Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 februari 2026, nr. 54236746, houdende vaststelling van het onderwijsaccountantsprotocol voor de sectoren PO, VO, MBO en HO (Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025)
Bij de verdeling van het aantal uit de tabel houdt de instellingsaccountant rekening met zijn risico-inschatting. Het ligt voor de hand de werkzaamheden te richten op meer risicovolle records. Per gekozen record dienen alle toetsingspunten geraakt te worden.
Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).
Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.
Indien de instellingsaccountant geen toetsing van de interne beheersingsmaatregelen uitvoert, kan zijn risico-inschatting van de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen niet worden verlaagd (standaard 530) bij de bepaling van de omvang van de steekproef.
In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
Bij de bepaling van de omvang van de gegevensgerichte werkzaamheden per gedefinieerde onderzoekpopulatie hanteert de instellingsaccountant op basis van Standaard 530 (bijlage 4) de volgende minimum aantallen indien geen fouten worden verwacht en aangetroffen:
Indien de berekening van de ‘populatie/aantal keer materialiteit’ uitkomt op een getal tussen twee opgenomen waarden in de tabel, dan moet altijd naar boven afgerond worden om op de toe te passen regel uit te komen.
Indien fouten worden aangetroffen dienen deze in overeenstemming met Standaard 450 te worden geëvalueerd en aanvullende werkzaamheden te worden bepaald om voldoende zekerheid te verkrijgen over de betreffende populatie.
In geval van een steekproef op basis van bovenstaande tabel dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
5.2.3. Minimale werkzaamheden
1 december 2025
De instellingsaccountant stelt vast dat:
Van de ingeschreven studenten per 1 oktober 2025, stelt de instellingsaccountant vast dat:
Van de ingeschreven studenten per 1 februari 2026, stelt de instellingsaccountant vast dat:
Indien de geselecteerde student pas ná 1 oktober 2025 is ingeschreven of bij de telling 1 oktober 2025 niet mocht worden bekostigd, stelt de instellingsaccountant alsnog vast dat:
Van de afgegeven diploma’s in 2025, stelt de instellingsaccountant vast dat:
Van de ingeschreven vavo-studenten per 1 oktober 2025, stelt de instellingsaccountant vast dat:
Van de afgegeven diploma’s in 2025, stelt de instellingsaccountant vast dat:
Van de vakken, waarin de student met goed gevolg examen heeft afgelegd in 2025, stelt de instellingsaccountant vast dat:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat indien uit gegevens blijkt dat sprake is van overeenstemming gericht op het volgen van onderwijs of beroepspraktijkvorming (BPV) en daadwerkelijk het onderwijs of de BPV is genoten, bij het niet aanwezig zijn van een schriftelijke overeenkomst of het ontbreken van een handtekening daarop sprake is van het niet-naleven van de vormvoorschriften. Bij het niet-naleven van vormvoorschriften wordt de terugvordering van het volledige bedrag aan teveel betaalde bekostiging niet redelijk geacht. In dat kader is het niet passend om aan de instellingsaccountant te vragen een bekostigde inschrijving of diploma bij het niet tijdig aanwezig zijn van een regeling met betrekking tot de betaling van het cursusgeld/derdenmachtiging en/of een BPV-overeenkomst per definitie als niet rechtmatig voor de bekostiging aan te laten merken.
Indien een tijdig ondertekende regeling met betrekking tot de betaling van het cursusgeld/derdenmachtiging of BPV-overeenkomst ontbreekt, dan hoeft de bekostigde inschrijving of het bekostigde diploma niet per definitie fout gerekend te worden. Hieronder wordt per gebrek aangegeven wat van de instellingsaccountant in zo’n geval wordt gevraagd. Deze passage is ook van toepassing op de bekostigde inschrijvingen, diploma’s en (deel)eindexamenvakken met een 6 of hoger in het VAVO en diploma’s in het beroepsonderwijs.
Indien op 1 oktober of op 1 februari geen regeling met betrekking tot de betaling van het cursusgeld/derdenmachtiging aanwezig is, terwijl dit wel vereist is, dan hoeft de bekostigde student niet als fout aangemerkt te worden als de instellingsaccountant heeft vastgesteld dat de betreffende student wel aan de overige bekostigingsvereisten voldoet. Er moet met name zekerheid zijn dat het wettelijk cursusgeld niet door de instelling is betaald en de betreffende student op de teldatum daadwerkelijk onderwijs volgde aan de instelling.
Indien voor een bekostigde BBL-student geen tijdig ondertekende BPV-overeenkomst aanwezig is, dan hoeft de bekostigde student niet als fout aangemerkt te worden als de instellingsaccountant op andere wijze heeft vastgesteld dat de betreffende student wel daadwerkelijk deelneemt aan de BPV en aan de overige bekostigingsvereisten voldoet.
Bij het accountantsonderzoek wordt vastgesteld dat de inhoud van het actuele OBO voldoet aan de eisen. Hierin moeten eventuele mutaties naar aanleiding van het accountantsonderzoek door de MBO-instelling via de reguliere weg aan DUO worden geleverd. Na verwerking en terugmelding door DUO moet de instelling het actuele OBO opvragen. Deze wordt dan geleverd met een lijst met verschillen tussen het nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd.
De instellingsaccountant stelt een assurance-rapport op bij dit actuele OBO.
In het Programma van Eisen MBO-instellingen en het Programma van Eisen VAVO-instellingen van het Register onderwijsdeelnemers is beschreven hoe de controlegetallen worden bepaald.
5.3. Assurance-rapport
1 juli 2025
In deze paragraaf is de voorgeschreven tekst voor een goedkeurend assurance-rapport opgenomen. Ten tijde van het opstellen van dit protocol is de voorbeeldtekst aangepast aan de meest recente NBA-voorbeeldtekst, gebaseerd op de geldende standaarden. De NBA raadt het gebruik van de meest recente NBA-voorbeeldtekst aan. Indien nodig past de accountant onderstaande voorbeeldtekst aan naar de van toepassing zijnde NBA-voorbeeldtekst op het moment van afgifte van het assurance-rapport. De opgenomen voorbeeldtekst is ontleend aan de NBA-voorbeeldtekst Sectie II Voorbeeldrapportages 3.1.1 ‘Assurance-rapport, algemene template in nieuw format bij een redelijke mate van zekerheid’.
Als de instellingsaccountant op grond van de bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet de accountant een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 74 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.
1 december 2025
De hieronder voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de relevante gegevens in het OBO voor de ROC’s en beroepscolleges en een instituut voor doven wordt ook opgenomen op de website van DUO in een pdf. Door gebruik te maken van die pdf wordt de voorgeschreven tekst gehanteerd. De accountant vult het format aan met de specifieke kenmerken van de instelling en de benodigde gegevens voor ondertekening, inclusief een digitale handtekening.
Het proces van indienen bij DUO door de onderwijsinstelling is niet gewijzigd.
Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van het OBO voor BO en VAVO van ROC’s en beroepscolleges en een instituut voor doven.
Het is toegestaan om per deelsector een assurance-rapport in te dienen. Deze deelsectoren zijn:
In geval van een assurance-rapport per deelsector kan de onderstaande tekst hierop worden aangepast door de overige sectoren uit de tekst te laten.
Aan: Opdrachtgever (indien van toepassing raad van toezicht noemen)
Wij hebben de relevante gegevens beroepsonderwijs (inschrijvingen en diploma’s) en de relevante gegevens vavo (inschrijvingen, diploma’s en (deel)eindexamenvakken)*) van ... (naam mbo-instelling) met instellingscode ... te ... (zetel) in het(de) OBO(‘s) (hierna: de Gegevens) onderzocht.
Naar ons oordeel zijn de Gegevens in het OBO (bo) en/of het OBO (vavo*) van ... (naam mbo-instelling) met instellingscode ... in alle van materieel belang zijnde aspecten juist, in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
Het OBO (datum uit de bestandsnaam OBO) van DUO betreft de inschrijvingen per 1 oktober 2025 en per 1 februari 2026 en de diploma’s in het kalenderjaar 2025 en sluit met de volgende controlegetallen:
Het OBO voor vavo*) (datum uit de bestandsnaam OBO) van DUO betreft de studentengegevens per 1 oktober 2025 en de diploma- en certificaatgegevens in het kalenderjaar 2025 en sluit met de volgende controlegetallen:
Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Gegevens’.
Wij zijn onafhankelijk van ... (naam mbo-instelling) met instellingscode ... zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Voor deze opdracht gelden de volgende criteria:
De Gegevens zijn opgesteld voor de Minister van OCW met als doel de berekening van de rijksbijdrage 2027 voor... (naam mbo-instelling) vast te stellen. Hierdoor zijn de Gegevens mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam mbo-instelling) en de Minister van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
Het bestuur is verantwoordelijk dat de Gegevens juist zijn in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het meten en evalueren van de Gegevens mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht om tot de juistheid van de Gegevens te komen in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria als onderdeel van zijn toezicht op de rechtmatige verwerving van de middelen.
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.
Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’ (NVKS)**) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsmanagement inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.
Ons onderzoek bestond onder andere uit:
Plaats en datum
Naam accountantspraktijk
Naam accountant
*) Alleen van toepassing in geval van vavo bekostiging.
**) Accountantskantoren die de Nadere voorschriften kwaliteitsmanagement (NVKM) toepassen, waaronder accountantsorganisaties met een oob-vergunning, passen de verwijzing naar de NVKS aan in Nadere voorschriften kwaliteitsmanagement (NVKM).
6. Onderzoeksprocedure Register onderwijsdeelnemers sector HO
6.1. Algemeen
1 juli 2025
Het accountantsprotocol voor de sector Hoger onderwijs (HO) wordt conform artikel 2.10a, van de WHW en krachtens artikel 4.4, lid 2, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 vastgesteld bij ministeriële regeling. Het accountantsprotocol bevat de vertaalslag van de voorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 4.4, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 bij de gegevens in het Register onderwijsdeelnemers HO, die nodig zijn voor uitvoering van de WHW, de WSF 2000, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Het onderzoek van de instellingsaccountant heeft betrekking op de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform het Uitvoeringsbesluit WHW 2008.
Het onderdeel onderzoek Basisregisteronderwijs sector HO is van toepassing op de in artikel 1.8, van de WHW genoemde bekostigde instellingen, waaronder begrepen de conform het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 bekostigde Transnationale Universiteit Limburg.
De voor het onderzoek Basisregisteronderwijs relevante wet- en regelgeving bestaat uit:
De wet- en regelgeving is ook terug te vinden op https://www.overheid.nl.
De te onderzoeken gegevens worden ontleend aan het Register onderwijsdeelnemers dat wordt beheerd door DUO. De procedures ten aanzien van de levering en registratie van de gegevens en de uitwisseling van informatie hierover met DUO zijn beschreven in het ‘Programma van Eisen Hoger Onderwijs (PvE)‘ (het is mogelijk dat er na de publicatie van het OAP nog een aanpassing komt van het PvE, waardoor de link niet meer werkt); deze is te vinden op de website van DUO.
De gegevens uit het Register onderwijsdeelnemers van DUO die benodigd zijn voor het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers worden door DUO geleverd in de vorm van een Overzicht Basis- en diplomagegevens Onderzoek (OBO). Deze wordt gemaakt op aanvraag (op de beveiligde site van DUO) van de instelling. Daags na de aanvraag wordt het OBO klaargezet op de beveiligde site van DUO. De instelling krijgt hiervan een bericht.
Indien de instellingsaccountant constateert dat er mutaties moeten worden uitgevoerd op de gegevens in het Register onderwijsdeelnemers, dan moet de instelling deze via de reguliere weg aanleveren aan DUO.
Na het doorvoeren van alle gevraagde mutaties moet de instelling opnieuw het OBO opvragen. Deze wordt dan geleverd met een lijst met verschillen tussen het nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd en keurt het nieuwe OBO goed. De goedkeuring wordt geleverd in de vorm van een assurance-rapport bij een OBO. Het assurance-rapport vermeldt welk OBO (van welke datum) is gebruikt.
In het OBO zijn meer gegevens opgenomen, dan die waarop het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers van de instellingsaccountant is gericht. Om de gegevens die relevant zijn voor het onderzoek van de accountant te selecteren volgt de instellingsaccountant de aanwijzingen die in hetProgramma van Eisen Hoger Onderwijs (PvE)zijn opgenomen voor de accountant.
In de sector HO wordt gebruik gemaakt van jaarinschrijvingen. Als een student zich niet eerder heeft uitgeschreven, dan wordt de inschrijving op 31 augustus beëindigd. Indien de student opnieuw wil deelnemen aan het onderwijs dan schrijft deze zich weer in per 1 september van het volgende collegejaar. De inschrijvingen van het collegejaar 2024/2025 (van de periode 1 september 2024 tot en met 1 oktober 2024), die niet beëindigd zijn voor 2 oktober 2024 blijven in de te selecteren records staan. De reden hiervoor is dat het onderzoek de studenten betreft die ingeschreven staan in de peilperiode van 2 oktober 2024 tot en met 1 oktober 2025. Op deze manier vallen de mutaties op deze inschrijfrecords, waaronder de juistheid van de datum uitschrijving ook in het onderzoek van de instellingsaccountant.
Het onderzoek naar de juistheid van de gegevens in het Register onderwijsdeelnemers voor HO wordt uitgevoerd over de volgende peilperiode: 2 oktober 2024 tot en met 1 oktober 2025.
6.2. Onderzoek Register onderwijsdeelnemers
6.2.1. Object van onderzoek
1 juli 2023
De gegevens inzake inschrijvingen en graadverleningen bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage en zijn daarnaast van belang voor de uitvoering van de WHW, de WSF 2000 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van deze gegevens vaststelt. Deze gegevens worden voor een belangrijk deel ontleend aan het Register onderwijsdeelnemers; daarnaast wordt een aantal gegevens afzonderlijk door instellingen voor hoger onderwijs opgegeven. De instellingsaccountant geeft een assurance-rapport af over de registraties in het Register onderwijsdeelnemers (zoals opgenomen in het OBO) en de afzonderlijke opgaven door de instellingen.
De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.
Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent.
De voor het onderzoek relevante soorten gegevens voor instellingen voor hoger onderwijs betreffen:
Gelet op deze gegevens, vormt het object van onderzoek van de instellingsaccountant:
Het is mogelijk proefschriften en ontwerperscertificaten die niet eerder aan DUO zijn geleverd alsnog aan te leveren. Deze te laat aangeleverde gegevens zullen voor de berekening van de onderzoeksbekostiging van het huidige bekostigingsjaar niet meetellen. Deze aantallen kunnen wel maximaal 2 jaar meewegen in de bepaling van het driejaarsgemiddelde (artikel 4.20 en 4.21, van het Uitvoeringsbesluit WHW).
Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:
Voor de betekenis van de door DUO uitgevoerde controles en eventuele signalen bij de verwerking van de studentgegevens in het Register onderwijsdeelnemers wordt verwezen naar het Programma van Eisen Hoger Onderwijs (PvE) (beschikbaar via de site van DUO).
Indien Studielink een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de maatregelen en procedures ter waarborging van de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking door of namens de Stichting Studielink voldoen aan de gestelde normen kan de instellingsaccountant, indien en voor zover aanmeld-, inschrijf- en betalingsgegevens via Studielink worden verstrekt aan de instelling, bij de beoordeling van de juistheid van de gegevens uitgaan van een correcte werking en aflevering van de gegevens door Studielink. Indien de bedoelde verklaring niet aanwezig is kan de instellingsaccountant volstaan met een disclaimer in het assurance-rapport.
In de foto van Studielink is het zichtbaar als de centrale verificatie van DUO is geleverd aan de instelling. Daarnaast is ook zichtbaar in de foto van Studielink of digitale verificatie van de nationaliteit van buitenlandse studenten heeft plaatsgevonden middels een gevulde datum verificatie onder DVP.
6.2.2. Omvang werkzaamheden van de instellingsaccountant
1 december 2024
Risicoanalyse
De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie hierover vast in zijn dossier. Hierin wordt minimaal aandacht besteed aan alle toetsingspunten (zoals genoemd in paragraaf 6.2.3 minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor inschrijvingen, graden, proefschriften en ontwerperscertificaten) en moet per toetsingspunt duidelijk zijn of er al dan niet sprake is van een significant risico.
De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de Standaard 240 en de notitie ‘Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs’.
De werkzaamheden verricht door een interne controle afdeling van de instelling kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.
De instellingsaccountant definieert indien mogelijk op grond van zijn risicoanalyse afzonderlijke onderzoekpopulaties binnen de relevante soorten gegevens, zoals genoemd in paragraaf 6.2.1. Dit betekent dat delen van een populatie op grond van de risicoanalyse van de instellingsaccountant ofwel systeemgericht (steunen op IB) ofwel gegevensgericht onderzocht kunnen worden. Dit kan per toetsingspunt verschillend zijn.
Toetsingspunten, die centraal geverifieerd zijn door DUO kunnen buiten beschouwing blijven.
Indien de instellingsaccountant gebruik maakt van afzonderlijke onderzoekpopulaties bij het relevante soort gegeven inschrijvingen, dan wordt in ieder geval een afzonderlijke onderzoekpopulatie gedefinieerd voor inschrijvingen en uitschrijvingen op 1 oktober 2025. Het risico van deze afzonderlijke onderzoekpopulaties is afhankelijk van de situatie hoger of significant.
Indien de instellingsaccountant voornemens is te steunen op de effectieve werking van specifieke IB, dan dient hij deze interne beheersingsmaatregelen op werking te toetsen. Onder toepassing van de controlestandaarden (waaronder standaard 315 en 330) is het toegestaan dit roulerend te doen (eens in de 3 controles). Interne beheersingsmaatregelen voor een risico dat significant is dienen in de lopende controleperiode getoetst te worden.
Om vast te stellen of de instellingsaccountant kan steunen op de aanwezige IB dient hij werkzaamheden uit te voeren gericht op de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen. De omvang van deze toetsing is afhankelijk van de frequentie van de betreffende maatregel en kan dan ook per maatregel verschillend zijn. De instellingsaccountant voert per interne beheersingsmaatregel minimaal de volgende omvang proceduretesten uit:
Uit de vastlegging van deze werkzaamheden moet blijken welke relevante risico’s en toetsingspunten (zoals genoemd in paragraaf 6.2.3 minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor inschrijvingen, graden, proefschriften en ontwerperscertificaten) door de betreffende IB maatregel zijn afgedekt.
Indien bij het onderzoek gesteund wordt op geautomatiseerde gegevensverwerking, dan dient de betrouwbaarheid hiervan vastgesteld te worden. Indien vastgesteld kan worden dat er gedurende de onderzoeksperiode geen wijzigingen zijn geweest in die geautomatiseerde gegevensverwerking met een mogelijke impact op de te onderzoeken toetsingspunten (dit moet uit het onderzoekdossier van de instellingsaccountant blijken) dan kan volstaan worden met 1 (lijncontrole) test.
Indien één interne beheersingsmaatregel op dezelfde wijze van toepassing is op meerdere relevante soorten gegevens dan wordt bedoeld dat voor de toetsing van die betreffende maatregel volstaan kan worden met het minimum aantal testen uit de tabel. Hierbij dienen deze testen wel dusdanig gespreid te worden dat de relevante soorten gegevens in voldoende mate in de toetsing worden meegenomen.
Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoekdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.
Ongeacht de inschatting van risico’s op een afwijking van materieel belang dient de instellingsaccountant gegevensgerichte controles op te zetten en uit te voeren voor alle soorten relevante gegevens zoals genoemd in paragraaf 6.2.1.
Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.
Indien in de gegevensgerichte werkzaamheden fouten worden gevonden, dan maakt het voor de evaluatie en het uitvoeren van aanvullende werkzaamheden niet uit of de fout wel of niet gevolgen heeft voor de bekostiging. Als bijvoorbeeld de datum inschrijving (record ISG) op 1 december staat, maar het moet 1 november zijn, dan is dit een fout.
Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de aanwezige IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:
Bij de verdeling van het aantal uit de tabel houdt de instellingsaccountant rekening met zijn risico-inschatting. Het ligt voor de hand de werkzaamheden te richten op meer risicovolle records. Per gekozen record dienen alle toetsingspunten geraakt te worden.
Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).
Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of in het geval de instellingsaccountant kiest voor een gegevensgerichte onderzoekaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.
Indien de instellingsaccountant geen toetsing van de interne beheersingsmaatregelen uitvoert, kan zijn risico-inschatting van de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen niet worden verlaagd (standaard 530) bij de bepaling van de omvang van de steekproef.
In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
Bij de bepaling van de omvang van de gegevensgerichte werkzaamheden per gedefinieerde onderzoekpopulatie hanteert de instellingsaccountant op basis van Standaard 530 (bijlage 4) de volgende minimum aantallen indien geen fouten worden verwacht en aangetroffen:
Indien de berekening van de ‘populatie/aantal keer materialiteit’ uitkomt op een getal tussen twee opgenomen waarden in de tabel, dan moet altijd naar boven afgerond worden om op de toe te passen regel uit te komen.
Indien fouten worden aangetroffen dienen deze in overeenstemming met Standaard 450 te worden geëvalueerd en aanvullende werkzaamheden te worden bepaald om voldoende zekerheid te verkrijgen over de betreffende populatie.
In geval van een steekproef op basis van bovenstaande tabel dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:
6.2.3. Minimale werkzaamheden
1 december 2023
De instellingsaccountant stelt vast dat:
Voor wat betreft inschrijvingen gedurende de peilperiode (HO) stelt de instellingsaccountant vast dat:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder in de sector MBO geoordeeld dat indien uit gegevens blijkt dat sprake is van overeenstemming gericht op het volgen van onderwijs en daadwerkelijk het onderwijs is genoten, bij het niet aanwezig zijn van een schriftelijke overeenkomst of het ontbreken van een handtekening daarop sprake is van het niet-naleven van de vormvoorschriften. Bij het niet-naleven van vormvoorschriften wordt de terugvordering van het volledige bedrag aan teveel betaalde bekostiging niet redelijk geacht. In dat kader is het niet passend om aan de instellingsaccountant te vragen een bekostigde inschrijving bij het niet tijdig aanwezig zijn van een regeling met betrekking tot de betaling van het collegegeld/derdenmachtiging per definitie als niet rechtmatig voor de bekostiging aan te laten merken.
Indien een regeling met betrekking tot de betaling van het collegegeld/derdenmachtiging ontbreekt, dan hoeft de bekostigde inschrijving niet per definitie fout gerekend te worden. Hieronder wordt aangegeven wat van de instellingsaccountant in zo’n geval wordt gevraagd.
Indien op 1 oktober geen regeling met betrekking tot de betaling van het collegegeld/derdenmachtiging aanwezig is, terwijl dit wel vereist is, dan hoeft de bekostigde student niet als fout aangemerkt te worden als de instellingsaccountant heeft vastgesteld dat de betreffende student wel aan de overige bekostigingsvereisten voldoet. Er moet met name zekerheid zijn dat het wettelijk collegegeld niet door de instelling is betaald en de betreffende student op de teldatum daadwerkelijk onderwijs volgde aan de instelling.
Voor wat betreft de Transnationale Universiteit Limburg voert de instellingsaccountant deze onderzoeken uit op de opgave van inschrijvingen met een Nederlandse nationaliteit en op de inschrijvingen met de niet-Belgische nationaliteit. Conform het Verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de Transnationale Universiteit Limburg, wordt het aantal studenten dat niet over de Nederlandse of Belgische nationaliteit beschikt naar rato van de verhouding Nederlandse en Belgische studenten toegerekend aan Nederland. Voor dit aandeel stelt de instellingsaccountant vast dat de studenten voldoen aan de bekostigingsvoorwaarden zoals die gelden onder de bepalingen van de WHW.
Voor de Open Universiteit (OU) is de bekostiging ook afhankelijk van het aantal studiepunten (ECTS) van de onderwijseenheid. De instellingsaccountant (van de OU) stelt vast dat voor inschrijvingen in de peilperiode de record soort inschrijving (ISG) in het Register onderwijsdeelnemers juist is gevuld, dat wil zeggen op basis van de onderwijseenheid (module) met de juiste studielast (ECTS).
Voor wat betreft de graden (bachelor, master, associate degree, ongedeeld) die aan een student zijn verleend in de peilperiode stelt de instellingsaccountant vast dat:
Voor wat betreft de Transnationale Universiteit Limburg voert de instellingsaccountant deze onderzoeken uit op de opgave van het aantal in deze periode verleende graden aan studenten met een Nederlandse nationaliteit en studenten met de niet-Belgische nationaliteit. Conform het Verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de Transnationale Universiteit Limburg, wordt het aantal studenten dat niet over de Nederlandse of Belgische nationaliteit beschikt naar rato van de verhouding Nederlandse en Belgische studenten toegerekend aan Nederland. Voor dit aandeel stelt de instellingsaccountant vast dat de studenten voldoen aan de bekostigingsvoorwaarden zoals die gelden onder de bepalingen van de WHW.
De universiteiten doen afzonderlijk opgave van het aantal relevante proefschriften die hebben geleid tot een promotie en van het aantal relevante ontwerperscertificaten die zijn uitgereikt wegens het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit WHW 2008.
De instellingsaccountant stelt vast dat:
Bij het accountantsonderzoek wordt vastgesteld dat de inhoud van het actuele OBO voldoet aan de eisen. Hierin moeten eventuele mutaties naar aanleiding van het accountantsonderzoek door de HO-instelling via de reguliere weg aan DUO worden geleverd. Na verwerking en terugmelding door DUO moet de instelling het actuele OBO opvragen. Deze wordt dan geleverd met een lijst met verschillen tussen de nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd.
De instellingsaccountant stelt een assurance-rapport op bij dit actuele OBO.
In het Programma van Eisen Hoger Onderwijs (PvE) van het Register onderwijsdeelnemers is beschreven hoe de controlegetallen worden bepaald.
6.3. Assurance-rapport
1 juli 2025
In deze paragraaf is de voorgeschreven tekst voor een goedkeurend assurance-rapport opgenomen. Ten tijde van het opstellen van dit protocol is de voorbeeldtekst aangepast aan de meest recente NBA-voorbeeldtekst, gebaseerd op de geldende standaarden. De NBA raadt het gebruik van de meest recente NBA-voorbeeldtekst aan. Indien nodig past de accountant onderstaande voorbeeldtekst aan naar de van toepassing zijnde NBA-voorbeeldtekst op het moment van afgifte van het assurance-rapport. De opgenomen voorbeeldtekst is ontleend aan de NBA-voorbeeldtekst Sectie II Voorbeeldrapportages 3.1.1 ‘Assurance-rapport, algemene template in nieuw format bij een redelijke mate van zekerheid’.
Als de instellingsaccountant op grond van de bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet de accountant een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 74 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.
1 december 2025
De hieronder voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de relevante gegevens in het OBO en in de opgave voor de HO-instellingen wordt ook opgenomen op de website van DUO in een pdf. Door gebruik te maken van die pdf wordt de voorgeschreven tekst gehanteerd. De accountant vult het format aan met de specifieke kenmerken van de instelling en de benodigde gegevens voor ondertekening, inclusief een digitale handtekening.
(Assurancerapport – Hoger onderwijs – DUO Zakelijk)
Het proces van indienen bij DUO door de onderwijsinstelling is niet gewijzigd.
Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van het OBO en de afzonderlijke opgave van bekostigingsgegevens van HO-instellingen.
Aan: Opdrachtgever (indien van toepassing raad van toezicht noemen)
Wij hebben de relevante gegevens inzake inschrijvingen, graadverleningen en afsluitend examen in het OBO (hierna: de Gegevens) [en bijgevoegde en door ons gewaarmerkte opgave van de gegevens inzake proefschriften en ontwerperscertificaten (hierna: de Opgave)*)] van ... (naam ho-instelling) met instellingscode ... te ... (zetel) onderzocht.
Naar ons oordeel zijn de Gegevens [en is de Opgave*)] van .... (naam ho-instelling) met instellingscode .... in alle van materieel belang zijnde aspecten juist in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria.
Het OBO van (datum uit de bestandsnaam OBO) betreft de stand over de onderzoeksperiode van 2 oktober 2024 tot en met 1 oktober 2025 en sluit met de volgende controlegetallen:
[(indien van toepassing)
De Opgave betreft de proefschriften leidend tot een promotie onder verantwoordelijkheid van de instelling of samen met andere (bekostigde) instellingen met een totaal van ... promoties en ... Joint Doctorates en/of een totaal van ... ontwerperscertificaten in 2025), met een totaal ... van te laat aangeleverde promoties en ... te laat aangeleverde Joint Doctorates en/of een totaal van ... te laat aangeleverde ontwerperscertificaten in 2024) en met een totaal ... van te laat aangeleverde promoties en ... te laat aangeleverde Joint Doctorates en/of een totaal van ... te laat aangeleverde ontwerperscertificaten in 2023*).]
Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Gegevens [en de Opgave*)]’.
Wij zijn onafhankelijk van ... (naam ho-instelling) met instellingscode ... zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Voor deze opdracht gelden de volgende criteria:
De Gegevens [en de Opgave)]zijn opgesteld voor de Minister van OCW met als doel de berekening van de rijksbijdrage 2027 voor ... (naam ho-instelling) vast te stellen. Hierdoor zijn de Gegevens [en de Opgave)] mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam ho-instelling) en de Minister van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
Het bestuur is verantwoordelijk dat de Gegevens juist zijn in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria [en voor het opstellen van en de Opgave*) in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria].
Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het meten en evalueren van de Gegevens [en het opstellen van de Opgave*)] mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht om tot de juistheid van de Gegevens [en het opstellen van de Opgave*)] te komen in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria als onderdeel van zijn toezicht op de rechtmatige verwerving van de middelen.
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.
Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’(NVKS)**) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsmanagement inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.
Ons onderzoek bestond onder andere uit:
Plaats en datum
Naam accountantspraktijk
Naam accountant
*) Alleen toevoegen indien van toepassing en specifiek maken ten aanzien van proefschriften en/of ontwerpcertificaten
**) Accountantskantoren die de Nadere voorschriften kwaliteitsmanagement (NVKM) toepassen, waaronder accountantsorganisaties met een oob-vergunning, passen de verwijzing naar de NVKS aan in Nadere voorschriften kwaliteitsmanagement (NVKM).
7. Onderwijslinks
1 juli 2024
Voor actuele informatie over het onderwijsnummer kunt u terecht op de volgende internetsites:
8. Lijst met afkortingen
1 december 2025
Bijlage I. Kader financiële rechtmatigheid ocw wet- en regelgeving 2025
Bijlage II. Stroomschema onderzoek register onderwijsdeelnemers
Bijlage III. Nadere uitleg foutenevaluatie beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten (financiële rechtmatigheid)
1 december 2025
Nadere uitleg foutenevaluatie beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten (financiële rechtmatigheid)
NB Voor het verslagjaar 2025 heeft de minister een afwijking toegestaan. Dit blijkt uit de brief d.d. 14 oktober 2025 met kenmerk 53875480.
Het doel van de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten (verder beleidsregel) is om te voorkomen dat de publieke middelen onrechtmatig worden besteed. Daarom maakt de beleidsregel onderdeel uit van het Kader financiële rechtmatigheid, zodat in het oordeel van de accountant over de financiële rechtmatigheid van de onderwijsinstelling ook gecontroleerd is op het voldoen aan de financiële rechtmatigheidsaspecten, die zijn opgenomen in de beleidsregel. Het uitgangspunt voor de foutenevaluatie is dus de besteding van de publieke middelen. Hierbij geldt ook het algemene uitgangspunt uit paragraaf 2.1.4 dat fouten in absolute zin worden opgevat en niet gesaldeerd mogen worden.
In deze bijlage wordt uitgelegd hoe de accountant moet omgaan met in de uitgevoerde controle gevonden fouten. Indien een private activiteit (waarin is geïnvesteerd met publieke middelen) niet voldoet aan meerdere voorwaarden, dan wordt de fout maximaal één keer geteld, waarbij wel duidelijk moet blijven aan welke voorwaarde(n) niet wordt voldaan.
Voor een private activiteit (waarin is geïnvesteerd met publieke middelen) is niet voldaan aan artikel 2.1 Voorwaarden sub a, b of c
Voor de omvang van de fout gaat de instellingsaccountant uit van de totale kosten voor de betreffende activiteit of de totale opbrengsten van de betreffende activiteit (indien de kosten niet te bepalen zijn), zoals die uit de financiële administratie van de onderwijsinstelling blijken.
Voor een private activiteit (waarin is geïnvesteerd met publieke middelen) is niet voldaan aan artikel 2.1 Voorwaarden sub d
Er is sprake van oneerlijke concurrentie, omdat de private activiteit niet is aangeboden voor tenminste een tarief dat gelijk is aan of groter dan de integrale kostprijs dan wel een marktconform tarief.
Voor de omvang van de fout gaat de instellingsaccountant uit van de totale kosten voor de betreffende activiteit of de totale opbrengsten van de betreffende activiteit (indien de kosten niet te bepalen zijn), zoals die uit de financiële administratie van de onderwijsinstelling blijken.
Voor het positieve resultaat uit private activiteiten waarin met publieke middelen is geïnvesteerd is niet voldaan aan artikel 2.2 Voorwaarde sub e
Voor de omvang van de fout gaat de instellingsaccountant uit van de onjuiste mutatie van het private vermogen.
Een investering met publieke middelen (zoals gedefinieerd in artikel 1.1. onder c) is ten onrechte niet als private activiteit (waarin is geïnvesteerd met publieke middelen) aangemerkt
De instellingsaccountant heeft vastgesteld dat publieke middelen (zoals gedefinieerd in artikel 1.1 onder f) zijn ingezet voor private activiteiten (zoals gedefinieerd in artikel 1.1 onder e), maar deze zijn door de onderwijsinstelling niet als zodanig gedefinieerd, waardoor niet aan één of meerdere voorwaarden van de beleidsregel is voldaan.
Voor de omvang van de fout gaat de instellingsaccountant uit van de totale kosten voor de betreffende activiteit of de totale opbrengsten van de betreffende activiteit (indien de kosten niet te bepalen zijn), zoals die uit de financiële administratie van de onderwijsinstelling blijken.
Aanvulling toepassing foutenevaluatie
Onderdeel 1
Een onderwijsinstelling gaat investeren met publieke middelen in materiele vaste activa ten behoeve van (deels) private activiteiten. Er is bijvoorbeeld een nieuw gebouw gepland, waarbij verwacht wordt eind jaar t halverwege te zijn met de bouw.
De totale verwachte investering met publieke middelen is circa 50 miljoen, waarvan 25 miljoen ultimo jaar t verantwoord is als activa in uitvoering (op de balans onder de MVA). Uitgangspunt voor de foutenevaluatie in het betreffende jaar t is de balansmutatie in dat jaar en niet de totale contractwaarde.
De accountant toetst de financiële rechtmatigheid. Uit paragraaf 2.3.1 van het OAP volgt dat daaronder ook balansmutaties kunnen vallen, indien dat blijkt uit de onderliggende wet- en regelgeving. In de beleidsregel wordt het begrip investeren met publieke middelen gebruikt. Dit is een breed begrip dat uitgelegd moet worden als het aanwenden van publieke middelen in welke vorm dan ook. De uitgaven van de instellingen die tot de balansmutaties van activa in uitvoering (bestemd voor private activiteiten) leiden vallen hier dus ook onder.
De accountant toetst vervolgens in hoeverre deze balansmutaties voldoen aan de financiële rechtmatigheid eisen uit de beleidsregel.
De eerste stap betreft het vaststellen van de aard van de (geplande) activiteit in het gebouw en of de investering in het gebouw is te zien als een investering van publieke middelen in private activiteiten. Hierbij wordt de aard van de (geplande) activiteit vastgesteld aan de hand van de voorziene activiteit in de business case die de betreffende investering onderbouwd. Indien vastgesteld wordt dat het een private activiteit betreft en de investering met publieke middelen plaatsvindt, dan moet de beleidsregel worden toegepast en maakt de balansmutatie in het betreffende jaar onderdeel uit van de te controleren massa door de accountant.
Ingeval sprake is van een voorziene private activiteit waarop de beleidsregel van toepassing is, zal de accountant vervolgens aan de voorwaarden uit de beleidsregel moeten toetsen. De instelling zal in geval het een voorziene private activiteit betreft die onder de beleidsregel valt in de business case uitgewerkt hebben (of dat alsnog moeten onderbouwen voor zover mogelijk) op welke wijze aan de voorwaarden uit de beleidsregel wordt voldaan.
De accountant controleert vervolgens elke voorwaarde. Hierna wordt uitgelegd hoe de accountant moet omgaan met in de uitgevoerde controle gevonden fouten. Indien aan meerdere voorwaarden niet wordt voldaan, dan wordt de fout maximaal één keer geteld, waarbij wel duidelijk moet blijven aan welke voorwaarde(n) niet wordt voldaan.
Artikel 2.1 Voorwaarden sub a De private activiteit is in lijn met de wettelijke taak
Op basis van de business case/onderbouwing van de instelling kan de accountant dit controleren. Als niet aan deze voorwaarde is voldaan dan is de fout de gehele balansmutatie. In dit voorbeeld dus 25 miljoen.
Artikel 2.1 Voorwaarde sub b Meerwaarde op voor de kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke taak
Op basis van de business case/onderbouwing van de instelling kan de accountant dit controleren. Als niet aan deze voorwaarde is voldaan dan is de fout de gehele balansmutatie. In dit voorbeeld dus 25 miljoen.
Artikel 2.1 Voorwaarde sub c De investering is proportioneel
Op basis van de business case/onderbouwing van de instelling kan de accountant dit controleren.
Als niet aan deze voorwaarde is voldaan dan is de fout de gehele balansmutatie. In dit voorbeeld dus 25 miljoen.
Artikel 2.1 Voorwaarde sub d Aanbieding activiteit voor een tarief ten minste integrale kostprijs, dan wel marktconform tarief
Omdat de activiteiten nog niet daadwerkelijk plaatsvinden kan de accountant alleen de uitgangspunten in de business case beoordelen. De accountant stelt dus wel vast of de voorziene private activiteit tegen een integrale kostprijs aangeboden gaat worden waarbij alle relevante kostenonderdelen zijn meegenomen, of bij keuze voor marktconforme tarieven de onderbouwing hiervoor afdoende is op basis van de huidige informatie. Feitelijk gaat het hier om een voorcalculatie. De accountant zal de kwaliteit en onderbouwing in de business case moeten beoordelen om tot een conclusie te kunnen komen in hoeverre aan voorwaarde 2.1 sub c is voldaan. De daadwerkelijke toepassing van voorwaarde 2.1 sub d kan pas getoetst worden vanaf aanvang activiteiten.
Indien een investering in materiele vaste activa in een eerder jaar is opgenomen in de foutenevaluatie en gemeld is in een verslag van bevindingen of tot uitdrukking is gekomen in de strekking van de controleverklaring, dan is dit op basis van de business case (beheerhandeling).
Bij daadwerkelijke uitvoering van de private activiteiten (andere beheerhandeling) zal opnieuw gecontroleerd moeten worden of de voorwaarden van de beleidsregel zijn nageleefd. Dat betekent dat afhankelijk van de uitkomst van die controle opnieuw foutenevaluatie wordt toegepast.
Onderdeel 2
Artikel 2.1 voorwaarde sub e Een positief resultaat op de private activiteit wordt aan het publieke eigen vermogen toegevoegd ter uitvoering van de wettelijke taak
Indien de accountant bij de controle over boekjaar t constateert dat de mutatie ten onrechte aan het private vermogen is toegevoegd, gaat de accountant terug naar voorgaande jaren maximaal tot verslagjaar 2024. Voor het verslagjaar 2023 geldt dat alleen in het geval dat in 2023 al een fout is vastgesteld de accountant vaststelt of de fout is hersteld. Indien de fout niet is hersteld wordt deze opgenomen in de foutenevaluatie van jaar t.
Indien de accountant constateert dat ook in de voorgaande jaren de mutatie ten onrechte aan het private vermogen is toegevoegd betrekt de accountant in jaar t de totale omvang van de fout (jaar t, en in voorkomende gevallen jaren t-1, t-2 ... tot maximaal 2024 en in voorkomende gevallen 2023) in de foutenevaluatie voor de financiële rechtmatigheid. In de voorkomende gevallen gaat het dus om de cumulatieve fout van de private activiteit, waarvan het positieve resultaat niet aan het publieke vermogen is toegevoegd.
Op basis van de Rjo komt de stand en mutatie van het eigen vermogen onderverdeeld in een publiek en privaat deel tot uitdrukking in de jaarrekening. De accountant betrekt daarom de eventuele fout ook in de foutenevaluatie voor de getrouwheid van de jaarrekening.
Op basis van de controlebevindingen van de accountant uit het voorgaande jaar heeft de onderwijsinstelling de gelegenheid om de fout te herstellen, zodat het onderscheid in publiek en privaat eigen vermogen in het volgende jaar wel juist is opgenomen. De accountant controleert in een opvolgend jaar opnieuw de stand en mutatie van het eigen vermogen en betrekt indien van toepassing ook de niet herstelde fout uit voorgaande jaren in de foutenevaluatie.
Op basis van de Rjo komt de stand en mutatie van het eigen vermogen onderverdeeld in een publiek en privaat deel tot uitdrukking in de jaarrekening. De accountant betrekt daarom de eventuele fout ook in de foutenevaluatie voor de getrouwheid van de jaarrekening.
Bijlage IV. Accountantsprotocol ten behoeve van de overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot de tijdige aanwezigheid vog bij onderwijsinstellingen
1 december 2025
1. Uitgangspunten
1.1. Inleiding
Dit accountantsprotocol heeft betrekking op kalenderjaar 2025 en bevat aanwijzingen voor de vrijwillige opdracht tot het verrichten van overeengekomen werkzaamheden m.b.t. de tijdige aanwezigheid van de Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG).
In 2024 is duidelijk geworden dat er vanuit de onderwijswetten geen wettelijke grondslag is voor een verplichte controle door de instellingsaccountant op de VOG als onderdeel van de jaarrekeningcontrole. Als gevolg daarvan worden onderwijsinstellingen in de sectoren po, vo en mbo verzocht om op vrijwillige basis een opdracht aan hun instellingsaccountant te laten verstrekken tot werkzaamheden m.b.t. de tijdige aanwezigheid van de VOG.
1.2. Doelstelling
Het doel van dit accountantsprotocol is het verstrekken van aanwijzingen voor het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden en het in dat kader af te geven rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden ten aanzien van de door de onderwijsinstelling opgestelde verantwoording tijdige aanwezigheid VOG (gebruik hiervoor een uitdraai van de passage in het bestuursverslag over de tijdige aanwezigheid VOG). (hierna: de verantwoording)
Het rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden is bestemd voor de opdrachtgever en de beoogd gebruikers. Het ministerie OCW kan het rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden opvragen en kwalificeert daarmee als beoogd gebruiker*.
Hiertoe verricht de accountant overeengekomen specifieke werkzaamheden volgens standaard 4400 ten aanzien van de verantwoordingsinformatie van de onderwijsinstelling.
1.3. Wet- en Regelgeving
De verplichting tot de aanwezigheid van een tijdige VOG volgt uit de onderwijswetten per sector:
Het bevoegd gezag dient ervoor te zorgen dat personen met een VOG-plicht een geldige VOG bezitten op het moment van indiensttreding (eerste dag arbeidscontract).
Uit bovengenoemde sectorwetten blijkt welke personen dit zijn. Dit is tevens toegelicht in bijlage 6 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Een VOG is tijdig als een persoon met een VOG-plicht op het moment van indiensttreding (eerste dag arbeidscontract) over een geldige VOG beschikt. Voor het vaststellen van de tijdigheid mag uitgegaan worden van de datum van afgifte van de VOG.
De geldigheid van de VOG wordt bepaald door 2 aspecten:
Meer informatie over de geldigheid van een profiel kinderopvang voor het primair onderwijs is te vinden op: Geldt een VOG kinderopvang ook voor primair onderwijs? | Inspectie van het onderwijs
Het bevoegd gezag rapporteert over alle nieuwe personen met een VOG-plicht in verslagjaar 2025 in de tabel in het bestuursverslag op basis van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs artikel 4, lid 7 en bijlage 6.
1.4. Object van onderzoek en reikwijdte
De accountantswerkzaamheden worden uitgevoerd volgens Standaard 4400 ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’. Dit betekent dat de accountant geen zekerheid verschaft, maar alleen bevindingen rapporteert. In het rapport vormt de accountant immers geen oordeel of conclusies, dat is voorbehouden aan de beoogde gebruikers, zijnde de opdrachtgever (het bestuur van onderwijsinstelling) en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW)*). Van de accountant wordt niet verwacht dat een uitspraak wordt gedaan over de toereikendheid en geschiktheid van de verrichte werkzaamheden in relatie tot het doel waarvoor deze worden verricht, noch voor elk ander doel.
Het object van onderzoek betreft de verantwoording over de tijdige aanwezigheid VOG zoals opgenomen in het bestuursverslag 2025 van de onderwijsinstelling. Hierbij beperken de werkzaamheden van de instellingsaccountant zich tot de tijdige aanwezigheid van nieuwe medewerkers in loondienst.
De accountant hanteert het accountantsprotocol als basis voor de werkzaamheden. Daarnaast laat de accountant zich leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de Verordening gedrags- en Beroepscode accountants (VGBA), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (Vio) en de Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden (NV COS).
Voor vragen over de uitleg van de wet- en regelgeving kunt u contact opnemen met ICO (ico@duo.nl). Voor vragen over het onderzoek door de accountant kunt u contact opnemen met de inspectie via accountantsprotocol@owinsp.nl.
1.5. Leeswijzer
Paragraaf 1 geeft de uitgangspunten weer van het accountantsprotocol.
Paragraaf 2 gaat in op de werkzaamheden die van de accountant worden verwacht.
Paragraaf 3 gaat in op de verslaglegging.
2. Accountants werkzaamheden
De accountantswerkzaamheden worden uitgevoerd volgens NV COS Standaard 4400 ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’.
Het object van onderzoek betreft de gegevens zoals door de onderwijsinstelling is opgenomen in de verantwoording tijdige aanwezigheid VOG, zoals ook door de instelling is opgenomen in het bestuursverslag 2025 (de verantwoording). Dit betekent dat de accountant geen zekerheid verschaft of oordelen geeft, maar alleen bevindingen rapporteert, inclusief details over eventuele uitzonderingen.
De accountant legt de uitkomsten van zijn werkzaamheden vast in een rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden, zoals beschreven in de NV COS Standaard 4400 ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’.
In bijlage 1 is een voorbeeldmodel opgenomen van een rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden aangepast aan de meest recente NBA voorbeeldteksten ten tijde van het opstellen van het protocol. Deze voorbeeldteksten zijn gebaseerd op de geldende Standaarden. Om de samenhang en herkenbaarheid van het accountantsproduct te bevorderen raadt de NBA het gebruik van de meest recente NBA voorbeeldteksten aan. Wel blijft de accountant zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de juiste tekst. De accountant zal deze nog moeten afstemmen op de specifiek situatie.
Bij de uitvoering van het onderzoek volgt de accountant de volgende specifiek overeengekomen werkzaamheden met inachtneming van Standaard 4400 ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’.
De accountant voert overeengekomen specifieke werkzaamheden uit ten aanzien van de volgende in de verantwoording opgenomen gegevens:
** Staffel ten behoeve van de omvang van de specifieke werkzaamheden onder punt 4, 5, 6, 7 en 8:
*** Indien geen rond getal naar boven afronden.
3. Verslaglegging
De accountant legt de uitkomsten van de werkzaamheden vast in een rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden, zoals beschreven in Standaard 4400.
In de bijlage van dit protocol is het model opgenomen voor het rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden (Bijlage 1). De accountant rapporteert conform dit model of, indien van toepassing, conform een meer actuele voorbeeldtekst zoals gepubliceerd op de NBA-website.
Bijlage 1. Model rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden
RAPPORT INZAKE OVEREENGEKOMEN SPECIFIEKE WERKZAAMHEDEN inzake opgestelde verantwoording tijdige aanwezigheid Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)
Aan: opdrachtgever
Doel van dit rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden
Ons rapport is uitsluitend bedoeld om te rapporteren over overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot de verantwoording tijdige aanwezigheid Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en is mogelijk niet geschikt voor een ander doel. De opdracht heeft als doel [opdrachtgever] in staat te stellen te voldoen aan de rapportagevereisten in het kader van de naleving van de wettelijke verplichting met betrekking tot de tijdige aanwezigheid van de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) zoals vastgelegd in [document, notulen vergadering bestuur of RvT].
Dit rapport is uitsluitend bedoeld voor uzelf en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen* (hierna aan te duiden met: ‘de beoogde gebruiker’ en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen of voor een ander doel.
<>
Van de verantwoording is een door ons voor identificatiedoeleinden gewaarmerkt exemplaar bij dit rapport gevoegd.
De opdrachtgever en de beoogde gebruiker hebben erkend dat de overeengekomen specifieke werkzaamheden geschikt zijn voor het doel van de opdracht. Van de opdrachtgever en beoogd gebruiker wordt verwacht dat zij een eigen afweging maken van de overeengekomen specifieke werkzaamheden en bevindingen die door ons zijn gerapporteerd en hun eigen conclusies trekken uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden.
Een opdracht tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden houdt in dat wij de specifieke werkzaamheden uitvoeren die zijn overeengekomen met opdrachtgever en met andere beoogde gebruiker(s) en de bevindingen rapporteren, die de feitelijke uitkomsten zijn van de uitgevoerde overeengekomen specifieke werkzaamheden.
Wij doen geen uitspraken over de geschiktheid van de overeengekomen specifieke werkzaamheden.
Wij hebben de overeengekomen specifieke werkzaamheden uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 4400, ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’ en het ‘Accountantsprotocol ten behoeve van de overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot de tijdige aanwezigheid VOG bij Onderwijsinstellingen’.
Deze opdracht tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden is geen assurance-opdracht. Derhalve brengen wij geen oordeel of assurance-conclusie tot uitdrukking.
Indien wij aanvullende werkzaamheden hadden verricht, zouden mogelijk andere aangelegenheden onder onze aandacht zijn gekomen die gerapporteerd zouden zijn.
Wij hebben de voor ons geldende relevante ethische voorschriften in de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) nageleefd.
Wij hebben tevens de onafhankelijkheidsregels van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) nageleefd.
Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’ (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsmanagement inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake de naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving****.
Specifieke werkzaamheden en bevindingen
De overeengekomen specifieke werkzaamheden zijn door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vastgelegd in het ‘Accountantsprotocol ten behoeve van de overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot de tijdige aanwezigheid VOG bij Onderwijsinstellingen’’ (hierna: accountantsprotocol). Wij hebben de hieronder beschreven specifieke werkzaamheden, die wij met [opdrachtgever] zijn overeengekomen in de opdrachtvoorwaarden zoals vastgelegd in de opdrachtbrief ... (datum) en in aansluiting op het accountantsprotocol, uitgevoerd op de verantwoording tijdige aanwezigheid VOG. Verder zijn hieronder onze bevindingen vermeld inclusief details over eventuele uitzonderingen.
...... Plaats, datum
... (naam accountantspraktijk)
... (handtekening en naam accountant)
- Wanneer, bijvoorbeeld vanuit governance perspectief, de raad van Toezicht ook inzicht wil hebben in het rapport inzake overeengekomen specifieke werkzaamheden, kan de Raad van Toezicht ook als beoogd gebruiker worden geïdentificeerd (ervan uitgaande dat het bestuur de opdrachtgever is voor deze opdracht). Voor de sector primair onderwijs of voortgezet onderwijs wordt op basis van de onderwijswetten met de raad van toezicht bedoeld de intern toezichthouder of het intern toezichthoudende orgaan, of bij openbare scholen zonder raad van toezicht de gemeenteraad.
**** Accountantskantoren die de Nadere voorschriften kwaliteitsmanagement (NVKM) toepassen, waaronder accountantsorganisaties met een oob-vergunning, passen de verwijzing naar de NVKS aan in Nadere voorschriften kwaliteitsmanagement (NVKM).
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)