← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling Artistic & Design Research for Immersive Experiences 2025-2029

Geldende tekst a fecha 2025-04-09

gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid

besluit vast te stellen de navolgende regeling, houdende regels voor het verstrekken van subsidies aan partijen voor de uitvoering van projecten.

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begrippen

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen

Artikel 2. Taakopvatting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

1). De taak van het Stimuleringsfonds is om, vanuit het culturele perspectief, de rijke ontwerptraditie die Nederland heeft te continueren en te vernieuwen door het proces van experimenteren, onderzoeken en maken te stimuleren en goed opdrachtgeverschap te bevorderen.

2). Het bestuur verstrekt, in overeenstemming met zijn statuten en volgens bepalingen vastgesteld in de wet en subsidieregelingen, subsidies aan natuurlijke personen en rechtspersonen die bijdragen aan het bevorderen van hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse creatieve industrie binnen het Koninkrijk.

Artikel 3. Reikwijdte en doelstelling Regeling ADRIE

1). Deze regeling is van toepassing op het aanvragen, beoordelen en vaststellen van een subsidie voor een project dat is ingediend binnen de regeling ADRIE. De regeling geeft inzicht in de algemene voorwaarden, weigeringsgronden, wijze van publicatie, wijze van indiening, beoordeling, toekenning en subsidieverplichtingen.

2). Met de regeling ADRIE wordt invulling gegeven aan een of meerdere van de onderstaande beleidsdoelstellingen van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie:

3). Het bestuur kan nadere regels stellen ter uitvoering van deze regeling over specifieke doelstellingen, voorwaarden en weigeringsgronden. Deze worden expliciet vermeld in de bekendmaking van de beschikbaarheid van de subsidie voor de aanvraagrondes, zoals gepubliceerd op www.stimuleringsfonds.nl. Deze regels zijn in dat geval aanvullend op deze regeling.

Artikel 4. Subsidieplafond

1). Een subsidie wordt altijd verleend onder de voorwaarde dat door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende gelden aan het Stimuleringsfonds ter beschikking worden gesteld.

2). Een subsidie wordt altijd verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie niet oordeelt dat er sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun.

3). Het subsidieplafond wordt per subsidietijdvak bekendgemaakt op www.stimuleringsfonds.nl.

Artikel 5. Subsidie

1). Op grond van deze regeling kan in aanvraagronde 1A door een consortium subsidie worden aangevraagd voor het opstellen van een tweejarig activiteitenprogramma.

2). Op grond van deze regeling kan in aanvraagronde 1B door een consortium subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van een tweejarig activiteitenprogramma door een consortium. Deze aanvraagronde staat uitsluitend open voor aanvragen namens een consortium door een hoofdaanvrager waarvan een aanvraag is toegekend in aanvraagronde 1A.

Artikel 6. Indienen aanvraag

1). Een subsidieaanvraag op grond van deze regeling dient te worden ingediend binnen het subsidietijdvak behorende bij de betreffende aanvraagronde.

2). Het bestuur heeft een maximum vastgesteld voor het aantal aanvragen dat in behandeling kan worden genomen:

3). Aanvragen worden door de hoofdaanvrager ingediend via de aanvraagomgeving van het Stimuleringsfonds.

4). De hoofdaanvrager maakt voor het indienen van een aanvraag gebruik van het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier in de aanvraagomgeving van het Stimuleringsfonds.

5). Aanvragen worden – in lijn met de internationale dimensie van het IX-werkveld en omwille van een internationale adviescommissie – bij voorkeur in de Engelse taal opgesteld.

6). De hoofdaanvrager dient de aanvraag uiterlijk in op de datum genoemd in het onder het in lid 1 gepubliceerde subsidietijdvak.

7). Het bestuur wijst een aanvraag af als de aanvraag niet binnen het betreffende subsidietijdvak is ingediend.

8). Aanvragen worden getoetst op volgorde van binnenkomst. Hierbij geldt het moment dat de aanvraag volledig is op basis van artikel 10.

9). Aanvragen die voldoen aan de ingangseisen in artikel 7 en de voorwaarden in artikel 8 worden gerangschikt tot het moment dat het maximumaantal aanvragen voor de aanvraagronde wordt bereikt.

10). Aanvragen die later zijn ingediend dan de aanvraag waarmee het maximumaantal van de aanvraagronde is bereikt, worden niet in behandeling genomen.

11). Het bestuur kan, als het maximumaantal aanvragen voor de aanvraagronde is bereikt, het subsidietijdvak eerder sluiten dan als bedoeld in lid 1 van dit artikel. Het bestuur doet van de eerdere sluiting mededeling via www.stimuleringsfonds.nl.

12). Het bestuur wijst aanvragen af die niet voldoen aan de criteria vermeld in artikelen 7, 8 en 9 van de regeling.

13). Eventueel nieuw te publiceren ADRIE-aanvraagrondes worden, met verwijzing naar deze regeling, separaat gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 7. Ingangseisen

1). Alleen aanvragen die voldoen aan de volgende eisen kunnen in aanvraagronde 1A in behandeling worden genomen:

2). Alleen aanvragen die voldoen aan de volgende eisen kunnen in aanvraagronde 1B in behandeling worden genomen:

Artikel 8. Voorwaarden, subsidiabele kosten en staatssteun

1). Er wordt geen subsidie verleend aan of voor:

2). Van de subsidie voor het uitvoeren van het tweejarige activiteitenprogramma mag maximaal € 100.000 worden besteed aan activiteiten van internationale partners;

3). Van de subsidie voor het uitvoeren van het tweejarige activiteitenprogramma mag maximaal € 50.000 worden besteed aan de kosten van dienstverlening door publieke en private organisaties en bedrijven uit de andere sectoren (bijv. consultancy, technologie, gezondheidszorg, entertainment, etc.);

4). Van de subsidie voor het uitvoeren van het tweejarige activiteitenprogramma is maximaal € 80.000 subsidiabel voor de investering in voor de uitvoering van het activiteitenprogramma noodzakelijke apparatuur. Voor de bepaling van de subsidiabele kosten moet de eventuele restwaarde worden afgetrokken van de aanschafprijs. Voor de bepaling van de restwaarde van speciaal voor de uitvoering van het activiteitenprogramma aangeschafte apparatuur geldt als hoofdregel dat de restwaarde wordt bepaald op basis van een lineaire afschrijving met een (minimale) afschrijvingstermijn van 5 jaar;

5). In aanvulling op lid 1, 2, 3 en 4 van dit artikel toetst het Stimuleringsfonds een aanvraag aan de volgende punten:

6). De subsidies die het Stimuleringsfonds verstrekt kunnen worden aangemerkt als een vorm van staatssteun. Voor het kunnen verlenen van steun op basis van deze regeling wordt een beroep gedaan op de vrijstelling in artikel 53 (steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed) van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening(Verordening 651/2014, “AGVV”). Het Ministerie van OCW rapporteert jaarlijks hoeveel steun er wordt toegekend binnen deze regeling. Op basis van de AGVV geldt dat voor aanvragers die kunnen worden beschouwd als onderneming in de zin van art. 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”), subsidie op grond van deze regeling wordt geweigerd als:

Hoofdstuk 3. Subsidieaanvraag

Artikel 9. Consortium, hoofdaanvrager, mede-aanvragers en partners

1). De aanvraag wordt namens het consortium ingediend door, verleend aan en verantwoord door de hoofdaanvrager, zoals beschreven onder artikel 1 lid 18. Op de hoofdaanvrager rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten;

2). Het consortium bestaat uit minimaal drie in het Koninkrijk gevestigde deelnemers (de hoofdaanvrager en mede-aanvragers), waarbij geldt dat de volgende drie kerngroepen in het consortium vertegenwoordigd dienen te zijn:

3). Het consortium betreft een tijdelijk samenwerkingsverband tussen minimaal drie deelnemers beschreven onder lid 2, die elkaar aanvullen in kennis en werkwijze en voornemens zijn op inhoudelijk gelijkwaardige wijze een activiteitenprogramma uit te voeren. Dit dient kenbaar gemaakt te worden in de samenwerkingsovereenkomsten als beschreven onder artikel 1 lid 29.

4). Er kunnen één of meerdere partijen optreden als internationale partner van het consortium als beschreven onder artikel 1 lid 21 die een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het consortium en het activiteitenprogramma als omschreven in de aanvraag zoals vermeld in artikel 10 lid 2 en lid 3.

5). Deelnemers (hoofdaanvragers en mede-aanvragers) en internationale partners mogen onderdeel zijn van meerdere consortia waarvoor een aanvraag wordt ingediend op grond van deze regeling, mits zij de noodzaak hiervan – en het onderscheid tussen de deelname in de verschillende consortia – voldoende onderbouwd hebben in de aanvraag.

6). Activiteiten van hogescholen en universiteiten die plaatsvinden in het kader van een studie, opleiding, postdoc of PhD kunnen onderdeel zijn van een activiteitenprogramma, mits het genereren van praktijkgerichte, fundamentele c.q. toegepaste kennis en de onderzoeksmethodiek aansluit op de doelstellingen van het consortium als omschreven in de aanvraag zoals vermeld in artikel 10 lid 2 en lid 3.

Artikel 10. Inhoud van de aanvraag

1). Bij de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van de op www.stimuleringsfonds.nl beschikbaar gestelde formulieren en modellen op de subsidiepagina van ADRIE op de datum waarop het subsidietijdvak wordt opengesteld.

2). Een aanvraag voor subsidie voor het opstellen van een activiteitenprogramma (aanvraagronde 1A) bevat:

3). Een aanvraag voor subsidie voor het uitvoeren van een activiteitenprogramma (aanvraagronde 1B) bevat:

Artikel 11. Begroting

1). Voorwaarden waaraan de begroting en het dekkingsplan van een aanvraag voor het opstellen van het activiteitenprogramma (aanvraagronde 1A) dient te voldoen zijn:

2). Voorwaarden waaraan de begroting en het dekkingsplan van een aanvraag voor het uitvoeren van het activiteitenprogramma (aanvraagronde 1B) dient te voldoen zijn:

Artikel 12. Kennisontwikkeling, kennisdeling en intellectueel eigendom

De deelnemers aan het consortium:

Hoofdstuk 4. Behandeling, beoordeling en subsidieverlening

Artikel 13. Beoordeling en prioritering

1). Aanvragen die volledig zijn en voldoen aan de ingangseisen en voorwaarden, worden ter advisering voorgelegd aan een adviescommissie.

2). De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag voor een subsidie de criteria zoals beschreven in de regeling.

3). De adviescommissie brengt advies uit aan het bestuur over het al dan niet toekennen van de subsidie.

4). De adviescommissie hanteert de Werkwijze adviescommissies Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Hierin staat onder andere de scoringsystematiek beschreven. Hierbij geldt de versie zoals gepubliceerd op de website van het Stimuleringsfonds op het moment van indienen.

5). Het bestuur besluit op basis van het advies van de adviescommissie over het al dan niet toekennen van de subsidie.

6). Alleen positief beoordeelde voorstellen komen in aanmerking voor een subsidie.

7). Bij de formulering van het advies over het wel of niet verlenen van een subsidie, baseert de adviescommissie zich alleen op de door de hoofdaanvrager verstrekte stukken.

8). Een positief advies kan vergezeld gaan van een beargumenteerde aanbeveling over de hoogte van de te verlenen subsidie en van onderbouwde aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering dan wel het niet subsidiëren van specifiek genoemde activiteiten.

9). Overschrijdt het totaal van de aanvragen dat voor subsidieverlening in aanmerking komt het beschikbare budget van de ronde, dan zal er worden geprioriteerd. Daarbij wordt de volgende procedure gehanteerd:

Artikel 14. Beoordelingscriteria

1). De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor het opstellen van een activiteitenprogramma (aanvraagronde 1A) de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen, tot aan de behoefte aan prioritering zoals vermeld in artikel 13, lid 9:

2). De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor het uitvoeren van een activiteitenprogramma (aanvraagronde 1B) de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen, tot aan de behoefte aan prioritering zoals vermeld in artikel 13, lid 9:

3). Een nadere toelichting op de beoordelingscriteria voor de subsidieaanvraag voor het opstellen van een tweejarig activiteitenprogramma (aanvraagronde 1A) en voor de subsidieaanvraag voor het uitvoeren van een tweejarig activiteitenprogramma (aanvraagronde 1B) wordt beschikbaar gesteld op www.stimuleringsfonds.nl.

Artikel 15. Verlening van een subsidie

1). Het bestuur informeert de hoofdaanvrager binnen 12 weken na de sluitingsdatum voor aanvraagrondes 1A en 1B (genoemd in het onder het in artikel 6 lid 1 gepubliceerde subsidietijdvak) over het besluit.

2). Het bestuur kan in dit besluit aanvullende verplichtingen aan de subsidieverlening verbinden.

3). Het besluit tot verlening van een subsidie bevat een weergave of een afschrift van het advies en de overwegingen van het bestuur, de voorwaarden waaronder de subsidie beschikbaar wordt gesteld, de verplichtingen waaraan de ontvanger zich dient te houden, de maximale hoogte van de subsidie en informatie over de betaalbaarstelling en de bevoorschotting.

4). Zowel de positieve als negatieve adviezen van de commissie worden gepubliceerd op de website van het Stimuleringsfonds.

Artikel 16. Voorschotten

1). Het Stimuleringsfonds betaalt in het geval van een verlening van de subsidie bij wijze van voorschot de volgende percentages van het toegekende bedrag uit:

Hoofdstuk 5. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 17. Administratie

1). De hoofdaanvrager voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen evenals de baten en lasten kunnen worden nagegaan.

2). De hoofdaanvrager geeft desgevraagd aan het bestuur inzicht in de administratie.

3). De hoofdaanvrager bewaart de administratie en de bijbehorende documenten gedurende 7 jaren na het vaststellen van de subsidie.

Artikel 18. Vermelding subsidieverstrekker

1). In alle publieke uitingen over de gesubsidieerde activiteiten vermeldt de subsidieontvanger het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, het Ministerie van OCW, het Nationaal Groeifonds en CIIIC als subsidieverstrekker. De logo’s worden opgenomen in publicaties en verslagen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten, net als op uitnodigingen, aankondigingen, websites en producties die hierop betrekking hebben. Als een subsidieontvanger logo’s opneemt van andere partijen, worden de logo’s in verhouding tot de bijdrage in een vergelijkbare grootte en opmaak weergegeven.

Artikel 19. Melding bij het Stimuleringsfonds

1). Als één of meerdere van de onderstaande situaties zich voordoen, brengt de subsidieontvanger het bestuur daarvan direct op de hoogte:

Hoofdstuk 6. Subsidievaststelling

Artikel 20. Verantwoording

1). Bij de verantwoording dient gebruik te worden gemaakt van de in de aanvraagomgeving beschikbaar gestelde formulieren en modellen.

2). Bij de verantwoording van de ontvangen subsidie voor het opstellen van het tweejarige activiteitenprogramma (aanvraagronde 1A) gelden de volgende voorwaarden:

3). Bij de verantwoording van de ontvangen subsidie voor het uitvoeren van het tweejarige activiteitenprogramma (aanvraagronde 1B) gelden de volgende voorwaarden:

Artikel 21. Vaststelling

1). Uiterlijk 16 weken na afloop van het opstellen van een activiteitenprogramma op basis van een toekenning van subsidie in aanvraagronde 1A (hierbij geldt de sluitingsdatum voor aanvraagronde 1B genoemd in het onder het in artikel 6 lid 1 gepubliceerde subsidietijdvak) wordt door de hoofdaanvrager een aanvraag tot vaststelling ingediend via de aanvraagomgeving van het Stimuleringsfonds.

2). Uiterlijk 16 weken na afloop van het uitvoeren van een activiteitenprogramma (aanvraagronde 1B) wordt door de hoofdaanvrager een aanvraag tot vaststelling ingediend via de aanvraagomgeving van het Stimuleringsfonds.

3). Als uit de verantwoording genoemd in artikel 20 blijkt dat de activiteiten volgens de aanvraag zijn uitgevoerd en dat er is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, dan stelt het bestuur de subsidie binnen 10 weken na het indienen van de aanvraag tot vaststelling overeenkomstig de verlening vast.

4). Als blijkt dat activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd, dan kan de subsidie lager worden vastgesteld.

5). Het bestuur kan de ontvanger nadere aanwijzingen geven over de controle op de naleving van de voorwaarden die zijn verbonden aan de verlening van de subsidie.

Artikel 22. Bezwaar

1). Een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit van het bestuur dat wordt genomen op grond van deze regeling door een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuur. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. De termijn vangt aan op de dag nadat het besluit is bekendgemaakt. De procedure voor bezwaren is gepubliceerd op www.stimuleringsfonds.nl.

Artikel 23. Bescherming persoonsgegevens en Archiefwet

1). Het Stimuleringsfonds verstrekt geen vertrouwelijke informatie omtrent onder meer bedrijfs- en fabricagegegevens aan derden.

2). Het Stimuleringsfonds gaat zorgvuldig om met de persoonsgegevens als bedoeld in artikelen 22 tot en met 33 van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het Stimuleringsfonds gebruikt ze voor geen ander doel dan waarvoor deze aan het Stimuleringsfonds zijn verstrekt, tenzij de verstrekking voortvloeit uit een wettelijke verplichting, dan wel kennelijk geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer.

3). Als Zelfstandig Bestuursorgaan (zbo) valt het Stimuleringsfonds onder de Archiefwet. Aanvraagdossiers worden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn overgedragen aan het Nationaal Archief. Aanvraagdossiers worden in dat geval gekwalificeerd als ‘beperkt openbare’ documenten.

Artikel 24. Hardheidsclausule

1). Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van de belanghebbende van bepalingen in deze regeling afwijken, als toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 25. Inwerkingtreding en expiratie

1). Deze regeling treedt in werking met ingang van 01 april 2025, of met terugwerkende kracht vanaf 01 april 2025 als de Staatscourant, waarin deze regeling wordt geplaatst, op een latere datum verschijnt.

2). Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, maar blijft van toepassing op de afwikkeling van subsidies die op basis van deze regeling zijn verleend.

3). Het Subsidiereglement Stimuleringsfonds Creatieve Industrie 2018 is niet van toepassing op deze regeling.

Artikel 26. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Artistic & Design Research for Immersive Experiences 2025-2029.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.