← Geldende tekst · Geschiedenis

Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026

Geldende tekst a fecha 2026-01-01

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a en artikel 59, aanhef en onder e van de Wmg geeft de NZa op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met negende lid, van de Wmg. Gelet op artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg, heeft de Minister van VWS, ten behoeve van de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist als bedoeld in artikel 1, tweede lid van deze beleidsregel, aanwijzingen aan de NZa gegeven op grond van artikel 7 van de Wmg. Deze aanwijzingen dateren van 17 september 2012 (kenmerk MC-U-3131142), 28 juni 2013 (kenmerk MC-125996-105636), 17 oktober 2013 (kenmerk 132010-106827-MC), 30 juni 2015 (kenmerk 776201-137544-MC) 6 juli 2016 (kenmerk 984591-152516-MC), 26 juni 2018 (kenmerk 1355023-177350-PZo), 6 juli 2020 (kenmerk 1713658-207569-PZo), 23 juni 2023 (kenmerk 3611583-1049617-PZo), 28 juni 2024 (kenmerk 3861777-1067529-PZo) en 30 juni 2025 (4141183-1084694-PZo).

Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van toepassing. De beschikbaarheidbijdrage wordt beschikbaar gesteld uit het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz).

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn te verdelen in twee categorieën:

De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:

De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend personeel zijn:

Eén EPA of EOL is een leereenheid (module) van flexibele ziekenhuisopleidingen.

Functie-overstijgende modules:

AZ-FO-1 (BAZ), AZ-FO-2 (BAZ), AZ-FO-3 (BAZ), AZ-FO-4 (BAZ), AZ-FO-5, AZ-FO-6, AZ-FO-7, AZ-FO-8, AZ-FO-9, AZ-FO-10, AZ-FO-11, AZ-FO-12, AZ-FO-13

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

Functie-overstijgende modules:

MK-FO-1, MK-FO-2, MK-FO-3, MK-FO-4

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

Functie-overstijgende modules:

LZ-FO-1, LZ-FO-2, LZ-FO-3, LZ-FO-4, LZ-FO-5, LZ-FO-6

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

Hieronder valt ook de opleiding tot kinderoncologieverpleegkundige uit het cluster moeder en kind: MK-KO-1, MK-KO-EOL-1

Functie-overstijgende modules:

MO-FO-1, MO-FO-2

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

De zorgaanbieder die zorg levert als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) en door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) (medische) vervolgopleiding. Voor de opleidingen als genoemd in artikel 1.2, sub e wordt met de opleidende zorgaanbieder (praktijkopleidingsinstelling) bedoeld een zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling.

De instelling die het cursorisch gedeelte verzorgt van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut of een van hun specialismen en die als zodanig door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) is aangewezen of als zodanig door de CRT is erkend.

Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg.

Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie.

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Full time equivalent (voltijdse plaats).

Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding met zijn opleiding begint.

Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt.

Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme

procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de (medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel.

Artikel 1.14 tot en met 1.25 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2.

Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:

Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:

Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats.

Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.

De registratiecommissies voor (medische) specialismen zijn:

De instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 zijn:

Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding. Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van deze opleidingen.

Deze stichtingen zijn:

Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen (medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist.

Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3.

Overzicht van de verdeling van het maximaal aantal instroomplaatsen en bijbehorende fte voor de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist per specialisme per opleidende zorgaanbieder.

In de artikelen 1.26 tot en met 1.29 zijn de begripsbepalingen beschreven die van toepassing zijn op de ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3.

Natuurlijk persoon die vóór 1 januari 2025 is gestart met een ziekenhuisopleiding als genoemd in artikel 1.3 sub a en b en met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen.

Het College Zorgopleidingen (CZO) is de stichting die verantwoordelijk is voor het toekennen van erkenningen aan opleidingen en zorgaanbieders waarmee men een CZO-erkende opleiding kan aanbieden. Daarnaast registreert het CZO opleidelingen in een CZO-opleiding om vervolgens geregistreerd te worden als gecertificeerde of gediplomeerde.

Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3 en/of losse EPA’s/EOL als genoemd in artikel 1.4.

De NZa ontvangt van het CZO een opgave van het aantal gediplomeerde personen in jaar t uitgesplitst naar ziekenhuisopleidingen en door het CZO erkende zorgaanbieders. In de opleidingsopgave is ook het aantal EPA’s opgenomen waarvoor een certificaat is afgegeven aan een (door het CZO erkende) zorgaanbieder in jaar t.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze zorgaanbieders in aanmerking kunnen komen voor een beschikbaarheidbijdrage voor de bekostiging van (medische) vervolgopleidingen en op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheden om deze beschikbaarheidbijdrage toe te kennen.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op het door een zorgaanbieder beschikbaar hebben van (medische) vervolgopleidingen als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 1, sub a, b en c van de bijlage.

Artikel 4. Algemeen

De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage aan opleidende zorgaanbieders ter vergoeding van de kosten die de zorgaanbieder daadwerkelijk maakt voor het verzorgen van (medische) vervolgopleidingen, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 1, sub a, b en c van de bijlage.

De NZa verstrekt uitsluitend beschikbaarheidbijdragen aan opleidende zorgaanbieders die erkend zijn door een registratiecommissie als genoemd in artikel 1.19, de instituten die erkenningen afgeven als genoemd in artikel 1.20 en 1.21 of het CZO als genoemd in artikel 1.27, om een (medische) vervolgopleiding te verzorgen en aan de werkgevers voor specifieke opleidingen zoals bedoeld in artikel 1.22.

Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat gedurende de gehele periode waarover de beschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd sprake moet zijn van een samenwerkingsovereenkomst tussen de praktijkopleidingsinstelling die de beschikbaarheidbijdrage aanvraagt en een door de Minister aangewezen opleidingsinstelling.

De berekening van de realisatie per (medisch) specialist in opleiding (in fte) vindt plaats volgens de volgende formule:

Aantal uren opleiding volgens de personeels- of salarisadministratie van de zorgaanbieder' gedeeld door ‘uren reguliere werkweek overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling.

De collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling wordt gehanteerd van de opleidende zorgaanbieder waar de (medisch) specialist in opleiding zijn formeel dienstverband heeft. Het aantal uren dat voor één persoon wordt ingevoerd in de aanvraag mag nooit leiden tot een realisatie hoger dan 1 fte.

Boventallige (medisch) specialisten in opleiding, zoals beschreven in artikel 1.18, komen niet in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage en mogen niet in de berekening van de realisatie worden meegenomen.

In de toelichting van deze beleidsregel worden een aantal rekenvoorbeelden gegeven van hoe het aantal gerealiseerde fte moet worden berekend.

Voor een aantal opleidingen in de ggz bestaat een maximum aantal uren dat een opleideling in opleiding mag zijn per week. Het aantal gerealiseerde fte per opleideling mag niet boven dit maximum uitkomen. Een opleideling mag voor meer uren dan het maximum in dienst zijn bij de opleidende zorgaanbieder, maar deze zorgaanbieder mag voor de uren boven het maximum geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.

De NZa accepteert geen mutaties in het instroomjaar, met uitzondering van de opleiding klinische fysica en de situatie beschreven in artikel 1.16 sub b. De NZa houdt in alle gevallen, met uitzondering van de situaties genoemd in artikel 10.1 (sub a en sub b), het verdeeloverzicht aan voor de berekening van de beschikbaarheidbijdrage over het instroomjaar.

De NZa beoordeelt de ontvangen aanvragen aan de criteria gesteld in deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

In aanvulling op het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ gelden de volgende voorwaarden, voorschriften en beperkingen ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen:

Als de rechtbank het faillissement van een zorgaanbieder heeft uitgesproken en een curator heeft aangesteld, dient de curator de aanvraag tot vaststelling namens de failliete zorgaanbieder in. Dit doet de curator voor de subsidiejaren waarvoor de failliete zorgaanbieder nog geen vaststelling heeft ingediend, maar wel een verleningsbeschikking heeft ontvangen. De curator handelt daarbij volgens de voorschriften en voorwaarden uit deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

Als een failliete zorgaanbieder een aanvraag indient voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage, neemt de NZa deze aanvraag niet in behandeling. Als het faillissement vóór 1 januari van jaar t wordt uitgesproken en de verleningsbeschikking voor jaar t reeds door de NZa is afgegeven, kan de NZa de verleningsbeschikking intrekken en de uitgekeerde voorschotten terugvorderen. Er is dan immers vanwege het faillissement niet opgeleid in jaar t.

Als een fusie als bedoeld in artikel 2:309 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: juridische fusie) tussen opleidende zorgaanbieders voor of op 1 januari van jaar t plaatsvindt, gaat de NZa in jaar t uit van de gefuseerde zorgaanbieder. Met de gefuseerde zorgaanbieder wordt bedoeld de opleidende zorgaanbieder (die een rechtspersoon is) die na een juridische fusie het vermogen van de andere opleidende zorgaanbieder(s) (die een rechtspersoon is of die rechtspersonen zijn) onder algemene titel verkrijgt of die als nieuwe opleidende zorgaanbieder (die een rechtspersoon is) die bij deze fusie door de opleidende zorgaanbieders samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt.

De gefuseerde zorgaanbieder dient voor zowel de verlening als de vaststelling van jaar t één aanvraag in op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder. De NZa geeft op basis van deze aanvraag voor zowel de verlening als de vaststelling één beschikking af op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder.

Als een juridische fusie tussen opleidende zorgaanbieders plaatsvindt na 1 januari van jaar t, gaat de NZa voor de verlening en vaststelling van jaar t uit van de afzonderlijke opleidende zorgaanbieders. Beide opleidende zorgaanbieders dienen voor zowel de verlening als vaststelling van jaar t een afzonderlijke aanvraag in op hun eigen NZa-nummer. De NZa geeft op basis van deze aanvragen voor zowel de verlening als de vaststelling een beschikking per opleidende zorgaanbieder af op hun eigen NZa-nummer.

Vanaf het jaar dat volgt op de juridische fusie gaat de NZa bij de verlening en de vaststelling uit van de gefuseerde zorgaanbieder. Dit betekent dat de gefuseerde zorgaanbieder voor zowel de verlening als de vaststelling vanaf het jaar volgend op de fusie één aanvraag moet indienen op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 Awb, kan de NZa hiervan afwijken.

De vergoedingsbedragen, zoals vastgesteld in de aanwijzing of door de NZa, zijn gedurende de gehele opleiding gekoppeld aan het specialisme waar de betreffende (medisch) specialist is ingestroomd.

Een (medisch) specialist of medisch beroepsbeoefenaar in dienst van het Ministerie van Defensie kan niet instromen op een instroomplaats. (Medisch) specialisten of medisch beroepsbeoefenaren in dienst van het Ministerie van Defensie die hun opleiding zijn gestart vóór het jaar 2022 en waarvoor reeds een beschikbaarheidbijdrage is toegekend, blijven in aanmerking komen voor een beschikbaarheidbijdrage.

De vastgestelde beschikbaarheidbijdrage wordt verrekend met de bevoorschotting. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage hoger uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking dat het openstaande bedrag door Zorginstituut Nederland wordt voldaan aan de opleidende zorgaanbieder. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage lager uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking dat de opleidende zorgaanbieder het terug te betalen bedrag dient te voldoen aan Zorginstituut Nederland.

Artikel 5. Verlening

De NZa kan op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage verstrekken voor het bekostigen van (medische) vervolgopleidingen. De opleidende zorgaanbieder dient vóór 1 oktober van jaar t-1 de aanvraag voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage in bij de NZa voor instroom, doorstroom en ziekenhuisopleidingen.

Een uitzondering op de deadline van 1 oktober van jaar t-1 is de situatie waarbij de zorgaanbieder gedurende jaar t een opleideling overneemt van een andere zorgaanbieder waardoor er ten tijde van de aanvraagtermijn in jaar t-1 nog niet kon worden voorzien dat er een aanvraag voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage had moeten worden ingediend.

In afwijking van de beleidsregel Uniform Kader beschikbaarheidbijdrage neemt de NZa aanvragen die op of na 1 oktober van jaar t-1 worden ingediend, tot en met 31 december van jaar t in behandeling. De NZa kent bij de te late aanvragen geen voorschotten toe aan de opleidende zorgaanbieder. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 Awb, kan de NZa hiervan afwijken en kan bevoorschotting van overeenkomstige toepassing op de bijzondere gevallen worden toegepast.

Aanvragen die na 31 december van jaar t worden ingediend, neemt de NZa niet in behandeling.

Artikel 6. Berekening verlening beschikbaarheidbijdrage – vervolgopleidingen tot (medisch) specialist

De NZa toetst het door de opleidende zorgaanbieder aangevraagde aantal instroomplaatsen voor (medisch) specialisten aan de toewijzingsvoorstellen van TOP Opleidingsplaatsen en Stichting BOLS, en aan de brief van de Minister voor wat betreft de opleidingen van de SBOH. Het aantal opleidingsplaatsen (medisch) specialist per opleiding in de beschikking kan het aantal instroomplaatsen uit deze toewijzingsvoorstellen niet overschrijden.

Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.

De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch) specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober van jaar t-1. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de doorstroomplaatsen verleent op basis van de overzichten van de CRT van de FGzPt.

Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch) specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.

De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, is gebaseerd op het vergoedingsbedrag dat is vastgesteld door de NZa of aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister per aanwijzing ontvangt.

De door de NZa vastgestelde vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.

De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.

Artikel 7. Berekening verlening beschikbaarheidbijdrage – ziekenhuisopleidingen

De NZa toetst of de aanvragende zorgaanbieder in de opleidingsopgave van het CZO van oktober jaar t-2 tot en met september jaar t-1 voorkomt.

De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor EPA’s en EOL waarvoor in de periode oktober jaar t-2 tot en met september jaar t-1 een certificaat is afgegeven, wanneer deze zijn opgenomen in de opleidingsopgave van het CZO van jaar t-1.

De beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa heeft vastgesteld door middel van een rondrekening van de door de Minister vastgestelde vergoedingsbedragen. De vergoedingsbedragen per EPA en/of EOL staan opgenomen in bijlage 2.

Artikel 8. Bevoorschotting

De op grond van artikel 6 en 7 van deze beleidsregel totaal verleende beschikbaarheidbijdrage wordt voor 85% bevoorschot aan de opleidende zorgaanbieder die haar aanvraag voor 1 oktober van jaar t-1 heeft ingediend. Dit in afwijking van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

De bevoorschotting vindt in 10 termijnen plaats met de volgende verdeling: januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7% en oktober 8%. In de maanden november en december van jaar t vindt geen bevoorschotting plaats. Dit in afwijking van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

De feitelijke uitbetaling van de voorschotten gebeurt door Zorginstituut Nederland (ZINL).

Artikel 9. Vaststelling

De opleidende zorgaanbieder moet vóór 1 juni van jaar t+1 de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage bij de NZa aanvragen.

Volgens het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ is iedere opleidende zorgaanbieder die een verleningsbeschikking heeft ontvangen met een bedrag van € 125.000 of meer, bij de aanvraag tot vaststelling verplicht een door een accountant opgesteld assurance-rapport mee te leveren.2De NZa publiceert elk jaar voor het uitvoeren van de controle en het opstellen van een assurance-rapport door de accountant een Accountantsprotocol beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen op https://puc.overheid.nl/nza. Het bedrag aan ziekenhuisopleidingen in de aanvraag telt niet mee voor deze grens.

In afwijking van artikel 5.2.4 en 5.2.5 van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ controleert de NZa de aanvragen van opleidende zorgaanbieders waaraan een beschikbaarheidbijdrage is verleend van een bedrag minder dan € 125.000 (exclusief ziekenhuisopleidingen). De NZa raadpleegt hiervoor de opleidingsoverzichten van desbetreffende registratiecommissies. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de opleidingsoverzichten van de CRT van de FGzPt raadpleegt. Wanneer de NZa significante afwijkingen constateert, neemt de NZa contact op met de zorgaanbieder. Indien de NZa het nodig acht heeft zij de bevoegdheid alsnog een assurance-rapport op te vragen bij de zorgaanbieder.

De beschikbaarheidbijdrage kan lager worden vastgesteld als:

De NZa kan gegevens van de registratiecommissies raadplegen voor de eigen controle van de aanvragen voor vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de opleidingsoverzichten van de CRT van de FGzPt kan raadplegen. De NZa kan op basis van deze gegevens van de registratiecommissies de beschikking aanpassen.

Artikel 10. Berekening vaststelling beschikbaarheidbijdrage – vervolgopleidingen tot (medisch) specialist

De hoogte van de gerealiseerde fte’s voor de vervolgopleiding tot (medisch) specialist wordt door de NZa vastgesteld, waarbij:

De beschikbaarheidbijdrage kan naast de in artikel 9.4 genoemde omstandigheden lager worden vastgesteld als:

De NZa houdt er bij de vaststelling van de definitieve beschikbaarheidbijdrage van de opleidingen tot (medisch) specialist rekening mee dat:

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt vastgesteld, waarbij:

Artikel 11. Berekening vaststelling beschikbaarheidbijdrage – ziekenhuisopleidingen

Het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, uitgedrukt in het aantal gediplomeerden en/of het aantal EPA’s en/of EOL waarvoor een certificaat is behaald, als genoemd in artikel 11.1, wordt vastgesteld op basis van de opleidingsopgave van het CZO over jaar t.

Voor de opleidingen als genoemd in artikel 1.3 en 1.4 geldt dat gedurende de gehele periode waarover de beschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd, een door het CZO afgegeven erkenning aanwezig is voor deze opleidingen.

Voor een opleideling kan maar één keer beschikbaarheidbijdrage worden ontvangen voor dezelfde ziekenhuisopleiding en/of EPA en/of EOL.

De uitzondering zoals in artikel 11.1 b is omschreven is hier van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12. Intrekken oude beleidsregel

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025, met kenmerk BR/REG-25139, ingetrokken.

Artikel 13. Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025, met kenmerk BR/REG-25139, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst.

De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Artikel 15. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026.

Bijlage 1. Vergoedingsbedragen beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen ggz-opleidingen en arts VG, huisarts, so en verslavingsarts

De beschikbaarheidbijdragen voor de ggz-opleidingen worden berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen genoemd in tabel 1.

De beschikbaarheidbijdragen voor de opleidingen arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts, specialist ouderengeneeskunde en verslavingsarts worden berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen genoemd in tabel 2.

De beschikbaarheidbijdrage voor de (medisch) specialistische opleidingen worden genoemd in tabel 3.

Opleiding Bedrag
Gezondheidszorgpsycholoog € 68.293
Psychotherapeut € 87.371
Klinisch psycholoog € 103.298
Klinisch neuropsycholoog € 125.908
Psychiater in de ggz € 113.854
Klinisch geriater in de ggz € 114.883
Verpleegkundig specialist in de ggz € 93.797
Opleiding Bedrag
--- ---
Arts voor verstandelijk gehandicapten € 134.737
Huisarts € 136.247
Specialist ouderengeneeskunde € 119.165
Verslavingsarts € 109.298
Vervolgopleiding Academisch Ziekenhuis
--- ---
Anesthesiologie € 147.600
Cardiologie € 147.600
Cardio-thoracale chirurgie € 147.600
Dermatologie en venerologie € 147.600
Heelkunde € 147.600
Interne Geneeskunde € 147.600
Kaakchirurgie € 147.600
Keel-neus-oorheelkunde € 147.600
Kindergeneeskunde € 147.600
Klinische chemie € 147.600
Klinische fysica € 147.600
Klinische genetica € 147.600
Klinische geriatrie in ziekenhuiszorg € 147.600
Longziekten en tuberculose € 147.600
Maag-darm-leverziekten € 147.600
Medische microbiologie € 147.600
Neurochirurgie € 147.600
Neurologie € 147.600
Obstetrie en gynaecologie € 147.600
Oogheelkunde € 147.600
Orthopedie € 147.600
Pathologie € 147.600
Plastische chirurgie € 147.600
Psychiatrie in ziekenhuiszorg € 147.600
Radiologie € 147.600
Radiotherapie € 147.600
Reumatologie € 147.600
Revalidatiegeneeskunde € 147.600
Spoedeisende geneeskunde € 147.600
Urologie € 147.600
Ziekenhuisfarmacie € 147.600
Sportarts

Bijlage 2. Vergoedingsbedragen beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen ziekenhuisopleidingen. bedragen per EPA/EOL

Uit de rekenmethodiek volgen de onderstaande bedragen per EPA /EOL. Deze bedragen zijn op prijspeil definitief 2024.

EPA/EOL-code Def 2024 EPA/EOL-code Def 2024
AZ-FO-1 (BAZ) 2.469,91 AZ-SEH-4 4.159,33
AZ-FO-2 (BAZ) 4.939,82 AZ-SEH-5 2.079,67
AZ-FO-3 (BAZ) 4.939,82 AZ-SEH-EOL-1 4.159,33
AZ-FO-4 (BAZ) 9.879,64 MK-FO-1 8.471,62
AZ-FO-5 5.566,81 MK-FO-2 4.549,58
AZ-FO-6 5.566,81 MK-FO-3 4.266,40
AZ-FO-7 5.566,81 MK-FO-4 8.172,70
AZ-FO-8 4.939,82 MK-HC-IC-K-1 10.194,36
AZ-FO-9 2.783,40 MK-HC-IC-K-2 10.194,36
AZ-FO-10 2.783,40 MK-HC-IC-K-3 5.097,18
AZ-FO-11 4.939,82 MK-HC-K-EOL-1 4.722,50
AZ-FO-12 2.783,40 MK-HC-IC-N-1 4.650,77
AZ-FO-13 2.783,40 MK-HC-IC-N-2 9.301,53
AZ-CCU-1 5.043,98 MK-HC-IC-N-3 4.650,77
AZ-CCU-2 5.043,98 MK-HC-N-EOL-1 4.496,46
AZ-CCU-3 5.043,98 MK-IC-K-1 10.194,36
AZ-CCU-4 5.043,98 MK-IC-K-2 10.194,36
AZ-CCU-5 2.521,99 MK-IC-K-EOL-1 5.097,18
AZ-CCU-6 2.521,99 MK-IC-N-1 9.301,53
AZ-CCU-EOL-1 5.043,98 MK-IC-N-2 9.301,53
AZ-IC-1 5.566,81 MK-IC-N-EOL-1 4.650,77
AZ-IC-2 11.133,61 MK-KIN-1 7.723,50
AZ-IC-3 2.783,40 MK-KIN-2 3.861,75
AZ-IC-4 2.783,40 MK-KIN-3 3.861,75
AZ-IC-5 2.783,40 MK-KIN-4 3.861,75
AZ-IC-6 5.566,81 MK-KIN-5 3.861,75
AZ-IC-EOL-1 5.566,81 MK-KIN-6 3.861,75
AZ-MC-1 10.242,74 MK-KIN-EOL-1 3.861,75
AZ-MC-EOL-1 5.121,37 MK-OBS-1 9.301,53
AZ-REC-1 2.511,26 MK-OBS-2 4.650,77
AZ-REC-2 5.022,52 MK-OBS-3 4.650,77
AZ-REC-3 5.022,52 MK-OBS-4 4.650,77
AZ-REC-4 10.045,04 MK-OBS-5 4.650,77
AZ-REC-5 2.511,26 MK-OBS-6 4.650,77
AZ-REC-6 2.511,26 MK-OBS-7 2.325,38
AZ-REC-EOL-1 5.022,52 MK-OBS-8 2.325,38
AZ-SEH-1 8.318,67 MK-OBS-EOL-1 4.650,77
AZ-SEH-2 4.159,33 LZ-FO-1 9.035,81
AZ-SEH-3 4.159,33 LZ-FO-2 4.517,90
EPA/EOL-code Def 2024 EPA/EOL-code Def 2024
--- --- --- --- ---
LZ-FO-3 9.153,45 MO-OA-MOZ-1 3.617,90
LZ-FO-4 13.730,17 MO-OA-MOZ-2 3.617,90
LZ-FO-5 9.153,45 MO-OA-MOZ-3 3.617,90
LZ-FO-6 4.955,54 MO-OA-MOZ-4 3.617,90
LZ-GER-1 9.878,27 MO-OA-MOZ-5 3.617,90
LZ-GER-2 9.878,27 MO-OA-MOZ-6 10.853,71
LZ-GER-3 9.878,27 MO-OA-MOZ-7 7.235,81
LZ-GER-EOL-1 4.939,13 MO-OA-MOZ-8 3.617,90
LZ-NEU-1 9.911,09 MO-MOZ-EOL-1 14.520,36
LZ-NEU-2 9.911,09 MO-OA-1 10.853,71
LZ-NEU-3 9.911,09 MO-OA-2 7.235,81
LZ-NEU-EOL-1 4.955,54 MO-OA-3 3.617,90
LZ-ONCO-1 9.035,81 MO-OA-4 10.853,71
LZ-ONCO-EOL-1 4.517,90 MO-OA-5 10.853,71
MK-KO-1 17.130,77 MO-OA-6 3.617,90
MK-KO-EOL-1 5.710,26 MO-OA-7 3.617,90
LZ-END-1 10.239,32 MO-OA-8 3.617,90
LZ-END-2 5.119,66 MO-OA-9 3.617,90
LZ-END-3 10.239,32 MO-OA-10 3.617,90
LZ-END-4 5.119,66 MO-OA-11 3.617,90
LZ-END-5 5.119,66 MO-OA-12 3.617,90
LZ-END-6 5.119,66 MO-OA-EOL-1 14.471,62
LZ-END-EOL-1 5.119,66 MO-AM-1 1.808,95
LZ-DIA-1 11.379,48 MO-AM-2 3.617,90
LZ-DIA-2 11.379,48 MO-AM-3 1.808,95
LZ-DIA-3 5.689,74 MO-AM-4 3.617,90
LZ-DIA-4 11.379,48 MO-AM-5 3.617,90
LZ-DIA-5 5.689,74 MO-AM-6 1.808,95
LZ-DIA-6 5.689,74 MO-AM-7 1.808,95
LZ-DIA-7 5.689,74 MO-AM-8 1.808,95
LZ-DIA-8 11.379,48 MO-AM-9 3.617,90
LZ-DIA-EOL-1 5.689,74 MO-AM-10 3.617,90
LZ-DIAA-EOL-1 5.499,71 MO-AM-11 3.617,90
MO-FO-1 3.613,59 MO-AM-12 1.808,95
MO-FO-2 3.466,78 MO-AM-13 7.235,81
MO-MOZ-1 10.890,27 MO-AM-14 3.617,90
MO-MOZ-2 7.260,18 MO-AM-15 7.235,81
MO-MOZ-3 3.630,09 MO-AM-16 1.808,95
EPA/EOL-code Def 2024 EPA/EOL-code Def 2024
--- --- --- --- ---
MO-AM-17 3.617,90 MO-RTL-6 8.065,72
MO-AM-18 3.617,90 MO-RTL-7 5.377,15
MO-AM-19 1.808,95 MO-RTL-8 5.377,15
MO-AM-20 1.808,95 MO-RTL-9 8.065,72
MO-AM-21 3.617,90 MO-RTL-10 8.065,72
MO-AM-22 7.235,81 MO-RTL-EOL-1 10.754,29
MO-AM-23 5.426,86 MO-RTL-EOL-SH 2.688,57
MO-AM-24 3.617,90 MO-GVM-1 5.689,63
MO-AM-25 3.617,90 MO-GVM-2 11.379,27
MO-AM-26 5.426,86 MO-GVM-3 11.379,27
MO-AM-27 3.617,90 MO-GVM-4 11.379,27
MO-AM-28 3.617,90 MO-GVM-5 5.689,63
MO-AM-29 1.808,95 MO-GVM-6 11.379,27
MO-AM-30 1.808,95 MO-GVM-7 5.689,63
MO-AM-31 1.808,95 MO-GVM-8 5.689,63
MO-AM-32 1.808,95 MO-GVM-EOL-1 5.689,63
MO-AM-33 1.808,95 MO-DI-1 16.898,43
MO-AM-EOL-1 14.471,62 MO-DI-2 5.632,81
MO-SPS-1 9.153,68 MO-DI-3 5.632,81
MO-SPS-2 5.492,21 MO-DI-4 14.082,02
MO-SPS-3 3.661,47 MO-DI-5 8.449,21
MO-SPS-4 5.492,21 MO-DI-6 5.632,81
MO-SPS-5 7.322,95 MO-DI-EOL-1 2.816,40
MO-SPS-6 1.830,74 MO-MIC-1 1.808,95
MO-SPS-EOL-1 3.661,47 MO-MIC-2 3.617,90
MO-RDL-1 10.754,29 MO-MIC-3 3.617,90
MO-RDL-2 8.065,72 MO-MIC-4 7.235,81
MO-RDL-3 5.377,15 MO-MIC-5 5.462,26
MO-RDL-4 2.688,57 MO-MIC-6 3.641,50
MO-RDL-5 5.377,15 MO-MIC-7 3.641,50
MO-RDL-6 5.377,15 MO-MIC-8 3.617,90
MO-RDL-7 10.754,29 MO-MIC-9 1.820,75
MO-RDL-8 8.065,72 MO-MIC-10 1.820,75
MO-RDL-9 2.688,57 MO-MIC-11 1.820,75
MO-RDL-10 8.065,72 MO-MIC-12 1.820,75
MO-RDL-11 5.377,15 MO-MIC-EOL-1 3.641,50
MO-RDL-12 5.377,15 MO-KP-1 10.840,76
MO-RDL-13 2.688,57 MO-KP-2 37.942,66
MO-RDL-EOL-1 10.754,29 MO-KP-3 32.522,28
MO-RDL-EOL-SH 2.688,57 MO-KP-4 27.101,90
MO-RTL-1 13.442,86 MO-KP-5 21.681,52
MO-RTL-2 10.754,29 MO-KP-6 5.420,38
MO-RTL-3 5.377,15 MO-KP-7 5.420,38
MO-RTL-4 8.065,72 MO-KP-EOL-1 21.681,52
MO-RTL-5 8.065,72 MO-KP-EOL-SC 32.522,28
Vergoedingsbedragen Inservice opleidingen
--- --- --- --- ---
EPA/EOL-code Def 2024 EPA/EOL-code Def 2024
MO-FO-1 5.420,38 MO-AM-20 2.713,43
MO-FO-2 5.200,18 MO-AM-21 5.426,86
MO-OA-MOZ-1 5.426,86 MO-AM-22 10.853,71
MO-OA-MOZ-2 5.426,86 MO-AM-23 8.140,28
MO-OA-MOZ-3 5.426,86 MO-AM-24 5.426,86
MO-OA-MOZ-4 5.426,86 MO-AM-25 5.426,86
MO-OA-MOZ-5 5.426,86 MO-AM-26 8.140,28
MO-OA-MOZ-6 16.280,57 MO-AM-27 5.426,86
MO-OA-MOZ-7 10.853,71 MO-AM-28 5.426,86
MO-OA-MOZ-8 5.426,86 MO-AM-29 2.713,43
MO-OA-1 16.280,57 MO-AM-30 2.713,43
MO-OA-2 10.853,71 MO-AM-31 2.713,43
MO-OA-3 5.426,86 MO-AM-32 2.713,43
MO-OA-4 16.280,57 MO-AM-33 2.713,43
MO-OA-5 16.280,57 MO-AM-EOL-1 21.707,43
MO-OA-6 5.426,86 MO-RDL-1 16.131,36
MO-OA-7 5.426,86 MO-RDL-2 12.098,52
MO-OA-8 5.426,86 MO-RDL-3 8.065,68
MO-OA-9 5.426,86 MO-RDL-4 4.032,84
MO-OA-10 5.426,86 MO-RDL-5 8.065,68
MO-OA-11 5.426,86 MO-RDL-6 8.065,68
MO-OA-12 5.426,86 MO-RDL-7 16.131,36
MO-OA-EOL-1 21.707,43 MO-RDL-8 12.098,52
MO-AM-1 2.713,43 MO-RDL-9 4.032,84
MO-AM-2 5.426,86 MO-RDL-10 12.098,52
MO-AM-3 2.713,43 MO-RDL-11 8.065,68
MO-AM-4 5.426,86 MO-RDL-12 8.065,68
MO-AM-5 5.426,86 MO-RDL-13 4.032,84
MO-AM-6 2.713,43 MO-RDL-EOL-1 16.131,36
MO-AM-7 2.713,43 MO-RDL-EOL-SH 4.032,84
MO-AM-8 2.713,43 MO-RTL-1 20.164,20
MO-AM-9 5.426,86 MO-RTL-2 16.131,36
MO-AM-10 5.426,86 MO-RTL-3 8.065,68
MO-AM-11 5.426,86 MO-RTL-4 12.098,52
MO-AM-12 2.713,43 MO-RTL-5 12.098,52
MO-AM-13 10.853,71 MO-RTL-6 12.098,52
MO-AM-14 5.426,86 MO-RTL-7 8.065,68
MO-AM-15 10.853,71 MO-RTL-8 8.065,68
MO-AM-16 2.713,43 MO-RTL-9 12.098,52
MO-AM-17 5.426,86 MO-RTL-10 12.098,52
MO-AM-18 5.426,86 MO-RTL-EOL-1 16.131,36
MO-AM-19 2.713,43 MO-RTL-EOL-SH 4.032,84