← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 28 september 2023, nr. Min-BuZa.2023.19913-19, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027)

Geldende tekst a fecha 2023-10-10

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op de artikelen 3.1, 3.2, sub b tot en met sub d, 3.4, 3.5 en 3.6, sub d en sub e, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 3.1, 3.2, sub b tot en met sub d, 3.4, 3.5 en 3.6, sub d en sub e, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten ter versterking van de humanitaire sector gelden voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2027 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Voor het in artikel 1 genoemde tijdvak geldt een subsidieplafond van EUR 60 miljoen, welke middelen als volgt zijn verdeeld over de volgende beleidsdoelen:

2.

Indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor een van de twee categorieën beleidsdoelen als bedoeld in het eerste lid, komen deze beschikbaar voor aanvragen gericht op de andere beleidsdoel(en), indien en voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven neergelegd in de bijlage bij dit besluit.

3.

Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3

Aanvragen voor een subsidie in het kader van Versterking van de humanitaire sector 2024–2027 worden ingediend in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 1 december 2023 om 11:59 uur am CET, aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1https://www.government.nl/ministries/ministry-of-foreign-affairs/documents/decrees/2023/10/09/subsidy-framework-strengthening-the-humanitarian-sector-2024–2027

Artikel 4

De verdeling van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Wijzigt het Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Humanitaire hulp 2022–2026).

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.

Bijlage

Inhoudsopgave

Subsidiebeleidskader Versterking van de Humanitaire Sector

1. Inleiding

Dit subsidiebeleidskader hoort bij het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 28 september 2023, nr. MINBUZA-2023.19913-19, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006. Dit subsidiebeleidskader bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027.

2. Terminologie

3. Beleidsmatige context

Instabiliteit en geweld als gevolg van (geo)politieke geschillen, natuurrampen, klimaatverandering en uitbraken van infectieziektes leiden ertoe dat toenemende aantallen mensen in noodsituaties terechtkomen. De wereldwijd beschikbare middelen om hiermee om te gaan zijn onvoldoende gegroeid om alle mensen in nood van adequate en soms langdurige hulp te voorzien. Aangezien deze trend doorzet, is het noodzakelijk dat het systeem van humanitaire hulpverlening zich aanpast. Dit subsidiebeleidskader beoogt bij te dragen aan veranderingen die hiervoor nodig zijn, zoals in hoofdstuk 4 nader uiteengezet. Met dit subsidiebeleidskader wordt tevens invulling gegeven aan het derde kanaal dat aanvankelijk was voorzien onder het subsidiebeleidskader Humanitaire Hulp 2022–20264Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 15 oktober 2021, Min-BuZa.2021.10296-30, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Humanitaire hulp 2022–2026), Stcrt. 2021, nr. 44259.; het besluit waarmee de onderhavige beleidsregels worden vastgesteld voorziet daarom tegelijk ook in het laten vervallen van dit derde kanaal in het subsidiebeleidskader Humanitaire Hulp 2022–2026.

Hieronder volgt eerst een korte beschrijving van de bredere beleidscontext voor dit subsidiebeleidskader Versterking Humanitaire Sector 2024–2027.

3.1. Internationaal kader

Internationaal bestaat er een stevig fundament voor humanitaire hulpverlening, waar ook Nederland zich op baseert. De volgende internationaalrechtelijke en humanitaire uitgangspunten zijn bepalend:

3.2. Nederlands kader

Het Nederlandse beleid voor humanitaire hulp en diplomatie is onlosmakelijk onderdeel van het bredere Nederlandse buitenlandbeleid en het ontwikkelingsbeleid. De uitgangspunten hiervoor zijn verwoord in de nota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Doen waar Nederland goed in is9Beleidsnotitie Doen waar Nederland goed in is (2022). Het Nederlandse humanitaire beleid is uitgewerkt in de beleidsbrief Mensen eerst: Nederlandse koers humanitaire diplomatie en hulp10www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnota-s/2019/03/29/mensen-eerst-nederlandse-koers-humanitaire-diplomatie-en-noodhulp. Elk jaar wordt de specifieke inzet in dat jaar toegelicht in een brief aan de Tweede Kamer over humanitaire hulp en diplomatie11Humanitaire hulp en diplomatie 2023, Kamerstuk 2023Z03119 d.d. 21 februari 2023. Ook de beleidsreactie12Kamerstukken II 2022–2023, 2023Z03057, d.d. 21/2/23 op de evaluatie van de Nederlandse humanitaire hulp en diplomatie in de jaren 2015 – 2021 van de onafhankelijke evaluatiedienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, IOB, noemt een aantal uitgangspunten en prioriteiten van het Nederlandse beleid.

Het Nederlandse humanitaire beleid wordt langs twee samenhangende sporen uitgevoerd:

Nederland trekt in partnerschap op met organisaties die aan deze doelen werken. Zo draagt Nederland bij aan een humanitair systeem dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden en toenemende uitdagingen en noden.

4. Probleem- en doelstelling

Dit subsidiebeleidskader richt zich op het tweede in paragraaf 3.2 genoemde spoor, en daarbinnen meer specifiek op initiatieven en inspanningen die effectieve, efficiënte en mensgerichte humanitaire hulpverlening mogelijk maken en/of die bijdragen aan transformatie van de wijze waarop internationale humanitaire hulpverlening functioneert.

Om dit te bereiken concentreert dit subsidiebeleidskader zich op de volgende drie humanitaire uitdagingen:

4.1. Belemmeringen voor humanitaire toegang

Het humanitair oorlogsrecht, dat o.a. in de Geneefse Conventies is vastgelegd, vormt het internationaalrechtelijk fundament onder het werk van humanitaire organisaties. Het beschermt hun ruimte om onafhankelijke en onpartijdige hulp te bieden aan eenieder die het nodig heeft. Bovendien beschermt het oorlogsrecht ook burgers tegen de ernstigste uitwassen van gewapend conflict.

In toenemende mate wordt het humanitair oorlogsrecht geschonden door staten en andere partijen. Zoals het multilaterale systeem in zijn geheel onder druk staat, wordt ook het internationale bestel voor humanitaire hulpverlening en bescherming ondermijnd. Spelers trachten humanitaire hulp politiek, militair strategisch of ideologisch te instrumentaliseren. De ruimte voor humanitaire organisaties om hun werk te doen, met volledige naleving van de humanitaire principes, neemt af. Steeds vaker wordt onpartijdige humanitaire toegang actief belemmerd. Veiligheid voor hulpverleners zelf en voor de mensen in nood die zij trachten te bereiken en betrekken staat onder druk. Terwijl steeds meer mensen afhankelijk worden van humanitaire bijstand, krimpt de ruimte om deze efficiënt en effectief te bieden. Nederland zet zich er daarom voor in om het respect voor het humanitair oorlogsrecht te versterken en om humanitaire ruimte te beschermen en uit te breiden.

Om adequaat en zo effectief mogelijk te kunnen opereren en reageren in situaties van onvolledige humanitaire toegang, is lokale context-specifieke informatie cruciaal. Het verkrijgen en analyseren van dit soort informatie kan niet door statenpartijen en multilaterale organisaties (alleen) verzorgd worden. Ook internationale niet-gouvernementele organisaties en netwerken en lokale organisaties zijn van groot belang om een gedegen analytische en feitelijke basis te hebben voor de noodzakelijke humanitaire diplomatie om toegang en veiligheid van hulpverleners te bevorderen.

Nederland zet zich ook in voor het versterken van het internationaalrechtelijk systeem, en op dit terrein dan met name daar waar het gericht is op vermindering van de impact van conflict op mensen en op zekerstelling van humanitaire ruimte. Ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van instrumenten om (ook toekomstige) schendingen van humanitair oorlogsrecht met effect tegen te gaan is evenzeer een stevige informatiebasis nodig over hoe schendingen in de praktijk tot stand komen en hoe bewijslast wordt opgebouwd. Voor ontwikkeling van effectieve internationale afspraken en mechanismen om beperking van humanitaire ruimte tegen te gaan, zijn bewijs en informatie uit de praktijk van groot belang; als die basis ontbreekt kunnen geen nieuwe jurisprudentie of instrumenten zoals resoluties ontstaan, en is de Nederlandse diplomatieke inzet op dit punt minder effectief.

Op grond van het voorgaande is het eerste beleidsdoel van dit subsidiebeleidskader:

Beleidsdoel 1: Effectievere toepassing van humanitaire principes en humanitair oorlogsrecht, waardoor meer hulpverleners veilig hun werk kunnen doen en toegang hebben tot mensen in nood

Met het oog op dit doel beoogt het subsidiebeleidskader initiatieven te steunen die het verzamelen, verwerken en toepassen van lokale, context-specifieke informatie mogelijk maken over humanitaire toegang, veiligheid van humanitaire hulpverleners en/of over naleving van (andere aspecten van) humanitair oorlogsrecht. Deze initiatieven moeten hieraan werken in meer dan een enkele specifieke crisis en daarnaast ook verzamelde informatie, inzichten en werkwijzen vertalen en operationaliseren voor gebruik in crisis-overstijgende, regionale of mondiale onderhandelingen of ontwikkelingen, ook na de subsidieperiode.

4.2. Toenemende humanitaire noden door onvoldoende analyse en gebruik van data voor anticiperende humanitaire actie bij door mensen veroorzaakte of verergerde crises

Anticiperende humanitaire actie betekent dat vooruitlopend op voorspelbare gebeurtenissen die humanitaire noden veroorzaken of verergeren, in een vroeg stadium (humanitaire) actie wordt ondernomen om die noden te voorkomen of te verminderen. Dit is relevant in geval van natuurrampen, maar ook van door de mens op kortere termijn veroorzaakte of verergerde crises. Anticiperende humanitaire actie wordt veelal in gang gezet aan de hand van onder meer prognosemechanismen, wanneer waarschuwingssignalen afgaan en vooraf bepaalde drempels voor het tijdig vrijmaken van fondsen worden overschreden. Zo kunnen organisaties proactief en doeltreffend helpen te voorkomen dat levensbedreigende situaties uitgroeien tot grootschalige rampen en zo kunnen zij gemeenschappen in staat stellen zich beter voor te bereiden op, en te weren tegen crises. Wanneer mensen minder geraakt worden door crises zijn zij weerbaarder voor toekomstige schokken. En ook helpt anticiperende humanitaire actie duurzame ontwikkelingsresultaten te beschermen en bevorderen.

Anticiperende humanitaire actie is in toenemende mate een onderdeel van het mandaat en de taakopvatting van veel humanitaire organisaties. Maar zoals de Anticipatory Action Task Force (AATF)13bestaand uit FAO, IFRC, OCHA, START Network, WFP: Terms of Reference https://www.anticipation-hub.org/Documents/Other/Anticipatory_Action_Task_Force_ToR_JAN_2021.pdf heeft vastgesteld is een systeem-brede verschuiving nodig, aangejaagd door alle spelers in de hele humanitaire keten gezamenlijk, om de impact van inspanningen op dit gebied te vergroten14https://www.anticipation-hub.org/exchange/networks-and-forums/anticipatory-action-task-force-aatf.

Inmiddels wordt ook gekeken naar mogelijkheden om humanitaire anticiperende humanitaire actie in te zetten in geval van door mensen veroorzaakte of verergerde crises. Ook voor het voorspellen van door mensen veroorzaakte of verergerde crises bestaan data-gedreven modellen. Deze modellen volstaan als zodanig echter niet om humanitaire anticiperende humanitaire actie op te baseren. Het voorspellende vermogen voor wat betreft concrete ontwikkelingen, en vooral voor wat betreft humanitaire impact daarvan, is onvoldoende om adequaat geïnformeerde, gerechtvaardigde en conflict-sensitieve anticiperende humanitaire actie op te baseren. Het OCHA Centre for Humanitarian Data evalueerde de technische haalbaarheid van conflictvoorspelling ten behoeve van anticiperende humanitaire actie15Assessing the technical feasibility of conflict prediction for anticipatory action, OCHA Humanitarian Data Centre, October 2022 en kwam op grond daarvan met een aantal aanbevelingen voor verder werk op dit gebied, die zich onder meer concentreren op de noodzaak van:

Op grond van het voorgaande is het tweede beleidsdoel van dit subsidiebeleidskader:

Beleidsdoel 2: In toenemende mate vindt ook bij door mensen veroorzaakte crises conflict-sensitieve anticiperende humanitaire actie plaats, waardoor de opwaartse druk op humanitaire noden vermindert

Met het oog op dit doel beoogt het subsidiebeleidskader initiatieven te steunen die faciliteren dat kennis en uitgangspunten voor anticiperende humanitaire actie effectiever worden toegepast in (aanloop naar) door mensen veroorzaakte, of verergerde crises. De initiatieven maken data en modellen en/of werkwijzen voor het voorspellen van crisis-veroorzakende of -verergerende menselijke dynamiek toepasbaar voor conflict-sensitieve anticiperende humanitaire actie met inachtneming van de bevindingen en aanbevelingen van de Anticipatory Action Task Force en het OCHA Humanitarian Data Centre. Opzet is bovendien dat deze modellen of werkwijzen ook toepasbaar blijven na de subsidieperiode.

4.3. Onvoldoende ruimte voor sterk lokaal leiderschap, door gebrek aan een gelijkwaardige dialoog en samenwerking door de hele humanitaire keten heen, in het bijzonder met betrekking tot het delen van capaciteit en risico’s

Mensen en gemeenschappen die door crises zijn getroffen of die leven in situaties van verhoogd risico, zijn rechthebbenden die in het centrum moeten staan van besluitvormingsprocessen over humanitaire actie die hen aangaat17A-71-353SG Report on the outcome of the World Humanitarian Summit, 23 augustus 2016. Par. 36. Internationaal wordt nagestreefd om noodhulp, gebaseerd op de humanitaire principes, zo lokaal als mogelijk uit te voeren, en zo internationaal als noodzakelijk18The Grand Bargain – A shared commitment to better serve people in need, May 2016. P.5, commitment 2. Streven is om obstakels voor samenwerking met lokale organisaties weg te nemen19Idem. P.5, commitment 2.2 en om mensen die door crises worden geraakt te betrekken bij alle aspecten van de humanitaire response20Idem. P.10, commitment 6.

In juni 2021 bracht de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een literatuurstudie uit, Interrogating the evidence on humanitarian localisation, waarin werd geconcludeerd dat

‘There is concern that the construction of the localisation discourse continues to place international actors at the centre; that localisation debates continue to be driven by international actors; and that little attention has been given to the role of local actors in transforming norms and practices.’ 21 Interrogating the evidence base on humanitarian localisation, a literature review, IOB, June 2021

Obstakels voor concrete voortgang op de lokaliseringsdoelstellingen worden in de bestudeerde literatuur voornamelijk gevonden in percepties en vooronderstellingen over zaken zoals risico’s, capaciteit en vermogen van lokale actoren om te handelen volgens humanitaire principes.

‘In turn, perceptions of and approaches to risk management impact partnership models. The literature predominantly focuses on the risks to international actors when partnering with local actors, rather than vice versa, raising issues of power imbalances. Similarly, capacity-strengthening approaches further entrench such power dynamics: despite moves towards more sustained and participatory approaches, capacity-strengthening requirements are still largely identified by international organisations and predominantly focus on local actors’ organisational capacity and their capacity to fulfil donor requirements.’

Dit kader wil enkele van deze obstakels adresseren en daarmee werkwijzen stimuleren die meer lokaal leiderschap mogelijk maken.

De context waarin humanitaire hulp wordt geboden is vaak complex en humanitaire hulpverlening is niet mogelijk zonder dat risico’s worden genomen22https://www.interaction.org/wp-content/uploads/2019/03/Risk-Global-Study.pdf. Humanitaire organisaties hebben veelal robuuste systemen om risico’s in te schatten en te beperken en – als een risico toch materialiseert – daar adequaat op te reageren. Donoren, zoals Nederland, verwachten dit ook. Gebrek aan een gelijkwaardiger gesprek en gezamenlijke aanpak door de hele humanitaire keten heen kan er echter toe leiden dat risico’s feitelijk worden afgeschoven op intermediaire, en vervolgens op lokale organisaties23Risk sharing in practice: success stories, enablers and barriers to risk sharing in the humanitarian sector, Ed Hughes; ICRC, NL MFA, June 2022. Dat kan op zijn beurt de uitvoeringscapaciteit van partners overbelasten, het behalen van resultaat ondermijnen en de ruimte beperken voor lokaal leiderschap bij humanitaire actie. Het is van belang de risicolast van humanitaire hulpverlening op een verantwoorde manier door alle betrokkenen in de humanitaire keten te laten dragen, en hier in gezamenlijkheid aan te werken, bijvoorbeeld gebruik makend van het Risk Sharing Framework24https://interagencystandingcommittee.org/grand-bargain-official-website/risk-sharing-framework-0 dat tijdens de Jaarvergadering van de Grand Bargain in juni 2023 werd gepresenteerd.

Ook over benodigde capaciteit, lacunes in capaciteit en prioriteiten bij de inzet en versterking van capaciteit, is dialoog en samenwerking door de hele humanitaire keten heen noodzakelijk. Alle partners in de uitvoeringsketen hebben specifieke eigenschappen, mandaat en expertise, die in een optimaal samenspel benut en versterkt moeten worden om goede resultaten te bereiken. Prioriteiten voor een partner of groep partners in de keten kunnen niet unilateraal worden bepaald of opgelegd door een andere partner in die keten. Een gelijkwaardiger dialoog en samenwerking ook op dit gebied zal lokaal leiderschap beter mogelijk maken.

Op grond van het voorgaande is het derde beleidsdoel van dit subsidiebeleidskader:

Beleidsdoel 3: Een gelijkwaardiger dialoog tussen alle partners in de hele humanitaire keten over samenwerking en het delen van capaciteit en risico’s, waardoor lokaal leiderschap van humanitaire actie toeneemt

Met het oog op dit doel wil het subsidiebeleidskader lokaal leiderschap faciliteren door mogelijk te maken dat werkwijzen worden ontwikkeld, toegepast en uitgedragen die gebaseerd zijn op een open en gelijkwaardige dialoog en samenwerking tussen partners door de hele humanitaire keten heen (back donor, intermediair, nationale en/of lokale uitvoeringspartner), met speciale aandacht voor risicodeling en capaciteitsdeling. Opzet is bovendien dat deze werkwijzen ook toepasbaar blijven na de subsidieperiode.

5. Te subsidiëren interventies

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027 moeten aanvragen zich richten op ofwel beleidsdoel 1 (zie paragraaf 4.1) ofwel beleidsdoel 2 en/of 3 (zie paragraaf 4.2 en paragraaf 4.3). Een aanvraag die zich richt op beide beleidsdoelen 2 en 3 komt alleen in aanmerking voor subsidie als deze is gebaseerd op een enkele, geïntegreerde interventielogica (zie over interventielogica hoofdstuk 10, onderdeel v.).

5.1. Type interventies

Om de drie hiervoor omschreven beleidsdoelen te bewerkstelligen kunnen interventies worden ingezet die zich afwisselend richten op lokaal, nationaal, regionaal en mondiaal niveau, zoals:

5.2. Niet-subsidiabele activiteiten

Omdat dit subsidiekader zich richt op verandering en verbetering van het humanitaire systeem komen activiteiten die primair zijn gericht op het direct leveren van noodhulp niet in aanmerking voor subsidie onder dit subsidiebeleidskader, net zo min als activiteiten die zich slechts op één land of crisis richten.

Wel kan het verlenen van directe noodhulp onderdeel uitmaken van initiatieven onder beleidsdoelen 4.2 of 4.3, als ingezet om nieuwe werkwijzen uit te testen en uit te dragen, en waar dit aansluit op deze beleidsdoelen. Als directe noodhulpverlening op deze wijze onderdeel uitmaakt van de voorgestelde interventielogica, is dit alleen subsidiabel als het plaatsvindt in landen op de List of Recipients of Official Development Assistance van het Development Assistance Committee (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Er wordt geen subsidie toegekend uit het subsidiebeleidskader Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027 voor activiteiten waarvoor de aanvrager reeds subsidie toegekend heeft gekregen ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook activiteiten waarvoor een organisatie indirect een bijdrage heeft gekregen, via een subsidie of bijdrage die aan een andere organisatie is verstrekt ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, komen niet in aanmerking voor een subsidie onder dit subsidiebeleidskader.

6. Wie kunnen voor subsidie in aanmerking komen

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie onder dit subsidiebeleidskader gelden de volgende vereisten:

Niet in aanmerking voor een subsidie in het kader van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027 komen:

7. Looptijd activiteiten

De activiteiten worden uitgevoerd in een periode van minimaal 42 en maximaal 48 maanden; deze periode start niet eerder dan 1 januari 2024 en wordt afgerond uiterlijk op 31 december 2027.

7.1. Inceptiefase

Na subsidieverlening zullen de subsidieontvangers een inceptiefase doorlopen van (maximaal) vier maanden. Doel van de inceptiefase is om nadere invulling te geven aan de algemene en op hoofdlijnen opgestelde plannen die zijn ingediend bij de subsidieaanvraag.

Meer specifiek benutten de subsidieontvangers de inceptiefase in elk geval voor:

Aldus wordt na afronding van de inceptiefase in ieder geval aan het Ministerie voorgelegd:

8. Beschikbare middelen en de verdeling daarvan

Voor subsidieverlening in het kader van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027 is in totaal EUR 60 miljoen beschikbaar voor de gehele periode van vier jaar. Uit oogpunt van doelmatigheid is gekozen voor een verdeelsystematiek die leidt tot verlening van ongeveer zeven subsidies onder dit kader, uiteraard indien en voor zover er voldoende kwalificerende aanvragen zijn.

Het beschikbare bedrag is als volgt verdeeld over de drie specifieke beleidsdoelen, met de volgende onder- en bovengrenzen per subsidie(aanvraag):

De verdeling van de voor Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027 beschikbare middelen vindt plaats via een tender, dat wil zeggen aan de hand van een rangschikking op basis van kwaliteit van de tijdig ingediende subsidieaanvragen. Na sluiting van de indieningsperiode worden alle tijdig ontvangen aanvragen in behandeling genomen. De beoordeling wordt voor elke aanvraag gedaan op basis van de informatie die voor sluiting van de aanvraagtermijn is ontvangen.

De rangschikking van de aanvragen die de drempeltoets (zie paragraaf 12.2) hebben gehaald, wordt voor elk van de beide subsidieplafonds bepaald aan de hand van de beoordeling op grond van de inhoudelijke beoordelingscriteria die in paragraaf 12.3 van dit subsidiebeleidskader zijn vermeld. De aanvragen die het beste voldoen aan de criteria komen als eerste voor subsidie in aanmerking, waarbij geldt dat minimaal één subsidie per beleidsdoel wordt verleend (mits er sprake is van voldoende kwalificerende aanvragen). De minister besluit tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde, totdat het beschikbare budget is uitgeput.

Indien blijkt dat er te weinig kwalificerende aanvragen zijn om een van beide subsidieplafonds uit te putten, komen de daaruit resterende middelen beschikbaar voor kwalificerende aanvragen gericht op de beleidsdoel(en) waarvoor het andere subsidieplafond middelen beschikbaar stelt.

Indien in een subsidieplafond middelen resteren die minder bedragen dan bovengenoemde minimumbedragen per subsidie, wordt daarmee geen subsidie meer verleend. Ook deze middelen worden beschikbaar gesteld voor kwalificerende aanvragen ingediend onder het andere subsidieplafond. Indien deze situatie zich bij beide subsidieplafonds voordoet, worden de overgebleven middelen uit beide plafonds samengevoegd; deze middelen worden benut voor verlening van subsidie aan de kwalitatief best scorende aanvraag van de nog niet gehonoreerde aanvragen, ongeacht op welk(e) beleidsdoel(en) de aanvraag ziet en mits de aanvraag van voldoende kwaliteit is om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie.

De subsidie wordt betaald via periodieke voorschotten. Ten behoeve van het laatste financieringsjaar wordt maximaal 90% van de voor dat jaar aangevraagde middelen als voorschot betaald.

9. Subsidiabele kosten

Slechts de kosten, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en die redelijkerwijs niet uit eigen middelen of op andere wijze kunnen worden bekostigd, zijn subsidiabel.25Artikel 14, eerste lid, Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Activiteiten die reeds zijn gestart voor 1 januari 2024 zijn niet subsidiabel, en dus zijn de daarmee gemoeide kosten niet subsidiabel.

De subsidiabele kosten worden genoemd en toegelicht in het begrotingsmodel dat verplicht moet worden gehanteerd voor de bij de aanvraag in te dienen begroting (zie appendix 5 bij dit subsidiebeleidskader).

10. Vereisten subsidieaanvraag

Voor het indienen van een aanvraag moet gebruik worden gemaakt van het door de minister daartoe vastgestelde aanvraagformulier (zie appendix 1 bij deze beleidsregels). Het aanvraagformulier dient volledig ingevuld te zijn en te zijn voorzien van de op het formulier vermelde bescheiden.

Het aanvraagformulier behorende bij de subsidieaanvraag bevat de volgende verplichte bijlagen:

11. Aanvraagprocedure

Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels tot en met 1 december 2023 om 11:59 uur am CET. Aanvragen die later dan genoemde datum en tijd worden ingediend, worden afgewezen. Als moment van indiening geldt het moment waarop de aanvraag door het Ministerie is ontvangen (zie ook hierna). De aanvragende organisatie is de enige verantwoordelijke voor een tijdige en volledige indiening van een aanvraag.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag niet voldoen aan de formele vereisten die op grond van dit subsidiebeleidskader aan aanvragen worden gesteld, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. Hoe korter voor het verstrijken van de deadline voor het indienen van aanvragen een aanvraag wordt ingediend, hoe groter het risico dat de minister geen toepassing zal geven aan haar bevoegdheid om een aanvulling te vragen; dit in verband met de tijd die is gemoeid met het controleren van alle aanvragen op volledigheid en de tijd die nodig is om een aanvulling te vragen en in te dienen. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair is ingediend. Dit kan leiden tot een lagere rangschikking of zelfs afwijzing van de subsidieaanvraag.

Aanvragen dienen volledig en zonder voorbehoud te worden ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de aanvragende organisatie bevoegde persoon met vermelding van naam en functie. Het is niet mogelijk om een voorlopige aanvraag in te dienen.

Bij het opstellen van de subsidieaanvraag is het kortheidshalve verwijzen naar andere onderdelen van de aanvraag of bijlagen niet voldoende, tenzij in de aanvraagdocumenten uitdrukkelijk is aangegeven dat daarmee (geheel of gedeeltelijk) kan worden volstaan. Indien onderdelen van het aanvraagformulier – met inbegrip van bijlages – niet worden ingevuld c.q. aangeleverd, loopt de aanvrager het risico op afwijzing van de aanvraag.

De aanvraag dient te worden opgesteld in de Engelse taal. Bijlagen die zijn opgesteld in een andere taal dienen voorzien te zijn van een vertaling in het Engels. Additionele informatie (zoals USB-sticks of links naar achtergrondinformatie over een organisatie) worden niet meegenomen in de beoordeling van een aanvraag.

Het heeft de uitdrukkelijke voorkeur dat aanvragen per e-mail in .pdf-formaat worden ingediend. Aanvragen per e-mail worden ingediend door deze te sturen naar het e-mailadres: dsh-hh-subsidies@minbuza.nl onder vermelding van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027.

Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen. Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 14MB niet kunnen worden ontvangen. E-mails groter dan 14MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerp-regel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst.26Bijvoorbeeld: e-mail 1 van 5, e-mail van 2 van 5 etc.

Eventuele (technische) problemen bij verzending komen voor rekening en risico van aanvrager.

Indiening van aanvragen per post wordt afgeraden27Indien u daar niettemin voor kiest dient de aanvraag per aangetekende post gestuurd worden naar: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Secretariaat DSH o.v.v. Versterking Humanitaire Sector 2024–2027, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag. Indien de aanvraag niet aangetekend wordt verzonden berust het risico dat de aanvraag niet of te laat wordt ontvangen door het ministerie geheel bij de aanvrager. Indien de aanvraag per post wordt ingediend (anders dan met de aanduiding ‘port betaald’) wordt de aanvraag nog als tijdig ingediend beschouwd, als de aanvraag voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, waarbij het datumstempel van de post doorslaggevend is, en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Bij gebruikmaking van een envelop met de aanduiding ‘port betaald’ is de datum van ontvangst bepalend bij het vaststellen of de aanvraag tijdig, d.w.z. uiterlijk 1 december 2023 om 11:59 uur am CET, is ingediend. Houdt hierbij rekening met de omstandigheid dat de datum van ontvangst wordt vastgesteld aan de hand van het tijdstip van inschrijving en dat ’s avonds en op zaterdag en zondag geen post wordt ingeschreven.. Indien u daar alsnog voor kiest, of voor indienen in persoon of koerier, neemt u dan contact op met het ministerie via het e-mailadres: dsh-hh-subsidies@minbuza.nl onder vermelding van Versterking van de Humanitaire Sector 2024–2027.

Vragen naar aanleiding van dit document of andere zaken kunt u uitsluitend per e-mail en uiterlijk tot en met 24 november 2023 richten aan dsh-hh-subsidies@minbuza.nl. Waar nodig samengevoegd met andere vragen vindt geanonimiseerde beantwoording hiervan (zoveel mogelijk) tweewekelijks plaats door middel van publicatie via internet op: https://www.government.nl/documents/questions-and-answers/qa-strengthening-the-humanitarian-sector-programme

12. Beoordelingsprocedure

12.1. Beoordeling

De bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen in het kader van dit subsidiebeleidskader. Aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de in dit subsidiebeleidskader opgenomen criteria.

De aanvrager en de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dienen allereerst te voldoen aan de drempelcriteria, zoals genoemd in paragraaf 12.2. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.

Van de aanvragen die door de drempeltoets zijn gekomen wordt vervolgens de kwaliteit beoordeeld op basis van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 12.3). Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient een aanvraag van voldoende kwaliteit te zijn (dat wil zeggen minstens 65% van het maximaal aantal te behalen punten te scoren). De selectie vindt uiteindelijk plaats volgens de verdeelsystematiek zoals neergelegd in hoofdstuk 8.

12.2. Drempelcriteria

Alle tijdig ontvangen aanvragen worden als eerste beoordeeld op grond van onderstaande drempelcriteria. Aan alle drempelcriteria moet worden voldaan ten einde in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie.

12.3. Inhoudelijke criteria

De aanvragen die voldoen aan de drempelcriteria worden beoordeeld op kwaliteit op grond van de hierna volgende inhoudelijke criteria. Er zijn criteria die de kwaliteit van het track record beoordelen en criteria die de kwaliteit van het Programmavoorstel beoordelen, inclusief criteria die de algehele samenhang en impact van de voorgestelde interventies beoordelen. Per set van criteria is aangegeven welk percentage van het totaal aantal te behalen punten voor die criteria kan worden behaald.

De kwaliteit van het track record wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria:

De kwaliteit van het voorgestelde programmavoorstel (inclusief interventielogica) wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria:

13. Tijdpad

14. Rapportage- en andere subsidieverplichtingen

Aan de subsidieverlening worden verplichtingen verbonden, die worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking.

Deze verplichtingen zullen onder andere betrekking hebben op een meldingsplicht ten aanzien van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidie, zoals het niet (geheel of tijdig) kunnen uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten, en op verplichtingen over verantwoordingsrapportages, zoals inhoudelijke en financiële tussen- en eindrapportages.

Indien na de looptijd van de beschikking middelen over zijn, zullen deze – tenzij het subsidietijdvak wordt verlengd – terugvloeien naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hierover zal een verplichting worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking.

15. Administratieve lasten

De administratieve lasten voor de uitvoering van dit subsidiebeleidskader bedragen EUR 1,8 miljoen voor de totale subsidieperiode. Administratieve lasten zijn de lasten die gepaard gaan met informatieverplichtingen in verband met het doen van de aanvraag en in geval subsidie wordt verstrekt het voldoen aan de daaraan verbonden verantwoordingsverplichtingen. Het bedrag van EUR 1,8 miljoen komt neer op 3,0 procent van het totale subsidiebudget. De berekening is gebaseerd op de inschatting dat maximaal 25 organisaties interesse hebben voor het subsidiebeleidskader en een aanvraag zullen indienen die kan worden gehonoreerd.

Bij de totstandkoming van het subsidiebeleidskader is kritisch bezien dat ten eerste de criteria voor de subsidieaanvragers en de beoogde resultaten helder zijn geformuleerd en ten tweede duidelijkheid bestaat over de wijze waarop de financiering en verantwoording van de toegekende subsidies plaatsvindt. Hiermee moet een aanvrager de afweging kunnen maken of met de indiening van een subsidieaanvraag kans bestaat op een toekenning. Het ministerie beoogt op deze wijze de administratieve lasten voor de subsidieaanvragers tot een minimum te beperken.

16. Appendices

Dit besluit zal met de bijlage, met uitzondering van de appendices bij de bijlage, in de Staatscourant worden geplaatst. Appendices bij de bijlage worden via internet bekend gemaakt.3https://www.government.nl/ministries/ministry-of-foreign-affairs/documents/decrees/2023/10/09/subsidy-framework-strengthening-the-humanitarian-sector-2024–2027