Verdrag tot oprichting van het Internationaal Vaccinatie-Instituut
Overwegende dat het Initiatief tot Vaccinatie van Kinderen, (hierna te noemen „het CVI”) een coalitie is van regeringen, multi- en bilaterale organisaties, niet-gouvernementele organisaties met inbegrip van stichtingen en verenigingen, en de industrie die gericht is op het waarborgen van de beschikbaarheid van veilige, doeltreffende en betaalbare vaccins, de ontwikkeling en introductie van nieuwe en verbeterde vaccins en op het vergroten van de capaciteit van ontwikkelingslanden op het gebied van ontwikkeling, productie en gebruik van vaccins bij immunisatieprogramma's;
Overwegende dat ten tijde van het initiatief van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (hierna te noemen „het UNDP”) de Republiek Korea ermee heeft ingestemd als gastland op te treden voor een nieuw op te richten instituut, het Internationaal Vaccinatie-instituut (hierna te noemen „het Instituut”), dat zich toelegt op het vergroten van de capaciteit van ontwikkelingslanden op het gebied van vaccintechnologie en vaccingerelateerde onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten;
Overwegende dat de Partijen bij dit Verdrag het Instituut beschouwen als een instrument om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het CVI;
Overwegende dat de Partijen bij dit Verdrag de wens koesteren het Instituut de vorm te geven van een internationale organisatie met een passend bestuur, een rechtspersoonlijkheid en een gepaste internationale status, voorrechten en immuniteiten en andere noodzakelijke voorwaarden om het Instituut in staat te stellen doeltreffend te werken aan het verwezenlijken van zijn doelstellingen;
Overwegende dat de Partijen bij dit Verdrag het Instituut wensen op te richten als integrerend bestanddeel van het beleidskader, de strategie en de activiteiten van het CVI;
Zijn de ondertekenende Partijen het volgende overeengekomen:
Artikel I. Oprichting
Er wordt een onafhankelijke internationale organisatie opgericht met de naam „Internationaal Vaccinatie-instituut”. Dit Instituut functioneert in overeenstemming met het Statuut dat als een integrerend bestanddeel bij dit Verdrag is gevoegd.
Artikel II. Rechten, voorrechten en immuniteiten
De Regering van de Republiek Korea verleent het Instituut dezelfde rechten, voorrechten en immuniteiten als die welke gewoonlijk worden toegekend aan soortgelijke internationale organisaties.
Voorrechten en immuniteiten worden verleend aan de Leden van de Raad van Toezicht, de Directeur en het personeel van het Instituut zoals vastgelegd in de artikelen VIII, IX en XIII van het Statuut van het Instituut dat is bijgevoegd en aan deskundigen die opdrachten uitvoeren ten behoeve van het Instituut.
Artikel III. Depositaris
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is depositaris van dit Verdrag.
Artikel IV. Ondertekening
Dit Verdrag staat op het Hoofdkantoor van de Verenigde Naties te New York open voor ondertekening door alle Staten en intergouvernementele organisaties. Het blijft voor ondertekening open gedurende twee jaar vanaf 28 oktober 1996, tenzij deze termijn voor de afloop ervan door de depositaris wordt verlengd op verzoek van de Raad van Toezicht van het Instituut.
Artikel V. Bekrachtiging, aanvaarding en goedkeuring
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de ondertekenende Staten en intergouvernementele organisaties bedoeld in artikel IV.
Artikel VI. Toetreding
Na afloop van de in artikel IV genoemde termijn kan iedere Staat of intergouvernementele organisatie tot dit Verdrag toetreden behoudens goedkeuring van de Raad van Toezicht van het Instituut met gewone meerderheid van stemmen.
Artikel VII. Regeling van geschillen
De Partijen streven ernaar geschillen over de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag te regelen door middel van onderhandelingen of op elke andere onderling overeen te komen wijze.
Indien het geschil niet binnen een termijn van negentig dagen nadat een der Partijen daarom heeft verzocht overeenkomstig het eerste lid is geregeld, wordt het op verzoek van een der Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht.
Het scheidsgerecht wordt gevormd door drie scheidsmannen. Elke Partij kiest één scheidsman. De derde scheidsman, die voorzitter van het scheidsgerecht wordt, wordt door beide Partijen gezamenlijk gekozen. Indien het scheidsgerecht niet binnen drie maanden na het verzoek tot arbitrage is samengesteld, worden de nog niet aangewezen scheidsmannen benoemd door de President van het Internationale Hof van Justitie op verzoek van een der Partijen.
Indien het presidentschap van het Internationale Hof van Justitie vacant is of de President op andere wijze niet in staat is zich van zijn taak te kwijten, of indien de President staatsburger is van een land dat Partij is bij het geschil, kan de bedoelde benoeming geschieden door de vice-president van het hof of, bij diens afwezigheid, door de rechter met de hoogste anciënniteit.
Het scheidsgerecht bepaalt zijn eigen procedure tenzij de partijen anders overeenkomen.
Het scheidsgerecht past de beginselen en regels van het internationale recht toe en zijn uitspraak is definitief en bindend voor beide Partijen.
Artikel VIII. Inwerkingtreding
Dit Verdrag en het bijbehorende Statuut treden in werking onmiddellijk nadat drie akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding zijn nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.
Voor iedere Staat of intergouvernementele organisatie die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt na de inwerkingtreding van dit Verdrag, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de desbetreffende akte is nedergelegd.
Artikel IX. Opzegging
Iedere Partij bij dit Verdrag kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. De beëindiging van de instemming door dit Verdrag te worden gebonden wordt van kracht drie maanden na de datum waarop de schriftelijke kennisgeving is ontvangen.
Artikel X. Beëindiging
Dit Verdrag wordt beëindigd drie maanden nadat het Instituut is opgeheven krachtens artikel XXI van het Statuut.
Artikel XI. Authentieke tekst
De authentieke tekst van dit Verdrag en het bijbehorende Statuut is gesteld in de Engelse taal.
Preambule
Het Internationale Vaccinatie-instituut wordt opgericht in de overtuiging dat de gezondheid van kinderen in ontwikkelingslanden aanzienlijk kan worden verbeterd door de ontwikkeling, de introductie en het gebruik van nieuwe en verbeterde vaccins en in de overtuiging dat deze vaccins dienen te worden ontwikkeld in een dynamische interactie tussen wetenschap, volksgezondheid en bedrijfsleven. Het Internationaal Vaccinatie-instituut dient een centrum van wetenschap te worden ten behoeve van het algemeen belang waar deze dynamische interactie kan plaatsvinden door middel van onderzoek, scholing, technische ondersteuning, dienstverlening en voorlichting.
Artikel I. Vestiging van de zetel
De zetel van het Instituut wordt gevestigd te Seoel, Republiek Korea. Deze locatie is gekozen in een onafhankelijke internationale procedure die op verzoek van het UNDP heeft plaatsgevonden in overeenstemming met de vereisten voor het verrichten van de taken en de verwezenlijking van de doelstellingen van het Instituut.
Artikel II. Status
Het Instituut is een internationaal centrum voor onderzoek en ontwikkeling opgericht op initiatief van het UNDP, als deel van zijn bijdrage aan het CVI, een internationale beweging waarin organisaties, bedrijven, stichtingen en regeringen zijn verenigd en die zich toelegt op het waarborgen van de permanente beschikbaarheid van doeltreffende en betaalbare vaccins, en de ontwikkeling en introductie van nieuwe en verbeterde vaccins. Het Instituut functioneert als een autonome organisatie zonder winstoogmerk met een internationale status en zonder politieke overtuiging op het gebied van management, personeel en activiteiten. Het Instituut wordt uitsluitend opgericht ten behoeve van wetenschappelijke, educatieve en ontwikkelingsdoeleinden.
Het Instituut heeft een volledige rechtspersoonlijkheid en heeft iedere rechtsbevoegdheid die nodig kan zijn voor het verrichten van zijn taken of het verwezenlijken van zijn doelstellingen.
Artikel III. Subsidiaire organen
Het Instituut kan op alle plaatsen binnen en buiten de Republiek Korea alle centra, kantoren of laboratoria opzetten die de Raad van Toezicht (hierna te noemen „de Raad") noodzakelijk acht voor de doelmatige uitvoering van zijn programma's en het verwezenlijken van zijn doelstellingen.
Artikel IV. Doelstellingen
Het Instituut draagt zorg voor de uitvoering van belangrijke wetenschappelijke taken binnen het kader van de algemene doelstellingen van het CVI. Dit betreft met name:
-
- het verrichten en bevorderen van studies, onderzoek, ontwikkeling en verbreiding van kennis in de vaccingerelateerde wetenschappen en daarmee rechtstreeks verband houdende sectoren van de volksgezondheid, organisatiewetenschappen en technologie teneinde betaalbare en doeltreffende middelen te produceren die mortaliteit en invaliditeit als gevolg van infectieziekten voorkomen en tevens de gezondheidstoestand en het algehele welzijn verbeteren van kinderen en mensen met een laag inkomen in ontwikkelingslanden en in ontwikkelde landen, met name in Azië; en
-
- het ter beschikking stellen, in samenwerking met belangrijke nationale en internationale instituten, van faciliteiten en trainingsprogramma's die gericht zijn op het vermeerderen van de kennis en het vermogen van ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen om te werken aan die onderwerpen die binnen het bestek en de competentie van het Instituut liggen.
Artikel V. Uitgangspunten
Het Instituut fungeert als een internationaal kennis- en informatiecentrum gericht op het ontwikkelen van deskundigheid op specifieke gebieden en het bieden van technische ondersteuning bij het onderzoek naar en de ontwikkeling van vaccins.
De activiteiten van het Instituut worden afgestemd op die van andere openbare of particuliere, internationale en nationale instituten die soortgelijke doelstellingen hebben. De activiteiten worden, zo veel mogelijk, in samenwerking met deze instituten gepland en uitgevoerd. In het bijzonder werkt het Instituut nauw samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (hierna te noemen „de WHO”) bij het bepalen van de technische en andere aspecten van het programma die verband houden met het mandaat van de WHO.
Artikel VI. Taken
Het programma van het Instituut bestrijkt vier gebieden:
- i. het geven van scholing en technische ondersteuning op het gebied van de productietechnologie van en onderzoek naar vaccins;
- ii. het verrichten van onderzoek in laboratoria en in het veld op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;
- iii. het ondersteunen en uitvoeren van klinische proeven met, en veldevaluaties van nieuwe vaccins, en het bevorderen en aanmoedigen van de introductie van nieuwe en verbeterde vaccins; en
- iv. het samenwerken met vaccinproducenten en nationale toezichthoudende autoriteiten en andere daarvoor in aanmerking komende lichamen in ontwikkelde en ontwikkelingslanden, teneinde onderzoek en ontwikkeling op het gebied van vaccins te stimuleren.
Het Instituut kan andere programmagebieden vaststellen die in overeenstemming zijn met zijn doelstellingen.
Bij het realiseren van bovengenoemde doelstellingen en het nakomen van de verantwoordelijkheden, in overeenstemming met de geformuleerde uitgangspunten, wordt door het Instituut een breed scala van activiteiten ontplooid, waaronder:
- i. het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen, trainingscursussen, workshops en het houden van seminars, symposia en conferenties;
- ii. het publiceren en verspreiden van boeken, tijdschriften, rapporten en onderzoeks- en werkdocumenten;
- iii. het leggen en onderhouden van contacten met particulieren en met andere instituten met deskundigheid op vaccingerelateerde gebieden via gemeenschappelijk onderzoek, seminars, uitwisselingen, detachering in het kader van een sabbatsverlof en dergelijke;
- iv. het uitvoeren van studies of andere projecten ten behoeve van of in samenwerking met andere instituten;
- v. het in stand houden van kantoren, veldstations, laboratoria, proeffabrieken, faciliteiten voor onderzoek met dieren, informatiebronnen, wetenschappelijke apparatuur en instrumenten die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van het Instituut;
- vi. alle overige stappen nemen ter bevordering van de doelstellingen van het Instituut.
De programma's en plannen van het Instituut worden getoetst en goedgekeurd door de Raad, die daarbij rekening houdt met de behoeften van ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen en het vermogen van het Instituut om aan deze behoeften te voldoen.
Artikel VII. Bevoegdheden
Het Instituut krijgt de volgende bevoegdheden:
- i. het ontvangen, verwerven of anderszins wettig verkrijgen uit handen van iedere internationale, regionale of nationale regeringsinstantie of van ieder zodanig bedrijf, iedere zodanige onderneming, vereniging, persoon, firma, stichting of ander lichaam, van die octrooien, licenties, vergunningen of soortgelijke rechten en financiële of andere vormen van ondersteuning, die bevorderend werken en nodig zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het Instituut;
- ii. het ontvangen, verwerven of anderszins wettig verkrijgen uit handen van iedere internationale, regionale of nationale regeringsinstantie of van ieder zodanig bedrijf, iedere zodanige onderneming, vereniging, persoon, firma, stichting of ander lichaam, door middel van donatie, subsidie, uitwisseling, erfenis, legaat, aankoop of huurkoop, hetzij onvoorwaardelijk, hetzij onder trust, van bijdragen bestaande uit onroerende en roerende zaken of een combinatie daarvan, fondsen of waarde-effecten of -papieren die van nut of noodzakelijk kunnen zijn voor het nastreven van het doel en de voortgang van de werkzaamheden van het Instituut; en het houden, besturen, beheren, gebruiken, verkopen, overdragen of vervreemden van genoemde zaken;
- iii. het sluiten van overeenkomsten en contracten;
- iv. het in dienst nemen van personeel volgens eigen regels;
- v. het instellen van en het verdedigen in gerechtelijke procedures; en
- vi. het verrichten van alle handelingen en taken die noodzakelijk, opportuun, toepasselijk of adequaat worden geacht voor de bevordering, voltooiing of verwezenlijking van alle hierin genoemde doelstellingen en werkzaamheden of het verrichten van die handelingen en taken die op enig moment in de toekomst bevorderlijk of noodzakelijk en nuttig blijken te zijn voor de doelstellingen en de werkzaamheden van het Instituut.
Geen enkel deel van de inkomsten van het Instituut komt ten goede van of kan worden uitgekeerd aan de trustees, functionarissen of andere privé-personen, met uitzondering van de toestemming en de bevoegdheid van het Instituut om een redelijke vergoeding te betalen voor verleende diensten en betalingen en uitkeringen te doen ter verwezenlijking van de in artikel IV genoemde doelstellingen.
Artikel VIII. Organen
De organen van het Instituut zijn:
- i. de Raad van Toezicht; en
- ii. de Directeur en het personeel.
Artikel IX. Samenstelling van de Raad
De Raad bestaat uit ten minste negen leden, die als volgt worden gekozen:
- i. ten hoogste tien leden in algemene dienst worden gekozen door de Raad. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar de beroepservaring en de kwalificaties van de voorgedragen leden, naar een adequate geografische spreiding, naar organisaties en landen die interesse hebben in en wezenlijke steun geven aan het Instituut, of naar het feit dat zich in bepaalde landen belangrijke voorzieningen bevinden;
- ii. twee leden worden benoemd door het gastland, de Republiek Korea;
- iii. een lid wordt benoemd door de WHO;
- iv. leden worden benoemd door de Raad op voordracht van de regeringen van de partijen bij dit Verdrag; De Raad stelt passende procedures op voor het benoemen van leden van de regeringen van de partijen bij dit Verdrag; en
- v. de Directeur van het Instituut wordt ambtshalve lid.
Leden in algemene dienst worden benoemd voor termijnen van ten hoogste drie jaar overeenkomstig hetgeen vóór de benoeming door de Raad is vastgesteld. In geval een vacature voor leden in algemene dienst ontstaat vanwege pensioen, overlijden, onbekwaamheid of enige andere reden, zorgt de Raad ervoor dat in de vacature wordt voorzien op dezelfde wijze als bij de oorspronkelijke benoeming. Een nieuw lid dat tijdens de termijn van een ander lid tot diens vervanger wordt benoemd, kan worden benoemd voor de resterende termijn van het lid in wiens plaats hij komt. Hij/zij is herkiesbaar voor twee volgende termijnen.
De leden van de Raad zijn herkiesbaar voor benoeming voor een tweede termijn, maar zij mogen niet meer dan twee achtereenvolgende termijnen dienen, met uitzondering van het lid dat tot voorzitter, vicevoorzitter, secretaris of penningmeester wordt gekozen; de termijn van dit lid kan door de Raad worden verlengd zodat deze samenvalt met de periode waarvoor hij/zij tot voorzitter, vicevoorzitter, secretaris of penningmeester is benoemd.
De leden van de Raad, buiten de leden die ambtshalve lid zijn, de door het gastland, de Republiek Korea, en de WHO benoemde leden en de leden die op voordracht van de regeringen zijn gekozen, zijn lid op persoonlijke titel en worden niet beschouwd noch kunnen zij optreden als officiële vertegenwoordigers van regeringen of organisaties.
De ambtstermijn en de selectie van de door de Regering van het gastland, de Republiek Korea, (hierna te noemen „de Regering”) te benoemen leden wordt bepaald door de Regering.
De leden van de Raad die op voordracht van de regeringen worden gekozen, hebben een ambtstermijn van drie jaar en kunnen worden herkozen.
Artikel X. Taken en bevoegdheden van de Raad
De Raad is verantwoordelijk voor alle aangelegenheden van het Instituut. Het is onder andere zijn taak ervoor te zorgen dat:
- i. het Instituut de doelstellingen, programma's en plannen verwezenlijkt die in overeenstemming zijn met zijn oogmerk en met de algemene doelstellingen van het CVI; en
- ii. het Instituut door zijn Directeur op doeltreffende wijze wordt geleid in harmonie met de overeengekomen doelstellingen, programma's en begrotingen, en in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire vereisten.
Hiertoe dient de Raad het volgende te ondernemen:
- i. doelen stellen, plannen voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het Instituut goedkeuren en het bereiken van deze doelstellingen controleren;
- ii. beleidslijnen op schrift stellen die de Directeur dient te volgen bij het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen;
- iii. zorgdragen voor de kosteneffectiviteit van het Instituut, de financiële integriteit en de verantwoording van de administratie;
- iv. het programma en de begroting van het Instituut goedkeuren;
- v. een externe accountant benoemen en een plan voor de controle van de jaarrekening goedkeuren;
- vi. het algemene organisatiekader van het Instituut goedkeuren;
- vii. het personeelsbeleid goedkeuren met inbegrip van salarisschalen en vergoedingen;
- viii. de aanpak, beleidslijnen en programma's van het Instituut inzake het inzamelen van gelden en het mobiliseren van hulpbronnen goedkeuren en activiteiten op deze gebieden stimuleren;
- ix. de samenstelling van de Raad op peil houden in verband met de vereiste deskundigheid voor het uitvoeren van het gehele scala van activiteiten dat onder zijn verantwoordelijkheid valt, de taakuitvoering van het personeel bewaken en de verrichtingen van het Instituut evalueren; en
- x. alle andere handelingen verrichten die noodzakelijk, gepast en geschikt kunnen worden geacht voor het bereiken van de in artikel IV van dit Statuut genoemde doelstellingen van het Instituut.
De Raad kan een Uitvoerend Comité samenstellen uit haar leden dat bevoegd is namens de Raad op te treden in de periode tussen de vergaderingen van de Raad, en over aangelegenheden die door de Raad aan dit comité zijn gedelegeerd. Over alle tussentijdse handelingen van het Uitvoerend Comité wordt aan de voltallige Raad verslag uitgebracht bij de volgende vergadering. De Raad beslist over het lidmaatschap van het Uitvoerend Comité als subgroep van de Raad. De Directeur en ten minste een ambtshalve aangewezen lid van het gastland, de Republiek Korea, zullen als lid in het Uitvoerend Comité zitting nemen.
De Raad kan alle andere subcomités in het leven roepen die hij noodzakelijk acht voor de uitoefening van zijn taken.
Artikel XI. Procedures van de Raad
De Raad kiest één lid, dat niet de Directeur mag zijn, tot voorzitter. De gewone termijn voor een voorzitter is drie jaar. De voorzitter kan door de Raad worden herkozen voor een tweede termijn.
De Raad kiest ook een vicevoorzitter, een secretaris en een penningmeester. De reguliere termijn voor deze functionarissen is drie jaar. Deze functionarissen zijn herkiesbaar.
De Raad komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.
De Raad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
Het quorum voor de bijeenkomsten van de Raad wordt gevormd door de meerderheid der leden.
Artikel XII. Stemming door de Raad
Normaliter berusten de handelingen van de Raad op consensus. Indien de voorzitter echter een stemming noodzakelijk acht, geldt het volgende:
- i. elk lid van de Raad heeft één stem; en
- ii. de besluiten van de Raad worden genomen bij meerderheid van de aanwezige leden behalve indien in dit Statuut anders is bepaald.
Artikel XIII. Benoeming van de Directeur
De Raad benoemt de Directeur en stelt zijn/haar ambtstermijn of reden voor beëindiging van de ambtstermijn vast bij twee derde meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel XIV. Taken en bevoegdheden van de Directeur
De Directeur is de Raad verantwoording verschuldigd over het functioneren en beheer van het Instituut en hij staat in voor een adequate ontwikkeling en uitvoering van programma's en doelstellingen van het Instituut. De Directeur vervult een voortrekkersrol bij de inzameling van gelden en de mobilisatie van middelen voor het Instituut. Hij/zij is de hoogste uitvoerende functionaris van het Instituut.
De Directeur voert het door de Raad vastgestelde beleid uit, volgt de door de Raad vastgelegde richtlijnen voor het functioneren van het Instituut en voert de instructies van de Raad uit. De Directeur geeft, in overleg met de Raad, met name uitvoering aan de volgende activiteiten:
- i. het ontwikkelen van een plan van aanpak voor het functioneren van het Instituut ter bestudering en goedkeuring door de Raad, en het voortdurend aanpassen van dit plan;
- ii. programma's en begrotingen ontwerpen en het jaarverslag van het Instituut opstellen;
- iii. toezicht houden op de planning en het management van de onderzoeks-, ontwikkelings- en onderwijsactiviteiten van het Instituut teneinde de doelmatige uitvoering daarvan te garanderen;
- iv. het werven van en leiding geven aan hooggekwalificeerd personeel;
- v. het ter beschikking houden van het plan van aanpak, de programma's en de begrotingen, met het oog op regelmatige toetsing hiervan door de Raad;
- vi. de Voorzitter van de Raad op de hoogte houden van aangelegenheden die met betrekking tot het Instituut van belang zijn; en
- vii. alle overige taken verrichten die door de Raad aan hem/haar zijn gedelegeerd.
De Directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van het Instituut. Hij/zij ondertekent alle akten, contracten, overeenkomsten, verdragen en andere juridische stukken die nodig zijn voor het normale functioneren van het Instituut. De Raad kan beslissen in welke mate deze bevoegdheden aan de Directeur gedelegeerd worden. Contracten, overeenkomsten en verdragen die gevolg hebben voor bestuur, doelstellingen, locatie, uitbreiding of opheffing van het Instituut, of belangrijke aangelegenheden betreffende de betrekkingen met het gastland, zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Raad.
Artikel XV. Personeel
Het personeel wordt door de Directeur benoemd conform het personeelsreglement dat door de Raad moet worden goedgekeurd.
De belangrijkste overweging bij het aannemen van personeel en bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden is de noodzaak het hoogst mogelijke niveau van kwaliteit, integriteit, doetreffendheid en bekwaamheid te waarborgen.
Salarisschalen, verzekeringen, pensioenregelingen en andere arbeidsvoorwaarden worden vastgelegd in het personeelsreglement en zijn in beginsel internationaal gezien concurrerend en vergelijkbaar met de voorwaarden van de Verenigde Naties, geassocieerde instellingen en andere belangrijke internationale organisaties.
Artikel XVI. Financiering
Het budget van het Instituut wordt gevoed door gelden van de lidstaten, internationale organisaties en andere openbare en particuliere organisaties en instellingen, met inbegrip van de leden van het CVI, die een financiële en andere vrijwillige bijdrage willen leveren. Het Instituut is bevoegd bijdragen te ontvangen uit andere bronnen. Het Instituut kan ook bijdragen en giften aanvaarden ten behoeve van de vorming van een fonds.
De financiële handelingen van het Instituut zijn onderworpen aan een door de Raad aan te nemen financieel reglement.
De begroting van het Instituut moet jaarlijks door de Raad worden goedgekeurd.
De jaarlijkse controle van de bedrijfsvoering van het Instituut wordt uitgevoerd door een onafhankelijke internationale accountantsfirma die wordt aangewezen door de Raad op voordracht van de Directeur. De resultaten van deze accountantsonderzoeken worden door de Directeur ter beoordeling aan de Raad voorgelegd. Na goedkeuring door de Raad wordt het accountantsrapport verspreid onder de partijen die bijdragen geven aan het Instituut.
Artikel XVII. Voorrechten en immuniteiten
Het Instituut sluit met de Regering een Zetelovereenkomst betreffende de faciliteiten, voorrechten en immuniteiten die het Instituut, de leden van de Raad van Toezicht, de Directeur en het personeel van het Instituut alsmede de deskundigen die opdrachten uitvoeren ten behoeve van het Instituut, genieten tijdens de verrichting van hun officiële taken in Korea.
Het Instituut kan met andere staten een overeenkomst sluiten betreffende voorzieningen, voorrechten en immuniteiten die het Instituut, de leden van de Raad van Toezicht, de Directeur en het personeel van het Instituut alsmede de deskundigen die opdrachten uitvoeren ten behoeve van het Instituut, genieten tijdens de verrichting van hun officiële taken op het grondgebied van deze staten.
De voorrechten en immuniteiten worden verleend in het belang van het Instituut en niet tot persoonlijk voordeel. De Raad van Toezicht heeft het recht afstand te doen van de voorrechten en immuniteiten.
Artikel XVIII. Betrekkingen met andere organisaties
Teneinde zijn doelstellingen op de meest doeltreffende wijze te verwezenlijken kan het Instituut samenwerkingsovereenkomsten sluiten met daarvoor in aanmerking komende publieke en particuliere, nationale, regionale of internationale organisaties, stichtingen en verenigingen.
Artikel XIX. Regeling van geschillen
Het Instituut treft voorzieningen voor een passende geschillenregeling met inbegrip van arbitrage tussen het Instituut en zijn personeel of tussen de personeelsleden onderling.
Artikel XX. Wijzigingen
Dit Statuut kan door de Raad worden gewijzigd bij twee derde meerderheid van alle stemmende leden, mits een kennisgeving van de voorgestelde wijziging tezamen met de volledige tekst daarvan ten minste vier weken voor de bijeenkomst aan alle leden van de Raad is verzonden of alle leden van de Raad er blijk van hebben gegeven een dergelijke kennisgeving niet nodig te achten.
De wijziging wordt van kracht onmiddellijk nadat deze volgens de in het eerste lid bedoelde procedure is aangenomen door de stemmende leden.
Artikel XXI. Opheffing
Indien wordt vastgesteld dat de doelstellingen van het Instituut in voldoende mate zijn verwezenlijkt of dat het Instituut niet langer in staat is doeltreffend te werken, kan het Instituut worden opgeheven bij drie vierde meerderheid van alle stemmende leden van de Raad.
In geval van opheffing herkrijgt de Regering alle grond, installaties en andere activa in het gastland en in andere landen gelegen, en door de Regering aan het Instituut ter beschikking gesteld, alsmede blijvend daaraan aangebrachte verbeteringen die vast kapitaal vertegenwoordigen. De overige activa van het Instituut worden overgebracht naar landen die deze activa voor soortgelijke doelen gaan gebruiken of verdeeld onder instellingen in de desbetreffende landen wier doelen vergelijkbaar zijn met die van het Instituut, nadat hierover in overleg met de Regering overeenstemming is bereikt tussen de regeringen van die landen en de Raad.
Wijziging I*
Teneinde zijn TAKEN uit te voeren, kan het Instituut partijen testvaccins bereiden ten behoeve van evaluatie en klinische proeven. In overeenstemming met zijn STATUS als instituut voor wetenschap, ontwikkeling en educatie produceert het Instituut evenwel geen vaccins bestemd voor verkoop onder productlicentie of voor andere commerciële verkoop.
Wijziging II*. Vrijwaring en aansprakelijkheid
De Raad, functionarissen en personeelsleden, met inbegrip van consultants, van het Instituut worden door het Instituut gevrijwaard tegen alle verliezen en kosten die zij maken in verband met de uitoefening van hun taken, uitgezonderd verliezen en kosten die zijn veroorzaakt door opzettelijk in gebreke te blijven.
Wijziging III*
De ambtstermijn en de selectie van de door de WHO te benoemen leden van de Raad van Toezicht worden door de WHO bepaald.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives of states and intergovernmental organizations have signed this Agreement in a single original in the English language.