← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 oktober 2025, nr. MBO/53160358, houdende voorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de jaren 2026 tot en met 2029 en de verbetering van de stap van school naar werk (Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029)

Geldende tekst a fecha 2026-01-01

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de artikelen 9.2.4, eerste lid, 9.2.8, eerste en vijfde lid, 9.2.10, tweede lid, en 9.2.11, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, artikel 2.1, eerste en vijfde lid, van het Besluit van school naar duurzaam werk en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Treedt in werking op het moment waarop artikel I, onderdeel II, van de Wet van school naar duurzaam werk (Stb. 2025/210) in werking treedt.

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Paragraaf 2. Het regionaal programma 2026–2029

Artikel 2.1. Regionaal programma 2026–2029
1.

De periode, bedoeld in artikel 9.2.8, eerste lid, WEB, waarvoor het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente een regionaal programma opstelt, loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029.

2.

De contactgemeente, centrumgemeente en contactschool dragen gezamenlijk zorg voor de totstandkoming en uitvoering van het regionaal programma.

Artikel 2.2. Inhoud regionaal programma

Het regionaal programma bevat in ieder geval:

Artikel 2.3. Streefcijfers

De streefcijfers omvatten in ieder geval:

Artikel 2.4. Afspraken
1.

Het regionaal programma bevat in ieder geval afspraken over de volgende onderwerpen:

2.

De inhoud van de afspraken kan tijdens de looptijd van het regionaal programma bijgesteld of verder uitgewerkt worden.

Artikel 2.5. Maatregelen
1.

Er is sprake van een maatregel indien hier budget als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onderdelen a of b, aan wordt uitgegeven.

2.

Uit het regionaal programma blijkt dat elke maatregel voldoet aan in ieder geval de volgende voorwaarden:

3.

In aanvulling op artikel 2.2 omvat het regionaal programma van Doorstroompuntregio Friesland Noord in ieder geval een of meer maatregelen met betrekking tot de voorzieningen zoals aangeboden door Fier Fryslân.

Artikel 2.6. Begroting
1.

Het totale budget voor het regionaal programma bestaat uit:

2.

Onder het eventuele overig budget, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vallen in ieder geval de reserves, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderdeel a.

3.

In de begroting wordt gespecificeerd welk bedrag per maatregel en welk bedrag aan algemene kosten wordt besteed.

Paragraaf 3. Subsidie aan contactschool voor regionaal programma

Artikel 3.1. Doel subsidie
1.

De minister kan op een aanvraag van het bevoegd gezag van een contactschool subsidie verstrekken voor het regionaal programma.

2.

In afwijking van artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is de subsidie bedoeld voor de gehele periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029.

Artikel 3.2. Regionale samenwerking en contactschool
1.

De onderwijsinstellingen binnen een Doorstroompuntregio wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende Doorstroompuntregio.

2.

De contactschool kan niet gedurende de looptijd van het regionaal programma worden gewijzigd, tenzij er sprake is van een institutionele fusie, splitsing of opheffing van de contactschool.

3.

Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval de volgende taken, tevens zijnde subsidieverplichtingen:

4.

In aanvulling op de taken, genoemd in het derde lid, heeft het bevoegd gezag van de contactschool van Doorstroompuntregio Friesland Noord de taak om ervoor te zorgen dat Fier Fryslân een bedrag van € 373.920 ontvangt voor de uitvoering van de maatregel of maatregelen, bedoeld in artikel 2.5, derde lid.

5.

Op de contactschool rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke onderwijsinstelling of andere organisatie feitelijk is belast met de uitvoering van de maatregelen.

Artikel 3.3. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is ten hoogste € 175.052.000 beschikbaar.

Artikel 3.4. Hoogte subsidiebedrag per contactschool

Het budget, genoemd in artikel 3.3, wordt conform bijlage 2 over de contactscholen verdeeld.

Artikel 3.5. Subsidieaanvraag
1.

De contactschool dient de aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf via de beveiligde omgeving van duo.nl/zakelijk in bij de minister.

2.

In afwijking van de artikelen 3.3, onderdeel a, en 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en in aanvulling op artikel 3.5, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt de aanvraag ingediend met gebruikmaking van het format in bijlage 3.

3.

De subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd van:

4.

Het aanvraagtijdvak, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, kan alleen worden benut door contactscholen waarvan de eerdere subsidieaanvraag is afgewezen.

Artikel 3.6. Beoordeling subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 3.5 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de minister de subsidie indien het regionaal programma voldoet aan de eisen, bedoeld in paragraaf 2.

Artikel 3.7. Verlening en voorschot
1.

De minister beslist uiterlijk over de verlening van de subsidie op:

2.

De subsidie wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. De betalingen vinden uiterlijk plaats in:

Artikel 3.8. Meldingsplicht

De meldingsplicht, bedoeld in artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, VWS en SZW is in ieder geval van toepassing in het geval van een voorgenomen substantiële wijziging van het regionaal programma.

Artikel 3.9. Meewerken aan evaluatie

De contactschool werkt mee aan de evaluatie, bedoeld in artikel 6.1, en levert hiertoe zo nodig ook gegevens van en over de overige onderwijsinstellingen in de Doorstroompuntregio aan.

Artikel 3.10. Besteding, verantwoording en vaststelling
1.

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt en kan worden besteed tot en met 31 december 2029. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

2.

De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2.

3.

De vaststelling van de subsidie vindt plaats binnen een jaar na indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Paragraaf 4. Specifieke uitkering voor contactgemeenten voor regionaal programma en Doorstroompunt

Artikel 4.1. Reikwijdte paragraaf

Met uitzondering van artikel 4.8 is deze paragraaf van toepassing op de verstrekking van de jaarlijkse specifieke uitkering aan de contactgemeenten, bedoeld in artikel 9.2.9 WEB, voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029.

Artikel 4.2. Plafond specifieke uitkering
1.

Voor het verstrekken van de specifieke uitkering is jaarlijks in totaal een budget van ten hoogste € 117.813.000 beschikbaar, waarvan:

2.

De minister kan het deel van het budget dat is bestemd voor de Doorstroompuntfunctie, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, jaarlijks aanpassen in verband met loon- en prijsbijstelling.

Artikel 4.3. Verdeling budget over contactgemeenten
1.

Het totale budget, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, wordt over de contactgemeenten verdeeld conform de berekening, bedoeld in het tweede en derde lid.

2.

Een percentage van 99,75% wordt over alle contactgemeenten verdeeld naar rato van de risicoscore per Doorstroompuntregio uit het door het CBS ontwikkelde verdeelmodel, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit van school naar duurzaam werk. Voor het deel van het budget dat is bestemd voor de Doorstroompuntfunctie, genoemd in artikel 4.2, eerste lid, onderdeel b, wordt dit verdeelmodel gedurende de looptijd van de regeling eenmalig geactualiseerd vanaf de specifieke uitkering voor kalenderjaar 2028.

3.

Een percentage van 0,25% wordt als volgt verdeeld over de contactgemeenten van de Doorstroompuntregio’s grenzend aan België:

De berekening wordt gedurende de looptijd van de regeling niet geactualiseerd.

4.

De uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede en derde lid, voor kalenderjaar 2026 is opgenomen in bijlage 4.

Artikel 4.4. Betaling voorschot
1.

De betaling van de specifieke uitkeringen voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029 vindt steeds plaats uiterlijk in februari van het kalenderjaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

2.

Indien in enig jaar een loon- en prijsbijstelling als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, wordt toegepast, wordt het hiermee samenhangende bedrag uitbetaald in uiterlijk september van het kalenderjaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

Artikel 4.5. Meldingsplicht

De contactgemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging of vaststelling van een specifieke uitkering en overlegt daarbij de relevante stukken. Hiervan is in ieder geval sprake bij een voorgenomen substantiële wijziging van het regionaal programma.

Artikel 4.6. Meewerken aan evaluatie

De contactgemeente werkt mee aan de evaluatie, bedoeld in artikel 6.1, en levert hiertoe zo nodig ook gegevens van en over de overige gemeenten in de Doorstroompuntregio aan.

Artikel 4.7. Bestedingstermijn, verantwoording
1.

Indien de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed in het kalenderjaar waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt, mag het resterende bedrag uiterlijk in kalenderjaar 2029 worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkering is bestemd.

2.

De minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, alsdan niet zijn besteed aan het doel waarvoor zij waren bestemd, terug.

Artikel 4.8. Bestedingstermijn en terugvordering oude reserves
1.

Indien de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 8.3.2, vijfde lid, WEB zoals dat luidde op 31 december 2025 niet of niet geheel zijn besteed in het kalenderjaar waarvoor ze zijn verstrekt, mag het resterende bedrag:

2.

De specifieke uitkering, bedoeld in de Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie zoals die luidde op 30 april 2026 dient conform artikel 5, eerste lid, van die regeling uiterlijk in kalenderjaar 2026 te worden besteed aan het doel waarvoor deze specifieke uitkering is bestemd.

3.

Artikel 4.7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 5. Uitvoeringsvoorschriften

Artikel 5.1. Voorschriften effectrapportage
1.

De effectrapportage gaat in op in ieder geval de volgende onderwerpen:

2.

De contactgemeente gebruikt voor de effectrapportage een door de minister beschikbaar gesteld format. Dit format kan jaarlijks worden gewijzigd.

3.

De contactgemeente dient de effectrapportage uiterlijk op 30 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister.

4.

De contactgemeente betrekt de contactschool en de centrumgemeente bij het opstellen van de effectrapportage.

5.

Ten behoeve van het onderdeel van de effectrapportage, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verstrekt de minister het gerealiseerde aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per Doorstroompuntregio telkens uiterlijk in maart na afloop van het betreffende studiejaar aan de gemeenten en onderwijsinstellingen binnen de Doorstroompuntregio.

Artikel 5.2. Vaststelling Doorstroompuntregio’s
1.

De Doorstroompuntregio’s zijn opgenomen in bijlage 5.

2.

De samenstelling van een Doorstroompuntregio kan niet gedurende de looptijd van het regionaal programma worden gewijzigd.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de wijziging van de samenstelling van de Doorstroompuntregio het gevolg is van een gemeentelijke herindeling. In dat geval doen de betrokken contactgemeenten schriftelijk mededeling van de wijziging van de samenstelling van de Doorstroompuntregio aan de minister.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1. Evaluatie

De minister evalueert de regeling uiterlijk in 2028.

Artikel 6.2. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking op het moment waarop artikel I, onderdeel II, van de Wet van school naar duurzaam werk in werking treedt.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies en specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 6.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029.

Bijlage 1. behorend bij artikel 2.3, onderdelen b en c, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029

A. Definitie nieuwe voortijdig schoolverlater voor studiejaar 2026/2027 en verder

Dit betreft de jongeren die:

De volgende jongeren zijn uitgezonderd en kunnen geen nieuwe vsv’er worden:

Het aantal nieuwe vsv'ers wordt berekend door te bepalen hoeveel jongeren van de uiteindelijke startpopulatie het onderwijs zonder startkwalificatie hebben verlaten in het daaropvolgende jaar, op 1 oktober (t1). Het vsv-percentage is het aantal nieuwe vsv'ers gedeeld door het aantal jongeren in de startpopulatie. Jongeren die al in voorgaande studiejaren vsv’er zijn geworden (‘oude’ vsv’ers) worden alleen meegeteld voor de indicator, bedoeld in artikel 2.3, onderdeel c.

Bij de rapportage van het aantal nieuwe vsv’ers wordt een uitsplitsing gemaakt: het aantal nieuwe vsv’ers met en het aantal nieuwe vsv’ers zonder de entree-gediplomeerden.

B. Definitie jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken

Dit betreft de jongeren die op 1 oktober:

Bijlage 2. behorend bij artikel 3.4 van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029

Beschikbaar subsidiebedrag per contactschool per jaar, voor de jaren 2026 tot en met 2029.

Hieronder is het subsidiebedrag per contactschool per jaar opgenomen. Voor het totale subsidiebedrag moeten deze bedragen worden vermenigvuldigd met vier.

1 Het jaarlijkse budget voor contactschool Firda in Friesland Noord is inclusief het jaarlijkse budget van € 93.480 voor Fier Fryslân.

Bijlage 3. behorend bij artikel 3.5, tweede lid, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029

Aanvraagformulier subsidie contactschool, tevens format regionaal programma

Het formulier dat door de contactschool wordt gebruikt voor het doen van de subsidieaanvraag is tevens het format voor het regionaal programma. De contactgemeente is verantwoordelijk voor het opstellen van het regionaal programma, maar doet dit samen met de centrumgemeente en contactschool.

Bijlage 4. behorend bij artikel 4.3, vierde lid, van de regeling regionaal programma en doorstroompuntfunctie 2026–2029

Verdeling jaarlijks totaalbudget specifieke uitkering over contactgemeenten voor 2026

Het bedrag per contactgemeente is uitgesplitst naar het budget dat is bestemd voor het regionaal programma en het budget dat is bestemd voor de Doorstroompuntfunctie.

Het bedrag per contactgemeente voor de Doorstroompuntfunctie kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van loon- en prijsbijstellingen en in 2028 op basis van de actualisatie van het verdeelmodel van het CBS. Indien nodig worden de beschikkingen voor die kalenderjaren hierop aangepast.

Bijlage 5. behorend bij artikel 5.2, eerste lid, van de regeling voortijdig schoolverlaten en van school naar duurzaam werk 2026-2029

Samenstelling Doorstroompuntregio’s

Regio 1. Oost-Groningen

Stadskanaal, Veendam, Westerwolde, Pekela, Oldambt.

Regio 2. Noord-Groningen-Eemsmond

Het Hogeland, Eemsdelta.

Regio 3. Centraal en Westelijk Groningen

Groningen, Midden-Groningen, Westerkwartier.

Regio 4. Friesland Noord

Ameland, Dantumadiel, Harlingen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke.

Regio 5. Zuid-West Friesland

De Fryske Marren, Súdwest-Fryslân.

Regio 6. Friesland-Oost (‘de Friese Wouden’)

Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel, Weststellingwerf.

Regio 7. Noord-en Midden Drenthe

Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo.

Regio 8. Zuid-Oost Drenthe

Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.

Regio 9. Zuid-West Drenthe

Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.

Regio 10. IJssel-vecht

Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.

Regio 11. Stedendriehoek

Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst, Zutphen.

Regio 12. Twente

Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.

Regio 13. Achterhoek

Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.

Regio 14.

N.v.t.

Regio 15. Rivierenland

Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel.

Regio 16. Eem en Vallei

Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.

Regio 17. Noordwest-Veluwe

Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.

Regio 18. Flevoland

Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk.

Regio 19. Utrecht

Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.

Regio 20. Gooi en Vechtstreek

Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren.

Regio 21. Agglomeratie Amsterdam

Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad.

Regio 22. West-Friesland

Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.

Regio 23. Kop van Noord-Holland

Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel.

Regio 24. Noord-Kennemerland

Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Dijk en Waard, Heiloo, Uitgeest.

Regio 25. Zuid-Kennemerland en IJmond

Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.

Regio 26. Zuid-Holland-Noord

Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.

Regio 27. Zuid-Holland-Oost

Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Nieuwkoop, Waddinxveen, Zuidplas.

Regio 28. Haaglanden/Westland

Delft, ’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.

Regio 29. Rijnmond

Albrandswaard, Barendrecht, Capelle, aan, den, IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee.

Regio 30. Zuid-Holland-Zuid

Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht.

Regio 31. Oosterschelde Regio

Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.

Regio 32. Walcheren

Middelburg, Veere, Vlissingen.

Regio 33. Zeeuws-Vlaanderen

Hulst, Sluis, Terneuzen.

Regio 34. West-Brabant

Altena, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Woensdrecht, Zundert.

Regio 35. Midden-Brabant

Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.

Regio 36. Noord-Oost-Brabant

Bernheze, Boekel, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught.

Regio 37. Zuidoost-Brabant

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reuselde, Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.

Regio 38. Gewest Limburg-Noord

Beesel, Bergen (L), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel, en, Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.

Regio 39. Gewest Zuid-Limburg

Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.

Regio 40. Rijk van Nijmegen

Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Wijchen.

Regio 41. Arnhem

Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.