Wet van 22 mei 2024, houdende regels ten behoeve van de kinderopvang op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet kinderopvang BES)
- c. voor de in artikel 5:48 van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering gelezen moet worden: artikel 186 van het Wetboek van Strafvordering BES.
Artikel 5.9. Aanmaning en invordering
De artikelen 4:89 tot en met 4:102, 4:104 tot en met 4:108, 4:110 tot en met 4:117, 4:119, 4:120, eerste en derde lid, en 4:121 tot en met 4:125 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de aanmaning en invordering van een last onder dwangsom of bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.6 respectievelijk artikel 5.7, met dien verstande dat moet worden gelezen voor:
- a. de in artikel 4:93, derde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 129, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 129, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- b. de in artikel 4:98, eerste lid, van die wet opgenomen verwijzing naar de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- c. de in artikel 4:98, derde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 125 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 125 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- d. de in artikel 4:105, eerste lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 316, eerste en tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 316, eerste en tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- e. de in artikel 4:110, derde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 324 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 324 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- f. de in de artikelen 4:116 en 4:123, eerste lid, van die wet opgenomen verwijzing naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES;
- g. de in artikel 4:123, tweede lid, opgenomen verwijzing naar de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.
Artikel 5.10. Tijdelijke sluiting
Onze Minister kan een kindercentrum of gastouderopvang onmiddellijk geheel of gedeeltelijk sluiten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, indien en zolang uit een onderzoek als bedoeld in artikel 5.3 blijkt dat de houder van het kindercentrum of de gastouder niet aan de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften voldoet en daardoor sprake is van een direct en ernstig gevaar voor de fysieke of sociale veiligheid of de gezondheid van personen.
Bij toepassing van het eerste lid informeert Onze Minister het bestuurscollege.
Artikel 5.11. Schorsen of intrekken vergunning
Het bestuurscollege kan de vergunning schorsen of intrekken, indien sprake is van herhaaldelijke overtreding van bij of krachtens deze wet gestelde regels, waardoor de kwaliteit van de kinderopvang of de veiligheid of de gezondheid van de kinderen of het personeel zodanig in het geding is dat geen sprake is van verantwoorde kinderopvang als bedoeld in de artikelen 2.4, eerste lid, of 2.6, eerste lid.
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Onze Minister kan het bestuurscollege adviseren over schorsing of intrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid en stuurt de betrokken houder of gastouder een afschrift van dat advies.
Indien het bestuurscollege het advies van Onze Minister niet opvolgt, informeert het bestuurscollege Onze Minister over dat besluit.
§ 4. Opsporing
Artikel 5.12. Strafbare feiten
Degene die opzettelijk de artikelen 2.1, 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 2.8, 2.11, 2.12, 2.13, 2.17, 3.15, 4.2 of 4.3 overtreedt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, een geldboete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES, of met beide straffen.
De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. De in het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Artikel 27, zevende en achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht BES is van overeenkomstige toepassing.
§ 5. Mandaat en machtiging
Artikel 5.13. Mandaat en machtiging
Onze Minister kan mandaat verlenen van de bevoegdheid tot:
- a. het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5.6;
- b. het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.7;
- c. het opleggen van een tijdelijk verbod tot exploitatie als bedoeld in artikel 5.10.
Onze Minister kan machtiging verlenen tot het opstellen van een advies inzake het schorsen of intrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 5.11, eerste of tweede lid.
Hoofdstuk 6. Overige en slotbepalingen
Artikel 6.1. Overleg
Onze Minister voert in elk geval eenmaal per jaar overleg met de bestuurscolleges van de openbare lichamen en de op grond van artikel 5.1, eerste lid, aangewezen ambtenaren over het functioneren van het kinderopvangstelsel.
Alle partijen werken mee aan de totstandkoming en naleving van de afspraken.
Artikel 6.2. Vrijstelling en ontheffing
Onze Minister kan, voor zover het belang van de veiligheid of de gezondheid van de kinderen of personeel zich daartegen niet verzet, van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.4, vierde lid, onderdelen b, c, d, e, h, i en k, 2.6, vijfde lid, onderdeel a, 2.17, onderdelen a, b, c, d, e en g, 3.3, 3.4 en 3.11 vrijstelling of ontheffing verlenen, indien als gevolg van een calamiteit niet aan die voorschriften kan worden voldaan.
Artikel 6.3. Experimenten
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor een periode van ten hoogste vier jaar kindercentra of gastouders worden aangewezen waarbij experimenten kunnen worden uitgevoerd, die ten doel hebben:
- a. de totstandkoming van innovatieve kinderopvang mogelijk te maken;
- b. de kwaliteit van kinderopvang te verbeteren;
- c. de kwaliteitseisen omtrent huisvesting passender te maken voor de Caribische context;
- d. de doorstroom van de kinderopvang naar het basisonderwijs te versoepelen;
- e. de samenwerking tussen kinderopvangorganisaties en scholen waar basisonderwijs wordt gegeven te versoepelen; of
- f. de efficiëntie van het financieringsstelsel te verbeteren.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
- a. de kwaliteit van de op grond van het eerste lid aan te wijzen vormen van kinderopvang;
- b. het toezicht op de naleving van de regels over de kwaliteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- c. de financiering van de kinderopvang;
- d. de duur van het experiment.
Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde regels kan worden afgeweken van artikel 1.1, eerste lid, wat betreft de begrippen «kinderopvang», «dagopvang», «buitenschoolse opvang» en «gastouderopvang», alsmede van de bij of krachtens hoofdstuk 2 gestelde regels.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld voor de deelname aan een experiment.
Bij algemene maatregel van bestuur kan een experiment als bedoeld in het eerste lid na afloop van de looptijd worden voortgezet tot een structurele regeling is getroffen, maar niet langer dan twee jaren. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Onze Minister zendt negen maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting van die maatregel anders dan als experiment.
De houder van een kindercentrum of de gastouder die deelneemt aan een experiment en de ouder die bij een experiment betrokken is, verstrekken desgevraagd aan Onze Minister alle voor de evaluatie van dat experiment benodigde gegevens en inlichtingen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven over welke gegevens, bedoeld in het zevende lid, worden verstrekt en over de wijze van verstrekking van deze gegevens.
Artikel 6.4
Wijzigt de Wet primair onderwijs BES.
6.4a. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 6.5. Overgangsrecht
Exploitatievergunningen die zijn verleend, verlengd of gewijzigd op grond van de Eilandsverordening Kinderopvang Bonaire 2020, de Basis Eilandsverordening Kinderopvang St. Eustatius (AB 2019, nr. 19) of de Basis Eilandsverordening Kinderopvang (AB 2020, nr. 2) berusten na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a.
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige aanvragen voor verlening, verlenging of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in het eerste lid, zijn aanhangig in de staat waarin zij zich op dat moment bevinden en worden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens deze wet behandeld.
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige bezwaarschriften die betrekking hebben op het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, zijn aanhangig in de staat waarin zij zich op dat moment bevinden en worden overeenkomstig de bepalingen van de verordeningen, bedoeld in het eerste lid, behandeld en beslist.
De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige zaken bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba die betrekking hebben op het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, zijn aanhangig in de staat waarin zij zich op dat moment bevinden en worden overeenkomstig de bepalingen van de verordeningen, bedoeld in het eerste lid, behandeld en beslist.
Artikel 6.6
Deze wet wordt aangehaald als: Wet kinderopvang BES.
Artikel 6.7
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)