← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 28 augustus 2024, nr. WJZ/ 26374198, tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het verplaatsen van veehouderijen met piekbelasting op natuurgebieden (Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting)

Geldende tekst a fecha 2024-08-15

Hoofdstuk 1. Algemeen

Hoofdstuk 2. Haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing

Hoofdstuk 3. Bedrijfsverplaatsing

Artikel 3.1. Begripsomschrijvingen

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.2. Subsidiabele activiteiten

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.3. Vereisten hervestigingslocatie

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.4. Vereisten te verlaten veehouderijlocatie
1.

Er is sprake van een verplaatsing van een veehouderijonderneming als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a, indien de veehouderijonderneming aanvangt als bedoeld in artikel 3.3, derde lid, op een hervestigingslocatie, waarbij de te verlaten veehouderijlocatie wordt gesloten.

2.

Van een sluiting van de te verlaten veehouderijlocatie is sprake:

3.

De minister kan ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, voor zover de veehouder de bouwwerken langdurig gaat gebruiken voor andere activiteiten dan voor de veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet binnen twaalf maanden na aanvang op de hervestigingslocatie met dat gebruik heeft ingestemd.

Artikel 3.5. Subsidieplafond

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.6. Subsidiecomponenten

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.7. Bijdrage demonteer-, verhuis-, en opbouwkosten

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.8. Bijdrage overnemen bestaande bouwwerken en vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.9. Bijdrage sloopkosten ten behoeve van het terugbrengen van de te verlaten veehouderijlocatie naar een uit milieuoogpunt bevredigende toestand

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.10. Bijdrage investeringen die leiden tot modernisering van de bouwwerken of voorzieningen

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.11. Bijdrage kosten inhuur deskundigen die direct verbonden zijn met de uitvoering van de bedrijfsverplaatsing

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.12. Niet-subsidiabele kosten

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.13. Realisatietermijn

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.14. Openstellingsperiode

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.15. Informatieverplichtingen

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.16. Fasering sluiting van de te verlaten veehouderijlocatie

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.17. Algemene verplichtingen subsidieontvanger
1.

Onverminderd artikel 1.10 dient de subsidieontvanger jaarlijks, totdat de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend, een tussenrapportage in bij de minister, die informatie bevat over de uitvoering van de in artikel 3.4, tweede lid, bedoelde vereisten.

2.

De beschikking tot subsidieverlening vermeldt op welke tijdstippen verslag wordt gedaan.

3.

De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na het aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie als bedoeld in artikel 3.3, de volgende bescheiden:

4.

De subsidieontvanger verstrekt de minister binnen twee weken na verloop van de in artikel 3.16, eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijn informatie over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de in artikel 3.4, tweede lid, onderdelen a tot en met f, bedoelde vereisten.

5.

De in het eerste, derde en vierde lid bedoelde informatieverstrekking vindt plaats met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel.

6.

Bij de in het vierde lid bedoelde informatieverstrekking worden de volgende bescheiden gevoegd:

7.

De subsidieontvanger houdt zich aan de verplichtingen die hij jegens de Staat der Nederlanden is aangegaan op grond van artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g.

8.

De subsidieontvanger stelt geen ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied die voor de te verlaten veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;

9.

De subsidieontvanger beschikt over de voor de hervestigingslocatie benodigde vergunningen en toestemmingen om zijn veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie te kunnen aanvangen.

Artikel 3.18. Gegevensverwerking

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.19. Bevoorschotting

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.20. Aanvraag subsidievaststelling

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 3.21. Staatssteun

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.1 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 2.5, eerste lid, onderdelen b en g, en 3.8 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. behorende bij artikel 3.4 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doelstelling

Deze regeling heeft als doel om in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen voor overbelaste Natura 2000-gebieden de door veehouderijlocaties veroorzaakte stikstofdepositie op die gebieden te verlagen.

Artikel 1.3. Bepaling stikstofvracht
1.

De stikstofvracht wordt bepaald met gebruik van de meest actuele versie van AERIUS Check.

2.

Bij de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgegaan van:

3.

Indien de veehouderijonderneming aannemelijk kan maken dat de situatie in het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in een kalenderjaar of twee kalenderjaren voorafgaand aan het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar.

4.

In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, kan de veehouderijonderneming:

Artikel 1.4. Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies

De artikelen 6, 10, 22, 23, 27, 36, 36a, 41, 43, 52 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘dit besluit’ telkens wordt gelezen: ‘deze regeling’.

Artikel 1.5. Grondslag
1.

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2a van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies.

2.

Subsidie wordt verleend aan een door een veehouder op een te verlaten veehouderijlocatie gedreven veehouderijonderneming voor de verplaatsing van de veehouderijonderneming naar een hervestigingslocatie, indien de stikstofvracht die de te verlaten veehouderijlocatie veroorzaakt op overbelaste Natura 2000-gebieden, ten minste 2.500 mol stikstof per jaar bedraagt.

3.

Voor subsidieverstrekking op grond van het tweede lid komt niet in aanmerking een veehouderijonderneming die niet voldoet aan de in artikel 2, eerste lid van bijlage I bij de groepsvrijstellingsverordening landbouw vastgestelde criteria.

Artikel 1.6. Informatieverplichtingen
1.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

Een aanvraag voor subsidie bevat ten minste de volgende gegevens:

3.

Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd:

Artikel 1.7. Verdeling subsidieplafond
1.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

2.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.

3.

Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 1.8. Beslissing op de aanvraag
1.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

2.

Indien niet binnen de in onderdeel a genoemde termijn kan worden beslist, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en hij noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel kan worden genomen.

Artikel 1.9. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag van een veehouderijonderneming indien:

Artikel 1.10. Algemene verplichtingen subsidieontvanger
1.

Indien de subsidieontvanger voornemens is een of meerdere opdrachten te verstrekken aan één opdrachtnemer, waarbij de totale waarde van de opdrachten hoger zal zijn dan € 25.000, vraagt de subsidieontvanger voorafgaand aan de opdrachtverlening twee vergelijkbare offertes op bij van elkaar onafhankelijke aanbieders.

2.

Indien het eerste lid van toepassing is, gunt de subsidieontvanger de opdracht aan de aanbieder met de economisch meest voordelige offerte.

3.

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

4.

De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen.

5.

De administratie wordt ten minste tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling van de minister aan de subsidieontvanger bewaard.

6.

In geval van een gerechtelijke procedure wordt de administratie ten minste tien jaar na de datum van de afhandeling van de gerechtelijke procedure bewaard.

Artikel 1.11. Gegevensverwerking

De minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen op grond van deze regeling gebruikmaken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de Meststoffenwet, de Wet dieren, de Landbouwwet, de Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 (PB EU 2016, L 84) en de Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie (Pb EU 2019, L 314).

Artikel 1.12. Subsidievaststelling
1.

Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

De aanvraag om subsidievaststelling bevat in ieder geval gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, adres, rekeningnummer en het door de minister toegekende referentienummer.

Hoofdstuk 2. Haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing

Artikel 2.1. Begripsomschrijving

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 2.2. Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een veehouderijonderneming voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing.

Artikel 2.3. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt € 15.000.000.

Artikel 2.4. Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 95 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000 per subsidieaanvrager.

Artikel 2.5. Subsidiabele kosten
1.

Als subsidiabele kosten komen in aanmerking de kosten derden die direct verbonden zijn met de uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing, bestaande uit de kosten voor de volgende uit te voeren onderzoeken en analyses:

2.

De subsidie voor de in het eerste lid genoemde kosten voor de inhuur van deskundigen en gelijkwaardige dienstverleners ter uitvoering van genoemde onderzoeken en analyses wordt uitsluitend verstrekt, indien het onderzoek of de analyse:

3.

De kosten van een haalbaarheidsstudie bedrijfsverplaatsing blijven in aanmerking komen voor subsidiëring, zelfs wanneer op basis van de resultaten daarvan geen uitgaven uit hoofde van de bedrijfsverplaatsing, bedoeld in hoofdstuk 3 van de regeling, worden verricht.

Artikel 2.6. Start- en realisatietermijn
1.

Met de uitvoering van de op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten wordt gestart binnen drie maanden nadat een beschikking tot subsidieverlening is gegeven.

2.

De op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd binnen achttien maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

3.

De termijn, genoemd in het tweede lid, kan op verzoek van de aanvrager eenmalig met zes maanden worden verlengd, indien aannemelijk is dat de aanvrager niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn de op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten kan uitvoeren.

4.

De op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten worden voor het indienen van een aanvraag om subsidievaststelling door de subsidieontvanger voltooid.

Artikel 2.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.9 beslist de minister afwijzend op een aanvraag, voor zover:

Artikel 2.8. Openstellingsperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 2 december 2024 tot en met 30 mei 2025.

2.

Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen.

Artikel 2.9. Informatieverplichtingen

Onverminderd artikel 1.6 bevat een aanvraag om subsidie de volgende gegevens:

Artikel 2.10. Algemene verplichtingen subsidieontvanger
1.

Onverminderd artikel 1.10, indien de omvang van de subsidie € 25.000 tot € 50.000 bedraagt, dient de subsidieontvanger twaalf maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening, een tussenrapportage in bij de minister met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

2.

De tussenrapportage, bedoeld in het eerste lid, bevat informatie over de voortgang in de uitvoering van de op grond van dit hoofdstuk uit te voeren subsidiabele activiteiten.

Artikel 2.11. Bevoorschotting
1.

De minister verstrekt ambtshalve voorschotten voor de subsidie die nog niet is vastgesteld.

2.

De minister verstrekt het eerste voorschot binnen twee weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

3.

De volgende voorschotten worden per kwartaal verstrekt binnen twee weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober.

4.

Het geheel van voorschotten bedraagt niet meer dan 90% van het subsidiebedrag.

5.

In afwijking van het tweede en derde lid, indien de omvang van de vast te stellen subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, verstrekt de minister ambtshalve een voorschot binnen twee weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

6.

De hoogte van het in het vijfde lid genoemde voorschot bedraagt 100 procent van de maximale hoogte van de subsidie.

Artikel 2.12. Aanvraag subsidievaststelling
1.

De aanvraag om subsidievaststelling wordt uiterlijk acht weken na voltooiing van de op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde activiteiten ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

2.

Onverminderd artikel 1.12, tweede lid, bevat een verzoek tot subsidievaststelling:

Artikel 2.13. Staatssteun
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 2.2, bevat staatssteun.

2.

De minister maakt, gelet op het landbouwsteunkader, na de datum van de subsidievaststelling de volgende gegevens over de subsidieverstrekking bekend:

3.

De gegevens, bedoeld in het tweede lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.

Hoofdstuk 3. Bedrijfsverplaatsing

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 4.1. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt vijf jaren na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld.

Artikel 4.2. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting.

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.1 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Natuurgebied nummer Natuurgebied
1 Waddenzee
2 Duinen en Lage Land Texel
3 Duinen Vlieland
4 Duinen Terschelling
5 Duinen Ameland
6 Duinen Schiermonnikoog
7 Noordzeekustzone
13 Alde Feanen
15 Van Oordt’s Mersken
16 Wijnjeterper Schar
17 Bakkeveense Duinen
18 Rottige Meenthe & Brandemeer
21 Lieftinghsbroek
22 Norgerholt
23 Fochteloërveen
24 Witterveld
25 Drentsche Aa-gebied
26 Drouwenerzand
27 Drents-Friese Wold & Leggelderveld
28 Elperstroomgebied
29 Holtingerveld
30 Dwingelderveld
31 Mantingerbos
32 Mantingerzand
33 Bargerveen
34 Weerribben
35 De Wieden
36 Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht
37 Olde Maten & Veerslootslanden
38 Rijntakken
39 Vecht- en Beneden-Reggegebied
40 Engbertsdijksvenen
41 Boetelerveld
42 Sallandse Heuvelrug
43 Wierdense Veld
44 Borkeld
45 Springendal & Dal van de Mosbeek
46 Bergvennen & Brecklenkampse Veld
47 Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek
48 Lemselermaten
49 Dinkelland
50 Landgoederen Oldenzaal
51 Lonnekermeer
53 Buurserzand & Haaksbergerveen
54 Witte Veen
55 Aamsveen
57 Veluwe
58 Landgoederen Brummen
60 Stelkampsveld
61 Korenburgerveen
62 Willinks Weust
63 Bekendelle
64 Wooldse Veen
65 Binnenveld
69 De Bruuk
70 Lingegebied & Diefdijk-Zuid
71 Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem
81 Kolland & Overlangbroek
82 Uiterwaarden Lek
83 Botshol
84 Duinen Den Helder-Callantsoog
85 Zwanenwater & Pettemerduinen
86 Schoorlse Duinen
87 Noordhollands Duinreservaat
88 Kennemerland-Zuid
89 Eilandspolder
90 Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder
91 Polder Westzaan
92 Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
94 Naardermeer
95 Oostelijke Vechtplassen
96 Coepelduynen
97 Meijendel & Berkheide
98 Westduinpark & Wapendal
99 Solleveld & Kapittelduinen
100 Voornes Duin
101 Duinen Goeree & Kwade Hoek
103 Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
105 Zouweboezem
112 Biesbosch
113 Voordelta
114 Krammer-Volkerak
115 Grevelingen
116 Kop van Schouwen
117 Manteling van Walcheren
118 Oosterschelde
121 Yerseke en Kapelse Moer
122 Westerschelde & Saeftinghe
123 Zwin & Kievittepolder
124 Groote Gat
125 Canisvliet
128 Brabantse Wal
129 Ulvenhoutse Bos
130 Langstraat
131 Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
132 Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek
133 Kampina & Oisterwijkse Vennen
134 Regte Heide & Riels Laag
135 Kempenland-West
136 Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux
137 Strabrechtse Heide & Beuven
138 Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
139 Deurnsche Peel & Mariapeel
140 Groote Peel
141 Oeffelter Meent
142 Sint Jansberg
143 Zeldersche Driessen
144 Boschhuizerbergen
145 Maasduinen
146 Sarsven en De Banen
147 Leudal
148 Swalmdal
149 Meinweg
150 Roerdal
153 Bunder- en Elslooërbos
154 Geleenbeekdal
155 Brunssummerheide
156 Bemelerberg & Schiepersber
157 Geuldal
158 Kunderberg
159 Sint Pietersberg & Jekerdal
160 Savelsbos
161 Noorbeemden & Hoogbos

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 2.5, eerste lid, onderdelen b en g, en 3.8 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Eisen ten aanzien van taxatierapporten ingediend in het kader van subsidieverstrekking op grond van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

In de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (hierna: de regeling) wordt gebruik gemaakt van taxatierapporten en de daarin gerapporteerde waarden voor het bepalen van de hoogte van de te verlenen subsidie (zie artikel 3.8 van de regeling). De kosten van het laten opstellen van taxatierapporten in het kader van deze regeling kunnen ook in aanmerking komen voor subsidie (zie de artikelen 2.5 en 3.11 van de regeling).

De relevante taxaties betreffen:

Om gebruikt te kunnen worden in het kader van subsidieverstrekking op grond van de regeling dienen deze rapporten aan de in deze bijlage bij de regeling beschreven eisen te voldoen.

Ten algemene dienen taxatierapporten te zijn opgesteld in overeenstemming met de reglementen en praktijkhandleidingen ten aanzien van het taxeren van agrarisch vastgoed van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT, www.nrvt.nl) voor zover het rapporten betreft over vastgoed gelegen in Nederland, of in overeenstemming met de actuele taxatiestandaarden voor de taxatie van agrarisch vastgoed van de International Valuation Standards Council (IVSC, www.ivsc.org) of de European Valuation Standards zoals gepubliceerd door The European Group of Valuers’ Associations (TEGOVA, www.tegova.org) als het agrarisch vastgoed betreft gelegen in andere lidstaten van de Europese Unie dan Nederland.

Daarnaast gelden de hierna te noemen eisen voor taxatierapporten van de vervangingswaarde van bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie (onderdeel A) en de marktwaarde van bouwwerken op de hervestigingslocatie (onderdeel B).

A. Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie

Het taxatierapport bevat ten minste de volgende informatie:

B. Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de marktwaarde van de bouwwerken op de hervestigingslocatie

Het taxatierapport bevat ten minste de volgende informatie:

Bijlage 3. behorende bij artikel 3.4 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Modelovereenkomst

... (naam), in zijn/haar hoedanigheid van privé persoon en als natuurlijke persoon of rechtspersoon die of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een veehouderij drijft, verder te noemen: de veehouder en

de Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, ....... Directeur ......... van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

overwegende:

dat de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (verder: de regeling), artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g, als voorwaarde bevat voor subsidieverstrekking dat de subsidie ontvangende veehouder zich bij overeenkomst moet hebben verbonden om:

dat de aanvraag van de veehouder om subsidie op grond van de regeling te ontvangen voor het beëindigen van de veehouderijlocatie met adres ... (verder te noemen: de locatie), is toegewezen;

komen het volgende overeen:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.