Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 28 september 2023, nr. 2023-0000542827, houdende regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten of provincies ter stimulering van het realiseren van flex- en transformatiewoningen (Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023)
5 versions
· 2025-12-11
2025-12-11
Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023 — a
2025-01-31
Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023
Wijzigingen op 2025-01-31
@@ -14,15 +14,15 @@
- c. **flexwoning:** bouwwerk ten behoeve van de huisvesting van personen, geschikt voor verplaatsing en gebruik op een volgende locatie;
- d. **minister:** Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- d. **minister:** Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- e. **ontheemden:** personen die voldoen aan de vereisten van artikel 2 van het uitvoeringsbesluit;
- f. **Rijksvastgoedbedrijf:** het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR), bedoeld in, [artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van het Organisatiebesluit BZK 2023](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0047860&artikel=2);
- f. **sociale woonruimte:** huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=13);
- g. **sociale woonruimte:** huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008659&artikel=13);
- g. **statushouder:** vergunninghouder als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Huisvestingswet 2014](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035303&artikel=1);
- h. **statushouder:** vergunninghouder als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Huisvestingswet 2014](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0035303&artikel=1);
- h. **toevoegen van woonruimte:** toevoegen van een woonruimte aan een bouwwerk, die na oplevering van een project, dat op grond van de Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 29 januari 2025, nr. 2025-0000000484, tot wijziging van de Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023 in verband met het openstellen van de derde tranche een uitkering ontvangt, voor het eerst in gebruik wordt genomen, waarbij de woonruimte gelegen is in een uitbreiding van dat bouwwerk;
- i. **transformatiewoning:** woning die ontstaat uit de omvorming van een bouwwerk, die geschikt wordt gemaakt voor de huisvesting van personen en wordt toegevoegd aan de woningvoorraad;
@@ -30,7 +30,7 @@
##### Artikel 2. Doel specifieke uitkering
1. De minister verstrekt een specifieke uitkering van € 7.800 inclusief BTW per te realiseren woonruimte aan een college voor het versneld realiseren van projecten waarbij met flexwoningen of transformatieobjecten in sociale woonruimten voor onder andere ontheemden en statushouders wordt voorzien en waarbij:
1. De minister verstrekt een specifieke uitkering van € 14.000 inclusief BTW per te realiseren woonruimte aan een college voor het versneld realiseren van projecten waarbij met flexwoningen, het toevoegen van woonruimten of transformatieobjecten in sociale woonruimten voor onder andere ontheemden en statushouders wordt voorzien en waarbij:
- a. sprake is van een projectgebied;
@@ -40,21 +40,19 @@
- d. er sprake is van een financieel tekort op het project en de bijdrage aantoonbaar bijdraagt en noodzakelijk is voor het realiseren van sociale woonruimten voor ontheemden en statushouders.
2. De uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per college in totaal ten hoogste een bedrag van € 5.000.000 inclusief BTW.
3. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de [Wet op het BTW-compensatiefonds](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013817) of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de [Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629).
2. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de [Wet op het BTW-compensatiefonds](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013817) of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de [Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629).
##### Artikel 3. Uitkeringsplafond
Het plafond bedraagt € 74.000.000 inclusief BTW voor de aanvraagperiode genoemd in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=4&z=2024-04-01&g=2024-04-01).
Het plafond bedraagt € 77.882.000 inclusief BTW voor de aanvraagperiode genoemd in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=4&z=2025-01-31&g=2025-01-31).
##### Artikel 4. De aanvraag
1. De aanvraagperiode loopt van dinsdag 2 april 2024 9.00 uur tot en met woensdag 15 mei 2024 17.00 uur.
1. De aanvraagperiode loopt van maandag 3 februari 2025 9.00 uur tot het tijdstip waarop het uitkeringsplafond wordt bereikt.
2. Een aanvraag bevat:
- a. een beschrijving van het project en de locatie waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en van de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld in [artikel2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2024-04-01&g=2024-04-01);
- a. een beschrijving van het project en de locatie waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en van de wijze waarop het project voldoet aan de voorwaarden, gesteld in [artikel2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2025-01-31&g=2025-01-31);
- b. een beschrijving van de wijze waarop het project wordt uitgevoerd en welke partijen daarbij betrokken zijn, waarbij door middel van te volgen processtappen inzichtelijk wordt gemaakt hoe het project zal worden uitgevoerd;
@@ -62,67 +60,55 @@
- d. een projectbegroting met een toelichting waaruit de benodigde bijdrage per project en het BTW-deel van het aangevraagde bedrag blijkt en waaruit blijkt of er reeds eerder op grond van andere regelingen gelden zijn verstrekt voor dit project;
- e. de verwachte datum waarop de start van de bouw begint en de opleverdatum van het gehele project;
- e. de verwachte datum waarop de start van de bouw begint en de opleverdatum van het gehele project; en
- f. een overeenkomst waarin het college, de beoogd investeerder en indien van toepassing de grond- of gebouweigenaar, overeenkomen zich in te spannen om de in de aanvraag opgenomen woonruimten te realiseren; en
- g. indien van toepassing: de bescheiden, genoemd in [artikel 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=5&z=2024-04-01&g=2024-04-01).
- f. een overeenkomst waarin het college, de beoogd investeerder en indien van toepassing de grond- of gebouweigenaar, overeenkomen zich in te spannen om de in de aanvraag opgenomen woonruimten te realiseren.
3. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
4. De minister kan, in aanvulling op de aanvraagvereisten, bedoeld in het tweede lid, aanvullende bescheiden opvragen die hij nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag of het monitoren van de effecten van deze regeling.
##### Artikel 5. De rangschikking van de aanvragen
##### Artikel 5. De wijze van verdeling
1. De minister stelt een rangschikking op van de binnengekomen volledige aanvragen en behandelt de aanvragen volgens die rangschikking.
1. De minister behandelt de binnengekomen aanvragen op volgorde van binnenkomst. Een aanvraag geldt als binnengekomen op het moment dat de aanvraag volledig is binnengekomen.
2. De rangschikking vindt plaats aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van toekenning:
- a. een aanvraag waarbij:
- 1°. een college een overeenkomst met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft gesloten om extra opvang van asielzoekers of statushouders te realiseren waarbij conform de overeenkomst extra flexwoningen of transformatiewoningen worden gerealiseerd; of
- 2°. de beoogd investeerder een koopovereenkomst heeft gesloten met het Rijksvastgoedbedrijf voor flex- of transformatiewoningen voor sociale woonruimten;
- b. een aanvraag waarbij voor het project een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend;
- c. een aanvraag waarbij voor het project een nog niet onherroepelijke omgevingsvergunning is aangevraagd of verleend of waarbij voor het project een gedoogbeschikking is verleend;
- d. een aanvraag die voldoet aan de in deze regeling gestelde voorwaarden.
3. Indien het plafond, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=3&z=2024-04-01&g=2024-04-01), is bereikt en meerdere aanvragen op basis van de criteria, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking komen voor de subsidie, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
2. Indien de minister op het tijdstip dat het plafond, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=3&z=2025-01-31&g=2025-01-31) wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
##### Artikel 6. Afwijzingsgronden
De minister wijst een aanvraag om een specifieke uitkering af indien:
1. De minister wijst een aanvraag om een specifieke uitkering af indien:
- a. de aanvraag geen betrekking heeft op een project als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2024-04-01&g=2024-04-01);
- a. de aanvraag geen betrekking heeft op een project als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2025-01-31&g=2025-01-31);
- b. de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van andere regelingen reeds een specifieke uitkering is verstrekt, met uitzondering van de [Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0046732);
- c. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=3&z=2024-04-01&g=2024-04-01);
- c. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=3&z=2025-01-31&g=2025-01-31);
- d. toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2024-04-01&g=2024-04-01); of
- d. toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2025-01-31&g=2025-01-31); of
- e. voor het project op het moment van de aanvraag reeds begonnen is met de start met de aanleg van de fundering van de flexwoningen van het project of de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de transformatiewoningen.
- e. voor 1 september 2024 reeds begonnen is met de start met de aanleg van de fundering van de flexwoningen of toe te voegen woonruimten van het project of de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de transformatiewoningen of de toe te voegen woonruimten.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, wijst de minister een aanvraag om een specifieke uitkering niet af indien voor het project tussen 1 september 2024 en 3 februari 2025 reeds begonnen is met de start met de aanleg van de fundering van de flexwoningen of toe te voegen woonruimten van het project of de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de transformatiewoningen of de toe te voegen woonruimten.
##### Artikel 7. Verplichtingen
1. Het college meldt aan de minister het moment waarop wordt gestart met de aanleg van de fundering of de aanvang van de bouwwerkzaamheden, bedoeld in [artikel 6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=6&z=2024-04-01&g=2024-04-01).
1. Het college meldt aan de minister het moment waarop wordt gestart met de aanleg van de fundering of de aanvang van de bouwwerkzaamheden, bedoeld in [artikel 6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=6&z=2025-01-31&g=2025-01-31).
2. Het college zorgt ervoor dat binnen twaalf maanden na het verlenen van de beschikking het project wordt opgeleverd.
2. Het college zorgt ervoor dat binnen achttien maanden na het verlenen van de beschikking wordt begonnen met de start van de aanleg van de fundering van de flexwoningen of toe te voegen woonruimten van het project of de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de transformatiewoningen of de toe te voegen woonruimten.
3. De termijn, genoemd in het tweede lid, kan door de minister met ten hoogste zes maanden worden verlengd na een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college.
4. Het college besteedt de volledige specifieke uitkering uiterlijk binnen twaalf maanden na het verlenen van de beschikking.
4. Het college zorgt ervoor dat het project binnen een redelijke termijn wordt opgeleverd.
5. De gemeente wijst ten minste eenzelfde aantal extra sociale woonruimten binnen de totale sociale woningvoorraad toe aan Oekraïense ontheemden en statushouders als dat er in 30% van het project kan worden gehuisvest.
6. Het college levert op verzoek van de minister aanvullende bescheiden voor het monitoren van de effecten van deze regeling.
7. Het college meldt aan de minister wanneer de beschrijving van de wijze waarop het project wordt uitgevoerd, bedoeld in [artikel 4, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=4&z=2025-01-31&g=2025-01-31), wijzigt en levert een aangepaste beschrijving van de wijze waarop het project wordt uitgevoerd en welke partijen daarbij betrokken zijn, waarbij middels processtappen inzichtelijk wordt gemaakt hoe het project uitgevoerd zal worden.
##### Artikel 8. De verlening
1. De minister neemt binnen acht weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
1. De minister neemt binnen acht weken na de binnengekomen volledige aanvraag een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
2. De verleningsbeschikking vermeldt:
@@ -130,23 +116,25 @@
- b. het bedrag van de uitkering;
- c. wanneer de uitkering wordt uitbetaald;
- c. dat de uitkering wordt uitbetaald op het moment waarop wordt gestart met de aanleg van de fundering of de aanvang van de bouwwerkzaamheden, bedoeld in [artikel 6, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=6&z=2025-01-31&g=2025-01-31);
- d. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering, en
- d. de door het college geplande realisatiedatum van het project waarvoor de uitkering wordt verleend;
- e. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de projecten zijn uitgevoerd.
- e. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering, en
- f. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de projecten zijn uitgevoerd.
##### Artikel 9. Bevoorschotting en uitbetaling
1. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=8&z=2024-04-01&g=2024-04-01), een voorschot van 100% en betaalt dat voorschot in één keer uit.
1. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=8&z=2025-01-31&g=2025-01-31), een voorschot van 100% en betaalt dat voorschot in één keer uit.
2. Het moment waarop de uitkering wordt uitbetaald, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=8&z=2024-04-01&g=2024-04-01), is het moment waarop wordt gestart met de aanleg van de fundering van de flexwoningen of de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de transformatiewoningen.
2. Het moment waarop de uitkering wordt uitbetaald, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=8&z=2025-01-31&g=2025-01-31), is het moment waarop wordt gestart met de aanleg van de fundering van de flexwoningen of toe te voegen woonruimten of de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de transformatiewoningen of de toe te voegen woonruimten.
##### Artikel 10. Verantwoording, vaststelling en terugvordering
1. Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in [artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a).
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in [artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a), blijkt dat de uitkering, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2024-04-01&g=2024-04-01), niet volgens de in deze regeling gestelde voorwaarden of niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in [artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a), blijkt dat de uitkering, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=2&z=2025-01-31&g=2025-01-31), niet volgens de in deze regeling gestelde voorwaarden of niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.
##### Artikel 11. Inwerkingtreding
@@ -159,3 +147,15 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 8a
De minister kan een besluit over de verlening van de specifieke uitkering intrekken of wijzigen indien:
- a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
- b. het college niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=7&z=2025-01-31&g=2025-01-31); of
- c. het college minder woonruimten kan realiseren dan vermeld in de verleningsbeschikking, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0048657&artikel=8&z=2025-01-31&g=2025-01-31).
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2024-04-01
Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023
2023-10-01
Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023 — a
2023-10-01
Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023
original version
Tekst op deze datum