Overeenkomst inzake handel in burgerluchtvaartuigen
Preambule
De Ondertekenaars1)Onder „Ondertekenaars" wordt hierna verstaan de Partijen bij deze Overeenkomst.van de Overeenkomst inzake de handel in burgerluchtvaartuigen, hierna „Overeenkomst" genoemd;
Gelet op het feit dat de Ministers tijdens hun bijeenkomst van 12 tot en met 14 september 1973 zijn overeengekomen, dat de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Tokio-ronde de uitbreiding en een steeds grotere liberalisatie van de wereldhandel dienen te bewerkstelligen, onder andere door de geleidelijke opheffing van de handelsbelemmeringen en de verbetering van het internationale kader voor het regelen van de wereldhandel;
Geleid door de wens voor de wereldhandel in burgerluchtvaartuigen, alsmede voor onderdelen en toebehoren daarvan, een zo groot mogelijke vrijheid te bewerkstelligen, in het bijzonder de afschaffing van rechten en, zoveel mogelijk, de vermindering of opheffing van invloeden die de handel beperken of verstoren;
Geleid door de wens de technologische vooruitgang in de luchtvaartindustrie over de gehele wereld te bevorderen;
Geleid door de wens hun burgerluchtvaart en hun vliegtuigfabrikanten billijke en gelijke concurrentiemogelijkheden te verschaffen om aan de uitbreiding van de wereldmarkt voor burgerluchtvaartuigen deel te kunnen nemen;
Zich bewust van de betekenis van hun algemene wederzijdse belangen, zowel economisch als commercieel, in de sector burgerluchtvaartuigen;
Erkennende dat een groot aantal Ondertekenaars de vliegtuigsector als een bijzonder belangrijk onderdeel van het economische en industriële beleid beschouwt;
Er naar strevend de nadelige gevolgen die voor de handel in burgerluchtvaartuigen voortvloeien uit overheidssteun bij de ontwikkeling, de produktie en de afzet van burgerluchtvaartuigen op te heffen, in het besef dat deze overheidssteun als zodanig niet als verstoring van het handelsverkeer wordt beschouwd;
Geleid door de wens hun burgerluchtvaart een commercieel-concurrerende basis te verschaffen, en erkennend dat de betrekkingen tussen overheid en industrie in hun landen sterk uiteenlopen;
Zich bewust van hun rechten en verplichtingen ingevolge de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (hierna „Algemene Overeenkomst" of „GATT" genoemd) en ingevolge andere multilaterale overeenkomsten die onder auspiciën van de GATT zijn gesloten;
Zich bewust van de noodzaak internationale procedures inzake kennisgeving, overleg, toezicht en beslechting van geschillen op te stellen, teneinde te verzekeren dat de bepalingen van deze Overeenkomst op billijke, snelle en doeltreffende wijze ten uitvoer kunnen worden gelegd en het evenwicht tussen rechten en verplichtingen onderling gehandhaafd blijft;
Geleid door de wens een internationaal kader voor de handel in burgerluchtvaartuigen tot stand te brengen,
Hebben overeenstemming bereikt omtrent het volgende:
Artikel 1. Produkten
1.1. Deze Overeenkomst is van toepassing op de volgende produkten:
- a). alle burgerluchtvaartuigen;
- b). alle motoren voor burgerluchtvaartuigen, alsmede de delen en de onderdelen daarvan;
- c). alle andere delen, onderdelen en geassembleerde delen van burgerluchtvaartuigen ;
- d). alle toestellen voor vliegoefeningen op de grond, alsmede delen en onderdelen daarvan;
ongeacht het feit of zij als oorspronkelijke dan wel als vervangende uitrusting zijn toegepast bij de bouw, de reparatie, het onderhoud, de gedeeltelijke vernieuwing, de wijziging of de verbouwing van burgerluchtvaartuigen,
1.2. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „burgerluchtvaartuigen" verstaan:
- a). alle andere luchtvaartuigen dan militaire, en
- b). alle overige in artikel 1, eerste lid, genoemde produkten.
Artikel 2. Douanerechten en andere heffingen
2.1. De Ondertekenaars komen overeen:
- 2.1.1. op 1 januari 1980 of op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle douanerechten en andere heffingen1)De uitdrukking „andere heffingen" heeft in dit geval dezelfde betekenis als in artikel II van de GATT.van welke aard ook, die van toepassing zijn bij of in verband met de invoer van de produkten die zijn ingedeeld onder de onderscheiden in de Bijlage opgenomen douanetariefposten, af te schaffen, indien deze produkten bestemd zijn om bij de vervaardiging, de reparatie, het onderhoud, de gedeeltelijke vernieuwing, de wijziging of de verbouwing van burgerluchtvaartuigen te worden gebruikt en daarin te worden aangebracht;
- 2.1.2. op 1 januari 1980 of op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle douanerechten en andere heffingen1)De uitdrukking „andere heffingen" heeft in dit geval dezelfde betekenis als in artikel II van de GATT.van welke aard ook, die op reparaties van burgerluchtvaartuigen van toepassing zijn, af te schaffen;
- 2.1.3. op 1 januari 1980 of op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in hun lijsten bij de Algemene Overeenkomst op te nemen dat alle produkten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 1, en alle herstellingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 2, bij invoer vrij zijn van rechten of daarvan worden vrijgesteld.
2.2. Iedere Ondertekenaar
- a). voert een op de eindbestemming van het produkt gebaseerd systeem van douaneadministratie in of past zijn administratie daaraan aan, ten einde aan zijn verplichtingen ingevolge artikel 2, eerste lid, te kunnen voldoen;
- b). ziet erop toe dat zijn op de eindbestemming gebaseerde systeem een regeling inzake invoer met vrijdom of vrijstelling van rechten omvat, die vergelijkbaar is met de regeling die de andere Ondertekenaars hebben ingesteld en die geen belemmering voor de handel vormt;
- c). stelt de andere Ondertekenaars in kennis van de administratieve bepalingen van zijn op de eindbestemming gebaseerde systeem.
Artikel 3. Technische handelsbelemmeringen
3.1. De Ondertekenaars nemen er nota van dat de bepalingen van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen van toepassing zijn op de handel in burgerluchtvaartuigen. Voorts zijn de Ondertekenaars overeengekomen dat ten aanzien van de voorschriften inzake certificering van burgerluchtvaartuigen en de specificaties met betrekking tot de bedienings- en onderhoudsprocedures van deze luchtvaartuigen de bepalingen van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen van toepassing zijn tussen de Ondertekenaars.
Artikel 4. Aankopen in opdracht van de Overheid, verplichte contracten inzake onderaanneming en overredingspogingen
4.1. De kopers van burgerluchtvaartuigen dienen hun leveranciers vrij te kunnen kiezen op grond van commerciële en technologische overwegingen.
4.2. De Ondertekenaars zullen de luchtvaartmaatschappijen, fabrikanten van luchtvaartuigen of andere bij de aankoop van burgerluchtvaartuigen betrokken partijen niet verplichten, noch onredelijke druk op hen uitoefenen, om burgerluchtvaartuigen van bepaalde oorsprong aan te kopen, waardoor discriminatie zou ontstaan ten opzichte van de leveranciers van een Ondertekenaar.
4.3. De Ondertekenaars komen overeen dat de aankoop van onder deze Overeenkomst vallende produkten uitsluitend op concurrentieoverwegingen met betrekking tot prijs, kwaliteit en leveringstermijn gebaseerd mag zijn. Een Ondertekenaar kan evenwel ten aanzien van de goedkeuring of toewijzing van opdrachten met betrekking tot produkten die onder de Overeenkomst vallen, verlangen dat zijn daartoe gerechtigde ondernemingen concurrerend kunnen mededingen op even gunstige voorwaarden als die welke aan daartoe gerechtigde ondernemingen van andere Ondertekenaars worden toegestaan1)Het gebruik van de uitdrukking „kunnen mededingen op even gunstige voorwaarden" betekent niet dat het aantal contracten dat aan de daartoe gerechtigde ondernemingen van een Ondertekenaar wordt toegewezen, de overeenkomstige ondernemingen van andere Ondertekenaars recht geeft op een zelfde aantal contracten..
4.4. De Ondertekenaars komen overeen, zich te onthouden van overredingspogingen van welke aard ook ten aanzien van de verkoop of de aankoop van burgerluchtvaartuigen van bepaalde oorsprong, die zouden leiden tot discriminatie ten nadele van leveranciers van enige Ondertekenaar.
Artikel 5. Handelsbeperkingen
5.1. De Ondertekenaars passen geen kwantitatieve beperkingen (invoercontingenten) of maatregelen inzake invoervergunningen toe, waardoor de invoer van burgerluchtvaartuigen wordt beperkt op een wijze die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de GATT. Deze bepaling sluit niet de toepassing uit van maatregelen inzake invoercontrole of invoervergunningen in overeenstemming met de voorschriften van de GATT.
5.2. De Ondertekenaars passen geen kwantitatieve beperkingen, systemen van exportvergunningen of andere soortgelijke maatregelen toe, waardoor de uitvoer van burgerluchtvaartuigen naar andere Ondertekenaars om commerciële redenen of uit concurrentieoverwegingen wordt beperkt op een wijze die niet in overeenstemming is met de geldende bepalingen van de GATT.
Artikel 6. Overheidssteun, exportkredieten en op de markt brengen van luchtvaartuigen
6.1. De Ondertekenaars nemen er nota van dat de bepalingen van de Overeenkomst inzake de uitleg en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (Overeenkomst betreffende subsidies en compenserende maatregelen) van toepassing zijn op de handel in burgerluchtvaartuigen. Zij bevestigen dat zij bij hun deelneming of steun aan programma's inzake burgerluchtvaartuigen eventueel nadelige gevolgen voor de handel in burgerluchtvaartuigen in de zin van artikel 8, derde en vierde lid, van de Overeenkomst betreffende subsidies en compenserende maatregelen zullen trachten te voorkomen.
Zij houden eveneens rekening met speciale factoren in de Iuchtvaartsector, in het bijzonder de uitgebreide overheidssteun in deze sector, hun internationale economische belangen en de wens van de producenten van alle Ondertekenaars om deel te nemen aan de uitbreiding van de wereldmarkt voor vliegtuigen voor de burgerluchtvaart.
6.2. De Ondertekenaars komen overeen dat de prijs van burgerluchtvaartuigen zodanig dient te worden vastgesteld, dat er redelijke vooruitzichten op dekking van alle kosten bestaan, met inbegrip van de eenmalige programmakosten en de aanwijsbare en naar rato omgeslagen kosten van militaire research- en ontwikkelingswerk inzake luchtvaartuigen, onderdelen en systemen die vervolgens toepassing vinden bij de produktie van burgerluchtvaartuigen, alsmede de gemiddelde produktiekosten en de financiële kosten.
Artikel 7. Regionale en plaatselijke overheid
7.1. Behalve andere uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen komen de Ondertekenaars overeen de regionale en plaatselijke overheid en autoriteiten, de niet-gouvernementele of andere instellingen niet te verplichten of aan te moedigen, direct of indirect, maatregelen te nemen die onverenigbaar zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel 8. Toezicht, onderzoek, overleg en beslechting van geschillen
8.1. Er wordt een Comité voor de handel in burgerluchtvaartuigen (hierna „het Comité" genoemd) ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle Ondertekenaars. Het Comité kiest zijn eigen Voorzitter. Het Comité komt zo dikwijls als noodzakelijk is bijeen, doch ten minste éénmaal per jaar, ten einde de Ondertekenaars in de gelegenheid te stellen overleg te plegen over alle vraagstukken met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst, met inbegrip van de ontwikkelingen van de burgerluchtvaartindustrie, na te gaan of wijzigingen noodzakelijk zijn ter verzekering van een vrij en ongestoord handelsverkeer, alle vraagstukken te behandelen waarvoor door middel van bilateraal overleg geen bevredigende oplossing is gevonden, en de taken uit te voeren die haar ingevolge deze Overeenkomst of door de Ondertekenaars kunnen worden opgedragen.
8.2. Het Comité stelt ieder jaar een onderzoek in naar de uitvoering en de toepassing van deze Overeenkomst, zulks met inachtneming van de beoogde doeleinden. Het Comité stelt de Verdragsluitende Partijen van de GATT ieder jaar in kennis van de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan tijdens de periode waarop het onderzoek betrekking heeft.
8.3. Uiterlijk na afloop van het derde jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, en vervolgens op gezette tijden, vinden tussen de Ondertekenaars nieuwe onderhandelingen plaats ter uitbreiding en verbetering van deze Overeenkomst op basis van wederkerigheid.
8.4. Het Comité kan in voorkomende gevallen ondergeschikte organen instellen om regelmatig toezicht op de toepassing van deze Overeenkomst uit te oefenen ten einde ervoor te zorgen dat de wederzijdse voordelen voortdurend in evenwicht zijn. In het bijzonder wordt een passend ondergeschikt orgaan ingesteld om erop toe te zien dat de wederzijdse voordelen, de reciprociteit en de gelijkwaardigheid van de resultaten bij de uitvoering van de bepalingen van artikel 2 met betrekking tot de produkten, de op de eindbestemming gebaseerde systemen, de douanerechten en andere heffingen voortdurend in evenwicht zijn.
8.5. Iedere Ondertekenaar neemt de bezwaren van andere Ondertekenaars inzake elk vraagstuk met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst welwillend in overweging en verschaft hun voldoende gelegenheid tot onverwijld overleg hierover.
8.6. De Ondertekenaars erkennen dat het wenselijk is in het Comité overleg te plegen met de andere Ondertekenaars, ten einde een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden, voordat een onderzoek wordt ingesteld naar het bestaan, de aard en de gevolgen van elke vermeende subsidie. In die uitzonderlijke gevallen waarin geen overleg plaatsvindt alvorens een dergelijke interne procedure op gang wordt gebracht, stellen de Ondertekenaars het Comité hiervan onmiddellijk in kennis en plegen zij tegelijkertijd overleg om een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden die compenserende maatregelen overbodig maakt.
8.7. Iedere Ondertekenaar die van mening is dat zijn commerciële belangen bij de vervaardiging, de reparatie, het onderhoud, de gedeeltelijke vernieuwing, de wijziging of de verbouwing van burgerluchtvaartuigen zijn of dreigen te worden geschaad door een maatregel van een andere Ondertekenaar, kan het Comité verzoeken het vraagstuk te behandelen. Na ontvangst van een dergelijk verzoek komt het Comité binnen dertig dagen bijeen en behandelt het vraagstuk zo spoedig mogelijk ten einde zo snel mogelijk een oplossing voor de problemen te vinden, in het bijzonder voordat hiervoor elders een definitieve oplossing is gevonden. Het Comité kan daartoe de nodige besluiten nemen of de nodige aanbevelingen doen. Deze behandeling doet geen afbreuk aan de rechten van de Ondertekenaars, voortvloeiend uit de Algemene Overeenkomst of uit de onder auspiciën van de GATT gesloten multilaterale akkoorden, voor zover deze betrekking hebben op de handel in burgerluchtvaartuigen. Ten einde de behandeling van de problemen die zich in het kader van de Algemene Overeenkomst en van de bovengenoemde akkoorden voordoen, te bevorderen, kan het Comité passende technische bijstand verlenen.
8.8. De Ondertekenaars komen overeen dat met betrekking tot elk geschil inzake een aangelegenheid waarop deze Overeenkomst, doch geen andere, onder de auspiciën van de GATT gesloten, multilaterale akkoorden van toepassing is, de Ondertekenaars en het Comité mutatis mutandis de bepalingen van de artikelen XXII en XXIII van de Algemene Overeenkomst en van de Verklaring van Intentie betreffende de kennisgeving, het overleg, de beslechting van geschillen en het toezicht zullen toepassen, ten einde dit geschil te beslechten.
Indien de partijen bij het geschil zulks overeenkomen, worden deze procedures eveneens toegepast om een geschil te beslechten met betrekking tot een aangelegenheid waarop deze Overeenkomst en enig ander multilateraal, onder auspiciën van de GATT gesloten, akkoord van toepassing is.
Artikel 9. Slotbepalingen
9.1. Aanvaarding en toetreding
- 9.1.1. Deze Overeenkomst staat open voor aanvaarding, door ondertekening of anderszins, door de regeringen die Partij zijn bij de GATT en door de Europese Economische Gemeenschap.
- 9.1.2. Deze Overeenkomst staat open voor aanvaarding, door ondertekening of anderszins, door de regeringen die voorlopig zijn toegetreden tot de GATT, op voorwaarden die verband houden met de feitelijke toepassing van de rechten en verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst, waarbij rekening wordt gehouden met de rechten en verplichtingen van de akten van hun voorlopige toetreding.
- 9.1.3. Deze Overeenkomst staat open voor toetreding door elke andere regering, op voorwaarden die verband houden met de feitelijke toepassing van de rechten en verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst, overeen te komen tussen deze regeringen en de Ondertekenaars door bij de Directeur-Generaal van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bij de GATT een akte van toetreding neder te leggen waarin de aldus overeengekomen voorwaarden zijn opgenomen.
- 9.1.4. Met betrekking tot de aanvaarding zijn de bepalingen van artikel XXVI, vijfde lid, letter a en b, van de Algemene Overeenkomst van toepassing.
9.2. Voorbehoud
- 9.2.1. Zonder toestemming van de andere Ondertekenaars mag geen voorbehoud ten aanzien van de bepalingen van deze Overeenkomst worden gemaakt.
9.3. Inwerkingtreding
- 9.3.1. . Deze Overeenkomst treedt op 1 januari 1980 in werking voor de Regeringen1)Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt de term „Regering" geacht de bevoegde autoriteiten van de Europese Economische Gemeenschap te omvatten.die deze op die datum hebben aanvaard of hiertoe zijn toegetreden. Voor iedere andere Regering treedt de Overeenkomst in werking op de dertigste dag na de datum waarop zij deze heeft aanvaard of hiertoe is toegetreden.
9.4. Nationale wetgeving
- 9.4.1. Iedere Regering die deze Overeenkomst aanvaardt of hiertoe toetreedt, ziet erop toe dat haar wetten, voorschriften en administratieve regelingen uiterlijk op de datum waarop deze Overeenkomst voor haar van kracht wordt, in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst.
- 9.4.2. Iedere Ondertekenaar stelt het Comité in kennis van alle wijzigingen in zijn wetten en voorschriften met betrekking tot de bepalingen van deze Overeenkomst, alsmede in de uitvoering van deze wetten en voorschriften.
9.5. Wijzigingen
- 9.5.1. De Ondertekenaars kunnen deze Overeenkomst onder andere wijzigen naar aanleiding van de bij de uitvoering ervan opgedane ervaring. Indien een wijziging door de Ondertekenaars overeenkomstig de door het Comité vastgestelde procedures is overeengekomen, wordt deze wijziging voor een Ondertekenaar eerst van kracht, wanneer deze door die Ondertekenaar is aanvaard.
9.6. Opzegging
- 9.6.1. Iedere Ondertekenaar kan deze Overeenkomst opzeggen. De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Directeur-Generaal van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bij de GATT hiervan een schriftelijke kennisgeving heeft ontvangen. Na ontvangst van deze kennisgeving kan iedere Ondertekenaar om onmiddellijke bijeenroeping van het Comité verzoeken.
9.7. Niet-toepassing van deze Overeenkomst tussen Ondertekenaars
- 9.7.1. Deze Overeenkomst is niet van toepassing tussen twee Ondertekenaars, indien één van deze Ondertekenaars op het tijdstip dat hij de Overeenkomst aanvaardt of hiertoe toetreedt, niet instemt met deze toepassing.
9.8. Bijlage
- 9.8.1. De bijlage is een integrerend deel van deze Overeenkomst.
9.9. Secretariaat
- 9.9.1. Het Secretariaat van de GATT verricht de secretariaatswerkzaamheden ten behoeve van deze Overeenkomst.
9.10. Nederlegging
- 9.10.1. Deze Overeenkomst wordt nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bij de GATT, die aan iedere Ondertekenaar en aan iedere Verdragsluitende Partij bij de GATT onverwijld een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezendt van deze Overeenkomst, zomede van iedere wijziging daarin overeenkomstig artikel 9, vijfde lid, alsmede een kennisgeving van iedere aanvaarding of toetreding overeenkomstig artikel 9, eerste lid, of van iedere opzegging overeenkomstig artikel 9, zesde lid.
9.11. Registratie
- 9.11.1. Deze Overeenkomst wordt geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
DONE at Geneva this twelfth day of April nineteen hundred and seventy-nine in a single copy, in the English and French languages, each text being authentic, except as otherwise specified with respect to the various lists in the Annex.