Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten
De autoriteiten van de Bundeswehr verlenen de bevoegde Nederlandse autoriteiten alle redelijke bijstand die noodzakelijk is om de Nederlandse belangen te waarborgen, waaronder toegang tot onroerende goederen na voorafgaande kennisgeving, opdat zij hun taken in het kader van de openbare dienst kunnen vervullen. De voor de onroerende goederen bevoegde Nederlandse autoriteiten verlenen de autoriteiten van de Bundeswehr op verzoek bijstand. In noodgevallen en bij dreigend gevaar maken de autoriteiten van de Bundeswehr onmiddellijk toegang mogelijk zonder voorafgaande kennisgeving. De autoriteiten van de Bundeswehr besluiten per geval of zij de Nederlandse autoriteiten zullen begeleiden.
In alle gevallen van toegang wordt rekening gehouden met overwegingen van militaire veiligheid, in het bijzonder de onschendbaarheid van zones, uitrusting en documenten waarvoor geheimhouding geldt.
De autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten regelen de toegang zodanig dat daardoor noch het waarborgen van de Nederlandse belangen, noch aan de gang of ophanden zijnde militaire oefeningen op onredelijke wijze worden belemmerd.
Mocht in de gevallen bedoeld in het vijfde tot en met het zevende lid geen overeenstemming worden bereikt, dan wordt de aangelegenheid aan beide zijden voorgelegd aan de bevoegde hogere autoriteiten.
Artikel 37. Betrokkenheid van Nederlandse autoriteiten bij procedures
Voor zover het Nederlandse recht van toepassing is in verband met het gebruik van de in artikel 36 bedoelde onroerende goederen, en dit voorschrijft dat een bijzondere vergunning, machtiging of enige andere vorm van officiële toestemming moet worden verkregen, dienen de Nederlandse autoriteiten, in samenwerking en in overleg met de autoriteiten van de Bundeswehr, de benodigde aanvragen in en voeren zij de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures namens de Bundeswehr.
Het eerste lid van dit artikel is ook van toepassing wanneer de beslissing wordt aangevochten door een derde, wanneer van maatregelen of voorzieningen melding moet worden gedaan, en ingeval de procedures ambtshalve worden ingesteld, in het bijzonder om de openbare orde en veiligheid te waarborgen, of ingeval deze op aandringen van een derde worden ingesteld. In deze gevallen dienen de Nederlandse autoriteiten die namens de Bundeswehr handelen, de belangen van de Bundeswehr te behartigen. Indien een ingevolge het eerste lid van dit artikel aangevraagde vergunning overeenkomstig het Nederlandse recht wordt afgewezen of op een later tijdstip wordt gewijzigd of ongeldig verklaard, plegen de autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten overleg om op een andere wijze in de behoeften van de Bundeswehr te voorzien die verenigbaar is met de vereisten van het Nederlandse recht.
De autoriteiten van de Bundeswehr nemen strikt de voorwaarden en vereisten in acht van een rechtskracht hebbende beslissing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Zij werken nauw samen met de Nederlandse autoriteiten om te verzekeren dat deze verplichting wordt nagekomen. Bedoelde beslissing kan niet het voorwerp vormen van executie.
Artikel 38. Volksgezondheid, gewasbescherming
Voor zover in dit lid niet anders is bepaald, zijn de Nederlandse voorschriften en procedures ter voorkoming en bestrijding van besmettelijke ziekten bij mensen, dieren en planten, alsmede ter voorkoming van de verbreiding en ter bestrijding van voor planten schadelijke insecten, van toepassing op de Bundeswehr. De Bundeswehr mag op de in de vorige volzin bedoelde gebieden haar eigen voorschriften en procedures toepassen binnen de onroerende goederen die haar voor gebruik ter beschikking zijn gesteld, of ten aanzien van haar leden en gezinsleden, mits noch de volksgezondheid, noch de plantenteelt daardoor in gevaar wordt gebracht.
De autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten stellen elkaar terstond in kennis van het uitbreken of vermoedelijk uitbreken, de ontwikkeling en de afloop van een besmettelijke ziekte, alsmede van de genomen maatregelen.
Indien de autoriteiten van de Bundeswehr het noodzakelijk achten om ten behoeve van de bescherming van de gezondheid maatregelen te treffen in de omgeving van haar voor gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen, sluiten zij terzake van de uitvoering van deze maatregelen overeenkomsten met de Nederlandse autoriteiten.
Indien de Nederlandse wetgeving de invoer van bepaalde artikelen verbiedt, kunnen deze artikelen met goedkeuring van de Nederlandse autoriteiten en mits noch de volksgezondheid noch de plantenteelt daardoor in gevaar wordt gebracht, door de autoriteiten van de Bundeswehr worden ingevoerd. De Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr sluiten overeenkomsten inzake de categorieën artikelen waarvan de invoer door de Nederlandse autoriteiten in de zin van dit artikel wordt goedgekeurd.
De autoriteiten van de Bundeswehr kunnen met goedkeuring van de Nederlandse autoriteiten het onderzoek en de controle van de door hen ingevoerde artikelen uitvoeren. Zij dragen er zorg voor dat noch de volksgezondheid, noch de plantenteelt als gevolg van de invoer van die artikelen in gevaar wordt gebracht.
Artikel 39. Milieubescherming
De Nederlandse milieuvoorschriften gelden voor de Bundeswehr. Voor zover in de Nederlandse wettelijke bepalingen uitzonderingen worden gemaakt voor de Nederlandse strijdkrachten, gelden deze eveneens voor de Bundeswehr.
Artikel 40. Burgerpersoneel
De arbeidswetgeving, zoals die geldt voor burgerpersoneel in dienst bij de Nederlandse strijdkrachten, is ook van toepassing op de arbeidsverhouding van burgerpersoneel bij de Bundeswehr.
Artikel 41. Verkeersvoorschriften
- a. De Bundeswehr, haar leden en gezinsleden zijn, onder voorbehoud van goedkeuring van de bevoegde Nederlandse autoriteiten, gerechtigd het Koninkrijk der Nederlanden binnen te komen met voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen en zich daarin binnen en boven het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden te verplaatsen; transporten en andere verplaatsingen die vallen binnen het kader van de Nederlandse wettelijke bepalingen, met inbegrip van deze Overeenkomst en andere internationale overeenkomsten waarbij het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek partij zijn, alsmede daarmee verband houdende technische akkoorden en procedures, worden geacht te zijn goedgekeurd. Voor zover bijzondere en uitzonderlijke vergunningen en ontheffingen van de wettelijke bepalingen inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vereist voor militaire verplaatsingen en transporten, worden deze verkregen door de bevoegde diensten van de Nederlandse strijdkrachten.
- b. De bevoegde diensten van de Nederlandse strijdkrachten coördineren de behartiging van de militaire belangen van de Bundeswehr in verkeerszaken bij de civiele autoriteiten. Zij coördineren tevens de uitvoering van militaire verkeersbewegingen met elkaar en met het civiele verkeer. De aard en de omvang van die coördinatie wordt geregeld tussen de autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse strijdkrachten. Indien zulke regelingen niet worden getroffen, meldt de Bundeswehr militaire bewegingen over de weg en per spoor aan de bevoegde diensten van de Nederlandse strijdkrachten. Ten aanzien van het militaire luchtverkeer zijn de gewone procedures van toepassing.
De exploitatierechten van de Nederlandse spoorwegen blijven onaangetast. Het gebruik van eigen goederenwagens en personenrijtuigen, alsmede de toelating van eigen locomotieven van de Bundeswehr, wordt beheerst door contracten inzake gebruik of administratieve overeenkomsten gesloten tussen de autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse spoorwegautoriteiten.
De Bundeswehr, haar leden en gezinsleden nemen, tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, de Nederlandse verkeersvoorschriften in acht, met inbegrip van de voorschriften inzake het gedrag op de plaats van een ongeval, alsmede de voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen. Op de naleving van deze voorschriften wordt toegezien door de bevoegde autoriteiten. Teneinde de controle op de naleving van deze voorschriften te vergemakkelijken, kan dit toezicht gezamenlijk worden uitgevoerd. De uitvoering van dit toezicht kan middels lokale afspraken worden geregeld. Bestaande afspraken blijven van kracht, tenzij deze worden herzien.
- a. De Bundeswehr mag van de Nederlandse wegenverkeersvoorschriften afwijken in overeenstemming met de Nederlandse wetgeving. In geval van toekomstige wijzigingen in de Nederlandse wegenverkeerswetten of -voorschriften, vinden afwijkingen wegens militaire noodzaak plaats in overeenstemming met de tussen de autoriteiten van de Bundeswehr en de bevoegde Nederlandse autoriteiten overeengekomen procedures.
- b. Het rijden op wegen met motorrijtuigen en aanhangwagens waarvan de afmetingen, de asdruk, het totaalgewicht of het aantal de door de Nederlandse wegenverkeersvoorschriften gestelde beperkingen overschrijden, geschiedt slechts met toestemming van de bevoegde Nederlandse militaire autoriteiten. De toestemming van de bevoegde Nederlandse militaire autoriteiten is niet vereist in geval van ongevallen, rampen, of de noodtoestand, dan wel krachtens voorafgaande overeenstemming tussen de betrokken autoriteiten.
De Duitse autoriteiten nemen de fundamentele Nederlandse verkeersveiligheidsvoorschriften in acht. Binnen dit kader kunnen zij hun eigen normen betreffende de bouw, het ontwerp en de uitrusting van voertuigen, aanhangwagens, binnenvaartuigen of luchtvaartuigen toepassen. De Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr werken nauw samen bij de toepassing van deze bepaling.
De Bundeswehr mag haar militaire luchtvaartuigen slechts in noodgevallen overeenkomstig Nederlandse voorschriften of in overeenstemming met administratieve of andere overeenkomsten, gesloten met de bevoegde Nederlandse autoriteiten, gebruik laten maken van burgerluchtvaartterreinen en andere landingsterreinen die haar niet voor uitsluitend gebruik ter beschikking zijn gesteld.
Het geheel van de door de Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr ontwikkelde en toegepaste luchtverkeerscontrole en de daarbij behorende verbindingsmedia worden gecoördineerd voor zover dit vereist en gewenst is ter verzekering van de luchtverkeersveiligheid en de gemeenschappelijke verdediging.
Artikel 42. Gebruik van vervoersdiensten
Bij het gebruik van openbare vervoersdiensten gelden voor de Bundeswehr dezelfde tarieven als voor de Nederlandse strijdkrachten.
Artikel 43. Veldpostkantoren
De Bundeswehr kan veldpostkantoren voor het post- en telegraafverkeer van haar leden en hun gezinsleden inrichten en doen functioneren.
Artikel 44. Telecommunicatie
Voor zover in dit artikel niet anders is bepaald, maken de Bundeswehr, haar leden en gezinsleden gebruik van de openbare telecommunicatiediensten van het Koninkrijk der Nederlanden. Op dit gebruik zijn de geldende Nederlandse voorschriften van toepassing, voor zover bij administratieve overeenkomsten niet anders is overeengekomen. Bij de toepassing van de Nederlandse voorschriften wordt aan de Bundeswehr geen ongunstiger behandeling toegekend dan aan de Nederlandse strijdkrachten.
Voor zover zulks voor militaire doeleinden vereist is, kan de Bundeswehr:
- a. inrichtingen voor telecommunicatie (met uitzondering van radiozendinstallaties) binnen de bij haar in gebruik zijnde onroerende goederen;
- b. na raadpleging van de betrokken Nederlandse autoriteiten, radiostations voor vaste diensten;
- c. installaties ten behoeve van mobiele radio-installaties en peil-installaties;
- d. andere radio-ontvangstinrichtingen;
- e. tijdelijke inrichtingen voor telecommunicatie van allerlei aard voor oefeningsdoeleinden, manoeuvres en noodgevallen, overeenkomstig de met de Nederlandse autoriteiten overeengekomen procedures, aanleggen, gebruiken en in stand houden.
- a. De Bundeswehr kan met toestemming van de Nederlandse autoriteiten buiten de onroerende goederen die zij gebruikt lijnverbindingen en de daartoe bestemde apparatuur installeren, gebruiken en in stand houden, indien
- –. daarvoor dwingende redenen van militaire veiligheid bestaan, of
- –. de Nederlandse autoriteiten ofwel niet in staat zijn tot, ofwel afzien van de beschikbaarstelling van de gevraagde inrichtingen.
- b. Bij administratieve overeenkomsten wordt een procedure vastgesteld die het mogelijk maakt de toestemming van de Nederlandse autoriteiten snel te verkrijgen.
De Bundeswehr kan het gebruik en de instandhouding van inrichtingen voor telecommunicatie die ingevolge de vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geldende voorschriften in gebruik zijn genomen, bestendigen.
De Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden kunnen radio- en televisie-ontvangtoestellen vrij van rechten en zonder persoonlijke vergunningen installeren en gebruiken, mits deze geen elektromagnetische storing voor de radioverbindingsdiensten veroorzaken.
Voor radiofrequenties en hun specifieke kenmerkende gegevens gelden de volgende bepalingen:
- a. De Bundeswehr gebruikt slechts de haar door de Nederlandse autoriteiten toegewezen frequenties. De autoriteiten van de Bundeswehr stellen de Nederlandse autoriteiten in kennis van frequenties die zij niet langer nodig hebben. Indien de Nederlandse autoriteiten het op grond van internationale verplichtingen, internationale betrekkingen of essentiële Nederlandse belangen noodzakelijk achten een toegewezen frequentie te wijzigen of in te trekken, plegen zij, alvorens zulks te doen, overleg met de autoriteiten van de Bundeswehr.
- b. De procedure voor de toewijzing van frequenties, voor het wijzigen of intrekken van reeds toegewezen frequenties en voor een versnelde toewijzing van frequenties ten behoeve van tijdelijk gebruik bij manoeuvres wordt vastgesteld in een bijzondere overeenkomst tussen de Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr die zijn vertegenwoordigd in de Consultative Working Group on Radio Frequencies (CWG) of een orgaan waardoor deze wordt opgevolgd. Een zodanige overeenkomst wordt gesloten in overeenstemming met de van kracht zijnde procedures, richtlijnen en aanbevelingen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
- c. De Bundeswehr neemt, in overleg met de Nederlandse minister van Defensie, de maatregelen die nodig zijn om de bevoegde autoriteit van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie in staat te stellen de frequenties te beschermen. De Nederlandse autoriteiten nemen slechts op verzoek van de autoriteiten van de Bundeswehr de maatregelen die nodig zijn om andere internationale organisaties, in het bijzonder de Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU), in staat te stellen de frequenties te beschermen.
- d. De Nederlandse autoriteiten verstrekken andere diensten en organisaties slechts met toestemming van de autoriteiten van de Bundeswehr inlichtingen omtrent frequenties die door de Bundeswehr worden gebruikt.
- e. Indien radio-installaties van de Bundeswehr radio-installaties die buiten het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden zijn gevestigd ernstig storen of door dergelijke installaties zelf ernstig worden gestoord, handelen de Nederlandse autoriteiten overeenkomstig de bepalingen van het op dat moment van kracht zijnde Internationale Verdrag betreffende de Telecommunicatie en het daarbij behorende radioreglement.
- a. Bij de installatie en het in bedrijf hebben van inrichtingen voor telecommunicatie neemt de Bundeswehr de bepalingen van het Internationale Verdrag betreffende de telecommunicatie van Nairobi van 6 november 1982 of een eventueel daarvoor in de plaats tredende overeenkomst in acht, alsmede de overige internationale overeenkomsten die het Koninkrijk der Nederlanden op het gebied van de telecommunicatie binden.
- b. De Bundeswehr is evenwel niet gebonden aan de onder a genoemde bepalingen voor zover de Nederlandse strijdkrachten daarvan op grond van Nederlandse voorschriften zijn vrijgesteld.
- c. Bij het in de toekomst aangaan van internationale overeenkomsten op het gebied van de telecommunicatie houden de Nederlandse autoriteiten, na overleg met de Bundeswehr, voldoende rekening met de behoeften van de Bundeswehr op het gebied van de telecommunicatie.
- a. De Bundeswehr neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van haar kunnen worden verwacht om storing van de Nederlandse telecommunicatiediensten door inrichtingen voor telecommunicatie of andere elektrische installaties van de Bundeswehr te voorkomen of op te heffen.
- b. De Nederlandse autoriteiten nemen, binnen het kader van de Nederlandse voorschriften, alle maatregelen die redelijkerwijs van hen verwacht kunnen worden om storing van de telecommunicatiediensten van de Bundeswehr door Nederlandse inrichtingen voor telecommunicatie of andere elektrische installaties te voorkomen of op te heffen.
Artikel 45. Vorderingsmaatregelen
Wanneer ten behoeve van de Bundeswehr vorderingsmaatregelen volgens de Nederlandse voorschriften worden genomen, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a. De maatregelen worden genomen door de Nederlandse autoriteiten, die in overleg met de autoriteiten van de Bundeswehr worden aangewezen.
- b. De bevoegde Nederlandse autoriteiten belasten zich, in overeenstemming met administratieve overeenkomsten, met de uitoefening van rechten en de vervulling van verplichtingen die voortvloeien uit de positie van de Bundeswehr als ontvanger van het gevorderde. De Bundeswehr vervult echter zelf die verplichtingen die naar hun aard niet door de Nederlandse autoriteiten kunnen worden vervuld. De Nederlandse autoriteiten die de belangen van de Bundeswehr behartigen inzake de uit te betalen schadeloosstelling aanvaarden voorstellen van degene van wie wordt gevorderd of van de met de vaststelling van de schadeloosstelling belaste autoriteiten slechts in overleg met de autoriteiten van de Bundeswehr; de Nederlandse autoriteiten dienen zelf geen voorstellen in met betrekking tot het bedrag van de schadeloosstelling dan nadat een zodanig overleg heeft plaatsgehad. De bepalingen van artikel 46 van deze Overeenkomst blijven onverlet.
- c. Rechtsgedingen ten behoeve van of tegen de Bundeswehr, voortvloeiend uit haar positie als ontvanger van het gevorderde, worden door en in naam van het Koninkrijk der Nederlanden ingesteld of verdedigd.
Artikel 46. Kosteloze goederen en diensten
Artikel 63 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten is in de dan van kracht zijnde versie van overeenkomstige toepassing. Gewaarborgd wordt dat de Bundeswehr in het Koninkrijk der Nederlanden niet ongunstiger wordt behandeld dan de Nederlandse strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel 47. Gebruik van openbare diensten
De leden van de Bundeswehr en hun gezinsleden kunnen zelfstandig kosteloos gebruik maken van dienstverlenende instanties, met inbegrip van de diensten van de Nederlandse politie, openbare gezondheidszorg en brandweer, alsmede van meteorologische, topografische en cartografische diensten en andere openbare diensten en van openbare instellingen, in dezelfde mate als andere personen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden. Hetzelfde geldt voor het gebruik van openbare wegen, bruggen en bevaarbare wateren.
Artikel 48. Belasting en douane
De belastingrechtelijke en douanetechnische behandeling van de Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden in het Koninkrijk der Nederlanden en de belastingrechtelijke en douanetechnische behandeling van de Nederlandse strijdkrachten, hun civiele dienst en gezinsleden in de Bondsrepubliek Duitsland geschieden op basis van het reciprociteitsbeginsel. Op grond hiervan is geen van de Overeenkomstsluitende Staten verplicht de andere Overeenkomstsluitende Staat verdergaande voorrechten en vrijstellingen toe te kennen dan in de andere Staat worden toegekend.
De omvang van de belastingrechtelijke en douanetechnische voorrechten en vrijstellingen voor elke Overeenkomstsluitende Staat wordt in een Protocol geregeld.
Artikel 49. Strafbare feiten voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst
Behalve in het geval dat de verdachte Nederlander is, is noch artikel 14 van deze Overeenkomst, noch artikel VII, eerste, tweede en derde lid, van het NAVO-Status Verdrag van toepassing op een voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gepleegd strafbaar feit waarvan een lid van de Bundeswehr wordt verdacht, indien vóór dat tijdstip:
- –. de strafprocedure met betrekking tot een zodanig strafbaar feit is aangevangen of beëindigd door een autoriteit van de Bondsrepubliek Duitsland die rechtsmacht uitoefent, of
- –. het recht tot vervolging van het strafbare feit krachtens het Duitse recht is verjaard door het verstrijken van een bepaalde termijn.
Bij het bepalen van de strafmaat ten aanzien van een voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gepleegd strafbaar feit houdt de Nederlandse rechtbank of autoriteit naar behoren rekening met de straf voorzien in de Duitse wetgeving waaraan de verdachte onderworpen was op het moment van het plegen van het strafbare feit, indien blijkt dat deze straf lichter is dan die welke is voorgeschreven in de Nederlandse wetgeving.
Artikel 50. Toepassing in geval van vijandelijkheden
De bepalingen van artikel XV van het NAVO-Status Verdrag zijn van toepassing op deze Overeenkomst, met dien verstande dat verwijzingen in dat artikel naar andere bepalingen van het NAVO-Status Verdrag worden geacht verwijzingen te zijn naar die bepalingen zoals die zijn aangevuld door deze Overeenkomst.
Artikel 51. Regeling van geschillen
Geschillen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst worden door onderhandelingen tussen de Overeenkomstsluitende Staten beslecht en worden niet aan een internationaal gerechtshof of aan derden voorgelegd.
De procedure overeenkomstig het eerste lid vindt in de gevallen van artikel 12, tweede lid en artikel 13, tweede lid ook plaats op verzoek van de Nederlandse rechtbank of autoriteit; in het geval van artikel 12, derde lid ook op verzoek van de Duitse rechtbank of autoriteit.
Artikel 52. Opzegging
Deze Overeenkomst kan na afloop van twee jaar na de inwerkingtreding te allen tijde door een Overeenkomstsluitende Staat worden opgezegd.
De opzegging door een Overeenkomstsluitende Staat geschiedt door middel van kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Staat.
De opzegging wordt een jaar na ontvangst van de opzegging van kracht.
Artikel 53. Wijziging
Deze Overeenkomst kan door de Overeenkomstsluitende Staat in onderling overleg worden gewijzigd of aangevuld. Wijzigingen respectievelijk aanvullingen dienen schriftelijk te geschieden.
Artikel 54. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd; de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage uitgewisseld. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.
Wat het Koninkrijk der Nederlande betreft, geldt deze Overeenkomst uitsluitend voor het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk.
GEDAAN te Bergen, op 6 oktober 1997, in twee originele exemplaren, elk in de Nederlandse en in de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden,
(w.g.) A. P. VAN WALSUM
Voor de Bondsrepubliek Duitsland,
(w.g.) P. HARTMANN
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)