Wet van 10 december 2025, houdende regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte)
De methodes, bedoeld in het tweede lid, zijn kostengebaseerd inclusief een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement en bevatten een efficiëntieprikkel die het aangewezen warmtebedrijf stimuleert efficiënte kosten te maken die in het economisch verkeer gebruikelijk zijn en een prikkel om warmteverliezen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen, waarborgen een betrouwbare, betaalbare en duurzame warmtevoorziening en bevorderen de ontwikkeling van collectieve warmte.
In het geval een warmtebedrijf voor meer dan een warmtekavel is aangewezen, kunnen de methodes, bedoeld in het tweede lid, op voorstel van dat warmtebedrijf en met instemming van de colleges van de gemeente waarin de betreffende warmtekavels waarvoor het warmtebedrijf is aangewezen, zijn gelegen, zodanig worden vastgesteld dat voor meerdere warmtekavels gezamenlijk dezelfde maximale tarieven worden vastgesteld of berekend die het aangewezen warmtebedrijf in rekening kan brengen voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de maximale tarieven voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, worden berekend op grond van het tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, waarbij de berekeningsmethode per goed of dienst kan verschillen.
De maximale tarieven en tariefformules kunnen per type collectieve warmtevoorziening verschillend worden vastgesteld, tenzij een warmtebedrijf voor meer dan een warmtekavel is aangewezen en overeenkomstig het vierde lid maximale tarieven voor deze warmtekavels gezamenlijk worden vastgesteld.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het methodebesluit.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de methode voor de berekening van de maximale tarieven en de methode voor het vaststellen van de tariefformules;
- b. het door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement als bedoeld in het derde lid;
- c. de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, en subcategorieën van deze goederen en diensten;
- d. of, in het geval een warmtebedrijf voor meer dan een warmtekavel is aangewezen, de methodes, bedoeld in het tweede lid, zodanig worden vastgesteld dat de maximale tarieven worden vastgesteld of berekend per warmtekavel of voor meerdere warmtekavels gezamenlijk, waarvoor het warmtebedrijf is aangewezen als bedoeld in het vierde lid;
- e. de procedure volgens welke de methodes, bedoeld in het tweede lid, overeenkomstig het vierde lid worden vastgesteld en de voorwaarden waaronder de instemming van een college kan worden ingetrokken;
- f. de verschillende typen collectieve warmtevoorzieningen, bedoeld in het vijfde lid;
- g. de wijze waarop onderscheid wordt gemaakt tussen een vast, variabel, eenmalig of periodiek tarief.
Artikel 7.4. tariefbesluit
De Autoriteit Consument en Markt stelt jaarlijks een tariefbesluit vast voor de goederen en diensten waarvoor de tarieven worden berekend op grond van het artikel 7.3, tweede lid, onderdeel a.
Van het tariefbesluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijn waarbinnen het tariefbesluit wordt vastgesteld.
Artikel 7.5. tariefformulebesluit
De Autoriteit Consument en Markt stelt jaarlijks bij besluit de tariefformules vast voor de goederen en diensten waarvoor de tarieven worden berekend op grond van het artikel 7.3, tweede lid, onderdeel b.
Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De Autoriteit Consument en Markt kan tarieven die gelden in een bepaald jaar corrigeren, indien de tariefformules door een aangewezen warmtebedrijf onjuist zijn toegepast.
Indien de Autoriteit Consument en Markt de tarieven gewijzigd vaststelt naar aanleiding van een het onjuist toepassen van de tariefformules, kan zij de aanpassing van de tarieven verdisconteren in de tarieven voor het eerstvolgende tariefjaar.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld;
- b. de toepassing van de tariefformules door het aangewezen warmtebedrijf.
Artikel 7.6. vaststelling tarieflimieten
Onze Minister stelt in overleg met Onze Minister van Financiën met het oog op het voorkomen van onevenredig hoge leveringstarieven ten opzichte van het gemiddelde van alle maximum leveringstarieven, voor kleinverbruikers jaarlijks bij besluit tarieflimieten vast die een aangewezen warmtebedrijf voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, onderdelen a en b, maximaal in rekening kan brengen bij een kleinverbruiker.
Onze Minister kan met het oog op de financiële aantrekkelijkheid van de levering van warmte aan kleinverbruikers door een aangewezen warmtebedrijf in afwijking van de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling de tarieflimieten op een lager bedrag vaststellen.
Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan, bedoeld in het tweede lid, gelden vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de tarieven die voor het leveren van goederen en diensten, bedoeld in het eerste lid, voor het aangewezen warmtebedrijf zijn vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.4, eerste lid, of berekend op grond van artikel 7.5, eerste lid, tot 1 januari van het daarop volgende jaar.
Artikel 7.16 is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid vastgestelde tarieflimieten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de wijze waarop de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan als bedoeld in het tweede lid worden bepaald, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen een vast en variabel tarief;
- b. de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
§ 7.1.4. Vaststelling maximale tarieven voor verbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 3)
Artikel 7.7. methodebesluit beoogde of toegestane inkomsten
De Autoriteit Consument en Markt stelt voor een reguleringsperiode van minimaal drie en maximaal vijf jaar een methodebesluit vast, waarin de methode is opgenomen voor het berekenen van de beoogde of toegestane inkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 2.13.
De Autoriteit Consument en Markt stelt jaarlijks op basis van de methode in het methodebesluit de beoogde of toegestane inkomsten vast per warmtekavel.
De methode op basis waarvan de beoogde of toegestane inkomsten worden vastgesteld is kostengebaseerd inclusief een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement en bevat een efficiëntieprikkel die het aangewezen warmtebedrijf stimuleert efficiënte kosten te maken die in het economisch verkeer gebruikelijk zijn en een prikkel om warmteverliezen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen, waarborgt een betrouwbare, betaalbare en duurzame warmtevoorziening en bevordert de ontwikkeling van collectieve warmte.
In het geval een warmtebedrijf voor meer dan een warmtekavel is aangewezen, kan de methode, bedoeld in het eerste lid, op voorstel van dat warmtebedrijf met instemming van de colleges van de gemeenten waarin de betreffende warmtekavels waarvoor het warmtebedrijf is aangewezen, zijn gelegen, zodanig worden vastgesteld dat voor meerdere warmtekavels gezamenlijk dezelfde beoogde of toegestane inkomsten worden vastgesteld van het aangewezen warmtebedrijf ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 2.13.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het methodebesluit.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. de methode bedoeld in het derde lid;
- b. het door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement als bedoeld in het derde lid;
- c. of, in het geval een warmtebedrijf voor meer dan een warmtekavel is aangewezen, de methode, bedoeld in het eerste lid, zodanig wordt vastgesteld dat de beoogde of toegestane inkomsten worden vastgesteld per warmtekavel of voor meerdere warmtekavels gezamenlijk, waarvoor het warmtebedrijf is aangewezen als bedoeld in het vierde lid;
- d. de procedure volgens welke de methode, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig het vierde lid worden vastgesteld en de voorwaarden waaronder de instemming van een college kan worden ingetrokken;
- e. de procedure om te komen tot de vaststelling van de beoogde of toegestane inkomsten.
Artikel 7.8. vaststelling maximale tarieven door Autoriteit Consument en Markt op basis van tariefvoorstel
Een aangewezen warmtebedrijf zendt jaarlijks op een bij ministeriële regeling te bepalen moment de Autoriteit Consument en Markt een tariefvoorstel.
Het tariefvoorstel is non-discriminatoir, is gebaseerd op de op grond van artikel 7.7, tweede lid, vastgestelde beoogde of toegestane inkomsten en bevat een voorstel voor een tarief ten aanzien van de goederen of diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid.
In het geval een warmtebedrijf voor meer dan een warmtekavel is aangewezen en de beoogde of toegestane inkomsten voor dat warmtebedrijf zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 7.7, vierde lid, is het tariefvoorstel gebaseerd op de op grond van artikel 7.7, vierde lid, vastgestelde beoogde of toegestane inkomsten en stelt het warmtebedrijf tarieven voor, zodanig dat voor meerdere warmtekavels gezamenlijk, waarvoor het warmtebedrijf is aangewezen, dezelfde maximale tarieven worden vastgesteld die het aangewezen warmtebedrijf in rekening kan brengen voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid.
De Autoriteit Consument en Markt stelt op basis van het tariefvoorstel jaarlijks de maximale tarieven vast voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, en betrekt daarbij de op grond van artikel 7.7, tweede en vierde lid, vastgestelde beoogde of toegestane inkomsten.
De Autoriteit Consument en Markt kan een aangewezen warmtebedrijf opdragen binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een tariefvoorstel of een wijziging van een tariefvoorstel in te dienen indien:
- a. de tarieven onvoldoende zijn gebaseerd op de vastgestelde beoogde of toegestane inkomsten;
- b. het tariefvoorstel is gebaseerd op onjuiste gegevens;
- c. de tarieven niet voldoen aan de op grond van het elfde lid gestelde regels;
- d. de tarieven discriminatoir zijn.
Indien een aangewezen warmtebedrijf niet binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een tariefvoorstel of een wijziging van een tariefvoorstel heeft ingediend, kan de Autoriteit Consument en Markt de tarieven ambtshalve vaststellen.
De Autoriteit Consument en Markt kan op verzoek van een aangewezen warmtebedrijf de tarieven die op grond van het derde lid zijn vastgesteld wijzigen indien het aangewezen warmtebedrijf een nieuw goed of dienst wil aanbieden of een aangeboden goed of dienst significant wil wijzigen.
Indien de Autoriteit Consument en Markt de tarieven gewijzigd vaststelt naar aanleiding van een verzoek daartoe van een aangewezen warmtebedrijf op grond van het zevende lid, kan zij de aanpassing van de tarieven verdisconteren in de tarieven voor het eerstvolgende tariefjaar.
Indien het methodebesluit bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vernietigd, berekent de Autoriteit Consument en Markt zo nodig de tarieven op grond van het derde lid opnieuw met inachtneming van die uitspraak. De uitkomsten van de herberekening verdisconteert de Autoriteit Consument en Markt in de tarieven op het eerstvolgende moment van vaststelling van de tarieven, bedoeld in het derde lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over de goederen en diensten, bedoeld in het tweede lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de wijze waarop de toegestane inkomsten worden verdeeld over de verschillende goederen en diensten en subcategorieën van deze goederen en diensten die worden aangeboden door een aangewezen warmtebedrijf;
- b. de wijze waarop de toegestane inkomsten worden geïnd door een vast, variabel, eenmalig of periodiek tarief;
- c. de procedure voor het indienen van het tariefvoorstel;
- d. de wijze waarop het tariefvoorstel, een gewijzigd tariefvoorstel of een verzoek als bedoeld in het zevende lid wordt ingediend en de bij het tariefvoorstel of het verzoek te verstrekken gegevens en bescheiden.
Artikel 7.9. vaststelling tarieflimieten
Onze Minister stelt in overleg met Onze Minister van Financiën met het oog op het voorkomen van onevenredig hoge leveringstarieven ten opzichte van het gemiddelde van alle maximum leveringstarieven, voor kleinverbruikers jaarlijks bij besluit tarieflimieten vast die een aangewezen warmtebedrijf voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, onderdelen a en b, maximaal in rekening kan brengen bij een kleinverbruiker.
Onze Minister kan met het oog op de financiële aantrekkelijkheid van de levering van warmte aan kleinverbruikers door een aangewezen warmtebedrijf in afwijking van de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling de tarieflimieten op een lager bedrag vaststellen.
Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan, bedoeld in het tweede lid gelden vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de tarieven die voor het leveren van goederen en diensten, bedoeld in het eerste lid, voor het aangewezen warmtebedrijf zijn vastgesteld op grond van artikel 7.8, vierde en zesde lid, tot 1 januari van het daarop volgende jaar.
Artikel 7.16 is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid vastgestelde tarieflimieten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de wijze waarop de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan, bedoeld in het tweede lid, worden bepaald, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen een vast en variabel tarief;
- b. de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
§ 7.1.5. Overige bepalingen
Artikel 7.10. regulatorische accountingregels
De Autoriteit Consument en Markt stelt regulatorische accountingregels vast gericht op de van een warmtebedrijf of de groep waartoe het behoort te verkrijgen noodzakelijke gegevens voor de uitvoering van de bij of krachtens dit hoofdstuk gegeven bevoegdheden.
De Autoriteit Consument en Markt kan een aangewezen warmtebedrijf of de groep waartoe het behoort verzoeken informatie op grond van de regulatorische accountingregels te verstrekken. Het aangewezen warmtebedrijf verstrekt de informatie binnen de in het verzoek gestelde termijn.
De informatie, bedoeld in het tweede lid, is gecontroleerd door een registeraccountant indien de Autoriteit Consument en Markt daarom heeft verzocht.
Artikel 7.11. vaststelling gestandaardiseerde activawaarde
De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit de methode vast op basis waarvan de gestandaardiseerde activawaarde van het warmtenet en de overige activa van een aangewezen warmtebedrijf, zoals die waarde was op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, zal worden berekend.
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Artikel 7.12. afzonderlijke boekhouding
Een aangewezen warmtebedrijf voert een afzonderlijke boekhouding voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2.13.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afzonderlijke boekhouding.
Artikel 7.13. transparantie
Het aangewezen warmtebedrijf maakt jaarlijks de berekening van de tarieven voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, openbaar met uitzondering van bedrijfsvertrouwelijke gegevens.
Het aangewezen warmtebedrijf verstrekt jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de berekening van de tarieven.
De Autoriteit Consument en Markt maakt jaarlijks de berekening van een kostengebaseerd referentietarief inclusief het door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde redelijke rendement als bedoeld in artikel 7.2, tweede lid, onderdeel b, openbaar voor zover dit geen bedrijfsvertrouwelijke gegevens betreft.
De Autoriteit Consument en Markt kan de gegevens die zij heeft verkregen voor de uitvoering van de bij of krachtens dit hoofdstuk gegeven bevoegdheden analyseren en bewerken. De Autoriteit Consument en Markt kan het verslag van de monitoring openbaar maken, voor zover het geen bedrijfsvertrouwelijke gegevens betreft.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop:
- a. het aangewezen warmtebedrijf jaarlijks de berekening van de tarieven openbaar dient te maken;
- b. de Autoriteit Consument en Markt de gegevens, bedoeld in het derde lid, openbaar maakt.
Artikel 7.14. inwerkingtreding tarieven en tariefformules
De tarieven en tariefformules, bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, gelden vanaf een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen tijdstip tot 1 januari van het jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven en de tariefformules. Indien op 1 januari de tarieven of tariefformules voor dat jaar nog niet zijn vastgesteld, gelden de laatst vastgestelde tarieven of tariefformules tot de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven of tariefformules voor het volgende jaar. Daarbij verdisconteert de Autoriteit Consument en Markt de te late vaststelling van de tarieven of tariefformules in de tarieven voor het eerstvolgende jaar.
Artikel 7.15. rendementsmonitor en rendementstoets
De Autoriteit Consument en Markt verzamelt, analyseert en bewerkt inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen behaald door de aangewezen warmtebedrijven en de kosten en opbrengsten per type collectieve warmtevoorziening. De Autoriteit Consument en Markt brengt tweejaarlijks verslag uit van de monitoring aan Onze Minister.
De Autoriteit Consument en Markt kan, indien de tarieven worden vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.2, tweede lid, toetsen of het rendement van een aangewezen warmtebedrijf op al zijn warmtekavels gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
Indien het rendement van een aangewezen warmtebedrijf op al zijn warmtekavels gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement, kan de Autoriteit Consument en Markt het meer dan redelijk behaalde rendement laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van dat aangewezen warmtebedrijf.
De Autoriteit Consument en Markt stelt beleidsregels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over:
- a. de wijze van berekenen van het rendement van een aangewezen warmtebedrijf;
- b. de wijze waarop en de periode waarin verdisconteerd wordt.
De Autoriteit Consument en Markt maakt de op grond van het eerste lid berekende rendementen per aangewezen warmtebedrijf openbaar.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. het door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement als bedoeld in het tweede lid;
- b. de inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen van warmtebedrijven die door de Autoriteit Consument en Markt worden verzameld, geanalyseerd en bewerkt.
Artikel 7.16. correctie van de tarieven door de Autoriteit Consument en Markt
De Autoriteit Consument en Markt kan de tarieven die gelden in een bepaald jaar corrigeren, indien de tarieven die gelden in dat jaar of de jaren voorafgaand aan dat jaar:
- a. bij rechterlijke uitspraak of met toepassing van de artikel 6:19 of 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht zijn gewijzigd;
- b. zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de Autoriteit Consument en Markt, indien zij de beschikking had over juiste of volledige gegevens, tarieven zou hebben vastgesteld die in aanmerkelijke mate zouden afwijken van de vastgestelde tarieven;
- c. zijn berekend met gebruikmaking van geschatte gegevens en de feitelijke gegevens daarvan afwijken.
Artikel 7.17. Vereveningsfonds
Er is een Vereveningsfonds dat tot taak heeft het beheer van financiële middelen ten behoeve van de vergoedingen, bedoeld in het zesde en zevende lid.
Het Vereveningsfonds bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Den Haag.
Het Vereveningsfonds wordt vertegenwoordigd door een bestuur dat bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. Benoeming, schorsing en ontslag van de leden geschiedt door Onze Minister.
Onze Minister ondersteunt het Vereveningsfonds bij de uitoefening van zijn taak.
Ten gunste van het Vereveningsfonds:
- a. komen de door de aangewezen warmtebedrijven overeenkomstig artikel 7.18, derde lid, afgedragen vereveningstoeslagen;
- b. kan een rijksbijdrage komen.
Uit de middelen, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, worden jaarlijks de op grond van artikel 7.19, eerste lid, toegekende vereveningsbijdragen vergoed.
Uit de middelen, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, worden jaarlijks de op grond van artikel 7.20, eerste lid, toegekende bijdragen vergoed.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taakuitoefening van het Vereveningsfonds, het bestuur van het fonds en de verantwoording door het fonds.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat uit de middelen, bedoeld in het vijfde lid, eveneens de uitvoeringslasten van het Vereveningsfonds worden vergoed.
Artikel 7.18. vereveningstoeslag
De Autoriteit Consument en Markt stelt voorafgaand aan het jaar waarvoor de tarieflimieten, bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, gelden, voor een bij ministeriële regeling te bepalen termijn, jaarlijks bij besluit een vereveningstoeslag vast.
Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Het aangewezen warmtebedrijf betaalt aan het Vereveningsfonds, bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, jaarlijks ten behoeve van de vergoedingen, bedoeld in artikel 7.17, zesde lid, een op grond van het eerste lid, gebaseerde vereveningstoeslag.
Een aangewezen warmtebedrijf kan een kleinverbruiker kosten in verband met de vereveningstoeslag in rekening brengen, waarbij geldt dat de kleinverbruiker niet een hoger bedrag in rekening mag worden gebracht dan het bedrag dat hij zou moeten betalen op grond van de tarieflimieten die zijn vastgesteld op grond van artikel 7.6, eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de wijze waarop de vereveningstoeslag wordt bepaald, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen een toeslag ten aanzien van een vast en variabel tarief;
- b. de termijn waarbinnen de betaling van de vereveningstoeslag, bedoeld in het derde lid, moet plaatsvinden;
- c. de door een aangewezen warmtebedrijf aan de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken noodzakelijke gegevens;
- d. de door een aangewezen warmtebedrijf aan het Vereveningsfonds te verstrekken noodzakelijke gegevens ten behoeve van de controle van de rechtmatigheid van betaalde vereveningstoeslagen.
Artikel 7.19. vereveningsbijdrage
Onze Minister kent op aanvraag van een aangewezen warmtebedrijf dat voldaan heeft aan zijn verplichting, bedoeld in artikel 7.18, derde lid, een vereveningsbijdrage toe:
- a. indien de tarieven die voor het leveren van goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, onderdelen a en b, zijn vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.4, eerste lid, of berekend op grond van artikel 7.5, eerste lid, voor het aangewezen warmtebedrijf hoger zijn dan de tarieflimieten die voor die goederen en diensten zijn vastgesteld op grond van artikel 7.6, eerste lid;
- b. voor zover het aangewezen warmtebedrijf de kosten in verband met de vereveningstoeslag in de situatie, bedoeld in artikel 7.18, vierde lid, niet in rekening kan brengen.
Artikel 7.16 is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid, onderdeel a, vastgestelde vereveningsbijdrage.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. de voorwaarden voor het toekennen van een vereveningsbijdrage;
- b. de berekening van de hoogte van de vereveningsbijdrage;
- c. de bij de aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen.
Artikel 7.20. bijdrage ten behoeve van de financiële aantrekkelijkheid
Onze Minister kent op aanvraag van een aangewezen warmtebedrijf een bijdrage toe indien de tarieflimieten, bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, overeenkomstig artikel 7.6, tweede lid, op een lager bedrag zijn vastgesteld, voor zover de tarieven die zijn vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.4, eerste lid, of berekend op grond van artikel 7.5, eerste lid, voor de levering van deze goederen en diensten, als gevolg daarvan zijn verlaagd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. de voorwaarden voor het toekennen van de bijdrage, bedoeld in het eerste lid;
- b. de berekening van de hoogte van deze bijdrage;
- c. de bij de aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen.
7.1.6. Tariefregulering levering van warmte door een aangewezen warmtebedrijf aan grootverbruikers
Artikel 7.21. vaststelling tarieven voor grootverbruikers
De Autoriteit Consument en Markt stelt overeenkomstig de artikelen 7.3, 7.4 en 7.5 de tarieven of tariefformules vast voor het transport en de levering van warmte, bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, onder a, voor een periode als bedoeld in artikel 7.3, eerste lid, die een aangewezen warmtebedrijf ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 2.13, in rekening kan brengen bij een grootverbruiker.
Een aangewezen warmtebedrijf brengt bij een grootverbruiker voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 2.13, ten hoogste tarieven in rekening die zijn vastgesteld of berekend overeenkomstig het eerste lid, waarbij geldt dat het aangewezen warmtebedrijf een grootverbruiker voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering van warmte door middel van de aansluiting van het gebouw op het collectief warmtesysteem niet een hoger tarief in rekening kan brengen dan het maximale tarief, bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, voor zover een verzoek als bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, is gedaan.
De artikelen 7.10 tot en met 7.16 zijn van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel is niet van toepassing op het transport en de levering van warmte aan grootverbruikers die zorg dragen voor de doorlevering van warmte, bedoeld in artikel 1.1.
§ 7.2. Tariefregulering levering van warmte door middel van een klein collectief warmtesysteem
§ 7.2.1. Door een warmtebedrijf in rekening te brengen maximale tarieven
Artikel 7.22. door een warmtebedrijf in rekening te brengen maximale tarieven
Een warmtebedrijf brengt ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 3.7, bij een kleinverbruiker die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem voor het leveren van goederen en diensten ten hoogste tarieven in rekening die door de Autoriteit Consument en Markt zijn vastgesteld op grond van artikel 7.23, eerste lid, waarbij geldt dat het warmtebedrijf bij degene die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering van warmte door middel van de aansluiting van het gebouw op het collectief warmtesysteem niet een hoger tarief in rekening kan brengen dan het maximale tarief, bedoeld in artikel 2.25, tweede lid voor zover een verzoek als bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, is gedaan.
Het warmtebedrijf brengt tarieven in rekening voor de volgende goederen en diensten:
- a. het transport en de levering van warmte;
- b. het transport en levering van koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van het collectieve warmtesysteem en het warmtebedrijf om die reden de verbruiker uitsluitend de mogelijkheid biedt om warmte in combinatie met koude af te nemen;
- c. de afleverset voor warmte of een afleverset voor warmte en koude;
- d. het aansluiten op een collectieve warmtevoorziening;
- e. het afsluiten van een collectieve warmtevoorziening;
- f. de meting van het warmteverbruik;
- g. overige goederen en diensten.
De tarieven zijn non-discriminatoir, met dien verstande dat bij de vaste tarieven onderscheid kan worden gemaakt op grond van de mate waarin een kleinverbruiker bijdraagt aan de kosten van een klein collectief warmtesysteem.
Een warmtebedrijf maakt op transparante wijze de tarieven aan een kleinverbruiker bekend.
In afwijking van het eerste lid kunnen een warmtebedrijf en een kleinverbruiker die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem overeenkomen dat degene die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem een tarief in rekening wordt gebracht voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.7, dat afwijkt van het tarief, bedoeld in het eerste lid, indien het warmtebedrijf aantoonbaar een aanbod voor levering van warmte heeft gedaan dat in ieder geval de mogelijkheid bevat om warmte geleverd te krijgen tegen ten hoogste het tarief, bedoeld in het eerste lid.
De artikelen 7.13, 7.14 en 7.16 zijn van overeenkomstige toepassing.
Voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 3.7, ten aanzien van de levering van warmte door een warmtebedrijf door middel van een klein collectief warmtesysteem zijn de artikelen 7.10 en 7.12 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Autoriteit Consument en Markt regulatorische accountingregels vast kan stellen die specifiek gericht zijn op een klein collectief warmtesysteem.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een warmtebedrijf het tarief dat voor een kleinverbruiker op grond van artikel 7.23, eerste lid, is vastgesteld, in het geval de kleinverbruiker geen gebouweigenaar is, voor daarbij te bepalen goederen en diensten in afwijking van het eerste lid, geheel of gedeeltelijk in rekening brengt bij de gebouweigenaar van het gebouw dat de kleinverbruiker in gebruik heeft.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de goederen en diensten, bedoeld in het tweede lid;
- b. welk deel van de tarieven overeenkomstig het achtste lid in rekening wordt gebracht bij de gebouweigenaar, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen de verhuurder van de kleinverbruiker dan wel de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm waarbij hij is aangesloten;
- c. de wijze van bekendmaking van de tarieven, bedoeld in het vierde lid;
- d. het aanbod, bedoeld in het vijfde lid;
- e. het onderscheid in de vaste tarieven, bedoeld in het derde lid.
§ 7.2.2. Vaststelling maximale tarieven voor kleinverbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 1)
Artikel 7.23. vaststelling maximale tarieven fase 1
De Autoriteit Consument en Markt stelt jaarlijks de maximale tarieven vast die een warmtebedrijf voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, in rekening kan brengen bij een kleinverbruiker die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem.
De tarieven zijn non-discriminatoir en worden berekend op grond van:
- a. een gecorrigeerd gasreferentietarief, of
- b. een kostengebaseerd referentietarief inclusief een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de maximale tarieven voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, door de Autoriteit Consument en Markt worden berekend op grond van het tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, waarbij de berekeningsmethode per goed of dienst kan verschillen.
De tarieven worden vastgesteld voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid.
Van het besluit tot vaststelling van de tarieven wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de correctie van het gasreferentietarief, het kostengebaseerd referentietarief en de methode voor het berekenen van de tarieven;
- b. de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, en subcategorieën van deze goederen en diensten;
- c. de verschillen in de berekeningsmethode, bedoeld in het derde lid;
- d. de wijze waarop onderscheid wordt gemaakt tussen een vast, variabel, eenmalig of periodiek tarief.
§ 7.2.3. Vaststelling maximale tarieven en tariefformules voor kleinverbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 2)
Artikel 7.24. vaststelling berekeningsmethode maximale tarieven en tariefformules in methodebesluit
De Autoriteit Consument en Markt stelt voor een periode van minimaal drie en maximaal vijf jaar een methodebesluit vast.
De Autoriteit Consument en Markt stelt in het methodebesluit:
- a. de methode voor de berekening van de maximale tarieven vast die een warmtebedrijf in rekening kan brengen bij een kleinverbruiker die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem;
- b. de methode voor het vaststellen van de tariefformules vast op grond waarvan het warmtebedrijf de maximale tarieven berekent die het in rekening kan brengen bij een kleinverbruiker die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem.
De Autoriteit Consument en Markt stelt, voor de goederen en diensten waarvoor de tarieven worden berekend op grond van het tweede lid, onderdeel a, jaarlijks een tariefbesluit vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant.
De methodes, bedoeld in het tweede lid, zijn kostengebaseerd inclusief een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement en bevatten een efficiëntieprikkel die het warmtebedrijf stimuleert efficiënte kosten te maken die in het economisch verkeer gebruikelijk zijn en een prikkel om warmteverliezen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen, waarborgen een betrouwbare, betaalbare en duurzame warmtevoorziening en bevorderen de ontwikkeling van collectieve warmte.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald of de maximale tarieven voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, worden berekend op grond van het tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, waarbij de berekeningsmethode per goed of dienst kan verschillen.
De maximale tarieven en tariefformules kunnen per type collectieve warmtevoorziening verschillend worden vastgesteld.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het methodebesluit.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de methode voor de berekening van de maximale tarieven en de methode voor het vaststellen van de tariefformules;
- b. het door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement als bedoeld in het vierde lid;
- c. de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, en subcategorieën van deze goederen en diensten;
- d. de verschillende typen collectieve warmtevoorzieningen, bedoeld in het zesde lid;
- e. de wijze waarop onderscheid wordt gemaakt tussen een vast, variabel, eenmalig of periodiek tarief.
Artikel 7.25. tariefbesluit
De Autoriteit Consument en Markt stelt, voor de goederen en diensten waarvoor de tarieven worden berekend op grond van het artikel 7.24, tweede lid, onderdeel a, jaarlijks een tariefbesluit vast.
Van het tariefbesluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijn waarbinnen het tariefbesluit wordt vastgesteld.
Artikel 7.26. tariefformulebesluit
De Autoriteit Consument en Markt stelt, voor de goederen en diensten waarvoor de tarieven worden berekend op grond van het artikel 7.24, tweede lid, onderdeel b, jaarlijks de tariefformules vast.
Van het besluit tot vaststelling van de tariefformules wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De Autoriteit Consument en Markt kan de tarieven die gelden in een bepaald jaar corrigeren, indien de tariefformules door het warmtebedrijf onjuist zijn toegepast.
Indien de Autoriteit Consument en Markt de tarieven gewijzigd vaststelt naar aanleiding van het onjuist toepassen van de tariefformules, bedoeld in het derde lid, kan zij de gewijzigde vaststelling van de tarieven in de tarieven voor het eerstvolgende tariefjaar, verdisconteren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de termijn waarbinnen het tariefformulebesluit wordt vastgesteld;
- b. de toepassing van de tariefformules door het warmtebedrijf.
Artikel 7.27. vaststelling tarieflimieten
Onze Minister stelt in overleg met Onze Minister van Financiën met het oog op het voorkomen van onevenredig hoge leveringstarieven ten opzichte van het gemiddelde van alle maximum leveringstarieven, voor kleinverbruikers die een leveringsaansluiting hebben op een klein collectief warmtesysteem jaarlijks bij besluit tarieflimieten vast die een warmtebedrijf voor de goederen en diensten, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, onderdelen a en b, maximaal in rekening kan brengen bij een kleinverbruiker.
Onze Minister kan met het oog op de financiële aantrekkelijkheid van de levering van warmte aan kleinverbruikers die een leveringsaansluiting hebben op een klein collectief warmtesysteem in afwijking van de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling de tarieflimieten op een lager bedrag vaststellen.
Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan, bedoeld in het tweede lid gelden vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de tarieven die voor het leveren van goederen en diensten, bedoeld in het eerste lid, voor het aangewezen warmtebedrijf zijn vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.25, eerste lid, of berekend op grond van artikel 7.26, eerste lid, tot 1 januari van het daarop volgende jaar.
Artikel 7.16 is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid vastgestelde tarieflimieten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de wijze waarop de tarieflimieten, bedoeld in het eerste lid, en de verlaging daarvan, bedoeld in het tweede lid worden bepaald, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen een vast en variabel tarief;
- b. de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
§ 7.2.4. Tariefregulering levering van warmte door een warmtebedrijf aan grootverbruikers
Artikel 7.28. vaststelling tarieven voor grootverbruikers bij kleine collectieve warmtesystemen
De Autoriteit Consument en Markt stelt overeenkomstig de artikelen 7.24, 7.25 en 7.26 de tarieven of tariefformules vast voor het transport en de levering van warmte, bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, onder a, voor een periode als bedoeld in artikel 7.24, eerste lid, die een warmtebedrijf ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 3.7, in rekening kan brengen bij een grootverbruiker.
Een warmtebedrijf brengt bij een grootverbruiker voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 3.7, ten hoogste tarieven in rekening die zijn vastgesteld of berekend overeenkomstig het eerste lid, waarbij geldt dat het warmtebedrijf een grootverbruiker voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering van warmte door middel van de aansluiting van het gebouw op het collectief warmtesysteem niet een hoger tarief in rekening kan brengen dan het maximale tarief, bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, voor zover een verzoek als bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, is gedaan.
Artikel 7.29 is van overeenkomstige toepassing.
§ 7.2.5. Overige bepalingen
Artikel 7.29. rendementsmonitor en rendementstoets
De Autoriteit Consument en Markt verzamelt, analyseert en bewerkt inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen behaald door de warmtebedrijven en de kosten en opbrengsten per type collectieve warmtevoorziening. De Autoriteit Consument en Markt brengt tweejaarlijks aan Onze Minister verslag uit van de monitoring.
De Autoriteit Consument en Markt kan toetsen of het rendement van een warmtebedrijf binnen alle gebieden waarop zijn vrijstellingen op grond van artikel 3.1, vierde lid, gelden en zijn ontheffingen, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, betrekking hebben gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
Indien het rendement van een warmtebedrijf gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement, kan de Autoriteit Consument en Markt het meer dan redelijk behaalde rendement laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van dat warmtebedrijf.
De Autoriteit Consument en Markt stelt beleidsregels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over:
- a. de wijze van berekenen van het rendement van een warmtebedrijf;
- b. de wijze waarop en de periode waarin verdisconteerd wordt.
De Autoriteit Consument en Markt maakt de op grond van het eerste lid berekende rendementen per warmtebedrijf openbaar.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. het door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement als bedoeld in het tweede lid;
- b. de inlichtingen en gegevens met betrekking tot de ontwikkeling van de rendementen van warmtebedrijven die door de Autoriteit Consument en Markt worden verzameld, geanalyseerd en bewerkt.
Artikel 7.30. Vereveningsfonds
Ten gunste van het Vereveningsfonds, bedoeld in artikel 7.17, eerste lid:
- a. komen de door warmtebedrijven overeenkomstig artikel 7.31, derde lid, afgedragen vereveningstoeslagen;
- b. kan een rijksbijdrage komen.
Uit de middelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden jaarlijks de op grond van artikel 7.32, eerste lid, toegekende vereveningsbijdragen vergoed. Artikel 7.17, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Uit de middelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden jaarlijks de op grond van artikel 7.33, eerste lid, toegekende bijdragen vergoed.
Artikel 7.31. vereveningstoeslag
De Autoriteit Consument en Markt stelt voorafgaand aan het jaar waarvoor de tarieflimieten, bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, gelden, voor een bij ministeriële regeling te bepalen termijn, jaarlijks bij besluit een vereveningstoeslag vast.
Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Het warmtebedrijf betaalt aan het Vereveningsfonds, bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, jaarlijks ten behoeve van de vergoedingen, bedoeld in artikel 7.30, tweede lid, een op grond van het eerste lid gebaseerde vereveningstoeslag.
Een warmtebedrijf kan een kleinverbruiker die een leveringsaansluiting heeft op een klein collectief warmtesysteem kosten in verband met de vereveningstoeslag in rekening brengen, waarbij geldt dat de kleinverbruiker niet een hoger bedrag in rekening mag worden gebracht dan het bedrag dat hij zou moeten betalen op grond van de tarieflimieten die zijn vastgesteld op grond van artikel 7.27, eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de wijze waarop de vereveningstoeslag wordt bepaald, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen een toeslag ten aanzien van een vast en variabel tarief;
- b. de termijn waarbinnen de betaling van de vereveningstoeslag, bedoeld in het derde lid, moet plaatsvinden;
- c. de door een warmtebedrijf aan de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, te verstrekken noodzakelijke gegevens;
- d. de door een warmtebedrijf aan het Vereveningsfonds te verstrekken noodzakelijke gegevens ten behoeve van de controle van de rechtmatigheid van betaalde vereveningstoeslagen.
Artikel 7.32. vereveningsbijdrage
Onze Minister kent op aanvraag van een warmtebedrijf dat voldaan heeft aan zijn verplichting, bedoeld in artikel 7.31, derde lid, een vereveningsbijdrage toe:
- a. indien de tarieven die voor het leveren van goederen en diensten als bedoeld in artikel 7.22, tweede lid, onderdelen a en b, zijn vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.25, eerste lid, of berekend op grond van artikel 7.26, eerste lid, voor het aangewezen warmtebedrijf hoger zijn dan de tarieflimieten die voor die goederen en diensten zijn vastgesteld op grond van artikel 7.27, eerste lid;
- b. voor zover het warmtebedrijf de kosten in verband met de vereveningstoeslag in de situatie, bedoeld in artikel 7.31, vierde lid, niet in rekening kan brengen.
Artikel 7.16 is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid vastgestelde vereveningsbijdrage.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. de voorwaarden voor het toekennen van een vereveningsbijdrage;
- b. de berekening van de hoogte van de vereveningsbijdrage;
- c. de bij de aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen.
Artikel 7.33. bijdrage ten behoeve van de financiële aantrekkelijkheid
Onze Minister kent op aanvraag van een warmtebedrijf een bijdrage toe indien de tarieflimieten, bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, overeenkomstig artikel 7.27, tweede lid, op een lager bedrag zijn vastgesteld, voor zover de tarieven die zijn vastgesteld of berekend op grond van artikel 7.25, eerste lid, of berekend op grond van artikel 7.26, eerste lid, voor de levering van deze goederen en diensten, als gevolg daarvan zijn verlaagd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. de voorwaarden voor het toekennen van de bijdrage, bedoeld in het eerste lid;
- b. de berekening van de hoogte van deze bijdrage;
- c. de bij de aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen.
§ 7.3. Tariefregulering levering van warmte aan ten hoogste 10 kleinverbruikers
Artikel 7.34. vaststelling tarieven door warmtebedrijf
Een warmtebedrijf dat warmte levert aan kleinverbruikers als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c, brengt voor de levering van warmte tarieven in rekening die zijn vastgesteld met inachtneming van een vooraf door hem opgestelde berekeningsmethode.
De tarieven zijn kostengebaseerd. De berekeningsmethode en de tarieven zijn transparant, non-discriminatoir en gaan uit van een redelijk rendement.
De Autoriteit Consument en Markt toetst op verzoek van degene die tarieven als bedoeld in het eerste lid in rekening gebracht krijgt of de berekeningsmethode en de tarieven in overeenstemming met het tweede lid zijn vastgesteld.
Indien de berekeningsmethode of de tarieven niet voldoen aan de in het tweede lid genoemde criteria past de Autoriteit Consument en Markt de berekeningsmethode of de tarieven aan.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de procedure voor de toetsing van de berekeningsmethode of de tarieven, bedoeld in het tweede lid;
- b. de termijn waarbinnen de Autoriteit Consument en Markt een besluit neemt;
- c. het redelijk rendement.
De Autoriteit Consument en Markt stelt beleidsregels vast met criteria waarmee wordt beoordeeld of tarieven kostengebaseerd en transparant zijn als bedoeld in het tweede lid.
§ 7.4. Tariefregulering verhuurders en vereniging van eigenaars die warmte doorleveren aan hun huurders en leden
Artikel 7.35. doorlevering van warmte
De artikelen 7.1, 7.2, 7.6, 7.17 tot en met 7.19, 7.22, 7.23, 7.27 en 7.30 tot en met 7.32 zijn van overeenkomstige toepassing op het transport en de levering van warmte aan grootverbruikers die zorgdragen voor de doorlevering van warmte.
§ 7.5. Tariefregulering warmtetransportbeheerder
§ 7.5.1. In rekening te brengen maximale tarieven
Artikel 7.36. maximale tarieven warmtetransportbeheerder
Een warmtetransportbeheerder brengt voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, ten hoogste de tarieven in rekening voor het transport van warmte die op grond van artikel 7.38, vierde lid, door de Autoriteit Consument en Markt zijn vastgesteld.
De tarieven zijn non-discriminatoir.
Een warmtetransportbeheerder maakt op transparante wijze de tarieven van de goederen of diensten die worden aangeboden ten behoeve van het transport van warmte bekend.
§ 7.5.2. Procedure tot vaststelling van de maximale tarieven door de Autoriteit Consument en Markt
Artikel 7.37. methodebesluit en vaststelling toegestane warmtetransportinkomsten
De Autoriteit Consument en Markt stelt voor een transportreguleringsperiode van minimaal een jaar en maximaal vijf jaar op basis van een door haar in een methodebesluit bepaalde methode de toegestane warmtetransportinkomsten van een warmtetransportbeheerder vast.
De Autoriteit Consument en Markt kan gedurende een transportreguleringsperiode deze periode wijzigen bij een significante en onvoorziene wijziging van de kosten van het transport van warmte over het warmtetransportnet die niet aan een warmtetransportbeheerder toe te rekenen is.
De methode op basis waarvan de toegestane warmtetransportinkomsten worden vastgesteld is kostengebaseerd inclusief een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement en bevat een efficiëntieprikkel die de warmtetransportbeheerder stimuleert efficiënte kosten te maken die in het economisch verkeer gebruikelijk zijn en een prikkel om warmteverliezen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het methodebesluit.
De Autoriteit Consument en Markt stelt voorafgaand aan het eerste jaar van een transportreguleringsperiode met inachtneming van het methodebesluit de toegestane warmtetransportinkomsten vast.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de duur van de transportreguleringsperiode;
- b. wanneer er sprake is van een significante en onvoorziene wijziging van de kosten, bedoeld in het tweede lid;
- c. de methode, de efficiëntieprikkel, de prikkel voor het voorkomen van warmteverliezen en het redelijk rendement, bedoeld in het derde lid;
- d. de procedure om te komen tot de vaststelling van de toegestane warmtetransportinkomsten.
Artikel 7.38. procedure transporttariefvoorstel en vaststelling maximale tarieven door de Autoriteit Consument en Markt
Een warmtetransportbeheerder zendt de Autoriteit Consument en Markt maximaal een keer per jaar en minimaal een keer in de vijf jaar voor een bij ministeriële regeling te bepalen moment een transporttariefvoorstel.
Het transporttariefvoorstel is non-discriminatoir, is gebaseerd op de op grond van artikel 7.37, vijfde lid, vastgestelde toegestane warmtetransportinkomsten en bevat een voorstel voor een tarief ten aanzien van het transport van warmte en de overige goederen en diensten.
Tarieven en voorwaarden kunnen verschillend worden vastgesteld voor verschillende producten indien dit gerechtvaardigd is door een verschil in kosten of risico’s voor het warmtetransportsysteem.
De Autoriteit Consument en Markt stelt op basis van het transporttariefvoorstel de maximale tarieven vast en betrekt bij het vaststellen van de maximale tarieven de op grond van artikel 7.37, vijfde lid, vastgestelde toegestane warmtetransportinkomsten en eventuele inkomsten verkregen door een warmtetransportbeheerder uit subsidie of uit bijdragen van derden.
De Autoriteit Consument en Markt kan een warmtetransportbeheerder opdragen binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een transporttariefvoorstel of een wijziging van een transporttariefvoorstel in te dienen indien:
- a. de tarieven onvoldoende zijn gebaseerd op de op grond van artikel 7.37, vijfde lid, vastgestelde toegestane warmtetransportinkomsten;
- b. het transporttariefvoorstel op basis waarvan de tarieven op grond van het derde lid zijn vastgesteld is gebaseerd op onjuiste gegevens.
De Autoriteit Consument en Markt kan op verzoek van een warmtetransportbeheerder de tarieven die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld wijzigen indien de warmtetransportbeheerder een nieuw goed of dienst wil aanbieden of een bestaand goed of dienst significant wijzigen.
Indien de Autoriteit Consument en Markt de tarieven gewijzigd vaststelt naar aanleiding van een transporttariefvoorstel als bedoeld in het vijfde lid of een wijziging van de tarieven op grond van het zesde lid verdisconteert zij de gewijzigde vaststelling van de tarieven in de tarieven voor het eerstvolgende transporttariefvoorstel.
Indien een transporttariefvoorstel door een warmtetransportbeheerder niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt is gezonden, gelden de tarieven die reeds zijn vastgesteld voor het voorafgaande jaar totdat de Autoriteit Consument en Markt op grond van het vierde lid de tarieven voor het volgende jaar heeft vastgesteld. Daarbij verdisconteert de Autoriteit Consument en Markt de te late vaststelling van de tarieven in de tarieven voor het volgende jaar.
Indien het methodebesluit bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vernietigd, herberekend de Autoriteit Consument en Markt zo nodig de tarieven op grond van het vierde lid met inachtneming van die uitspraak. De uitkomsten van de herberekening verdisconteert de Autoriteit Consument en Markt in de tarieven voor het volgende jaar.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
- a. de periode waarbinnen een warmtetransportbeheerder aan de Autoriteit Consument en Markt een transporttariefvoorstel zendt op grond van het eerste lid;
- b. de goederen en diensten, bedoeld in het tweede lid, waarop het transporttariefvoorstel betrekking heeft;
- c. de wijze waarop de toegestane warmtetransportinkomsten worden verdeeld over de verschillende goederen en diensten die worden aangeboden door een warmtetransportbeheerder;
- d. de wijze waarop de toegestane warmtetransportinkomsten worden geïnd door een vast, variabel, eenmalig of periodiek tarief;
- e. de procedure voor het indienen van het transporttariefvoorstel;
- f. de wijze waarop eventuele door een warmtetransportbeheerder uit subsidie of uit bijdragen van derden verkregen inkomsten verwerkt dienen te worden in een tariefvoorstel;
- g. de wijze waarop het transporttariefvoorstel, een gewijzigd transporttariefvoorstel of een verzoek als bedoeld in het zesde lid wordt ingediend en de bij het transporttariefvoorstel en het verzoek te verstrekken gegevens en bescheiden;
- h. de wijze waarop de Autoriteit Consument en Markt door een warmtetransportbeheerder uit subsidie of uit bijdragen van derden verkregen inkomsten betrekt bij de vaststelling van de tarieven.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verschillende categorieën op een warmtetransportnet aangesloten partijen.
Artikel 7.39. transporttarieven op basis van werkelijke kosten
In afwijking van artikel 7.37, eerste lid, en artikel 7.38 brengt een warmtetransportbeheerder voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen goederen en diensten ten hoogste de tarieven in rekening die gebaseerd zijn op de werkelijke kosten van deze goederen en diensten.
De Autoriteit Consument en Markt toetst of de tarieven, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd zijn op de werkelijke kosten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
- a. wanneer de tarieven, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd zijn op werkelijke kosten;
- b. de procedure van toetsing, bedoeld in het tweede lid.
§ 7.5.3. Overige bepalingen
Artikel 7.40. opvragen informatie door de Autoriteit Consument en Markt
De Autoriteit Consument en Markt kan regulatorische accountingregels vaststellen voor de transportreguleringsperiode, bedoeld in artikel 7.36, eerste lid, waardoor inzicht verkregen kan worden in de daadwerkelijke kosten gemaakt door de warmtetransportbeheerder.
De Autoriteit Consument en Markt kan een warmtetransportbeheerder verzoeken informatie op grond van de regulatorische accountingregels te verstrekken. De warmtetransportbeheerder verstrekt de informatie binnen de in het verzoek gestelde termijn.
De informatie, bedoeld in het tweede lid, is gecontroleerd door een registeraccountant indien de Autoriteit Consument en Markt daarom heeft verzocht.
Artikel 7.41. overige verplichtingen warmtetransportbeheerder
Een warmtetransportbeheerder voert een afzonderlijke boekhouding voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afzonderlijke boekhouding.
Hoofdstuk 8. Besluit vereniging van eigenaars tot aansluiting op warmte
Artikel 8.1. besluit vereniging van eigenaars tot aanvaarding aanbod warmtebedrijf in geval van artikel 2.26
Een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm stelt haar leden gedurende twee maanden na het aanbod van een aangewezen warmtebedrijf, bedoeld in artikel 2.26, in de gelegenheid bij de vereniging en het aangewezen warmtebedrijf kenbaar te maken geen aansluitovereenkomst met het aangewezen warmtebedrijf te willen aangaan.
Indien een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm een aanbod van een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 2.26 al dan niet stilzwijgend aanvaardt, sluit het bestuur van deze vereniging namens al haar leden de overeenkomst met het aangewezen warmtebedrijf voor het aansluiten op een collectieve warmtevoorziening van de gedeelten van het gebouw die voor verblijf van personen bestemd zijn op een collectieve warmtevoorziening.
De overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, geldt niet ten aanzien van een lid dat aan het aangewezen warmtebedrijf en deze vereniging meldt geen aansluitovereenkomst te willen aangaan, indien het als gevolg daarvan redelijkerwijs technisch niet onmogelijk is de aanleg, instandhouding en verwijdering van de collectieve warmtevoorziening in het gebouw te realiseren, en de kosten van het realiseren van de aanleg, instandhouding en verwijdering van de collectieve warmtevoorziening voor de andere appartementseigenaars daardoor ook niet significant hoger worden.
De overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, geldt uitsluitend ten aanzien van de appartementseigenaars die rechthebbende zijn van een appartementsrecht, dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van bepaalde gedeelten van het gebouw die blijkens hun inrichting bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en voor verblijf van personen bestemd zijn.
Artikel 8.2. bezwaar leden vereniging van eigenaars tegen aansluiting op een collectieve warmtevoorziening
Het aangewezen warmtebedrijf adviseert binnen twee maanden na de melding van een lid van een vereniging als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, dit lid en deze vereniging of aan de voorwaarden van dat artikel wordt voldaan.
Naar aanleiding van het advies, bedoeld in het eerste lid, kan het lid en de vereniging een klacht indienen bij het aangewezen warmtebedrijf overeenkomstig de procedure, bedoeld in artikel 2.39.
Na een melding van een lid als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, besluit de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm over het aanbod van een aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 2.26 niet eerder dan:
- a. twee maanden na ontvangst van het advies van het aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in het eerste lid, en
- b. indien een klacht bij het aangewezen warmtebedrijf tegen het advies overeenkomstig het tweede lid is ingediend, na de afhandeling van deze klacht door het aangewezen warmtebedrijf.
Artikel 8.3. kostenverdeling vereniging van eigenaars bij aansluiting op een collectieve warmtevoorziening
De kosten en schulden die voortvloeien uit de overeenkomst, bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, en de financiering van die overeenkomst, komen in afwijking van artikel 113, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaars namens wie de overeenkomst is aangegaan.
De gezamenlijke appartementseigenaars namens wie de overeenkomst is aangegaan dragen jegens de vereniging van eigenaars voor elk appartementsrecht een gelijk deel bij in de kosten en schulden, bedoeld in het eerste lid.
Indien bij reglement een andere verhouding is bepaald, als bedoeld in artikel 113, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, dragen de gezamenlijke appartementseigenaars namens wie de overeenkomst is aangegaan, in afwijking van het tweede lid, jegens de vereniging van eigenaars op basis van deze andere verhouding bij in de kosten en schulden, bedoeld in het eerste lid, tenzij de aard van deze andere verhouding zich hier tegen verzet.
Indien bij reglement een andere verhouding is bepaald, als bedoeld in artikel 113, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij ten aanzien van ten minste twee te onderscheiden categorieën kosten andere verhoudingen gelden, dan bepaalt de vergadering van eigenaars welke andere verhouding, waarvan de aard zich hier niet tegen verzet, wordt toegepast in de situatie, bedoeld in het derde lid.
In de overeenkomst, bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, kan worden bepaald dat het aangewezen warmtebedrijf, in afwijking van het tweede en derde lid, zonder tussenkomst van de vereniging van eigenaars de kosten en schulden in rekening brengt bij de appartementseigenaars namens wie de overeenkomst is aangegaan, onverminderd hetgeen in het tweede, derde en vierde lid, is bepaald ten aanzien van de verdeling van de kosten.
Artikel 8.4. verplichtingen leden vereniging van eigenaars bij aansluiting op een collectieve warmtevoorziening
Indien het bestuur van een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm een aansluitovereenkomst met het aangewezen warmtebedrijf als bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, aangaat, is een lid van deze vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van de werkzaamheden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn ten behoeve van de aanleg, instandhouding en verwijdering van de collectieve warmtevoorziening in de betreffende gedeelten van het gebouw, met inbegrip van de gedeelten die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt.
In de situatie, bedoeld in het eerste lid, meldt een lid dat geen leveringsovereenkomst met het aangewezen warmtebedrijf wil afsluiten, dit binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn aan het aangewezen warmtebedrijf en de vereniging.
Indien in de situatie, bedoeld in het eerste lid, een lid een aansluitovereenkomst met een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.41 van de Energiewet heeft, en dat lid een leveringsovereenkomst met het aangewezen warmtebedrijf wil afsluiten, verleent hij medewerking aan de werkzaamheden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn ten behoeve van het verwijderen van deze gasaansluiting na beëindiging van de gasaansluitovereenkomst.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing als het lid met een aansluitovereenkomst met een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.41 van de Energiewet aan het aangewezen warmtebedrijf en de vereniging meldt geen leveringsovereenkomst met het aangewezen warmtebedrijf te willen afsluiten, indien het als gevolg daarvan redelijkerwijs technisch onmogelijk is de aanleg, instandhouding en verwijdering van de collectieve warmtevoorziening in het gebouw te realiseren, of de kosten van het realiseren van de aanleg, instandhouding en verwijdering van de collectieve warmtevoorziening voor de andere appartementseigenaars daardoor significant hoger worden. Artikel 8.2 is van overeenkomstige toepassing.
Indien een lid van een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm het gebruik van de gedeelten van het gebouw die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt, in gebruik heeft verstrekt aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, is deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, en kan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon de melding doen, bedoeld in het tweede lid.
Een aangewezen warmtebedrijf dat het voornemen heeft de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, uit te voeren, stelt de leden van de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm dan wel de andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het vijfde lid, binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn schriftelijk in kennis van dit voornemen.
Een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm verstrekt het aangewezen warmtebedrijf persoonsgegevens van haar leden dan wel van de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het vijfde lid, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst, bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, en voor de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in het zesde lid.
Dit artikel is niet van toepassing op een lid van een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm, ten aanzien waarvan de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, niet geldt krachtens het derde en vierde lid van dat artikel.
Artikel 8.5. besluit vereniging van eigenaars tot aansluiting op een klein collectief warmtesysteem
De artikelen 8.1, eerste lid, en 8.2 zijn van overeenkomstige toepassing op het besluit van een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm om een aanbod van een warmtebedrijf om het gebouw aan te sluiten op een klein collectief warmtesysteem als bedoeld in artikel 2.26, gelezen in samenhang met artikel 3.8, al dan niet stilzwijgend te aanvaarden.
Indien een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm besluit om een aanbod van het warmtebedrijf als bedoeld in het eerste lid al dan niet stilzwijgend te aanvaarden, zijn de artikelen 8.1, tweede tot en met vierde lid, 8.3 en 8.4 van overeenkomstige toepassing.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)