← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst betreffende de vaststelling van mondiale technische reglementen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen

Geldende tekst a fecha 2002-03-05

Preambule

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Besloten hebbende een Overeenkomst goed te keuren tot instelling van een proces ter bevordering van de ontwikkeling van mondiale technische reglementen die hoge niveaus van veiligheid, milieubescherming, energie-efficiëntie en diefstalbeveiliging verzekeren voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen;

Besloten hebbende dat dit proces ook de harmonisatie van bestaande technische voorschriften dient te bevorderen en erkennende het recht van subnationale, nationale en regionale autoriteiten tot aanname en handhaving van technische voorschriften op het gebied van gezondheid, veiligheid, milieubescherming, energie-efficiëntie en diefstalbeveiliging die strenger zijn dan de op mondiaal niveau vastgestelde voorschriften;

Zijnde gemachtigd krachtens lid 1 onder a) van het mandaat van de VN/ECE en hoofdstuk XIII van het huishoudelijk reglement van de VN/ECE, regel 50, om tot deze Overeenkomst toe te treden;

Erkennende dat deze Overeenkomst geen afbreuk doet aan de rechten en plichten die een Overeenkomstsluitende Partij heeft krachtens bestaande internationale Overeenkomsten op het gebied van gezondheidszorg, veiligheid en milieubescherming;

Erkennende dat deze Overeenkomst geen afbreuk doet aan de rechten en plichten die een Overeenkomstsluitende Partij heeft op grond van de Overeenkomsten in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Overeenkomst inzake technische belemmeringen in het handelsverkeer inbegrepen, en met de bedoeling krachtens deze Overeenkomst op een met genoemde overeenkomsten strokende wijze mondiale technische reglementen vast te stellen als grondslag voor hun technische voorschriften;

Met de bedoeling dat de Overeenkomstsluitende Partijen de krachtens deze Overeenkomst vastgestelde technische reglementen gebruiken als grondslag voor hun technische voorschriften;

Erkennende het belang voor volksgezondheid, veiligheid en welzijn van het continu verbeteren van en streven naar hoge niveaus van veiligheid, milieubescherming, energie-efficiëntie en diefstalbeveiliging van wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen, alsmede de potentiële waarde voor de internationale handel, de keuzemogelijkheden van de consument en de betaalbaarheid van producten van groeiende convergentie op het gebied van bestaande en toekomstige voorschriften en bijbehorende normen;

Erkennende dat regeringen het recht hebben om verbeteringen na te streven en door te voeren op het gebied van volksgezondheid, veiligheid en milieubescherming, alsmede te bepalen of de krachtens deze Overeenkomst vastgestelde mondiale technische reglementen aan hun behoeften beantwoorden;

Erkennende dat er reeds belangrijk werk op het gebied van harmonisatie is gedaan krachtens de Overeenkomst van 1958;

Erkennende de in de verschillende geografische gebieden bestaande belangstelling voor en deskundigheid op het gebied van veiligheid, milieu, energie en diefstalbeveiligingsproblemen en methoden om die op te lossen, alsmede de waarde van die belangstelling en deskundigheid voor de ontwikkeling van mondiale technische reglementen als bijdrage tot de realisering van die verbeteringen en het tot een minimum beperken van de verschillen;

Geleid door de wens om de aanname van vastgestelde mondiale technische reglementen in ontwikkelingslanden te bevorderen, rekening houdende met de speciale problemen en omstandigheden in die landen, met name in de minst ontwikkelde landen;

Geleid door de wens dat bij de ontwikkeling van mondiale technische reglementen door middel van doorzichtige procedures naar behoren rekening dient te worden gehouden met de door de Overeenkomstsluitende Partijen toegepaste technische voorschriften, en dat dit ook vergelijkende kosten-batenanalyses met zich meebrengt;

Erkennende dat de vaststelling van hoge beschermingsniveaus beogende mondiale technische reglementen de afzonderlijke landen ertoe zal brengen te concluderen dat die reglementen in hun rechtsgebied voor de nodige bescherming en beveiliging zullen zorgen;

Erkennende het effect van de kwaliteit van motorbrandstoffen op de prestaties van milieubeschermende inrichtingen in auto's, de menselijke gezondheid en het brandstofrendement; en

Erkennende dat het bijzonder belangrijk is dat er bij de ontwikkeling van mondiale technische reglementen in het kader van deze Overeenkomst doorzichtige procedures worden toegepast, en dat het ontwikkelingsproces verenigbaar moet zijn met de regelgevingsprocessen bij de Overeenkomstsluitende Partijen;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Doel

1.1. Het doel van deze Overeenkomst is:

1.2. De uitvoering van deze Overeenkomst moet parallel met die van de Overeenkomst van 1958 verlopen, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de institutionele autonomie van de Overeenkomsten.

Artikel 2. Overeenkomstsluitende partijen en raadgevende status

2.1. Landen die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa (VN/ECE), organisaties voor regionale economische integratie die zijn opgericht door lidstaten van de ECE en landen die overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van deze Commissie in een raadgevende hoedanigheid tot de ECE zijn toegelaten, kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden.

2.2. Landen die lid zijn van de Verenigde Naties en die aan bepaalde activiteiten van de ECE deelnemen overeenkomstig paragraaf 11 van het Mandaat van de ECE, en door deze landen opgerichte organisaties voor regionale economische integratie kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden.

2.3. Gespecialiseerde bureaus en alle organisaties, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties inbegrepen, aan welke door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties een raadgevende status is verleend, kunnen in die hoedanigheid deelnemen aan de beraadslagingen van werkgroepen, wanneer er zaken behandeld worden die voor die bureaus of organisaties van bijzonder belang is.

Artikel 3. Uitvoerend Comité

3.1. De vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen richten het Uitvoerend Comité van deze Overeenkomst op en komen minstens éénmaal per jaar als zodanig bijeen.

3.2. Het Huishoudelijk Reglement van het Uitvoerend Comité is opgenomen in bijlage B bij deze Overeenkomst.

3.3. Het Uitvoerend Comité:

3.4. Het Uitvoerend Comité beslist in laatste instantie over de opname van voorschriften in het Compendium van mogelijke mondiale technische reglementen en over de vastlegging van mondiale technische reglementen krachtens deze Overeenkomst.

3.5. Het Uitvoerend Comité gebruikt bij de uitoefening van zijn functies informatie uit alle van belang zijnde bronnen, wanneer het Comité dit passend acht.

Artikel 4. Criteria voor technische voorschriften

4.1. Om krachtens artikel 5 te kunnen worden opgenomen of krachtens artikel 6 te worden vastgelegd moet een technisch voorschrift aan de volgende criteria voldoen:

4.2. In een mondiaal technisch reglement kunnen alternatieve niet-mondiale striktheids- of prestatieniveaus en passende beproevingsprocedures worden opgenomen, indien dit nodig is om de regelgevingsactiviteiten in bepaalde landen, met name in ontwikkelingslanden, te vergemakkelijken.

Artikel 5. Compendium van mogelijke mondiale technische voorschriften

5.1. Er wordt een Compendium van geen VN/ECE-reglementen zijnde technische voorschriften van Overeenkomstsluitende Partijen, die in aanmerking komen voor harmonisatie of goedkeuring als mondiale technische reglementen (het zogeheten Compendium of Candidates) gecreëerd en bijgehouden.

5.2. Opname van technische voorschriften in het Compendium of Candidates

Een Overeenkomstsluitende Partij kan bij het Uitvoerend Comité een verzoek indienen tot opname in het Compendium of Candidates van ieder technisch voorschrift dat zij heeft toegepast, nog toepast of heeft aangenomen voor toepassing in de toekomst.

5.3. Verwijdering van technische voorschriften uit het Compendium of Candidates

Een in het Compendium opgenomen technisch voorschrift wordt daaruit verwijderd:

5.4. Beschikbaarheid van documenten

Alle door het Uitvoerend Comité krachtens dit artikel onderzochte documenten zijn algemeen beschikbaar.

Artikel 6. Register van mondiale technische reglementen

6.1. Er wordt een register gecreëerd en onderhouden voor de krachtens dit artikel ontwikkelde en vastgelegde mondiale technische reglementen. Dit register wordt het Wereldregister genoemd.

6.2. De vastlegging van mondiale technische reglementen in het Wereldregister door middel van harmonisatie van bestaande voorschriften

Een Overeenkomstsluitende Partij kan een voorstel indienen voor de ontwikkeling van een geharmoniseerd mondiaal technisch reglement betreffende prestatie-onderdelen of ontwerp-eigenschappen die in de in het Compendium of Candidates opgenomen technische voorschriften of in VN/ECE-reglementen, of in beiden, worden behandeld.

6.3. Vastlegging van nieuwe mondiale technische reglementen in het Wereldregister

Een Overeenkomstsluitende Partij kan een voorstel indienen voor ontwikkeling van een nieuw mondiaal technisch reglement met prestatie-onderdelen of ontwerp-eigenschappen die niet in de technische reglementen van het Compendium of Candidates of de VN/ECE-reglementen worden behandeld.

6.4. Wijziging van een vastgelegd mondiaal technisch reglement

Bij wijziging van een krachtens dit artikel in het Wereldregister vastgelegd mondiaal technisch reglement worden de in paragraaf 6.3 van dit artikel vermelde procedures voor vastlegging van een nieuw mondiaal technisch reglement in het Wereldregister gevolgd.

6.5. Beschikbaarheid van documenten

Alle documenten die door de werkgroep bij het krachtens dit artikel aanbevelen van mondiale technische reglementen zijn geraadpleegd of geproduceerd zijn algemeen beschikbaar.

Artikel 7. Aanname en kennisgeving van toepassing van vastgelegde mondiale technische reglementen

7.1. Een Overeenkomstsluitende Partij die stemt voor de vastlegging van een mondiaal technisch reglement krachtens artikel 6 van deze Overeenkomst is verplicht om dit technisch reglement te onderwerpen aan de procedure die door genoemde Overeenkomstsluitende Partij wordt toegepast bij opname van zo'n technisch reglement in de eigen wetgeving of regelgeving, en tracht spoedig tot een definitief besluit te komen.

7.2. Een Overeenkomstsluitende Partij die een vastgelegd mondiaal technisch reglement invoert in haar eigen wetgeving of regelgeving, stelt de Secretaris-Generaal schriftelijk in kennis van de datum waarop zij dat reglement begint toe te passen. De kennisgeving volgt binnen 60 dagen na haar besluit om het reglement aan te nemen. Indien het vastgelegde mondiaal technisch reglement meer dan één striktheids- of prestatieniveau bevat, moet in de kennisgeving worden vermeld voor welk striktheids- of prestatieniveau door de Overeenkomstsluitende Partij is gekozen.

7.3. Een Overeenkomstsluitende Partij als bedoeld in paragraaf 7.1 van dit artikel, die besluit om het vastgestelde mondiaal technisch reglement niet in haar eigen wet- of regelgeving op te nemen, stelt de Secretaris-Generaal schriftelijk in kennis van haar besluit en de grond voor dat besluit. De kennisgeving moet binnen 60 dagen na het besluit worden gedaan.

7.4. Een Overeenkomstsluitende Partij als bedoeld in paragraaf 7.1 van dit artikel, die één jaar na de datum van vastlegging van het reglement in het Wereldregister het technisch reglement nog niet heeft aangenomen, of besloten heeft het reglement niet in haar eigen wet- of regelgeving op te nemen, vermeldt in een rapport in welk stadium van het nationale wetgevingsproces het reglement verkeert. Voor iedere daaropvolgende periode van een jaar wordt een statusrapport ingediend, indien tegen het einde van die periode geen van genoemde maatregelen genomen is. Ieder door deze paragraaf voorgeschreven rapport:

7.5. Een Overeenkomstsluitende Partij die producten aanvaardt die in overeenstemming zijn met een vastgelegd mondiaal technisch reglement, zonder dat dit reglement in de eigen wet- of regelgeving is opgenomen, stelt de Secretaris-Generaal schriftelijk in kennis van de datum waarop zij begonnen is deze producten te aanvaarden. De Overeenkomstsluitende Partij doet de mededeling binnen 60 dagen na het begin van deze aanvaarding. Indien het vastgestelde mondiaal technisch reglement meer dan één striktheids- of prestatieniveau bevat, wordt in de mededeling vermeld voor welk striktheids- of prestatieniveau de Overeenkomstsluitende Partij heeft gekozen.

7.6. Een Overeenkomstsluitende Partij die een vastgelegd mondiaal technisch reglement in haar eigen wet- of regelgeving heeft opgenomen, kan ertoe besluiten dit reglement af te schaffen of te wijzigen. Alvorens dat besluit te nemen, stelt de Overeenkomstsluitende Partij de Secretaris-Generaal schriftelijk in kennis van haar voornemen en van de redenen van de voorgenomen maatregel. Deze mededelingsplicht geldt ook voor een Overeenkomstsluitende Partij die krachtens paragraaf 7.5 producten heeft aanvaard, en die voornemens is de aanvaarding van deze producten te staken. De Overeenkomstsluitende Partij stelt de Secretaris-Generaal in kennis van haar besluit om een gewijzigd of nieuw reglement op te nemen binnen 60 dagen na dat besluit. De Overeenkomssluitende Partij verschaft desgevraagd exemplaren van dit gewijzigd of nieuw reglement aan andere Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 8. Regeling van geschillen

8.1. Vragen betreffende de bepalingen van een vastgelegd mondiaal technisch reglement worden voor een oplossing verwezen naar het Uitvoerend Comité.

8.2. Geschillen tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst worden, voorzover mogelijk, opgelost door middel van overleg of onderhandelingen. Indien het niet lukt om op deze wijze de geschillen te regelen, kunnen de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomen het Uitvoerend Comité te verzoeken het geschil overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 7.3 van artikel 7 van bijlage B te regelen.

Artikel 9. Overeenkomstsluitende Partijen worden

9.1. Landen en organisaties voor regionale economische integratie als bedoeld in artikel 2 kunnen Overeenkomstsluitende Partijen worden door:

9.2. De akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding wordt neergelegd bij de Secretaris-Generaal.

9.3. Na Overeenkomstsluitende Partij te zijn geworden:

9.4. Regionale organisaties voor economische integratie die Overeenkomstsluitende Partij zijn, houden op Overeenkomstsluitende Partij te zijn, wanneer zij de bevoegdheden verliezen, waarover zij overeenkomstig paragraaf 9.3.2 van dit artikel hebben verklaard te beschikken, en delen dit aan de Secretaris-Generaal mede.

Artikel 10. Ondertekening

10.1. Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening vanaf 25 juni 1998.

10.2. Deze Overeenkomst blijft openstaan voor ondertekening tot aan de inwerkingtreding ervan.

Artikel 11. Inwerkingtreding

11.1. Deze Overeenkomst en de bijlagen, die daarvan integrerende delen vormen, treden in werking op de dertigste dag na de datum waarop ten minste vijf landen en/of organisaties voor regionale economische integratie overeenkomstig artikel 9 Overeenkomstsluitende Partijen zijn geworden. De Europese Gemeenschap, Japan en de Verenigde Staten van Amerika moeten tot dit minimumaantal van vijf behoren.

11.2. Indien echter niet binnen vijftien maanden na de in paragraaf 10.1 genoemde datum wordt voldaan aan paragraaf 11.1 van dit artikel, treden deze Overeenkomst en de bijlagen, die integrerende delen van de Overeenkomst vormen, in werking op de dertigste dag na de datum waarop ten minste acht landen en/of organisaties voor regionale economische integratie Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden overeenkomstig artikel 9. Deze datum van inwerkingtreding moet minstens zestien maanden na de in paragraaf 10.1 genoemde datum vallen. Ten minste één van de bovengenoemde acht moet de Europese Gemeenschap, Japan of de Verenigde Staten van Amerika zijn.

11.3. Voor landen of organisaties voor regionale economische integratie, die na de inwerkingtreding van de Overeenkomst Overeenkomstsluitende Partij worden, treedt deze Overeenkomst in werking zestig dagen na de datum waarop dit land of deze organisatie voor regionale economische integratie zijn/haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt.

Artikel 12. Opzegging van de overeenkomst

12.1. Een Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van schriftelijke mededeling aan de Secretaris-Generaal.

12.2. De opzegging van deze Overeenkomst door een Overeenkomstsluitende Partij wordt van kracht één jaar na de datum waarop de Secretaris-Generaal de mededeling overeenkomstig paragraaf 12.1 van dit artikel heeft ontvangen.

Artikel 13. Wijziging van de overeenkomst

13.1. Een Partij kan wijzigingen van deze Overeenkomst en de bijlagen bij deze Overeenkomst voorstellen. De voorgestelde wijzigingen worden bij de Secretaris-Generaal ingediend, die ze doorzendt naar alle Overeenkomstsluitende Partijen.

13.2. Een overeenkomstig paragraaf 13.1 van dit artikel doorgezonden voorgestelde wijziging wordt door het Uitvoerend Comité op zijn eerstvolgende vergadering behandeld.

13.3. Indien er met eenparigheid van stemmen van de aanwezige en stemmende Overeenkomstsluitende Partijen vóór de wijziging wordt gestemd, wordt dit door het Uitvoerend Comité medegedeeld aan de Secretaris-Generaal, die vervolgens de wijziging toezendt aan alle Overeenkomstsluitende Partijen.

13.4. Een krachtens paragraaf 13.3 van dit artikel toegezonden wijziging wordt geacht door alle Partijen te zijn aanvaard, indien geen enkele Partij bezwaar maakt binnen zes maanden na de datum van toezending. Indien er geen bezwaar is gemaakt, treedt de wijziging voor alle Partijen in werking drie maanden na het verstrijken van de in deze paragraaf genoemde zes maanden.

13.5. Indien er tegen de voorgestelde wijziging bezwaar is gemaakt, deelt de Secretaris-Generaal dit zo spoedig mogelijk aan alle partijen mede. Indien er bezwaar is gemaakt, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard, en wordt zij op geen enkele wijze van kracht.

Artikel 14. Depositaris

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is depositaris van de Overeenkomst. Naast zijn andere functies als depositaris is het de taak van de Secretaris-Generaal om zo spoedig mogelijk de partijen in kennis te stellen van:

Artikel 15. Uitbreiding van de overeenkomst tot grondgebieden

15.1. Deze Overeenkomst strekt zich uit tot het grondgebied of de grondgebieden van een Overeenkomstsluitende Partij, voor de internationale betrekkingen waarvan genoemde Overeenkomstsluitende Partij verantwoordelijk is, tenzij de Overeenkomstsluitende Partij vóór het van kracht worden van de Overeenkomst voor die Partij anders bepaalt.

15.2. Een Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst voor ieder van deze grondgebieden afzonderlijk opzeggen overeenkomstig artikel 12.

Artikel 16. Secretariaat

Het secretariaat van deze Overeenkomst wordt vervuld door de Uitvoerend Secretaris van de VN/ECE. De Uitvoerend Secretaris verricht de volgende secretariaatswerkzaamheden: