onderstaande criteria of kan deze dit niet aantonen op basis van documentatie, dan zal de aanvraag worden afgewezen zonder nadere inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.8Zie voor nadere toelichting op de aanvraagprocedure paragraaf 3.2 en 3.3 van dit beleidskader.

Annex IV. nhoudelijke beoordelings- en wegingscriteria

Bij de beoordeling van de aanvragen wordt voor het toekennen van punten het onderstaande schema gehanteerd:

Weging

Elke beoordelaar geeft de hieronder genoemde deelcriteria en de onderscheidende onderdelen daarvan een cijfer. Vervolgens worden de beoordelingen van alle beoordelaars met elkaar vergeleken en besproken. Een en ander leidt tot een gewogen eindoordeel op elke aanvraag. Vervolgens wordt dat eindoordeel gewogen volgens de navolgende te behalen punten.

Kwaliteitscriteria per deelcriterium

Annex V. Planning beoordelingsproces

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.