Verdrag inzake de erkenning van de internationale rechtspersoonlijkheid van het Internationaal Aardappelcentrum (CIP)
Overwegende dat:
de Peruaanse regering bij Hoog Decreet aangenomen in 1967 het Internationaal Aardappelcentrum heeft opgericht (hierna te noemen het CIP of het Centrum) met de status van internationale instantie binnen Peru;
het CIP sinds 1972 een integrerend deel vormt van de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (hierna te noemen de IAL), een consortium van de nationale regeringen, multilaterale agentschappen voor technische bijstand, privé-stichtingen en andere instellingen die uiteenlopende internationale onderzoekscentra ondersteunen teneinde de landbouwproductie van de ontwikkelingslanden te verbeteren en te vergroten; en
ondanks het feit dat de Peruaanse regering aan het CIP de status van internationale instantie binnen Peru heeft toegekend, het algemene mandaat van het Centrum vereist dat het CIP formeel door de staten waarmee het samenwerkt wordt erkend als zijnde een instelling met een internationale juridische status;
Komen de Partijen bij dit Verdrag overeen de internationale rechtspersoonlijkheid van het Internationaal Aardappelcentrum te erkennen, overeenkomstig de bepalingen van het internationaal recht en de overige noodzakelijke voorwaarden die het Centrum in staat stellen doeltreffend te werken en aldus zijn doelstellingen te bereiken.
De Partijen bij dit Verdrag zijn, derhalve, het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Erkenning van de internationale rechtspersoonlijkheid
Bij deze wordt de internationale rechtspersoonlijkheid van het Internationaal Aardappelcentrum erkend. Als internationale organisatie voert het CIP zijn taken uit en streeft het zijn doelen en doelstellingen na in overeenstemming met de wetten van de landen waarop zijn activiteiten zijn gericht.
Het CIP verricht zijn activiteiten in overeenstemming met de bijgevoegde statuten, die eventueel kunnen worden gewijzigd in overeenstemming met de bepalingen inzake wijziging die opgenomen zijn in de statuten.
Artikel 2. Beperkingen
Het enige doel van dit Verdrag is het toekennen van internationale rechtspersoonlijkheid aan het CIP. Het Verdrag kan evenwel als basis dienen voor de toekenning aan het CIP van de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitvoering van zijn werkzaamheden.
Dit Verdrag verplicht de Partijen er geenszins toe enige bijdrage of financiële steun aan het CIP te verstrekken, noch te aanvaarden of borg te staan voor financiële verplichtingen, schulden of andere verplichtingen van het CIP.
Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van het CIP die voortvloeien uit contractuele bepalingen tussen het CIP en derde partijen. Op dezelfde wijze doet het Verdrag geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van het CIP die voortvloeien uit eventuele overeenkomsten die het Centrum met een regering of regeringen heeft gesloten, tenzij de betrokken regeringen en het CIP besluiten de overeenkomsten opnieuw te bezien teneinde hierin rekening te houden met de internationale status van het CIP.
Artikel 3. Ondertekening en toetreding
Dit Verdrag staat voor ondertekening open voor de Staten bij het ministerie van buitenlandse zaken van de Republiek Peru. Het Verdrag blijft openstaan voor ondertekening gedurende een tijdvak van twee jaar, te rekenen vanaf 26 november 1999.
Na het verstrijken van het in het eerste lid bedoelde tijdvak, staat dit Verdrag, na voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht van het CIP, open voor toetreding door elke Staat.
De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Depositaris van dit Verdrag.
De regering van de Republiek Peru is de Depositaris van dit Verdrag en zij:
- a. brengt alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of hiertoe zijn toegetreden op de hoogte van:
- i. elke nieuwe ondertekening of van elke nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, met de overeenkomstige datum;
- ii. de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag;
- iii. de nederlegging van elke akte van opzegging van dit Verdrag, alsmede van de datum van deze nederlegging en van de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
- b. doet gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag toekomen aan alle ondertekenende en toetredende Staten;
- c. houdt in bewaring de oorspronkelijke tekst van dit Verdrag alsmede van de aan haar verleende volmacht.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking nadat drie Staten het hebben ondertekend.
Ten aanzien van elke Staat die een akte van toetreding nederlegt na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum van ontvangst van deze akte door de Depositaris.
Artikel 5. Wijzigingen
Elke Partij kan voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag. De wijziging dient te worden goedgekeurd door de meerderheid van de Partijen.
Een aldus goedgekeurde wijziging wordt ten aanzien van de Staten die partij zijn, en die de wijziging hebben aanvaard, van kracht 30 dagen na het tijdstip van de nederlegging bij de Depositaris van de akten van aanvaarding door een meerderheid van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag. Daarna wordt de wijziging ten aanzien van elke tot dit Verdrag toegetreden Staat dertig dagen na de nederlegging door die Staat van zijn akte van aanvaarding van kracht.
Artikel 6. Opzegging
Elke Partij kan dit Verdrag opzeggen door een schriftelijke kennisgeving van dit voornemen aan de Depositaris, die hiervan mededeling doet aan de overige Partijen. De opzegging wordt drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Depositaris van kracht.
Artikel 7. Beëindiging van het Verdrag
Dit Verdrag wordt beëindigd door de opheffing van het CIP of wanneer, als gevolg van opzeggingen, minder dan drie tot het Verdrag toegetreden Partijen overblijven.
Artikel 8. Beslechting van geschillen
Elk geschil tussen de Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag dat niet kan worden opgelost in onderlinge overeenstemming, wordt, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke partij benoemt een lid van het scheidsgerecht en de twee aldus benoemde leden benoemen tezamen een derde lid van het scheidsgerecht, dat optreedt als voorzitter van het scheidsgerecht.
Indien een van de Partijen verzuimt een lid te benoemen en indien zij daar geen gevolg aan heeft gegeven binnen twee maanden na de datum van het verzoek van de andere Partij tot deze benoeming over te gaan, kan de laatstgenoemde Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de desbetreffende benoeming te verrichten. Indien de twee leden binnen twee maanden na hun benoeming geen overeenstemming bereiken over de keuze van het derde lid, kan elk van de Partijen bij het geschil de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de desbetreffende benoeming te verrichten.
Indien de functie van President van het Internationale Gerechtshof vacant is of indien de President verhinderd is zijn functie uit te oefenen, of indien de President de nationaliteit heeft van een van de Partijen bij het geschil, kan de in dit artikel bedoelde benoeming van het derde lid van het scheidsgerecht worden verricht door de Vice-President van het Internationale Gerechtshof of, indien deze verhinderd is, door een lid van het Gerechtshof dat na hem de hoogste anciënniteit heeft.
Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.
Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Partijen bij het geschil.
Artikel 9. Authentieke teksten
Dit Verdrag is opgesteld in de Franse, de Engelse en de Spaanse taal, waarbij de drie teksten gelijkelijk authentiek zijn.
Hierbij worden de statuten van het Internationaal Aardappelcentrum vastgesteld, waarvan de internationale rechtspersoonlijkheid is erkend door middel van het te Lima op 26 november 1999 gesloten internationaal Verdrag; de statuten vormen een integrerend deel van het Verdrag, overeenkomstig het gestelde in artikel 1 van het Verdrag.
STATUTEN
TITEL I. NAAM, RECHTSPERSOONLIJKHEID, ZETEL, BESTAANSDUUR, DOEL, ACTIVITEITEN EN RECHTSBEVOEGDHEID VAN HET CIP
Artikel 1. Naam en juridische status
Het „Internationaal Aardappelcentrum" (hierna te noemen het CIP), is een onafhankelijke internationale organisatie, zonder winstoogmerk, met uitsluitend wetenschappelijke en educatieve doeleinden, en met volledige autonomie ten aanzien van haar beheer en activiteiten.
Het CIP beschikt over volledige internationale rechtspersoonlijkheid uit hoofde van het Verdrag waarbij het is opgericht en ingevolge de internationale aard van zijn leden en van zijn activiteiten. Het CIP beschikt over alle rechtsbevoegdheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functies en de verwezenlijking van zijn doeleinden.
Artikel 2. Zetel
De zetel van het CIP is gevestigd in de Republiek Peru; het hoofdkantoor is gevestigd te Lima. Onverminderd het voorgaande kan de Raad van Toezicht van het CIP in elke andere plaats in Peru of in andere landen kantoren vestigen indien zulks noodzakelijk is ter ondersteuning van het programma van het CIP.
Artikel 3. Bestaansduur
De bestaansduur van het CIP is onbepaald, maar de Raad van Toezicht kan zijn ontbinding goedkeuren overeenkomstig het gestelde in Titel VII van deze Statuten.
Artikel 4. Doel
Het doel van het CIP is omschreven in het mandaat dat aan het Centrum is toegekend en in de opdracht waarmee het is belast, zoals bepaald in de volgende leden van dit artikel.
De doelstelling van het CIP is de volgende:
- a. het nodige onderzoek verrichten teneinde de belangrijkste problemen op te lossen die de productie en consumptie van aardappelen en zoete aardappelen in de ontwikkelingslanden beperken;
- b. een bijdrage leveren aan het behoud van de genetische verscheidenheid van de wortel- en knolgewassen van de Andes en andere;
- c. het nodige onderzoek coördineren en uitvoeren teneinde duurzame beheersystemen te ontwikkelen voor hooggelegen regio's, waarbij voorrang wordt gegeven aan de Andes-regio.
Deze activiteiten omvatten het toepasbaar maken van de verzamelde kennis van de industrielanden alsmede relevant onderzoek na de oogst.
De „missie" van het CIP is een bijdrage te leveren aan de vergroting van de voedselproductie, aan de instelling van duurzame en milieuvriendelijke landbouwsystemen en aan de verbetering van het welzijn van de mensheid, door:
- a. het organiseren van multidisciplinaire en gecoördineerde onderzoeksprogramma's;
- b. het uitvoeren van uitgebreide onderzoeks- en trainingsactiviteiten in een samenwerkingsverband, bedoeld ter vergroting van de capaciteit van nationale onderzoeksprogramma's gericht op de vaststelling en het gebruik van het unieke potentieel aan producten die in uiteenlopende voedselsystemen binnen het Mandaat van het CIP vallen;
- c. het bewerkstelligen en bevorderen van samenwerking tussen landen ten behoeve van wederzijds begrip en interdependentie bij het oplossen van gemeenschappelijke problemen; en
- d. het helpen van de wetenschappers overal ter wereld bij het vinden van flexibele en doeltreffende antwoorden op de veranderende eisen binnen de landbouw.
Het CIP beschikt over alle bevoegdheden die nodig zijn en kan alle door het Centrum nodig geachte verplichtingen aangaan voor de verwezenlijking van zijn doel. Derhalve voert het CIP de volgende activiteiten uit of laat het deze uitvoeren door derden, zonder dat deze opsomming, die bij wijze van voorbeeld wordt gegeven, limitatief is:
- a. het uitvoeren van onderzoeksprogramma's teneinde bij te dragen aan de verbetering van de productie van aardappelen, zoete aardappelen en andere knolgewassen in het gastland of in elk ander land ter wereld;
- b. het oogsten, handhaven en distribueren van kiemplasma zodat dit kan worden gebruikt in het gastland of in elk ander land ter wereld;
- c. het verlenen van ondersteuning bij de ontwikkeling van soortgelijke instanties gevestigd in het gastland of in elk ander land ter wereld;
- d. het opleiden van onderzoekers die werkzaam zijn op de terreinen waarvoor het CIP verantwoordelijk is;
- e. het openbaar maken en verspreiden van de resultaten van de onderzoeken;
- f. het instellen van een geautomatiseerd informatiecentrum en het oprichten van een gespecialiseerde bibliotheek alsmede een herbarium;
- g. het organiseren van lezingen, vergaderingen, ronde-tafelconferenties en seminars, zowel nationaal als internationaal, met betrekking tot de verbetering van producten die behoren tot het mandaat van het CIP;
- h. het deelnemen aan alle activiteiten die verband houden met de doelstelling van het CIP.
Artikel 5. Rechtsbevoegdheid
Bij de uitvoering van zijn activiteiten kan het CIP zonder enige beperking of restrictie alle handelingen verrichten en alle contracten sluiten en, in het algemeen, alle handelingen verrichten die relevant of noodzakelijk zijn voor het voldoen aan zijn sociale doelstelling.
Onder voorbehoud dat de navolgende opsomming niet limitatief, doch slechts illustratief is, heeft het CIP in het bijzonder de volgende bevoegdheden:
- a. het ontvangen, aanschaffen of op enigerlei wijze rechtmatig verkrijgen van franchises, licenties, rechten, concessies en andere vergelijkbare rechten alsmede financiële hulp of hulp van elke andere aard, verleend door een publieke of particuliere instantie, zoals een autoriteit, instelling of gouvernementele organisatie, privé-onderneming, bedrijf, vereniging, stichting, universiteit, natuurlijke persoon of rechtspersoon, en, in het algemeen, door elke internationale, regionale of nationale entiteit, ongeacht de aard hiervan;
- b. het door middel van donatie, aankoop, concessie, ruilhandel, huur, in volle eigendom of door erfstelling over de hand of in vruchtgebruik, of op elke andere rechtmatige titel ontvangen, aanschaffen of verkrijgen van elke soort zakelijke eigendommen of contractuele posities, fondsen, aandelen, waardeobjecten en andere rechten, alsmede het in het algemeen bezitten, houden, beheren, gebruiken, in vruchtgebruik hebben, verkopen, overdragen of vervreemden van dergelijke rechten en eigendommen;
- c. het sluiten van contracten met de Regeringen of met andere volkenrechtelijke instanties en het sluiten van contracten met publiekrechtelijke personen alsmede met privaatrechtelijke natuurlijke en rechtspersonen;
- d. het aannemen van werknemers, onafhankelijke consultants, auditors en andere medewerkers en het vaststellen van hun salarissen en vergoedingen, zonder enige beperking of restrictie, voor zover deze noodzakelijk of nuttig zijn voor het bereiken van de doelen van het Centrum;
- e. het op zijn naam laten registreren van octrooien voor uitvindingen, handelsmerken en intellectuele en industriële eigendomsrechten, alsmede het uitvoeren van de bijbehorende handelingen die uit genoemde rechten voortvloeien;
- f. het nemen van alle soorten gerechtelijke stappen om zijn rechten te beschermen, op te eisen en in het algemeen te behartigen, en het vertegenwoordigen van het CIP in gerechtelijke acties tegen het Centrum.
TITEL II. BEHEER VAN HET CIP
Artikel 6. Beheersorganen
Het beheer van het CIP berust bij:
- a. de Raad van Toezicht;
- b. de Comités van de Raad van Toezicht;
- c. de Directeur-Generaal;
- d. het Secretariaat.
TITEL III. ECONOMISCH STELSEL
Artikel 7. Institutioneel kapitaal
Het startkapitaal van het CIP bedraagt USD13.973.000. Echter, hierna is het institutionele kapitaal het kapitaal zoals op de balans weergegeven.
Artikel 8. Financiering
De basisbegroting van het CIP wordt gefinancierd door de leden van de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL). Hiertoe keurt de Raad van Toezicht de jaarlijkse begroting van het CIP goed, die zal worden voorgelegd aan de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL).
Daarnaast kan het CIP bijdragen ontvangen uit andere bronnen voor financiering van werkzaamheden, programma's of uitgaven die niet vallen onder de basisbegroting.
Artikel 9. Beheer van fondsen
De economische en financiële activiteiten van het CIP worden beheerst door de desbetreffende door de Raad van Toezicht aangenomen reglementen, in overeenstemming met de door de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL) vastgelegde beginselen.
Artikel 10. Jaarlijkse audit
Op voorstel van de Directeur-Generaal wijst de Raad van Toezicht een internationaal en onafhankelijk accountantskantoor aan dat jaarlijks een volledige controle van de rekeningen en de activiteiten van het CIP uitvoert.
De Directeur-Generaal legt de uitkomst van deze controle ter bestudering en goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht en aan de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL).
Artikel 11. Overschotten en activa
De economische overschotten van de activiteiten van het CIP kunnen onder geen enkele voorwaarde, rechtstreeks noch indirect, geheel noch ten dele worden verdeeld onder de leden, de Raad van Toezicht of andere functionarissen of privé-personen. De bedragen die het CIP aan zijn functionarissen, consultants, werknemers, arbeiders en, in het algemeen, aan diegenen die het Centrum daadwerkelijk diensten verlenen, uitkeert als vergoeding voor deze diensten, vallen uiteraard buiten deze beperking.
Deze bedragen vormen geen overschot, maar maken deel uit van de operationele kosten en zijn opgenomen in de begroting.
Op dezelfde wijze kunnen ook de activa van het CIP in geen enkel geval, geheel noch ten dele, rechtstreeks noch indirect, worden verdeeld onder de leden, de Raad van Toezicht of andere functionarissen of privé-personen. In geval van ontbinding is de in artikel 45 van deze Statuten genoemde norm van toepassing.
TITEL IV. RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 12. Samenstelling en aantal leden van de Raad
Het CIP wordt geleid door een Raad van Toezicht die is samengesteld uit ten minste tien personen. De eerste Raad van Toezicht wordt benoemd door de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL), door bevestiging van de benoeming van de bestaande leden ten tijde van de ondertekening van het Verdrag. Vervolgens, na het verstrijken van de ambtstermijn van zijn leden, benoemt de Raad van Toezicht zijn nieuwe leden. Een van de leden van deze Raad van Toezicht wordt voorgedragen door de minister van landbouw van het gastland en een andere door de universiteit waarnaar in letter a van dit artikel wordt verwezen. Tijdens elke vergadering kan de Raad van Toezicht het exacte aantal leden waaruit deze voortaan zal bestaan, vaststellen, door middel van wijziging van het voorgaande aantal leden, mits het in dit lid bepaalde minimumaantal van tien leden wordt gehandhaafd. In elk geval stelt de Raad van Toezicht, telkens wanneer een vacature ontstaat bij de leden met de in letter d van het volgende lid bedoelde herkomst, het aantal leden vast.
De Raad van Toezicht wordt samengesteld uit de volgende leden:
- a. twee vertegenwoordigers van het gastland, van wie de ene wordt voorgedragen door de minister van landbouw van het gastland en de andere door de nationale landbouwuniversiteit La Molina (UNALM);
- b. drie personen die worden voorgedragen door de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL);
- c. de Directeur-Generaal van het Centrum, die ambtshalve lid wordt van de Raad;
- d. een aantal personen ter aanvulling van het aantal leden van de Raad van Toezicht, gekozen door de Raad zelf, bij voorkeur uit personen die actief zijn bij onderzoek- en beheersinstanties die verband houden met de verbetering van de aardappel (Solanum Sp.) en de zoete aardappel (Ipomoea batatas). Personen afkomstig uit andere vakgebieden, met een voor het CIP waardevolle ervaring, kunnen eveneens worden gekozen;
- e. maximaal twee leden van de Raad van Toezicht mogen van dezelfde nationaliteit zijn. Hierbij wordt de nationaliteit van de Directeur-Generaal buiten beschouwing gelaten;
- f. bij het kiezen van zijn leden houdt de Raad van Toezicht rekening met de geografische vertegenwoordiging, de professionele capaciteit van het individu en een toerbeurt van de uit donorlanden afkomstige leden.
Overgangsbepaling: Wanneer de juridische status van het CIP eenmaal is gewijzigd, blijven de zittende leden van de Raad van Toezicht in functie; in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel kan de Raad van Toezicht evenwel nieuwe leden toelaten.
Artikel 13. Personen die niet in aanmerking komen om lid te worden van de Raad van Toezicht
De volgende personen kunnen niet worden benoemd als lid van de Raad van Toezicht:
- a. de leden, directeuren, wettelijke vertegenwoordigers of gevolmachtigden van vennootschappen, instellingen, alsmede overheidsfunctionarissen die belangen hebben die tegengesteld zijn aan die van het CIP of die uit hoofde van hun functie strijdige of onverenigbare belangen hebben;
- b. de functionarissen en directeuren van het jaarlijks door het CIP ingeschakelde externe accountantskantoor, ongeacht hun rang of functie.
Artikel 14. Beëindiging van het lidmaatschap van de Raad van Toezicht
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een termijn van drie jaren en kunnen opnieuw worden benoemd voor een aanvullende, daaropvolgende termijn, die in uitzonderlijke gevallen door de Raad van Toezicht zelf kan worden verlengd. Een lid dat twee termijnen heeft voltooid, kan slechts opnieuw worden benoemd wanneer een periode van ten minste twee jaren is verstreken tussen de laatste dag waarop hij het lidmaatschap vervulde en zijn nieuwe benoeming.
De vertegenwoordigers van het gastland zijn vrijgesteld van de beperkingen ten aanzien van nieuwe benoemingen en kunnen als lid van de Raad aanblijven indien zij opnieuw worden voorgedragen door de instelling die hen oorspronkelijk heeft voorgedragen en mits hun benoeming wordt goedgekeurd door de Raad van Toezicht.
De benoeming van de Directeur-Generaal is niet aan een termijn gebonden en de benoemde persoon blijft deze functie bekleden tot het moment dat deze vacant is als gevolg van zijn vertrek of het moment dat hij terugtreedt op verzoek van de Raad van Toezicht.
Artikel 15. Vacant worden van het lidmaatschap
Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht wordt vacant door:
- a. het verstrijken van de termijn waarvoor het lid is benoemd,
- b. het overlijden van het lid;
- c. neerlegging van of verwijdering uit de functie;
- d. ziekte die de uitoefening van de functie permanent onmogelijk maakt;
- e. alle gevallen waarbij sprake is van de belemmeringen genoemd in artikel 13 van deze Statuten.
Wanneer een vacature ontstaat, onmiddellijk na de jaarlijkse vergadering, ten aanzien van een lid wiens termijn niet op de gebruikelijke wijze is verstreken, dient de vacature door de Raad van Toezicht tijdens zijn volgende vergadering te zijn vervuld volgens de in artikel 12 bedoelde wijze van benoeming.
De vacature dient door de Raad van Toezicht zo snel mogelijk te worden vervuld. Gedurende het openstaan van de zetel kan de Raad van Toezicht bij wijze van uitzondering zijn werkzaamheden verrichten met minder dan tien leden en, in voorkomend geval, met ten minste zes leden met een geldige benoeming.
Artikel 16. Benoemingen
De Raad van Toezicht kiest de in artikel 6, a, van deze Statuten bedoelde leden alsmede de Directeur-Generaal van het CIP. Op dezelfde wijze is de benoeming van de in de letters b en d van hetzelfde artikel bedoelde leden onderworpen aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht.
De Raad van Toezicht gaat over tot de benoeming van het desbetreffende lid teneinde het lid waarvan de termijn afloopt, te vervangen of wanneer de zetel om welke reden dan ook vacant is, of tot de herverkiezing of bekrachtiging van de benoeming indien zulks het geval is, die dient te worden verricht tijdens de jaarlijkse vergadering voorafgaand aan het verstrijken van de ambtstermijn van het desbetreffende lid.
Artikel 17. Voorzitterschap en vice-voorzitterschap
De Raad van Toezicht kiest uit zijn leden een Voorzitter en een Vice-voorzitter, die hun functie vervullen gedurende een termijn van twee jaren en die voor een aanvullende termijn van twee jaren kunnen worden herkozen.
Indien de termijn van een lid van de Raad van Toezicht, dat benoemd is tot Voorzitter of Vice-voorzitter afloopt voordat de desbetreffende termijn van zijn benoeming als Voorzitter of Vice-voorzitter afloopt, wordt deze benoeming als beëindigd beschouwd. Indien hij opnieuw wordt benoemd als lid van de Raad van Toezicht voor een aanvullende termijn, blijft hij, indien deze Statuten zulks toelaten, zijn functie van Voorzitter of Vice-voorzitter vervullen tot dat deze termijn verstreken is, zonder dat hiervoor een nieuwe verkiezing nodig is.
De Voorzitter roept de vergaderingen van de Raad van Toezicht bijeen en zit deze voor. Ingeval van tijdelijke afwezigheid van de Voorzitter, worden zijn functies automatisch overgenomen door de Vice-voorzitter. Indien de functie van Voorzitter vacant wordt, kiest de Raad van Toezicht tijdens zijn volgende jaarlijkse vergadering een nieuwe Voorzitter.
Artikel 18. Secretariaat
De Raad van Toezicht benoemt een Secretaris, die geen lid mag zijn van de Raad van Toezicht, maar deel dient uit te maken van het personeel van de algemene administratie van het CIP.
De Secretaris is belast met het tijdig opstellen van de agenda en met het opstellen en beheren van de notulen van de vergaderingen.
De agenda van elke vergadering dient door de Secretaris te worden opgesteld in overleg met de Voorzitter van de Raad van Toezicht. De leden van de Raad van Toezicht dienen de agenda ten minste 14 dagen voor de datum van de desbetreffende vergadering te ontvangen.
Artikel 19. Verantwoordelijkheden van de Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht is het hoogste bestuurlijke orgaan van het CIP. De Raad van Toezicht heeft de volgende verantwoordelijkheden:
- a. het met regelmatige tussenpozen toetsen en bepalen van het beleid met betrekking tot de activiteiten, prioriteiten en strategieën van het CIP teneinde het belang, de kwaliteit en de effecten van zijn werkzaamheden te waarborgen;
- b. het volgen van de administratieve werkzaamheden en het vaststellen van de algemene organisatie van het CIP;
- c. het jaarlijks beoordelen van de financiële en economische situatie van het CIP teneinde te waarborgen dat de begroting en de interne audit naar behoren zijn, alsmede het laten uitvoeren van een jaarlijkse externe audit, het analyseren van de uitkomst hiervan en het nemen van de nodige maatregelen;
- d. het benoemen van de Directeur-Generaal en het goedkeuren van de benoeming door de Directeur-Generaal van de plaatsvervangende Directeuren-Generaal, waarbij hij hun taken, arbeidsvoorwaarden en vergoedingen vaststelt;
- e. het jaarlijks evalueren van het functioneren van de Directeur-Generaal en het beoordelen van het functioneren van de plaatsvervangende Directeuren-Generaal, van de comités en van de Raad van Toezicht zelf;
- f. het aannemen van overeenkomsten die voor het opereren van het CIP noodzakelijk of nuttig zijn, indien hiervoor een besluit van de Raad van Toezicht nodig is.
Artikel 20. Vergaderingen van de Raad van Toezicht
De vergaderingen van de Raad van Toezicht worden voorgezeten door de Voorzitter van de Raad van Toezicht, waarbij de Secretaris van de Raad van Toezicht optreedt als secretaris.
Ingeval van verhindering of afwezigheid van de Voorzitter, wordt de vergadering voorgezeten door de Vice-voorzitter. Bij afwezigheid van de Vice-voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door een van de leden die wordt aangewezen door de Raad van Toezicht zelf.
Ingeval van verhindering of afwezigheid van de Secretaris, treedt de Directeur-Generaal op als Secretaris.
Artikel 21. Soorten vergaderingen van de Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht kent gewone en buitengewone vergaderingen.
De gewone vergadering, ook wel jaarlijkse vergadering genoemd, vindt eenmaal per jaar plaats op de tijdens de voorgaande gewone vergadering overeengekomen plaats en datum. Buitengewone vergaderingen kunnen te allen tijde worden bijeengeroepen, mits de te behandelen onderwerpen dat vereisen.
In uitzonderlijke gevallen kunnen de leden van de Raad van Toezicht, indien spoedeisende redenen zulks rechtvaardigen, hun stem uitbrengen door middel van een fax of via andere communicatiemiddelen die het mogelijk maken de stem schriftelijk uit te brengen en te ondertekenen.
Alle leden van de Raad van Toezicht, met inbegrip van de leden die hun afwijzende mening te kennen geven en die welke niet aan de vergadering hebben deelgenomen, blijven gebonden aan de door de Raad van Toezicht op wettige wijze aangenomen overeenkomsten.
Artikel 22. Gewone vergaderingen van de Raad van Toezicht
Tijdens de gewone vergadering heeft de Raad van Toezicht de volgende taken:
- a. het bepalen van het beleid van het CIP en het goedkeuren van het jaarlijkse programma van zijn activiteiten;
- b. het goedkeuren of afkeuren van het beheer van het Centrum en van de jaarrekeningen;
- c. het op regelmatige wijze kiezen van de leden van de Raad van Toezicht, overeenkomstig het bepaalde in deze Statuten;
- d. het benoemen van de Directeur-Generaal en het goedkeuren van de benoeming van de plaatsvervangende Directeuren-Generaal;
- e. het vergaderen over en oplossen van alle aangelegenheden die het CIP aangaan en die niet onder de verantwoordelijkheid vallen van andere organen, in overeenstemming met deze Statuten.
Artikel 23. Buitengewone vergaderingen van de Raad van Toezicht
Buitengewone vergaderingen kunnen te allen tijde plaatsvinden voor de behandeling van spoedeisende aangelegenheden. Dit kunnen aangelegenheden zijn die onder de bevoegdheid van de Raad van Toezicht vallen en, in het algemeen, alle aangelegenheden die noodzakelijk of nuttig zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden van het CIP en het goede functioneren van het Centrum.
Artikel 24. Bijeenroeping van vergaderingen van de Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht wordt altijd bijeengeroepen door de Voorzitter, met instemming van de Vice-president en de Directeur-Generaal, waarbij de plaats en datum van de vergadering alsmede de inhoud van de agenda worden aangegeven.
De bijeenroeping van de gewone vergaderingen of de jaarlijkse vergadering vindt tijdig plaats, met inachtneming van de datum en plaats overeengekomen in de gewone vergadering van het voorgaande jaar. De agenda van de vergadering dient ten minste veertien dagen voor de vergadering door de leden te zijn ontvangen.
De bijeenroeping van de buitengewone vergaderingen dient ten minste tien dagen van tevoren aan de leden van de Raad van Toezicht te zijn medegedeeld.
In de mededeling kan worden aangegeven dat de Raad van Toezicht de dag volgend op die welke voor de eerste bijeenroeping is vastgesteld, in tweede bijeenroeping vergadert ingeval het bijbehorende quorum bij de eerste bijeenroeping niet is bereikt.
Artikel 25. Vergadering zonder voorafgaande bijeenroeping
Onverminderd het bepaalde in de voorgaande artikelen, wordt de Raad van Toezicht geacht te zijn bijeengeroepen en is hij rechtsgeldig samengesteld indien alle leden aanwezig zijn en indien deze unaniem instemmen met de vergadering van de Raad en met de ter behandeling voorgestelde aangelegenheden.
Artikel 26. Deelname
De leden waarvan de benoeming van kracht is, alsmede de Secretaris van de Raad, die slechts een adviserende stem heeft, kunnen vergaderingen van de Raad van Toezicht bijwonen. De Raad van Toezicht kan functionarissen, technisch personeel en vaklieden in dienst van het CIP en alle overige personen die geïnteresseerd zijn in de goede gang van zaken bij het Centrum, uitnodigen bij vergaderingen aanwezig te zijn. Deze door de Raad van Toezicht uitgenodigde personen, zijn slechts aanwezig bij besprekingen over de specifieke aangelegenheden waarvoor zij opgeroepen zijn, en hebben geen stemrecht.
Artikel 27. Quorum
Voor het houden van vergaderingen van de Raad van Toezicht, ongeacht of dit gewone of buitengewone vergaderingen zijn, bij de eerste bijeenroeping en in gevallen waarin het niet gaat om aangelegenheden als bedoeld in artikel 29, is de aanwezigheid van zes leden vereist.
Bij de tweede bijeenroeping is de aanwezigheid van drie leden voldoende; dit dienen de Voorzitter of, ingeval van afwezigheid van de Voorzitter, de Vice-voorzitter, een van de leden van de Raad van Toezicht (eventueel de Vice-voorzitter zelf, indien de Voorzitter aanwezig is) en de Directeur-Generaal te zijn.
Artikel 28. Stemmingen
Elk lid van de Raad van Toezicht heeft één stem.
De leden van de Raad van Toezicht kunnen hun stem uitbrengen door middel van een faxbericht. In een dergelijk geval is de stem voor alle doeleinden rechtsgeldig, maar wordt de betrokken persoon niet meegeteld voor het quorum.
De besluiten van de Raad van Toezicht worden aangenomen met absolute meerderheid van de hun stem uitbrengende leden (de helft van het aantal hun stem uitbrengende leden, plus één), behoudens in de in het volgende artikel bedoelde gevallen. Ingeval van staking der stemmen is de stem van de Voorzitter of van degene die de vergadering voorzit, doorslaggevend.
Artikel 29. Gekwalificeerde meerderheid
Voor vergaderingen die betrekking hebben op de verwijdering van een van de leden van de Raad, met inbegrip van de Directeur-Generaal, op de wijziging of uitlegging van de Statuten, op de ontbinding van het CIP of op het samengaan van het CIP met andere instellingen, wordt het quorum bereikt wanneer twee derde van de leden met een geldige benoeming aanwezig zijn. Voor de geldigheid van besluiten ter zake van deze aangelegenheden is de stem vóór van ten minste zeven leden van de Raad van Toezicht vereist.
Artikel 30. Strijdige belangen
Het recht om advies uit te brengen en het recht om een stem uit te brengen kunnen niet worden uitgeoefend door een lid van de Raad dat ten aanzien van de te behandelen onderwerpen voor eigen rekening of voor rekening van een derde belangen heeft.
Een lid van de Raad van Toezicht dat, ten aanzien van welk in de vergadering te behandelen onderwerpen ook meent dat dit onderwerp voor hem van belang kan zijn, brengt dit ter kennis van de Raad. De Raad beslist of dit belang strijdig is met de belangen van het Centrum. Indien zulks het geval is, kan het betrokken lid niet deelnemen aan de beraadslagingen en aan de stemming over dat onderwerp. Het lid van de Raad van Toezicht dat deze bepaling overtreedt, is aansprakelijk voor de hierdoor aan het Centrum toegebrachte schade en kan door de Raad van Toezicht, op verzoek van de Voorzitter of van een van de leden, worden geroyeerd.
Artikel 31. Notulen
De vergaderingen van de Raad van Toezicht, ongeacht hun aard, alsmede de in deze vergaderingen aangenomen besluiten, worden vastgelegd in een notulenboek, in de Spaanse en de Engelse taal.
Bij de opstelling van de notulen dienen de volgende regels in acht te worden genomen:
- a. in de notulen van elke vergadering dienen de plaats, de datum en het tijdstip van de vergadering, de naam van de aanwezige personen, de agenda, de onderwerpen waarover wordt beraadslaagd en de aangenomen besluiten, met in alle gevallen de aanduiding van de uitslag van de stemming, te worden vermeld;
- b. de deelnemende leden kunnen verzoeken dat in de notulen de strekking van de meningen en de uitgebrachte stemmen wordt vermeld;
- c. de Secretaris verstrekt aan de leden die aan de vergadering hebben deelgenomen, binnen 60 dagen nadat de vergadering heeft plaatsgevonden, een eerste versie van de desbetreffende notulen. Voor de leden die hebben deelgenomen geldt op hun beurt een termijn van 30 dagen om hun opmerkingen en commentaar schriftelijk aan de Secretaris te doen toekomen;
- d. zodra de Secretaris de opmerkingen en het commentaar heeft verwerkt, stelt hij de definitieve versie van de notulen op, die wordt ondertekend door de Voorzitter en de Vice-voorzitter van de Raad. Het definitieve concept van de notulen wordt verspreid onder alle leden van de Raad van Toezicht, met inbegrip van die welke niet aan de vergadering hebben deelgenomen;
- e. tijdens de volgende vergadering van de Raad van Toezicht wordt het genoemde ontwerp ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.
TITEL V. COMITÉS VAN DE RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 32. Comités van de Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht wordt geadviseerd door Comités bestaande uit leden van de Raad zelf, zoals nader bepaald in de volgende artikelen.
Deze Comités zijn:
- a. het Uitvoerend Comité;
- b. het Auditcomité;
- c. het Programmacomité;
- d. het Benoemingscomité;
- e. de Comités, ongeacht of deze permanent of ad hoc zijn, waarvan de Raad van Toezicht de instelling in de toekomst, afhankelijk van de behoeften van het CIP, nuttig acht; in een dergelijk geval stelt de Raad van Toezicht hun samenstelling vast en wijst hij aan deze Comités taken toe, zonder dat hiervoor een wijziging van deze Statuten vereist is.
Artikel 33. Samenstelling van het Uitvoerend Comité
Het Uitvoerend Comité is samengesteld uit de Voorzitter en de Vice-voorzitter van de Raad van Toezicht, de Voorzitter van het Programmacomité en de Directeur-Generaal van het Centrum.
Artikel 34. Taken van het Uitvoerend Comité
Het Uitvoerend Comité is belast met de wezenlijke aspecten van het CIP, die zich voordoen tussen twee vergaderingen van de Raad in, met inbegrip van het toezicht op de financiën.
Het Uitvoerend Comité komt incidenteel, naar behoefte, in vergadering bijeen op door de Voorzitter vastgestelde plaats en datum. Andere leden van de Raad van Toezicht of functionarissen van het CIP kunnen worden uitgenodigd bij deze vergaderingen aanwezig te zijn.
Artikel 35. Samenstelling van het Auditcomité
Het Auditcomité is samengesteld uit de Vice-voorzitter van de Raad van Toezicht en twee andere leden van de Raad, die door de Voorzitter zijn voorgedragen en door de Raad aanvaard, voor een tijdvak van een jaar.
Artikel 36. Taken van het Auditcomité
Het Auditcomité is verantwoordelijk voor het toezicht op de interne audit van het CIP.
Artikel 37. Samenstelling van het Programmacomité
Het Programmacomité is samengesteld uit een door de Raad van Toezicht voor een tijdvak van twee jaar gekozen Voorzitter en uit ten minste vijf leden die jaarlijks door de Voorzitter van de Raad van Toezicht en de Voorzitter van het Programmacomité worden aangewezen.
Artikel 38. Taken van het Programmacomité
Het Programmacomité is verantwoordelijk voor:
- a. de relevantie van de opleidings- en onderzoeksactiviteiten van het CIP ten behoeve van ontwikkelingslanden, op korte termijn en lange termijn, naargelang van de belangrijkheid van de behandelde problemen, de geschiktheid van de gevolgde strategie en het aanvullende karakter hiervan met betrekking tot andere internationale en regionale inspanningen;
- b. de wetenschappelijke kwaliteit van de werkzaamheden van het CIP;
- c. wetenschappelijke banden met andere relevante instellingen, met inbegrip van die van de IAL;
- d. de betrekkingen van het Centrum met afnemende landen en de gevolgen van de werkzaamheden van het CIP voor die landen;
- e. elk ander relevant programma-onderwerp waarom door de Raad van Toezicht wordt verzocht.
Artikel 39. Samenstelling van het Benoemingscomité
Het Benoemingscomité wordt voorgezeten door de Vice-voorzitter van de Raad van Toezicht en is verder samengesteld uit twee leden, die om het jaar door de Voorzitter van de Raad van Toezicht worden benoemd.
Artikel 40. Notulen
De verschillende comités stellen notulen op van hun vergaderingen; deze taak wordt opgedragen aan een van hun leden.
In geval van vergaderingen van het Uitvoerend Comité worden de notulen opgesteld door de Secretaris van de Raad van Toezicht.
De notulen van alle Comités worden, voorzien van de handtekeningen van alle deelnemers, aan de Secretaris van de Raad van Toezicht overhandigd, die deze bewaart op het hoofdkantoor van het CIP.
TITEL VI. ALGEMENE LEIDING
Artikel 41. Directeur-Generaal
Naast de bevoegdheden en verplichtingen die met de aard van zijn functie samenhangen, de bevoegdheden en verplichtingen die voortvloeien uit deze Statuten alsmede die welke de Raad van Toezicht hem in de toekomst kan toekennen, voert de Directeur-Generaal de besluiten van de Raad van Toezicht uit en is hij de wettelijk vertegenwoordiger van het CIP.
De Directeur-Generaal bezit in het bijzonder de volgende bevoegdheden:
-
- Het beheren van de zaken en activiteiten van het CIP, het organiseren van de kantoren en het toezien op het functioneren daarvan.
-
- Het vertegenwoordigen van het CIP tegenover alle soorten nationale of buitenlandse personen of entiteiten, ongeacht of deze uit de overheidssector, de privésector, uit semi-overheidsinstellingen, of financiële, bank-, civiele of commerciële instellingen afkomstig zijn, en tegenover het politieke, politie-, administratieve, gemeentelijke en overheidsgezag, en het instellen van alle soorten rechtsmiddelen en vorderingen, alsmede de bevoegdheid hiervan af te zien.
-
- Het vertegenwoordigen van het CIP met de algemene bevoegdheden van het mandaat en met de bijzondere bevoegdheden vermeld in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Derhalve kan de Directeur-Generaal, zonder dat deze opsomming limitatief is, afzien van een rechtsvordering, daarover een schikking treffen, als getuige optreden of een beslissende eed afleggen, instemmen met de tegenpartij, een geschil in der minne schikken, een geschil aan een scheidsgerecht voorleggen en alle andere wettige handelingen verrichten, deze bevoegdheden overdragen of delegeren aan andere functionarissen van het CIP en deze terugnemen zo vaak als dit noodzakelijk of nuttig is.
-
- Het op zich nemen van de wettelijke vertegenwoordiging van het Centrum in alle civiele, agrarische, constitutionele, arbeids- of bestuursrechtelijke procedures, met de algemene bevoegdheden van de mandataris of wettelijk vertegenwoordiger als bedoeld in de artikelen 74 en 75 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. In het bijzonder is hij bevoegd een rechtszaak aan te spannen, een tegenvordering in te dienen, een vordering te betwisten, exceptief verweer in te stellen, af te zien van een rechtszaak en van een aanspraak, over te gaan tot verzoening, als partij of als getuige verklaringen af te leggen, gerechtelijke of buitengerechtelijke regelingen te treffen, en over te gaan tot wraking van rechters, van leden van de rechtbank en van uitvoerders van de rechtsbedeling. Het verrichten van de vertegenwoordiging in elke administratieve procedure, een geschil ter arbitrage voorleggen, het substitueren of delegeren van de procesvertegenwoordiging, uitstel van betaling aanvragen, het erkennen van privédocumenten ten aanzien van hun inhoud en ondertekening, tegenmaatregelen treffen, hetzij van zakelijke of van persoonlijke aard; en het aantekenen van beroep, herziening, cassatie, het indienen van bezwaar en het inroepen van nietigheid, en het instellen van elke andere bij wet voorziene wijze van betwisting; alsmede elke handeling waarbij het Centrum dient te worden vertegenwoordigd in alle hierboven bedoelde procedures waarbij het partij is of optreedt als eiser of gedaagde.
-
- Het vertegenwoordigen van het Centrum in arbeidsaangelegenheden en aangelegenheden betreffende de sociale zekerheid, waarbij hij de ruimste bestuurlijke en vertegenwoordigings-bevoegdheden heeft, met name die welke zijn bedoeld in wet nr. 26636 ten aanzien van rechtszaken ingesteld bij rechtbanken en rechterlijke instanties die bevoegd zijn kennis te nemen van arbeidszaken. Tevens het vertegenwoordigen op basis van de bevoegdheid collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten inzake de arbeidsomstandigheden en lonen, overeenkomstig de Wet nr. 25593 en het Hoog Decreet nr. 011-92-TR, met name de bevoegdheid ingevolge artikel 48, letter c, van genoemde Wet; de bevoegdheid namens het Centrum op te treden bij inspecties uitgevoerd overeenkomstig Hoog Decreet nr. 004-96-TR van 11 juni 1996; en op basis van de nodige vertegenwoordigingsbevoegdheden om op te treden bij alle soorten procedures, formaliteiten, beheerszaken, bezoeken, enzovoort, die plaatsvinden bij de gerechtelijke autoriteiten en bij het ministerie van arbeid, zonder enig voorbehoud of enige beperking.
-
- Het, in overeenstemming met de Wet inzake de Algemene Normen inzake Administratieve Procedures, indienen van verzoeken, vorderingen en klachten alsmede het indienen van beroep, en de bevoegdheid hiervan af te zien; het afzien van de rechten; het verhalen van gelden; het aanvragen van alle soorten administratieve vergunningen; en, in het algemeen, het uitoefenen van alle bevoegdheden bedoeld in artikel 24 van het Hoog Decreet nr. 006-67-SC, zoals gewijzigd bij wettelijk Decreet nr. 26111. Daarnaast het vertegenwoordigen van het Centrum in procedures bij de Administratieve Arbeidsautoriteit of bij het onderhandelen over collectieve overeenkomsten met de door de desbetreffende wetten vereiste bevoegdheden.
-
- Het verrichten van telegrafische correspondentie en briefwisseling van de maatschappij en het ondertekenen hiervan, en het erop toezien dat de rekeningen actueel zijn.
-
- Het vertegenwoordigen van het Centrum bij alle soorten strafrechtelijke procedures, met de volgende bijzondere bevoegdheden: het doen van aangifte, zich civiele partij stellen, zich als civiele partij terugtrekken, verklaringen en getuigenissen afleggen, het Openbaar Ministerie verzoeken af te zien van rechtsvervolging, het Openbaar Ministerie verzoeken een strafzaak in een willekeurige fase te seponeren; en het kunnen doen van een beroep op politiediensten, zonder beperking van bevoegdheden.
-
- Het, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 23 van het Belastingwetboek, indienen van aangiften; het indienen van administratieve vorderingen of het instellen van administratief beroep; het afzien van rechten; het indienen van bezwaar of beroep; en, in het algemeen, alle bevoegdheden die nodig zijn voor de vertegenwoordiging van het Centrum bij de fiscale autoriteiten.
-
- Het kiezen en benoemen van plaatsvervangende Directeuren-Generaal, alsmede het aannemen en ontslaan van functionarissen, kantoorpersoneel, arbeiders en medewerkers in het algemeen, en het vaststellen van hun bevoegdheden en salarissen, behoudens in gevallen die ingevolge deze Statuten zijn voorbehouden aan de Raad van Toezicht. Het toezicht houden op het personeel van het Centrum, door middel van het geven van de door hem geschikt geachte instructies en het toezien op het functioneren van alle onderdelen van het Centrum, door het geven van opdrachten en het uitvaardigen van de voor het goed functioneren van het Centrum benodigde maatregelen.
-
- Het instellen van administratieve procedures met betrekking tot de intellectuele en industriële eigendomsrechten, de registratie, gebruikslicenties, nietigverklaringen, verlengingen en vernieuwingen van de rechten met betrekking tot handelsnamen, merken, octrooien en andere bestanddelen van de intellectuele en industriële eigendom; het aantekenen respectievelijk het bestrijden van bezwaar tegen het gebruik of tegen aanvragen uit het Register met betrekking tot deze rechten en het maken van respectievelijk het bestrijden van melding van oneerlijke concurrentie, het aantekenen van beroep en het aanvragen van verplichte gebruikslicenties bij octrooien.
-
- Het laten verrichten van betalingen en het ontvangen en/of afgeven van ontvangstbewijzen of annuleringen, het incasseren van of het protesteren tegen op naam van het Centrum uitgeschreven cheques en door de overheidsautoriteiten afgegeven betalingsopdrachten, het incasseren van overmakingen en het ontvangen van verzekerde en aangetekende brieven.
-
- Het openen of sluiten van alle soorten bankrekeningen, alsmede het opnemen – louter door middel van plaatsing van zijn handtekening – van geld van de bankrekeningen van het Centrum en, het, in de nationale of een buitenlandse munteenheid, uitschrijven van cheques op debet- of creditsaldo's van lopende rekeningen die het Centrum heeft geopend bij nationale bankinstellingen.
-
- Het aangaan van kredietcontracten op de rekening courant en van contracten inzake documentair krediet, alsmede het gemeenschappelijk of hoofdelijk verzoeken om, aangaan van, stellen van en intrekken van bank- of handelsavallen of garanties, het in onderpand geven van goederen en apparatuur, en, in het algemeen, van de roerende zaken die deel uitmaken van de bezittingen van het Centrum.
-
- Het sluiten van alle soorten leningen, in het bijzonder op korte, middellange en lange termijn, alsmede contracten inzake voorschotten op de rekening courant met elke bank of financiële of handelsinstelling, het bepalen van de soort rente, de vervaldatum en de overige met deze handelingen samenhangende voorwaarden. Het toekennen van kredieten.
-
- Het aanvaarden, opnieuw aanvaarden, trekken, endosseren en verlengen van certificaten, warrants, polissen en vrachtbrieven, van algemene entrepots en van alle overige handels- en civiele documenten; het trekken, aanvaarden, endosseren en verrekenen van wissels; het aangaan, endosseren en verrekenen van coupons en promessen; het kopen, verkopen en onttrekken van waardepapieren; het in onderpand geven en onttrekken van waardepapieren; het huren van kluizen, deze openen en de huur beëindigen; het verrichten van stortingen op lopende rekeningen; het verhuren en huren van roerende en onroerende zaken; het opstellen van alle soorten verzekeringscontracten, het vaststellen van de hoogte hiervan, van de bijbehorende premie en van de wijze van betaling; het endosseren en/of verzoeken om endossering van verzekeringspolissen; het kopen, verkopen, bezwaren of in pand geven van de roerende zaken van het Centrum; het sluiten van contracten en het aangaan van verplichtingen van elke aard in elke vorm; het regelen van alle soorten zaken; en, in het algemeen, het verrichten van alle handelingen die noodzakelijk of nuttig zijn ten behoeve van het Centrum. Op grond van de hierboven genoemde bevoegdheden kan de Directeur-Generaal, indien nodig, transacties verrichten in de nationale munteenheid en, indien nodig, in elke buitenlandse munteenheid.
-
- Het namens het Centrum onderhandelen over en opstellen van alle voor zijn activiteiten benodigde akten en contracten, waarbij hij de bevoegdheid heeft koopovereenkomsten, ruilovereenkomsten, huurovereenkomsten en andere door de Peruaanse wetgeving toegestane overeenkomsten te sluiten, zonder enig voorbehoud of enige beperking, met inbegrip van overeenkomsten ter vervreemding van de zaken van het Centrum onder bezwarende titel of die leiden tot de instelling van zakelijke rechten, originaire rechten of zekerheidsrechten ten aanzien van deze zaken, met de bevoegdheid hiertoe alle noodzakelijke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke akten te ondertekenen.
-
- Het verrichten van alle soorten banktransacties, in het bijzonder het uitgeven van cheques op de lopende rekeningen die het Centrum thans bezit of in de toekomst kan bezitten, in de nationale of een buitenlandse munteenheid, bij de staatsbanken, verenigingsbanken of privé-banken, op het grondgebied van Peru of in het buitenland, al dan niet met verstrekking van fondsen, waarbij een negatief saldo is toegestaan. Tevens heeft hij de bevoegdheid te allen tijde alle soorten fondsen te storten, met het oog op sparen of om deze op elk moment op te nemen, cheques te endosseren en wissels, cheques, promessen en alle andere kredietdocumenten die een betalingsopdracht inhouden, te endosseren, aanvaarden, opnieuw te aanvaarden, te incasseren, te verrekenen en hiertegen protest in te stellen.
-
- Het bijwonen en deelnemen aan veilingen, inschrijvingen en openbare of particuliere aanbestedingen, waarbij hij de daaruit voortvloeiende voorstellen en contracten met overheidsinstellingen of particuliere instanties ondertekent, en aan de Raad van Toezicht verslag uitbrengt van de uitkomst en de inhoud van deze akten.
-
- Het namens en in zijn hoedanigheid als vertegenwoordiger van het Centrum, om niet of om baat, aanvaarden en ontvangen van alle soorten roerende en onroerende zaken in de vorm van een gift, overdracht, ruil, erfenis of elke andere bijdrage gericht op de consolidatie van de fondsen van het Centrum. Tevens kan hij namens het Centrum renten, fondsen, effecten en waardepapieren die hem als eigendom, voor gebruik of voor deposito zijn toegewezen, aanvaarden, mits dit verenigbaar is met de fundamentele doeleinden van het Centrum.
-
- Het bij het ministerie van buitenlandse zaken ondertekenen van alle nodige documenten met het oog op verzoek tot vrijstelling van algemene belastingen ten aanzien van vervoerbewijzen voor elk transportmiddel dat het Centrum verkrijgt.
-
- Het bij de Superintendencia Nacional de Administración Tributaria (hoofdkantoor van de nationale belastingdienst, SUNAT) ondertekenen van alle documenten benodigd voor het verzoeken om en het verkrijgen van vrijstelling van belasting op nutsvoorzieningen zoals elektriciteit, drinkwater en riool, vaste en mobiele telefoondiensten, van onroerendezaakbelasting en van algemene belastingen ten aanzien van vervoerbewijzen voor elk transportmiddel dat het Centrum verkrijgt.
-
- Het vertegenwoordigen van het Centrum voor het namens het Centrum stellen van hoofdelijke avallen en/of garanties ten behoeve van het internationale personeel, zowel voor de huur als voor de aankoop van voor bewoning bedoelde onroerende zaken, waarbij het Centrum uitdrukkelijk afstand doet van zijn recht op uitwinning, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 1883, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.
-
- Het vertegenwoordigen van het Centrum bij het afsluiten of opheffen van hypotheken ten behoeve van het Centrum uit hoofde van leningen in natura die het toekent aan zijn personeel en aan andere bij het Centrum betrokken personen.
-
- Het toekennen van leningen aan functionarissen en aan andere bij het Centrum betrokken personen, met of zonder hypothecaire borg, en het hoofdelijk stellen van avallen of garanties met betrekking tot door hen aangegane leningen bij kredietinstellingen, banken of financiële instellingen, alsmede het stellen van hoofdelijke avallen of borgen bij door hen gesloten koop-, huur- of andere contracten.
-
- Het aan de Raad van Toezicht verslag uitbrengen van de omstandigheden en van de voortgang van de activiteiten van het Centrum alsmede van de ontvangsten, investeringen en beschikbare fondsen.
-
- Het aan de Raad van Toezicht en het Uitvoerend Comité voorleggen van plannen en verslagen inzake de ontwikkeling van de programma's, alsmede het afleggen van verantwoordelijkheid voor de Raad met betrekking tot alle activiteiten van het Centrum.
-
- Het ondertekenen van de voor de in de voorgaande leden bedoelde handelingen benodigde publieke of privé-documenten, minuten en authentieke akten. In alle gevallen is de handtekening van de Directeur-Generaal voldoende.
-
- Het uitoefenen van alle bevoegdheden die verenigbaar zijn met de functies die hij vervult en met de bepalingen van de wet en de statuten, alsmede het uitvoeren van alle taken die de Raad van Toezicht hem door middel van de aan hem toegekende bevoegdheden opdraagt.
-
- Het, geheel of ten dele, delegeren van alle bevoegdheden die hem ingevolge dit artikel zijn toegekend, aan een door hem benoemde persoon of aan meerdere door hem benoemde personen, en deze delegatie intrekken en de vertegenwoordiging wederom zelf op zich nemen indien hij zulks dienstig acht, waarbij hij de personen aan wie hij bevoegdheden gedelegeerd heeft toe kan staan deze op hun beurt, geheel of ten dele, te delegeren. Om deze tweede delegatie van kracht te laten worden, dient de betreffende machtiging schriftelijk te zijn vermeld op de desbetreffende bevoegdheidsverklaring.
TITEL VII. WIJZIGING VAN DE STATUTEN
Artikel 42. Formaliteiten voor de wijziging van de Statuten
Deze Statuten kunnen door de Raad van Toezicht worden gewijzigd, mits de voorwaarden voor het quorum en de meerderheid zoals bedoeld in artikel 29 van deze Statuten worden vervuld.
Daarnaast dient een eventuele oproep tot een vergadering waarin een wijziging van de Statuten wordt besproken, uitdrukkelijk te worden gedaan en dient het te wijzigen artikel of dienen de te wijzigen artikelen en de desbetreffende voorstellen te worden vermeld. De oproep dient in dat geval ten minste acht weken van te voren plaats te vinden.
De door de Raad van Toezicht goedgekeurde wijzigingen van de Statuten worden ter kennis gebracht van de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL); indien dit niet gebeurt, zijn de wijzigingen ongeldig.
Wijzigingen van de Statuten die niet aan de in dit artikel vastgestelde voorwaarden voldoen, worden als nietig beschouwd en hebben geen enkel rechtsgevolg.
TITEL VIII. ONTBINDING EN LIQUIDATIE VAN HET CIP
Artikel 43. Voorwaarden voor ontbinding
Indien het CIP op grond van zwaarwegende redenen wordt geacht niet langer doeltreffend te kunnen functioneren, kan de Raad van Toezicht overgaan tot ontbinding van het CIP.
De ontbinding dient te worden goedgekeurd door de Raad van Toezicht onder de voorwaarden ten aanzien van het quorum en de meerderheid zoals bedoeld in artikel 29 van deze Statuten. Wanneer aan een van deze voorwaarden niet wordt voldaan, is het besluit tot ontbinding ongeldig.
Artikel 44. De Liquidatiecommissie
Wanneer de overeenkomst tot ontbinding is aangenomen, benoemt de Raad van Toezicht een Liquidatiecommissie, wier activiteiten uitsluitend gericht zijn op de beëindiging van de bestaande activiteiten, de beëindiging van de arbeidsverhoudingen met het personeel en de overbrenging van de activa, op de in het volgende artikel aangegeven wijze.
Tijdens de liquidatie van de goederen en contracten behoudt het CIP zijn rechtspersoonlijkheid.
In staat van liquidatie kan de Liquidatiecommissie geen nieuwe programma's starten, maar dient zij zich uitsluitend te beperken tot het uitvoeren van alle handelingen die noodzakelijk zijn om de lopende activiteiten op ordelijke wijze af te sluiten en de lopende verplichtingen op een doeltreffende, wettige wijze af te wikkelen. Hierbij heeft de Liquidatiecommissie de bevoegdheid de goederen van het CIP te verkopen teneinde aan de lopende verplichtingen te voldoen.
Na de liquidatie legt de Liquidatiecommissie de Raad van Toezicht een eindrapport voor met de gegevens van hun bewind.
Zodra dit rapport is goedgekeurd, kondigt de Raad van Toezicht de ontbinding van het CIP af.
Artikel 45. Activa bij liquidatie
De activa van het CIP die overblijven na de betaling van de lopende verplichtingen tijdens de liquidatie worden kosteloos overgemaakt naar organisaties met soortgelijke doeleinden, ongeacht het land waarin deze zich bevinden.
De vaststelling van de keuze van de organisatie of organisaties die deze activa in de desbetreffende landen ontvangen, vindt plaats door middel van een overeenkomst met de regering van het desbetreffende land en na overleg met de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL).
In geen geval kunnen de activa van het CIP, rechtstreeks of indirect, kosteloos worden verdeeld onder de leden van de Raad van Toezicht of onder het personeel van het CIP.
Artikel 46. Herroeping van de overeenkomst tot ontbinding
Voordat de laatste overdracht van activa heeft plaatsgevonden en indien nieuwe ontwikkelingen voortzetting van het CIP mogelijk maken, kan de Raad van Toezicht de Liquidatiecommissie buiten werking stellen, de overeenkomst tot ontbinding herroepen en zijn leidinggevende functie overeenkomstig deze Statuten weer op zich nemen.
Voor de aanneming van deze overeenkomst gelden dezelfde formaliteiten als die welke gelden voor de ontbinding; deze overeenkomst dient eveneens ter kennis te worden gebracht van de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL).
TITEL IX. FUSIE
Artikel 47
Op voorstel van de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL) kan de Raad van Toezicht het samengaan van het CIP met een andere soortgelijke organisatie goedkeuren, waarbij hetzij de andere organisatie opgaat in het CIP, hetzij het CIP opgaat in de andere organisatie, hetzij beide organisaties verdwijnen en als resultaat van de fusie een nieuwe organisatie wordt opgericht.
Artikel 48
De fusieovereenkomst dient te worden aangenomen onder de in artikel 29 vastgestelde voorwaarden.
TITEL X. OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 49. Samenstelling van de eerste Raad van Toezicht
De eerste Raad van Toezicht wordt samengesteld uit de volgende personen, voor de daarbij aangegeven termijn:
- a. Door het gastland voorgedragen leden:
-
- Voor het ministerie van landbouw: Dr. Josefina Takahashi, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2000.
-
- Voor de Universidad Nacional Agraria La Molina: Dr. Klaus Raven, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2002.
- b. Door de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL) voorgedragen leden:
-
- Mevrouw Alicia Bárcena, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2000.
-
- Dr. Ren Wang, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2000.
-
- Dr. Eija Pehu, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2002.
- c. De Directeur-Generaal van het Centrum: Dr. Hubert Zandstra, die over alle bevoegdheden beschikt die hem bij deze Statuten worden toegekend en over die welke hem daarnaast door de Raad van Toezicht kunnen worden toegekend.
- d. Door de Raad van Toezicht zelf geselecteerde leden:
-
- Dr. M.S.U. Chowdhury, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2000.
-
- Dr. Chukichi Kaneda, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2002.
-
- Dr. David MacKenzie, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2000.
-
- Dr. Theresa Sengooba, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2000.
-
- Dr. Koenraad Verhoeff, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2001.
-
- Dr. Vo-Tong Xuan, voor een termijn van drie jaren, die verstrijkt op 30 april 2002.
EN TESTIMONIO DE LO CUAL, los Plenipotenciarios que suscriben, debidamente autorizados por sus gobiernos respectivos, han firmado el presente Convenio.
SUSCRITO en Lima, el 26 de Noviembre de 1999.