Regeling van het College voor toetsen en examens van 3 februari 2025, CvTE-25.00473, houdende vaststelling van het beoordelingskader voor de doorstroomtoets in het primair onderwijs voor het openbaar lichaam Bonaire (Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO Bonaire)
Toelichting BR3: Binnen het domein Meten en Meetkunde horen de onderdelen temperatuur, tijd en geld. Op Bonaire is er in de dagelijkse context geen sprake van grote temperatuurverschillen. Leerlingen moeten hier wel bekend mee zijn en berekeningen mee uit kunnen voeren. Voor het onderdeel tijd is een aandachtspunt dat tijd een ander soort rol speelt in de Bonairiaanse situatie. Leerlingen zijn minder gericht op horloges en klokkijken doordat hun dagelijkse situatie dat minder van ze vraagt dan leerlingen in Europees Nederland. Daarnaast is het belangrijk dat tijden op Bonaire op een andere manier worden benoemd dan in Europees Nederland. 15:40 uur wordt bijvoorbeeld benoemd als ’20 minuten voor 4 uur’. Ten aanzien van het onderdeel geld is de munteenheid op Bonaire de Amerikaanse dollar. Deze eenheid moet bij voorkeur bij het onderdeel geldrekenen gebruikt worden, behalve als het gaat om het omrekenen van koersen.
3.4. Terrein Papiamentu
Voor het terrein Papiamentu is alleen het referentieniveau 1F leidend.
3.4.1. Context Bonaire
Toelichting BP1: Het taalgebruik in het terrein Papiamentu is volledig het Papiamentu. Alle opgaven en daar bijhorende materialen (zoals teksten en luisterfragmenten) moeten daarom volledig in het Papiamentu beschikbaar worden gesteld.
3.4.2. Wettelijk verplicht domein: Lezen
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
3.4.2.1. Subdomein Zakelijke Teksten
Kenmerken van de taakuitvoering:
Toelichting L3.7: Evenwichtig wil zeggen dat de in L3.1 tot en met L3.6 genoemde kenmerken gezamenlijk een representatieve weergave zijn van de inhoud van het betreffende subdomein van het terrein Papiamentu.
3.4.2.2. Subdomein Fictionele teksten
Opgavenkenmerken:
3.4.3. Wettelijk verplicht subdomein: Taalverzorging
Beslisregel:
3.4.4. Optioneel domein: Schrijven
Opgavenkenmerken:
Taken:
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
Taken:
Kenmerken van de taakuitvoering:
Kenmerken van de taakuitvoering:
Opgavenkenmerken:
3.4.6. Optioneel: Woordenschat
Opgavenkenmerken:
3.5. Terrein Nederlands als vreemde taal
Beslisregel:
Toelichting LZ2.3 t/m LZ2.6: In de toetswijzer doorstroomtoets po Bonaire staan de algemene omschrijvingen van leesvaardigheid, sleutelbegrippen en hoofdkenmerken voor de verschillende niveaus beschreven.
3.5.3. Wettelijk verplicht aspect: Woordenschat receptief Lezen
Beslisregel:
Beslisregel:
3.5.5. Optioneel aspect: Woordenschat receptief Luisteren en kijken
Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:
3.5.6. Optionele taalactiviteit: productief Spreken
3.5.7. Optionele taalactiviteit: productief Mondelinge interactie (gesprekken voeren)
3.5.8. Optionele taalactiviteit: productief Schriftelijk (schrijven)
3.5.9. Optioneel: Strategieën
Opgavenkenmerken:
3.5.10. Optioneel: Taalcompetenties
4. Organisatorische aspecten
4.1. Leerlingrapport
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
Toelichting LR1: De toetsaanbieder geeft één of meerdere (model)rapportages ter beoordeling. Wanneer er meer dan één variant van het leerlingrapport bestaat, moeten al deze varianten aangeboden worden, met een uitleg wanneer welke variant wordt gebruikt. Aangezien alle varianten aan de eisen moeten voldoen, worden alle voorbeeldrapporten beoordeeld op de kwaliteitseisen LR2 tot en met LR8. Mochten er rapporten ontbreken (d.w.z. LR1 = nee), dan krijgt de toetsaanbieder een onvoldoende voor ‘leerlingrapport’. Wanneer het leerlingrapport wel wordt aangeboden, worden de kwaliteitseisen LR2 tot en met LR8 beoordeeld op basis van die versie(s) van het leerlingrapport.
Toelichting LR5: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk referentieniveau de leerling gepresteerd heeft op het subdomein Taalverzorging bij het terrein Papiamentu. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende twee categorieën de leerlingprestatie past: onder niveau 1F of op niveau 1F. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze twee categorieën geclassificeerd wordt.
Toelichting LR8: Bij het rapport moet een toegankelijke toelichting worden geboden, waarin begrijpelijke handvatten gegeven worden voor de interpretatie van het toetsadvies en de beheersing van de referentie- en ERK-niveaus van de leerling door diverse betrokkenen. De aanbieder toont aan dat de rapportage begrijpelijk is voor verschillende doelgroepen, te weten leerlingen, ouders, verzorgers, voogden en afnemers.
4.2. Leerlingen
4.3. Afname doorstroomtoets
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
4.4. Beveiligingsaspecten
5. Psychometrische aspecten
5.1. Inleiding
5.2.1. Steekproefkader en samenstelling steekproef
Wanneer eerder al data verzameld zijn bij het item in een andere vorm moet ook bij kleine wijzigingen het gekloonde item een nieuw label krijgen.
Toelichting N3: Het afnamedesign van de pretest wordt door de aanbieder uiteengezet. Wanneer er sprake is van doel B is het van belang dat de parameters per (sub)domein of taalactiviteit op dezelfde schaal liggen. Hiervoor is het van belang dat er sprake is van een afnamedesign waarbij dit mogelijk is. Dit design wordt aangeleverd en bevat – indien van toepassing – in ieder geval informatie over:
5.2.2. Itemkalibratie en toetskwaliteit
Na het verzamelen van de observaties voert de toetsaanbieder een kalibratie uit met de verzamelde testdata. In het geval dat opgaven al eerder zijn afgenomen (bij een itembank of bij pretestgegevens) kan er een schaal gekalibreerd worden die op basis van de afnamegegevens bestendigd moet worden. Op basis van de afnamegegevens kunnen de (goed functionerende) zaai-items op de schaal geplaatst worden. In de kalibratie schat de toetsaanbieder de itemparameters, zodat de kwaliteit van de gepreteste items kan worden vastgesteld.
Toelichting KA3 (alleen van toepassing voor adaptieve toetsen): Een adaptieve toets is een toets die zich aanpast aan het individuele vaardigheidsniveau van de persoon die de toets maakt. In plaats van alle deelnemers dezelfde set vragen voor te leggen, past een adaptieve toets de complexiteit van de vragen aan op basis van de correctheid van de eerdere antwoorden van de deelnemer. Het idee hierachter is dat hierdoor een efficiënte schatting van het vaardigheidsniveau van de leerling kan worden verkregen. Derhalve moeten van dit type doorstroomtoets de beslisregels of de algoritmes voor de samenstelling van de toets zijn geëxpliciteerd.
Voor een CAT moet de toetsaanbieder op gedegen en complete wijze verantwoorden:
Toelichting KA4:
Toelichting KA5:
5.2.3. Toetssamenstelling
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
Toelichting T1: Voor zowel een MST als papieren en digitale lineaire doorstroomtoets geldt dat de toets voor het terrein Rekenen in ieder geval vragen moet bevatten die inhoudelijk aansluiten bij de referentieniveaus 1F en 1S en die een moeilijkheidsgraad tussen de cesuur van referentieniveau 1F en 1S hebben. Voor zowel een MST als papieren en digitale lineaire doorstroomtoets geldt dat de toets voor het terrein Papiamentu in ieder geval vragen moet bevatten die inhoudelijk aansluiten bij het referentieniveau 1F en die een moeilijkheidsgraad rondom de cesuur van referentieniveau 1F heeft. Daarnaast geldt voor zowel een MST als papieren en digitale lineaire doorstroomtoets dat de toets voor het terrein Nederlands als vreemde taal in ieder geval vragen moet bevatten die inhoudelijk aansluiten bij de ERK-niveaus A2 en B1 en die een moeilijkheidsgraad tussen de cesuur van ERK-niveau A2 en B1 hebben. In het geval van een CAT is de itemselectie geoptimaliseerd rond de opeenvolgende vaardigheidsschattingen. De aanbieder presenteert hiertoe per domein grafisch een verdeling van moeilijkheidsparameters samen met de cesuren.
Toelichting T2: Indien van toepassing is het door het CvTE toegewezen subset van ankeritems opgenomen in (de varianten van) de doorstroomtoets. Eventuele (minimale) aanpassingen op deze items zijn alleen toegestaan met akkoord en na beoordeling van het CvTE.
De door het CvTE toegewezen subset van ankeritems moet op een zodanige wijze over de toets worden verspreid, dat de positie in de toets zo min mogelijk invloed op de prestatie van de leerling heeft en de ankeritems qua lay-out en tekstuele vormgeving niet als opvallend afwijkend in de toets herkenbaar zijn, een en ander zoals gespecificeerd in de Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoets PO Bonaire.
Toelichting T3 (alleen van toepassing voor een lineaire toets of MST): De aanbieder beschrijft het afnamedesign dat wordt gebruikt in de operationele afname. Hiertoe wordt beschreven hoe de items zijn verdeeld over verschillende toetsversies/toetspaden. Het is mogelijk dat de toetsversies/toetspaden anders ingericht of verminderd moeten worden door een terugloop in aanmeldingen. De aanbieder beschrijft afnamescenario’s die afhankelijk zijn van het aantal aanmeldingen, of ze geeft aan waarom verschillende afnamescenario’s niet nodig worden geacht.
Toelichting T4 (alleen van toepassing voor lineaire toetsen): Een lineaire toets bestaat jaarlijks volledig uit nieuwe gekalibreerde items voor het wettelijk verplichte terrein Rekenen, het domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Papiamentu en de taalactiviteiten receptief Lezen (inclusief het aspect woordenschat) en receptief Luisteren en kijken van het terrein Nederlands als vreemde taal, met uitzondering van de items van het anker. De noodzakelijkheid van het anker moet voldoende worden uitgelegd.
Toelichting T5 (alleen van toepassing bij al eerder erkende of vastgestelde adaptieve toetsen): In het geval van een MST of een CAT, moet er sprake zijn van een adequate jaarlijkse verversingsstrategie en moet de toets ook over de jaren voldoende worden ververst. Daarbij geldt het volgende:
Toelichting T6: Deze kwaliteitseis is alleen van toepassing voor een CAT.
5.3. Normering ten behoeve van leerlingrapportage
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
Toelichting NR1: Ieder item heeft een minimumaantal observaties van 300 indien gebruik wordt gemaakt van het 1PL-model, en van 600 observaties indien gebruik wordt gemaakt van het 2PL-model. Deze aantallen zijn eventueel aangevuld met pretestdata die verkregen zijn met doel B voor ogen of eerdere afnamejaren. Observaties uit alle onderwijstypen kunnen gebruikt worden.
Toelichting NR2: Wordt de door de aanbieder gekozen normeringsmethode voldoende omschreven en onderbouwd? Zodra de gehanteerde methode afwijkt van de methode zoals omschreven in de Regeling Beoordelingsnormen doorstroomtoets PO Bonaire (bijvoorbeeld een normering via een discrete (standaard)scoreschaal of verschillen in de meegekalibreerde onderwijstypen), moet de toetsaanbieder de gehanteerde normering duiden en moet de aanbieder aangeven hoe de scores op de eigen scoreschaal zijn berekend uit de latente vaardigheden op de afzonderlijke onderdelen en/of uit de GLV-scores.
Toelichting NR3: Indien de uiteindelijke rapportageschaal afwijkt van de latente schaal waarop de cesuren zijn vastgesteld, moet de toetsaanbieder de nauwkeurigheid van de rapportage weergeven via een tabel (verwarringsmatrix) en mogelijke verschillen tussen de latente schaal en de rapportageschaal verantwoorden. Hierbij geldt dat classificatie van behaalde toetsadviezen en behaalde referentieniveaus op basis van de getransformeerde toetsscores niet meer dan 5% mag afwijken van de classificatie van behaalde toetsadviezen en behaalde referentieniveaus op basis van de normering. De 5% geldt zowel voor de referentieniveaus als bij de toetsadviezen voor het totaal. Bij de verwarringsmatrices is het dus niet toegestaan dat meer dan 5% van de observaties buiten de diagonaal valt.
Indien de aanbieder niet werkt met getransformeerde toetseigen scores is deze eis voor de betreffende aanbieder niet van toepassing.
5.4. Kwaliteit en functioneren van de doorstroomtoets (rapportage achteraf)
Deze kwaliteitseisen zijn alleen van toepassing voor al eerder afgenomen toetsen.
Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.
De toetsaanbieder verantwoordt jaarlijks na de toetsafname-periode de kwaliteit en het functioneren van de afgenomen doorstroomtoets op basis van de bovengenoemde vier kwaliteitscriteria. Er wordt beoordeeld of de inhoud van de informatie die door de toetsaanbieder is aangeleverd voldoet aan de vooraf gestelde eisen. Voor een nieuwe aanbieder zijn deze eisen bij de eerste evaluatie niet van toepassing.
Toelichting KF1: De aanbieder presenteert het aantal wel en het aantal niet meegenomen items voor de scorerapportage naar de leerlingen wegens:
Daarbij wordt verantwoord waarom de meegenomen items in de scorerapportage zijn meegenomen.
Voor (3) geldt: indien er voldoende observaties zijn worden DIF-analyses uitgevoerd tussen:
Verder geldt:
De grafische weergaven en DIF-statistieken moeten aan worden geleverd voor ieder item, dus ook voor de items waarbij geen indicatie is gevonden van DIF. Wanneer een item met een indicatie van DIF desondanks wordt meegenomen ten behoeve van de scorerapportage moet de aanbieder aantonen wat het effect is van de inzet van het betreffende item op de behaalde referentieniveaus en behaalde toetsadviezen.
Toelichting KF2: Indien bij de beoordeling van de afgelopen indiening er bij kwaliteitseis V2 afspraken zijn gemaakt over het monitoren van het functioneren van specifieke toetsopgaven, moet de aanbieder de resultaten van de inhoudelijke en psychometrische analyse aanleveren.
Toelichting KF3: De toetsaanbieder moet informatie verstrekken over de percentages referentie- en ERK-niveaus van het wettelijk verplichte terrein Rekenen, het domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Papiamentu, en taalactiviteit receptief lezen – inclusief aspect woordenschat – en receptief luisteren en kijken van het terrein Nederlands als vreemde taal (en optionele (sub)domeinen en taalactiviteiten van de terreinen Papiamentu en Nederlands als vreemde taal) plus een overzicht van de percentages toetsadviezen van dit jaar ten opzichte van het vorige jaar (in tabelformaat). Verschillen tussen de beide jaren worden door de toetsaanbieder getoetst. Betekenisvolle verschillen tussen beide jaargangen worden door de aanbieder verklaard.
Toelichting KF4: De aanbieder moet inzicht geven in de populatieverdeling van de vaardigheid. Hiertoe worden populatieparameters (gemiddelde en standaarddeviatie) en de schattingsfout op de populatieparameters gegeven. De verdelingen grafisch inzichtelijk gemaakt. In deze informatie wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijstypen. Eventuele verschillen ten opzichte van de rapportage achteraf van het afgelopen jaar worden getoetst. Betekenisvolle verschillen tussen beide jaargangen worden door de aanbieder verklaard. Eventuele verschillen ten opzichte van de landelijke normering worden verklaard.
6. Vierjaarlijkse erkenning en jaarlijkse vaststelling door het CvTE
6.1. De vierjaarlijkse erkenning
Een adviseur beoordeelt iedere vier jaar in opdracht van het CvTE de onderwijskundige, organisatorische en psychometrische aspecten van de doorstroomtoets. Na de beoordeling stelt een adviseur een advies op. Dit advies wordt uitgebracht aan het CvTE dat, een besluit neemt over het al dan niet erkennen van de betreffende doorstroomtoets. Wanneer de toets is erkend kan deze toets vier achtereenvolgende jaren worden ingezet als het CvTE vaststelt dat de toets voldoet aan de voorwaarden waaronder hij is erkend.
6.2. De jaarlijkse vaststelling
Na de erkenning van vier jaar, dienen de toetsaanbieders opnieuw jaarlijks een toelatingsaanvraag in bij het CvTE. Voor deze jaarlijkse vaststelling vindt opnieuw een beoordeling plaats. Voor deze beoordeling van de onderwijskundige inhoud, organisatorische aspecten en psychometrische aspecten doet het CvTE eveneens een beroep op een adviseur. Deze adviseur beoordeelt jaarlijks aan de hand van het beoordelingskader de kwaliteit van de doorstroomtoets, en stelt nu een advies op over of de toets nog voldoet aan de wet- en regelgeving. Dit advies wordt uitgebracht aan het CvTE, dat een besluit neemt en vaststelt of de toets voldoet.
Model leeswijzer
1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.
1 Denk bijvoorbeeld aan paginanummers. Indien het document geen paginanummers bevat, kan de aanbieder alsnog specificeren waar de informatie gevonden kan worden. Voorbeeld: bij een Excel document aangeven welke rijen en kolommen het betreft.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)