← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 juni 2023, nr. 38118126 houdende regels voor de subsidieverstrekking voor het versterken van de aansluiting in de beroepsonderwijskolom (Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom)

Geldende tekst a fecha 2026-01-01

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan aan de penvoerder van een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor het ontwikkelen en duurzaam uitvoeren van een aansluitende opleidingsroute voor leerlingen en studenten.

2.

Een samenwerkingsverband bestaat ten minste uit één school of vavo-instelling, één mbo-instelling en één hogeschool, waarbij de mbo-instelling en de vavo-instelling niet dezelfde instelling zijn.

3.

De aansluitende opleidingsroute, bedoeld in het eerste lid:

4.

De opleidingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld en uitgevoerd, voldoen in ieder geval aan de volgende vereisten:

5.

Onder uitval en switch wordt in het vierde lid, onderdelen e en f, verstaan dat een student tijdens het eerste jaar is gestopt met de opleiding of tijdens het eerste jaar is gewisseld naar een opleiding in een andere sectorkamer of ander sectoronderdeel.

6.

In afwijking van het vierde lid:

7.

De minister baseert zich voor de beoordeling:

Artikel 4. Aanvraag subsidie
1.

De aanvraag kan worden ingediend:

2.

De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de aanvraagtijdvakken, genoemd in het eerste lid, af.

3.

De aanvraag bevat:

4.

De subsidie wordt namens de onderwijsinstellingen in het samenwerkingsverband aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. De penvoerder is het bevoegd gezag van een mbo-instelling die deelneemt aan het samenwerkingsverband, niet zijnde Scholengemeenschap Bonaire. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

5.

De aanvraag wordt elektronisch ingediend met behulp van een aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website www.dus-i.nl.

Artikel 5. Subsidieplafond, wijze van verdeling beschikbare middelen en subsidiebedrag
1.

Voor subsidieverstrekking is:

2.

Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor 2023 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor één aansluitende opleidingsroute te kunnen toewijzen, verdeelt de minister het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3.

Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, verdeelt de minister het resterende beschikbare bedrag over een eventuele tweede aansluitende opleidingsroute, voor zover een aanvrager daarvoor subsidie heeft aangevraagd, eveneens op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

4.

Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor de kalenderjaren 2024 en 2025 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, verleent de minister voorrang aan aanvragen van penvoerders aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.

5.

Indien na toepassing van het vierde lid nog middelen resteren, wordt het tweede lid, totdat het subsidieplafond is bereikt, telkens overeenkomstig toegepast voor penvoerders waaraan steeds eenmaal vaker eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.

6.

De subsidie bedraagt € 1.260.000,– per aansluitende opleidingsroute.

7.

Een penvoerder kan in het kalenderjaar 2023 subsidie aanvragen voor maximaal twee aansluitende opleidingsroutes. Een penvoerder kan in de kalenderjaren 2024 en 2025 per aanvraagtijdvak subsidie aanvragen voor maximaal één aansluitende opleidingsroute.

8.

Het zevende lid staat er niet aan in de weg dat een mbo-instelling aan wie als penvoerder in een aanvraagtijdvak subsidie is verstrekt, in het kader van een andere aanvraag in datzelfde tijdvak deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een andere penvoerder, mits die andere penvoerder een andere aansluitende opleidingsroute verzorgt.

Artikel 6. Subsidieverplichtingen
1.

De penvoerder informeert de minister binnen twee maanden na de vaststelling van de subsidie over wie de coördinator is, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f.

2.

Binnen drie jaar na de vaststelling van de subsidie:

3.

De penvoerder begint binnen één jaar na de vaststelling van de subsidie met uitvoering van de activiteiten.

4.

Onverminderd artikel 9 verstrekt de penvoerder namens alle aan het samenwerkingsverband deelnemende onderwijsinstellingen jaarlijks de volgende informatie aan de minister:

5.

De penvoerder verstrekt de informatie, bedoeld in het derde lid:

6.

De penvoerder werkt mee aan:

7.

De penvoerder is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de onderwijsinstellingen binnen het samenwerkingsverband feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Artikel 7. Besteding subsidie

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 8. Vaststelling en betaling
1.

De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na het sluiten van de desbetreffende aanvraagtermijn.

2.

De minister betaalt het subsidiebedrag in drie gelijke delen van € 420.000,– jaarlijks uit. De termijnen worden betaald:

Artikel 9. Financiële verantwoording

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving van de penvoerder overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Artikel 10. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.