Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 januari 2024, houdende regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan de provincies van Nederland ter ontzorging van kleine en micro mkb-ondernemingen bij de verduurzaming van het gebouw, bedrijfsproces of bedrijventerrein (Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen)
Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. bedrijfsmatig vastgoed: een bouwwerk als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet, waarin door een mkb-onderneming bedrijfsmatige of beroepshalve activiteiten met een winstgevend karakter worden uitgevoerd;
- –. bedrijventerrein: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied;
- –. compensabele BTW: de BTW die in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW compensatiefonds of voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968;
- –. kleine en micro mkb-onderneming: kleine en micro ondernemingen als bedoeld in de bijlage bij de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);
- –. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- –. organisatiegraad: een samenwerking op een bedrijventerrein tussen eigenaren of huurders van bedrijfsmatig vastgoed, waarmee de continuïteit van onderhoud, beheer en verduurzaming van een bedrijventerrein wordt gewaarborgd.
Hoofdstuk 2. Ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen
Artikel 2. Doel en activiteiten
De Minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een provincie voor activiteiten ter ontzorging van een kleine en micro mkb-onderneming bij de verduurzaming van het bedrijfsproces van de onderneming of haar bedrijfsmatig vastgoed.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten uitsluitend:
- a. het ambtelijk organiseren en coördineren van de uitvoering van het ontzorgingsprogramma binnen de provincie;
- b. het ondersteunen van een kleine en micro mkb-onderneming door het geven van technisch, financieel of juridisch advies tot het moment van aanbesteden dan wel inkoop, indien geen sprake is van een aanbesteding;
- c. het delen van de opgedane regionale kennis en ervaring binnen en buiten de eigen provincie, gemeente, brancheorganisaties of lokale ondernemersverenigingen;
- d. het ondersteunen van een kleine en micro mkb-onderneming bij het voorbereiden en aanvragen van een subsidie of lening voor de verduurzaming van het bedrijfsproces van die onderneming of haar bedrijfsmatig vastgoed.
De specifieke uitkering wordt niet besteed aan:
- a. het ontzorgen van een kleine en micro mkb-onderneming met een agrarische functie;
- b. het ontzorgen van een eenmanszaak zonder personeel, tenzij het bedrijfsproces van de onderneming wordt uitgevoerd in een bedrijfspand, niet zijnde een woning;
- c. het opstellen en aangaan van overeenkomsten tussen een kleine en micro mkb- onderneming en een derde; en
- d. het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen voor een kleine en micro mkb-onderneming.
Artikel 3. Hoogte en plafond
De Minister kan in totaal ten hoogste € 32.644.420 aan specifieke uitkeringen aan provincies verstrekken voor het doel, bedoeld in artikel 2, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
Het totaal aan specifieke uitkeringen bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage I, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
Het bedrag aan compensabele BTW stort de Minister in het BTW compensatiefonds.
Artikel 4. Aanvraag
Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 kan door de provincie worden aangevraagd van 15 februari 2024 vanaf 12.00 uur tot en met 15 maart 2024 tot 12.00 uur, dan wel zoveel eerder indien het plafond is bereikt.
Een aanvraag bevat in ieder geval:
- a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 2;
- b. een omschrijving op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage II;
- c. een omschrijving van het provinciaal duurzaamheids- en energiebeleid voor de gebouwde omgeving, inclusief een aanpak voor de kleine en micro mkb-ondernemingen;
- d. een omschrijving van bestaande regionale netwerken en structuren van en voor de kleine en micro mkb-ondernemingen die worden benut voor de activiteiten;
- e. een omschrijving van bestaande initiatieven en samenwerking tussen kleine en micro mkb -ondernemingen die worden benut voor de activiteiten;
- f. het beoogde aantal kleine en micro mkb-ondernemingen dat ondersteund wordt, inclusief een afwegingskader hoe dit aantal wordt behaald;
- g. een omschrijving van de borging en deling van de opgedane regionale kennis en ervaring tussen provincies en gemeenten, met de betrokken beleidsdepartementen, brancheorganisaties en het kennisprogramma;
- h. een omschrijving hoe gebruik wordt gemaakt van de kennis en expertise van relevante brancheorganisaties en borging en deling van de opgedane regionale kennis met deze organisaties;
- i. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten;
- j. een begroting van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd, inclusief de compensabele BTW, waarbij de provincie onderscheid maakt tussen de advieskosten voor de kleine en micro mkb-onderneming en de kosten voor het opzetten van de organisatie van het programma; en
- k. een omschrijving van de mate waarin de provincie stimuleert dat de kleine en micro mkb-onderneming een eigen bijdrage betaalt ten behoeve van het ontzorgingsprogramma, bedoeld in artikel 2.
Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de Minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Artikel 5. Weigeringsgronden
Een aanvraag voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4 wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen:
- a. voor zover de in de aanvraag genoemde activiteit niet onder artikel 2, tweede lid, valt;
- b. indien sprake is van een onvolledige aanvraag;
- c. indien het plafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, is bereikt;
- d. indien de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te toetsen aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage II; of
- e. indien de aanvraag minder dan 60 punten scoort op grond van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage II.
Er wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor zover die op andere wijze worden gesubsidieerd of gefinancierd.
Artikel 6. Verstrekking
Indien een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt, vermeldt de beschikking in
ieder geval:
- a. een beschrijving van de activiteiten waaraan de specifieke uitkering moet worden besteed;
- b. het bedrag van de specifieke uitkering, met een maximum zoals bedoeld in bijlage I.
Artikel 7. Verplichtingen
De ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, is verplicht om:
- a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt geheel uit te voeren tussen 1 mei 2024 en 1 mei 2027; en
- b. de kosten voor levering van goederen of diensten door derden voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt marktconform te bepalen.
Indien de afronding van de activiteiten niet voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
De ontvanger van de specifieke uitkering mag deze alleen besteden ten behoeve van een kleine en micro mkb-onderneming die eigenaar is van het bedrijfsmatig vastgoed waarin zij is gevestigd of waarbij de eigenaar van het bedrijfsmatig vastgoed ingestemd heeft met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d.
Indien de kleine en micro mkb-onderneming aan de energiebesparingsplicht ter verduurzaming van het energiegebruik voor gebouwgebonden maatregelen, bedoeld in 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving moet voldoen, dient zij eerst de hieraan verbonden informatieplicht, bedoeld in artikel 3.84a van dat Besluit te hebben uitgevoerd of indien sprake is van een energiebesparingsplicht voor procesgebonden maatregelen, bedoeld in artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dient zij eerst de hieraan verbonden informatie- en onderzoeksplicht, bedoeld in artikel 5.15a van dat Besluit, te hebben uitgevoerd, voordat kan worden begonnen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze regeling.
Op verzoek van de Minister informeert de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van de halfjaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van door de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid.
Artikel 8. Voorschot
De Minister verleent een voorschot van 100% van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, en betaalt dat in één keer uit.
Artikel 9. Verantwoording en terugvordering
De provincies leggen verantwoording af over de besteding van de ontvangen specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Als uit de eindverantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering onrechtmatig is besteed gelet op het doel en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, of onvolledig is besteed binnen de daartoe gestelde termijn, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister lager worden vastgesteld en worden teruggevorderd.
De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de eindverantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
Hoofdstuk 3. Ontzorgingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen
Artikel 10. Doel en activiteiten
De Minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een provincie voor activiteiten ter ontzorging van eigenaren of huurders van bedrijfsmatig vastgoed bij het opzetten of verbeteren van de organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming ervan.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten uitsluitend:
- a. het ambtelijk organiseren en coördineren van de uitvoering van een programma ten behoeve van verduurzaming van bedrijventerreinen binnen de provincie;
- b. het opzetten van een organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming;
- c. het opschalen, uitbreiden of intensiveren van de bestaande organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming;
- d. het delen van de opgedane regionale kennis en ervaring binnen en buiten de eigen provincie, gemeente of brancheorganisaties of lokale ondernemersverenigingen;
De specifieke uitkering wordt niet besteed aan:
- a. het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen voor een bedrijventerrein;
- b. bedrijventerreinen die binnen de vijf industrieclusters van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie vallen.
Artikel 11. Hoogte en plafond
De Minister kan in totaal ten hoogste € 22.220.000 aan specifieke uitkeringen aan provincies verstrekken voor het doel, bedoeld in artikel 10, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
Het totaal aan specifieke uitkeringen bedraagt ten hoogste het per provincie genoemde bedrag in bijlage III, verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.
Het bedrag aan compensabele BTW stort de Minister in het BTW compensatiefonds.
Artikel 12. Aanvraag
Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 10 kan door de provincie worden aangevraagd van 15 februari 2024 vanaf 12.00 uur tot en met 15 maart 2024 tot 12.00 uur, dan wel zoveel eerder indien het plafond is bereikt.
Een aanvraag bevat in ieder geval:
- a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 10;
- b. het beoogde aantal bedrijventerreinen dat gefaciliteerd wordt met de voorgenomen activiteiten;
- c. een omschrijving op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage IV;
- d. een omschrijving van het provinciaal duurzaamheidsbeleid voor de gebouwde omgeving en bedrijventerreinenbeleid;
- e. een omschrijving van bestaande regionale netwerken en structuren van ondernemers die worden benut voor de activiteiten;
- f. een omschrijving van initiatieven en organisaties voor bedrijventerreinen bij gemeenten binnen de provincie die worden benut voor de activiteiten;
- g. een omschrijving van de borging en deling van de opgedane regionale kennis en ervaring binnen de provincie, met de betrokken beleidsdepartementen, het landelijke Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen, de gemeenten en brancheorganisaties;
- h. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten; en
- i. een begroting van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd, inclusief de compensabele BTW.
Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de Minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Artikel 13. Weigeringsgronden
Een aanvraag voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 12 wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen:
- a. voor zover de in de aanvraag genoemde activiteit niet onder artikel 10, tweede lid, valt;
- b. indien sprake is van een onvolledige aanvraag;
- c. indien het plafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, is bereikt;
- d. indien de aanvraag onvoldoende informatie bevat om te toetsen aan de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage IV; of
- e. indien de aanvraag minder dan 60 punten scoort op grond van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage IV.
Er wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor activiteiten, bedoeld in artikel 10, tweede lid, voor zover die op andere wijze zijn gesubsidieerd of gefinancierd.
Artikel 14. Verstrekking
Indien een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 10 wordt verstrekt, vermeldt de beschikking in
ieder geval:
- a. een beschrijving van de activiteiten waaraan de specifieke uitkering moet worden besteed; en
- b. het bedrag van de specifieke uitkering, met een maximum zoals bedoeld in bijlage III.
Artikel 15. Verplichtingen
De ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 10, is verplicht om:
- a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt geheel uit te voeren tussen 1 mei 2024 en 1 mei 2027; en
- b. de kosten voor levering van goederen of diensten door derden voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt marktconform te bepalen.
Indien de afronding van de activiteiten niet voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
Op verzoek van de Minister informeert de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van de halfjaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van door de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid.
Artikel 16. Voorschot
De Minister verleent een voorschot van 100% van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 14, onderdeel b, en betaalt dat in één keer uit.
Artikel 17. Verantwoording en terugvordering
De provincies leggen verantwoording af over de besteding van de ontvangen specifieke uitkering, bedoeld in artikel 10, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Als uit de eindverantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering onrechtmatig is besteed gelet op het doel en de activiteiten, bedoeld in artikel 10, of onvolledig is besteed binnen de daartoe gestelde termijn, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd.
De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de eindverantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 18. Inwerkingtreding en vervaltermijn
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2024 en vervalt met ingang van 1 mei 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling voor laatstgenoemde datum zijn verstrekt.
Artikel 19. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen.
Bijlage I. Hoogte totaal aan specifieke uitkeringen per provincie ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen
| Provincies | Aantal inwoners | Percentage | Oorspronkelijk bedrag | Oorspronkelijke doelstelling | Maximaal aanvullend bedrag per provincie (euro) | Beoogde aanvullende doelstelling met betrekking tot het aantal kleine en micro mkb-ondernemingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | 3.753.944 | 21,30% | € 4.035.553 | 1.041 | 1.761.400 | 383 |
| Noord-Holland | 2.909.827 | 16,50% | € 3.274.273 | 832 | 1.387.000 | 297 |
| Noord-Brabant | 2.592.874 | 14,70% | € 2.988.424 | 754 | 1.246.600 | 265 |
| Gelderland | 2.110.472 | 12,00% | € 2.553.362 | 634 | 1.036.000 | 216 |
| Utrecht | 1.369.873 | 7,80% | € 1.885.441 | 451 | 708.400 | 140 |
| Overijssel | 1.171.910 | 6,70% | € 1.706.905 | 402 | 622.600 | 121 |
| Limburg | 1.118.302 | 6,40% | € 1.658.558 | 389 | 599.200 | 115 |
| Fryslân | 654.019 | 3,70% | € 1.239.837 | 274 | 388.600 | 67 |
| Groningen | 590.170 | 3,40% | € 1.182.254 | 258 | 365.200 | 61 |
| Drenthe | 497.743 | 2,80% | € 1.098.897 | 236 | 318.400 | 50 |
| Zeeland | 386.767 | 2,20% | € 998.812 | 208 | 271.600 | 40 |
| Flevoland | 434.771 | 2,50% | € 1.042.104 | 220 | 295.000 | 45 |
| Totaal | 17.590.672 | 100,00% | € 23.664.420 | 5.700 | 9.000.000 | 1.800 |
Bijlage II. Beoordelingscriteria specifieke uitkering ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen
| Criterium | Maximaal aantal punten |
|---|---|
| Uitwerking van de aanpak om te komen tot een ondersteuningsaanbod voor kleine en micro mkb-ondernemingen | 25 |
| Het beoogde bereik van de doelgroep(en) | 10 |
| De uitvoerbaarheid van de activiteiten binnen de gestelde looptijd | 25 |
| De mate waarin de activiteiten zijn ingebed in het beleid van de provincie en aansluiten bij regionale netwerken en structuren | 15 |
| De omschrijving van de deling en de borging van opgedane kennis en ervaring binnen de provincie, buiten de provincie via het landelijke programma, met gemeenten en brancheorganisaties | 15 |
| De mate waarin de provincie stimuleert dat de kleine en micro mkb-onderneming een eigen bijdrage betaalt ten behoeve van het ontzorgingsprogramma | 10 |
| Totaal | 100 |
Bijlage III. Hoogte totaal aan specifieke uitkeringen per provincie ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen
| Provincies | Aantal bedrijventerreinen | Percentage | Maximaal bedrag per provincie (euro) | Beoogde doelstelling met betrekking tot het aantal bedrijven-terreinen |
|---|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | 619 | 16% | 3.386.448 | 104 |
| Zuid-Holland | 618 | 15,9% | 3.381.276 | 103 |
| Gelderland | 481 | 12,4% | 2.672.716 | 81 |
| Overijssel | 356 | 9,2% | 2.026.221 | 60 |
| Limburg | 353 | 9,1% | 2.010.705 | 59 |
| Noord-Holland | 346 | 8,9% | 1.974.501 | 58 |
| Fryslân | 275 | 7,1% | 1.607.291 | 46 |
| Zeeland | 217 | 5,6% | 1.307.317 | 37 |
| Groningen | 200 | 5,2% | 1.219.394 | 34 |
| Utrecht | 161 | 4,2% | 1.017.687 | 27 |
| Drenthe | 131 | 3,4% | 862.528 | 22 |
| Flevoland | 110 | 2,8% | 753.916 | 19 |
| Totaal | 3.867 | 100% | 22.220.000 | 650 |
Bijlage IV. Beoordelingscriteria specifieke uitkering ten behoeve van het ontzorgingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen
| Criterium | Maximaal aantal punten |
|---|---|
| Uitwerking van de aanpak om te komen tot het opzetten of verbeteren van de organisatiegraad op een bedrijventerrein ten behoeve van de verduurzaming ervan | 30 |
| Het beoogde bereik van de doelgroep(en) | 10 |
| De uitvoerbaarheid van de activiteiten binnen de gestelde looptijd | 25 |
| De mate waarin de activiteiten zijn ingebed in het beleid van de provincie en aansluiten bij regionale netwerken en structuren, inclusief de behoefte van ondernemers | 20 |
| De omschrijving van deling en de borging van opgedane kennis en ervaring binnen en buiten de provincie, waaronder in elk geval via het landelijke programma Verduurzaming Bedrijventerreinen | 15 |
| Totaal | 100 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.