Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 179
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 9.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen

Er zijn geen voorbeelden van categorie II overtredingen.

Artikel 9.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen

1.

U heeft geen of onvoldoende medewerking verleend.

2.

De keuringskaart is niet aanwezig.

3.

Het onterecht afgeven of het onterecht niet afgeven van een certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht.

Hoofdstuk 10. Erkenning wijziging goedkeuring voertuigen

Artikel 10.1. Algemeen

Met de erkenning Wijziging Goedkeuring Voertuigen (WGV) kan een onderneming geregistreerde voertuigen seriematig wijzigen op basis van een door de RDW verleende toestemming. Voor het verkrijgen en behouden van de erkenning is het beschikken over ten minste één geldige toestemming vereist.

De RDW kent bij verlening van een toestemming een WGV-nummer toe. De erkenning brengt voor de houder een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Om de integriteit van het stelsel te waarborgen, houdt de RDW toezicht op de naleving.

Artikel 10.2. Eisen en voorwaarden

Voor het aanvragen en behouden van een WGV-erkenning moet u blijvend beschikken over:

  • a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat u exploitant bent van een onderneming die bedrijfsmatig wijzigingen uitvoert aan de goedkeuring van voertuigen. In afwijking van artikel 2.1, lid 6 van deze beleidsregel overlegt u een met het bewijs van inschrijving in het handelsregister gelijkwaardig document, afgegeven in het land van vestiging voor zover uw bedrijf is gevestigd in het buitenland;
  • b). een werkplaats die voldoet aan de eisen van wet- en regelgeving, waaronder een doelmatige inspectieput of hefinrichting, verlichting, verwarming en afsluitbaarheid;
  • c). de juiste en in deugdelijke staat verkerende apparatuur, meetmiddelen en gereedschappen zoals bepaald in wet- en regelgeving en beleid, inclusief waar nodig een geldig ijkcertificaat;
  • d). ten minste één geldige toestemming tot seriematige wijziging.
  • e). een adequaat systeem van maatregelen en procedures voor een effectieve controle van de werkzaamheden.

Artikel 10.3. Voorschriften

1.

Technische veranderingen in de seriematige wijziging waarvoor toestemming is verleend worden vooraf gemeld aan de RDW.

2.

U bent verantwoordelijk voor het invoeren en op peil houden van het kwaliteitssysteem.

3.

U legt een voornemen tot een technische verandering in een seriematige wijziging vooraf ter beoordeling aan de RDW voor.

4.

U stelt per voertuig vast dat de aangebrachte wijzigingen volledig overeenstemmen met de verleende toestemming.

5.

U vult na wijziging van een voertuig de door de RDW vastgestelde ombouwverklaring volledig en naar waarheid in en zendt deze onmiddellijk aan de RDW.

6.

U zorgt dat voorschriften, specificaties en documentatie binnen het bedrijf beschikbaar en toegankelijk zijn.

7.

U zorgt dat de administratie doelmatig en deugdelijk is en voldoende inzicht biedt in alle fasen van de wijziging.

8.

U bewaart de administratie ten minste tien jaar.

9.

Indien door de aangebrachte wijzigingen een situatie ontstaat waarin voertuigen niet conform zijn aan de verleende toestemming of waarin een ernstig risico voor de veiligheid bestaat, neemt u adequate corrigerende maatregelen en stelt de RDW daarvan onmiddellijk op de hoogte. Ter herkenning en borging van dergelijke situaties legt u marktdeelnemers en klachten gestructureerd vast.

Artikel 10.4. Meldingen en wijzigingen

1.

Wijzigingen in bedrijfsgegevens, contactpersonen of werkplaatslocaties worden onverwijld, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen, aan de RDW gemeld.

2.

De erkenning is niet overdraagbaar. Bij fusie of wijziging van rechtsvorm moet een nieuwe of aangepaste aanvraag worden ingediend.

Artikel 10.5. Toezicht

1.

De RDW houdt toezicht door middel van documentbeoordelingen, audits en steekproeven.

2.

De frequentie en intensiteit van het toezicht worden risicogericht bepaald, waarbij onder meer eerdere bevindingen, klachten en de aard van de werkzaamheden in aanmerking worden genomen.

3.

De RDW kan te allen tijde tussentijds toezicht uitvoeren.

4.

Toezicht kan, indien passend, worden uitgevoerd met inschakeling van door de RDW aangewezen partners.

5.

Correspondentie is in beginsel in het Nederlands. Engelstalige communicatie kan worden toegestaan. In bezwaar en beroep geldt uitsluitend het Nederlands.

6.

Naast op de hoofdvestiging kan toezicht ook plaatsvinden op uw andere bij de RDW bekende productielocaties.

Artikel 10.6. Maatregelen

1.

Bij overtredingen past de RDW een escalatieladder toe: waarschuwing, schorsing of intrekking van de erkenning, afhankelijk van ernst en verwijtbaarheid.

2.

Bij schorsing kan een hersteltermijn worden gesteld van ten hoogste twaalf weken, waarna wijziging of intrekking volgt.

3.

De RDW kan de reikwijdte van de erkenning beperken tot specifieke voertuigen, categorieën of locaties.

Artikel 10.7. Voorbeelden van categorie I overtredingen

1.

U heeft wijzigingen in bedrijfsgegevens onvolledig of te laat gemeld.

2.

Kleine administratieve onvolkomenheden zonder gevolgen voor de technische conformiteit van voertuigen waarbij er sprake is van herstelbare fouten zonder risico voor veiligheid, milieu of rechtszekerheid en er geen benadeling van derden heeft plaatsgevonden.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • a). u heeft de ombouwverklaring volledig en tijdig verzonden, maar bent vergeten te ondertekenen;
  • b). u heeft een typefout gemaakt in de voertuiggegevens (bijv. één cijfer verkeerd in chassisnummer), maar de gegevens zijn correct traceerbaar via overige gegevens;
  • c). u heeft het dossier enkele dagen te laat gearchiveerd, terwijl de RDW de ombouwverklaring al heeft ontvangen;
  • d). u heeft een oud formulier voor de ombouwverklaring gebruikt, terwijl alle verplichte gegevens correct zijn ingevuld;
  • e). u heeft bij digitale archivering de verkeerde bestandsnaam of een verkeerd dossiernummer gebruikt, zonder dat inhoud ontbreekt.

Artikel 10.8. Voorbeelden van categorie II overtredingen

1.

U heeft een overtreding begaan die geen direct veiligheidsrisico betreft, maar deze heeft wél effect op rechtszekerheid of het uitvoeren van toezicht.

2.

U heeft een ombouwverklaring niet onmiddellijk naar de RDW gestuurd, maar de ingestuurde ombouwverklaring is alsnog volledig en correct.

3.

U heeft (delen van) uw kwaliteitssysteem niet of onvolledig op orde.

4.

U maakt gebruik van verouderde apparatuur zonder direct veiligheidsrisico.

5.

U administratie van een batch voertuigen is incompleet waardoor de RDW tijdelijk geen volledig overzicht heeft.

6.

U heeft niet binnen de gestelde termijn een wijziging in uw bedrijfsgegevens of contactpersonen aan de RDW doorgegeven, maar deze is wel achteraf gecorrigeerd.

7.

De apparatuur voor meting aanwezig, maar het ijkcertificaat is verlopen zonder dat dit invloed had op feitelijke werkzaamheden.

8.

U heeft geen actuele versie van de relevante technische documentatie beschikbaar tijdens een controlebezoek.

Artikel 10.9. Voorbeelden van categorie III overtredingen

1.

U heeft een overtreding begaan die bestaat uit een ernstige tekortkoming of niet-naleving van de voorschriften waarbij er sprake is van een directe belemmering voor conformiteit, toezicht of rechtszekerheid. Hierbij is herstel vereist.

2.

U heeft structurele tekortkomingen in uw administratie waardoor voertuigen niet traceerbaar zijn.

3.

U heeft de meldplicht bij technische veranderingen in een seriematige wijziging niet nageleefd.

4.

U kunt de overeenstemming per voertuig met de verleende toestemming niet tonen.

5.

U kunt niet aantonen dat een voertuig conform de verleende toestemming is aangepast.

6.

U heeft gebruik gemaakt van apparatuur die niet geschikt of defect is, met mogelijk foutieve resultaten tot gevolg.

7.

Onjuiste of ontbrekende ombouwverklaring voor één of meer voertuigen in een batch.

8.

U heeft tijdens toezicht voertuigen of documentatie niet ter beschikking gesteld. U had hiervoor geen geldige reden.

Artikel 10.10. Voorbeelden van categorie IV overtredingen

1.

U heeft een overtreding begaan waarbij sprake is van opzettelijk of structureel handelen in strijd met de regels.

2.

U heeft ombouwverklaringen opzettelijk of herhaaldelijk onjuist ingevuld of gemanipuleerd.

3.

U heeft fraude gepleegd met voertuigen of documenten.

4.

U heeft seriematige wijzigingen uitgevoerd zonder geldige toestemming van de RDW.

5.

U bent willens en wetens afgeweken van de goedgekeurde seriematige wijziging (bijv. andere onderdelen toepassen) en heeft dit niet aan de RDW gemeld.

6.

U heeft bij de aanvraag of het toezicht bewust gegevens achtergehouden of vervalst.

7.

U heeft goedkeuringen of verklaringen van wijzigingen afgetekend die feitelijk niet door u zelf zijn uitgevoerd.

8.

U heeft een seriematige wijziging op een voertuig toegepast op een voertuig dat niet is geregistreerd.

Hoofdstuk 11. Erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden

Artikel 11.1. Algemeen

Als erkenninghouder tenaamstellen voertuigen voor derden kunt u met uw landelijk dekkend netwerk van loketten, diensten voor derden aanbieden. Hierbij vervult u een loketfunctie voor burgers en bedrijven voor de volgende RDW diensten:

  • a). Het tenaamstellen van kentekens
  • b). Het schorsen van voertuigverplichtingen
  • c). Het opheffen van de schorsing van voertuigverplichtingen

U heeft de mogelijkheid om de registratie ten aanzien van voertuigverplichtingen te wijzigen. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning.

Artikel 11.2. Eisen en voorwaarden

Voor het aanvragen en behouden van de erkenning tenaamstelling moet:

  • a). u blijvend beschikken over een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • b). u bij de aanvraag van de erkenning voorzien in een loket in ten minste 80% van de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners. In gemeenten waar u geen loket heeft, voorziet u in een loket in de naastgelegen gemeente. Vanaf 2 jaar na verlening van de erkenning voorziet u in ten minste 90% van de gemeenten met meer dan 10.000 inwoners in een loket. Bij gemeenten met minder dan 10.000 inwoners, moet in de naastgelegen gemeente een loket zijn;
  • c). u blijvend beschikken over een kwaliteitsmanagementsysteem. De wijze waarop het kwaliteitsmanagementsysteem is geïmplementeerd, wordt omschreven in een kwaliteitshandboek. In het kwaliteitsmanagementsysteem wordt in ieder geval invulling gegeven aan de gestelde voorschriften over de landelijke dekking, omgaan met gegevens, de gebruikersidentificatie, de opleiding van de personen die de transacties uitvoeren en de beveiligingsrichtlijnen;
  • d). u de goede toegankelijkheid van uw loketten garanderen. U heeft hiertoe aantoonbare voorzieningen of maatregelen getroffen waardoor uw loketten toegankelijk zijn voor mindervaliden;
  • e). u zorgt voor een zekerheidsstelling ter grootte van de (geschatte) omzet van de (te verlenen) tenaamstellingen en schorsingen over 2 maanden. Onder omzet wordt verstaan het totale bedrag dat u aan de RDW verschuldigd bent. Een voorbeeld van een zekerheidsstelling is een bankgarantie.

Artikel 11.3. Voorschriften

1.

U bent verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening. Dit betekent dat u de dienst uitvoert voor eigen rekening en risico.

2.

Ten behoeve van de herkenbaarheid van een loket als een locatie waar men terecht kan voor voertuigtenaamstellingen, schorsingen en opheffen van schorsingen van de voertuigverplichtingen ontvangt u een erkenningssticker van de RDW. U moet deze zichtbaar vanaf de buitenzijde van het loket bevestigen.

3.

U draagt er zorg voor dat elk loket ten minste 5 dagen in de week, 3 uur aaneengesloten geopend is, met uitzondering van nationale feestdagen.

4.

U beschikt over een uitwijkplan in het geval een loket langer dan 24 uur uitvalt. In het uitwijkplan staat beschreven hoe u voor dat loket binnen 48 uur na de (tijdelijke) sluiting, in dezelfde of aangrenzende gemeente de dienst hervat. Bij uitval van een loket, bent u verplicht het uitwijkplan uit te voeren.

5.

U draagt er zorg voor dat u op een uniforme en door de RDW voorgeschreven wijze aansluit en aangesloten blijft op de RDW ICT infrastructuur met geschikte datacommunicatieapparatuur, waarbij voldaan wordt aan de eisen en voorwaarden die de RDW daaraan stelt. Deze zijn dat:

  • a). u beschikt over een door de RDW verstrekt certificaat om een vertrouwde communicatie verbinding met de RDW tot stand te kunnen brengen;
  • b). u elke onder uw certificaat uitgevoerde transactie kunt herleiden tot de medewerker die de transactie volgens het systeem heeft uitgevoerd. Het vereiste beveiligingsniveau is daarbij minimaal gelijk aan het niveau van een gebruikersnaam en wachtwoord combinatie;
  • c). u de gebruikersidentificatie (bijvoorbeeld medewerkers ID) meestuurt bij iedere transactie;
  • d). u het loket waar de transactie wordt uitgevoerd als een uniek gegeven (locatie ID) meestuurt bij iedere transactie.
6.

De gegevens en informatie die u in het kader van de uitvoering van de diensten van deze erkenning verwerkt dan wel waar u inzage in heeft, gebruikt u uitsluitend voor de verlening van de desbetreffende dienst. Dit geldt voor u als erkenninghouder, uw loketten en andere, onder uw verantwoordelijkheid vallende en door u ingezette partijen.

7.

U voldoet aan de volgende beveiligingseisen:

  • a). u zorgt ervoor dat de documenten met gevoelige informatie die zijn achtergebleven bij een loket, direct na de transactie worden vernietigd. Wanneer dit niet mogelijk is dan vernietigt u de documenten zo snel mogelijk na de transactie maar in elk geval dezelfde dag;
  • b). u beschikt over beveiligingsrichtlijnen voor medewerkers, waaronder instructies veilig gebruik applicaties, veilig gebruik wachtwoorden, omgang met RDW informatie en herkenning/melding van beveiligingsincidenten. Deze richtlijnen zijn aan de medewerkers van de loketten bekend gemaakt;
  • c). veiligheidsincidenten met betrekking tot de transacties meldt u onmiddellijk aan de RDW.
8.

U bent verplicht om de RDW leges afzonderlijk op de factuur voor de klant te vermelden. U mag voor het uitvoeren van de tenaamstellings- en schorsingshandelingen naast de leges die u verschuldigd bent aan de RDW, kosten in rekening brengen aan de klant tot het maximaal vastgestelde bedrag dat als zodanig is gepubliceerd in de Regeling tarieven van de RDW.

9.

U moet voldoende beheersingsmaatregelen inrichten om de integriteit van de uitvoering van de dienstverlening te borgen. Dit houdt in dat u moet handelen in overeenstemming met het goedgekeurde kwaliteitshandboek.

10.

U moet iedere wijziging met betrekking tot het voldoen aan de criteria voor uitvoering van de dienstverlening direct na bekend worden, aan de RDW te melden. Dit geldt ook bij substantiële wijziging(en) van het kwaliteitshandboek.

11.

Jaarlijks, binnen 2 maanden na afronding van het kalenderjaar, laat u een door u aangewezen registeraccountant (RA) een rapport verstrekken aan de RDW waarin staat aangegeven of u voldoet aan de eisen en voorschriften zoals vermeld in dit hoofdstuk.

12.

Het rapport van de accountant over het voorgaande kalenderjaar dient ieder jaar uiterlijk op 1 april door de RDW te zijn ontvangen.

13.

U bent verantwoordelijk voor de kwaliteit van de dienstverlening en draagt er zorg voor dat de medewerkers die de transacties verrichten aantoonbare kennis hebben op het gebied van documentherkenning en identiteitsvaststelling. Ter ondersteuning hierbij stelt de RDW een e-learning module aan u beschikbaar over documentherkenning en identiteitsvaststelling

14.

Bij elk loket is actuele documentatie beschikbaar over de tenaamstellingsapplicatie, procedures en handleidingen ten behoeve van de geautoriseerde medewerkers van een loket.

15.

De documentatie als bedoelt in lid 16 wordt bij geen gebruik opgeborgen in een afsluitbare voorziening.

Artikel 11.4. Toezicht

1.

Het toezicht vindt plaats door middel van de controle van het rapport van de accountant, administratieve controles en indien nodig fysieke controles.

2.

U stelt de relevante administratie binnen de door de RDW gestelde termijn ter beschikking aan de RDW. Dit houdt onder andere in dat:

  • a). u een door u aangewezen registeraccountant (RA) een rapport laat verstrekken aan de RDW waarin met voldoende toelichting staat aangegeven of u voldoet aan de criteria zoals vermeld onder dit hoofdstuk. Een steekproefomvang van minimaal 5% van de loketten, verspreid door heel Nederland en verschillend in omvang gedaan is. Deze omvang is bedoeld om met een redelijke mate van zekerheid vast te kunnen stellen of u voldoet aan de gestelde voorschriften.
  • b). criteria zoals de landelijke dekking in zijn geheel worden gecontroleerd. Als uit het rapport van de accountant blijkt dat u aan één of meerdere criteria niet voldoet, dan moet u binnen de door de RDW aangegeven termijn aantoonbaar maatregelen treffen om dit te herstellen, zodat u wel voldoet aan de gestelde eisen en voorschriften. Uiteindelijk kan het niet voldoen aan de eisen en voorschriften gevolgen hebben voor uw erkenning.
  • c). u naar aanleiding van een schriftelijk verzoek van de RDW binnen één week na dagtekening van dat verzoek het loket aanspreekt waar een handeling is uitgevoerd die niet in lijn is met de afspraken. RDW ontvangt hiervan een terugkoppeling.
  • d). u op verzoek van de RDW een actueel Excel bestand van loketten met minimaal kolommen met locatie ID, plaatsnaam, straatnaam met huisnummer en postcode kunt overleggen. De RDW kan hiermee een controle uitvoeren of u (nog) voldoet aan de landelijke dekkingseis.
  • e). u op verzoek van de RDW kunt aantonen dat een zekerheidsstelling ter grootte van de omzet over 2 maanden (te weten 1 facturerings- plus 1 betaaltermijn) aanwezig is.
3.

Als de RDW op basis van geconstateerde fouten u aangeeft direct passende maatregelen te nemen om het geconstateerde te herstellen dan wel herhaling te voorkomen dan dient u hier gehoor aan te geven. U bent verplicht om de genomen maatregelen op verzoek aan de RDW te tonen.

4.

U moet medewerking verlenen aan een Toezichthouder Bedrijven van de RDW bij een bezoek aan u of één van uw loketten.

Artikel 11.5. Voorbeelden van overtredingen

Voor overtredingen geldt dat er geen indeling in categorieën wordt toegepast. Voor de erkenning Tenaamstellen voertuigen voor derden wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het stroomschema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.

Voorbeelden van overtredingen zijn:

    1. De misprinten van vrijwaringsbewijzen, tenaamstellingsverslagen en/of schorsingsverslagen zijn niet vernietigd.
    1. Het ontvangen machtigingsformulier is niet meteen na de tenaamstelling teruggegeven aan de klant die aan de balie staat.
    1. De tenaamstelling heeft niet op het loket (dat door de erkenninghouder is aangewezen) plaatsgevonden.
    1. Het uitvoeren van een tenaamstelling terwijl het machtigingsformulier niet was ondertekend.
    1. Het uitvoeren van een tenaamstelling zonder dat de persoon op wiens naam het voertuig is tenaamgesteld daar toestemming of goedkeuring voor heeft verleend.
    1. Indien bij het voertuig een papieren kentekenbewijs aanwezig is: Het doen van een tenaamstelling zonder dat bijbehorend deel IB (tenaamstellingsbewijs of bedrijfsvoorraad deel 1B) en/of deel II (kopie deel III/ overschrijvingsbewijs) aanwezig is.
    1. Indien bij het voertuig een papieren kentekenbewijs aanwezig is: Het tenaamstellingsbewijs of bedrijfsvoorraad deel 1B en het deel II (kopie deel III/overschrijvingsbewijs) zijn niet ontwaard en/of teruggegeven.
    1. Indien bij het voertuig een kentekencard aanwezig is: De kentekencard is niet ontwaard en/of teruggegeven.
    1. Tenaamstellingsverslag en/of vrijwaringsbewijs is niet overhandigd aan de aanvrager.
    1. Het schorsingsverslag is niet overhandigd aan de aanvrager van de schorsing.
    1. Het rijbewijs van de aanvrager is niet gecontroleerd.
    1. Bij de tenaamstelling is de dienstenpas van het gemachtigde erkende bedrijf niet gecontroleerd.
    1. Uit het rapport van de registeraccountant blijkt dat u aan één of meerdere criteria niet voldoet en u heeft niet binnen de door de RDW aangegeven termijn aantoonbaar maatregelen heeft getroffen zodat u wel voldoet aan de gestelde eisen en voorschriften.

Hoofdstuk 12. Erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad

Artikel 12.1. Algemeen

Met deze erkenning kunt u voertuigen tenaamstellen die in uw bedrijfsvoorraad staan of die tot een importeursvoorraad behoren. Dit betekent dat u na de verkoop van een voertuig uit uw bedrijfsvoorraad of een voertuig dat nog niet is tenaamgesteld en behoort tot een importeursvoorraad, een kenteken op naam van de nieuwe eigenaar/houder (natuurlijke – en rechtspersonen) kunt overschrijven.

U controleert het legitimatiebewijs, stelt een machtiging of wilsverklaring op, ziet erop toe dat deze door de juiste persoon wordt ondertekend en vraagt namens deze persoon een tenaamstelling van een voertuig aan bij de RDW. Door de tenaamstelling wordt de nieuwe eigenaar/houder verantwoordelijk voor het voertuig en kan daarmee ook verantwoordelijk zijn voor voertuigverplichtingen zoals het betalen van de motorrijtuigenbelasting, verzekering van het voertuig of dat het voertuig APK goedgekeurd is. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning Tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad.

Artikel 12.2. Eisen en voorwaarden

Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad moet u blijvend beschikken over:

  • a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat u handelsactiviteiten met betrekking tot voertuigen verricht;
  • b). uw bedrijf is gevestigd in Nederland;
  • c). een goed afsluitbare voorziening op uw bedrijfsadres die voldoende bescherming biedt tegen inbraak, diefstal en brand en niet eenvoudig verplaatst kan worden voor het bewaren van de ondertekende wilsverklaringen en machtigingen. Dit mag ook een digitale opslagmogelijkheid zijn die dusdanig beveiligd is dat onbevoegden geen toegang hebben tot de digitale bewaarplaats, er een recente back-up beschikbaar is, de back-up beveiligd is zodat onbevoegden geen toegang hebben tot de gegevens, de wilsverklaring goed leesbaar is, de handtekening duidelijk herkenbaar is;
  • d). een printer die A-4 formaat kan printen. De printer gebruikt u voor het printen van de digitale machtigingen/wilsverklaringen, tenaamstellingsverslagen en vrijwaringsbewijzen.

Artikel 12.3. Deelerkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad

1.

Een deelerkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad te brengen. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.

2.

De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.

3.

De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.

4.

De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar de voertuigen die daar zijn tenaamgesteld en naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.

5.

In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.

Artikel 12.4. Voorschriften

1.

U stelt alleen voertuigen op naam die tot een importeursvoorraad behoren of uw bedrijfsvoorraad.

2.

Voorafgaand aan de tenaamstelling van een voertuig voor een natuurlijke persoon controleert u het geldige originele Nederlandse rijbewijs van de persoon die het voertuig op naam krijgt.

3.

Na controle van het originele Nederlandse rijbewijs en voorafgaand aan de tenaamstelling van een voertuig op naam van een natuurlijke persoon, maakt u de wilsverklaring op en tekent de persoon deze onder uw toeziend oog.

4.

Voorafgaand aan de tenaamstelling van een voertuig voor een rechtspersoon controleert u het Nederlandse rijbewijs van de tekenbevoegde van de rechtspersoon en het uittreksel van de KvK om na te gaan of deze persoon bevoegd is om namens de rechtspersoon de tenaamstelling aan te vragen.

5.

Na controle van het originele Nederlandse rijbewijs en voorafgaand aan de tenaamstelling van een voertuig op naam van een rechtspersoon maakt u de machtiging op en tekent de tekenbevoegde persoon de machtiging.

6.

U verricht de tenaamstelling niet eerder dan dat u de ingevulde en ondertekende wilsverklaring dan wel machtiging in uw bezit heeft.

7.

U geeft bij de tenaamstelling de tellerstand van het voertuig op zoals deze op het moment van de tenaamstelling is af te lezen in het voertuig. Ook in het geval er bijvoorbeeld sprake is van een lege accu die opgeladen moet worden of (tijdelijk) vervangen, moet u zorgen dat u voor de tenaamstelling alsnog de juiste tellerstand kunt aflezen en in het scherm kunt invullen.

8.

Nadat de tenaamstelling heeft plaatsgevonden overhandigt u het tenaamstellingsverslag aan de nieuwe eigenaar/houder. Bent u zelf de eigenaar/houder van het voertuig dan kunt het overhandigen van het tenaamstellingsverslag achterwege laten.

9.

Heeft u een Opdracht tot Tenaamstelling van een erkenninghouder Voorbehoud en Verplichtingen ontvangen dan gebruikt u deze bij het opmaken van de wilsverklaring dan wel de machtiging.

10.

U bewaart de wilsverklaringen en machtigingen in de afsluitbare voorziening op uw bezoekadres. Wilsverklaringen en machtigingen die via een digitale dienst van de RDW zijn ondertekend hoeven niet bewaard te worden.

11.

Als u de wilsverklaringen en machtigingen digitaal bewaart dan is de digitale opslag dusdanig beveiligd dat onbevoegden geen toegang hebben tot de digitale bewaarplaats, er een recente back-up beschikbaar is, de back-up beveiligd is zodat onbevoegden geen toegang hebben tot de gegevens, de wilsverklaring goed leesbaar is, de handtekening duidelijk herkenbaar is en de gevraagde wilsverklaring of machtiging binnen redelijke termijn aan de Toezichthouder Bedrijven getoond kan worden.

12.

U bewaart de wilsverklaringen en machtigingen minimaal 1 jaar en maximaal 2 jaar. Na die periode vernietigt u de documenten op een zodanige wijze dat persoonsgegevens niet meer te achterhalen zijn.

Artikel 12.5. Toezicht

1.

Tijdens de controle moet u van alle tenaamstellingen de relevante administratie, wilsverklaringen, machtigingen en alle overige gevraagde informatie ter beschikking stellen aan de Toezichthouder Bedrijven.

Artikel 12.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen

1.

U heeft een tenaamstelling uitgevoerd zonder het originele Nederlandse rijbewijs te controleren.

2.

U heeft de wilsverklaringen of machtigingen die niet met DigiD of eHerkenning zijn ondertekend niet bewaard gedurende 1 jaar na de tenaamstelling. Hieronder valt ook dat u de wilsverklaring of machtiging niet aan de Toezichthouder Bedrijven kunt tonen.

3.

U heeft de wilsverklaring of machtiging niet opgeborgen in de afsluitbare voorziening of, als er sprake is van digitale opslag, voldoet de opslag niet aan de gestelde eisen.

4.

U heeft de wilsverklaringen of machtigingen niet direct na de bewaarperiode van 2 jaar vernietigd of niet vernietigd op een zodanige wijze dat de persoonsgegevens niet meer te herleiden zijn.

5.

U heeft het tenaamstellingsverslag niet direct overhandigd aan de nieuwe eigenaar/houder van het voertuig.

6.

U heeft niet binnen 1 werkdag (waarbij wordt uitgegaan van 24 uur na het bezoek van de toezichthouder) een correctieverzoek ingediend bij een constatering dat u een onjuiste tellerstand of onterecht geen tellerstand heeft opgegeven.

Artikel 12.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen

1.

Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.

2.

De wilsverklaring of machtiging is niet voorafgaand aan de tenaamstelling voorgelegd dan wel ondertekend door de nieuwe eigenaar/houder van het voertuig.

3.

De wilsverklaring of machtiging is ondertekend door een ander dan de nieuwe eigenaar/houder, tekenbevoegde of diens gemachtigde.

Artikel 12.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen

Er zijn geen voorbeelden van categorie III overtredingen

Hoofdstuk 13. Erkenning export

Artikel 13.1. Algemeen

Met deze erkenning kunt u voertuigen vanaf uw bedrijfsadres online aan de RDW melden voor export. U controleert het (buitenlandse) legitimatiebewijs, geeft een kenteken deel II af en vernietigt de bij het voertuig behorende kentekenplaten volgens de voorschriften. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning Export.

De erkenning export is een samenvoeging van de bevoegdheid OREH en de erkenning ED (voor 2026). Bij het bepalen van de sanctie wordt gekeken naar de laatste overtreding in de afgelopen 24 maanden.

De erkenning mag alleen vanaf een adres dat is gelegen in Nederland worden uitgevoerd.

Artikel 13.2. Eisen en voorwaarden

Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning Export moet u blijvend beschikken over:

  • a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) waaruit blijkt dat u de registratie export regelt.
  • b). een bedrijfsadres dat in Nederland is gelegen waar u klanten kunt ontvangen. Hier doet u de registratie van export en bewaart u uw administratie.
  • c). een goedgekeurde kluis. De kluis is geschikt voor opslag van blanco kentekenbewijzen deel II (A-4 formaat) en voldoet aantoonbaar minimaal aan de Europese norm EN 14 450 Securitylevel 1.
  • d). een goed werkende printer waarmee u A4-formaat papier kan printen.

Artikel 13.3. Deelerkenning Export

1.

Een deelerkenning Export kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning te brengen. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.

2.

De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.

3.

De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.

4.

De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar de voertuigen die daar voor export aangemeld zijn en naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.

5.

In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.

6.

Als de erkenning van een hoofd- of nevenvestiging voor bepaalde tijd wordt ingetrokken, mogen daar tijdens die periode geen activiteiten plaatsvinden die te maken hebben met de erkenning export. Dit betekent dat u de blanco kentekendelen II die aan de ingetrokken vestiging zijn verstrekt niet op andere vestigingen van uw bedrijf mag gebruiken.

Artikel 13.4. Voorschriften

1.

U voert de werkzaamheden alleen uit vanaf het bezoekadres zoals dit bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven. U wordt er met klem op gewezen dat u de erkenning niet ‘onderweg’ mag uitvoeren. Dit betekent dat personen die door u een export willen (laten) melden, met hun originele legitimatiebewijs, de kentekenplaten en het kentekenbewijs van het voertuig persoonlijk op uw bedrijfsadres verschijnen.

2.

U controleert het originele legitimatiebewijs van de persoon die het voertuig naar het buitenland brengt (exporteur) door de foto op het legitimatiebewijs te vergelijken met de aanvrager die voor u staat.

3.

U vult alle gegevens correct in. Dit geldt ook voor de lamineercode van de kentekenplaten voor zover u de verplichting van de RDW heeft gekregen om deze op te geven en de tellerstand van het voertuig.

4.

U geeft bij de melding voor export de tellerstand van het voertuig op zoals deze op het moment van de aanmelding is af te lezen in het voertuig. Ook in het geval er bijvoorbeeld sprake is van een lege accu die opgeladen moet worden of (tijdelijk) vervangen, moet u zorgen dat u voor de aanmelding voor export alsnog de juiste tellerstand kunt aflezen en in het scherm kunt invullen.

5.

U haalt het blanco kentekenbewijs deel II niet eerder uit de kluis dan dat u na de controle van het legitimatiebewijs en de ontvangst van het kentekenbewijs en de bij het voertuig behorende kentekenplaten, het voertuig voor export meldt.

6.

U geeft het originele kentekenbewijs deel II altijd mee aan de persoon die op het kenteken deel II staat. Dit doet u direct nadat u het voertuig heeft gemeld voor export.

7.

U stuurt een digitale kopie van een verkeerd geprint kentekenbewijs delen II onmiddellijk naar de RDW en vernietigt het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II daarna onmiddellijk.

8.

U maakt de kentekenplaten onmiddellijk onbruikbaar op de door de RDW voorgeschreven wijze nadat het voertuig voor export is gemeld.

9.

U bewaart de doorgeknipte kentekenplaten van de laatste 10 exportmeldingen op de door de RDW voorgeschreven wijze en toont deze op verzoek van de toezichthouder.

10.

U bewaart de doorgeknipte kentekenplaten op een niet voor anderen toegankelijke plaats op uw bedrijfsadres.

11.

U geeft het ontwaarde kentekenbewijs en het vrijwaringsbewijs mee aan degene die op het kentekenbewijs deel II staat.

12.

U stuurt alle nog niet gebruikte kentekendelen II naar de RDW als uw erkenning is beëindigd.

Artikel 13.5. Toezicht

1.

Tijdens de controle moet u de doorgeknipte kentekenplaten van de laatste 10 exportmeldingen, de blanco kentekendelen II, de relevante administratie en alle overige gevraagde informatie ter beschikking stellen aan de Toezichthouder Bedrijven.

2.

Als daartoe aanleiding bestaat kan de RDW van u eisen dat u voor de periode van 3 maanden de lamineercodes van de ingenomen kentekenplaten opgeeft. Dit is het geval wanneer is geconstateerd dat u kentekenplaten niet heeft ingenomen en vernietigd of niet kan tonen waardoor de indruk bestaat dat u de kentekenplaten niet heeft ingenomen en vernietigd.

Artikel 13.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen

1.

U heeft de erkenning Export op een niet (deel-)erkende vestiging van uw bedrijf gebruikt.

2.

U heeft de export van voertuigen niet op uw bedrijfsadres gemeld.

3.

U heeft het kopie proces-verbaal van diefstal van kentekenplaten niet maximaal 3 jaar na de exportmelding vernietigd.

4.

U heeft de kentekenplaat niet op de voorgeschreven wijze onbruikbaar gemaakt.

5.

U heeft bij de melding voor export niet de tellerstand van het voertuig opgegeven zoals deze op het moment van de aanmelding is af te lezen in het voertuig. Ook in het geval er bijvoorbeeld sprake is van een lege accu die opgeladen moet worden of (tijdelijk) vervangen, moet u zorgen dat u voor de aanmelding voor export alsnog de juiste tellerstand kunt aflezen en in het scherm kunt invullen.

Artikel 13.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen

1.

Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.

2.

U heeft een voertuig voor export aangemeld terwijl de bij het voertuig behorende kentekenplaat of kentekenplaten niet bij het voertuig aanwezig waren.

3.

U heeft niet meteen na het aanmelden voor export de kentekenplaten onbruikbaar gemaakt.

4.

U kunt de te bewaren onbruikbaar gemaakte kentekenplaat niet tonen. Hieronder valt ook het verkeerd bewaren van de onbruikbaar gemaakte kentekenplaten, waardoor tijdens een controle niet meteen duidelijk is welke delen van de kentekenplaten bij elkaar horen.

5.

De kentekenplaten of een kopie proces-verbaal van diefstal van kentekenplaten waren/was niet aanwezig bij aanmelding voor export.

6.

U kunt de kopie proces-verbaal van diefstal kentekenplaten dat korter dan 2 jaar geleden voor export is gemeld niet tonen.

7.

U heeft het kenteken deel II voor export niet meegegeven aan degene die op het kenteken deel II staat.

8.

U heeft niet alle delen van het papieren kentekenbewijs (deel I A en tenaamstellingsbewijs/bedrijfsvoorraad deel I B) of de kentekencard meegegeven aan degene die het voertuig naar het buitenland brengt.

9.

U heeft de blanco kentekendelen II die door de RDW aan u zijn verstrekt niet opgeborgen in de afgesloten kluis.

10.

U heeft een of meerdere blanco kentekendelen II die door de RDW aan u zijn verstrekt uitgeleend.

11.

U heeft gebruik gemaakt van blanco kentekendelen II die niet door de RDW aan u zijn verstrekt.

12.

U heeft de digitale kopie van een verkeerd geprint kentekenbewijs delen II niet onmiddellijk naar de RDW gestuurd.

13.

U heeft het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II niet onmiddellijk na het insturen van het verkeerd geprinte kentekenbewijs deel II naar de RDW, vernietigd.

14.

U heeft bij de opgelegde verplichting om bij de aanmelding voor export de lamineercode(s) op te geven een lamineercode ingevoerd die niet overeenkomt met de lamineercode van de bij het voertuig behorende kentekenplaat.

Artikel 13.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen

1.

U heeft een voertuig voor export gemeld terwijl u weet of behoorde te weten dat het voertuig gedemonteerd is of gedemonteerd wordt.

2.

U heeft de vermissing van een blanco kentekendeel II niet aan de RDW gemeld.

3.

U heeft de opgelegde verplichting om bij de aanmelding voor export de lamineercode(s) van de bij het voertuig behorende kentekenplaten op te geven, niet opgevolgd.

Artikel 13.9. Voorbeelden van categorie IV overtredingen

1.

U heeft opzettelijk gegevens op het kentekendeel II opgenomen of op dusdanige wijze aangepast waardoor de indruk wordt gewekt dat het om een geldig kenteken gaat.

Hoofdstuk 14. Erkenning handelaarskenteken

Artikel 14.1. Algemeen

Met deze erkenning mag u met een voertuig uit uw bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad op de openbare weg rijden voor bijvoorbeeld een proefrit. Dit mag ook als u in opdracht van een klant een voertuig haalt, brengt of test bij bijvoorbeeld een reparatie of poetsbeurt. Het handelaarskenteken moet verzekerd zijn. Een uitzondering hierop is het handelaarskenteken voor aanhangwagens/opleggers omdat deze zijn verzekerd achter het trekkende voertuig. Naast grote voordelen brengt een handelaarskenteken dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw handelaarskenteken.

U kunt de erkenning handelaarskenteken krijgen als uw voldoet aan de eisen en voorwaarden.

Gebruikers van het handelaarskentekenbewijs zijn in twee categorieën ingedeeld:

    1. Voor bedrijven die een handelaarskenteken bezitten maar die GEEN erkenning bedrijfsvoorraad, erkenning inschrijven zonder onderzoek of erkenning inschrijven met onderzoek hebben, geldt dat u heeft aangetoond dat u exploitant bent van een onderneming waarin reparaties, herstelwerkzaamheden of poetswerkzaamheden aan voertuigen kunnen worden uitgevoerd. U mag uw handelaarskentekenbewijs alleen gebruiken voor:
  • a). het halen en brengen van voertuigen voor herstel of poetsen;
  • b). het beoordelen of het herstel goed is uitgevoerd.
    1. Voor de bedrijven die een handelaarskenteken bezitten en die WEL een erkenning bedrijfsvoorraad, een erkenning inschrijven zonder onderzoek of een erkenning inschrijven met onderzoek hebben, geldt dat u het handelaarskenteken alleen mag gebruiken voor voertuigen uit uw bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad. Dit betekent dat u het handelaarskentekenbewijs alleen mag gebruiken voor:
  • a). een proefrit ten behoeve van verkoop van het voertuig waarop het handelaarskenteken gevoerd wordt;
  • b). het ophalen of brengen van een voertuig dat is bestemd voor verhuur of lease en dat in uw bedrijfsvoorraad is opgenomen;
  • c). het ophalen van een voertuig in Nederland, België of Luxemburg dat u aantoonbaar heeft gekocht voor uw eigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad;
  • d). het aantoonbaar afleveren van een voertuig uit uw bedrijfsvoorraad in Nederland, België of Luxemburg dat u aantoonbaar gaat verkopen;
  • e). het aantoonbaar halen en brengen van een voertuig dat in uw bedrijfsvoorraad is of importeursvoorraad is opgenomen naar bijvoorbeeld de autospuiter, poetser of garage.

Artikel 14.2. Deelerkenning Handelaarskenteken

1.

Een deelerkenning Handelaarskenteken kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning handelaarskenteken te brengen. Hiermee kunt u een handelaarskenteken gebruiken vanaf de vestiging waaraan het handelaarskenteken is afgegeven. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.

2.

De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.

3.

De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.

4.

De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar het afgegeven handelaarskentekenbewijs en de bijbehorende -kentekenplaten en naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.

5.

In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.

Artikel 14.3. Eisen en voorwaarden

Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning handelaarskenteken moet u blijvend beschikken over:

  • a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat uw bedrijf in Nederland is gevestigd en u voertuigen bedrijfsmatig in- en verkoopt, verhuurt of in lease geeft aan anderen (als u ook een erkenning bedrijfsvoorraad, een erkenning inschrijven met onderzoek of een erkenning zonder onderzoek heeft) of waaruit blijkt dat u voertuigen repareert, hersteld of poetst in opdracht van iemand anders (als u geen erkenning bedrijfsvoorraad heeft);
  • b). een goed afsluitbare voorziening op uw bedrijfsadres die voldoende bescherming biedt tegen inbraak, diefstal en brand en niet eenvoudig verplaatst kan worden voor het bewaren van uw handelaarskentekenbewijs en de bijbehorende kentekenplaten.

Beschikt u niet over een erkenning bedrijfsvoorraad, een erkenning inschrijven met onderzoek of een erkenning inschrijven zonder onderzoek dan moet u naast de eisen die gesteld worden onder a en b, op dit bedrijfsadres ook een overdekte en af te sluiten ruimte hebben waar u onder alle weersomstandigheden de werkzaamheden waarvoor u het handelaarskenteken heeft, kunt uitvoeren.

Artikel 14.4. Voorschriften

1.

U gebruikt het handelaarskenteken uitsluitend voor het doel dat u aan de RDW heeft opgegeven.

2.

U heeft alleen handelaarskentekenplaten in bezit die voldoen aan de eisen die gesteld worden in de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.

3.

U heeft het handelaarskenteken voor motorvoertuigen verzekerd.

4.

U gebruikt het handelaarskenteken uitsluitend vanaf het bezoekadres waarop u bij de Kamer van Koophandel bent ingeschreven. Het is dus niet toegestaan om het handelaarskenteken op een ander adres zoals bijvoorbeeld een stallingslocatie te bewaren.

5.

Bij geen gebruik bergt u het handelaarskenteken en bijbehorende kentekenbewijs op in de afsluitbare voorziening op uw bedrijfsadres.

6.

U gebruikt het handelaarskenteken uitsluitend op voertuigen die voldoen aan de permanente eisen zoals beschreven in de Regeling Voertuigen (hoofdstuk 5).

7.

U gebruikt het handelaarskenteken uitsluitend op voertuigen die in uw bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad zijn opgenomen of die door derden aan u ter beschikking zijn gesteld voor herstel, reparatie of poetsen.

8.

Bij gebruik van de handelaarskentekenplaat of -platen zorgt u ervoor dat het originele handelaarskentekenbewijs in of bij het voertuig aanwezig is.

9.

Bij gebruik bevestigt u de kentekenplaten op de daarvoor bestemde plaats op of aan het voertuig. U gebruikt het model kentekenplaat die voor dat voertuig is toegestaan.

10.

Bij gebruik van het handelaarskenteken vervoert u geen goederen of mensen tenzij dit aantoonbaar gebeurt in het kader van beproeving van het desbetreffende voertuig.

11.

U parkeert een voertuig dat is voorzien van handelaarskentekenplaten niet op de openbare weg.

12.

Bij vermissing, diefstal of verlies van een handelaarskentekenplaat of een handelaarskentekenbewijs maakt u onmiddellijk melding bij de RDW op de door de RDW voorgeschreven wijze. U maakt daarna geen gebruik meer van dit handelaarskenteken.

13.

Bij vermissing, diefstal of verlies van één of meerdere handelaarskentekenplaten stuurt u het daarbij behorende handelaarskentekenbewijs onmiddellijk terug naar de RDW en vernietigt de overige bij dit kenteken behorende kentekenplaten.

14.

Bij vermissing, diefstal of verlies van het handelaarskentekenbewijs vernietigt u onmiddellijk alle bij dit kenteken behorende kentekenplaten.

15.

U leent uw handelaarskentekenbewijs en/of -kentekenplaten niet uit aan anderen.

16.

U maakt geen gebruik van een aan u uitgeleend handelaarskentekenbewijs en/of -kentekenplaten.

17.

U heeft niet meer dan het aantal toegestane handelaarskentekenplaten.

Artikel 14.5. Toezicht

1.

Tijdens de controle toont u de aan u afgegeven handelaarskentekenbewijzen en de bijbehorende -kentekenplaten.

2.

Als tijdens de controle een of meerdere handelaarskentekenbewijzen en bijbehorende -kentekenplaten gebruikt worden dan toont u aan welk voertuig hiervan gebruik maakt en in het kader van welke bedrijfsactiviteit.

3.

De erkenning handelaarskenteken kan worden geschorst of voor bepaalde tijd ingetrokken. Hierdoor zijn alle aan u afgegeven handelaarskentekens tijdelijk niet geldig en mogen niet gebruikt worden. Maakt u gedurende de schorsing of de intrekking toch gebruik van een aan u afgegeven handelaarskenteken dan wordt uw erkenning handelaarskenteken ingetrokken voor onbepaalde tijd. Wordt de erkenning handelaarskenteken voor onbepaalde tijd ingetrokken dan worden alle aan u afgegeven handelaarskentekens ongeldig verklaard.

Artikel 14.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen

1.

U bent in het bezit van meer dan het aantal toegestane handelaarskentekenplaten.

2.

U bent in het bezit van onjuiste kentekenplaten met daarop het handelaarskentekennummer.

Artikel 14.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen

1.

Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.

2.

U kunt het handelaarskentekenbewijs niet tonen op het bedrijfsadres waaraan het handelaarskenteken is afgegeven terwijl er geen gebruik van wordt gemaakt vanwege de bedrijfsactiviteiten.

3.

U heeft het handelaarskentekenbewijs en/of de handelaarskentekenplaten niet in de afgesloten afsluitbare voorziening op uw bedrijfsadres opgeborgen terwijl er geen gebruik van wordt gemaakt.

4.

U heeft de vermissing, het verlies of de diefstal van het handelaarskentekenbewijs en/of de handelaarskentekenplaten niet onmiddellijk aan de RDW gemeld.

5.

U heeft het handelaarskentekenbewijs en/of de handelaarskentekenplaten uitgeleend aan een andere erkenninghouder of aan een andere (deel erkende) vestiging van uw bedrijf.

6.

U heeft gebruik gemaakt van het handelaarskentekenbewijs en/of de handelaarskentekenplaten die u heeft geleend van een andere erkenninghouder of van een andere (deel erkende) vestiging van uw bedrijf.

7.

U heeft het handelaarskentekenbewijs niet meegeven terwijl de handelaarskentekenplaten zijn gebruikt.

8.

U heeft een voertuig voorzien van handelaarskentekenplaten geparkeerd op de openbare weg.

Artikel 14.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen

1.

U heeft het handelaarskenteken gebruikt voor zaken die niet worden gedaan in het kader van de bedrijfsactiviteiten waarvoor het handelaarskenteken is afgegeven.

2.

U heeft het handelaarskenteken gebruikt op een voertuig dat niet tot uw bedrijfsvoorraad behoort.

3.

U heeft het handelaarskenteken gebruikt op een voertuig dat niet ter bewerking, herstel of poetsen aan u is aangeboden door een ander.

Artikel 14.9. Voorbeelden van categorie IV overtredingen

1.

U bent in het bezit en hebt gebruik gemaakt van onjuiste kentekenplaten met daarop het handelaarskentekennummer en u vernietigt deze niet onmiddellijk op verzoek van de Toezichthouder Bedrijven.

2.

U heeft ondanks de aanwijzing van de RDW uw handelaarskenteken(s) voor motorvoertuigen niet verzekerd.

3.

U heeft ondanks de aanwijzing van de RDW dat u uw handelaarskenteken(s) tijdelijk niet mocht gebruiken omdat uw erkenning is geschorst of tijdelijk is ingetrokken, toch gebruik gemaakt van een handelaarskenteken.

Hoofdstuk 15. Erkenning bedrijfsvoorraad

Artikel 15.1. Algemeen

Met deze erkenning kunt u voertuigen waarvan u bedrijfsmatig eigendom heeft (ook gefinancierde voertuigen waarbij de eigendom bij de financieringsmaatschappij ligt) of waarover u bedrijfsmatig het wagenparkbeheer voert en die bestemd zijn voor verkoop, verhuur of lease opnemen in uw bedrijfsvoorraad.

Over de voertuigen die zijn opgenomen in uw bedrijfsvoorraad betaalt u geen motorrijtuigenbelasting, de voertuigen hoeven niet APK goedgekeurd te zijn en de verzekeringsplicht kan geregeld zijn met een polis die alle voertuigen in uw bedrijfsvoorraad dekt. De voertuigen mogen niet op de openbare weg staan of rijden, tenzij u voor bedrijfsactiviteiten die direct aan het desbetreffende voertuig zijn gerelateerd, gebruik maakt van een aan u afgegeven handelaarskenteken.

Naast grote voordelen brengt deze erkenning dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op deze erkenning.

De erkenning bedrijfsvoorraad kan ook worden aangevraagd door de Domeinen Roerende Zaken van het Ministerie van Financiën, een verzekeringsmaatschappij, een gemeente of een waterschap.

Artikel 15.2. Eisen en voorwaarden

Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning bedrijfsvoorraad moet u blijvend beschikken over:

  • a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat uw bedrijf in Nederland is gevestigd en u voertuigen in- en verkoopt of die bestemd zijn om te verhuren of leasen;
  • b). een locatie voor het stallen van uw bedrijfsvoorraadvoertuigen niet zijnde de openbare weg. Is deze locatie niet gelegen op uw bezoekadres dan overlegt u een koop- of huurovereenkomst waaruit blijkt dat u uw voertuigen daar kunt stallen.

Bent u een verzekeringsmaatschappij dan kunt u de erkenning bedrijfsvoorraad aanvragen om voertuigen die als gestolen in het Kentekenregister gemeld staan in uw bedrijfsvoorraad op te nemen om uw verzekerde schadeloos te stellen. Om de erkenning bedrijfsvoorraad aan te vragen en te behouden moet u blijvend beschikken over een geldige vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, 2.36, eerste lid, of 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 15.3. Deelerkenning Bedrijfsvoorraad

1.

Een deelerkenning Bedrijfsvoorraad kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning bedrijfsvoorraad te brengen. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.

2.

De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.

3.

De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.

4.

De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar de voertuigen die daar in bedrijfsvoorraad aangemeld zijn en naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.

5.

In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.

6.

Als de erkenning van een hoofd- of nevenvestiging voor bepaalde tijd wordt ingetrokken, mogen daar tijdens die periode geen activiteiten plaatsvinden die te maken hebben met de erkenning bedrijfsvoorraad. U wordt er met klem op gewezen dat het niet is toegestaan dat voertuigen uit de bedrijfsvoorraad van een andere vestiging van uw bedrijf op het terrein of in de directe omgeving van de ingetrokken vestiging aanwezig zijn. Dit wordt de quarantaineregeling genoemd. Als u dit voorschrift overtreedt, kan dit leiden tot intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad van de gehele onderneming.

Artikel 15.4. Voorschriften

1.

U zorgt ervoor dat met de voertuigen die in uw bedrijfsvoorraad staan of daartoe behoren omdat ze nog niet zijn ingeschreven of voertuigen die zijn ingeschreven maar nog niet zijn tenaamgesteld, geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg.

2.

U moet aantonen dat het voertuig in uw bedrijfsvoorraad uw eigendom is. Als dit niet het geval is, moet u kunnen aantonen dat het voertuig is gefinancierd en dat de financieringsmaatschappij een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt.

Ook is het toegestaan dat het voertuig aantoonbaar deel uitmaakt van een wagenpark dat u namens een derde beheert. Hieronder wordt expliciet verstaan dat u op bedrijfsmatige wijze het beheer over voertuigen wordt gevoerd ten behoeve van een ander, waarbij het beheer onder meer ziet op de brandstofadministratie, verzekeringsbemiddeling, het namens de rechtspersoon waarvoor u het beheer voert aan- en verkopen van de voertuigen en het zorgdragen voor het onderhoud van de voertuigen.

Het is nadrukkelijk niet toegestaan om voertuigen die u in consignatie2Consignatie is het in opdracht van een ander verkopen van een voertuig (mogelijk tegen een bepaald bedrag of percentage van de verkoopprijs). Het eigendom van en de verantwoordelijkheid over het voertuig blijft bij de persoon die u de opdracht tot verkoop van het voertuig geeft. heeft op te nemen in uw bedrijfsvoorraad. Evenmin is het toegestaan een voertuig op te nemen met als doel gebruik te maken van een andere erkenning, zoals de erkenning voor het tenaamstellen van voertuigen in de bedrijfsvoorraad of de importeursvoorraad.

3.

Het voertuig in uw bedrijfsvoorraad is bestemd voor verkoop, verhuur of lease.

4.

Een bromfiets die bestemd is om te worden gedemonteerd mag niet langer dan 4 aaneengesloten weken in uw bedrijfsvoorraad staan. De bromfiets mag alleen worden overhandigd aan een erkend demontagebedrijf.

5.

Bij opname in bedrijfsvoorraad en gedurende de periode dat het voertuig in uw bedrijfsvoorraad staat, is het voertuig voorzien van de bij het voertuig behorende kentekenplaten.

6.

Een voertuig dat is voorzien van een verbod voor het rijden op de weg zoals bedoeld in artikel 38, eerste lid, aanhef en onder b, van het Kentekenreglement hoeft niet te zijn voorzien van de bij het voertuig behorende platen. U draagt er zorg voor dat het voertuig wordt voorzien van de juiste kentekenplaten als het verbod voor het rijden op de weg wordt opgeheven of eerder voorafgaand aan de tenaamstelling als het voertuig wordt verkocht aan een persoon die of een bedrijf dat niet beschikt over de erkenning bedrijfsvoorraad.

7.

Een voertuig dat is voorzien van lichtblauwe kentekenplaten bestemd voor een taxi mag u alleen in de bedrijfsvoorraad opnemen als dit voertuig niet in de bedrijfsvoorraad van een ander bedrijf staat.

8.

Een voertuig dat is voorzien van lichtblauwe kentekenplaten bestemd voor een taxi voorziet u van gele of donkerblauwe kentekenplaten als het voertuig wordt tenaamgesteld op naam van een persoon of bedrijf. Dit geldt ook als u het voertuig verkoopt aan een ander erkend bedrijf bedrijfsvoorraad.

9.

U geeft bij opname in bedrijfsvoorraad de tellerstand van het voertuig op zoals deze op het moment van de aanmelding is af te lezen in het voertuig. Ook in het geval er bijvoorbeeld sprake is van een lege accu die opgeladen moet worden of (tijdelijk) vervangen, moet u zorgen dat u voor de aanmelding in uw bedrijfsvoorraad alsnog de juiste tellerstand kunt aflezen en in het scherm kunt invullen.

10.

Bij verkoop, verhuur of lease zorgt u dat het voertuig wordt tenaamgesteld.

11.

U draagt er zorg voor dat uw dienstenpas niet gebruikt wordt door onbevoegden. Ook maakt u zelf geen gebruik van een dienstenpas die aan een ander is verstrekt.

12.

Wordt uw erkenning ingetrokken of zegt u uw erkenning vrijwillig op dan zorgt u ervoor dat de voertuigen die op het moment van intrekking nog in uw bedrijfsvoorraad staan, worden tenaamgesteld binnen 3 maanden na datum van intrekking van de erkenning.

Artikel 15.5. Toezicht

1.

Tijdens de controle moet u van alle voertuigen die tot uw bedrijfsvoorraad behoren, de relevante administratie (zoals in- en verkoopfacturen en de bijbehorende financiële administratie) en alle overige gevraagde informatie en inlichtingen ter beschikking stellen aan de Toezichthouder Bedrijven.

2.

Tijdens de controle toont u alle door de Toezichthouder Bedrijven gevraagde voertuigen. Staat een voertuig niet op uw bezoekadres dan geeft u op verzoek direct aan waar het voertuig zich bevindt.

3.

Tijdens de controle stelt u de Toezichthouder Bedrijven in staat om de tellerstand en het VIN van het voertuig te onderzoeken. U zorgt ervoor dat de sleutels van het voertuig beschikbaar zijn en de accu van het voertuig is opgeladen.

4.

U bent ervoor verantwoordelijk dat de Toezichthouder Bedrijven ook de voertuigen kan controleren die op een stallingslocatie staan. U verleent daartoe toegang tot de locatie en de voertuigen. Dit houdt tevens in dat de Toezichthouder Bedrijven de tellerstand en het VIN van het voertuig kan controleren.

Artikel 15.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen

1.

U heeft een voertuig gekocht van een ander erkend bedrijf bedrijfsvoorraad. U heeft dit voertuig niet direct aangemeld in uw bedrijfsvoorraad, maar wel binnen 5 werkdagen.

2.

U heeft bij aanmelding van een voertuig in de bedrijfsvoorraad geen tellerstand of een onjuiste tellerstand opgegeven.

Artikel 15.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen

1.

Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.

2.

U heeft een voertuig dat in bedrijfsvoorraad staat op de openbare weg geparkeerd, gestald of gereden zonder dat een handelaarskenteken is gevoerd.

3.

U heeft geen vrijwaringsbewijs afgegeven aan de vorige eigenaar/houder terwijl u het voertuig in de bedrijfsvoorraad heeft aangemeld.

4.

U heeft een voertuig in de bedrijfsvoorraad aangemeld met lichtblauwe kentekenplaten bestemd voor een taxi terwijl het voertuig eerder in de bedrijfsvoorraad van een ander bedrijf stond.

5.

U heeft een voertuig in de bedrijfsvoorraad aangemeld met lichtblauwe kentekenplaten bestemd voor een taxi. De kentekenplaten zijn niet omgewisseld voor gele of donkerblauwe kentekenplaten voordat de registratie in uw bedrijfsvoorraad is beëindigd.

6.

U kunt van een voertuig in de bedrijfsvoorraad waarvoor geen verbod voor het rijden op de openbare weg is opgelegd, de kentekenplaat of kentekenplaten die bij het voertuig horen, niet tonen.

7.

U heeft geen kentekenplaat of kentekenplaten aangeschaft voor een voertuig in uw bedrijfsvoorraad, terwijl dat wel moest. Dit was omdat het verbod voor het rijden op de openbare weg was opgeheven of omdat u het voertuig had verkocht aan iemand die geen erkend bedrijf bedrijfsvoorraad is.

8.

U heeft een voertuig dat in de bedrijfsvoorraad staat uitgeleend, verhuurt, in lease aan een ander gegeven of gebruikt als demovoertuig zonder de registratie in bedrijfsvoorraad te beëindigen.

9.

U heeft een voertuig in de bedrijfsvoorraad aangemeld terwijl het geldige papieren kentekendeel II (overschrijvingsbewijs / kopie deel III) niet aanwezig was.

10.

U heeft een voertuig niet direct in uw bedrijfsvoorraad aangemeld waardoor de vorige eigenaar/houder onterecht aansprakelijk is gebleven voor de voertuigverplichtingen.

11.

U heeft een voertuig gekocht van een ander erkend bedrijf bedrijfsvoorraad. U heeft dit voertuig niet direct aangemeld in uw bedrijfsvoorraad, maar pas na meer dan 5 werkdagen of u heeft het voertuig helemaal niet aangemeld in de bedrijfsvoorraad.

12.

U heeft een voertuig in de bedrijfsvoorraad dat niet aantoonbaar bestemd is om te verkopen, voor lease aan te bieden of te verhuren.

13.

U heeft een aanvraag voor inschrijving van een voertuig in de bedrijfsvoorraad gedaan terwijl het voertuig niet aantoonbaar bestemd is om te verkopen, voor lease aan te bieden of te verhuren.

14.

U heeft de registratie van een voertuig in uw bedrijfsvoorraad niet onmiddellijk beëindigd nadat het voertuig is verkocht, verleaset, verhuurd, gedemonteerd of geëxporteerd.

15.

U heeft de registratie van een bromfiets in uw bedrijfsvoorraad dat is bestemd voor demontage niet na vier aaneengesloten weken beëindigd.

Artikel 15.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen

1.

U heeft een voertuig in de bedrijfsvoorraad aangemeld terwijl u (als erkende bedrijf) geen eigenaar van dit voertuig bent en het ook niet gaat om een gefinancierd voertuig of een voertuig waarover u het wagenparkbeheer voert.

2.

U heeft aanvraag voor inschrijving in de bedrijfsvoorraad gedaan van een voertuig terwijl u (als erkende bedrijf) geen eigenaar van dit voertuig bent en het ook niet gaat om een gefinancierd voertuig ten behoeve van uw bedrijfsvoorraad of wagenparkbeheer van dit voertuig.

3.

U kunt een voertuig dat in de bedrijfsvoorraad staat niet tonen op uw bedrijfsadres of op een verifieerbare stallingslocatie.

4.

U heeft misbruik gemaakt van de erkenning bedrijfsvoorraad voor andere toepassingen waarvoor de erkenning niet bedoeld is.

Hoofdstuk 16. Erkenning demontage

Artikel 16.1. Algemeen

Met deze erkenning kunt u voertuigen die voorgoed buiten gebruik worden gesteld in verband met demontage direct aan de RDW melden. Door de melding vervalt de tenaamstelling en wordt de vorige eigenaar/houder gevrijwaard. Het voertuig moet daarna volgens de geldende regels worden gedemonteerd. Naast grote voordelen brengt deze erkenning dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op deze erkenning.

Artikel 16.2. Eisen en voorwaarden

Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning demontage moet u blijvend beschikken over:

  • a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat uw bedrijf is gevestigd in Nederland en u voertuigen inneemt of inkoopt die bestemd zijn om te demonteren;

Artikel 16.3. Deelerkenning Demontage

1.

Een deelerkenning Demontage kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning demontage te brengen. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.

2.

De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.

3.

De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.

4.

De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar de voertuigen die daar voor demontage gemeld zijn en naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.

5.

In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.

6.

Als de erkenning van een hoofd- of nevenvestiging voor bepaalde tijd wordt ingetrokken, mogen daar tijdens die periode geen activiteiten plaatsvinden die te maken hebben met de erkenning demontage.

Artikel 16.4. Voorschriften

1.

U meldt alleen voertuigen aan die bestemd zijn voor demontage.

2.

U meldt elk voertuig dat voor demontage wordt aangeboden tenzij de capaciteit in uw bedrijf redelijkerwijs niet voldoende is tot het aanbod. Dit kunt u desgevraagd aantonen.

3.

U meldt het voertuig voor demontage na overhandiging van het bij het voertuig behorende kentekenbewijs. Als degene die het voertuig overdraagt niet beschikt over het kentekenbewijs of het kentekenbewijs is niet compleet dan wijst u diegene erop dat er een demontagecode bij de RDW aangevraagd moet worden.

4.

Als u namens degene die het voertuig aan u overdraagt een demontagecode bij de RDW aanvraagt dan meldt u het kenteken en de meldcode van het voertuig. Tevens meldt u de legitimatiegegevens van deze persoon. De legitimatiegegevens neemt u over van het originele Nederlandse legitimatiebewijs van deze persoon. Indien deze persoon bijvoorbeeld een ambtenaar van politie of een chauffeur van een bergingsbedrijf is dan neemt u de naam van het politiekorps of van het bergingsbedrijf over en vult de gegevens in bij de aanvraag voor een demontagecode.

5.

U vernietigt de aanwezige bij het voertuig behorende kentekenplaten binnen 5 werkdagen na de melding voor demontage of eerder bij aankomst van het voertuig op uw bedrijfsadres

6.

Na aanmelding voor demontage overhandigt u het vrijwaringsbewijs aan degene die het voertuig aan u overdraagt en vernietigt u, voor zover aanwezig, het kentekenbewijs.

7.

De voertuigen die voor demontage zijn gemeld maken geen gebruik van de openbare weg.

8.

De demontage wordt uitgevoerd op uw bedrijfsadres. U houdt zich daarbij aan alle gelden veiligheids- en milieuvoorschriften die voorvloeien daarvoor bedoelde wetgeving. De RDW kan hiervan tevens melding doen aan de bevoegde instantie.

Artikel 16.5. Toezicht

1.

Tijdens de controle moet u van alle voertuigen die door u voor demontage zijn gemeld, de relevante administratie (zoals in- en verkoopfacturen en de bijbehorende financiële administratie) en alle overige gevraagde informatie en inlichtingen ter beschikking stellen aan de Toezichthouder Bedrijven.

Artikel 16.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen

1.

Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)