← Geldende tekst · Geschiedenis

Organisatiebesluit BZK 2025

Geldende tekst a fecha 2026-03-03

gelet op artikel 3, tweede lid van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;

besluit

vast te stellen het navolgende Organisatiebesluit BZK 2025:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Hoofd- en overlegstructuur

Artikel 2
1.

Het Ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de volgende dienstonderdelen:

2.

De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 31, tweede lid.

3.

De secretaris-generaal geeft hiërarchisch leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen genoemd in het eerste lid.

4.

De secretaris-generaal geeft ook functioneel leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen genoemd in het eerste lid, met uitzondering van:

5.

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme genoemd in het eerste lid, onder i, voert de opgedragen taken uit onder verantwoordelijkheid van de Minister. De regeringscommissaris Omgevingswet genoemd in het eerste lid, onder j, voert de opgedragen taken uit onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Artikel 3
1.

Er is een Bestuursraad Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Smal en een Bestuursraad Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Breed.

2.

De Bestuursraad Smal is samengesteld uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Volkshuisvesting en Bouwen, Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Overheidsorganisatie, Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk, Ruimtelijke Ordening en de directeuren Constitutionele Zaken en Wetgeving en Financieel-economische Zaken. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of, in uitzonderlijke gevallen, door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De overige directeuren-generaal en de Chief Information Officer BZK (CIO BZK) hebben een staande uitnodiging voor de Bestuursraad Smal.

3.

De Bestuursraad Breed is samengesteld uit de Bestuursraad Smal aangevuld met de directeuren-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en Algemene Bestuursdienst. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of, in uitzonderlijke gevallen, door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De CIO BZK heeft een staande uitnodiging voor de Bestuursraad Breed.

4.

De secretaris-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening neemt deel aan zowel de Bestuursraad breed en smal alleen voor zover het beleidsonderwerpen betreft die het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan gaan.

5.

Het overleg in de Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed, heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtsbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over de departementale beleids- en beheerkaders en het toezien op de uitvoering van deze kaders.

6.

De Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed, heeft tevens tot doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over aspecten van het departementale personeelsbeleid en personele aangelegenheden alsmede het toezien op de uitvoering hiervan.

7.

Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of indien bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

8.

Een adviseur van de directie Bestuursadvisering voert het secretariaat van de Bestuursraad.

9.

Een adviseur van de directie P&O voert het secretariaat van de bespreking van het departementale personeelsbeleid.

Artikel 4
1.

Overeenkomstig artikel 1 van het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), is de secretaris-generaal belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het Ministerie betreft. Tot deze taak behoort in ieder geval:

2.

De secretaris-generaal werkt samen met de secretaris-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op basis van de afspraken die zijn vastgelegd (Besturingsafspraken).

Artikel 5
1.

De plaatsvervangend secretaris-generaal staat onder leiding van de secretaris-generaal.

2.

De plaatsvervangend secretaris-generaal heeft onder meer de volgende taken:

3.

De plaatsvervangend secretaris-generaal is plaatsvervanger van de secretaris-generaal, met uitzondering van de inhoudelijke dossiers op het werkgebied van de directeuren-generaal. In voorkomende gevallen kan de secretaris-generaal ervoor kiezen om de plaatsvervangend secretaris-generaal aan te wijzen als vervanger voor:

Hoofdstuk 3. Dienstonderdelen

Paragraaf 3.1. Directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat

Artikel 6
1.

Het directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat staat onder leiding van een directeur-generaal.

2.

Het directoraat-generaal draagt zorg voor het beschermen en vernieuwen van democratische instituties en het versterken van de rechtsstatelijkheid van overheidshandelen door het uitvoeren van onder andere de volgende taken:

3.

Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

Artikel 7
1.

De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur.

2.

De directie is, naast de beleidsmatige taken zoals genoemd in artikel 6, tweede lid, onderdeel b tot en met j van dit besluit, belast met de departement brede juridische taken en zelfstandige advisering over onder meer:

Paragraaf 3.2. Directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen

Artikel 8
1.

Het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen staat onder leiding van een directeur-generaal.

2.

Het directoraat-generaal richt zich op het domein van wonen en gebouwde omgeving, bouwen en de energietransitie van de gebouwde omgeving in Nederland, geeft uitvoering aan de regisserende en ondersteunende rol van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en heeft onder meer de volgende taken:

3.

Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

4.

De directeur Woningbouwbeleid is tevens plaatsvervangend directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen.

Paragraaf 3.3. Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening

Artikel 9
1.

Het directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening staat onder leiding van een directeur-generaal.

2.

Het directoraat-generaal richt zich op het algemeen beleid ruimtelijke ordening en de regie op de uitvoering van de inrichting van de leefomgeving in Nederland, en heeft onder meer de volgende taken:

3.

Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

Paragraaf 3.4. Directoraat-generaal Koninkrijksrelaties

Artikel 10
1.

Het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties staat onder leiding van een directeur-generaal.

2.

Het directoraat-generaal heeft onder meer de volgende taken:

3.

Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

4.

Het directoraat-generaal kent geen directies, maar wel de volgende verantwoordelijken:

5.

Onder de directeur Landen ressorteert de Vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. De Vertegenwoordiger geeft leiding aan de Vertegenwoordiging.

6.

De Vertegenwoordiger heeft de taken als bedoeld in het besluit in het tweede lid onder h.

Paragraaf 3.5. Directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie

Artikel 11
1.

Het directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie staat onder leiding van een directeur-generaal.

2.

Het directoraat-generaal heeft onder meer de volgende taken:

3.

Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

4.

De directeur Digitale Samenleving is tevens plaatsvervangend directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie. De plaatsvervangend directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie is verantwoordelijk voor de positionering, profilering en vertegenwoordiging van Nederland in Europa op de digitaliseringopgave.

Paragraaf 3.6. Directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst

Artikel 12
1.

Het directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst staat onder leiding van een directeur-generaal.

2.

Het directoraat-generaal heeft onder meer de volgende taken:

3.

Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

Paragraaf 3.7. Directoraat-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Artikel 13
1.

Het directoraat-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst staat onder leiding van een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal.

2.

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft de taken, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.

3.

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

4.

De Centrale Staf staat onder leiding van de plaatsvervangend directeur-generaal.

Paragraaf 3.8. Het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk

Artikel 14
1.

Het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk staat onder leiding van een directeur-generaal.

2.

Onder de directeur-generaal ressorteert een plaatsvervangend directeur-generaal. De plaatsvervangend directeur-generaal heeft de personele verantwoordelijkheid van de directeuren van de organisatieonderdelen genoemd in het vierde lid, onder b tot en met i, en treedt tevens op als gemandateerd continuïteitsverantwoordelijke. De plaatsvervangend directeur-generaal is plaatsvervangend directeur-generaal op Rijksbrede bedrijfsvoering. De plaatsvervangend directeur-generaal is geen plaatsvervangend directeur-generaal voor het Rijksvastgoedbedrijf.

3.

Het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk heeft onder meer de volgende taken:

4.

Het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

5.

Het Rijksvastgoedbedrijf bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

6.

Het Rijksvastgoedbedrijf staat onder leiding van een directeur-generaal die tevens directeur-generaal is van het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk.

7.

Voor aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het Rijksvastgoedbedrijf treedt de directeur-generaal op en doet stukken af en ondertekent deze als directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf en voor de overige aangelegenheden als directeur-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk.

Paragraaf 3.9. De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme

Artikel 15
1.

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme staat beheersmatig onder leiding van de secretaris-generaal.

2.

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme heeft onder meer de volgende taken:

3.

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme wordt bij het uitvoeren van zijn taken ondersteund door een bureau. Het hoofd van het Bureau wordt rechtstreeks aangestuurd door de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.

Paragraaf 3.10. De regeringscommissaris Omgevingswet

Artikel 16
1.

De regeringscommissaris Omgevingswet staat beheersmatig onder leiding van de secretaris-generaal.

2.

De regeringscommissaris Omgevingswet heeft de volgende taken:

Paragraaf 3.11. Cluster Mensen en Middelen

Artikel 17
1.

Het cluster Mensen en Middelen, met uitzondering van FEZ en sRob, staat onder inhoudelijke leiding van de plaatsvervangend secretaris-generaal en onder beheersmatige leiding van de clusterdirecteur Mensen en Middelen. De directeur P&O vervult de rol van clusterdirecteur Mensen en Middelen. Bij afwezigheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal is de clusterdirecteur Mensen en Middelen plaatsvervanger ten aanzien van aangelegenheden die het cluster Mensen en Middelen als geheel betreffen. Bij afwezigheid van de clusterdirecteur Mensen en Middelen is de directeur FEZ eerste plaatsvervanger en de directeur Chief Information Officer & Informatiemanagement tweede plaatsvervanger.

2.

De directie FEZ staat onder de inhoudelijk leiding van de secretaris-generaal en onder de beheersmatige leiding van de plaatsvervangend secretaris-generaal.

3.

Het sRob staat onder de beheersmatige leiding van de clusterdirecteur Mensen en Middelen.

4.

Het cluster Mensen en Middelen draagt zorg voor integrale advisering over mensen en middelen op niveau van de bestuursraden, de directoraten-generaal en directies.

5.

Het cluster bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

Artikel 18
1.

De directie P&O staat onder leiding van een directeur.

2.

De directie heeft onder meer de volgende taken:

3.

Onderdeel van de Directie P&O is et Bureau Integriteit en Sociale Veiligheid. Het Bureau Integriteit en Sociale Veiligheid geeft invulling aan de stelselverantwoordelijkheid op integriteit en sociale veiligheid. Het Bureau Integriteit en Sociale Veiligheid staat beleids- en beheersmatig onder leiding van de directeur P&O en voor de behandeling van integriteitscasuïstiek onder leiding van de secretaris-generaal.

Artikel 19
1.

De directie Financieel-economische Zaken staat onder leiding van een directeur.

2.

De directie heeft onder meer de volgende taken:

3.

De directeur Financieel-economische Zaken bekleedt de functie van coördinerend directeur Inkoop (CDI) en heeft vanuit die hoedanigheid onder meer de volgende taken:

Artikel 20
1.

De directie CIO&I staat onder leiding van een directeur. De directeur CIO&I vervult tevens de rol van CIO BZK.

2.

De directie draagt conform het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021 onder meer zorg voor de advisering, kaderstelling, toezicht en handhaving op het terrein van de informatievoorziening en ICT binnen bedrijfsvoering en beleid in algemene zin, het gebruik van ICT-middelen, alsmede voor het bevorderen van informatiebewustzijn, informatiebeveiliging en (toezicht op) privacy. De directie CIO & I draagt hiertoe bij op de volgende wijze:

Paragraaf 3.12. Cluster Bestuursondersteuning

Artikel 21
1.

Het cluster Bestuursondersteuning staat onder inhoudelijke leiding van de plaatsvervangend secretaris-generaal en onder beheersmatige leiding van de clusterdirecteur Bestuursondersteuning. De rol van clusterdirecteur Bestuursondersteuning wordt roulerend vervuld door de directeuren KIEM, BA en Communicatie. Bij afwezigheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal is de clusterdirecteur Bestuursondersteuning plaatsvervanger ten aanzien van aangelegenheden die het cluster Bestuursondersteuning als geheel betreffen.

2.

Het cluster Bestuursondersteuning helpt beleid en uitvoering publieke waarde te realiseren, rekening houdend met de politieke omgeving waarin die waardecreatie plaatsvindt en moet worden gelegitimeerd. Het cluster draagt zorg voor de overkoepelende blik, de signaalfunctie en het verbindend vermogen.

3.

Het cluster bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

Artikel 22
1.

De directie Communicatie staat onder leiding van een directeur.

2.

De directie heeft onder meer de volgende taken:

Artikel 23
1.

De directie BA staat onder leiding van een directeur.

2.

De directie heeft onder meer de volgende taken:

Artikel 24
1.

De directie KIEM staat onder leiding van een directeur.

2.

De directie heeft onder meer de volgende taken:

Paragraaf 3.13. Dienst van de Huurcommissie

Artikel 25
1.

De Dienst van de Huurcommissie staat onder leiding van het bestuur van de Huurcommissie bedoeld in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

2.

De Dienst van de Huurcommissie heeft de taken bedoeld in de artikelen 4, 4a en 5 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

Paragraaf 3.14. Agentschap Logius

Artikel 26
1.

Logius staat onder leiding van een algemeen directeur.

2.

Logius heeft onder meer de volgende taken:

Paragraaf 3.15. Agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

Artikel 27
1.

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens staat onder leiding van een algemeen directeur.

2.

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens heeft onder meer de volgende taken:

Paragraaf 3.16. Dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw

Artikel 28
1.

De dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw staat onder leiding van het bestuur van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw.

2.

De dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw heeft de taken bedoeld in artikel 7ak Woningwet.

Paragraaf 3.17. Dienst Nationaal Coördinator Groningen

Artikel 29
1.

De dienst Nationaal Coördinator Groningen staat onder leiding van een algemeen directeur.

2.

De dienst Nationaal Coördinator Groningen heeft tot taak:

3.

De dienst Nationaal Coördinator Groningen bestaat uit:

Paragraaf 3.18. Toedeling taken aan het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Artikel 30
1.

De volgende dienstonderdelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verrichten uitsluitend taken voor het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening:

2.

De volgende dienstonderdelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verrichten ook taken voor het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening:

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Paragraaf 4.1. Inrichting van de organisatie

Artikel 31
1.

De Minister stelt de inrichting van de organisatie vast conform het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011.

2.

De secretaris-generaal is bevoegd tot het nader vaststellen van de inrichting van de onder de directoraten-generaal, de clusters M&M en BO, Logius en RvIG ressorterende organisatieonderdelen, na advisering door de directeur P&O.

3.

De secretaris-generaal is bevoegd tot het nader vaststellen van de inrichting van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op voordracht van de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en na advisering van de directeur P&O.

4.

De secretaris-generaal en de directeuren-generaal van Algemene Bestuursdienst, Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk en van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst stellen met inachtneming van dit besluit ten behoeve van hun dienst- of organisatieonderdelen periodiek een capaciteitsplan vast.

Paragraaf 4.2. Overige taken

Artikel 32
1.

Tot de taak van de directoraten-generaal, de clusters M&M en BO, RvIG en Logius behoort voorts de uitvoering van andere taken dan hiervoor genoemd, in opdracht van de bewindspersonen, de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal, voor zover hogere wet- en regelgeving zich daartegen niet verzet.

2.

Tot de taak van de in dit besluit genoemde organisatieonderdelen, ressorterend onder de dienstonderdelen genoemd in het eerste lid, behoort voorts de uitvoering van andere taken dan vermeld, in opdracht van de bewindspersonen, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de directeur-generaal, voor zover hogere wet- en regelgeving zich daartegen niet verzet.

Paragraaf 4.3. Beheer

Artikel 33
1.

De directeur P&O is belast met het beheer van dit besluit.

2.

De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de algemeen directeuren Logius, RvIG en NCG, ieder voor zover het hen aangaat, zijn verantwoordelijk voor een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de directeur P&O van de gegevens die een goed beheer van dit besluit mogelijk maken.

3.

Het beheer en de aanlevering van gegevens geschieden met inachtneming van de desbetreffende (richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen.

Artikel 34

Wijziging van dit besluit is voorbehouden aan de Minister en geschiedt op voordracht van de directeur P&O.

Paragraaf 4.4. Slotbepalingen

Artikel 35

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2025.

Artikel 36

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit BZK 2025.

Artikel 37

Het Organisatiebesluit BZK 2023 wordt met ingang van 1 juli 2025 ingetrokken.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.