Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan

Type Verdrag
Publication 2011-10-28
State In force
Source BWB
artikelen 63
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Bij de aanneming van dergelijke programma's of maatregelen dient voldoende rekening te worden gehouden met de vraag of een specifiek programma of specifieke maatregel van toepassing zou moeten zijn op het gehele zeegebied of een gespecificeerd deel ervan.

Artikel 4

1.

In overeenstemming met de voorlaatste considerans van het Verdrag worden uit hoofde van deze Bijlage geen programma's of maatregelen aangenomen betreffende aangelegenheden met betrekking tot het beheer van de visserij. Echter, wanneer de Commissie van mening is dat actie wenselijk is met betrekking tot een dergelijke aangelegenheid, brengt zij deze onder de aandacht van de autoriteit of internationale instantie die voor die aangelegenheid bevoegd is. Wanneer ter aanvulling op of ondersteuning van acties van dergelijke autoriteiten of instanties actie wenselijk is die binnen de bevoegdheden van de Commissie ligt, streeft de Commissie naar samenwerking met hen.

2.

Wanneer de Commissie van mening is dat actie uit hoofde van deze Bijlage wenselijk is met betrekking tot een aangelegenheid op het gebied van het vervoer over zee, brengt zij die onder de aandacht van de Internationale Maritieme Organisatie. De Verdragsluitende Partijen die lid zijn van de Internationale Maritieme Organisatie streven binnen de Organisatie naar samenwerking teneinde voldoende respons te bewerkstelligen, met, in voorkomend geval, de instemming van de Organisatie met regionale of lokale actie, rekening houdend met eventuele door de Organisatie ontwikkelde richtlijnen inzake de aanwijzing van speciale gebieden, de vaststelling van bijzonder kwetsbare gebieden of andere aangelegenheden.

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN

1

Bij de toepassing van de beste beschikbare technieken dient de nadruk te liggen op de toepassing van technieken die geen afval produceren, indien deze beschikbaar zijn.

2

Onder „de beste beschikbare technieken" wordt verstaan de laatste ontwikkelingen („stand van de techniek") in procédés, installaties of bedrijfsvoering aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of een bepaalde maatregel ter beperking van lozingen, emissies en afval vanuit praktisch oogpunt geschikt is. Bij de vaststelling of een reeks van procédés, installaties en bedrijfsvoering in het algemeen of in een bepaald geval de beste beschikbare technieken vormen, dient bijzondere aandacht te worden besteed aan:

  • a. vergelijkbare procédés, installaties of bedrijfsvoering die recentelijk zijn beproefd en goede resultaten hebben opgeleverd;
  • b. de technologische vooruitgang en veranderingen in wetenschappelijke kennis en inzicht;
  • c. de economische haalbaarheid van deze technieken;
  • d. termijnen voor de invoering daarvan in zowel nieuwe als bestaande inrichtingen;
  • e. de aard en de omvang van de lozingen en emissies in kwestie.

3

Hieruit volgt derhalve dat datgene wat in een bepaald procédé „de beste beschikbare techniek" is, in de loop van de tijd zal evolueren, naar gelang de technologische vooruitgang, economische en sociale factoren, alsook veranderingen in wetenschappelijke kennis en inzicht.

4

Indien de vermindering van lozingen en emissies ten gevolge van de toepassing van de beste beschikbare technieken niet leidt tot voor het milieu aanvaardbare resulaten, dienen aanvullende maatregelen te worden toegepast.

5

Onder „technieken" wordt mede verstaan zowel de toegepaste techniek, als de wijze waarop de inrichting wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld.

BESTE MILIEUPRAKTIJK

6

Onder „beste milieupraktijk" wordt verstaan de toepassing van de meest geschikte combinatie van milieumaatregelen en -strategieën. Bij het maken van een keuze in afzonderlijke gevallen dient ten minste de onderstaande reeks steeds verder gaande maatregelen in aanmerking te worden genomen:

  • a. het geven van informatie en voorlichting aan het publiek en gebruikers over de gevolgen voor het milieu van de keuze van bepaalde activiteiten en de keuze van produkten, het gebruik en de uiteindelijke verwijdering daarvan;
  • b. het ontwikkelen en toepassen van milieugedragscodes, die betrekking hebben op alle aspecten van de activiteit gedurende de levenscyclus van het produkt;
  • c. verplicht gebruik van etiketten waarop de gebruikers worden geïnformeerd over de milieu-risico's die zijn verbonden aan een produkt, het gebruik en de uiteindelijke verwijdering ervan;
  • d. het zuinig omgaan met hulpbronnen, waaronder energie;
  • e. het algemeen beschikbaar maken van inzamelings- en verwijderingsstelsels;
  • f. het vermijden van het gebruik van gevaarlijke stoffen of produkten en het voortbrengen van gevaarlijke afvalstoffen;
  • g. recycling, terugwinning en hergebruik;
  • h. het toepassen van economische instrumenten op activiteiten, produkten of groepen produkten;
  • i. het invoeren van een vergunningenstelsel, dat mede een reeks beperkingen of een totaal verbod omvat.

7

Bij de vaststelling welke combinatie van maatregelen in het algemeen of in een bepaald geval de beste milieupraktijk vormt, dient in het bijzonder aandacht te worden besteed aan:

  • a. het milieu-risico van het produkt en de vervaardiging, het gebruik en de uiteindelijke verwijdering daarvan;
  • b. het vervangen door minder vervuilende activiteiten of stoffen;
  • c. de omvang van het gebruik;
  • d. de mogelijke voor- en nadelen voor het milieu van vervangende stoffen of activiteiten;
  • e. de vooruitgang en veranderingen in wetenschappelijke kennis en inzicht;
  • f. termijnen voor de uitvoering;
  • g. sociale en economische gevolgen.

8

Hieruit volgt derhalve dat datgene wat voor een bepaalde bron „de beste milieupraktijk" is, in de loop van de tijd zal evolueren, naar gelang de technologische vooruitgang, economische en sociale factoren, alsook veranderingen in wetenschappelijke kennis en inzicht.

9

Indien de vermindering van het inbrengen van stoffen ten gevolge van de toepassing van de beste milieupraktijk niet leidt tot voor het milieu aanvaardbare resultaten, dienen aanvullende maatregelen te worden toegepast en dient de beste milieupraktijk opnieuw te worden gedefinieerd.

1

Bij het stellen van prioriteiten en het beoordelen van de aard en de reikwijdte van programma's en maatregelen, en de termijnen daarvoor, dienen de Verdragsluitende Partijen de onderstaande criteria te hanteren:

  • a. de persistentie;
  • b. de toxiciteit of andere schadelijke eigenschappen;
  • c. de neiging tot biologische accumulatie;
  • d. de radioactiviteit;
  • e. de verhouding tussen de waargenomen of (wanneer de resultaten van waarnemingen nog niet beschikbaar zijn) verwachte concentraties en concentraties zonder waargenomen effecten;
  • f. door de mens veroorzaakt risico van eutrofiëring;
  • g. grensoverschrijdende betekenis;
  • h. risico van ongewenste veranderingen in het mariene ecosysteem en de onomkeerbaarheid of aanhoudendheid van effecten;
  • i. het hinderen van de winning van produkten uit de zee die bestemd zijn voor menselijke consumptie of enig ander rechtmatig gebruik van de zee;
  • j. gevolgen voor de smaak en/of geur van produkten uit de zee die bestemd zijn voor menselijke consumptie, of gevolgen voor de geur, kleur, doorzichtigheid of andere kenmerken van het zeewater;
  • k. distributiepatronen (d.w.z. betrokken hoeveelheden, gebruikspatronen en kans dat de stof in het mariene milieu terechtkomt);
  • l. het niet verwezenlijken van de doelstellingen betreffende de kwaliteit van het milieu.

2

Deze criteria zijn niet noodzakelijkerwijs alle van even groot belang bij de bestudering van een bepaalde stof of groep stoffen.

3

Bovenstaande criteria geven aan dat tot de stoffen waarvoor programma's en maatregelen moeten worden opgesteld, behoren:

  • a. zware metalen en verbindingen daarvan;
  • b. organohalogeenverbindingen (en stoffen waaruit dergelijke verbindingen in het mariene milieu kunnen ontstaan);
  • c. organische fosfor- en siliciumverbindingen;
  • d. biociden als pesticiden, fungiciden, herbiciden, insekticiden, slijmbestrijdingsmiddelen en chemicaliën die, onder andere, worden gebruikt ter verduurzaming van hout, timmerhout, houtpulp, cellulose, papier, huiden en textiel;
  • e. van aardolie afgeleide oliën en koolwaterstoffen;
  • f. stikstof- en fosforverbindingen;
  • g. radioactieve stoffen, met inbegrip van afvalstoffen;
  • h. persistente synthetische stoffen die kunnen drijven, zweven of zinken.

Criteria voor de vaststelling van menselijke activiteiten voor de toepassing van Bijlage V

1

De te hanteren criteria, rekening houdend met regionale verschillen, voor de vaststelling van menselijke activiteiten voor de toepassing van Bijlage V zijn:

  • a. de omvang, intensiteit en duur van de desbetreffende menselijke activiteit;
  • b. feitelijke en mogelijke nadelige gevolgen van de menselijke activiteit voor specifieke soorten, leefgemeenschappen en habitats;
  • c. feitelijke en potentiële nadelige gevolgen van de menselijke activiteit voor specifieke ecologische processen;
  • d. onomkeerbaarheid of duurzaamheid van deze gevolgen.

2

Deze criteria zijn niet noodzakelijkerwijs uitputtend of alle van even groot belang bij de bestudering van een specifieke activiteit.

OSPAR-Afspraak betreffende de betekenis van bepaalde begrippen in Bijlage V bij het OSPAR-Verdrag van 1992 inzake de bescherming en het behoud van ecosystemen en biologische diversiteit van het zeegebied

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised by their respective Governments, have signed this Convention.

DONE at Paris, on the twenty-second day of September 1992

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)