Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 7 oktober 2025, nr. BZ2519842, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Besluit FemFocus)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-12-13
State In force
Source BWB
artikelen 6
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Onderdeel II. Voorstel (maximaal 65 punten)

10.5. Verdeling beschikbare middelen binnen het instrument

11. Rapportage- en andere subsidieverplichtingen

De verdeling van middelen vindt plaats via een subsidietender, oftewel op basis van kwaliteit, zoals beschreven in hoofdstuk 4. De kwaliteit wordt beoordeeld door beoordeling van aanvragen op grond van de kwalitatieve criteria neergelegd in paragraaf 10.6.

De kwalitatieve beoordeling van aanvragen vindt plaats per regio (zie paragraaf 10.2). Voor elke (deel-)aanvraag voor een regio wordt één eindscore toegekend op basis van de vastgestelde beoordelingscriteria. Indien sprake is van een aanvraag met twee regio’s, ontvangt iedere deelaanvraag een afzonderlijke eindscore. Alle (deel-)aanvragen worden vervolgens per regio gerangschikt op basis van kwaliteit. Aanvragen die niet van ten minste ruim voldoende kwaliteit zijn worden niet meegenomen in deze rangschikking.

De minister besluit per regio tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde (op kwaliteit), waarbij per regio de best scorende (deel-)aanvraag wordt gehonoreerd, mits deze van ten minste ruim voldoende kwaliteit is.

12. Administratieve lasten

Indien na subsidieverlening aan de beste (deel-)aanvraag per regio eventueel nog middelen resteren, worden de nog niet-gehonoreerde (deel-)aanvragen die van ten minste ruim voldoende kwaliteit zijn in een rangorde opgenomen, waarna de nog beschikbare middelen worden verdeeld overeenkomstig deze rangorde.

Een aanvrager ontvangt een besluit op zijn aanvraag, waarin wordt aangegeven of sprake is van een volledige toekenning, een gedeeltelijke toekenning/gedeeltelijke afwijzing, of een volledige afwijzing. Van een (gedeeltelijke) afwijzing is sprake:

10.6. Kwalitatieve criteria

De ingediende aanvraag wordt, na positieve uitkomst van toetsing op de drempelcriteria zoals genoemd in paragraaf 3.1, beoordeeld op basis van de volgende kwalitatieve criteria. Zie ook het aanvraagformulier in Annex 1.

De mate waarin de aanvrager beschikt over een voor de beleidsdoelstellingen van dit instrument relevant en divers netwerk van in-country partners in de gekozen landen, dat aantoont dat de aanvrager stevig is ingebed in de lokale context.

De mate waarin de aanvrager aantoonbaar succesvolle ervaring heeft met het zelf opzetten en uitvoeren van programma’s gericht op de beleidsdoelstellingen van het instrument Vrouwen, Vrede en Veiligheid (zie paragraaf 10.1), óf met het (financieel) ondersteunen van organisaties die dergelijke programma’s uitvoeren.

De mate waarin de aanvrager een heldere visie en aanpak presenteert voor het stimuleren van lokaal eigenaarschap, met inzicht in de rolverdeling tussen de aanvrager en in-country partners bij het maken van programmatische keuzes.

De mate waarin het selectieproces van in-country partners zorgvuldig, objectief en inclusief is ingericht. Daarbij is van belang dat er duidelijke procedures zijn voor het selecteren van nieuwe partners en voor het herbeoordelen van bestaande partners, waarvan de organisatiecapaciteit eerder als voldoende is beoordeeld om voor ondersteuning in aanmerking te komen.

De mate waarin de risico’s voor het voorgestelde programma inzichtelijk zijn gemaakt en zijn voorzien van passende mitigerende maatregelen.

De mate waarin de benodigde middelen, en de verdeling daarvan, opgenomen in de begroting bij de aanvraag, in evenredige verhouding staan tot de context-, stakeholder- en probleemanalyse, de uit te voeren activiteiten en de te realiseren resultaten.

Annex 4.2: Budgetmodel format Excel

Aan de subsidieverlening worden verplichtingen verbonden, die worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking.

Deze verplichtingen zullen onder andere betrekking op een meldingsplicht ten aanzien van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidie, zoals het niet (geheel of tijdig) kunnen uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten, en op verplichtingen over verantwoordingsrapportages, zoals inhoudelijke en financiële tussen- en eindrapportages

Indien na de looptijd van de beschikking middelen over zijn, zullen deze – tenzij het subsidietijdvak wordt verlengd – terugvloeien naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hierover zal eveneens een verplichting worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking.

Annex 8: Max. bezoldigingsbedragen

Gedurende de periode 2022–2024 was gemiddeld ten minste 25% van de totale jaarlijkse inkomsten van de aanvrager afkomstig uit bronnen anders dan inkomsten van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken; dit criterium is niet van toepassing op specialistische organisaties en kleine zuidelijke organisaties als bedoeld in paragraaf 3.2. (Zie voor nadere toelichting op criterium D.2 paragraaf 3.2).

De aanvrager beschikt over een actueel beleid en systeem (toegepast in de afgelopen vijf jaar, peildatum 1 oktober 2025) voor de selectie en monitoring van door hem te ondersteunen in-country partners. Dit systeem ziet toe op de beheersing van risico’s op het gebied van financiën, governance en integriteit bij deze partners, in relatie tot de uitvoering van activiteiten en de besteding van middelen die zij met (financiële) ondersteuning van de supportpartner uitvoeren.

De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd hebben uitsluitend betrekking op het aantal landen en de geografische focus zoals gespecificeerd in de instrumentspecifieke hoofdstukken, zie paragrafen 8.2, 9.2 of 10.2.

3.2. Financiële onafhankelijkheid aanvragers en omvang van aanvragen

Om aan te tonen dat aan de vereiste mate van financiële onafhankelijkheid wordt voldaan dienen aanvragers de door een accountant gecontroleerde jaarrekeningen van 2022, 2023 en 2024 te overleggen. Daar waar dat niet mogelijk is, dient de aanvrager een onderbouwing te geven waarom de jaarrekeningen niet door een accountant zijn gecontroleerd.

Aanvragers die menen aanspraak te kunnen maken op maatwerk op grond van het feit dat zij een specialistische organisatie zijn of een kleine, zuidelijke organisatie, dienen om dit aan te tonen de informatie mee te sturen die is gespecificeerd in Annex 2.

3.4. Wie komt niet voor subsidie in aanmerking

Niet in aanmerking voor subsidie komen:

4. Beschikbare middelen en de verdeling daarvan over de instrumenten

Het voor subsidieverlening beschikbare bedrag gedurende de volledige looptijd van vijf jaar is als volgt verdeeld over de instrumenten binnen dit subsidiebeleidskader:

De beschikbare middelen worden per instrument verdeeld via een subsidietender. De rangschikking van de aanvragen wordt vastgesteld volgens de uitkomsten van de beoordeling van de aanvragen aan in dit subsidiebeleidskader opgenomen kwalitatieve criteria (zie paragrafen 8.6, 9.6 en 10.6). Alleen tijdig ingediende aanvragen die aan de drempeltoets voldoen, worden op kwaliteit beoordeeld. De beoordeling vindt uitsluitend plaats op basis van de informatie die vóór sluiting van de aanvraagtermijn is ontvangen.

5. Subsidiabele kosten

6. Aanvraagprocedure

6.1. Proces en tijdslijnen

De aanvraag dient te worden opgesteld in de Engelse taal. Bijlagen die zijn opgesteld in een andere taal dan het Engels dienen voorzien te zijn van een vertaling in het Engels. Additionele informatie (zoals USB-sticks van een organisatie) worden niet meegenomen in de beoordeling van een aanvraag.

Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen. Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 14MB niet kunnen worden ontvangen. E-mails groter dan 14MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerp-regel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst.12Bijvoorbeeld: e-mail 1 van 5, e-mail van 2 van 5 etc.****

Indiening van aanvragen per post wordt afgeraden. Indien u daar niettemin voor kiest, of voor indienen in persoon of koerier, neemt u dan tijdig contact op met het Ministerie via het e-mailadres: DSO-MM@minbuza.nl onder vermelding van aanvraag FemFocus [+ naam instrument] subsidiebeleidskader. Houdt hierbij rekening met post-verwerkingstermijnen en met de omstandigheid dat de datum van ontvangst wordt vastgesteld aan de hand van het tijdstip van inschrijving door BZ en dat ’s avonds en op zaterdag en zondag door BZ geen post wordt ingeschreven.

6.2. Vereiste documenten bij de aanvraag

Om een subsidieaanvraag in te dienen moeten de volgende documenten en bijlagen worden aangeleverd:

7. Beoordelings- en selectieprocedure

Een positieve beoordeling van de verplichte onderdelen van de ORIA en, voor organisaties die in aanmerking willen komen voor maatwerk, van bovengenoemd rapport van de accountant is noodzakelijk om voor subsidieverlening in aanmerking te kunnen komen. BZ voert de ORIA-beoordeling en de beoordeling van het accountantsrapport gelijktijdig uit met de op de drempeltoets volgende inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvraag.

Voor de inhoudelijke beoordeling hanteert BZ kwalitatieve beoordelingscriteria, die zijn opgenomen in de betreffende instrumentspecifieke hoofdstukken (paragrafen 8.6, 9.6 en 10.6). De kwalitatieve beoordelingscriteria hebben betrekking op het trackrecord, het projectvoorstel (inclusief budget) en de beleidsprincipes. De systematiek voor puntentoekenning per onderdeel is als volgt:

8. Instrument 1: Stimuleren Vrouwelijk Ondernemerschap

8.1. Beleidscontext en doelstelling

Het kabinet onderstreept in de Beleidsbrief Ontwikkelingshulp van 20 februari jl.15Kamerbrief Ontwikkelingshulp, 20 februari 2025 (Kamerstuk 36 180-133), beschikbaar via: Tweede Kamer het belang van vrouwelijk ondernemerschap als onderdeel van een duurzame economische agenda. Nederland heeft bovendien belangrijke handels- en economische relaties in Afrika, waar het percentage vrouwelijke ondernemers relatief hoog is. Door vrouwelijke ondernemers beter te ondersteunen, wordt niet alleen hun economische potentieel benut, maar wordt ook bijgedragen aan een sterker investeringsklimaat en bredere sociaal-economische ontwikkeling in de landen zelf.

Voor overige generieke beleidsuitgangspunten, zoals capaciteitsversterking van maatschappelijke organisaties en lokaal geleide ontwikkeling, wordt verwezen naar het overkoepelend deel, paragraaf 1.2.

8.2. Geografische focus

8.3. Specifieke invulling van subsidiabele activiteiten

De support partner ondersteunt in-country partners financieel bij de uitvoering van activiteiten die aansluiten bij de beleidsdoelen van dit instrument, zie ook paragraaf 2.1. De in-country partners zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen en uitvoeren van deze activiteiten. De support partner faciliteert dit door een transparant aanvraagproces op te zetten en te hanteren voor selectie, financiering en begeleiding.

De invulling wordt afgestemd op de behoefte van de in-country partner en is in beginsel overeengekomen in de inceptiefase. Specifieke voorbeelden van capaciteitsversterking binnen dit instrument zijn (niet limitatief):

8.4. Subsidieplafond en omvang aanvraag

8.5. Verdeling beschikbare middelen binnen het instrument

In aanvulling op de hoofdstukken 4 en 7 geldt het volgende:

De minister besluit tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde (op kwaliteit), totdat het subsidieplafond is uitgeput. De aanvragen die het beste aan de kwalitatieve criteria voldoen, worden als eerste gehonoreerd, mits ze van ten minste ruim voldoende kwaliteit zijn.

Indien het resterende budget niet toereikend is om de eerstvolgende aanvraag in de rangorde volledig te honoreren, zal deze aanvraag slechts gedeeltelijk worden gehonoreerd, namelijk voor zover het resterende budget dit toelaat.

Een aanvrager ontvangt een besluit op zijn aanvraag, waarin wordt aangegeven of sprake is van een volledige toekenning, een gedeeltelijke toekenning/gedeeltelijke afwijzing of een volledige afwijzing. Van een (gedeeltelijke) afwijzing zal sprake zijn indien de kwaliteit van een aanvraag niet ruim voldoende is, of de voor dit instrument beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle kwalificerende aanvragen te honoreren.

De ingediende aanvraag wordt, na positieve uitkomst van toetsing op de drempelcriteria zoals genoemd in paragraaf 3.1, beoordeeld op basis van de volgende kwalitatieve criteria. Zie ook het aanvraagformulier in Annex 1.

De mate waarin het selectieproces van in-country partners zorgvuldig, objectief en inclusief is ingericht. Daarbij is van belang dat er duidelijke procedures zijn voor het selecteren van nieuwe partners en voor het herbeoordelen van bestaande partners, waarvan de organisatiecapaciteit als voldoende is beoordeeld om voor ondersteuning in aanmerking te komen.

9.1. Beleidscontext en doelstelling

9.2. Geografische focus

Binnen een aanvraag kan een voorstel worden ingediend voor één of twee regio’s, met per regio minimaal twee implementatielanden waarin de voorgestelde activiteiten worden uitgevoerd of waarop de voorgestelde activiteiten zich richten17Er kan gekozen worden om activiteiten uit te voeren gericht op (de doelgroep van) de implementatielanden vanuit een ander land, mits goed onderbouwd.. De selectie van deze landen moet passen bij de doelstellingen van het instrument. De gekozen landen blijven gedurende de volledige looptijd van de subsidie gelden als implementatielanden.

9.3. Specifieke invulling van subsidiabele activiteiten

In het kader van dit instrument kunnen support partners in-country partners financieel steunen bij activiteiten gericht op onder andere (niet limitatief):

9.4. Subsidieplafond en omvang aanvraag

De aanvraag is bij het indienen op twee regio’s dus 66,66% van het voor dit instrument (TGTV-WHRD’s) beschikbare budget van € 114.655.000. Dit betekent dat een aanvraag die betrekking heeft op twee regio’s € 76.360.230 bedraagt.

9.5. Verdeling beschikbare middelen binnen het instrument

In aanvulling op de hoofdstukken 4 en 7 geldt het volgende:

De verdeling van middelen vindt plaats via een subsidietender, oftewel op basis van kwaliteit, zoals beschreven in hoofdstuk 4. De kwaliteit wordt beoordeeld door beoordeling van aanvragen op grond van de kwalitatieve criteria neergelegd in paragraaf 9.6.

De kwalitatieve beoordeling van aanvragen vindt plaats per regio (zie paragraaf 9.2). Voor elke (deel-)aanvraag voor een regio wordt één eindscore toegekend op basis van de vastgestelde beoordelingscriteria. Indien sprake is van een aanvraag met twee regio’s, ontvangt iedere deelaanvraag een afzonderlijke eindscore. Alle (deel-)aanvragen worden vervolgens per regio gerangschikt op basis van kwaliteit. Aanvragen die niet van ten minste ruim voldoende kwaliteit zijn worden niet meegenomen in deze rangschikking.

De minister besluit per regio tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde (op kwaliteit), waarbij per regio de best scorende (deel-)aanvraag wordt gehonoreerd, mits deze van ten minste ruim voldoende kwaliteit is.

Indien in een bepaalde regio geen (deel-)aanvragen van ten minste ruim voldoende kwaliteit zijn ontvangen, wordt geen subsidie verleend voor activiteiten in de betreffende regio; er zullen dan meer middelen beschikbaar zijn voor subsidieverlening voor activiteiten in de andere regio’s.

9.6. Kwalitatieve criteria

De mate waarin de risico’s voor het voorgestelde programma inzichtelijk zijn gemaakt en zijn voorzien van passende mitigerende maatregelen.

10. Instrument 3: Vrouwen, Vrede en Veiligheid

10.1. Beleidscontext en doelstelling

De wereld heeft te maken met een toename van conflicten, oorlogen en gewelddadig extremisme. Vrouwen en meisjes worden daarbij onevenredig zwaar getroffen, onder meer door conflict-gerelateerd seksueel geweld (conflict-related sexual violence,CRSV). In 2024 steeg het aantal gevallen van CRSV met 25 procent ten opzichte van het jaar ervoor, waarbij 92 procent van de slachtoffers vrouw of meisje was.18Secretary General of the UN, Report Conflict-related sexual violence (2025). Slachtoffers en overlevenden krijgen te maken met stigma, uitsluiting en beperkte toegang tot hulp en rechtspraak.

10.3. Specifieke invulling van subsidiabele activiteiten

Binnen dit instrument omvatten de subsidiabele activiteiten zowel financiering als capaciteitsversterking, zoals toegelicht in paragrafen 2.1 en 2.2. De activiteiten moeten bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van dit instrument, zoals beschreven in paragraaf 10.1.

10.4. Subsidieplafond en omvang van de aanvraag

Het subsidieplafond voor dit instrument bedraagt € 39.880.000 voor de periode 2026–2030 (5 jaar).

De omvang van een (deel-)aanvraag bedraagt per 33,3% van het voor dit instrument (Vrouwen, Vrede en Veiligheid) beschikbare budget van € 39.880.000. Dit betekent dat een (deel-)aanvraag € 13.280.040 bedraagt.

De aanvraag is bij het indienen op twee regio’s dus 66,66% van het voor dit instrument (Vrouwen, Vrede Veiligheid|) beschikbare budget van € 39.880.000. Dit betekent dat een aanvraag die betrekking heeft op twee regio’s € 26.560.080 bedraagt.

In aanvulling op de hoofdstukken 4 en 7 geldt het volgende:

Indien in een bepaalde regio geen (deel-)aanvragen van ruim voldoende kwaliteit zijn ontvangen, wordt geen subsidie verleend voor activiteiten in de betreffende regio; er zullen dan meer middelen beschikbaar zijn voor subsidieverlening voor activiteiten in de andere regio’s.

11. Rapportage- en andere subsidieverplichtingen

12. Administratieve lasten

De administratieve lasten voor de uitvoering van dit subsidiebeleidskader bedragen € 75.000 voor de totale subsidieperiode. Administratieve lasten zijn de lasten die gepaard gaan met informatieverplichtingen in verband met het doen van de aanvraag en in geval subsidie wordt verstrekt het voldoen aan de daaraan verbonden verantwoordingsverplichtingen. Uitgaande van de inschatting dat maximaal 125 organisaties een aanvraag indienen die kan worden gehonoreerd, is het bedrag 125 x € 75.000, wat neerkomt op 4,5 procent van het totale subsidiebudget.

Bij de totstandkoming van het subsidiebeleidskader is kritisch bezien dat ten eerste de criteria voor de subsidieaanvragers en de beoogde resultaten helder zijn geformuleerd en ten tweede duidelijkheid bestaat over de wijze waarop de subsidieverstrekking en verantwoording van de toegekende subsidies plaatsvindt. Hiermee moet een aanvrager de afweging kunnen maken of het voor hem voldoende zin heeft om een aanvraag in te dienen. Het ministerie beoogt op deze wijze de administratieve lasten voor de subsidieaanvragers tot een minimum te beperken.

13. Annexen

Annexen24https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-buitenlandse-zaken/documenten/ en www.government.nl. behorende bij dit subsidiebeleidskader:

Annex 1: Aanvraagformulier

Annex 2: Formulier financiële onafhankelijkheid (incl. toelichting)

Annex 3.1: Format projectvoorstel incl. beleidsprincipes ‘vrouwelijk ondernemerschap’

Annex 3.2: Format projectvoorstel incl. beleidsprincipes ‘Tegengaan geweld tegen vrouwen’

Annex 3.3: Format projectvoorstel incl. beleidsprincipes ‘Vrouwen, Vrede en Veiligheid’

Annex 4.1: Handleiding budgetmodel

Annex 4.2: Budgetmodel format Excel

Annex 5: Format track record

Annex 6: Landenlijst

Annex 7: Corporate rates

Annex 8: Max. bezoldigingsbedragen

Annex 9: Accountantsprotocol

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)