Regeling medisch-specialistische zorg

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 46
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Deze werkpakketten bestaan uit bepalingen ten behoeve van het screenen en typeren van ontvangers of levende donoren bij orgaantransplantatie. Deze bepalingen worden uitgevoerd in het kader van de besluitvorming voor verschillende vormen van orgaantransplantatie, door gespecialiseerde laboratoria. Plaatsing op een wachtlijst valt ook onder besluitvorming. Alle uitgevoerde bepalingen in dit kader vormen een werkpakket.

Artikel 27. Overige zorgproducten uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek

1.

Voor een aantal eerstelijnsdiagnostiek producten zijn er specifieke prestatiebeschrijvingen die hierna worden vermeld.

  • a. Beeldvormende diagnostiek (voorkomend in de range 080001 t/m 089879) Niet het begrip foto, maar het begrip onderzoek is hierbij het uitgangspunt. Onder onderzoek wordt verstaan alle handelingen (zowel doorlichten als foto's) die nodig zijn om voor een onderzoek tot een conclusie of diagnose te komen.
  • b. Klinisch-chemische en microbiologische onderzoeken (070001 t/m 079995)
  • •. Ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken (079991) Tarief ter dekking van afname-, registratie- en declaratiekosten van patiëntmateriaal (bloed, urine, et cetera) op één tijdstip of indien om medisch redenen noodzakelijk op verschillende tijdstippen. Onder afname wordt ook steeds aanname (urine, feces, et cetera met uitzondering van bloed) verstaan.
  • •. Ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratorium bloedonderzoeken, exclusief bloedafname (079989) Tarief ter dekking van registratie- en declaratiekosten bij bloedonderzoek.
  • •. Toeslag op ordertarief bij decentrale afname van patiëntmateriaal (079990) Toeslag op het ordertarief (079991) wanneer de afname ten behoeve van de eerstelijnspatiënten niet op de hoofdlocatie respectievelijk het laboratorium plaatsvindt. Onder afname wordt ook steeds aanname (urine, feces, et cetera, met uitzondering van bloed) verstaan. Huisbezoeken vallen niet onder de decentrale afnames.
  • •. Huisbezoek (079986 en 079987) Huisbezoek bij de patiënt voor afname van patiëntmateriaal. Deze prestaties mogen naast de prestatie ‘ordertarief per afname’ (079991) gedeclareerd worden.
  • •. CLB-referentietarief (079993) Uitbesteding van de afname van patiëntmateriaal aan Sanquin. Deze prestatie wordt in rekening gebracht indien het zogenoemde referentietarief in rekening is gebracht.
  • •. Registratietarief (inclusief oproep) in het kader van multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (079988) De uitvoering van programmatische registratie en protocollaire diagnostiek van multidisciplinaire zorgverlening van patiënten met chronische aandoeningen onder behandeling van de huisarts door een ziekenhuis of huisartsenlaboratorium. Het tarief dient ter dekking van de kosten van de oproep, registratie van de diagnostiek volgens NHG-standaard en rapportage (waaronder feedback en benchmarking) naar de huisarts.
  • •. Sperma onderzoek (070801, 078013 en 078110) Voor de overige zorgproducten sperma onderzoek geldt dat als dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog naar aanleiding van een consult op het fertiliteitsspreekuur van de vrouw, verwijzing van de eerste lijn niet noodzakelijk is.
  • c. Pathologie (050516 t/m 050523, 050546 en 050547) Onder een pathologie onderzoek wordt verstaan het onderzoek van alle daartoe in aanmerking komende weefsels (histologie) of celmateriaal en vochten (cytologie) die binnen één zitting worden verwijderd in verband met één zorgvraag. Per type histologisch of cytologisch onderzoek, dat uit meerdere inzendingen kan bestaan, geldt één specifieke declaratiecode. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen aanvragers uit de eerste en tweede lijn. In afwijking tot bovenstaande geldt voor huidpreparaten één code per inzending, met uitzondering van MOH’s en neoplasie met schildwachtklier (waarvoor de algemene regel van één declaratiecode per onderzoek geldt). De declaratiecode wordt bepaald door de combinatie aard materiaal en ingreep. Deze basis declaratiecodes zijn gebaseerd op een indeling in zes zwaartecategorieën. Hierbij geldt: Bij een inzending met een vriescoupe wordt, naast de basisdeclaratiecode voor de zwaartecategorie, een extra aparte code voor vriescoupe geregistreerd. Voor moleculaire diagnostiek op verzoek van de eerste lijn of een niet dbc-registrerend specialisme gelden de declaratiecodes 'Pathologisch onderzoek – eenvoudige moleculaire diagnostiek op weefsels of cellen op beperkt aantal genen of micro-organismen op verzoek 1e lijn of niet dbc-registrerend specialisme (excl. HPV, zie 050513)' (050546) en 'Pathologisch onderzoek – complexe moleculaire diagnostiek op weefsels of cellen op verzoek van 1e lijn of een niet dbc-registrerend specialisme' (050547).
  • •. Declaratiecode 050516 = zwaarteklasse 1
  • •. Declaratiecode 050517 = zwaarteklasse 2
  • •. Declaratiecode 050518 = zwaarteklasse 3
  • •. Declaratiecode 050519 = zwaarteklasse 4
  • •. Declaratiecode 050520 = zwaarteklasse 5
  • •. Declaratiecode 050521 = zwaarteklasse 6
  • d. Meedenkadvies eerste lijn (190070) Een prestatie voor de inzet van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert binnen de medisch specialistische zorg, op aanvraag van de huisarts. De prestatie omvat: Het advies stelt de huisarts in staat om, waar mogelijk, de zorgvraag van de patiënt zelf verder af te handelen zonder dat doorverwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk is.
  • a. het interpreteren van de casus;
  • b. het opstellen van een integraal advies dat in ieder geval de volgende elementen omvat:
  • –. uitleg en onderbouwing van het advies;
  • –. de (gegevens van de) aanvragend zorgverlener;
  • –. de voor de zorg/adviesvraag noodzakelijke patiëntgegevens met datum van de aanvraag;
  • –. naam, functie en specialisme van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en die het advies heeft gegeven;
  • c. het ter beschikking stellen van dit advies aan de huisarts, zonder direct patiëntcontact.

Artikel 28. Overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek

1.

Voor de overige zorgproducten ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, diëtetiek, orthoptie, optometrie en oefentherapie is vanwege directe toegang verwijzing vanuit de eerste lijn niet noodzakelijk.

2.

Voor een aantal producten in de categorie paramedische behandeling en onderzoek zijn er specifieke prestatiebeschrijvingen die hierna worden vermeld.

  • a. Diëtetiek (192841, 192987 t/m 192998) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor extramurale diëtiek. Op de regel dat er per dag per patiënt maximaal één prestatie in rekening gebracht mag worden, geldt aanvullend als uitzondering dat eenzelfde prestatie vaker in rekening gebracht mag worden indien dit noodzakelijk is omdat de prestatie per kwartier gedeclareerd wordt.
  • b. Voedingsvoorlichting (290162) Per zorgverlener is het lokaal overeengekomen tarief voor voedingsvoorlichting van toepassing. Dit tarief mag per medewerker per uur voor voedingsvoorlichting in rekening worden gebracht.
  • c. Ergotherapie (190941, 190962, 192928, 192934 t/m 192938, 192940 t/m 192945, 192947 t/m 192950, 193012, 193013 en 193084) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor ergotherapie. Op de regel dat er per dag per patiënt maximaal één prestatie in rekening gebracht mag worden, geldt aanvullend als uitzondering dat eenzelfde prestatie vaker in rekening gebracht mag worden indien dit noodzakelijk is omdat de prestatie per kwartier gedeclareerd wordt.
  • d. Fysiotherapie (192933, 192984, 192985, 192999, 193000 t/m 193025, 193027 t/m 193029, 193081, 193087, 193088 en 193096) De specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen en de algemene bepalingen zijn te vinden in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor fysiotherapie.
  • f. Oefentherapie (192931, 192951 t/m 192953, 192955 t/m 192958, 192960 t/m 192967, 192969, 193033 t/m 193037)
  • g. Optometrie (192848 en 192849) Het Eerste optometrisch onderzoek (binoculair) (192848) of de Voortgezette optometrische behandeling per bezoek (binoculair) (192849) wordt uitgevoerd door een optometrist die de patiënten ziet op een optometrisch spreekuur.
  • •. Eerste optometrisch onderzoek (binoculair) (192848) Een zorgactiviteit ten behoeve van de registratie van het eerste diagnostisch consult door de optometrist bij een nieuwe zorgvraag.
  • •. Voortgezette optometrische behandeling per bezoek (binoculair) (192849) Een zorgactiviteit voor het registreren van (diagnostische) herhaalconsulten door de optometrist bij een bestaande zorgvraag.
  • h. Orthoptie (039813, 039814, 192855, 192856 en 192858)
  • •. De screening (intake) orthoptie (192855), het orthoptisch onderzoek (039813 en 192856) of de behandeling (039814) wordt uitgevoerd door een orthoptist die de patiënten ziet op een orthoptisch spreekuur, met uitzondering van een voortgezette standaard orthoptische behandeling op afstand (192858).
  • •. Screening (intake) orthoptie (192855) Screening (intake) is een eerste consult van een orthoptist met een patiënt die zonder verwijzing van een arts naar de zorgaanbieder gaat. Gedurende de intake inventariseert de zorgaanbieder de zorgvraag, bepaalt of er een indicatie is voor verder orthoptisch onderzoek, gaat na of er geen contra-indicaties zijn en informeert of adviseert de patiënt.
  • •. Eerste orthoptisch onderzoek (039813) Tijdens het eerste orthoptische onderzoek vindt een nadere anamnese plaats, wordt de diagnose gesteld, het behandelplan opgesteld en besproken met de patiënt. Verder vindt er verslaggeving plaats richting de verwijzer (indien deze aanwezig is).
  • •. Voortgezette standaard orthoptische behandeling, per bezoek (039814)| Tijdens dit herhaalcontact met de orthoptist wordt het behandelplan geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Dit wordt met de patiënt besproken en er vindt verslaggeving richting de verwijzer plaats (indien deze aanwezig is).
  • •. Voortgezette standaard orthoptische behandeling op afstand (192858) Tijdens dit herhaalcontact met de orthoptist wordt het behandelplan geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Dit wordt met de patiënt besproken en er vindt verslaglegging richting de verwijzer plaats (indien deze aanwezig is). Dit contact op afstand dient ter vervanging van een voortgezette standaard orthoptische behandeling op het orthoptisch spreekuur en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur vergelijkbaar te zijn.
  • •. Uitgebreid vervolg orthoptisch onderzoek (192856) Tijdens een vervolg orthoptisch onderzoek wordt het behandelplan geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Dit wordt met de patiënt besproken en er vindt verslaggeving richting de verwijzer plaats (indien deze aanwezig is). Van een uitgebreid vervolg orthoptisch onderzoek is sprake wanneer bij patiënten aantoonbaar uitgebreid orthoptisch onderzoek plaatsvindt op het gebied van motiliteit, sensoriek of objectieve refractiebepaling (skiascopie).
  • i. Poliklinische bevalling (190043 t/m 190048)
  • •. Een overig zorgproduct poliklinische bevalling is een bevalling die niet door een gynaecoloog wordt begeleid. Er is de intentie dat de kraamvrouw op dezelfde dag of de aansluitende ochtend (in de regel binnen 24 uur) het ziekenhuis verlaat.
  • •. Het tarief van deze overige zorgproducten is inclusief genees-, verband- en narcosemiddelen en kunst- en hulpmiddelen en inclusief gebruik verloskamer. De tarieven van de overige zorgproducten 190043, 190045, 190047 zijn inclusief de kosten van partusassistentie.
  • •. Aanvullend hierop geldt:
  • •. Poliklinische bevalling zonder medische indicatie (190043 en 190044) Een bevalling in het ziekenhuis zonder medische aanleiding.
  • •. Poliklinische bevalling op medische indicatie (190045 en 190046) Een bevalling in het ziekenhuis op medische indicatie.
  • •. Verplichte poliklinische bevalling zonder medische indicatie (190047 en 190048) Een bevalling in het ziekenhuis zonder medische aanleiding, waarbij thuisbevalling niet mogelijk is:
  • •. als gevolg van een capaciteitstekort in kraamzorg/ verloskunde; en/of
  • •. vanwege geografische criteria, woon- en bijzondere omstandigheden; en/of
  • •. vanwege psychosociale criteria.

Artikel 29. Overige zorgproducten uit de categorie overige verrichtingen

Voor een aantal overige verrichtingen gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing.

    1. Bijbetaling aandeel onverzekerde zorg (199871 t/m 199875, 199881 t/m 199886, 199891 t/m 199897, 199903 t/m 199907) Deze overige verrichtingen mogen alleen gedeclareerd worden indien er onverzekerde zorg in combinatie met verzekerde zorg wordt geleverd tijdens de looptijd van een subtraject. Indien binnen de looptijd van een subtraject uitsluitend onverzekerde of verzekerde zorg wordt geleverd, dan wordt gebruik gemaakt van reguliere zorgactiviteiten die binnen het subtraject worden vastgelegd.
    1. Verrichtingen bijzondere tandheelkunde (199800 t/m 199802) De prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen voor mondzorg (waaronder ook de zorg zoals geleverd door centra bijzonder tandheelkunde) zijn te vinden in de Beleidsregel bijzondere tandheelkunde instellingen.
    1. MKA-chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962)
  • a. De MKA-chirurgische verrichtingen omvatten zowel de voorbehandeling als de verrichting zelf, ongeacht of deze in één of meer zittingen plaatsvinden. Voor het poliklinisch behandelen van complicaties die het gevolg zijn van de uitgevoerde MKA-chirurgische verrichting, mag een aparte verrichting voor de complicatiebehandeling in rekening gebracht worden, mits dit niet dezelfde verrichting is als de oorspronkelijke ingreep. Indien er géén aparte verrichting voor de complicatiebehandeling bestaat of in rekening gebracht kan worden, mag een herhaalconsult in rekening worden gebracht.
  • b. Eerste consult mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (234001) Een face-to-face consult bij mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie waarbij een patiënt voor de eerste keer voor een nieuwe zorgvraag een kaakchirurg (of arts-assistent), verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog consulteert, inclusief uitgebreid onderzoek. Het opnemen van een eenvoudige anamnese over aard en duur van de klachten dienen als een geheel met de daaropvolgende behandeling te worden beschouwd. Hiervoor wordt geen apart consult vastgelegd.
  • c. Herhaalconsult mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (234002) Een face-to-face consult bij mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie waarbij een patiënt in herhaling (niet voor de eerste keer) voor een zorgvraag een kaakchirurg (of arts-assistent), verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog consulteert.
  • d. Consult op afstand mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (234004) Een consult bij mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie waarbij een patiënt voor een zorgvraag op afstand (screen-to-screen, telefonisch of schriftelijk) een kaakchirurg (of arts-assistent), verpleegkundig specialist, physician assistant of klinisch technoloog consulteert. Dit consult op afstand dient ter vervanging van een face-to-face herhaalconsult (234002) en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur vergelijkbaar te zijn. Van dit consult vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.
  • e. Preventieve parodontale behandeling (verrichting 234027 en 234028) Het gaat hierbij uitsluitend om gehospitaliseerde patiënten bij wie deze behandeling geïndiceerd is en die verwezen zijn door de behandelende beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. Ook patiënten bij wie preventieve parodontale behandeling noodzakelijk en urgent is en die redelijkerwijs niet verwezen kunnen worden naar de eerste lijn vallen hieronder. Hierbij valt te denken aan:
  • a. patiënten die chemotherapie en/of radiotherapie (moeten) ondergaan;
  • b. patiënten in afwachting van openhartchirurgie;
  • c. patiënten met HIV/aids;
  • d. patiënten in afwachting van nierdialyse;
  • e. patiënten bij wie een transplantatie moet geschieden.
  • f. Kleine verrichtingen (234084) In het maximumtarief van kleine verrichtingen (234084) zijn begrepen onderstaande verrichtingen en onderzoekingen:
  • a. behandeling van kleine verwondingen zonder excisie en hechten;
  • b. operatief wondtoilet (niet als nabehandeling van eigen ingreep);
  • c. uitgebreide proefexcisie en biopsieën, voor zover niet afzonderlijk in de vastgestelde tarieven vermeld;
  • d. intraveneuze injecties, gewrichtspuncties en gewrichtsinjecties (géén contrastvloeistof);
  • e. oprekken of manipuleren van het kaakgewricht;
  • f. het verwijderen van briden;
  • g. behandeling van nabloedingen;
  • h. abcesbehandeling;
  • i. gingiva-excisies;
  • j. verwijdering van kleine fibromen en epuliden;
  • k. opheffen van kleine occlusie- en articulatiestoornissen;
  • l. verwijdering van een solitaire exostose;
  • m. gingivitis- en stomatitisbehandeling (acute ontstekingsfase);
  • n. onderzoek op focale infectie, vitaliteits- en sensibiliteitstest;
  • o. fistulografie;
  • p. neurolyse door middel van injecties.
  • g. Fractuurbehandeling (238041, 238042, 238044) De fractuurbehandeling door middel van fixation external wordt gelijkgesteld aan een operatieve fractuurbehandeling. Indien de fractuurbehandeling niet tot consolidatie leidt en klinische, röntgenologische en/of andere onderzoekingen de diagnose pseudo-artrose doen stellen, dan wordt de eerdere behandeling als afgesloten beschouwd (in de betekenis van volledige behandeling).
  • h. Mandibulair Repositie Apparaat MRA (234190) Onder een Mandibulair Repositie Apparaat (MRA) wordt verstaan: Een apparaat waarmee de onderkaak gedwongen van positie verandert met als doel de bovenste luchtwegen te verruimen en/of snurken te beperken. In de prestatie MRA en het bijbehorende tarief is inbegrepen:
  • a. het maken van afdrukken;
  • b. de registratie (ongeacht de methode);
  • c. het plaatsen van het apparaat, inclusief het aanbrengen van kleine correcties en het geven van bijbehorende instructies omtrent het gebruik;
  • d. nazorg gedurende twee maanden na plaatsing van het MRA.
  • i. Vacatiegelden, per uur (230001) Voor consulten buiten de werkgemeente geldt voor vacatiegeld een bedrag per uur, inclusief reis- en verblijfkosten, maar exclusief het tarief voor consult of verrichting(en).
  • j. Informatieverstrekking aan derden (239021) Het op verzoek schriftelijk verstrekken van informatie over een patiënt aan een derde, niet zijnde een andere zorgaanbieder of zorgverzekeraar. De patiënt op wie het informatieverzoek betrekking heeft, moet toestemming hebben verleend voor het verstrekken van die informatie. De prestatie is een overig zorgproduct met een maximumtarief en betreft onverzekerde zorg. De zorgaanbieder die met gebruikmaking van deze prestatie informatie aan een derde verstrekt, brengt deze niet bij de patiënt of diens zorgverzekeraar in rekening, maar bij die derde (de verzoeker). Deze prestatie wordt niet in rekening gebracht:
  • –. als het een informatieverzoek betreft waarvoor bij enig wettelijk voorschrift is bepaald dat zorgaanbieders die informatie kosteloos ter beschikking moeten stellen; of
  • –. voor een (later) gevraagde toelichting of verduidelijking op de verstrekte informatie.
  • k. Rapporten (239023, 239024) Hieronder wordt niet verstaan een rapport aan een patiënt, zorgverzekeraar, behandelend arts, behandelend tandarts of behandelend tandartsspecialist. Geldt tevens niet voor informatieverstrekking aan bedrijfsarts of verzekeringsarts.
  • l. Dagverpleging mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231901) Een aantal uren durende vorm van verpleging, op een voor dagverpleging ingerichte afdeling, die op dezelfde dag plaatsvindt als een MKA-chirurgisch onderzoek of behandeling. Deze vorm van verpleging moet in het algemeen voorzienbaar en noodzakelijk zijn, in verband met het MKA-chirurgisch onderzoek en/of behandeling.
  • m. Verpleegdag mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (231902) Voor de definitie van verpleegdag zie artikel 24 lid 29.
  • n. Techniekkosten Onder techniekkosten wordt verstaan: de kosten voor de werkstukken vervaardigd door een tandtechnicus of in een tandtechnisch laboratorium (TTL) en de kosten voor werkstukken gevormd op basis van digitale technieken, zoals 3D-beeldovrming middels CAD-CAM-technieken. Indien de tandtechniek door derden wordt geleverd mogen de werkelijke kosten één-op-één worden doorberekend. De zorgaanbieder is verplicht om op verzoek van de patiënt of diens verzekeraar de nota van de tandtechnicus/tandtechnisch laboratorium te overleggen. Indien de zorgaanbieder de tandtechnische werkstukken zelf vervaardigt, is deze verplicht aan de patiënt of diens verzekeraar de techniekkosten te specificeren conform de lijst van de NZa met maximumtarieven voor tandtechniek in eigen beheer.
    1. Keuringen, rapporten en informatieverstrekkingen (119027 t/m 119063)
  • a. Rijbewijskeuringen (119027, 119060, 119061, 119062 en 119063) Er zijn twee soorten rijbewijskeuringen, te weten: de gezondheidsverklaring (119027) en de mededelingenprocedure (119060 en 119061). Bij een gezondheidsverklaring (119027) beoordeelt het CBR of een keurling gezond genoeg is om veilig aan het verkeer deel te nemen. De standaardprestatie voor de gezondheidsverklaring omvat maximaal 15 minuten directe tijd en maximaal 15 minuten indirecte tijd. Directe tijd is de tijd die de keuringsarts met de te keuren persoon doorbrengt in het kader van het onderzoek. Indirecte tijd is de tijd die de keuringsarts nodig heeft voor het inlezen in het dossier alsmede het opstellen van de rapportage. Onder indirecte tijd wordt uitdrukkelijk niet verstaan werkzaamheden van financiële, administratieve of secretariële aard. In aanvulling op de standaardprestatie gezondheidsverklaring (119027) bestaan twee afzonderlijke toeslagprestaties: één voor directe tijd met een tijdsduur van maximaal 5 minuten (119062) en één voor indirecte tijd met een tijdsduur van maximaal 15 minuten (119063) waarmee – onder voorwaarden – toeslagen op de bestede directe en indirecte tijd in rekening mogen worden gebracht. Deze voorwaarden zijn opgenomen in artikel 34d lid 3. Een mededelingenprocedure (119060 en 119061) is een rijbewijskeuring op last van de politie of op verzoek van de behandelend arts. Hier bestaat een onderscheid tussen twee soorten keuringen, te weten: de mededelingenprocedure voor medische rijgeschiktheid (119060) en de mededelingenprocedure voor alcohol-, drugs- en gedragsproblematiek (119061). Deze prestaties kennen beide één standaardtarief waarin de kosten voor zowel alle directe als indirecte tijd zijn verdisconteerd. De mededelingenprocedure kent, in tegenstelling tot de gezondheidsverklaring, geen mogelijkheid tot het in rekening brengen van toeslagen.
  • b. Informatieverstrekking aan derden (119053) Het op verzoek schriftelijk verstrekken van informatie over een patiënt aan een derde, niet zijnde een andere zorgaanbieder of zorgverzekeraar. De patiënt op wie het informatieverzoek betrekking heeft, moet toestemming hebben verleend voor het verstrekken van die informatie. De prestatie is een overig zorgproduct met een maximumtarief en betreft onverzekerde zorg. De zorgaanbieder die met gebruikmaking van deze prestatie informatie aan een derde verstrekt, brengt deze niet bij de patiënt of diens zorgverzekeraar in rekening, maar bij die derde (de verzoeker). Deze prestatie wordt niet in rekening gebracht:
  • –. als het een informatieverzoek betreft waarvoor bij enig wettelijk voorschrift is bepaald dat zorgaanbieders die informatie kosteloos ter beschikking moeten stellen; of
  • –. voor een (later) gevraagde toelichting of verduidelijking op de verstrekte informatie.
    1. Stoppen-met-rokenprogramma (194276, 194277, 194278) Voor de overige zorgproducten voor het stoppen-met-rokenprogramma (194276, 194277, 194278) gelden de prestatiebeschrijvingen zoals opgenomen in de Beleidsregel stoppen-met-rokenprogramma en de Prestatiebeschrijvingbeschikking stoppen-met-rokenprogramma.
    1. Regiefunctie complexe wondzorg (190287) De prestatie Regiefunctie complexe wondzorg is een traject waarin de zorgaanbieder de patiënt voor één of meerdere complexe wonden begeleidt, adviseert en/of behandelt. Het traject omvat in ieder geval de volgende onderdelen: De prestatie wordt op patiëntniveau in rekening gebracht. Een nadere toelichting is te vinden in de Beleidsregel Regiefunctie complexe wondzorg.
  • •. het opstellen en zo nodig tussentijds bijstellen van een behandelplan;
  • •. het bespreken van het behandelplan met de patiënt;
  • •. kennisdeling en kennisverspreiding voor zorgprofessionals en met de patiënt;
  • •. advies inzake leefstijlverbetering aan de patiënt;
  • •. casemanagement, triage en afstemming met de medisch specialist en/of huisarts.
    1. Reiskosten (010905 en 010906)
  • •. Voor hulp verleend door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert op een ander adres dan een praktijkadres van deze beroepsbeoefenaar (bijvoorbeeld aan huis van een patiënt) mogen de gemaakte reiskosten in rekening gebracht worden.
  • •. Voor de reiskosten geldt een bedrag per kilometer volgens het Reisbesluit binnenland (code 010905), plus een bedrag per half uur voor de reistijd (code 010906).
    1. SCEN-consultatie (130001) SCEN staat voor Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland. De prestatie betreft alle activiteiten van de medisch specialist, specialist ouderengeneeskunde of huisarts die staat ingeschreven in een daarvoor door de Federatie Medisch Specialisten en Zorgverzekeraars Nederland aangewezen SCEN-register van KNMG, waaronder met name is begrepen: De prestatie mag door de geconsulteerde medisch specialist, die staat ingeschreven in een specifiek SCEN-register, in rekening worden gebracht.
  • a. overleggen met de behandelaar plus inzien journaals, specialistenbrieven, et cetera ten behoeve van SCEN-consultatie;
  • b. de visite(s) bij de patiënt en diens omgeving;
  • c. de verslaglegging ten behoeve van de behandelaar;
  • d. het afsluitend overleg met de behandelaar voor onder andere bespreking van het verslag.
    1. Verpleging, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg in de thuissituatie (190288 en 190289) Er is sprake van verpleging, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg in de thuissituatie indien is voldaan aan elk van onderstaande voorwaarden: Onder ‘thuissituatie’ wordt verstaan: De verpleging die noodzakelijk is in verband met thuisbeademing, palliatieve terminale zorg of intensieve kindzorg valt niet onder deze prestatie.
  • •. Er is sprake van verpleegkundige handelingen, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg, met het oog op herstel van gezondheid, of voorkomen van verergering van ziekte of aandoening. De verpleegkundige handelingen vinden plaats onder directe aansturing van de medisch-specialist;
  • •. Er is een indicatiestelling aanwezig voor verpleging, noodzakelijk in de thuissituatie in verband met medisch-specialistische zorg, van de medisch specialist.
  • •. Deze verpleging is geen onderdeel van een klinische zorgdag in de thuissituatie.
  • •. Deze prestaties worden per uur gedeclareerd. Indien er minder dan een uur zorg wordt geleverd aan een patiënt, dan wordt het tarief naar rato in rekening gebracht.
  • •. Een woonhuis, of
  • •. Verblijf in een zorginstelling die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 Wlz.
    1. Multidisciplinaire diagnostiek zeldzame en/of complexe visuele aandoeningen binnen een tertiair oogheelkundig centrum (190001) Multidisciplinaire diagnostiek gericht op een vermoeden van een complexe en/of zeldzame oogaandoening (vallend onder de definitie voor weesaandoeningen: prevalentie is minder dan 1 op 2000). De patiënt wordt door een medisch specialist voor diagnostiek overgedragen naar een gespecialiseerd centrum voor zintuiglijk gehandicapten. De diagnostiek omvat oogheelkundig, orthoptisch, beeldvormend, functie- of elektrofysiologisch en oogbewegingsonderzoek, inclusief adviesgesprek. De betrokken disciplines zijn: Oogarts, Klinisch Fysicus, Orthoptist, GZ-/Neuropsycholoog (190001)
    1. Multidisciplinaire diagnostiek van cerebrale visusstoornissen binnen een Tertiair oogheelkundig centrum (190002) Multidisciplinaire diagnostiek gericht op een vermoeden van cerebrale visusstoornissen: de patiënt wordt door een medisch specialist overgedragen voor diagnostiek naar een gespecialiseerd centrum voor zintuiglijk gehandicapten. De diagnostiek omvat onder meer oogheelkundig- en functieonderzoek en psychologisch en ergotherapeutisch onderzoek, inclusief multidisciplinair overleg en adviesgesprek. De betrokken disciplines, met een minimumaantal van drie disciplines, zijn: Oogarts, Orthoptist/Optometrist (minimaal één oogheelkundige discipline is verplicht), gz-psycholoog/Neuropsycholoog (verplicht), Maatschappelijk Werkende en Ergotherapeut (190002)
    1. Nabij patiënt trombosediensttest (NPT) (per kwartaal) (190259) Bij Nabij patiënt trombosediensttesten (NPT) verrichten de medewerkers van een zorgaanbieder zelf de bloedafname en bepalen de stollingstijd (onder verantwoordelijkheid en training van de trombosedienst). De resultaten van de meting, de eventuele bijzonderheden en de doseervoorstellen worden uitgewisseld met de trombosedienst. Het tarief voor NPT bestaat uit één tarief dat door de trombosedienst per kwartaal in rekening mag worden gebracht. De trombosedienst stemt de verrekening van het tarief af met de betreffende zorgaanbieder. De NPT-prestatie wordt gebruikt voor Wlz-cliënten die in een Wlz-instelling verblijven en geen behandeling ontvangen of Wlz-cliënten die hebben gekozen voor de leveringsvormen PGB, MPT en VPT.
    1. Geprotocolleerde thuisvoorlichting nierfunctie vervangende behandelingen (192050) De prestatie betreft alle activiteiten voor geprotocolleerde thuisvoorlichting, inclusief benadering, kennismaking en groepsvoorlichting over nierfunctie vervangende behandelingen. De geprotocolleerde thuisvoorlichting gebeurt onder verantwoordelijkheid van het nierteam aan huis of op een andere gewenste locatie (buiten het ziekenhuis).
    1. Geavanceerd ultrageluid – groep 1, inclusief bespreking van de uitslag (191117)en Geavanceerd ultrageluid – groep 2, inclusief bespreking van de uitslag (191118) Het Geavanceerd ultrageluidonderzoek betreft echo-onderzoek van het ongeboren kind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen geavanceerd ultrageluidonderzoek bij zwangeren met een a priori verhoogde kans op een kind met (erfelijke) aangeboren afwijkingen (groep 1) en geavanceerd ultrageluidonderzoek bij een vermoede structurele afwijking van de baby bij voorafgaand prenataal onderzoek (groep 2). De prestatie omvat alle activiteiten omtrent het geavanceerd ultrageluid onderzoek en de bespreking van de uitslag van het onderzoek.

Hoofdstuk V. Afleiden

Artikel 30. Regels afleiden

1.

De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2.

Een grouper als bedoeld in het eerste lid, voldoet aantoonbaar aan de volgende voorwaarden en specificaties:

  • a. een grouper komt alleen tot afleiding als de input valide is;
  • b. een grouper past geen zorgactiviteiten of typeringen van subtrajecten aan;
  • c. een grouper leidt op basis van de ingevoerde declaratiedataset af conform de door de NZa vastgestelde tabellen en beslisbomen. In 'Toelichting regels afleiding' (bijlage bij deze regeling) is opgenomen hoe deze afleiding plaatsvindt;
  • d. een grouper verwijdert de informatie bij een declaratieaanvraag nadat de aanvraag volledig behandeld is;
  • e. de gegevensverwerking van door zorgaanbieders aangeleverde data door een grouper wordt niet gelogd en is voor personen buiten de zorgaanbieder om niet reproduceerbaar;
  • f. er bestaat toegankelijk inzicht in de algoritmen van een grouper, zodat achteraf de afleiding van het zorgproduct kan worden gereproduceerd;
  • g. een grouper voorziet in een functionaliteit om proefaanleveringen en bepalingen van onderhanden werk te onderscheiden van aanleveringen ten behoeve van declaratie aan zorgverzekeraars;
  • h. er bestaat een formele gestandaardiseerde procedure voor de communicatie en uitlevering van nieuwe versies van stamtabellen of softwarespecificaties. Hierin is altijd inzichtelijk welke stamtabellen en specificaties toegepast zijn.
3.

Van een gedeclareerd dbc-zorgproduct moet altijd, middels een hash-functionaliteit, traceerbaar zijn dat het is afgeleid door een bepaalde grouper.

4.

De zorgverlener gebruikt voor de afleiding uitsluitend een grouper die jaarlijks door een onafhankelijke derde, aangesloten bij NOREA dan wel een vergelijkbare organisatie, geauditeerd is ter beoordeling van een betrouwbare en continue werking. De audit wordt jaarlijks voor 1 april over het voorgaande jaar uitgevoerd. De audit toetst aan de hand van het document ‘Toetsingskader grouper’. Deze toetsing vindt plaats als onderdeel van de toetsing op de betrouwbare en continue werking van de grouper.

De audit wordt uitgevoerd volgens de richtlijn assurance rapport betreffende interne beheersingsmaatregelen bij een serviceorganisatie (ISAE 3402 type II). Op basis van deze audit is gegarandeerd dat een grouper een juiste en verifieerbare afleiding verzorgt.

Hoofdstuk VI. Declareren en betalen

Artikel 31. Algemene declaratiebepalingen

1.

Ten aanzien van de artikelen in dit hoofdstuk gelden de navolgende uitgangspunten:

  • a. voor zover in de artikelen van hoofdstuk VI wordt gesproken over zorgaanbieders wordt, tenzij anders bepaald, gedoeld op instellingen of solisten.
  • b. het in rekening brengen (declareren) van een integraal tarief voor een geleverd dbc-zorgproduct of een overig zorgproduct aan een zorgverzekeraar of patiënt is exclusief voorbehouden aan zorgaanbieders verantwoordelijk voor het afhandelen van de zorgvraag of factureringsbedrijven die namens deze zorgaanbieders declareren.
2.

In aanvulling op het eerste lid geldt voor instellingen dat zij in het bezit zijn van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), tenzij zij behoren tot een categorie die bij of krachtens deze wet is uitgezonderd van de verplichting om over een toelatingsvergunning te beschikken.

3.

In aanvulling op het eerste lid geldt voor solisten dat zij in het bezit zijn van een individuele tariefbeschikking, die op grond van een individuele aanvraag volgens de procedure zoals beschreven in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg door de NZa is afgegeven. De solist voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg.

4.

De zorgaanbieder declareert in één declaratie het totale, integrale tarief van het dbc-zorgproduct. Onderdeel van dit tarief is, voor zover van toepassing, een tussen de instelling en vrijgevestigd medisch specialist/kaakchirurg, dan wel diens rechtsgeldige vertegenwoordiger, overeengekomen vergoeding voor diens aandeel in het geleverde en in rekening gebrachte dbc-zorgproduct.

5.

De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de juiste declaratie van een dbc-zorgproduct of overig zorgproduct.

6.

Declaratiebepalingen geneesmiddelen

  • a. De instelling die een geneesmiddel toedient/verstrekt aan de patiënt, waarbij het geneesmiddel op het moment van toediening/verstrekking valt onder de aanspraak geneeskundige zorg (als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering), declareert dit geneesmiddel.
  • b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat een geneesmiddel dat bij de desbetreffende indicatie uitsluitend valt onder de aanspraak geneeskundige zorg, of een geneesmiddel voor de behandeling van HIV, wordt gedeclareerd door de zorgaanbieder die de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen behandelt en waarvan de zorg die op deze geneesmiddelen betrekking heeft niet is overgenomen door een andere zorgaanbieder.
  • c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard.
  • d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd.
  • e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt.
  • f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt.
  • g. Om dubbele bekostiging te voorkomen, mogen eventuele nog bruikbare geneesmiddelen die na deze verstrekking retour worden genomen door de (ziekenhuis)apotheek en opnieuw worden verstrekt aan een andere patiënt, alleen in rekening worden gebracht bij (de zorgverzekeraar van) de laatste patiënt die het geneesmiddel ontvangt.

Artikel 32. Onderlinge dienstverlening

1.

Bij onderlinge dienstverlening wordt alleen door de opdrachtgever een dbc-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht bij de zorgverzekeraar of de patiënt.

2.

Bij onderlinge dienstverlening brengt de opdrachtnemende zorgaanbieder het door hem uitgevoerde deel van het dbc-zorgproduct of (een deel van) een overig zorgproduct uitsluitend in rekening bij de opdrachtgevende zorgaanbieder.

3.

Vervallen

4.

De bepalingen in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op Wbmv-zorg indien alleen de opdrachtnemende zorgaanbieder een Wbmv-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg.

5.

Indien een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert in meerdere instellingen werkzaam is en de patiënt vanuit de initiële instelling naar zichzelf verwijst in een andere instelling, wordt de geleverde zorg in de andere instelling via onderlinge dienstverlening in rekening gebracht bij de initiële instelling.

6.

De verplichting genoemd in het vorige lid om zorg via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen bij de initiële instelling, geldt niet indien:

  • a. de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag en die vanuit een categorale instelling voor gespecialiseerde zorg is gedetacheerd in een ziekenhuis en de patiënt vanuit dat ziekenhuis verwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg, waarin dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert de patiënt (verder) zal behandelen.
  • b. de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de patiënt met een (hoog)complexe zorgvraag, vanuit de initiële instelling verwijst naar een andere instelling waar dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de benodigde behandelfaciliteiten, kennis of kunde in de initiële instelling ontbreken.
  • c. de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag, de patiënt vanuit de initiële instelling verwijst naar een andere instelling waar dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de zorg waar de zorgvraag van de patiënt betrekking op heeft door diens zorgverzekeraar niet gecontracteerd is bij de initiële instelling, maar wel bij die andere instelling.
  • d. de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag, de patiënt vanuit de initiële instelling verwijst naar een andere instelling waar dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat beide hiervoor genoemde instellingen met betrekking tot de zorgvraag van de patiënt een geformaliseerde vorm van samenwerking met elkaar hebben. Ook het terugverwijzen naar de initiële instelling kan onderdeel zijn van deze geformaliseerde samenwerking. Deze uitzondering is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat de zorgverzekeraar(s) waarmee de samenwerkende instellingen contractafspraken maken, hier aanvullende afspraken over maken en deze vastleggen in het contract (contractvereiste).
7.

Indien een acute zorgvraag wordt behandeld in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is, wordt een dbc-zorgproduct in rekening gebracht door de instelling waar de acute zorgvraag wordt behandeld. Onderlinge dienstverlening is dan niet van toepassing.

8.

Indien zorg wordt verleend door een andere instelling in het kader van een second opinion wordt een dbc-zorgproduct in rekening gebracht door de instelling die de second opinion heeft uitgevoerd. Onderlinge dienstverlening is dan niet van toepassing.

9.

In het kader van onderlinge dienstverlening leveren de betrokken zorgaanbieders elkaar de daarvoor benodigde persoonsgegevens aan.

Artikel 33. Declaratiebepalingen voor dbc-zorgproducten

1.

Het dbc-zorgproduct wordt gedeclareerd bij de patiënt of bij de zorgverzekeraar waar de patiënt op de startdatum van het dbc-zorgproduct is verzekerd.

2.

Een zorgaanbieder mag een dbc-zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de in deze regeling vastgestelde registratiebepalingen en voldaan is aan de omschrijvingen en definities van zorgactiviteiten uit de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg.

3.

Bij declaratie van een dbc-zorgproduct vermeldt de zorgaanbieder het subtrajectnummer.

4.

Declaratie van parallelle dbc-zorgproducten is niet toegestaan indien de onderliggende diagnosen voorkomen in de ‘Diagnose Combinatie Tabel’ (bijlage bij deze regeling).

5.

De declaratie van een dbc-zorgproduct heeft een zegel (hash-code) waaruit blijkt dat deze door een grouper is afgeleid.

6.

Het tarief voor uitname van een orgaan bij een levende orgaandonor, mag in rekening worden gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger van het orgaan.

7.

Wanneer een poortspecialist en/of een SEH-arts en/of een verpleegkundig specialist en/of een physician assistant en/of een klinisch verloskundige samen één zorgvraag behandelen, dan wordt hiervoor één dbc-zorgproduct gedeclareerd.

8.

Wanneer een cardioloog en een cardiochirurg samen een AICD-implantatie uitvoeren, dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

9.

Een SKION dbc-zorgproduct (990116022 t/m 990116056) mag niet in combinatie met een ander dbc-zorgproduct kindergeneeskunde (dbc-zorgproductgroep 990116) worden gedeclareerd.

10.

Wanneer een kinderarts en een neuroloog beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van epilepsie (dbc-zorgproductgroep 069899) of van eenzelfde zorgvraag voor kinderneurologie (dbc-zorgproductgroep 991630), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct uit de betreffende dbc-zorgproductgroep worden gedeclareerd.

11.

Wanneer een internist en een longarts beiden een deel van de diagnostiek en/of behandeling uitvoeren van tuberculose (dbc-zorgproducten 019999052 t/m 019999058) of pneumonie (dbc-zorgproducten 109999067 t/m 109999074), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

12.

Wanneer een internist en/of een kinderarts en/of een radiotherapeut samen een patiënt screenen op de late effecten van de behandeling van kanker of stamceltransplantatie bij niet-maligne aandoeningen (dbc-zorgproducten 219899046 t/m 219899049), dan mag hiervoor één dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

13.

Een dbc-zorgproduct voor traumaopvang volgens ATLS protocol (182199051, 182199055, 182199056 en 182199057) mag per instelling door één specialisme worden gedeclareerd.

14.

Een initieel SKION dbc-zorgproduct wordt per SKION-stratificatie door één instelling in rekening gebracht.

15.

Voor het in rekening brengen van dbc-zorgproducten voor complex chronische longaandoeningen (zorgproductgroep 990022) geldt het volgende:

  • •. Een dbc-zorgproduct voor behandeling wordt alleen in rekening gebracht, indien voldaan wordt aan de afbakeningscriteria zoals opgenomen in het document ‘Afbakeningscriteria complex chronische longaandoeningen’ van de Nederlandse Vereniging voor Longziekten en Tuberculose.
  • •. Parallel aan een dbc-zorgproduct uit de zorgproductgroep voor CCL (990022) wordt door dezelfde of een andere instelling geen ander dbc-zorgproduct voor CCL (zorgproductgroep 990022) in rekening gebracht.
  • •. Parallel aan een dbc-zorgproduct uit de zorgproductgroep voor CCL (990022) wordt door de instelling geen ander dbc-zorgproduct met dezelfde diagnose gedeclareerd.
16.

Zodra zorg vanuit het traject Voorwaardelijke Toelating instroomt in het basispakket, zijn de prestaties behorende bij dit traject niet langer beperkt tot de declaratie van deze zorg in studieverband. Bijbehorende prestaties mogen vanaf dan buiten studieverband gedeclareerd worden, totdat de NZa de bekostiging hierop heeft aangepast.

17.

Dbc-zorgproducten voor gespecialiseerde brandwondenzorg (dbc-zorgproductcodes 979004001 t/m 979004017) worden uitsluitend in rekening gebracht door instellingen die in onderdeel 2 (‘behandellocatie brandwonden’) van de richtlijn ‘Zorg voor patiënten met brandwonden’ worden aangeduid als ‘derdelijns instellingen’, resp. ‘brandwondencentra’.

Artikel 34. Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten

1.

Een overig zorgproduct wordt gedeclareerd bij de patiënt of bij de zorgverzekeraar waar de patiënt op het moment van de uitvoerdatum van het overige zorgproduct is verzekerd.

2.

Een zorgaanbieder mag een overig zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de in deze regeling vastgestelde registratiebepalingen en voldaan is aan de omschrijvingen en definities van zorgactiviteiten/overige zorgproducten zoals omschreven in (de bijlagen van) deze regeling.

3.

Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijnsdiagnostiek en paramedische behandeling en onderzoek, mag alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van:

  • •. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerste lijn, waarbij dit overige zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
  • •. Een verzoek voor het uitvoeren van een overig zorgproduct uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek van een Wlz-behandelaar. Waarbij de beoordeling van de diagnostiek in de tweede lijn plaatsvindt en waarbij dit overig zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
  • •. Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme waarvoor de dbc-systematiek niet geldt; of
  • •. Paramedische zorg die geen onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling; of
  • •. Paramedische zorg die wel onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling, maar waarvoor geen dbc-zorgproduct gedeclareerd kan worden.
4.

Een door de NZa vastgestelde facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg (overig zorgproduct) wordt uitsluitend in rekening gebracht door zorgaanbieders die over deze prestatie een schriftelijke overeenkomst hebben gesloten met de zorgverzekeraar van de betreffende patiënt (contractvereiste).

5.

Een facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg (overig zorgproduct) wordt in rekening gebracht met inachtneming van de voorwaarden, voorschriften en beperkingen in de afzonderlijke prestatiebeschrijvingsbeschikking waarmee die facultatieve prestatie is vastgesteld. Deze prestatiebeschrijvingsbeschikkingen zijn te raadplegen op de NZa-website.

Artikel 34a. Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie supplementaire producten

1.

Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

2.

Een add-on mag tussentijds, dat wil zeggen ‘na uitvoering’ en ’eerder dan declaratie van het dbc-zorgproduct’ worden gedeclareerd.

3.

Een add-on ic wordt per kalenderdag gedeclareerd

4.

Een add-on dialyse toeslag op de ic (190156) mag alleen in combinatie met een ic-dag (190157 of 190158) worden gedeclareerd. Een add-on dialysetoeslag mag dus niet in combinatie met een add-on voor de neonatale ic en de pediatrische ic (190150 of 190151) worden gedeclareerd.

5.

Bij declaratie van een add-ongeneesmiddel wordt het zorgtrajectnummer van het zorgtraject waarop het betrekking heeft meegestuurd.

6.

Bij declaratie van een add-on ic wordt het subtrajectnummer van het zorgproduct waarop het betrekking heeft meegestuurd. Indien er sprake is van een add-on ic met zorgtype 52 wordt het (eigen) subtrajectnummer meegestuurd.

7.

Als er geen contractuele overeenkomst is tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar over de zwaarte van de te declareren behandeldagen (ic-dag type 1 of 2 met zorgactiviteitcodes 190157 of 190158), mag alleen de ic-dag type 1 in rekening worden gebracht.

8.

De toeslag ECMO mag alleen in rekening gebracht worden als op een kalenderdag op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op neonatale ic of pediatrische ic. De ECMO-prestatie mag als zijnde een toeslag naast de Neonatale intensive care of Pediatrische intensive care gedeclareerd worden.

9.

Alleen centra voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten, die door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 8 van de Wet op de bijzondere medische verrichtingen (Wbmv) als zodanig zijn aangewezen, mogen ozp-stollingsfactoren voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten in rekening brengen. Bij de declaratie van ozp-stollingsfactoren voor overige indicaties geldt deze beperking van aangewezen centra niet.

In afwijking van de inwerkingtredingsdatum van deze regeling, treedt de inhoud van lid 9 van dit artikel met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2017.

10.

Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan declareert de zorgaanbieder het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp-stollingsfactor. In dat geval wordt een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening gebracht. Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van MKA-chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel deel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd. Het ten laste van de medisch-specialistische zorg declareren van buiten de medisch-specialistische zorg bekostigde geneesmiddelen is niet toegestaan.

11.

De toeslag in verband met chronische beademing – revalidatie (190982) mag in rekening worden gebracht voor iedere verpleegdag waarop een patiënt, die afhankelijk is van chronische kunstmatige beademing, chronische beademing ontvangt in het kader van een revalidatiebehandeling. Het gaat hierbij om patiënten:

  • •. die gebruik maken van invasieve beademing (beademing via tracheacanule) of:
  • •. die gebruik maken van non invasieve beademing (beademing via masker) en het masker niet zelfstandig kunnen hanteren in verband met afwezige arm-handfunctie.

De inzet van de revalidatiearts in verband met een calamiteit die zich tijdens en als gevolg van de chronische beademing voordoet, vormt geen onderdeel van deze toeslag, maar wordt als directe tijd geregistreerd. Deze toeslag is ook niet van toepassing op patiënten die in principe zelfstandig ademhalen, maar waarbij op grond van hun aandoening te verwachten is dat zij incidenteel en kortdurend beademd moeten worden of een andere vorm van ondersteuning van de ademhaling nodig hebben. Voor het vastleggen van deze zorg wordt de zorgactiviteitcode Klinische verpleging – ademhaling ondersteuning (zuurstof geven, airstacken (longvolume op peil houden), longen uitzuigen) – revalidatie (190879) gebruikt.

12.

De draagbare uitwendige cardioversie-defibrillator (LifeVest) (190668) mag eenmalig per patiënt in rekening worden gebracht bij uitgifte van de uitwendige cardioversie-defibrillator.

13.

Een klinische zorgdag in de thuissituatie (190228) mag in rekening worden gebracht door een zorgaanbieder indien hier een schriftelijke overeenkomst met de zorgverzekeraar van de desbetreffende patiënt, over de invulling van deze prestatie, aan ten grondslag ligt.

14.

De prestatie faecaal microbiotica transplantaat (190605) wordt per toegediende suspensie gedeclareerd door het ziekenhuis waar de toediening plaatsvindt.

15.

Voor de toediening van totale parenterale voeding (TPV) en vocht in de thuissituatie (192861, 192862, 192863, 192864) geldt het volgende:

  • a. Deze prestaties worden gedeclareerd door de zorgaanbieder die verantwoordelijk is voor de TPV-zorgvraag van de patiënt. Deze prestaties mogen alleen gedeclareerd worden indien de patiënt in de thuissituatie verblijft. Bij deze prestaties wordt onder ‘thuissituatie’ verstaan: het verblijf buiten een instelling voor medisch-specialistische zorg en het verblijf in een instelling voor medisch-specialistische revalidatiezorg.
  • b. De voorgeschreven (verhouding tussen het) aantal dagen TPV en het aantal dagen vocht zoals vastgelegd in het medisch dossier bepaalt welke prestaties gedeclareerd mogen worden.
  • c. Het is niet toegestaan om voor één dag meerdere prestaties in rekening te brengen. Per week (=periode van zeven dagen) worden maximaal zeven prestaties gedeclareerd. Alle prestaties uit een week worden gedeclareerd met als uitvoerdatum de eerste dag van deze week. Indien het voorschrift midden in de week gestopt wordt, dan worden evenveel prestaties gedeclareerd als dagen dat het voorschrift geldig was.
  • d. De prestatie Vocht bij TPV indicatie of afhankelijkheid van NaCl en/of elektrolyten bij chronisch darmfalen in de thuissituatie, inclusief toediening per infuus, hulpmiddelen en toebehoren, per dag (192864) mag gedeclareerd worden voor:
  • •. een voor TPV-geïndiceerde patiënt een dag (of langer) geen TPV maar alleen vocht toegediend krijgt; of
  • •. een patiënt die afhankelijk is van intraveneuze toediening van NaCl en/of elektrolyten en in het kader van darmfalen vocht toegediend krijgt.
16.

Verpleegdag kortdurende klinische revalidatie (190229)

  • a. Voor de declaratie van de add-on verpleegdag kortdurende klinische revalidatie (190229) gelden de volgende voorwaarden:
  • •. de add-on wordt eenmaal per verpleegdag geregistreerd, tot en met een maximum van 14 dagen per subtraject.
  • •. de add-on wordt uitsluitend naast een ambulant (revalidatie) dbc-zorgproduct gedeclareerd.
  • •. in afwijking van artikel 34a lid 2, wordt de add-on gedeclareerd bij het sluiten van het subtraject.
  • b. Indien de opname langer duurt dan 14 dagen, is declaratie van de add-on Verpleegdag kortdurende klinische revalidatie (190229) niet toegestaan. In plaats daarvan wordt verpleegdag (190218) gedeclareerd als onderdeel van het klinische revalidatie dbc-zorgproduct.
  • c. Voor de periode van tot en met 30 april 2026 geldt dat de add-on uitsluitend wordt gedeclareerd naast een ambulant (revalidatie) dbc-zorgproduct waarvan het bijbehorende subtraject een startdatum heeft op of na 1 januari 2026.
17.

De prestaties voor perfusie bij donorlongen, donorlevers en (DCD) donorharten (192128 t/m 192130, 192160 en 192161) worden door het uitvoerend transplantatiecentrum eenmalig per donororgaan gedeclareerd bij een volledig uitgevoerde perfusieprocedure, ongeacht of de perfusieprocedure tot een succesvolle of niet succesvolle transplantatie heeft geleid. Deze prestaties worden in combinatie met een dbc-zorgproduct van de beoogde ontvanger gedeclareerd, in diens transplantatie-zorgtraject.

18.

De prestatie ‘Verkeerde bed’ komt ten laste van de Wlz en wordt dientengevolge in rekening gebracht bij het zorgkantoor.

19.

Expertiseadvies uitgevoerd door een andere instelling, zonder patiëntencontact (190174)

Advies vanuit een expertisecentrum, gericht op de (nog in te zetten) diagnostiek of behandeling van een patiënt. De patiënt is op het moment van de aanvraag voor het expertiseadvies niet voor dezelfde zorgvraag onder behandeling bij het expertisecentrum. Het advies wordt aangevraagd door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag van de patiënt. Deze prestatie wordt door de aanvragende instelling eenmaal geregistreerd en gedeclareerd voor het volledige adviestraject voor dezelfde zorgvraag, dat uit een of meerdere contactmomenten en informatie-uitwisselingen tussen de aanvrager en het expertisecentrum kan bestaan. Hierbij is geen sprake van contact tussen het expertisecentrum en de patiënt. Het advies wordt uitgevoerd door één of meerdere beroepsbeoefenaren, werkzaam binnen hetzelfde expertisecentrum, waarvan er minimaal één de poortfunctie uitvoert.

Voor de declaratie van het expertiseadvies gelden onderstaande aanvullende voorwaarden:

  • •. het advies is uitgevoerd door een in Nederland erkend expertisecentrum voor zeldzame aandoeningen;
  • •. de aanvrager heeft, met toestemming van de patiënt, alle benodigde patiëntgegevens en medische informatie gedeeld met het expertisecentrum; en
  • •. verslaglegging van het expertiseadvies (zoals de beoordeelde uitslagen en/of geadviseerde behandelopties) is terug te vinden in het medisch dossier van de aanvrager.
20.

Expertiseadvies uitgevoerd door een andere instelling, met patiëntencontact (190175)

Advies vanuit een expertisecentrum, gericht op de (nog in te zetten) diagnostiek of behandeling van een patiënt. De patiënt is op het moment van de aanvraag voor het expertiseadvies niet voor dezelfde zorgvraag onder behandeling bij het expertisecentrum. Het advies wordt aangevraagd door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag van de patiënt. Deze prestatie wordt door de aanvragende instelling eenmaal geregistreerd en gedeclareerd voor het volledige adviestraject voor dezelfde zorgvraag, dat uit een of meerdere contactmomenten en informatie-uitwisselingen tussen de aanvrager en het expertisecentrum kan bestaan. Hierbij is ook sprake van contact tussen het expertisecentrum en de patiënt. Het advies wordt uitgevoerd door één of meerdere beroepsbeoefenaren werkzaam binnen hetzelfde expertisecentrum, waarvan er minimaal één de poortfunctie uitvoert.

Voor de declaratie van het expertiseadvies gelden onderstaande aanvullende voorwaarden:

  • a. het advies is uitgevoerd door een in Nederland erkend expertisecentrum voor zeldzame aandoeningen;
  • b. de aanvrager heeft, met toestemming van de patiënt, alle benodigde patiëntgegevens en medische informatie gedeeld met het expertisecentrum; en
  • c. verslaglegging van het expertiseadvies (zoals de beoordeelde uitslagen en/of geadviseerde behandelopties) is terug te vinden in het medisch dossier van de aanvrager.
21.

De add-on overig telemonitoring (039133) wordt maximaal één keer per 120 dagen gedeclareerd. Declaratie van de add-on overig telemonitoring (039133) vindt plaats zo lang de patiënt gebruik maakt van telemonitoring. Ook wanneer er gedurende die 120 dagen tijdsintervallen zijn waarbinnen geen meting plaatsvindt, wordt de prestatie gedeclareerd.

22.

Voor de declaratie van medisch geïndiceerde vaccinaties (190591, 190592, 190593, 190594) geldt het volgende:

  • a. Deze prestaties worden gedeclareerd indien:
  • •. vaccinaties worden toegediend aan patiënten die vallen in een medische risicogroep; en
  • •. deze vaccinaties in aanmerking komen voor vergoeding ten laste van de Zorgverzekeringswet.
  • b. Er wordt één prestatie gedeclareerd voor de gehele set aan vaccinaties (het gehele vaccinatiepakket) waarvoor de patiënt in aanmerking komt. Binnen dit vaccinatiepakket maakt het niet uit hoeveel toedieningen de patiënt krijgt en hoeveel tijd er tussen de (herhaal)toedieningen zit. Pas wanneer een patiënt het gehele vaccinatiepakket opnieuw ontvangt, wordt een nieuwe prestatie in rekening gebracht.
  • c. De prestatie wordt gedeclareerd met als uitvoerdatum de datum waarop de eerste toediening plaatsvindt.
23.

De prestatie proactieve zorgplanning (190099):

  • a. Wordt uitsluitend gedeclareerd door de zorgaanbieder waar de patiënt op de uitvoerdatum onder behandeling is, al dan niet in combinatie met klinisch verblijf.
  • b. Wordt niet eerder gedeclareerd dan nadat het zorgplan door de zorgaanbieder bedoeld onder a transmuraal is gedeeld met de overige betrokken zorgverleners bedoeld in artikel 26, lid 5, negende bullet.
  • c. Wordt maximaal één keer per 365 dagen gedeclareerd. De eerste termijn van 365 dagen vangt aan op de uitvoerdatum, d.w.z. op de dag waarop het eerste gesprek in het kader van proactieve zorgplanning heeft plaatsgevonden.
  • d. Wordt niet gedeclareerd in combinatie met, respectievelijk d.m.v. een koppeling aan, een dbc-zorgproduct palliatieve zorg (dbc-zorgproductgroep 990040).

Artikel 34b. Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek

1.

Een overig zorgproduct (039702 t/m 039736, 039741 t/m 039752, 039760, 039763 t/m 039793, 039796 t/m 039806, 039863 en 039864) voor klinische neurofysiologie (KNF) mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd, indien:

  • •. het overige zorgproduct wordt uitgevoerd door een klinisch neurofysioloog; en
  • •. het overig zorgproduct niet wordt uitgevoerd ten behoeve van een zorgtraject (en het bijbehorende dbc-zorgproduct) neurologie (0330); en
  • •. er sprake is van een substantiële afwijking van de inzet van de klinische neurofysioloog ten opzichte van het landelijk gemiddelde profiel; en
  • •. er een contractuele overeenstemming is tussen de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar.
2.

Voor een prestatie Klinisch-chemisch en microbiologisch onderzoek (070001 t/m 079995) in het kader van de eerste lijn mag het kostenbedrag, onafhankelijk van de uitvoerder (klinisch chemicus, hematoloog, medische microbioloog) worden gedeclareerd.

3.

Het ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken (079991 en 079989) mag bij een INR-bepaling (079995) niet in rekening worden gebracht.

4.

Een INR-bepaling (incl. order) (079995) mag niet worden gedeclareerd in het kader van trombosezorg. Hiervoor mag het overig zorgproduct advies – onderdeel van antistollingsbehandeling (190247) worden gedeclareerd

5.

Het overig zorgproduct toeslag op ordertarief bij decentrale afname van patiëntmateriaal (079990) mag alleen in combinatie met het overig zorgproduct ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratorium (079991) worden gedeclareerd. Deze prestatie mag niet in combinatie met een overig zorgproduct huisbezoek (079986 en 079987) worden gedeclareerd.

6.

Voor de SOA-tests voor Chlamydia, Gonorroe, Herpes Genitalis en Trichomoras mag alleen de prestatie DNA-amplificatie, kwalitatief, geautomatiseerd (070003) worden gedeclareerd. Hiervoor mogen niet de overige zorgproducten 070004, 070005 of 070006 worden gedeclareerd.

7.

Voor een overig zorgproduct spermaonderzoek (070801, 078013 en 078110) is een verzoek van de eerste lijn niet noodzakelijk als dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de gynaecoloog in het kader van een fertiliteitsspreekuur.

8.

Wanneer de overige zorgproducten (070706, 070707, 079986, 079987, 079990, 079991) in het kader van trombosezorg worden uitgevoerd is een verwijzing nodig. Dit mag ook een verzoek van of (door)verwijzing vanuit de tweede lijn zijn.

9.

Voor het klinisch-chemisch en microbiologisch laboratoriumonderzoek (070001 t/m 079996) is geen verzoek van de eerste lijn noodzakelijk op het moment dat het onderzoek aanvullend in rekening wordt gebracht bij een rijbewijskeuring (119027, 119060 en 119061). De zorgaanbieder moet altijd kunnen aantonen dat de uitgevoerde behandeling geen betrekking heeft op de zorgvraag van een openstaand subtraject.

10.

Voor het ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken (079991) en het ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratorium bloedonderzoeken, exclusief bloedafname (079989) geldt dat indien uitbesteding van onderzoek(en) aan een andere interne of externe uitvoerder plaatsvindt, deze interne of externe uitvoerder geen ordertarief (079991 dan wel 079989) in rekening mag brengen bij de (zorgverzekeraar van de) patiënt. Per afname (dan wel aanname) van patiëntmateriaal mag slechts één ordertarief (079991 dan wel 079989) in rekening worden gebracht.

11.

Het overig zorgproduct laboratoriumonderzoeken ten behoeve van nazorg altruïstische of familiaire donor (079970) dient ter dekking van de laboratoriumonderzoeken welke jaarlijks ter nazorg aan altruïstische of familiaire donoren worden geleverd. Het overig zorgproduct omvat urineonderzoek (albumine, kreatinine, sediment en eiwit), bloedonderzoek (kreatinine, HBA1c, cholesterol en/of glucose) en een ordertarief voor klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken, inclusief bloedafname. De prestatie wordt in rekening gebracht bij de donor en hiervoor geldt geen eigen risico.

12.

MRI (081093, 082490, 083191, 083192, 083290, 083390, 084090, 085091, 085093, 087091, 087092, 087096, 087097, 088090 en 089090)

MRI's worden rechtstreeks aan de zorgverzekeraar/patiënt gedeclareerd, tenzij deze worden geleverd als onderdeel van een dbc-zorgproduct of op verzoek van een andere zorgaanbieder in het kader van onderlinge dienstverlening.

Voor prestaties 082490, 083191, 083192, 083290, 083390, 084090, 085093, 087097, 088090 en 089090 geldt dat er per zitting maximaal twee MRI-codes gedeclareerd worden. Daarnaast geldt dat:

  • a. dezelfde prestatiecodes niet naast elkaar worden gedeclareerd;
  • b. prestaties 081093 en 082490 niet naast elkaar worden gedeclareerd;
  • c. prestatie 087097 niet naast 087070, 087091, 087092, 088090 of 089090 wordt gedeclareerd;
  • d. prestatie 088090 niet naast 087070, 087092, 087096, 087097 of 089090 wordt gedeclareerd;
  • e. prestatie 089090 niet naast 088090 wordt gedeclareerd.
13.

De prestatie ‘meedenkadvies eerste lijn (190070)’ wordt maximaal één keer per zorgvraag gedeclareerd, ook indien er voor de totstandkoming van één advies over één zorgvraag meerdere contactmomenten hebben plaatsgevonden tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de aanvragende huisarts.

De prestatie wordt uitsluitend gedeclareerd door één beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, ook wanneer meerdere beroepsbeoefenaren die de poortfunctie uitvoeren betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het advies.

14.

Voor de overige zorgproducten voor het stoppen-met-rokenprogramma (194276, 194277, 194278) gelden de declaratievoorschriften, transparantievoorschriften en andere voorwaarden zoals opgenomen in de Beleidsregel stoppen-met-rokenprogramma, Regeling stoppen-met-roken-programma en de Prestatiebeschrijvingbeschikking stoppen-met-rokenprogramma.

Het is niet toegestaan om voor dezelfde patiënt gelijktijdig een dbc-zorgproduct voor rookverslaving (diagnosetypering 0322_9904) en een ozp voor het stoppen-met-rokenprogramma te declareren.

Artikel 34c. Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek

Indien er sprake is van poliklinische fysiotherapie mogen de betreffende zorgactiviteiten, ook wanneer deze niet op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd, naast de dbc-zorgproducten gedeclareerd worden. Deze uitzondering geldt niet voor revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg.

Artikel 34d. Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie overige verrichtingen

1.

Een overig zorgproduct uit de categorie overige verrichtingen wordt los gedeclareerd en maakt geen onderdeel uit van het profiel van een dbc-zorgproduct.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)