Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten

Type Verdrag
Publication 2000-09-01
State In force
Source BWB
artikelen 55
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

De autoriteiten van de Bundeswehr verlenen de bevoegde Nederlandse autoriteiten alle redelijke bijstand die noodzakelijk is om de Nederlandse belangen te waarborgen, waaronder toegang tot onroerende goederen na voorafgaande kennisgeving, opdat zij hun taken in het kader van de openbare dienst kunnen vervullen. De voor de onroerende goederen bevoegde Nederlandse autoriteiten verlenen de autoriteiten van de Bundeswehr op verzoek bijstand. In noodgevallen en bij dreigend gevaar maken de autoriteiten van de Bundeswehr onmiddellijk toegang mogelijk zonder voorafgaande kennisgeving. De autoriteiten van de Bundeswehr besluiten per geval of zij de Nederlandse autoriteiten zullen begeleiden.

6.

In alle gevallen van toegang wordt rekening gehouden met overwegingen van militaire veiligheid, in het bijzonder de onschendbaarheid van zones, uitrusting en documenten waarvoor geheimhouding geldt.

7.

De autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten regelen de toegang zodanig dat daardoor noch het waarborgen van de Nederlandse belangen, noch aan de gang of ophanden zijnde militaire oefeningen op onredelijke wijze worden belemmerd.

8.

Mocht in de gevallen bedoeld in het vijfde tot en met het zevende lid geen overeenstemming worden bereikt, dan wordt de aangelegenheid aan beide zijden voorgelegd aan de bevoegde hogere autoriteiten.

Artikel 37. Betrokkenheid van Nederlandse autoriteiten bij procedures

1.

Voor zover het Nederlandse recht van toepassing is in verband met het gebruik van de in artikel 36 bedoelde onroerende goederen, en dit voorschrijft dat een bijzondere vergunning, machtiging of enige andere vorm van officiële toestemming moet worden verkregen, dienen de Nederlandse autoriteiten, in samenwerking en in overleg met de autoriteiten van de Bundeswehr, de benodigde aanvragen in en voeren zij de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures namens de Bundeswehr.

2.

Het eerste lid van dit artikel is ook van toepassing wanneer de beslissing wordt aangevochten door een derde, wanneer van maatregelen of voorzieningen melding moet worden gedaan, en ingeval de procedures ambtshalve worden ingesteld, in het bijzonder om de openbare orde en veiligheid te waarborgen, of ingeval deze op aandringen van een derde worden ingesteld. In deze gevallen dienen de Nederlandse autoriteiten die namens de Bundeswehr handelen, de belangen van de Bundeswehr te behartigen. Indien een ingevolge het eerste lid van dit artikel aangevraagde vergunning overeenkomstig het Nederlandse recht wordt afgewezen of op een later tijdstip wordt gewijzigd of ongeldig verklaard, plegen de autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten overleg om op een andere wijze in de behoeften van de Bundeswehr te voorzien die verenigbaar is met de vereisten van het Nederlandse recht.

3.

De autoriteiten van de Bundeswehr nemen strikt de voorwaarden en vereisten in acht van een rechtskracht hebbende beslissing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Zij werken nauw samen met de Nederlandse autoriteiten om te verzekeren dat deze verplichting wordt nagekomen. Bedoelde beslissing kan niet het voorwerp vormen van executie.

Artikel 38. Volksgezondheid, gewasbescherming

1.

Voor zover in dit lid niet anders is bepaald, zijn de Nederlandse voorschriften en procedures ter voorkoming en bestrijding van besmettelijke ziekten bij mensen, dieren en planten, alsmede ter voorkoming van de verbreiding en ter bestrijding van voor planten schadelijke insecten, van toepassing op de Bundeswehr. De Bundeswehr mag op de in de vorige volzin bedoelde gebieden haar eigen voorschriften en procedures toepassen binnen de onroerende goederen die haar voor gebruik ter beschikking zijn gesteld, of ten aanzien van haar leden en gezinsleden, mits noch de volksgezondheid, noch de plantenteelt daardoor in gevaar wordt gebracht.

2.

De autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten stellen elkaar terstond in kennis van het uitbreken of vermoedelijk uitbreken, de ontwikkeling en de afloop van een besmettelijke ziekte, alsmede van de genomen maatregelen.

3.

Indien de autoriteiten van de Bundeswehr het noodzakelijk achten om ten behoeve van de bescherming van de gezondheid maatregelen te treffen in de omgeving van haar voor gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen, sluiten zij terzake van de uitvoering van deze maatregelen overeenkomsten met de Nederlandse autoriteiten.

4.

Indien de Nederlandse wetgeving de invoer van bepaalde artikelen verbiedt, kunnen deze artikelen met goedkeuring van de Nederlandse autoriteiten en mits noch de volksgezondheid noch de plantenteelt daardoor in gevaar wordt gebracht, door de autoriteiten van de Bundeswehr worden ingevoerd. De Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr sluiten overeenkomsten inzake de categorieën artikelen waarvan de invoer door de Nederlandse autoriteiten in de zin van dit artikel wordt goedgekeurd.

5.

De autoriteiten van de Bundeswehr kunnen met goedkeuring van de Nederlandse autoriteiten het onderzoek en de controle van de door hen ingevoerde artikelen uitvoeren. Zij dragen er zorg voor dat noch de volksgezondheid, noch de plantenteelt als gevolg van de invoer van die artikelen in gevaar wordt gebracht.

Artikel 39. Milieubescherming

De Nederlandse milieuvoorschriften gelden voor de Bundeswehr. Voor zover in de Nederlandse wettelijke bepalingen uitzonderingen worden gemaakt voor de Nederlandse strijdkrachten, gelden deze eveneens voor de Bundeswehr.

Artikel 40. Burgerpersoneel

De arbeidswetgeving, zoals die geldt voor burgerpersoneel in dienst bij de Nederlandse strijdkrachten, is ook van toepassing op de arbeidsverhouding van burgerpersoneel bij de Bundeswehr.

Artikel 41. Verkeersvoorschriften

2.

De exploitatierechten van de Nederlandse spoorwegen blijven onaangetast. Het gebruik van eigen goederenwagens en personenrijtuigen, alsmede de toelating van eigen locomotieven van de Bundeswehr, wordt beheerst door contracten inzake gebruik of administratieve overeenkomsten gesloten tussen de autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse spoorwegautoriteiten.

3.

De Bundeswehr, haar leden en gezinsleden nemen, tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, de Nederlandse verkeersvoorschriften in acht, met inbegrip van de voorschriften inzake het gedrag op de plaats van een ongeval, alsmede de voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen. Op de naleving van deze voorschriften wordt toegezien door de bevoegde autoriteiten. Teneinde de controle op de naleving van deze voorschriften te vergemakkelijken, kan dit toezicht gezamenlijk worden uitgevoerd. De uitvoering van dit toezicht kan middels lokale afspraken worden geregeld. Bestaande afspraken blijven van kracht, tenzij deze worden herzien.

5.

De Duitse autoriteiten nemen de fundamentele Nederlandse verkeersveiligheidsvoorschriften in acht. Binnen dit kader kunnen zij hun eigen normen betreffende de bouw, het ontwerp en de uitrusting van voertuigen, aanhangwagens, binnenvaartuigen of luchtvaartuigen toepassen. De Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr werken nauw samen bij de toepassing van deze bepaling.

6.

De Bundeswehr mag haar militaire luchtvaartuigen slechts in noodgevallen overeenkomstig Nederlandse voorschriften of in overeenstemming met administratieve of andere overeenkomsten, gesloten met de bevoegde Nederlandse autoriteiten, gebruik laten maken van burgerluchtvaartterreinen en andere landingsterreinen die haar niet voor uitsluitend gebruik ter beschikking zijn gesteld.

7.

Het geheel van de door de Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr ontwikkelde en toegepaste luchtverkeerscontrole en de daarbij behorende verbindingsmedia worden gecoördineerd voor zover dit vereist en gewenst is ter verzekering van de luchtverkeersveiligheid en de gemeenschappelijke verdediging.

Artikel 42. Gebruik van vervoersdiensten

Bij het gebruik van openbare vervoersdiensten gelden voor de Bundeswehr dezelfde tarieven als voor de Nederlandse strijdkrachten.

Artikel 43. Veldpostkantoren

De Bundeswehr kan veldpostkantoren voor het post- en telegraafverkeer van haar leden en hun gezinsleden inrichten en doen functioneren.

Artikel 44. Telecommunicatie

1.

Voor zover in dit artikel niet anders is bepaald, maken de Bundeswehr, haar leden en gezinsleden gebruik van de openbare telecommunicatiediensten van het Koninkrijk der Nederlanden. Op dit gebruik zijn de geldende Nederlandse voorschriften van toepassing, voor zover bij administratieve overeenkomsten niet anders is overeengekomen. Bij de toepassing van de Nederlandse voorschriften wordt aan de Bundeswehr geen ongunstiger behandeling toegekend dan aan de Nederlandse strijdkrachten.

2.

Voor zover zulks voor militaire doeleinden vereist is, kan de Bundeswehr:

4.

De Bundeswehr kan het gebruik en de instandhouding van inrichtingen voor telecommunicatie die ingevolge de vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geldende voorschriften in gebruik zijn genomen, bestendigen.

5.

De Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden kunnen radio- en televisie-ontvangtoestellen vrij van rechten en zonder persoonlijke vergunningen installeren en gebruiken, mits deze geen elektromagnetische storing voor de radioverbindingsdiensten veroorzaken.

6.

Voor radiofrequenties en hun specifieke kenmerkende gegevens gelden de volgende bepalingen:

Artikel 45. Vorderingsmaatregelen

Wanneer ten behoeve van de Bundeswehr vorderingsmaatregelen volgens de Nederlandse voorschriften worden genomen, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

Artikel 46. Kosteloze goederen en diensten

Artikel 63 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten is in de dan van kracht zijnde versie van overeenkomstige toepassing. Gewaarborgd wordt dat de Bundeswehr in het Koninkrijk der Nederlanden niet ongunstiger wordt behandeld dan de Nederlandse strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel 47. Gebruik van openbare diensten

De leden van de Bundeswehr en hun gezinsleden kunnen zelfstandig kosteloos gebruik maken van dienstverlenende instanties, met inbegrip van de diensten van de Nederlandse politie, openbare gezondheidszorg en brandweer, alsmede van meteorologische, topografische en cartografische diensten en andere openbare diensten en van openbare instellingen, in dezelfde mate als andere personen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden. Hetzelfde geldt voor het gebruik van openbare wegen, bruggen en bevaarbare wateren.

Artikel 48. Belasting en douane

1.

De belastingrechtelijke en douanetechnische behandeling van de Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden in het Koninkrijk der Nederlanden en de belastingrechtelijke en douanetechnische behandeling van de Nederlandse strijdkrachten, hun civiele dienst en gezinsleden in de Bondsrepubliek Duitsland geschieden op basis van het reciprociteitsbeginsel. Op grond hiervan is geen van de Overeenkomstsluitende Staten verplicht de andere Overeenkomstsluitende Staat verdergaande voorrechten en vrijstellingen toe te kennen dan in de andere Staat worden toegekend.

2.

De omvang van de belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen voor elke Overeenkomstsluitende Staat wordt in een Protocol geregeld.

Artikel 49. Strafbare feiten voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst

1.

Behalve in het geval dat de verdachte Nederlander is, is noch artikel 14 van deze Overeenkomst, noch artikel VII, eerste, tweede en derde lid, van het NAVO-Status Verdrag van toepassing op een voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gepleegd strafbaar feit waarvan een lid van de Bundeswehr wordt verdacht, indien vóór dat tijdstip:

2.

Bij het bepalen van de strafmaat ten aanzien van een voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gepleegd strafbaar feit houdt de Nederlandse rechtbank of autoriteit naar behoren rekening met de straf voorzien in de Duitse wetgeving waaraan de verdachte onderworpen was op het moment van het plegen van het strafbare feit, indien blijkt dat deze straf lichter is dan die welke is voorgeschreven in de Nederlandse wetgeving.

Artikel 50. Toepassing in geval van vijandelijkheden

De bepalingen van artikel XV van het NAVO-Status Verdrag zijn van toepassing op deze Overeenkomst, met dien verstande dat verwijzingen in dat artikel naar andere bepalingen van het NAVO-Status Verdrag worden geacht verwijzingen te zijn naar die bepalingen zoals die zijn aangevuld door deze Overeenkomst.

Artikel 51. Regeling van geschillen

1.

Geschillen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst worden door onderhandelingen tussen de Overeenkomstsluitende Staten beslecht en worden niet aan een internationaal gerechtshof of aan derden voorgelegd.

2.

De procedure overeenkomstig het eerste lid vindt in de gevallen van artikel 12, tweede lid en artikel 13, tweede lid ook plaats op verzoek van de Nederlandse rechtbank of autoriteit; in het geval van artikel 12, derde lid ook op verzoek van de Duitse rechtbank of autoriteit.

Artikel 52. Opzegging

1.

Deze Overeenkomst kan na afloop van twee jaar na de inwerkingtreding te allen tijde door een Overeenkomstsluitende Staat worden opgezegd.

2.

De opzegging door een Overeenkomstsluitende Staat geschiedt door middel van kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Staat.

3.

De opzegging wordt een jaar na ontvangst van de opzegging van kracht.

Artikel 53. Wijziging

Deze Overeenkomst kan door de Overeenkomstsluitende Staat in onderling overleg worden gewijzigd of aangevuld. Wijzigingen respectievelijk aanvullingen dienen schriftelijk te geschieden.

Artikel 54. Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd; de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage uitgewisseld. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

Wat het Koninkrijk der Nederlande betreft, geldt deze Overeenkomst uitsluitend voor het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk.

GEDAAN te Bergen, op 6 oktober 1997, in twee originele exemplaren, elk in de Nederlandse en in de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) A. P. VAN WALSUM

Voor de Bondsrepubliek Duitsland,

(w.g.) P. HARTMANN

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)