← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Letland inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

Geldende tekst a fecha 1999-05-01

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Letland, hun Staten hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen;

Overwegende dat inbreuken op de douanewetgeving hun economische, fiscale, sociale en culturele belangen en hun handelsbelangen schaden;

Gelet op het belang van een juiste vaststelling en een doeltreffende invordering van de douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Erkennende de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Overwegende dat de grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen een bijzonder gevaar voor de volksgezondheid en voor de samenleving vormt;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douane-administraties op basis van duidelijke wettelijke bepalingen;

Gelet op van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, in het bijzonder de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

HOOFSTUK II. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

Artikel 2
1.

De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douane-administraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, van de invordering van douanevorderingen en van de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douane-wetgeving.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door één van de Verdragsluitende Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douane-administratie.

3.

Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen; particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.

4.

Indien bijstand ter zake van in dit Verdrag geregelde aangelegenheden dient te worden verleend in overeenstemming met een andere samenwerkingsovereenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke bevoegde autoriteiten het betreft.

HOOFDSTUK III. REIKWIJDTE VAN DE BIJSTAND

Artikel 3
1.

De douane-administraties verstrekken elkaar op verzoek of uit eigen beweging informatie en inlichtingen die bijdragen tot een juiste toepassing van de douanewetgeving en een doeltreffende invordering, en tot de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving.

2.

Elk van beide douane-administraties handelt bij het instellen van een onderzoek namens de andere douane-administratie alsof dit werd ingesteld ten behoeve van haarzelf of op verzoek van een andere autoriteit in die Verdragsluitende Partij.

Artikel 4
1.

De aangezochte administratie verstrekt, op verzoek, alle informatie over de douanewetgeving en -regelingen die in die Verdragsluitende Partij gelden en die van belang zijn voor onderzoek betreffende een inbreuk op de douanewetgeving.

2.

Elke van beide douane-administraties verstrekt, uit eigen beweging en onverwijld, alle beschikbare informatie met betrekking tot:

HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 5

De aangezochte administratie verstrekt de verzoekende administratie op haar verzoek met name de volgende informatie:

Artikel 6

De aangezochte administratie houdt op verzoek bijzonder toezicht op:

Artikel 7
1.

De douane-administraties verstrekken elkaar op verzoek of uit eigen beweging informatie en inlichtingen over verrichte of voorgenomen transacties die een inbreuk op de douanewetgeving vormen of lijken te vormen.

2.

In ernstige gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare veiligheid of enig ander vitaal belang van de andere Verdragsluitende Partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt elke van beide douane-administraties waar mogelijk, onverwijld uit eigen beweging informatie en inlichtingen.

Artikel 8

De aangezochte administratie stelt op verzoek de betrokkenen die in haar douanegebied wonen in kennis van elke door de verzoekende administratie genomen maatregel of beslissing met betrekking tot de toepassing van de douanewetgeving.

HOOFDSTUK V. BIJSTAND BIJ DE INVORDERING

Artikel 9
1.

Zodra de noodzakelijke nationale wettelijke en administratieve bepalingen van beide Verdragsluitende Partijen in werking zijn getreden, verlenen hun douane-administraties elkaar bijstand bij de invordering van douanevorderingen.

2.

De aangezochte administratie verleent op verzoek bijstand met het oog op de inning van douanevorderingen, in overeenstemming met de onderscheiden nationale wetgeving of administratieve praktijk van de Verdragsluitende Partijen.

3.

De aangezochte administratie gaat op verzoek over tot invordering van douanevorderingen van de verzoekende administratie in overeenstemming met de nationale wetgeving en administratieve praktijk ter zake van de invordering van haar eigen vorderingen betreffende rechten en belastingen. Deze douanevorderingen genieten in de aangezochte Verdragsluitende Partij evenwel geen voorrang en kunnen niet worden ingevorderd door middel van gijzeling van de schuldenaar. De aangezochte administratie is niet verplicht maatregelen gericht op executie te nemen waarin de wetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij niet voorziet.

4.

De bepalingen van het derde lid van dit artikel zijn slechts van toepassing op douanevorderingen die het voorwerp zijn van een executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij en die niet worden betwist. Indien de vordering echter betrekking heeft op een verschuldigdheid van rechten of belastingen van een persoon die geen inwoner van de verzoekende Verdragsluitende Partij is, is het derde lid slechts van toepassing indien de douanevordering niet langer kan worden betwist.

5.

De verplichting om bijstand te verlenen bij de invordering van douanevorderingen betreffende een overledene ten laste van diens nalatenschap is beperkt tot de waarde van de nalatenschap of van de door elke rechthebbende op de nalatenschap verkregen goederen, naar gelang of de vordering wordt ingevorderd ten laste van de nalatenschap of ten laste van de rechthebbenden.

6.

De aangezochte administratie is niet verplicht het verzoek in te willigen:

7.

Het verzoek om administratieve bijstand bij de invordering van een douanevordering gaat vergezeld van:

8.

De verzoekende administratie vermeldt de in te vorderen douanevordering in haar eigen munteenheid. De douanevorderingen worden ingevorderd in de munteenheid van de aangezochte Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de officiële wisselkoers op de dag waarop het verzoek is ontvangen.

9.

De aangezochte administratie neemt op verzoek conservatoire maatregelen ten behoeve van de invordering van een douanevordering, zelfs indien de douanevordering wordt betwist of nog niet het voorwerp is van een executoriale titel, voor zover de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij zulks toelaten.

10.

De executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij wordt, indien van toepassing en in overeenstemming met de in de aangezochte Verdragsluitende Partij geldende bepalingen, zo spoedig mogelijk na de datum van ontvangst van het verzoek om bijstand aanvaard, erkend, aangevuld of vervangen door een executoriale titel in de aangezochte Verdragsluitende Partij.

11.

Vraagstukken betreffende de eventuele verjaring van het recht tot invordering van een douanevordering worden beheerst door het recht van de verzoekende Verdragsluitende Partij. Het verzoek om bijstand bevat bijzondere gegevens betreffende de verjaringstermijn.

12.

Door de aangezochte administratie naar aanleiding van het verzoek om bijstand verrichte invorderingshandelingen die overeenkomstig het recht van de aangezochte Verdragsluitende Partij tot gevolg zouden hebben dat de in het elfde lid bedoelde verjaringstermijn wordt opgeschort of onderbroken, dienen dit gevolg ook te hebben op grond van het recht van de verzoekende Verdragsluitende Partij. De aangezochte administratie stelt de verzoekende administratie van dergelijke handelingen in kennis.

13.

De aangezochte administratie kan uitstel van betaling verlenen of betaling in termijnen toestaan, indien haar nationale wetgeving of administratieve praktijk zulks onder soortgelijke omstandigheden toelaat, doch zij stelt de verzoekende administratie daarvan eerst in kennis.

14.

De douane-administraties schrijven in onderlinge overeenstemming regels voor betreffende minimumbedragen van douanevorderingen die vatbaar zijn voor een verzoek om bijstand in de nadere regelingen ter uitvoering van dit Verdrag, vast te stellen op grond van artikel 19, tweede lid, van dit Verdrag.

HOOFDSTUK VI. DOSSIERS EN DOCUMENTEN

Artikel 10
1.

Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften kan worden volstaan, en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden; zulks laat rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake onverlet.

2.

Alle ingevolge dit Verdrag uit te wisselen informatie en inlichtingen gaan vergezeld van alle gegevens die van belang zijn om deze te interpreteren of te gebruiken.

HOOFDSTUK VII. DESKUNDIGEN EN GETUIGEN

Artikel 11

De aangezochte administratie kan op verzoek haar ambtenaren machtigen om ter zake van een inbreuk op de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK VIII. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 12
1.

Bijstand uit hoofde van dit Verdrag wordt rechtstreeks tussen de douane-administraties verleend.

2.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van alle nuttig geachte documenten. Wanneer de omstandigheden zulks vereisen, kunnen ook mondeling verzoeken worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

3.

Verzoeken ingevolge het tweede lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden:

4.

De in dit Verdrag bedoelde informatie en inlichtingen worden medegedeeld aan ambtenaren die door elke douane-administratie hiertoe speciaal zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 19, tweede lid, van dit Verdrag.

HOOFDSTUK IX. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 13

Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen, dan wel zendt zij het verzoek onmiddellijk door naar de desbetreffende instantie. Bedoeld onderzoek omvat mede het optekenen van verklaringen van personen van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van getuigen en deskundigen.

Artikel 14
1.

Door de verzoekende administratie hiertoe speciaal aangewezen ambtenaren kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van de opsporing van een inbreuk op de douanewetgeving, op schriftelijk verzoek:

2.

Wanneer ambtenaren van de verzoekende administratie onder de in het eerste lid van dit artikel bedoelde omstandigheden aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, moeten zij te allen tijde in staat zijn hun ambtelijke hoedanigheid aan te tonen. Gedurende hun verblijf aldaar genieten zij dezelfde bescherming als die welke wordt toegekend aan douane-ambtenaren van die andere Verdragsluitende Partij, in overeenstemming met de aldaar geldende wetgeving. Zij zijn verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

HOOFDSTUK X. VERTROUWELIJK KARAKTER VAN INFORMATIE

Artikel 15
1.

Alle in het kader van administratieve bijstand uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie en inlichtingen mogen slechts voor de doeleinden van dit Verdrag en door de douane-administraties worden gebruikt, behalve in de gevallen waarin de douane-administratie die deze informatie verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring heeft gehecht aan het gebruik daarvan voor andere doeleinden of door andere autoriteiten. Deze informatie mag, indien de nationale wetgeving van de verstrekkende douane-administratie zulks voorschrijft, slechts in strafzaken worden gebruikt nadat het openbaar ministerie of de rechterlijke autoriteiten in de aangezochte Verdragsluitende Partij met dit gebruik hebben ingestemd.

2.

Dit artikel belet niet het gebruik of het doorgeven van informatie indien daartoe een verplichting bestaat op grond van de wetgeving van de verzoekende Verdragsluitende Partij in verband met strafrechtelijke vervolging. Van het voornemen informatie door te geven dient vooraf kennis te worden gegeven.

3.

Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en daarvoor gelden ten minste dezelfde bescherming en vertrouwelijkheid als die welke voor soortgelijke informatie gelden krachtens de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied zij wordt ontvangen.

4.

Dit artikel laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van de wetgeving van de Europese Unie om informatie te verstrekken aan de Europese Commissie of de douane-administraties van de Lidstaten van de Europese Unie. Van elk zodanig voornemen tot het verstrekken van informatie zal van tevoren kennis worden gegeven aan de douane-administratie van de Republiek Letland.

Artikel 16
1.

Uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens vallen onder de nationale wettelijke en administratieve bepalingen inzake gegevensbescherming in elk van beide Verdragsluitende Partijen. Deze bepalingen dienen ten minste in overeenstemming te zijn met de bepalingen in de Bijlage bij dit Verdrag, die een wezenlijk deel van dit Verdrag uitmaakt.

2.

Er worden geen persoonsgegevens uitgewisseld uit hoofde van dit Verdrag totdat beide Verdragsluitende Partijen de nodige nationale wettelijke en administratieve bepalingen hebben aangenomen om aan het eerste lid van dit artikel te kunnen voldoen.

3.

Zodra het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, tot stand gekomen op 28 januari 1981 te Straatsburg, en de nodige nationale wettelijke en administratieve bepalingen ter uitvoering van dat Verdrag voor beide Verdragsluitende Partijen in werking zijn getreden, zijn de bepalingen van dat Verdrag en de nationale wettelijke en administratieve bepalingen ter uitvoering van dat Verdrag van toepassing op de uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens en treden zij in de plaats van de in het eerste en tweede lid van dit artikel en in de Bijlage bij dit Verdrag neergelegde bepalingen.

4.

De bepalingen van dit Verdrag en van de Bijlage mogen niet zodanig worden uitgelegd dat daardoor de mogelijkheid voor een Verdragsluitende Partij om betrokkenen een ruimere mate van bescherming toe te kennen dan bepaald in dit Verdrag, wordt beperkt of anderszins wordt aangetast.

HOOFDSTUK XI. ONTHEFFING

Artikel 17
1.

De aangezochte administratie is niet verplicht de in dit Verdrag bedoelde bijstand te verlenen indien deze de soevereiniteit, de openbare orde of enig ander wezenlijk belang van de aangezochte Verdragsluitende Partij zou kunnen schaden of tot een schending van een industrieel of een commercieel geheim, dan wel van een beroepsgeheim zou kunnen leiden.

2.

Indien de verzoekende administratie niet in staat is een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie.

3.

De bijstand kan door de aangezochte administratie worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden of omstandigheden die de aangezochte administratie verlangt.

4.

Wanneer de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld, dienen redenen voor de weigering of het uitstel te worden gegeven.

HOOFDSTUK XII. KOSTEN

Artikel 18
1.

De douane-administraties zien af van alle vorderingen tot vergoeding van ter uitvoering van dit Verdrag gemaakte kosten, met uitzondering van bedragen en vergoedingen betaald aan deskundigen en getuigen, de geldelijke gevolgen van invorderingshandelingen waarvan is gebleken dat zij niet gerechtvaardigd zijn op grond van de vaststaande feiten met betrekking tot de desbetreffende douanevordering of de geldigheid van de executoriale titel in de verzoekende Verdragsluitende Partij, alsook de kosten van tolken die niet in dienst zijn van de Regering, welke worden gedragen door de verzoekende administratie.

2.

Indien met de uitvoering van het verzoek aanmerkelijke kosten van buitengewone aard zijn of zullen zijn gemoeid, plegen de Verdragsluitende Partijen overleg om de voorwaarden en omstandigheden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen.

HOOFDSTUK XIII. UITVOERING VAN HET VERDRAG

Artikel 19
1.

De douane-administraties nemen maatregelen opdat hun met de opsporing of bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving belaste ambtenaren persoonlijke en rechtstreekse betrekkingen met elkaar kunnen onderhouden.

2.

De douane-administraties besluiten over nadere regelingen, binnen het kader van dit Verdrag, ter vergemakkelijking van de uitvoering van dit Verdrag.

3.

De douane-administraties streven ernaar eventuele problemen of twijfels naar aanleiding van de interpretatie of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

4.

Conflicten waarvoor geen oplossing wordt gevonden, worden langs diplomatieke weg geregeld.

HOOFDSTUK XIV. TOEPASSING

Artikel 20
1.

Wat de Republiek Letland betreft, is dit Verdrag van toepassing op haar grondgebied.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het grondgebied in Europa. Het Verdrag kan echter, hetzij in zijn geheel, hetzij met de nodige wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba.

3.

Bedoelde uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, met inbegrip van voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, die nader worden vastgesteld en overeengekomen bij diplomatieke notawisseling.

HOOFDSTUK XV. INWERKINGTREDING EN BEËINDIGING

Artikel 21

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de Verdragsluitende Partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel 22
1.

Dit Verdrag wordt in principe voor onbepaalde tijd gesloten, maar elk van beide Verdragsluitende Partijen kan het te allen tijde langs diplomatieke weg opzeggen.

2.

De beëindiging wordt van kracht drie maanden na de datum van de kennisgeving van opzegging aan de andere Verdragsluitende Partij. Lopende procedures op het tijdstip van beëindiging worden niettemin voltooid in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

3.

Tenzij anders overeengekomen, wordt door de beëindiging van dit Verdrag niet tegelijkertijd de toepassing daarvan op de Nederlandse Antillen en/of Aruba beëindigd, indien het daartoe is uitgebreid overeenkomstig de bepalingen van artikel 20, tweede lid.

Artikel 23

De Verdragsluitende Partijen komen bijeen om dit Verdrag te heroverwegen, op verzoek of na het verstrijken van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding ervan, tenzij zij elkaar er schriftelijk van in kennis stellen dat zulks niet nodig is.

1

Uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens mogen slechts voor de aangegeven doeleinden worden gebruikt en conform de voorwaarden die de douane-administratie die de gegevens verstrekt, daaraan verbindt.

2

De douane-administratie die persoonsgegevens ontvangt, licht de douane-administratie die de gegevens heeft verstrekt, op verzoek in over het gebruik dat daarvan is gemaakt en over de bereikte resultaten.

3

Persoonsgegevens worden uitsluitend toegezonden aan de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij. Toezending van persoonsgegevens aan andere autoriteiten is slechts toegestaan na voorafgaande goedkeuring door de douane-administratie die de gegevens verstrekt.

4

De douane-administratie die persoonsgegevens toezendt, zorgt ervoor dat deze gegevens correct, up to date en niet te uitvoerig zijn in verhouding tot de doeleinden waarvoor zij worden verstrekt. Eventuele verboden op grond van de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van één van beide Verdragsluitende Partijen dienen in acht te worden genomen. Indien er persoonsgegevens zijn toegezonden die onjuist blijken te zijn of niet hadden mogen worden uitgewisseld, wordt daarvan onmiddellijk kennisgeving gedaan. De douane-administratie die deze gegevens heeft ontvangen, zal de desbetreffende gegevens corrigeren of vernietigen.

5

Iedere betrokkene krijgt op verzoek informatie over de persoonsgegevens die met betrekking tot hem zijn opgeslagen en over het voorgenomen gebruik daarvan. Deze verplichting om de betrokkene deze informatie te verstrekken geldt niet wanneer het algemene belang dat wordt gediend door de informatie niet te verstrekken, zwaarder weegt dan het belang dat de betrokkene erbij heeft om die informatie te verkrijgen. Het recht om informatie te verkrijgen is overigens onderworpen aan de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied het verzoek om informatie wordt gedaan. De douane-administratie die de desbetreffende persoonsgegevens heeft verstrekt, zal worden geraadpleegd voordat een besluit wordt genomen inzake een verzoek om informatie van een betrokkene. Indien het verzoek om informatie wordt afgewezen, komt betrokkene een rechtsmiddel toe. Indien de gegevens niet correct, niet up to date of te uitvoerig blijken te zijn, zullen deze worden rechtgezet of verwijderd. Indien de gegevens zijn doorgegeven aan andere instanties of personen, zullen deze van de verbetering of verwijdering in kennis worden gesteld.

6

Indien een onderzoek gebaseerd op uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens een natuurlijke persoon schade berokkent, is de douane-administratie die deze persoonsgegevens heeft gebruikt aansprakelijk voor deze schade overeenkomstig de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van die Verdragsluitende Partij. Die douane-administratie kan de schade niet van de hand wijzen door te stellen dat de schade is veroorzaakt door de douane-administratie die de desbetreffende persoonsgegevens heeft verstrekt.

7

Uit hoofde van dit Verdrag toegezonden persoonsgegevens mogen slechts worden behouden zolang zulks noodzakelijk is om het doel te bereiken waarvoor deze gegevens zijn verstrekt. Wanneer persoonsgegevens uit hoofde van dit Verdrag worden verstrekt, geeft elk van beide Verdragsluitende Partijen eventuele specifieke termijnen aan waarna deze persoonsgegevens overeenkomstig haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen moeten worden vernietigd.

8

De douane-administratie registreert de toezending en ontvangst van persoonsgegevens uit hoofde van dit Verdrag.

9

De douane-administratie neemt passende beveiligingsmaatregelen om uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens te beschermen tegen ongeoorloofde toegang, verandering of verspreiding.

IN WITNESS whereof the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Agreement.

DONE at The Hague on the eighth day of October 1997, in two originals in the Netherlands, Latvian and English languages, all texts being equally authentic. In case of divergence of interpretation, the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) W. A. F. G. VERMEEND

For the Government of the Republic of Latvia,

(sd.) AIJA POČA