← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 15 december 2025, nr. WJZ/102572219, tot verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025)

Geldende tekst a fecha 2025-12-19

Handelende met instemming van de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst;

Gezien de schriftelijke instemming van de volgende functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken: de secretaris-generaal, de directeur-generaal Economie en Digitalisering, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie, de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken, de directeur Europese en Internationale Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering, de directeur Communicatie, de directeur Informatievoorziening en de directeur Mens en Organisatie; en van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

De organisatie van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage 1.

Artikel 3

Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:

§ 2. Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten

Artikel 4
1.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

2.

Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel e, wordt in ieder geval verstaan:

Artikel 5
1.

Aan de hoofden van dienst wordt, voor zover van toepassing, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage 2 van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.

2.

Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.

3.

Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels.

Artikel 6
1.

Aan de directeur-generaal Realisatie Groene Groei wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

2.

Aan de directeur-generaal Realisatie Groene Groei wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

artikel 5.1 van de Omgevingswet, met uitzondering van artikelen 4.1119, 4.1323, 4.1324, 4.1365, 4.1366, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 132 van de Mijnbouwwet.

Artikel 7
1.

Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen in verband met:

2.

Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen in verband met de artikelen 4.1119, 4.1323, 4.1324, 4.1365, 4.1366, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 132 van de Mijnbouwwet.

3.

Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.

§ 3. Instructies

Artikel 8

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

Artikel 9
1.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

2.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

3.

Bij ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.

4.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van digitaal geaccordeerde stukken kan als volgt geschieden:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is digitaal geaccordeerd en bevat daarom geen handtekening.

5.

In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.

§ 4. Ondermandaat

Artikel 10
1.

De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, commissies en colleges.

2.

De secretaris-generaal kan aan de directeur, MT-leden en medewerkers van de directie Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 4, eerst lid, onder d en e. De directeur kan, voor zover nog van toepassing, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor deze aangelegenheden aan MT-leden en medewerkers binnen de directie.

3.

De secretaris-generaal kan voor wat betreft de bevoegdheden verband houdend met de rol van CIO ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de uitvoerend CIO.

Artikel 11

De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zich, voor hun werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, en 6 en 7, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen en aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.

Artikel 12
1.

Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.

2.

Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 11 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Informatievoorziening, de directeur Mens en Organisatie en de Auditdienst Rijk.

§ 5. Vervanging

Artikel 13
1.

De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal als de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.

2.

De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.

3.

De uit dit besluit voor de directeur Financieel-Economische Zaken voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken, behalve waar het gaat over aangelegenheden met betrekking tot de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Voor die aangelegenheden wordt de directeur Financieel-Economische Zaken vervangen door het MT-lid Begrotingsadvies KGG en Kaderstelling (BKK).

§ 6. Ondertekening bij afwezigheid minister

Artikel 14
1.

Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door deze wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal.

2.

In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt:

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

namens deze:

overeenkomstig het door de minister genomen besluit:

(handtekening)

(naam)

secretaris-generaal

§ 7. Mandaat, volmacht en machtiging aan niet-ondergeschikten

§ 7.1. Dienstonderdelen van het Ministerie van Economische Zaken die ook taken verrichten voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei

Artikel 15
1.

De directie Politieke en Bestuurlijke Zaken, de directie Europese en Internationale Zaken, de directie Financieel-Economische Zaken, de directie Wetgeving en Juridische Zaken, de directie Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering, de directie Communicatie, de directie Informatievoorziening, de directie Mens en Organisatie en de programmadirectie Klaar voor de Toekomst verrichten, ieder voor zich, de aan hen opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken ook voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

2.

De directie Algemene Economische Politiek van het Ministerie van Economische Zaken verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

3.

De directie Regio en Ruimte van het Ministerie van Economische Zaken verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

4.

De Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken verrichten, ieder voor zich, de aan hen opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

§ 7.2. Dienstonderdelen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur die ook taken verrichten voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei

Artikel 16
1.

De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

2.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage, voor zover van toepassing, (ook) voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

§ 7.3. Mandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken

Artikel 17. DGED

Aan de directeur-generaal Economie en Digitalisering van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen ten behoeven van het versterken van het duurzaam economisch groeivermogen van Nederland en het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie en markten door middel van:

Artikel 18. DGBI

Aan de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen ten behoeven van:

Artikel 19. BPZ
1.

Aan de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

2.

De coördinatie van de departementale crisisbeheersing, genoemd in het eerste lid, onderdeel p, wordt verricht door de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Artikel 20. DEIZ

Aan de directeur Europese en Internationale Zaken van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

Artikel 21. WJZ
1.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

2.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de inspecteur-generaal der mijnen.

Artikel 22. TEVEA

Aan de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 23. DC

Aan de directeur Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 24. IV

Aan de directeur Informatievoorziening van het Ministerie van Economische Zaken wordt, voor zover van toepassing, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

Artikel 25. M&O

Aan de directeur Mens en Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt, voor zover van toepassing, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met: het leveren van strategisch advies, diensten, (flexibele) capaciteit en de benodigde ondersteuning en faciliteiten op het gebied van personeel en organisatie, project- en programmamanagement en management- en projectondersteuning, en meer specifiek:

Artikel 26. KvdT

Aan de programmadirecteur Klaar voor de Toekomst van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met het ondersteunen en equiperen van de lijn- en de stafdirecties binnen EZ en KGG bij de volgende ontwikkelopgaven:

Artikel 27. DICTU

Aan de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:

Artikel 28. RVO
1.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt, voor zover van toepassing, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

2.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met de uitvoering van wet- en regelgeving en andere taken op het terrein van klimaat en groene groei, waaronder begrepen: de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, met uitzondering van die besluiten behorend tot het werkterrein van de secretaris-generaal, de directeur-generaal Realisatie Groene Groei, de directeur-generaal Klimaat en Energie, de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken, de directeur Communicatie, de directeur Financieel Economische Zaken en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

3.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures met betrekking tot:

4.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens op zijn werkterrein mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.

5.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.

6.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het detacheren van functionarissen voor functies, waaronder schaal 15 of hoger, in het buitenland betreffende het Landbouw Attachénetwerk (LAN), experts nationaux détachés (END) bij de Europese Commissie, het Innovatie Attachénetwerk (IAN), het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en Internationale Organisaties.

7.

De directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De directeur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

8.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies, die ook beleidsregels kunnen omvatten, te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het zevende lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden. De directeur-generaal kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid om beleidsregels te ondertekenen met betrekking tot de mogelijkheid voor het Centraal Justitieel Incassobureau om als onderdeel van de aan die dienst toevertrouwde innings- en incassowerkzaamheden betalingsregelingen te treffen met het oog op één gecoördineerde dienstverlening aan burgers.

9.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt volmacht en machtiging verleend voor het ter zake van het vorderen van schadevergoeding voegen als benadeelde partij in het strafproces in zaken die betrekking hebben op het werkterrein van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

§ 7.4. Mandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Artikel 29

Aan de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de coördinatie van de departementale crisisbeheersing van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

Artikel 30
1.

Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het uitvoering geven aan hetgeen in de Verordening (EU) nr. 2017/1369 is bepaald ten aanzien van de handhavende maatregelen op het terrein van energie-etikettering.

2.

Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voeren van de KGG brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top.

3.

Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van taken waaronder het verlenen van ontheffingen, het nemen van maatregelen en het doen van aanwijzingen op het terrein van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en de daarmee samenhangende besluiten.

§ 8. Ondermandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Artikel 31
1.

De directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie, de directeur-generaal Economie en Digitalisering, directeur Politieke en Bestuurlijke Zaken, de directeur Europese en Internationale Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering, de directeur Communicatie, de directeur Informatievoorziening, de directeur Mens en Organisatie en de programmadirecteur Klaar voor de Toekomst, allen hoofden van dienst van het Ministerie van Economische Zaken, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

2.

De ondermandaatbesluiten van de functionarissen genoemd in het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

3.

Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.

4.

Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en de Auditdienst Rijk.

Artikel 32
1.

De directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

2.

Het ondermandaatbesluit van de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.

3.

Het ondermandaatbesluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.

4.

Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.

5.

Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en de Auditdienst Rijk.

§ 9. Instructies aan niet-ondergeschikten

Artikel 33

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

Artikel 34
1.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

2.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

3.

Bij ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.

4.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van digitaal geaccordeerde stukken kan als volgt geschieden:

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is digitaal geaccordeerd en bevat daarom geen handtekening.

5.

In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.

§ 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 35

Het Besluit voortzetting mandaat, volmacht en machtiging beleidsterreinen Klimaat en Groene Groei en het Vervangingsbesluit SG KGG 2025 worden ingetrokken.

Artikel 36

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de hoofden van dienst en de Auditdienst Rijk.

Artikel 37
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2025.

2.

Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten op artikel 11 van dit besluit:

Artikel 38

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025.

Bijlage 1. Organisatie van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei

Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei bestaat uit de secretaris-generaal en de directeur Financieel-Economische Zaken en het maakt gebruik van de met het Ministerie van Economische Zaken gedeelde werkorganisatie zoals opgenomen in de Bijlage organisatie van het Ministerie van Economische Zaken bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025. De werkorganisatie maakt daarmee organisatorisch onderdeel uit van het Ministerie van Economische Zaken.

Hoewel de werkorganisatie beheersmatig is opgehangen binnen het Ministerie van Economische Zaken is de secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei verantwoordelijk voor de sturing op de directeuren-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en op de stafdirecties WJZ, FEZ, DC, BPZ, IV en M&O waar het aangelegenheden betreft onder de politieke verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groene Groei.

De secretaris-generaal heeft tot taak de aangelegenheden, genoemd in artikel 4 van dit besluit. Onder de secretaris-generaal ressorteert de directeur Financieel-Economische Zaken. De directeur Financieel-Economische Zaken heeft tot taak de aangelegenheden genoemd in paragraaf III van bijlage 2 bij dit besluit.

Bijlage 2

I. Het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei (DGRGG)

A. Algemeen

B. De directie Transitie Diepe Ondergrond (TDO)

C. De directie Verduurzaming Industrie (VI)

D. De directie Realisatie Energietransitie (RE)

E. Het programma Aanpak Netcongestie (binnen directie Realisatie Energietransitie)

F. Het project Delta Rijn Corridor (binnen directie Realisatie Energietransitie)

II. Het directoraat-generaal Klimaat en Energie (DGKE)

A. Algemeen

B. De directie Strategie Energiesysteem (SE)

C. De directie Energiemarkt (EM)

D. De directie Klimaat (K)

E. De directie Kernenergie (KE)

F. De projectorganisatie Nucleaire Energie Organisatie Nederland (NEO NL)

G. Het cluster Algemene Zaken (AZ)

III. De directie Financieel-Economische Zaken (FEZ)

IV. Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad

V. Het Staatstoezicht op de mijnen

VI. De Dienst Nederlandse Emissieautoriteit

Dit besluit zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.