← Geldende tekst · Geschiedenis

Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Geldende tekst a fecha 2004-11-01

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Marokko,

Geleid door de wens de betrekkingen tussen beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

Dit Verdrag is van toepassing:

2.

Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, waarbij de wettelijke regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden gewijzigd of aangevuld.

Het is evenwel slechts van toepassing:

Artikel 2
1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op de werknemers of de met hen gelijkgestelden op wie de wettelijke regelingen van een van de Verdragsluitende Partijen van toepassing zijn of geweest zijn en die onderdaan zijn van een van de Partijen, alsmede op hun gezinsleden en hun nabestaanden.

2.

De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, noch op kanselarijbeambten.

3.

De toepassing van dit Verdrag op zeelieden is afhankelijk van een daartoe te sluiten bijzondere overeenkomst.

Artikel 3

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, zijn onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen op wie dit Verdrag van toepassing is, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van de andere Partij onderworpen aan de verplichtingen en gerechtigd tot de voordelen, voortvloeiende uit de wettelijke regelingen van die andere Partij.

Artikel 4

Wanneer een werknemer of een met hem gelijkgestelde achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van arbeid of van verzekering welke krachtens de wettelijke regelingen van elk der Verdragsluitende Partijen zijn vervuld, alsmede de daarmede gelijkgestelde tijdvakken voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.

Artikel 5
1.

De uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, bij ouderdom of aan nabestaanden, de uitkeringen bij overlijden en de kinderbijslagen verkregen op grond van de wettelijke regelingen van een van de Verdragsluitende Partijen, kunnen op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende of het kind woont op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan die op het grondgebied waarvan het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, zich bevindt.

2.

Het voorgaande lid is eveneens van toepassing op de uitkeringen uit hoofde van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).

3.

De voorgaande leden zijn eveneens van toepassing op personen die geen onderdanen zijn van een van de Verdragsluitende Partijen.

TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de toe te passen wettelijke regelingen

Artikel 6
1.

Voor de toepassing van het in titel II bepaalde ter vaststelling van de toe te passen wettelijke regelingen, zijn op de werknemer of de met hem gelijkgestelde uitsluitend de wettelijke regelingen van een der Partijen van toepassing, tenzij in dit Verdrag iets anders wordt bepaald.

2.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 tot en met 9, zijn op werknemers of met hen gelijkgestelden die werkzaam zijn op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen, de wettelijke regelingen van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij gewoonlijk op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien de woonplaats van hun werkgever of het hoofdkantoor van de onderneming waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.

3.

Op werknemers of met hen gelijkgestelden die werkzaam zijn aan boord van een schip of een luchtvaartuig en die in dienst zijn van een onderneming die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij is gevestigd, zijn de wettelijke regelingen van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij gewoonlijk op het grondgebied van de andere Partij wonen.

4.

Indien, krachtens het in deze titel bepaalde, op een werknemer van toepassing zijn de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij niet woont, zijn deze wettelijke regelingen op hem van toepassing alsof hij op het grondgebied van deze Partij woonde.

Artikel 7

Op de in het vorige artikel neergelegde regels gelden de volgende uitzonderingen:

Artikel 8
1.

Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 2 is artikel 6 van toepassing op werknemers of met hen gelijkgestelden die bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen der Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn of in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze vertegenwoordigingen zijn.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel, binnen een termijn van zes maanden na de aanvang van hun werkzaamheden of de inwerkingtreding van dit Verdrag, kiezen voor toepassing van de wettelijke regelingen van de vertegenwoordigde Staat. De keuze heeft geen terugwerkende kracht en kan slechts eenmaal worden gedaan.

Artikel 9

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen voor bepaalde werknemers of groepen werknemers met betrekking tot de toepasselijke wettelijke regelingen in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de artikelen 6 tot en met 8 van dit Verdrag.

TITEL III. Bijzondere bepalingen

HOOFDSTUK I. Ziekte en moederschap

Artikel 10
1.

De werknemer of de met hem gelijkgestelde die tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen en zich naar het grondgebied van de andere Partij begeeft, heeft voor zichzelf en voor zijn gezinsleden die zich op dat grondgebied bevinden, recht op de prestaties ingevolge de ziekte- en moederschapsverzekering, als voorzien in de wettelijke regelingen van laatstbedoelde Partij, voor zover hij aan de door de wettelijke regelingen van deze Partij gestelde voorwaarden voldoet, de in artikel 4 van dit Verdrag bedoelde samentelling van tijdvakken in aanmerking genomen.

2.

Indien de werknemer of de met hem gelijkgestelde die ingevolge de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen verzekerd was, zich naar het grondgebied van de andere Partij heeft begeven en niet aan de gestelde voorwaarden voldoet om de prestaties krachtens de wettelijke regelingen van de laatstgenoemde Partij te ontvangen, en wanneer deze werknemer nog recht heeft op prestaties ingevolge de wettelijke regelingen van de eerstgenoemde Partij of hierop recht zou hebben indien hij zich op het grondgebied van die Partij bevond, behoudt hij dit recht. In dat geval is het bepaalde in artikel 11, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, op overeenkomstige wijze van toepassing.

Artikel 11
1.

Een werknemer of een met hem gelijkgestelde die voldoet aan de door de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen gestelde voorwaarden om recht te hebben op prestaties, ontvangt gedurende een verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij verstrekkingen, wanneer zijn gezondheidstoestand deze verstrekkingen onmiddellijk noodzakelijk maakt.

2.

Een werknemer of een met hem gelijkgestelde die recht op prestaties heeft verkregen ten laste van een orgaan van een der Verdragsluitende Partijen, en die woont op het grondgebied van bedoelde Partij, behoudt dat recht wanneer hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij overbrengt. Voor de overbrenging moet de werknemer echter de toestemming hebben ontvangen van het bevoegde orgaan. De toestemming kan slechts worden geweigerd indien verplaatsing van de betrokkene nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor de toepassing van een geneeskundige behandeling.

3.

Wanneer een werknemer of een met hem gelijkgestelde overeenkomstig het in de voorgaande leden bepaalde recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen ten laste van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de verblijfplaats of van de woonplaats volgens de bepalingen van de door het genoemde orgaan toegepaste wettelijke regeling, in het bijzonder met betrekking tot de omvang en de wijze van toepassing van de verstrekkingen: voor de duur van deze verstrekkingen is echter de wettelijke regeling van de bevoegde Staat bepalend.

4.

In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen is voor de toekenning van protheses, hulpmiddelen van grotere omvang en andere verstrekkingen van groot belang – behalve bij onmiskenbare spoedgevallen – de toestemming van het bevoegde orgaan vereist. Met goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen de in het Administratief Akkoord voor de toepassing van dit Verdrag bedoelde verbindingsorganen een lijst op van de verstrekkingen waarop dit lid van toepassing is.

5.

Uitkeringen worden, in de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen, betaald door het bevoegde orgaan, overeenkomstig de wettelijke regelingen die voor dit orgaan van toepassing zijn.

6.

Met betrekking tot verstrekkingen is het in de voorgaande leden bepaalde van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de werknemer of de met hem gelijkgestelde.

7.

De bepalingen van het eerste tot en met het zesde lid van dit artikel zijn niet van toepassing op de personen die zich op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij die niet de bevoegde Staat is, begeven met het oogmerk geneeskundige hulp te ontvangen.

Artikel 12
1.

De werknemer of de met hem gelijkgestelde die woont op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die niet de bevoegde Staat is en die voldoet aan de door de wettelijke regelingen van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden om recht te hebben op prestaties, met inachtneming van, in voorkomend geval, het onder artikel 4 bepaalde, ontvangt op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar hij woont:

2.

Met betrekking tot het ontvangen van verstrekkingen is het in het vorige lid bepaalde van overeenkomstige toepassing op gezinsleden die wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die niet de bevoegde Staat is. Wanneer de gezinsleden echter recht hebben op prestaties krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen, is het in dit artikel bepaalde op hen niet van toepassing.

Artikel 13
1.

Wanneer de pensioengerechtigde aan wie krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen pensioenen zijn verschuldigd, recht heeft op verstrekkingen krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, met inachtneming van, in voorkomend geval, het in artikel 4 bepaalde, worden deze verstrekkingen aan deze pensioengerechtigde en zijn gezinsleden verleend door het orgaan van de woonplaats en ten laste van dit orgaan, alsof hij uitsluitend pensioengerechtigd was krachtens de wettelijke regelingen van deze laatste Partij.

2.

Wanneer de pensioengerechtigde aan wie krachtens de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij een pensioen is verschuldigd of aan wie krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen pensioenen zijn verschuldigd, geen recht heeft op verstrekkingen krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, ontvangen hij en zijn gezinsleden desalniettemin deze verstrekkingen, voor zover hij, met inachtneming van, in voorkomend geval, het in artikel 4 bepaalde, krachtens de wettelijke regelingen van de eerstgenoemde Partij recht heeft op de genoemde verstrekkingen, of daarop recht zou hebben, indien hij op het grondgebied van deze Partij woonde. De verstrekkingen worden verleend door het orgaan van de woonplaats, overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wettelijke regelingen, alsof de betrokkene krachtens deze wettelijke regelingen recht zou hebben op de genoemde verstrekkingen, maar deze komen ten laste van het bevoegde orgaan.

3.

Wanneer de pensioengerechtigde aan wie krachtens de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij een pensioen is verschuldigd of aan wie krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen pensioenen zijn verschuldigd, op het grondgebied van de bevoegde Staat woont, ontvangen zijn gezinsleden die op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wonen verstrekkingen alsof de pensioengerechtigde op hetzelfde grondgebied woonde als zij. Deze verstrekkingen worden verleend door het orgaan van de woonplaats van de gezinsleden, overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wettelijke regelingen, alsof zij krachtens deze wettelijke regelingen recht hadden op de genoemde verstrekkingen, maar deze komen ten laste van het bevoegde orgaan.

4.

Indien de in het vorige lid bedoelde gezinsleden hun woonplaats overbrengen naar het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar de pensioengerechtigde woont, ontvangen zij de prestaties volgens de wettelijke regelingen van die Partij, zelfs indien zij voor overbrenging van hun woonplaats reeds voor hetzelfde geval van ziekte of moederschap prestaties hebben ontvangen.

5.

De pensioengerechtigde aan wie krachtens de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij een pensioen is verschuldigd of aan wie krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen pensioenen zijn verschuldigd, en die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wettelijke regelingen van een van deze Partijen, ontvangt, evenals zijn gezinsleden, deze verstrekkingen tijdens een verblijf op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die niet de bevoegde Staat is, wanneer hun gezondheidstoestand deze verstrekkingen onmiddellijk noodzakelijk maakt.

6.

In de in het vorige lid bedoelde gevallen worden de verstrekkingen verleend door het orgaan van de verblijfplaats, overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wettelijke regelingen, alsof de betrokkene krachtens deze wettelijke regelingen recht zou hebben op de genoemde verstrekkingen, maar deze komen ten laste van het bevoegde orgaan. De duur van het verlenen van deze verstrekkingen is die welke is vastgelegd in de wettelijke regelingen van de bevoegde Staat. Het in artikel 11, vierde lid, bepaalde is op overeenkomstige wijze van toepassing.

7.

Indien de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij voorzien in inhouding van premies ten laste van de pensioengerechtigde om de verstrekkingen te waarborgen, is het orgaan van deze Partij, dat een pensioen verschuldigd is, gemachtigd tot deze inhoudingen over te gaan, wanneer de verstrekkingen krachtens dit lid ten laste komen van een orgaan van de genoemde Partij.

8.

Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op de gezinsleden die zelf recht hebben op verstrekkingen krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen.

9.

Het in het vijfde lid van dit artikel bepaalde is niet van toepassing op personen die zich, met het oogmerk geneeskundige hulp te ontvangen, begeven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, op het grondgebied waarvan zij niet wonen.

Artikel 14

De bepalingen van artikel 11, eerste en zesde lid, en artikel 13, vijfde lid, van het Verdrag zijn ook van toepassing op de verzekerde werknemers of de met hen gelijkgestelden die onderdaan zijn van een derde land.

Artikel 15
1.

De krachtens de bepalingen van de in dit hoofdstuk verleende verstrekkingen worden door de bevoegde organen of de organen van de woonplaats, al naar gelang het geval, vergoed aan de organen die de verstrekkingen hebben verleend.

2.

De vergoedingen worden vastgesteld en vinden plaats overeenkomstig de in een administratief akkoord vast te stellen regels, hetzij aan de hand van de werkelijke kosten, hetzij op basis van een vast bedrag.

HOOFDSTUK 2. Invaliditeit

Artikel 16
1.

De uitkeringen worden vastgesteld overeenkomstig de wettelijke regelingen welke op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit is ontstaan, op de belanghebbende van toepassing waren en komen ten laste van het volgens deze wettelijke regelingen bevoegde orgaan.

2.

Indien toepassing van het vorige lid tot gevolg heeft dat de uitkeringen krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen verschuldigd zijn, worden verzekeringstijdvakken welke voordien krachtens de Nederlandse wettelijke regelingen zijn vervuld, voor de vaststelling van het bedrag van de uitkeringen als Marokkaanse verzekeringstijdvakken beschouwd.

Artikel 17

Indien, rekening houdend met de samentelling van de verzekeringstijdvakken als bedoeld in artikel 4 van dit Verdrag, de belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van een invaliditeitsuitkering ingevolge de wettelijke regelingen welke ten tijde van het intreden van de arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit op hem van toepassing waren, terwijl hij nog recht heeft op uitkeringen krachtens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij onmiddellijk daaraan voorafgaande verzekerd was, of hij daarop recht zou hebben indien hij zich op genoemd grondgebied bevond, ontvangt hij deze uitkeringen in het land waarheen hij zich heeft begeven. Deze uitkeringen komen ten laste van het orgaan van bovenbedoelde Partij, overeenkomstig de wettelijke regelingen van deze Partij.

Artikel 18
1.

Indien de verzekerde na schorsing van het invaliditeitspensioen of de invaliditeitsuitkering zijn recht herkrijgt, hervat het orgaan dat het oorspronkelijk toegekende pensioen of de oorspronkelijk toegekende uitkering verschuldigd was, de uitbetaling wanneer de invaliditeit is toe te schrijven aan de ziekte welke geleid heeft tot toekenning van dit pensioen of die uitkering.

2.

Indien de toestand van de verzekerde na intrekking van het invaliditeitspensioen of de invaliditeitsuitkering, de hernieuwde toekenning van een pensioen of een uitkering rechtvaardigt, wordt laatstgenoemd pensioen of laatstgenoemde uitkering overeenkomstig artikel 16 vastgesteld.

HOOFDSTUK 3. Ouderdom en overlijden

Artikel 19

De uitkeringen waarop een verzekerde die aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen aanspraak kan maken, worden op de volgende wijze vastgesteld:

Artikel 20

De Nederlandse organen berekenen de ouderdomspensioenen rechtstreeks en uitsluitend op basis van de krachtens de eigen wettelijke regelingen vervulde tijdvakken van verzekering.

Artikel 21
1.

De in artikel 13, eerste lid, van de AOW (Algemene Ouderdomswet) bedoelde korting is niet van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag gelegen tijdvakken gedurende welke de echtgenote of weduwe na het bereiken van de 15-jarige leeftijd en voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd was krachtens de voornoemde wettelijke regeling terwijl zij, gedurende haar huwelijk, op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko woonde, voor zover deze tijdvakken overeenkomen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

2.

De in artikel 13, tweede lid, van de AOW bedoelde korting is niet van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag gelegen tijdvakken gedurende welke de echtgenote van de rechthebbende na het bereiken van de 15-jarige leeftijd en voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd was krachtens de voornoemde wettelijke regeling terwijl zij, gedurende haar huwelijk, op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko woonde, voor zover deze tijdvakken overeenkomen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

3.

In afwijking van het bepaalde in artikel 45, eerste lid, van de AOW en in artikel 47, eerste lid, van de AWW (Algemene Weduwen- en Wezenwet), is de op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko wonende echtgenoot van een werknemer die onderworpen is aan het stelsel van verplichte verzekering uitsluitend bevoegd zich krachtens deze wettelijke regelingen vrijwillig te verzekeren over tijdvakken gelegen na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, gedurende welke de werknemer krachtens deze wettelijke regelingen verplicht verzekerd is. Deze bevoegdheid eindigt op de dag waarop het tijdvak van verplichte verzekering van de werknemer eindigt. Deze bevoegdheid eindigt echter niet wanneer de verplichte verzekering van de werknemer onderbroken is ten gevolge van het overlijden van de werknemer en wanneer de bovengenoemde echtgenoot slechts een pensioen ontvangt krachtens de AWW. In ieder geval eindigt de bevoegdheid zich vrijwillig te verzekeren op de dag waarop de vrijwillig verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.

De premie voor de bovengenoemde vrijwillige verzekering, verschuldigd door de echtgenoot van een werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag volgens de AOW en de AWW verplicht verzekerd was, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde met betrekking tot de vaststelling van de premie voor de verplichte verzekering, met dien verstande dat de inkomsten van de echtgenoot in dit geval geacht worden in Nederland te zijn ontvangen.

De premie voor de echtgenoot van een werknemer die op of na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag verplicht verzekerde is geworden, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde met betrekking tot de vaststelling van de premie voor de vrijwillige verzekering ingevolge de AOW en de AWW.

4.

De in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid wordt slechts verleend:

5.

De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op de tijdvakken die samenvallen met tijdvakken die in aanmerking worden genomen voor de berekening van een pensioen dat is verschuldigd ingevolge de wettelijke regeling inzake ouderdomsverzekering van een andere Staat dan Nederland en evenmin op tijdvakken gedurende welke de betrokkene een ouderdomspensioen heeft genoten ingevolge een dergelijke wettelijke regeling.

Artikel 22
1.

Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.

2.

Het bedrag van het pensioen, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend op basis van de verhouding welke bestaat tussen de werkelijke individuele verzekeringsduur van de overledene volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen en de voor dezelfde verzekerde maximaal mogelijke verzekeringsduur volgens deze wettelijke regelingen.

Artikel 23

Het weduwenpensioen wordt eventueel tussen de rechthebbenden verdeeld naar de omstandigheden bepaald door de persoonlijke rechtstoestand van de verzekerde. De wijze van toepassing van dit artikel zal in een administratief akkoord worden geregeld.

HOOFDSTUK 4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten

Artikel 24

De werknemer die recht op verstrekkingen heeft verkregen moet, alvorens van woonplaats te veranderen, toestemming hebben van het orgaan dat die verstrekkingen verschuldigd is. Dit orgaan mag deze toestemming alleen weigeren, indien verandering van woonplaats van de betrokkene nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van een geneeskundige behandeling.

Artikel 25

Bij verandering van woonplaats worden prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, slechts verschaft als het orgaan waarbij de belanghebbende is aangesloten, daartoe machtiging heeft verleend.

HOOFDSTUK 5. Kinderbijslag

Artikel 26
1.

De kinderbijslag welke krachtens de Nederlandse wettelijke regelingen verschuldigd is aan een Marokkaanse werknemer wiens kinderen in Marokko wonen, wordt rechtstreeks uitbetaald aan degene die in Marokko met de zorg voor deze kinderen is belast.

2.

De kinderbijslag welke krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen verschuldigd is aan een Nederlandse werknemer wiens kinderen in Nederland wonen, wordt rechtstreeks uitbetaald aan degene die in Nederland met de zorg voor deze kinderen is belast.

3.

De wijze van toepassing van dit artikel zal in een administratief akkoord geregeld worden.

HOOFDSTUK 6. Werkloosheid

Artikel 27

De werknemer of de met hem gelijkgestelde van een der Verdragsluitende Partijen die zich naar het grondgebied van de andere Partij heeft begeven, heeft, zolang hij zich op bedoeld grondgebied bevindt, recht op werkloosheidsuitkering ingevolge de wettelijke regelingen van laatstbedoelde Partij, onder de volgende voorwaarden:

HOOFDSTUK 7. Bijstand

Artikel 27a

Marokkaanse onderdanen die op het grondgebied van Nederland wonen, hebben even lang als zij zich op genoemd grondgebied bevinden, recht op de in de Nederlandse wettelijke regelingen bedoelde bijstandsuitkeringen of andere uitkeringen ten laste van de publieke middelen overeenkomstig de in die wettelijke regelingen vereiste voorwaarden.

TITEL IV. Diverse bepalingen

Artikel 28

De bevoegde autoriteiten:

1.

treffen de administratieve regelingen welke voor de uitvoering van dit Verdrag nodig zijn, in het bijzonder regelingen inzake de verificatie van de gegevens benodigd voor de vaststelling van de rechtmatigheid van uitkeringen en verstrekkingen uit hoofde van de in artikel 1 bedoelde wettelijke regelingen.

2.

verstrekken elkaar alle inlichtingen omtrent de ter uitvoering van dit Verdrag genomen maatregelen;

3.

verstrekken elkaar alle inlichtingen omtrent de wijzigingen in hun wettelijke regelingen, waardoor de uitvoering van dit Verdrag kan worden gewijzigd.

Artikel 29
1.

Bij de toepassing van dit Verdrag zijn de autoriteiten en de met de uitvoering van dit Verdrag belaste organen elkaar behulpzaam en handelen zij als betrof het de toepassing van hun eigen wettelijke regelingen.

2.

Bij de toepassing van dit Verdrag kunnen de organen en de autoriteiten van elk der Verdragsluitende Partijen zich rechtstreeks met elkaar en met de belanghebbenden of hun gemachtigden in verbinding stellen.

Artikel 30
1.

De vrijstelling of verlaging van rechten, zegelrechten, griffie- of registratierechten, waarin bij de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen is voorzien voor bescheiden of documenten welke ter uitvoering van de wettelijke regelingen van deze Partij moeten worden overgelegd, geldt eveneens voor overeenkomstige bescheiden en documenten welke ter uitvoering van de wettelijke regelingen van de andere Verdragsluitende Partij of van dit Verdrag dienen te worden overgelegd.

2.

Alle akten, documenten en bescheiden van welke aard ook welke ter uitvoering van dit Verdrag moeten worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke of consulaire autoriteiten en van kanselarijrechten.

Artikel 31
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag voeren de organen rechtstreeks briefwisseling met elkaar in de Franse taal.

2.

De organen en autoriteiten van een Verdragsluitende Partij mogen verzoekschriften of andere documenten welke hun toegezonden worden, niet afwijzen op grond van het feit dat deze in de officiële taal van de andere Verdragsluitende Partij zijn gesteld.

Artikel 32

Aanvragen, verklaringen of beroepschriften welke ter uitvoering van de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen binnen een bepaalde termijn moeten worden ingediend bij een autoriteit, orgaan of ander lichaam van deze Partij, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn bij een overeenkomstige autoriteit, orgaan of ander lichaam van de andere Verdragsluitende Partij worden ingediend. In dat geval zal de autoriteit, het orgaan of het lichaam waarop aldus een beroep wordt gedaan deze aanvragen, verklaringen of beroepschriften, na daarop de datum van ontvangst te hebben vermeld, onverwijld doen toekomen aan de bevoegde autoriteit, het bevoegde orgaan of het bevoegde lichaam van eerstbedoelde Partij, hetzij rechtstreeks, hetzij door bemiddeling van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 33
1.

De organen van een Verdragsluitende Partij welke op grond van dit Verdrag uitkeringen verschuldigd zijn aan rechthebbenden die zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevinden, kunnen het verschuldigde rechtens voldoen in de valuta van eerstbedoelde Partij; wanneer zij gelden verschuldigd zijn aan organen welke zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevinden, moeten zij die gelden betalen in de valuta van deze Partij.

2.

Overmaking van gelden, voortvloeiende uit de toepassing van dit Verdrag, heeft plaats krachtens de overeenkomsten en regelen welke terzake op het tijdstip van overmaking tussen beide Verdragsluitende Partijen van kracht zijn.

Artikel 34
1.

Over elk geschil tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, zal rechtstreeks tussen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen worden onderhandeld.

2.

Indien het geschil op deze wijze niet binnen zes maanden na de aanvang van de onderhandelingen kan worden opgelost, wordt het voorgelegd aan een scheidsrechterlijke commissie, waarvan de samenstelling en de procedure in een overeenkomst tussen de regeringen van de Verdragsluitende Partijen worden vastgelegd.

De scheidsrechterlijke commissie moet het geschil volgens de grondbeginselen en in de geest van dit Verdrag beslechten. Haar beslissingen zijn bindend en niet vatbaar voor beroep.

Artikel 34a

De nadere bepalingen voor de toepassing van de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partijen zijn vermeld in een Slotprotocol dat een integrerend bestanddeel van dit Verdrag vormt.

TITEL V. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 35
1.

Aan dit Verdrag kan geen enkel recht op betaling van uitkeringen worden ontleend voor een tijdvak dat aan zijn inwerkingtreding voorafgaat.

2.

Voor het vaststellen van het recht op uitkeringen overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag wordt elk tijdvak van verzekering, vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen vervuld, in aanmerking genomen.

3.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is krachtens dit Verdrag een pensioen of rente verschuldigd, zelfs indien dat pensioen of die rente betrekking heeft op een gebeurtenis vóór de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag. Te dien einde wordt elk pensioen of elke rente welke niet is uitbetaald of waarvan de betaling is geschorst in verband met de nationaliteit van de belanghebbende, dan wel in verband met het feit dat hij zijn woonplaats heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, op verzoek van de belanghebbende uitbetaald of hervat met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

4.

Ten aanzien van de uit de toepassing van het vorige lid voortvloeiende rechten zijn de bepalingen van de wettelijke regelingen der Verdragsluitende Partijen met betrekking tot het verlies en de verjaring van rechten niet op de belanghebbende van toepassing, indien het desbetreffende verzoek binnen een termijn van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt ingediend. Indien het verzoek na afloop van deze termijn wordt ingediend, wordt het recht op uitkering dat niet vervallen verklaard of verjaard is, verworven met ingang van de datum waarop het verzoek is ingediend, tenzij gunstiger bepalingen van de wettelijke regelingen van een Verdragsluitende Partij van toepassing zijn.

Artikel 36

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

Artikel 37

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op die waarin de Regeringen van beide Verdragsluitende Partijen elkaar hebben medegedeeld dat de grondwettelijke procedures voor de inwerkingtreding van het Verdrag in hun onderscheiden landen zijn vervuld.

Artikel 38

Dit Verdrag wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Het kan door elk van de Verdragsluitende Partijen worden opgezegd. Opzegging dient te geschieden uiterlijk zes maanden vóór het einde van het lopende kalenderjaar; het Verdrag houdt alsdan op van kracht te zijn aan het einde van dat jaar.

Artikel 39
1.

Bij opzegging van dit Verdrag wordt elk recht dat met toepassing van dit Verdrag is verkregen, gehandhaafd.

2.

Aanspraken op grond van tijdvakken, vervuld vóór de datum, waarop de opzegging van kracht is geworden, worden niet door de opzegging teniet gedaan; het behoud ervan zal voor het tijdvak na de opzegging in onderlinge overeenstemming worden vastgesteld of bij gebreke daarvan door de eigen wettelijke regelingen van het betrokken orgaan.

1. Toepassing van de Nederlandse wettelijke regelingen inzake de ziektekostenverzekering

a. Ten aanzien van het recht op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wettelijke regelingen dient onder rechthebbende op de verstrekkingen voor de toepassing van hoofdstuk 1 van titel III van het Verdrag te worden verstaan de persoon die verzekerd of medeverzekerd is ingevolge de verzekering als bedoeld in de Nederlandse Ziekenfondswet.

b. Voor de toepassing van artikel 13 van het Verdrag zijn gelijkgesteld met pensioenen krachtens de in artikel 1, eerste lid, onder a, van het Verdrag bedoelde wettelijke regelingen (arbeidsongeschiktheidsverzekering, respectievelijk ouderdomsverzekering):

c. De in artikel 10, tweede lid, van het Verdrag bedoelde werknemer of de met hem gelijkgestelde of zijn gezinsleden en de in artikel 12, tweede lid, van het Verdrag bedoelde gezinsleden en de in artikel 13, tweede en derde lid, van het Verdrag bedoelde rechthebbende op een of meer pensioenen of renten, of zijn gezinsleden, die op Nederlands grondgebied wonen, zijn niet verzekerd krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

2. Toepassing van de Marokkaanse wettelijke regelingen met betrekking tot het verlenen van verstrekkingen in geval van ziekte en moederschap

In afwachting van de inwerkingtreding van een wettelijke regeling inzake de ziekteverzekering (verstrekkingen) in Marokko, stellen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in een interim-akkoord de volgende elementen vast:

3. Toepassing van de Nederlandse wettelijke regelingen inzake de ouderdomsverzekering

a. De in artikel 21, derde lid, van het Verdrag bedoelde bevoegdheid zich vrijwillig te verzekeren is voorbehouden aan de eerste echtgenoot van de verzekerde:

b. Het eerste en het tweede lid van artikel 21 van het Verdrag zijn slechts van toepassing op de echtgenoot die zich vrijwillig heeft verzekerd krachtens het derde lid van artikel 21 van het Verdrag.

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.

FAIT à Rabat, le 14 février 1972, en double exemplaire, en langue française.

Pour le Royaume des Pays-Bas,

(s.) C. VREEDE

Cornelis Vreede

Ambassadeur du Royaume des Pays-Bas

Pour le Royaume du Maroc,

(s.) ARSALANE EL JADIDI

Arsalane El Jadidi

Ministre du Travail, des Affaires Sociales, de la Jeunesse et des Sports