Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Voor de toepassing van het derde en vierde lid van dit artikel geeft een Partij onverwijld antwoord op ieder verzoek van een andere Partij om vast te stellen of een vaartuig dat haar vlag voert daartoe gerechtigd is, en op verzoeken om machtiging die worden ingediend ingevolge het derde lid. Op het tijdstip dat zij Partij bij dit Verdrag wordt, wijst elke Partij een autoriteit, of zonodig autoriteiten, aan voor het ontvangen en beantwoorden van dergelijke verzoeken. Deze aanwijzing wordt door tussenkomst van de Secretaris-Generaal aan alle andere Partijen meegedeeld binnen een maand nadat zij is geschied.
Een Partij die een van de maatregelen heeft genomen voorzien in dit artikel, stelt de betrokken vlaggestaat onmiddellijk op de hoogte van de resultaten van dat optreden.
De Partijen overwegen bilaterale of regionale overeenkomsten of regelingen aan te gaan om de bepalingen van dit artikel uit te voeren of de doeltreffendheid ervan te vergroten.
Maatregelen bedoeld in het vierde lid van dit artikel worden slechts tenuitvoergelegd door oorlogsschepen, militaire luchtvaartuigen, of andere vaartuigen of luchtvaartuigen die duidelijke merktekens tonen waaruit blijkt dat zij in dienst zijn van de staat en dat zij tot die maatregelen gemachtigd zijn.
Bij ieder optreden in overeenstemming met dit artikel wordt, in overeenstemming met het internationale zeerecht, er naar behoren rekening mee gehouden dat geen inbreuk wordt gemaakt op de rechten en verplichtingen en de uitoefening van de rechtsmacht van kuststaten en dat geen aantasting plaatsvindt van deze rechten, verplichtingen of rechtsmacht.
Artikel 18. Vrijhandelszones en vrijhavens
De Partijen passen ter bestrijding van de sluikhandel in verdovende middelen, psychotrope stoffen en stoffen in Tabel I en II in vrijhandelszones en in vrijhavens maatregelen toe die niet minder streng zijn dan de maatregelen die zij in andere delen van hun grondgebied toepassen.
De Partijen streven ernaar:
- a. toezicht te houden op het verkeer van goederen en personen in vrijhandelszones en vrijhavens en verlenen hiertoe de bevoegde autoriteiten bevoegdheid om inspectie uit te voeren van ladingen en inkomende en uitgaande vaartuigen, waaronder begrepen pleziervaartuigen en vissersvaartuigen, luchtvaartuigen en voertuigen, en om in passende gevallen bemanningsleden, passagiers en hun bagage aan een onderzoek te onderwerpen;
- b. een systeem in te stellen en ten uitvoer te leggen voor het opsporen van zendingen die vrijhandelszones en vrijhavens in- of uitgaan en die ervan verdacht worden verdovende middelen, psychotrope stoffen en stoffen te bevatten als bedoeld in Tabel I en Tabel II;
- c. bewakingssystemen in te stellen en ten uitvoer te leggen in havengebieden, rond dokken en op luchthavens en grenscontroleposten in vrijhandelszones en vrijhavens.
Artikel 19. Het gebruik van de post
In overeenstemming met hun verplichtingen krachtens de verdragen van de Wereld Post Unie, en in overeenstemming met de grondbeginselen van hun nationale rechtsstelsels nemen de Partijen maatregelen ter bestrijding van het gebruik van de post voor sluikhandel, en werken hiertoe met elkaar samen.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde maatregelen omvatten in het bijzonder:
- a. gecoördineerd optreden ter voorkoming en het tegengaan van het gebruik van de post voor sluikhandel;
- b. het invoeren en in stand houden door tot opsporing en rechtshandhaving bevoegd personeel van methoden van onderzoek en toezicht die erop gericht zijn illegale zendingen van verdovende middelen, psychotrope stoffen en stoffen in Tabel I en Tabel II in de post op te sporen;
- c. wetgevende maatregelen om het gebruik mogelijk te maken van passende middelen voor het vergaren van bewijs ten behoeve van de vervolging.
Artikel 20. Door de Partijen te verstrekken gegevens
De Partijen verstrekken aan de Commissie, door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, gegevens over de werking van dit Verdrag op hun grondgebieden, en in het bijzonder:
- a. de teksten van wetten en regelingen uitgevaardigd ter uitvoering van het Verdrag;
- b. bijzonderheden van gevallen van sluikhandel binnen hun rechtsgebied die zij belangrijk achten omdat daarin nieuwe tendenzen zijn waar te nemen, de hoeveelheden waar het om gaat, de bronnen waaruit de stoffen worden verkregen of de methoden die worden toegepast door personen die zich met sluikhandel bezighouden.
De Partijen verstrekken deze gegevens op de wijze en op de tijdstippen vastgesteld door de Commissie.
Artikel 21. Taken en bevoegdheden van de Commissie
De Commissie is bevoegd kennis te nemen van alle vraagstukken die verband houden met de doelstellingen van dit Verdrag, en in het bijzonder:
- a. overziet de Commissie, op grond van de door de Partijen in overeenstemming met artikel 20 verstrekte gegevens, de werking van dit Verdrag;
- b. kan de Commissie voorstellen en algemene aanbevelingen doen na bestudering van de gegevens die zij van de Partijen ontvangt;
- c. kan de Commissie de aandacht van het Comité vragen voor aangelegenheden die van belang kunnen zijn voor de werkzaamheden van het Comité;
- d. neemt de Commissie, ten aanzien van aangelegenheden die door het Comité krachtens artikel 22, eerste lid, letter c, aan haar worden voorgelegd, door haar passend geachte maatregelen;
- e. kan de Commissie Tabel I en Tabel II wijzigen, overeenkomstig de in artikel 12 vervatte procedures;
- f. kan de Commissie de aandacht van niet-Partijen vestigen op besluiten en aanbevelingen die zij krachtens dit Verdrag aanneemt, opdat deze overwegen overeenkomstige maatregelen te nemen.
Artikel 22. Taken en bevoegdheden van het Comité
Onverminderd de taken en bevoegdheden van de Commissie krachtens artikel 21, en onverminderd de taken en bevoegdheden van het Comité en de Commissie krachtens het Verdrag van 1961, hetVerdrag van 1961 zoals gewijzigd en het Verdrag van 1971:
- a. kan het Comité, indien het, op grond van zijn beoordeling van gegevens waarover het Comité, de Secretaris-Generaal of de Commissie beschikt, of op grond van gegevens die door organisaties van de Verenigde Naties worden verstrekt, reden heeft om aan te nemen dat in kwesties die zijn bevoegdheden raken de doelstellingen van dit Verdrag niet worden verwezenlijkt, een Partij of Partijen verzoeken ter zake dienende gegevens te verstrekken;
- b. met betrekking tot de artikelen 12,13 en 16:
- (i). nadat het Comité maatregelen heeft genomen krachtens letter a van dit artikel kan het, indien het van de noodzaak hiervan overtuigd is, de betrokken Partij verzoeken de corrigerende maatregelen te nemen die onder de omstandigheden noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 12,13 en 16;
- (ii). voordat het Comité overgaat tot het nemen van maatregelen krachtens alinea (iii) hieronder, behandelt het zijn contacten met de betrokken Partij krachtens de voorgaande letters en alinea's als vertrouwelijk;
- (iii). indien het Comité vaststelt dat de betrokken Partij geen corrigerende maatregelen heeft genomen nadat dit haar krachtens deze letter is verzocht, kan het de aandacht van de Partijen, de Raad en de Commissie voor de kwestie vragen. De door het Comité ingevolge deze alinea gepubliceerde rapporten omvatten tevens de zienswijze van de betrokken Partij indien deze zulks verzoekt.
Elke Partij wordt uitgenodigd zich te doen vertegenwoordigen op bijeenkomsten van het Comité waarop krachtens dit artikel zal worden beraadslaagd over kwesties die voor haar van rechtstreeks belang zijn.
Indien een krachtens dit artikel door het Comité genomen besluit niet eenstemmig wordt aangenomen, wordt ook de zienswijze van de minderheid gepubliceerd.
De besluiten van het Comité krachtens dit artikel worden genomen met een meerderheid van twee derde van het totaal aantal leden van het Comité.
Tijdens zijn werkzaamheden ingevolge het eerste lid, letter a van dit artikel draagt het Comité er zorg voor dat alle gegevens die in zijn bezit kunnen komen als vertrouwelijk worden behandeld.
De verantwoordelijkheid van het Comité krachtens dit artikel geldt niet voor de uitvoering van verdragen of overeenkomsten die Partijen aangaan in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op geschillen tussen Partijen die vallen onder de bepalingen van artikel 32.
Artikel 23. Verslagen van het Comité
Het Comité stelt een jaarverslag op over zijn werkzaamheden dat tevens een analyse bevat van de hem ter beschikking staande gegevens, en, in de daarvoor in aanmerking komende gevallen, een uiteenzetting van de eventuele door de Partijen gegeven of van hen gevraagde toelichtingen, alsmede alle opmerkingen die het Comité wenst te maken en aanbevelingen die het wenst te doen. Het Comité kan aanvullende verslagen opstellen wanneer het dit nodig acht. De verslagen worden door tussenkomst van de Commissie aan de Raad overlegd, die er naar eigen goeddunken commentaar op kan geven.
De verslagen van het Comité worden aan de Partijen toegezonden en vervolgens door de Secretaris-Generaal bekendgemaakt. De Partijen staan toe dat zij onbeperkt worden verspreid.
Artikel 24. Toepassing van strengere maatregelen dan die welke krachtens dit Verdrag vereist zijn
Een partij kan strengere maatregelen nemen dan die welke in dit Verdrag zijn voorzien indien dergelijke maatregelen naar haar oordeel gewenst of noodzakelijk zijn ter voorkoming of bestrijding van de sluikhandel.
Artikel 25. Niet-aantasting van eerdere verdragsrechten en -verplichtingen
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de rechten die Partijen bij dit Verdrag genieten of verplichtingen die zij zijn aangegaan krachtens het Verdrag van 1961, het Verdrag van 1961 zoals gewijzigd en het Verdrag van 1971.
Artikel 26. Ondertekening
Dit Verdrag staat van 20 december 1988 tot 28 februari 1989 op het bureau van de Verenigde Naties te Wenen, en daarna tot 20 december 1989 op de zetel van de Verenigde Naties te New York, open voor ondertekening door:
- a. alle Staten;
- b. Namibië, vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië;
- c. regionale organisaties voor economische integratie die bevoegd zijn tot het onderhandelen over en het sluiten en toepassen van internationale overeenkomsten in aangelegenheden die bij dit Verdrag worden geregeld, waarbij verwijzingen in dit Verdrag naar Partijen, Staten, of nationale diensten binnen de grenzen van hun bevoegdheid op deze organisaties van toepassing zijn.
Artikel 27. Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of handeling van formele bevestiging
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door Staten en door Namibië, vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië, en dient formeel te worden bevestigd door de in artikel 26, letter c, bedoelde regionale organisaties voor economische integratie. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring en de akten aangaande handelingen van formele bevestiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.
In hun akten van formele bevestiging geven de regionale organisaties voor economische integratie de reikwijdte aan van hun bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden die bij dit Verdrag worden geregeld. Deze organisaties stellen de Secretaris-Generaal tevens op de hoogte van eventuele wijzigingen in de reikwijdte van hun bevoegdheid ten aanzien van de zaken die bij dit Verdrag worden geregeld.
Artikel 28. Toetreding
Dit Verdrag blijft openstaan voor toetreding door elke Staat, door Namibië vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië, en door de in artikel 26, letter (c) bedoelde regionale organisaties voor economische samenwerking. Toetreding geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal.
In hun akten van toetreding geven de regionale organisaties voor economische integratie de reikwijdte aan van hun bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden die bij dit Verdrag worden geregeld. Deze organisaties stellen de Secretaris-Generaal tevens op de hoogte van eventuele wijzigingen in de reikwijdte van hun bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden die bij dit Verdrag worden geregeld.
Artikel 29. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag nadat de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door Staten of door Namibië, vertegenwoordigd door de Raad voor Namibië, is nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.
Voor elke Staat of voor Namibië, vertegenwoordigd door de Raad voor Namibië, die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of tot dit Verdrag toetreedt nadat de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding is nedergelegd, treedt het Verdrag in werking op de negentigste dag na de datum waarop zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding is nedergelegd.
Voor elke in artikel 26, letter (c), bedoelde regionale organisatie voor economische integratie die een akte aangaande een handeling van formele bevestiging of een akte van toetreding nederlegt, treedt dit Verdrag in werking op de negentigste dag na deze nederlegging, of op de datum waarop het Verdrag in werking treedt ingevolge het eerste lid van dit artikel, naar gelang welke datum het laatst valt.
Artikel 30. Opzegging
Een Partij kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving gericht aan de SecretarisGeneraal.
Deze opzegging wordt voor de betrokken Partij van kracht een jaar na de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving ontvangt.
Artikel 31. Wijzigingen
Elke Partij kan een voorstel tot wijziging van dit Verdrag doen. De tekst van een dergelijke wijziging, alsmede de redenen voor de wijziging worden door die Partij meegedeeld aan de Secretaris-Generaal, die deze aan de andere Partijen doet toekomen en hen vraagt of zij de voorgestelde wijziging aanvaarden. Indien een voorgestelde wijziging die op deze wijze is rondgestuurd door geen der Partijen is verworpen binnen vierentwintig maanden nadat zij is rondgestuurd, wordt zij geacht te zijn aanvaard en treedt zij ten aanzien van een Partij in werking negentig dagen nadat die Partij bij de Secretaris-Generaal een akte heeft nedergelegd waaruit blijkt dat zij ermede instemt door die wijziging te worden gebonden.
Indien een voorgestelde wijziging door een Partij is verworpen, overlegt de Secretaris-Generaal met de Partijen en, indien een meerderheid hierom verzoekt, legt hij de kwestie, samen met eventueel door de Partijen gegeven commentaren, voor aan de Raad, die kan besluiten een conferentie bijeen te roepen in overeenstemming met artikel 62, vierde lid van het Handvest van de Verenigde Naties. Elke wijziging waarin een dergelijke conferentie resulteert, wordt opgenomen in een Protocol tot Wijziging. Partijen die ermede instemmen door een dergelijk Protocol te worden gebonden, dienen dit uitdrukkelijk mede te delen aan de Secretaris-Generaal.
Artikel 32. Beslechting van geschillen
Indien tussen twee of meer Partijen een geschil mocht ontstaan met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, plegen deze Partijen met elkaar overleg teneinde het geschil te beslechten door middel van onderhandelingen, onderzoek, bemiddeling, verzoening, arbitrage of een beroep op regionale organisaties, langs gerechtelijke weg of op andere door hen te kiezen vreedzame wijze.
Elk geschil dat niet op de in het eerste lid van dit artikel omschreven wijze kan worden beslecht, wordt op verzoek van een Staat die partij is bij het geschil, onderworpen aan de uitspraak van het Internationale Gerechtshof.
Indien een in artikel 26, letter (c), bedoelde regionale organisatie voor economische integratie partij is bij een geschil dat niet op de in het eerste lid van dit artikel omschreven wijze kan worden beslecht, kan deze, door tussenkomst van een Lidstaat van de Verenigde Naties, de Raad verzoeken het advies van het Internationale Gerechtshof te vragen in overeenstemming met artikel 65 van het Statuut van het Hof, welk advies als beslissend wordt beschouwd.
Op het tijdstip waarop een Staat dit Verdrag ondertekent of bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt of daartoe toetreedt, en op het tijdstip waarop een regionale organisatie voor economische integratie dit Verdrag ondertekent of een akte van formele bevestiging of toetreding nederlegt, kan deze Staat of organisatie verklaren zich niet gebonden te achten door het tweede en derde lid van dit artikel. De andere Partijen zijn ten aanzien van een Partij die een dergelijke verklaring heeft afgelegd, niet gebonden door het tweede en het derde lid.
Een Partij die een verklaring heeft afgelegd in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel kan deze verklaring te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal.
Artikel 33. Authentieke teksten
De Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en Spaanse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
Artikel 34. Depositaris
De Secretaris-Generaal is de depositaris van dit Verdrag.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.
DONE AT VIENNA, in one original, this twentieth day of December one thousand nine hundred and eighty-eight.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)