← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, d.d. 11 december 2025, houdende de bekendmaking van een tijdelijke beleidsregel tot verlening van een voorschot aan advocaten die in liquiditeitsproblemen zijn gekomen door vertraging in de afhandeling van aanvragen of procedures door een bestuursorgaan of een gerechtelijke instantie (Tijdelijke beleidsregel voorschot advocaten in liquiditeitsproblemen)

Geldende tekst a fecha 2026-04-18

Gelet op de artikelen 7, eerste lid onder a en b, artikel 37, vierde lid van de Wet op de rechtsbijstand, artikel 35, eerste lid en artikel 36 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, juncto 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

De volgende beleidsregel vast te stellen:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Deze beleidsregel heeft tot doel om in uitzonderlijke gevallen in afwijking van het Bvr een tijdelijk hoger voorschot te kunnen verlenen aan advocaten die als gevolg van vertragingen in de afhandeling van aanvragen of procedures door een bestuursorgaan of een gerechtelijke instantie in liquiditeitsproblemen zijn gekomen.

Hoofdstuk 2. Aanvrager en aanvraag

Artikel 3. Voorwaarden aanvrager
1.

Het bestuur kan in afwijking van artikel 35, eerste lid Bvr in de eerste maand van elk kwartaal een voorschot verlenen aan de advocaat die voldoet aan de volgende voorwaarden:

2.

Geen voorschot kan worden aangevraagd indien de advocaat of het kantoor:

Artikel 4. Wijze van indienen aanvraag
1.

De advocaat dient de aanvraag tot verlening van een voorschot bedoeld in artikel 3 per e-mail in bij de Raad.

2.

De aanvraag bevat een verklaring van de advocaat dat de in artikel 3 genoemde omstandigheden op hem van toepassing zijn alsmede een motivering waarbij de advocaat aannemelijk maakt dat die omstandigheden op hem van toepassing zijn.

3.

Indien de aanvraag niet volledig is, stelt het bestuur de advocaat in de gelegenheid om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. De beslistermijn op de aanvraag wordt gedurende deze periode opgeschort.

Hoofdstuk 3. Financiele bepalingen

Artikel 5. Hoogte van het voorschot
1.

In afwijking van artikel 35, tweede lid Bvr is de hoogte van het kwartaalvoorschot gelijk aan 75 procent van het door de minister vast te stellen normbedrag vermenigvuldigd met een vierde deel van het aantal toevoegingen dat aan de advocaat is afgegeven in de periode van de eerste dag van de maand van het jaar voorafgaand aan de maand waarin het verzoek wordt gedaan tot de eerste dag van de maand in de maand waarin het verzoek wordt gedaan.

2.

In afwijking van artikel 35, vierde lid, eerste volzin Bvr bedraagt het voorschot ten hoogste 75 procent van het door de minister te bepalen bedrag.

Artikel 6. Duur van het voorschot
1.

Het voorschot wordt toegekend voor een periode van één jaar (vier kwartalen).

2.

De toekenning van het voorschot kan jaarlijks op verzoek van de advocaat na afloop van de periode genoemd in het eerste lid worden verlengd met één jaar indien de omstandigheden, genoemd in artikel 3, eerste lid nog steeds van toepassing zijn. Artikel 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing voor de verlenging van het voorschot.

3.

Indien gedurende de periode genoemd in het eerste lid blijkt dat de omstandigheden, genoemd in artikel 3, eerste lid, niet meer van toepassing zijn, meldt de advocaat dit onverwijld aan de Raad. De Raad beëindigt dan de toekenning van het voorschot met ingang van het eerstvolgende kwartaal.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 7. Inwerkingtreding en geldigheidsduur
1.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze beleidsregel vervalt op 1 januari 2028.

Artikel 8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Tijdelijke beleidsregel voorschot advocaten in liquiditeitsproblemen.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.