← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 10 december 2025, nr. WJZ/102570452, tot verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025)

Geldende tekst a fecha 2025-12-19

Handelende met instemming van de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst;

Gezien de schriftelijke instemming van de secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken, en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, allen functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 3

Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:

§ 2. Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten

Artikel 4
1.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

2.

Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, behoren in ieder geval:

3.

Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel j, wordt in ieder geval verstaan:

Artikel 5

Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 6
1.

Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich en voor zover van toepassing, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.

2.

Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein en voor zover van toepassing, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverstrekking.

3.

Aan de directeur-generaal Economie en Digitalisering, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie, de directeur-generaal Realisatie Groene Groei en de directeur-generaal Klimaat en Energie wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017.

4.

Aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels.

5.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienst en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels.

6.

Aan de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van topteams als genoemd in het Instellingsbesluit topteams topsectorenbeleid.

Artikel 7

Aan de directeur Mens en Organisatie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van werknemers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, betreffende:

Artikel 8
1.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

2.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Artikel 9
1.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.

2.

Voorts wordt aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.

3.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het detacheren van functionarissen voor functies, waaronder schaal 15 of hoger, in het buitenland betreffende het Concordaat, het Landbouw Attachénetwerk (LAN), experts nationaux détachés (END) bij de Europese Commissie, het Innovatie Attachénetwerk (IAN), het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en Internationale Organisaties.

4.

De directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De directeur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

5.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies, die ook beleidsregels kunnen omvatten, te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het vierde lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden. De directeur-generaal kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid om beleidsregels te ondertekenen met betrekking tot de mogelijkheid voor het Centraal Justitieel Incassobureau om als onderdeel van de aan die dienst toevertrouwde innings- en incassowerkzaamheden betalingsregelingen te treffen met het oog op één gecoördineerde dienstverlening aan burgers.

6.

Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt volmacht en machtiging verleend voor het in het kader van het vorderen van schadevergoeding voegen als benadeelde partij in het strafproces in zaken die betrekking hebben op het werkterrein van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 10
1.

Aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.

2.

Voorts wordt aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.

§ 3. Instructies

Artikel 11

Mandaat, volmacht en machtiging worden uitgeoefend met inachtneming van:

Artikel 12
1.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

2.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

3.

Bij ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.

4.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van digitaal geaccordeerde stukken kan als volgt geschieden:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is digitaal geaccordeerd en bevat daarom geen handtekening.

5.

In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.

§ 4. Ondermandaat

Artikel 13
1.

De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, colleges en commissies.

2.

De secretaris-generaal kan tevens aan een hoofd van dienst ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor P&O-aangelegenheden van zijn dienst, waarvoor de secretaris-generaal krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen.

3.

De secretaris-generaal kan voorts aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de aangelegenheden op zijn werkterrein, waaronder voor P&O-aangelegenheden.

4.

De secretaris-generaal kan aan de directeur, MT-leden en medewerkers van de directie Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen f en g. De directeur kan, voor zover nog van toepassing, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor deze aangelegenheden aan MT-leden en medewerkers binnen de directie.

5.

De plaatsvervangend secretaris-generaal kan voor wat betreft de bevoegdheden verband houdend met de rol van CIO ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de uitvoerend CIO.

Artikel 14
1.

De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zich, voor hun werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, en 7 tot en met 11, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen en aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.

2.

Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:

3.

De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische zaken toegezonden.

Artikel 15
1.

Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.

2.

Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 14 en 15 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Informatievoorziening, de directeur Mens en Organisatie en de Auditdienst Rijk.

§ 5. Vervanging

Artikel 16
1.

De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.

2.

De uit dit besluit voor de plaatsvervangend secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de plaatsvervangend secretaris-generaal als de secretaris-generaal gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.

3.

De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.

4.

De uit dit besluit voor de directeur Financieel-Economische Zaken voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, behalve waar het gaat over aangelegenheden met betrekking tot de begroting van het Ministerie van Economische Zaken. Voor die aangelegenheden wordt de directeur Financieel-Economische Zaken vervangen door het MT-lid Begrotingszaken EZ en Control (BEC).

§ 6. Ondertekening bij afwezigheid minister

Artikel 17
1.

Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal.

2.

In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

overeenkomstig het door de minister genomen besluit:

(handtekening)

(naam)

secretaris-generaal

§ 7. Mandaat, volmacht en machtiging aan niet-ondergeschikten

§ 7.1. Dienstonderdelen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur die ook taken verrichten voor het Ministerie van Economische Zaken

Artikel 18
1.

De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Economische Zaken.

2.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en de bijlage, voor zover van toepassing, (ook) voor het Ministerie van Economische Zaken.

§ 7.2. Mandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei

Artikel 19

Aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei wordt ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement van het Ministerie van Economische Zaken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017.

Artikel 20

Aan de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de coördinatie van de departementale crisisbeheersing van het Ministerie van Economische Zaken.

Artikel 21

Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voeren van de EZ brede regie en het zorg dragen van de opdrachtverstrekking en de uitvoering op het gebied van ‘specialties’ huisvesting, zoals inspectiekantoren, archiefopslag, laboratoria, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het op basis van rijksbeleid sturen van behoeftestellers op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed met uitzondering van de pied-à-terres van de politieke top.

§ 8. Ondermandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Artikel 22
1.

De directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

2.

Het ondermandaatbesluit van de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.

3.

Het ondermandaatbesluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.

4.

Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.

5.

Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en de Auditdienst Rijk.

§ 9. Instructies aan niet-ondergeschikten

Artikel 23

Mandaat, volmacht en machtiging worden uitgeoefend met inachtneming van:

Artikel 24
1.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

2.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.

3.

Bij ondertekening van stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de minister voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.

4.

Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van digitaal geaccordeerde stukken kan als volgt geschieden:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(naam functionaris)

(functie)

Dit bericht is digitaal geaccordeerd en bevat daarom geen handtekening.

5.

In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.

§ 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 25

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019, het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het programmadirectoraat-generaal Groningen en Ondergrond van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022 en het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging NCG 2022 worden ingetrokken.

Artikel 26

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofden van dienst, en de Auditdienst Rijk.

Artikel 27
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2025.

2.

Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten op artikel 15 van dit besluit:

Artikel 28

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025.

Bijlage. Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken

I. Hoofdstructuur van de organisatie

II. Algemene leiding

III. Het directoraat-generaal Economie en Digitalisering (DGED)

A. Algemeen

B. De directie Algemene Economische Politiek (AEP)

C. De directie Digitale Economie (DE)

D. De directie Mededinging en Consumenten (MC)

E. De directie Nationaal Groeifonds (NGF)

F. Het stafbureau DG

IV. Het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie (DGBI)

A. Algemeen

B. De directie Topsectoren en Industriebeleid (TOP)

C. De directie Innovatie

D. De directie Regio en Ruimte (R&R)

E. De directie Ondernemingsklimaat (O)

F. De eenheid Strategie, Analyse en Advies (SAA)

V. Het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei (DGRGG)

VI. Het directoraat-generaal Klimaat en Energie (DGKE)

VII. De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken (BPZ)

VIII. De directie Europese en Internationale Zaken (DEIZ)

IX. De directie Financieel-Economische Zaken (FEZ)

X. De directie Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ)

XI. De directie Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering (TEVEA)

XII. De directie Communicatie (DC)

XIII. De directie Informatievoorziening (IV)

XIV. De directie Mens & Organisatie (M&O)

XV. De programmadirectie Klaar voor de toekomst

XVI. Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad

Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad staat onder leiding van een secretaris-directeur.

XVII. Het Centraal Planbureau (CPB)

XVIII. De Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

XIX. Het Staatstoezicht op de mijnen (SodM)

XX. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

XXI. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

XXII. De Dienst Nederlandse Emissieautoriteit (Dienst NEa)

Dit besluit zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.