← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 november 2024, kenmerk 4009410-1075454-MEVA, houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor het opleiden en ontwikkelen van zorgpersoneel (Subsidieregeling Strategisch Opleiden MSZ)

Geldende tekst a fecha 2025-07-09

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Op deze regeling zijn de definities van activiteitenplan, activiteitenverslag, financieel verslag, verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten en instelling bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet van toepassing. Artikel 3.3 en artikel 10.1 van de Kaderregeling zijn evenmin van toepassing.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
1.

De Minister kan op aanvraag aan een instelling ten behoeve van een organisatorisch verband subsidie verstrekken voor een opleidingsproject dat past of meerdere opleidingsprojecten die passen binnen het jaarplan.

2.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat in een subsidiejaar ten hoogste voor vijftien opleidingsprojecten subsidie kan worden verstrekt.

3.

In afwijking van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van een organisatorisch verband dat uitsluitend geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verleent.

4.

Het opleidingsproject, bedoeld in het eerste lid, is subsidiabel voor zover het wordt verricht in het subsidiejaar waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 4. Weigeringsgronden
1.

Geen subsidie wordt verstrekt voor een opleidingsproject dat niet in overeenstemming is met het bepaalde in de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2.

Er wordt evenmin subsidie verstrekt:

3.

Een aanvraag voor subsidie wordt in ieder geval afgewezen indien de instelling voor hetzelfde subsidiejaar al een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft ingediend.

Artikel 5. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond bedraagt voor zowel het subsidiejaar 2025 als het subsidiejaar 2026 voor instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum € 95.765.186,76.

2.

Het subsidieplafond bedraagt voor zowel het subsidiejaar 2025 als het subsidiejaar 2026 voor universitair medische centra € 23.432.813,24.

Artikel 6. Verdeling in geval van overschrijding subsidieplafond instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum
1.

In geval van overschrijding van het subsidieplafond wordt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum verdeeld en krijgt het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt in eerste instantie het aangevraagde bedrag verleend tot het maximum van de formule:

(A / B) * C = D

waarbij wordt verstaan onder:

2.

Indien na toepassing van bovenstaande formule het subsidieplafond niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag verdeeld over de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule, bedoeld in het eerste lid.

3.

Bij een verdeling als bedoeld in het tweede lid, geldt de formule:

(A / E) * F = G

waarbij wordt verstaan onder:

4.

De systematiek beschreven in het tweede en derde lid wordt repeterend toegepast totdat het volledige subsidieplafond is bereikt.

5.

De Minister kan afwijken van de begripsbepaling Zvw-omzet, bedoeld in artikel 1, voor zover toepassing hiervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 7. Verdeling in geval van overschrijding subsidieplafond universitair medische centra

In geval van overschrijding van het subsidieplafond wordt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor universitair medische centra verdeeld op basis van ten hoogste de volgende percentages:

Universitair Medisch Centrum Percentage dat ten hoogste beschikbaar is
Academisch Ziekenhuis Maastricht 10,05%
Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) 10,67%
Amsterdam UMC (locatie AMC en VUMC) 21,50%
Radboud Universitair Medisch Centrum 11,39%
Universitair Medisch Centrum Groningen 15,53%
Universitair Medisch Centrum Utrecht 14,30%
Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam 16,56%
Artikel 8. Hoogte van de subsidie en subsidiabele kosten
1.

Subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling bedraagt per opleidingsproject ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

2.

Subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling bedraagt per opleidingsproject ten hoogste € 3.000.000.

3.

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

4.

De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten per opleidingsproject.

5.

In afwijking van het vierde lid kan de hoogte van de personele kosten worden berekend op basis van de voor het personeel opgenomen uurtarieven in bijlage I.

Artikel 9. Aanvraag tot verlening
1.

De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, hoeft een aanvraag tot verlening niet van een jaarrekening vergezeld gaan indien de aanvrager reeds een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening van het betreffende jaar beschikbaar heeft gesteld op DigiMV.

3.

Voor de aanvraag, het activiteitenplan en begroting wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

De aanvraag wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de instelling te vertegenwoordigen.

5.

De aanvraag voor het subsidiejaar 2025 wordt uiterlijk 30 december 2024 om 16.00 uur ontvangen en wordt voor het subsidiejaar 2026 uiterlijk 30 december 2025 om 16.00 uur ontvangen.

6.

Een aanvraag die na de termijn, bedoeld in het vierde lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.

7.

Op verzoek van de Minister legt de instelling een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd over.

8.

Alleen wanneer instemming, bedoeld in het eerste lid, onder e, wegens zwaar moverende redenen niet mogelijk is, kan de Minister besluiten dat kan worden volstaan met een jaarplan dat met een werknemersvertegenwoordiging is afgestemd.

9.

De Minister besluit op de aanvraag binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvraag kan worden ingediend.

Artikel 10. Meldingsplicht
1.

De subsidieontvanger meldt onverwijld schriftelijk aan de Minister indien aannemelijk is geworden dat meer dan 15% van het verleende subsidiebedrag niet kan worden besteed.

2.

De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 11. Aanvullende verplichtingen bij beschikking

De Minister kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 en 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12. Verantwoording
1.

Een aanvraag tot vaststelling van subsidie wordt ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht op basis van een door de Minister vastgesteld formulier.

2.

In aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat het financieel verslag voor de gerealiseerde kosten en opbrengsten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend vergezeld van een controleverklaring, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld en bekendgemaakt accountantsprotocol.

3.

Indien instemming door de werknemersvertegenwoordiging met het activiteitenverslag wegens zwaar moverende redenen niet mogelijk is, kan de Minister in afwijking van artikel 1 besluiten dat ter verantwoording kan worden volstaan met een activiteitenverslag dat met een werknemersvertegenwoordiging is afgestemd.

Artikel 13. Vaststelling

De Minister kan een steekproef bij aanvragen tot € 125.000 uitvoeren voorafgaand aan de vaststelling van de subsidie. Hiervoor wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

Artikel 14. Hardheidsclausule

De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2027 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd en verstrekt.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Strategisch opleiden MSZ.

Bijlage I. Standaarduurtarieven per schaal voor personele kosten behorend bij artikel 8, vijfde lid

In het kader van een subsidieaanvraag en de verantwoording daarvan kan voor het berekenen van de personele kosten worden gekozen voor het laagste uurtarief per salarisschaal van de desbetreffende functiegroep waartoe aan opleidingsactiviteiten deelnemende medewerkers behoren. Het standaarduurtarief is per salarisschaal vastgesteld in deze bijlage.

De formule voor het berekenen van het standaarduurtarief per salarisschaal houdt in ((12 maanden * bruto maandloon * vakantiegeldtoeslag conform CAO * eindejaarsuitkering conform CAO)* werkgeverslasten 30%) / werkbare uren = standaarduurtarief.

Functiegroep / Salarisschaal Standaarduurtarief
5 € 28,77
10 € 28,77
15 € 28,77
20 € 28,77
25 € 28,77
30 € 29,55
35 € 29,55
40 € 29,55
45 € 33,53
50 € 36,55
55 € 41,68
60 € 48,05
65 € 54,59
70 € 65,19
75 € 77,39
80 € 89,79
Salarisschaal / Functiegroep Standaarduurtarief
--- ---
5 € 29,08
10 € 29,08
15 € 29,08
20 € 29,08
25 € 29,08
30 € 29,08
35 € 29,08
40 € 30,42
45 € 35,70
50 € 38,30
55 € 43,17
60 € 46,97
65 € 53,36
70 € 64,03
75 € 75,60
80 € 87,39
Salarisschaal Standaarduurtarief
--- ---
1 € 31,64
2 € 31,64
3 € 31,64
4 € 31,64
5 € 31,64
6 € 31,95
7 € 36,05
8 € 40,94
9 € 44,94
10 € 42,95
11 € 57,51
12 € 69,79
13 € 79,70
14 € 83,29
15 € 89,81
16 € 96,80
17 € 104,40
18 € 114,03
Salarisschalen middengroepen patiëntenzorg
5M € 30,78
6M € 33,16
7M € 36,57
8M € 41,81
9M € 46,05
10M € 48,26
Verpleegkundigen
8aM € 43,94
8M € 41,81
9aM € 48,26
9M € 46,05
Arts-assistenten
11a € 53,53
Medisch specialist (MS)
Schaal 0 € 74,06
Universitair MS
Schaal 0 € 96,48
Hoogleraar / MS
Schaal 0 € 121,27
Hoogleraar/Afdelingshoofd
Schaal 0 € 140,83
Onderzoekers in opleiding
Schaal 0 € 37,10

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.