Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 20 februari 2025, nr. OWB/49374826 houdende regels voor subsidieverstrekking voor het versterken van sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap (Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap)
3 versions
· 2026-01-31
2026-01-31
Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap —
Wijzigingen op 2026-01-31
@@ -8,7 +8,7 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- **activiteitenplan:** activiteitenplan als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=10&z=2025-02-28&g=2025-02-28);
- **activiteitenplan:** activiteitenplan als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=10&z=2026-01-31&g=2026-01-31);
- **beoordelingskader:** beoordelingskader als bedoeld in de bijlage;
@@ -20,19 +20,19 @@
- **minister:** Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- **penvoerder van de regiegroep:** penvoerder als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=4&z=2025-02-28&g=2025-02-28);
- **penvoerder van een samenwerkingsverband:** penvoerder als bedoeld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=4&z=2025-02-28&g=2025-02-28);
- **penvoerder van de regiegroep:** penvoerder als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=4&z=2026-01-31&g=2026-01-31);
- **penvoerder van een samenwerkingsverband:** penvoerder als bedoeld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=4&z=2026-01-31&g=2026-01-31);
- **programmaplan:** programmaplan als bedoeld in [artikel 8 van het Instellingsbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049755&artikel=8);
- **promovendi-organisatie:** rechtspersoon die de belangen van promovendi vertegenwoordigt en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling of de minister;
- **promovendi-organisatie:** rechtspersoon die de belangen van promovendi vertegenwoordigt en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente;
- **regiegroep:** Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap als bedoeld in [artikel 2 van het Instellingsbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049755&artikel=2);
- **studentenorganisatie:** rechtspersoon waarbinnen studenten georganiseerd zijn en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling of de minister;
- **werknemersorganisatie:** rechtspersoon die de belangen van werknemers vertegenwoordigt en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling of de minister.
- **studentenorganisatie:** rechtspersoon waarbinnen studenten georganiseerd zijn en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente;
- **werknemersorganisatie:** rechtspersoon die de belangen van werknemers vertegenwoordigt en die voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van een hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente.
##### Artikel 2. Toepassing [Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603)
@@ -46,11 +46,11 @@
##### Artikel 4. Penvoerder
1. De penvoerder van de regiegroep is de organisatie met rechtspersoonlijkheid die de subsidieaanvragen indient voor activiteiten van de regiegroep als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28).
1. De penvoerder van de regiegroep is de organisatie met rechtspersoonlijkheid die de subsidieaanvragen indient voor activiteiten van de regiegroep als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31).
2. Op de penvoerder van de regiegroep rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke organisatie feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
3. Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), die worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van organisaties, wordt ingediend door één deelnemende organisatie die optreedt als penvoerder van het samenwerkingsverband.
3. Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), die worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van organisaties, wordt ingediend door één deelnemende organisatie die optreedt als penvoerder van het samenwerkingsverband.
4. Op de penvoerder van een samenwerkingsverband rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke organisatie feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
@@ -58,41 +58,35 @@
1. Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor:
- a. de activiteiten, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), in de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks een bedrag van € 2.250.000 beschikbaar;
- b. de activiteiten, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), in de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks een bedrag van € 2.250.000 beschikbaar.
2. Indien na afloop van de laatste aanvraagperiode van een kalenderjaar, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=8&z=2025-02-28&g=2025-02-28), blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet volledig wordt verstrekt in dat jaar, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van dat jaar.
3. Indien na afloop van de laatste aanvraagperiode van een kalenderjaar, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=8&z=2025-02-28&g=2025-02-28), blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet volledig wordt verstrekt in dat jaar, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dat jaar.
##### Artikel 6. Beoordeling aanvragen en wijze van verdeling beschikbaar budget subsidieaanvraag regiegroep
1. De minister beslist op de subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader.
2. Indien het beschikbare bedrag, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=5&z=2025-02-28&g=2025-02-28), ontoereikend is voor subsidieverstrekking voor alle als voldoende beoordeelde activiteiten, verdeelt de minister het beschikbare bedrag aan de hand van de score die op basis van het beoordelingskader aan de activiteiten is toegekend. Daarbij komen de activiteiten met de hoogste score het eerst voor subsidie in aanmerking.
3. In het geval aan meerdere activiteiten een gelijke score is toegekend, worden die activiteiten gerangschikt op de volgorde waarin zij zijn opgenomen in het activiteitenplan.
- a. de activiteiten, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), in de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks een bedrag van € 2.250.000 beschikbaar;
- b. de activiteiten, bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), in de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks een bedrag van € 2.250.000 beschikbaar.
2. Indien na afloop van de aanvraagperiode van een kalenderjaar, bedoeld in [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=8&z=2026-01-31&g=2026-01-31), blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet volledig wordt verstrekt in dat jaar, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van dat jaar.
##### Artikel 6. Beoordeling aanvragen
De minister beslist op de subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader.
##### Artikel 7. Beoordeling aanvragen en wijze van verdeling beschikbaar budget subsidieaanvraag organisatie of penvoerder van een samenwerkingsverband
1. De minister beslist op een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader.
2. Indien het beschikbare budget, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=5&z=2025-02-28&g=2025-02-28), ontoereikend is voor toekenning van alle als voldoende beoordeelde aanvragen, verdeelt de minister dit budget als volgt over deze aanvragen:
- a. eerst wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een samenwerkingsverband van organisaties met het hoogste puntentotaal;
- b. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een studentenorganisatie met het hoogste puntentotaal;
- c. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een promovendi-organisatie met het hoogste puntentotaal;
- d. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een werknemersorganisatie met het hoogste puntentotaal;
- e. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een hoger onderwijsinstelling met het hoogste puntentotaal;
- f. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvragen met het hoogste puntentotaal, ongeacht het soort organisatie, totdat het resterende budget volledig is besteed.
3. In het geval dat meerdere subsidieaanvragen binnen een categorie als bedoeld in het tweede lid een gelijk puntentotaal hebben, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
1. De minister beslist op een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader.
2. Indien het beschikbare budget, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=5&z=2026-01-31&g=2026-01-31), ontoereikend is voor toekenning van alle als voldoende beoordeelde aanvragen, verdeelt de minister dit budget als volgt over deze aanvragen:
- a. eerst wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een samenwerkingsverband van organisaties met de hoogste score;
- b. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een studentenorganisatie met de hoogste score;
- c. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een promovendi-organisatie met de hoogste score;
- d. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een werknemersorganisatie met de hoogste score;
- e. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een hoger onderwijsinstelling met de hoogste score;
- f. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvragen met de hoogste score, ongeacht het soort organisatie, totdat het resterende budget volledig is besteed.
3. In het geval dat meerdere subsidieaanvragen binnen een categorie als bedoeld in het tweede lid een gelijke score hebben, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
##### Artikel 8. Aanvraagperioden
@@ -102,17 +96,15 @@
- a. van 16 juni 2025 09.00 uur tot en met 3 augustus 2025 23.59 uur;
- b. van 2 februari 2026 09.00 uur tot en met 1 maart 2026 23.59 uur en van 15 juni 2026 09.00 uur tot en met 2 augustus 2026 23.59 uur;
- c. van 1 februari 2027 09.00 uur tot en met 28 februari 2027 23.59 uur.
3. Indien de bedragen, bedoeld in [artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=5&z=2025-02-28&g=2025-02-28), volledig zijn verstrekt in de eerste aanvraagperiode in een kalenderjaar, bedoeld in het eerste en tweede lid, onderdeel b, vervalt de tweede aanvraagperiode in dat kalenderjaar.
4. Aanvragen die worden ingediend buiten de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden afgewezen.
- b. van 16 maart 2026 09.00 uur tot en met 16 april 2026 13.00 uur;
- c. van 12 januari 2027 09.00 uur tot en met 12 februari 2027 13.00 uur.
3. Aanvragen die worden ingediend buiten de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden afgewezen.
##### Artikel 9. Bij de subsidieaanvraag in te dienen documenten
1. Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), bestaat uit:
1. Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), bestaat uit:
- a. een activiteitenplan;
@@ -122,7 +114,7 @@
- d. een verklaring dat de kosten voor een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet uit anderen hoofde zijn of worden vergoed.
2. Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), bestaat uit:
2. Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), bestaat uit:
- a. een activiteitenplan;
@@ -130,9 +122,9 @@
- c. een verklaring dat de kosten voor een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet uit anderen hoofde zijn of worden vergoed.
3. Indien de subsidieaanvrager een studentenorganisatie, promovendi-organisatie of werknemersorganisatie is, bestaat een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), tevens uit:
- a. een document waaruit blijkt dat deze rechtspersoon voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van hoger onderwijsinstelling of de minister;
3. Indien de subsidieaanvrager een studentenorganisatie, promovendi-organisatie of werknemersorganisatie is, bestaat een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), tevens uit:
- a. een document waaruit blijkt dat deze rechtspersoon voor ten minste drie jaar financiële middelen ontvangt van hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente;
- b. indien de aanvraag wordt gedaan door een promovendi-organisatie of werknemersorganisatie, een document waaruit blijkt dat deze rechtspersoon de belangen vertegenwoordigt van promovendi, onderscheidenlijk werknemers;
@@ -140,7 +132,7 @@
- d. het nummer waaronder deze organisatie is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.
4. In het geval van een samenwerkingsverband van organisaties bestaat een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), tevens uit:
4. In het geval van een samenwerkingsverband van organisaties bestaat een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), tevens uit:
- a. een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende organisaties en de penvoerder van het samenwerkingsverband, die uiterlijk bij de start van de activiteiten aanvangt en ten minste geldig is tot en met 1 november 2028. In deze samenwerkingsovereenkomst is in elk geval een beschrijving opgenomen van:
@@ -152,19 +144,29 @@
5. Op het tweede en vierde lid zijn de [artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.4) en [3.5 van de kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.5) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10. Activiteitenplan
1. De subsidieaanvrager omschrijft in het activiteitenplan per activiteit hoe deze activiteit bijdraagt aan de doelen en resultaten uit het programmaplan en hoe de voortgang van de activiteit wordt gemonitord.
##### Artikel 10. Activiteitenplan en begroting
1. De subsidieaanvrager omschrijft in het activiteitenplan per activiteit hoe deze activiteit bijdraagt aan het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan en hoe de voortgang van de activiteit wordt gemonitord.
2. De beschrijving in het activiteitenplan bestaat in totaal uit ten hoogste 4.000 woorden.
3. Voor het overzicht van de geraamde kosten in de begroting, bedoeld in [artikel 3.5 van de kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=3.5), kan voor zover het de personeelskosten betreft worden gekozen uit vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie, maar exclusief de belasting over de toegevoegde waarde:
- a. secretarieel of administratief medewerker € 70;
- b. projectmedewerker € 95;
- c. projectleider, docent of onderzoeker € 120;
- d. (associate) practor, lector, of hoogleraar € 141.
##### Artikel 11. Aanvraagformulier
1. De subsidie wordt aangevraagd met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website [www.dus-i.nl](http://www.dus-i.nl).
2. Voor de verklaringen, bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=9&z=2025-02-28&g=2025-02-28), de verklaring, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, en de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van de formats die bekend zijn gemaakt op de website [www.dus-i.nl](http://www.dus-i.nl/).
3. De minister deelt de activiteitenplannen en begrotingen, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=9&z=2025-02-28&g=2025-02-28), met de regiegroep ten behoeve van de voorbereiding van de besluitvorming.
2. Voor de verklaringen, bedoeld in [artikel 9, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=9&z=2026-01-31&g=2026-01-31), de verklaring, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, en de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van de formats die bekend zijn gemaakt op de website [www.dus-i.nl](http://www.dus-i.nl/).
3. De minister deelt de activiteitenplannen en begrotingen, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=9&z=2026-01-31&g=2026-01-31), met de regiegroep ten behoeve van de voorbereiding van de besluitvorming.
##### Artikel 12. Weigeringsgronden
@@ -186,9 +188,7 @@
##### Artikel 13. Besluit van de minister
1. In afwijking van [artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=4.1) besluit de minister binnen 18 weken na afloop van de termijn waarvoor aanvragen kunnen worden ingediend op de subsidieaanvragen.
2. Een subsidie aan een hoger onderwijsinstelling die minder dan € 25.000 bedraagt, wordt direct vastgesteld. Een andere subsidie wordt, in voorkomend geval in afwijking van [artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=9.1), verleend.
Een subsidie aan een hoger onderwijsinstelling die minder dan € 25.000 bedraagt, wordt direct vastgesteld. Een andere subsidie wordt, in voorkomend geval in afwijking van [artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de kaderregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037603&artikel=9.1), verleend.
##### Artikel 14. Verplichtingen subsidie
@@ -214,9 +214,9 @@
##### Artikel 16. Besteding en verantwoording subsidie hoger onderwijsinstellingen
1. Indien aan de verplichtingen van de subsidie is voldaan, kan een hoger onderwijsinstelling al dan niet in de hoedanigheid van penvoerder van een samenwerkingsverband, het niet aangewende deel van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), besteden aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
2. De verantwoording van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2025-02-28&g=2025-02-28), van een hoger onderwijsinstelling al dan niet in de hoedanigheid van een penvoerder van een samenwerkingsverband, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de [Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023132&bijlage=4).
1. Indien aan de verplichtingen van de subsidie is voldaan, kan een hoger onderwijsinstelling al dan niet in de hoedanigheid van penvoerder van een samenwerkingsverband, het niet aangewende deel van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), besteden aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
2. De verantwoording van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in [artikel 3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0050805&artikel=3&z=2026-01-31&g=2026-01-31), van een hoger onderwijsinstelling al dan niet in de hoedanigheid van een penvoerder van een samenwerkingsverband, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de [Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023132&bijlage=4).
##### Artikel 17. Bevoorschotting en betaling
@@ -256,41 +256,41 @@
### Inhoudelijke beoordeling subsidieaanvragen
In de Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap is opgenomen dat aanvragers uitsluitend in een aanvraagronde aanvragen kunnen indienen. Om de kwaliteit van een aanvraag vast te stellen, beslist de minister op de subsidieaanvraag aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria. Voor het aantonen van de kwaliteit van een subsidieaanvraag, moet de subsidieaanvraag op elk onderdeel (1 t/m 4) ten minste met een voldoende worden beoordeeld.
Dit betekent dat de subsidieaanvragen kwalitatief beoordeeld worden. Voor onderdeel 1 t/m 3 geldt dat een subsidieaanvraag op elk onderdeel ten minste met 3 punten (een voldoende) moet worden beoordeeld om voor subsidie in aanmerking te komen. De bedoeling is dat een ambitie wordt nagestreefd, impact wordt beoogd en verankering wordt verwezenlijkt en dat dit overeenkomt met de doelstellingen en resultaten uit het programmaplan. De onderdelen 4a en 4b (beschrijving activiteit(en) en de begroting) worden per activiteit beschreven door de aanvrager en worden op activiteitniveau beoordeeld. Hiervoor is gekozen omdat alleen activiteiten die goed passen bij de doelen en resultaten zoals beschreven in het programmaplan en bij de definitie van sociale veiligheid zoals in het programmaplan is geformuleerd, voor subsidie in aanmerking komen. Aanvragen die op de onderdelen 1 t/m 3 ten minste met een voldoende zijn beoordeeld, worden op activiteitniveau beoordeeld op onderdeel 4a en 4b. Activiteiten die vervolgens tevens op zowel onderdeel 4a als 4b met een voldoende worden beoordeeld komen in beginsel voor subsidie in aanmerking. Activiteiten die als onvoldoende worden beoordeeld, komen niet voor subsidie in aanmerking.
Het is dus mogelijk dat slechts een deel van de subsidieaanvraag voor subsidie in aanmerking komt. Dit kan het geval zijn als een aanvraag op de onderdelen ambitie, impact en verankering (onderdeel 1 t/m 3) ten minste met een voldoende wordt beoordeeld maar één van de voorgestelde activiteiten als onvoldoende wordt beoordeeld op het onderdeel beschrijving activiteit(en) (onderdeel 4a) of op het onderdeel begroting (4b). Als door een aanvrager bijvoorbeeld een activiteit wordt voorgesteld die goed past bij de doelen en resultaten van het programmaplan en bij de definitie van sociale veiligheid zoals is geformuleerd in het programmaplan maar ook een activiteit die daar onvoldoende bij past, komt alleen de eerste activiteit voor subsidie in aanmerking.
Het doel van de kwalitatieve beoordeling is dat subsidieaanvragen met een hoge kwaliteit worden beloond met punten. Om de beoordeling in goede banen te leiden en zo transparant mogelijk te maken, volgt hieronder een uitgebreide beschrijving van de beoordelingsprocedure. Het beoordelingskader en de beoordelingsprocedure gelden zowel ten aanzien van de subsidieaanvragen van organisaties als voor de subsidieaanvragen van de (penvoerder van de) regiegroep. Waar in het beoordelingskader in onderdeel 1 tot en met 3 wordt gesproken over ‘subsidieaanvraag’, kan ‘activiteiten’ worden gelezen, voor zover het de beoordeling van subsidieaanvragen van de regiegroep betreft.
Elk activiteitenplan wordt inhoudelijk beoordeeld op de volgende onderdelen:
Bij elk onderdeel zijn in de tabel beoordelingscriteria geformuleerd met daarbij horende beoordelingsaspecten. Hiermee is aangegeven aan de hand van welke aspecten wordt beoordeeld en wat de achterliggende gedachte daarvan is. De onderdelen en beoordelingscriteria zijn gerelateerd aan de doelen en resultaten uit het programmaplan en de definitie van sociale veiligheid zoals gehanteerd in het programmaplan.
De subsidieaanvraag wordt eerst inhoudelijk beoordeeld op de onderdelen ambitie, impact en verankering. Bij de beoordeling van deze onderdelen wordt een score van 1 tot en met 5 toegekend aan elk onderdeel. In totaal zijn er dus maximaal 15 punten te verdienen. Indien één van de onderdelen als onvoldoende wordt beoordeeld, komt de subsidieaanvraag niet voor subsidie in aanmerking. De beschrijving van de activiteiten en de begroting (onderdeel 4a en 4b) worden per activiteit beoordeeld als voldoende of onvoldoende. Indien een activiteit of de bijbehorende begroting van de desbetreffende activiteit als onvoldoende wordt beoordeeld, komt deze activiteit niet voor subsidie in aanmerking. Alleen activiteit(en) en de bijbehorende begroting die met een voldoende zijn beoordeeld komen in aanmerking voor subsidie.
### Onderdelen 1 tot en met 3
Afhankelijk van de kwaliteit van de subsidieaanvraag wordt per onderdeel een van de volgende beoordelingen gegeven:
5 punten: zeer goed: aanvrager heeft een inhoudelijk relevante, toepasselijke en uitstekende invulling gegeven aan dit onderdeel. Alle criteria en aspecten van dit onderdeel zijn volledig uitgewerkt en inhoudelijk uitstekend en aansprekend beantwoord.
4 punten: goed: aanvrager heeft een inhoudelijk relevante, toepasselijke en goede invulling gegeven aan dit onderdeel. Alle criteria en aspecten van dit onderdeel zijn volledig uitgewerkt en goed beantwoord.
3 punten: voldoende: aanvrager heeft voldoende invulling gegeven aan dit onderdeel. Alle criteria en aspecten van dit onderdeel zijn uitgewerkt en beantwoord.
2 punten: matig: aanvrager gaat slechts ten dele of beperkt inhoudelijk relevant in op dit onderdeel. De criteria en aspecten zijn beantwoord en uitgewerkt, echter is dit zeer beperkt toegelicht.
De inhoudelijke beoordeling van een subsidieaanvraag als bedoeld in de Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (hierna: subsidieregeling) en activiteiten geschiedt aan de hand van de criteria in onderstaande tabel.
1 Alleen de totale wegingsfactoren per criterium zijn van toepassing op de aanvragen van de regiegroep. De wegingsfactoren per deelcriterium zijn dus niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.
2 De deelcriteria 1.1, 3.2 en 4.1 zijn niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.
Per criterium kan er maximaal 5 punten worden toegekend. Indien er sprake is van deelcriteria wordt als score het gemiddelde genomen. De totaalscore is een gewogen gemiddelde van de criteria, eventueel met twee decimalen.
De scores zijn beschreven in onderstaand tabel.
In de subsidieregeling is opgenomen dat aanvragers uitsluitend in een aanvraagperiode aanvragen kunnen indienen (artikel 8). Om de kwaliteit van een aanvraag vast te stellen, beslist de minister op de subsidieaanvraag aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria. Voor het aantonen van de kwaliteit van een subsidieaanvraag, moet de subsidieaanvraag op elk (deel)criterium (1 tot en met 5) ten minste met een voldoende worden beoordeeld.
Dit betekent dat de subsidieaanvragen kwalitatief beoordeeld worden. Voor (deel)criterium 1 tot en met 5 geldt dat een subsidieaanvraag op elk criterium ten minste met 3 punten (een voldoende) moet worden beoordeeld om voor subsidie in aanmerking te komen. De bedoeling is dat een ambitie wordt nagestreefd, impact wordt beoogd en verankering wordt verwezenlijkt en dat dit overeenkomt met het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan.
### Beoordelingsproces
Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode toereikend is voor alle als voldoende beoordeelde subsidieaanvragen wordt subsidie verleend voor die subsidieaanvragen. Subsidieaanvragen die niet ten minste met een voldoende worden beoordeeld op alle onderdelen (1 tot en met 5) komen niet voor subsidie in aanmerking.
Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode niet toereikend is voor alle als voldoende beoordeelde subsidieaanvragen, wordt het budget als volgt verdeeld:
**Stap 1:** De subsidieaanvragen worden gerangschikt op score, van hoog naar laag.
**Stap 2:** De subsidieaanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden als volgt geselecteerd, totdat het budget ontoereikend is:
**Stap 3:** In het geval van meerdere subsidieaanvragen met een gelijke score in een categorie als bedoeld onder punt a tot en met f, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
1 punt: onvoldoende: aanvrager gaat slechts ten dele of beperkt inhoudelijk relevant in op dit onderdeel. Niet alle criteria en aspecten zijn beantwoord en uitgewerkt.
Voldoende: de doelstelling van de activiteit past in voldoende mate bij de doelen en resultaten van het programmaplan en bij de definitie van sociale veiligheid zoals is geformuleerd in het programmaplan. Verder zijn alle beoordelingsaspecten van de activiteit in voldoende mate uitgewerkt en toegelicht.
Onvoldoende: niet alle beoordelingsaspecten van de activiteit zijn in voldoende mate uitgewerkt en toegelicht of de activiteit pas niet in voldoende mate bij de doelen en resultaten van het programmaplan of bij de definitie van sociale veiligheid zoals is geformuleerd in het programmaplan.
Voldoende: alle beoordelingsaspecten van de begroting worden in voldoende mate uitgewerkt en toegelicht.
Onvoldoende: niet alle beoordelingsaspecten van de begroting worden in voldoende mate uitgewerkt en toegelicht.
Het doel van het beoordelingskader is de kwalitatieve beoordeling van subsidieaanvragen in goede banen te leiden en zo transparant mogelijk te maken. Het beoordelingskader en de beoordelingsprocedure gelden zowel ten aanzien van de subsidieaanvragen van een organisatie of van de penvoerder van een samenwerkingsverband als voor de subsidieaanvragen van de (penvoerder van de) regiegroep. Waar in het beoordelingskader in criterium 1 tot en met 5 wordt gesproken over ‘subsidieaanvraag’, kan ‘activiteiten’ worden gelezen, voor zover het de beoordeling van subsidieaanvragen van de regiegroep betreft.
Elk activiteitenplan wordt inhoudelijk beoordeeld op de volgende criteria:
Bij elk (deel)criterium zijn in de tabel beoordelingscriteria geformuleerd met daarbij horende beoordelingsaspecten. Hiermee is aangegeven aan de hand van welke aspecten wordt beoordeeld en wat de achterliggende gedachte daarvan is. De onderdelen en beoordelingscriteria zijn gerelateerd aan het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep en de definitie van sociale veiligheid zoals gehanteerd in dat programmaplan (zie ook artikel 10 van de subsidieregeling).
De subsidieaanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld op de (deel)criteria ambitie, activiteiten, impact, verankering en begroting. Bij de beoordeling van deze criteria wordt een score van 1 tot en met 5 toegekend aan elk onderdeel. De totaalscore betreft het gewogen gemiddelde van de score op die criteria.
De toegekende punten op elk onderdeel worden bij elkaar opgeteld. Dit leidt tot een puntentotaal. Aanvragen die ten minste op alle onderdelen (1 t/m 4) met een voldoende worden beoordeeld, komen in beginsel voor subsidie in aanmerking. Aanvragen waarbij één van de onderdelen als onvoldoende of matig worden beoordeeld, komen niet voor subsidie in aanmerking, ongeacht het puntentotaal.
@@ -305,3 +305,7 @@
Stap 3: In het geval van meerdere subsidieaanvragen met een gelijk puntentotaal in een categorie als bedoeld onder punt a tot en met f, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
### Toelichting beoordelingskader
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2025-02-28
Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap —
2025-02-28
Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap
original version
Tekst op deze datum