← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 februari 2026, nr. WJZ/61832636, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van grote restauratieopgaven van niet-woonhuisrijksmonumenten (Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten)

Geldende tekst a fecha 2026-02-20

Gelet op de artikelen 7.3, tweede lid, juncto 7.7, tweede lid en 7.5, eerste lid, van de Erfgoedwet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling en AGVV
1.

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Onderdeel d van de begripsomschrijving van financieel verslag, bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling, de artikelen 3.1 en 3.3 tot en met 3.5, artikel 4.3, tweede lid, alsmede hoofdstuk 7 van de Kaderregeling zijn niet van toepassing.

2.

Artikel 53 van de AGVV is van toepassing indien een aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan subsidie verstrekken aan een eigenaar voor de restauratiekosten ten behoeve van:

2.

Subsidiabel zijn de restauratiekosten, met dien verstande dat kosten waarvoor op grond van artikel 7 subsidie wordt geweigerd, als niet-subsidiabel worden aangemerkt.

3.

In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling zijn ook de restauratiekosten subsidiabel ten aanzien van de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit voor de restauratiewerkzaamheden noodzakelijke aanbestedingskosten, leges voor de omgevingsvergunning voor de restauratiewerkzaamheden, en kosten voor inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.

Artikel 4. Hoogte subsidiebedrag
1.

Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele restauratiekosten.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt het subsidiepercentage maximaal 30% van de subsidiabele restauratiekosten, indien de eigenaar op het moment van indienen van de aanvraag:

3.

Het subsidiebedrag wordt berekend over een bedrag van maximaal € 10 miljoen aan subsidiabele restauratiekosten.

4.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar een professionele organisatie voor monumentenbehoud is.

5.

Indien een aanvraag wordt ingediend namens meerdere mede-eigenaren, en op één of meer van deze mede-eigenaren is het tweede lid van toepassing, geldt voor die aanvraag maximaal het subsidiepercentage, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5. Aanvraagperiode en subsidieplafond
1.

De hoogte van het subsidieplafond voor enige aanvraagronde wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

2.

In enig kalenderjaar kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd indien het subsidieplafond is bekendgemaakt in de Staatscourant. In dat geval kan een aanvraag worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 15 september van het kalenderjaar waarvoor het subsidieplafond is bekendgemaakt.

Artikel 6. Aanvraag subsidie
1.

Een eigenaar dient een subsidieaanvraag elektronisch in bij de RCE met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar is gesteld.

2.

Per aanvraag kan slechts voor één rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten subsidie worden aangevraagd.

3.

Per aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, tweede lid, kan voor hetzelfde rijksmonument of zelfstandig onderdeel maar één aanvraag worden ingediend.

4.

Een aanvraag mag alleen betrekking hebben op rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen die aan één eigenaar behoren, waaronder mede-eigenaren.

5.

Indien artikel 4, eerste lid, van toepassing is, kan een aanvraag worden ingediend voor één van de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele restauratiekosten:

6.

Indien artikel 4, tweede lid, van toepassing is, kan een aanvraag worden ingediend voor één van de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele restauratiekosten:

7.

Een aanvraag gaat vergezeld van:

Artikel 7. Weigeringsgronden

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen
1.

Indien de totale aangevraagde subsidie van alle aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, dan wordt op die aanvragen in de volgende volgorde beslist:

2.

Indien het subsidieplafond wordt bereikt binnen één van de onderdelen a tot en met d van het eerste lid, wordt de rangschikking binnen het desbetreffende onderdeel door loting bepaald.

3.

Indien het resterende budget lager is dan de totale begrote kosten vermenigvuldigd met het aangevraagde subsidiepercentage van de eerstvolgende aanvraag, dan wordt deze aanvraag afgewezen. De eerstvolgende aanvraag in de rangschikking waarvan de totale begrote kosten vermenigvuldigd met het aangevraagde subsidiepercentage wel binnen het resterende budget valt, wordt beoordeeld en toegekend voor zover deze voor subsidie in aanmerking komt.

4.

Als na toepassing van het derde lid nog budget resteert, is het derde lid van overeenkomstige toepassing voor de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking waarvan de totale begrote kosten vermenigvuldigd met het aangevraagde subsidiepercentage binnen het resterende budget past.

5.

Indien het subsidieplafond voor enige aanvraagronde niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag dat voor subsidieverstrekking beschikbaar is voor de eerstvolgende aanvraagronde.

Artikel 9. Subsidieverlening en bevoorschotting
1.

De subsidie wordt verleend binnen 22 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, tweede lid.

2.

In aanvulling op artikel 4.2 van de Kaderregeling neemt de minister in de verleningsbeschikking een datum op waarop de restauratiewerkzaamheden uiterlijk worden afgerond, gelegen uiterlijk vijf jaren na aanvang van de restauratiewerkzaamheden.

3.

De minister verleent voorschotten waarvan de hoogte en de termijnen in de verleningsbeschikking worden bepaald. De minister kan aan het verstrekken van voorschotten de voorwaarde verbinden dat offertes of facturen worden overgelegd. Het bevoorschottingsritme kan worden aangepast als de voortgang van de restauratiewerkzaamheden afwijkt van de bij de aanvraag ingediende planning, bedoeld in artikel 6, zevende lid, onderdeel f.

Artikel 10. Aanvullende subsidieverplichtingen
1.

De restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden niet uitgevoerd zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning.

2.

De restauratiewerkzaamheden, anders dan die ter voorbereiding van de aanvraag als bedoeld in artikel 3, derde lid, vangen aan uiterlijk 18 maanden na de aanvraagperiode en de eigenaar doet hiervan binnen twee weken na aanvang van die restauratiewerkzaamheden schriftelijk melding aan de minister.

3.

Onverminderd het eerste lid kan de minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:

Artikel 11. Intrekking subsidieverlening en uitstel startdatum
1.

De minister kan de subsidieverlening intrekken indien de eigenaar niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid.

2.

De minister kan de periode bedoeld in artikel 10, tweede lid, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger éénmalig uitstellen met maximaal één jaar, indien het door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet mogelijk is om de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode aan te laten vangen.

3.

Een verzoek om uitstel bevat:

4.

De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het tweede lid onverwijld in en uiterlijk voor de oorspronkelijke startdatum waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 12. Verantwoording van subsidies tot € 125.000
1.

De eigenaar legt rekening en verantwoording af aan de hand van een prestatieverklaring over de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, dat daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar is gesteld.

2.

De prestatieverklaring gaat vergezeld van een inspectierapport per rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten, dat is opgesteld na afloop van het verrichten van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie is verleend.

3.

Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de eigenaar zich niet aan de aan subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.

4.

Onverminderd het bepaalde in het eerste en derde lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In de verleningsbeschikking wordt aangegeven op welke wijze dit desgevraagd wordt aangetoond.

Artikel 13. Verantwoording bij subsidies vanaf € 125.000
1.

De eigenaar legt rekening en verantwoording af aan de hand van een prestatieverklaring en een financieel verslag over de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, met gebruikmaking van door de minister vastgestelde modellen, die daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar zijn gesteld.

2.

De prestatieverklaring gaat vergezeld van een inspectierapport per rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten, dat is opgesteld na afloop van het verrichten van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie is verleend.

3.

Indien de subsidie € 300.000 of meer bedraagt, gaat het financieel verslag vergezeld van een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de accountant verklaart dat de bedragen in het financieel verslag juist zijn en een uitspraak doet over de naleving van de in het accountantsprotocol genoemde voorschriften.

4.

De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht volgens een door de minister vast te stellen accountantsprotocol.

5.

Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de eigenaar zich niet aan de aan subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.

6.

Onverminderd het bepaalde in het eerste en vijfde lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In de verleningsbeschikking wordt aangegeven op welke wijze dit desgevraagd wordt aangetoond.

7.

De minister kan de eigenaar verplichten de desbetreffende originele facturen en betalingsbewijzen te overleggen.

Artikel 14. Vaststelling subsidie
1.

De eigenaar dient uiterlijk 22 weken na afloop van de activiteitenperiode, bedoeld in artikel 9, tweede lid, een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe op de website van de RCE beschikbaar is gesteld.

2.

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 15. Verlenging activiteitenperiode
1.

De minister kan de periode waarvoor subsidie is verleend, bedoeld in artikel 9, tweede lid, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger maximaal twee keer met anderhalf jaar verlengen, indien de subsidieontvanger door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode af te ronden.

2.

Een verzoek om verlenging bevat:

3.

De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onverwijld in en uiterlijk voor het einde van de periode waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 16. Eigendomsoverdracht
1.

Indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel overdraagt aan een nieuwe eigenaar, dient de subsidieontvanger in afwijking van artikel 14, eerste lid, binnen drie maanden na de eigendomsoverdracht een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe op de website van de RCE beschikbaar is gesteld.

2.

Na de vaststellingsbeschikking, volgend op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, kan de minister de nieuwe eigenaar op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van de restauratiewerkzaamheden.

Artikel 17. Aanvraag nieuwe eigenaar
1.

Een nieuwe eigenaar kan een aanvraag indienen nadat de subsidie van de vorige eigenaar is vastgesteld. In afwijking van artikel 6, zevende lid, bevat de aanvraag alleen de gegevens en bescheiden bedoeld in de onderdelen b, c, d, e, f, h onder 1°, j en k, voor zover die afwijken van de gegevens en bescheiden die door de vorige eigenaar zijn verstrekt.

2.

In afwijking van artikel 9, tweede lid, wordt de subsidie verleend voor maximaal de periode die resteerde op grond van de verleningsbeschikking van de vorige eigenaar.

3.

Onverminderd artikel 4 bedraagt het subsidiebedrag maximaal het verschil tussen de verleningsbeschikking, bedoeld in artikel 9, en de vaststellingsbeschikking, bedoeld in artikel 14, tweede lid.

Artikel 18. Terugvordering
1.

De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling verplicht een eventueel teveel ontvangen voorschot onverwijld terug te betalen.

2.

Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen.

Artikel 19. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 februari 2031, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van subsidies die voor die datum op grond van de regeling zijn verstrekt.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.