Besluit van de Minister van Economische Zaken van 9 november 2024, nr. DGED/DE, 53066414, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, inzake de keuze voor het instrument veiling voor de uitgifte van niet-landelijke commerciële FM-vergunningen en de niet-landelijke commerciële DAB-vergunningen (Besluit bekendmaking veiling vergunningen niet-landelijke commerciële radio-omroep 2024)
Gelet op artikel 3.10, vierde lid, van de Telecommunicatiewet, en artikel 17 van het Frequentiebesluit 2013;
Besluit:
Artikel 1
De vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band en de DAB-band (174–230 MHz), genoemd in tabellen 1 en 2, worden, met de daaraan te verbinden voorschriften en beperkingen, verleend met toepassing van een veiling als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Telecommunicatiewet.
| Pakket (Bestaande uit (FM- en DAB-vergunning | FM -vergunning | Demo-grafisch bereik FM-vergunning | Bijlagen FM-vergunning | DAB-vergunning (frequentieblok) | Demo-grafisch bereik DAB-allotment | Bijlagen DAB-vergunning |
|---|---|---|---|---|---|---|
| NLCO1 | B01 | 14,72% | 1,3,4 | 8B | 18,84% | 31,33 |
| NLCO2 | B02 | 8,79% | 1,3,5 | 8B | 18,84% | 31,33 |
| NLCO3 | B03 | 4,43% | 1,3,6 | 8B | 18,84% | 31,33 |
| NLCO4 | B04 | 4,55% | 1,3,7 | 8B | 18,84% | 31,33 |
| NLCO5 | B05 | 16,29% | 1,3,8 | 8B | 18,84% | 31,33 |
| NLCO6 | B06 | 16,02% | 1,3,9 | 5B | 23,38% | 31,37 |
| NLCO7 | B07 | 3,25% | 1,3,10 | 5B | 23,38% | 31,37 |
| NLCO8 | B08 | 6,03% | 1,3,11 | 5B | 23,38% | 31,37 |
| NLCO9 | B09 | 2,14% | 1,3,12 | 12B | 19,77% | 31,38 |
| NLCO10 | B10 | 2,32% | 1,3,13 | 5A | 3,78% | 31,34 |
| NLCO11 | B11 | 1,12% | 1,3,14 | 5A | 3,78% | 31,34 |
| NLCO12 | B12 | 2,76% | 1,3,15 | 5A | 3,78% | 31,34 |
| NLCO13 | B13 | 2,69% | 1,3,16 | 7C-N | 6,28% | 31,35 |
| NLCO14 | B14 | 2,15% | 1,3,17 | 7C-N | 6,28% | 31,35 |
| NLCO15 | B15 | 2,59% | 1,3,18 | 7C-N | 6,28% | 31,35 |
| NLCO16 | B16 | 6,64% | 1,3,19 | 5A | 3,78% | 31,34 |
| NLCO17 | B17 | 1,53% | 1,3,20 | 6A | 6,72% | 31,36 |
| NLCO18 | B18 | 1,91% | 1,3,21 | 6A | 6,72% | 31,36 |
| NLCO19 | B19 | 1,31% | 1,3,22 | 6A | 6,72% | 31,36 |
| NLCO20 | B20 | 3,97% | 1,3,23 | 12B | 19,77% | 31,38 |
| NLCO21 | B21 | 5,63% | 2,3,24 | 7C-Z | 21,07% | 31,39 |
| NLCO22 | B22 | 3,26% | 1,3,25 | 7C-Z | 21,07% | 31,39 |
| NLCO23 | B23 | 1,91% | 1,3,26 | 7C-Z | 21,07% | 31,39 |
| NLCO24 | B24 | 0,86% | 1,3,27 | 5B | 23,38% | 31,37 |
| NLCO25 | B25 | 2,49% | 1,3,28 | 7C-Z | 21,07% | 31,39 |
| NLCO26 | B26 | 1,80% | 1,3,29 | 7C-N | 6,28% | 31,35 |
| NLCO27 | B27 | 1,41% | 1,3,30 | 7C-Z | 21,07% | 31,39 |
| DAB-vergunning (frequentieblok) | Provincies | Formele naam Allotment | Aantal beschikbare DAB-only-vergunningen | Bijlagen | Demografisch bereik DAB-allotment | |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | |
| 8B | Noord Holland en Flevoland | HOL2403 | 5 | 32,33 | 18,84% | |
| 5A | Friesland | HOL2401 | 7 | 32,34 | 3,78% | |
| 7C-N | Groningen en Drenthe | HOL2402 | 6 | 32,35 | 6,28% | |
| 6A | Overijssel | HOL2404 | 8 | 32,36 | 6,72% | |
| 5B | Zuid Holland en Zeeland | HOL2405 | 5 | 32,37 | 23,38% | |
| 12B | Utrecht en Gelderland | HOL2406 | 8 | 32,38 | 19,77% | |
| 7C-Z | Noord Brabant en Limburg | HOL2407 | 5 | 32,39 | 21,07% |
Artikel 2
De aanvraag- en veilingprocedure vangt aan op de datum waarop de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen niet-landelijke commerciële radio-omroep 2024 in werking treedt.
Artikel 3
De voorschriften en beperkingen inclusief de (technische) bijlagen behorende bij de vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band en de DAB-band, bedoeld in artikel 1, worden voor zover dat reeds mogelijk is, vastgesteld in bijlagen 1 tot en met 39.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekendmaking veiling vergunningen niet-landelijke commerciële radio-omroep 2024.
Bijlage 1
Conceptvergunning FM kavels B01-B20 en B22-B27
Artikel 1. Definities
In deze vergunning wordt verstaan onder:
Artikel 2. Gebruiksrecht
Artikel 3. Non Interference Base
Artikel 4. Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten
Artikel 5. Wijzigingen betreffende verbondenheid
De vergunninghouder informeert de RDI onmiddellijk over wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die:
Artikel 6. Kennisgeving ingebruikname
De vergunninghouder, of een gemachtigde, stelt de minister van elke wijziging in het gebruik van de frequentieruimte uiterlijk vier weken voorafgaand aan die wijziging schriftelijk in kennis met vermelding van de datum van die wijziging.
Artikel 7. Correspondentie
Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de RDI te Groningen.
Artikel 8. Bijbehorende vergunning voor DAB+
De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket .
Artikel 9. Duur van de vergunning
Deze vergunning is geldig van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2035, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 8.
Bijlage 2
Conceptvergunning FM Kavel B21
Artikel 1. Definities
In deze vergunning wordt verstaan onder:
Artikel 2. Gebruiksrecht
Artikel 3. Non Interference Base
Artikel 4. Beperkingen ter voorkomen van grootsignaalgedrag
De vergunninghouder zorgt ervoor dat in totaal ten hoogste 2000 inwoners in een of meer gebieden woonachtig zijn waar de veldsterkte veroorzaakt door de frequentie 88,8 MHz te Waalwijk hoger is dan 95 dBuV/m. De veldsterkte wordt bepaald op anderhalve meter hoogte.
Artikel 5. Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten
Artikel 6. Wijzigingen betreffende verbondenheid
De vergunninghouder informeert de RDI onmiddellijk over wijzigingen in de zeggenschap of feitelijke invloed die:
Artikel 7. Kennisgeving ingebruikname
De vergunninghouder, of een gemachtigde, stelt de minister van elke wijziging in het gebruik van de frequentieruimte uiterlijk vier weken voorafgaand aan die wijziging schriftelijk in kennis met vermelding van de datum van die wijziging.
Artikel 8. Correspondentie
Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de RDI te Groningen.
Artikel 9. Bijbehorende vergunning voor DAB+
De vergunninghouder is tevens houder van de vergunning voor DAB+ die deel uitmaakt van pakket NLCO21.
Artikel 10. Duur van de vergunning
Deze vergunning is geldig van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2035, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende vergunning voor DAB+, zoals bedoeld in artikel 9.
Bijlage 3
Bijlage. spectrummasker en zerobase norm conceptvergunning FM
Bijlage B. behorend bij artikel 2 van de vergunning
Spectrummasker
De vergunninghouder zendt uit binnen het in figuur 1 bedoelde masker (gemeten volgens de procedure zoals vermeld in Annex 1 van ITU-R SM 1268-5).
In tabel 1 is dit masker in tabelvorm weergegeven.
Tabel 1: Spectrummasker voor FM-uitzendingen in tabelvorm.
Bron: ITU-R SM 1268-5
Zerobase norm
De frequentieplanning en de berekening van het theoretische verzorgingsgebied (het zogenaamde groene gebied) van FM-omroepfrequenties van 87,6 MHz tot en met 104,8 MHz geschiedt op basis van onderstaande zerobase norm die is gebruikt bij de uitgifte van deze vergunningen in 2003 en nadien.
Bijlage 4
Bijlage. technische parameters kavel B01
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B01
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 5
Bijlage. technische parameters kavel B02
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B02
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 6
Bijlage. technische parameters kavel B03
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B03
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 7
Bijlage. technische parameters kavel B04
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B04
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 8
Bijlage. technische parameters kavel B05
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B05
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 9
Bijlage. technische parameters kavel B06
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B06
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 10
Bijlage. technische parameters kavel B07
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B07
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 11
Bijlage. technische parameters kavel B08
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B08
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 12
Bijlage. technische parameters kavel B09
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B09
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 13
Bijlage. technische parameters kavel B10
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B10
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 14
Bijlage. technische parameters kavel B11
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B11
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 15
Bijlage. technische parameters kavel B12
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B12
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 16
Bijlage. technische parameters kavel B13
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B13
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 17
Bijlage. technische parameters kavel B14
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B14
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 18
Bijlage. technische parameters kavel B15
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B15
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 19
Bijlage. technische parameters kavel B16
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B16
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 20
Bijlage. technische parameters kavel B17
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B17
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 21
Bijlage. technische parameters kavel B18
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B18
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 22
Bijlage. technische parameters kavel B19
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B19
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 23
Bijlage. technische parameters kavel B20
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B20
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 24
Bijlage. technische parameters kavel B21
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B21
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 25
Bijlage. technische parameters kavel B22
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B22
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 26
Bijlage. technische parameters kavel B23
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B23
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 27
Bijlage. technische parameters kavel B24
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B24
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 28
Bijlage. technische parameters kavel B25
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B25
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 29
Bijlage. technische parameters kavel B26
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B26
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 30
Bijlage. technische parameters kavel B27
Bijlage A. Technische parameters behorend bij artikel 2 van de vergunning
Samenstelling Kavel B27
Toelichting bij punt 5:
Onder punt 5 van deze bijlage zijn, indien noodzakelijk, aanvullende restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108 – 118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling van de gehele zendinstallatie in de luchtvaartband dient minimaal te voldoen aan ITU-R SM.1009-1, daarbij wordt voor de verticale apertuur uitgegaan van de waarden zoals vermeld in ITU-R SM.1009-1. Indien er een waarde voor de onderdrukking van ongewenste uitstraling in dBc is opgegeven dan geldt deze aanvullende eis voor de gehele zendinstallatie.
Bijlage 31
Conceptvergunning DAB+ behorend bij pakket
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Gebruiksrecht
Artikel 3. Samenwerking vergunninghouders
Artikel 4. Technische voorschriften
De vergunninghouder voldoet aan de technische voorschriften zoals opgenomen in de bijlage.
Artikel 5. Bescherming en interferentie
Artikel 6. Nabuurkanaalinterferentie
Artikel 7. Wegnemen belemmeringen
Artikel 8. Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten
Artikel 9. Kennisgeving ingebruikname
Artikel 10. Wijzigingen betreffende verbondenheid
Artikel 11. Correspondentie
Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de RDI te Groningen.
Artikel 12. Bijbehorende FM-vergunning
De vergunninghouder is tevens houder van de FM-vergunning die deel uitmaakt van pakket , tenzij overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, van de FM-vergunning, een besluit wordt genomen waarmee de FM-vergunning wordt ingetrokken.
Artikel 13. Duur van de vergunning
Deze vergunning is geldig van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2035, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer houder is van de bijbehorende FM-vergunning, zoals bedoeld in artikel 12.
Bijlage 32
Conceptvergunning DAB+ ONLY
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Gebruiksrecht
Artikel 3. Samenwerking vergunninghouders
Artikel 4. Technische voorschriften
De vergunninghouder voldoet aan de technische voorschriften zoals opgenomen in de bijlage.
Artikel 5. Bescherming en interferentie
Artikel 6. Nabuurkanaalinterferentie
Artikel 7. Wegnemen belemmeringen
Artikel 8. Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten
Artikel 9. Kennisgeving ingebruikname
Artikel 10. Wijzigingen betreffende verbondenheid
Artikel 11. Correspondentie
Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan de RDI te Groningen.
Artikel 12. Duur van de vergunning
Deze vergunning is geldig van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2035.
Bijlage 33
Bijlage. Allotment 8B
Bijlage. – allotment 8B behorend bij de vergunning voor digitale omroep
Allotment HOL2403 met frequentieblok 8B wordt samengevat weergegeven als “allotment 8B”.
Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1).
Nabuurkanaalinterferentie
De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:
Nabuurkanaalinterferentie kan onder andere worden veroorzaakt door de allotments voor lokale digitale radio-omroep in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Technische beschrijving allotment 8B
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:
Overzicht allotment 8B (196,880–198,416 MHz)
De laag voor niet-landelijke (regionale) digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).
Veldsterkte
De vergunninghouder veroorzaakt geen hogere veldsterkte dan 43 dBµV/m op allotment 49 van laag 6 in Nederland zoals weergegeven in figuur 1 (allotments voor lokale digitale radio-omroep).
De vergunninghouder accepteert een maximale veldsterkte van 40 dBµV/m van co-channel allotments (allotments voor lokale digitale radio-omroep) in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Internationale afspraken over interferentieveldsterkte
Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabel. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.
Als in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op allotment 5A. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de betreffende vergunning geen belemmeringen op.
Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.
Tabel 3 bevat aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassingten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2. Met de hiergenoemde administraties hebben besprekingen plaatsgevonden, de resultaten van deze besprekingen zijn geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. De volledige en actuele internationale afspraken zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Rekenmethode ingebruiknameverplichting
De onderstaande rekenmethode wordt gebruikt om vast te stellen of aan de ingebruiknameverplichting wordt voldaan. Deze rekenmethode is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn tijdens Geneve ’06.
Binnen een allotment wordt van alle zenders de cumulatieve veldsterkte berekend voor elke geografische 500×500 m pixel. Hierbij wordt rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen. Vervolgens worden met de berekende veldsterktekaart de geografische (mobiele ontvangst) en demografische (binnenontvangst) verzorgingspercentages binnen het allotment berekend.
De digitale rekenkaarten die worden gebruikt bij de berekening zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Bijlage 34
Bijlage. allotment 5A
Bijlage. – allotment 5A behorend bij de vergunning voor digitale omroep
Allotment HOL2401 met frequentieblok 5A wordt samengevat weergegeven als “allotment 5A”.
Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1).
Nabuurkanaalinterferentie
De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:
Nabuurkanaalinterferentie kan onder andere worden veroorzaakt door de allotments voor lokale digitale radio-omroep in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Technische beschrijving allotment 5A
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:
Overzicht allotment 5A (174,160–175,696 MHz)
De laag voor niet-landelijke (regionale) digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 3. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).
Veldsterkte
De vergunninghouder veroorzaakt geen hogere veldsterkte dan 43 dBµV/m op allotment 38 en 41 dBµV/m op allotment 41 van laag 6 in Nederland zoals weergegeven in figuur 1 (allotments voor lokale digitale radio-omroep).
De vergunninghouder accepteert een maximale veldsterkte van 40 dBµV/m van co-channel allotments (allotments voor lokale digitale radio-omroep) in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Internationale afspraken over interferentieveldsterkte
Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabel. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.
Als in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op allotment 5A. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de betreffende vergunning geen belemmeringen op.
Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.
Tabel 3 bevat aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2. Met de hiergenoemde administraties hebben besprekingen plaatsgevonden, de resultaten van deze besprekingen zijn geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. De volledige en actuele internationale afspraken zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Rekenmethode ingebruiknameverplichting
De onderstaande rekenmethode wordt gebruikt om vast te stellen of aan de ingebruiknameverplichting wordt voldaan. Deze rekenmethode is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn tijdens Geneve ’06.
Binnen een allotment wordt van alle zenders de cumulatieve veldsterkte berekend voor elke geografische 500×500 m pixel. Hierbij wordt rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen. Vervolgens worden met de berekende veldsterktekaart de geografische (mobiele ontvangst) en demografische (binnenontvangst) verzorgingspercentages binnen het allotment berekend.
De digitale rekenkaarten die worden gebruikt bij de berekening zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Bijlage 35
Bijlage. allotment 7C-N
Bijlage. – allotment 7C-N behorend bij de vergunning voor digitale omroep
Allotment HOL2402 met frequentieblok 7C wordt samengevat weergegeven als “allotment 7C-N” (N staat voor Noord).
Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1).
Nabuurkanaalinterferentie
De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:
Nabuurkanaalinterferentie kan onder andere worden veroorzaakt door de allotments voor lokale digitale radio-omroep in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Technische beschrijving allotment 7C-N
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:
Overzicht allotment 7C-N (191,584–193,120 MHz)
De laag voor niet-landelijke (regionale) digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).
Veldsterkte
De vergunninghouder veroorzaakt en accepteert geen hogere veldsterkte dan 40 dBµV/m op andere co-channel allotments (allotments voor lokale digitale radio-omroep) in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Internationale afspraken over interferentieveldsterkte
Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabel. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.
Als in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op allotment 7C-N. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de betreffende vergunning geen belemmeringen op.
Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.
Tabel 3 bevat aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassingten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2. Met de hiergenoemde administraties hebben besprekingen plaatsgevonden, de resultaten van deze besprekingen zijn geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. De volledige en actuele internationale afspraken zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Rekenmethode ingebruiknameverplichting
De onderstaande rekenmethode wordt gebruikt om vast te stellen of aan de ingebruiknameverplichting wordt voldaan. Deze rekenmethode is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn tijdens Geneve ’06.
Binnen een allotment wordt van alle zenders de cumulatieve veldsterkte berekend voor elke geografische 500×500 m pixel. Hierbij wordt rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen. Vervolgens worden met de berekende veldsterktekaart de geografische (mobiele ontvangst) en demografische (binnenontvangst) verzorgingspercentages binnen het allotment berekend.
De digitale rekenkaarten die worden gebruikt bij de berekening zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Bijlage 36
Bijlage. allotment 6A
Bijlage. – allotment 6A behorend bij de vergunning voor digitale omroep
Allotment HOL2404 met frequentieblok 6A wordt samengevat weergegeven als “allotment 6A”.
Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1).
Nabuurkanaalinterferentie
De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:
Nabuurkanaalinterferentie kan onder andere worden veroorzaakt door de allotments voor lokale digitale radio-omroep in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Technische beschrijving allotment 6A
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:
Overzicht allotment 6A (181,168–182,704 MHz)
De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).
Veldsterkte
De vergunninghouder veroorzaakt geen hogere veldsterkte dan 43 dBµV/m op allotment 44 en 40 dBµV/m op allotment 53 van laag 6 in Nederland zoals weergegeven in figuur 1 (allotments voor lokale digitale radio-omroep).
De vergunninghouder accepteert een maximale veldsterkte van 40 dBµV/m van co-channel allotments (allotments voor lokale digitale radio-omroep) in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Internationale afspraken over interferentieveldsterkte
Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabel. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.
Als in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 6A. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de betreffende vergunning geen belemmeringen op.
Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.
Tabel 3 bevat aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassingten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2. Met de hiergenoemde administraties hebben besprekingen plaatsgevonden, de resultaten van deze besprekingen zijn geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. De volledige en actuele internationale afspraken zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Tabel 3 Aanvullende verruimingen/beperkingen.
Rekenmethode ingebruiknameverplichting
De onderstaande rekenmethode wordt gebruikt om vast te stellen of aan de ingebruiknameverplichting wordt voldaan. Deze rekenmethode is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn tijdens Geneve ’06.
Binnen een allotment wordt van alle zenders de cumulatieve veldsterkte berekend voor elke geografische 500×500 m pixel. Hierbij wordt rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen. Vervolgens worden met de berekende veldsterktekaart de geografische (mobiele ontvangst) en demografische (binnenontvangst) verzorgingspercentages binnen het allotment berekend.
De digitale rekenkaarten die worden gebruikt bij de berekening zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Bijlage 37
Bijlage. allotment 5B
Bijlage. – allotment 5B behorend bij de vergunning voor digitale omroep
Allotment HOL2405 met frequentieblok 5B wordt samengevat weergegeven als “allotment 5B”.
Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1).
Nabuurkanaalinterferentie
De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:
Nabuurkanaalinterferentie kan onder andere worden veroorzaakt door de allotments voor lokale digitale radio-omroep in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Technische beschrijving allotment 5B
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:
Overzicht allotment 5B (175,872–177,408 MHz)
De laag voor niet-landelijke (regionale) digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 3. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).
Veldsterkte
De vergunninghouder veroorzaakt geen hogere veldsterkte dan 43 dBµV/m op allotment 55 en 37 dBµV/m op allotment 24 van laag 6 in Nederland zoals weergegeven in figuur 1 (allotments voor lokale digitale radio-omroep).
De vergunninghouder accepteert een maximale veldsterkte van 40 dBµV/m van co-channel allotments (allotments voor lokale digitale radio-omroep) in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Internationale afspraken over interferentieveldsterkte
Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabel. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.
Als in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 5B. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de betreffende vergunning geen belemmeringen op.
Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.
Tabel 3 bevat aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassingten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2. Met de hiergenoemde administraties hebben besprekingen plaatsgevonden, de resultaten van deze besprekingen zijn geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. De volledige en actuele internationale afspraken zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Rekenmethode ingebruiknameverplichting
De onderstaande rekenmethode wordt gebruikt om vast te stellen of aan de ingebruiknameverplichting wordt voldaan. Deze rekenmethode is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn tijdens Geneve ’06.
Binnen een allotment wordt van alle zenders de cumulatieve veldsterkte berekend voor elke geografische 500×500 m pixel. Hierbij wordt rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen. Vervolgens worden met de berekende veldsterktekaart de geografische (mobiele ontvangst) en demografische (binnenontvangst) verzorgingspercentages binnen het allotment berekend.
De digitale rekenkaarten die worden gebruikt bij de berekening zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Bijlage 38
Bijlage. allotment 12B
Bijlage. – allotment 12B behorend bij de vergunning voor digitale omroep
Allotment HOL2406 met frequentieblok 12B wordt samengevat weergegeven als “allotment 12B”.
Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1)
Nabuurkanaalinterferentie
De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:
Nabuurkanaalinterferentie kan onder andere worden veroorzaakt door de allotments voor lokale digitale radio-omroep in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Technische beschrijving allotment 12B
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:
Overzicht allotment 12B (224,880–226,416 MHz)
De laag voor niet-landelijke (regionale) digitale radio-omroep) digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).
Veldsterkte
De vergunninghouder veroorzaakt en accepteert geen hogere veldsterkte dan 40 dBµV/m op andere co-channel allotments (allotments voor lokale digitale radio-omroep) in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Internationale afspraken over interferentieveldsterkte
Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabel. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.
Als in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 7C-Z. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de betreffende vergunning geen belemmeringen op.
Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.
Tabel 3 bevat aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassingten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2. Met de hiergenoemde administraties hebben besprekingen plaatsgevonden, de resultaten van deze besprekingen zijn geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. De volledige en actuele internationale afspraken zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Rekenmethode ingebruiknameverplichting
De onderstaande rekenmethode wordt gebruikt om vast te stellen of aan de ingebruiknameverplichting wordt voldaan. Deze rekenmethode is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn tijdens Geneve ’06.
Binnen een allotment wordt van alle zenders de cumulatieve veldsterkte berekend voor elke geografische 500×500 m pixel. Hierbij wordt rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen. Vervolgens worden met de berekende veldsterktekaart de geografische (mobiele ontvangst) en demografische (binnenontvangst) verzorgingspercentages binnen het allotment berekend.
De digitale rekenkaarten die worden gebruikt bij de berekening zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Bijlage 39
Bijlage. allotment 7C-Z
Bijlage. – allotment 7C-Z behorend bij de vergunning voor digitale omroep
Allotment HOL2407 met frequentieblok 7C wordt samengevat weergegeven als “allotment 7C-Z” (Z staat voor Zuid).
Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is spectrummasker 1 voor T-DAB zenders werkend in niet-kritieke omstandigheden, volgens onderstaande afbeelding (figuur 1).
Nabuurkanaalinterferentie
De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:
Nabuurkanaalinterferentie kan onder andere worden veroorzaakt door de allotments voor lokale digitale radio-omroep in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Technische beschrijving allotment 7C-Z
De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:
Overzicht allotment 7C-Z (191,584–193,120 MHz)
De laag voor niet-landelijke (regionale) digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).
Veldsterkte
De vergunninghouder veroorzaakt geen hogere veldsterkte dan 43 dBµV/m op allotment 13 van laag 6 in Nederland zoals weergegeven in figuur 1 (allotments voor lokale digitale radio-omroep).
De vergunninghouder accepteert een maximale veldsterkte van 40 dBµV/m van co-channel allotments (allotments voor lokale digitale radio-omroep) in Nederland zoals weergeven in figuur 1.
Internationale afspraken over interferentieveldsterkte
Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabel. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken en de punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd, zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabel.
Als in de tabel geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.
Ten gevolge van internationale onderhandelingen kunnen wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.
Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 7C-Z. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de betreffende vergunning geen belemmeringen op.
Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.
Tabel 3 bevat aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassingten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2. Met de hiergenoemde administraties hebben besprekingen plaatsgevonden, de resultaten van deze besprekingen zijn geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst. De volledige en actuele internationale afspraken zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Rekenmethode ingebruiknameverplichting
De onderstaande rekenmethode wordt gebruikt om vast te stellen of aan de ingebruiknameverplichting wordt voldaan. Deze rekenmethode is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn tijdens Geneve ’06.
Binnen een allotment wordt van alle zenders de cumulatieve veldsterkte berekend voor elke geografische 500×500 m pixel. Hierbij wordt rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen. Vervolgens worden met de berekende veldsterktekaart de geografische (mobiele ontvangst) en demografische (binnenontvangst) verzorgingspercentages binnen het allotment berekend.
De digitale rekenkaarten die worden gebruikt bij de berekening zijn per e-mail op te vragen bij de RDI.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.