Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
Artikel 122. Gegevensverwerking in de sector financiële diensten
De partijen staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar hun grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.
Wanneer de in lid 1 bedoelde gegevens persoonsgegevens zijn of bevatten, is de verzending van deze gegevens van het grondgebied van de ene partij naar het grondgebied van de andere partij onderworpen aan de binnenlandse wetgeving die de partij vanwaar de gegevens worden verzonden heeft vastgesteld betreffende de bescherming van individuen in verband met de verzending en verwerking van persoonsgegevens.
Artikel 123. Effectieve en transparante reglementering in de sector financiële diensten
De partijen stellen voor zover praktisch mogelijk alle belanghebbenden vooraf in kennis van alle door hen beoogde maatregelen van algemene toepassing teneinde deze belanghebbenden in de gelegenheid te stellen commentaar te geven op de betrokken maatregel. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:
- a. door officiële publicatie; of
- b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
De bevoegde financiële autoriteiten van de partijen stellen belanghebbenden in kennis van hun voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.
Op verzoek van een aanvrager stelt de bevoegde financiële autoriteit deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de betrokken autoriteit van de aanvrager aanvullende informatie verlangt, stelt zij deze daar onmiddellijk van in kennis.
Iedere partij stelt alles in het werk om op haar grondgebied de internationaal overeengekomen normen voor reglementering van en toezicht op de sector financiële diensten, alsmede voor het bestrijden van het witwassen van geld, toe te passen. De partijen werken met dit doel samen en wisselen informatie en ervaring uit in de speciale commissie voor financiële diensten, bedoeld in artikel 127.
Artikel 124. Vertrouwelijke informatie
Niets in dit hoofdstuk:
- a. verplicht een partij tot ve.rstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving belemmert, die anderszins met het openbaar belang in strijd is of die schadelijk is voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen;
- b. wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat een partij verplicht is informatie te verstrekken betreffende de financiële zaken en de boekhouding van individuele cliënten van verleners van financiële diensten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.
Artikel 125. Prudentiële uitzonderingsbepaling
Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt zodanig uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of handhaven van redelijke maatregelen voor prudentiële doeleinden, zoals:
- a. de bescherming van investeerders, spaarders, deelnemers aan de financiële markten, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;
- b. het handhaven van de veiligheid, de solvabiliteit, de integriteit of de financiële aansprakelijkheid van verleners van financiële diensten; of
- c. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financieel systeem van een partij.
Indien dergelijke maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, mogen zij niet worden gebruikt om de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen of verplichtingen van een partij te ontduiken.
Artikel 126. Erkenning
Een partij kan maatregelen van bedrijfseconomisch toezicht van de andere partij erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van de partij betreffende financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, door harmonisatie of op andere wijze, kan op een overeenkomst of regeling met het betrokken land worden gebaseerd of autonoom geschieden.
Een partij die partij is bij een onder a) genoemde, toekomstige dan wel bestaande overeenkomst of regeling met een derde partij, geeft de andere partij voldoende gelegenheid om over toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met haar over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van reglementering, uitvoering, toezicht en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een partij autonoom tot erkenning overgaat, geeft zij de andere partij voldoende gelegenheid aan te tonen dat deze omstandigheden bestaan.
Artikel 127. Speciale commissie voor financiële diensten
De partijen stellen een speciale commissie voor financiële diensten in. Deze speciale commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. De hoofdvertegenwoordiger van elke partij is een ambtenaar van de instantie van deze partij die verantwoordelijk is voor de in bijlage IX omschreven financiële diensten.
De speciale commissie heeft onder meer tot taak:
- a. toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk;
- b. problemen in verband met financiële diensten te onderzoeken die haar door een partij worden voorgelegd.
De speciale commissie komt op verzoek van een van de partijen bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt door de partijen bekleed. De speciale commissie brengt aan het Associatiecomité verslag uit over de resultaten van haar vergaderingen.
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderzoekt de speciale commissie voor financiële diensten maatregelen om de handel in financiële diensten te vergemakkelijken en uit te breiden en de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst verder te bevorderen. Zij brengt hierover verslag uit aan het Associatiecomité.
Artikel 128. Overleg
Een partij kan de andere partij om overleg verzoeken over elke kwestie die verband houdt met dit hoofdstuk. De andere partij neemt het verzoek in welwillende overweging. De partijen stellen de speciale commissie voor financiële diensten in kennis van de resultaten van dit overleg.
Aan het in dit artikel bedoelde overleg wordt deelgenomen door ambtenaren van de in bijlage IX genoemde autoriteiten.
Geen van de bepalingen van dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat zij de aan het overleg deelnemende financiële autoriteiten ertoe verplicht informatie vrij te geven of maatregelen te nemen die strijdig zijn met afzonderlijke kwesties in verband met reglementering, toezicht, administratie of handhaving.
Wanneer een financiële autoriteit van een partij om redenen in verband met het toezicht informatie vraagt over een verlener van financiële diensten op het grondgebied van de andere partij, kan die financiële autoriteit de bevoegde financiële autoriteiten op het grondgebied van de andere partij verzoeken deze informatie te verstrekken. De verstrekking van dergelijke informatie kan onderworpen zijn aan de voorwaarden en beperkingen die in de desbetreffende wetgeving van de andere partij vervat zijn of aan de eis dat de respectieve financiële autoriteiten daarover een overeenkomst moeten hebben gesloten of een regeling moeten zijn overeengekomen.
Artikel 129. Specifieke bepalingen inzake geschillenbeslechting
Tenzij anders bepaald in dit artikel worden geschillen met betrekking tot dit hoofdstuk geregeld overeenkomstig het bepaalde in titel VIII.
Voor de toepassing van artikel 184 wordt overleg dat plaatsvindt op grond van artikel 128 beschouwd als het in artikel 183 bedoelde overleg, tenzij de partijen anders overeenkomen. Na de opening van het overleg verstrekken de partijen informatie aan de hand waarvan kan worden onderzocht welke gevolgen een maatregel van een partij of een andere kwestie kan hebben voor de werking en toepassing van dit hoofdstuk. De tijdens het overleg uitgewisselde informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Indien het probleem niet is opgelost binnen vijfenveertig dagen nadat het overleg op grond van artikel 128 heeft plaatsgevonden, dan wel binnen negentig na de indiening van het verzoek om overleg krachtens artikel 128, lid 1, indien dit vroeger is, kan de klagende partij schriftelijk verzoeken om instelling van een arbitragepanel. De partijen brengen over de resultaten van hun overleg rechtstreeks verslag uit aan het Associatiecomité.
Voor de toepassing van artikel 185 geldt het volgende:
- a. de voorzitter van het arbitragepersoneel dient een financieel deskundige te zijn;
- b. het Associatiecomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijf personen die geen onderdaan zijn van een partij en die bereid en in staat zijn als scheidsrechter op te treden en het voorzitterschap te bekleden van arbitragepanels met betrekking tot financiële diensten. Het Associatiecomité ziet erop toe dat deze lijst te allen tijde uit vijf personen bestaat. De betrokken personen dienen te beschikken over deskundigheid of ervaring op het gebied van de wetgeving betreffende of de praktijk van financiële diensten, waaronder mogelijk de reglementering van financiële instellingen; zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een partij of een organisatie, en zijn verplicht de in bijlage XVI opgenomen gedragscode na te leven. De lijst kan iedere drie jaar worden gewijzigd;
- c. binnen drie dagen na het verzoek om instelling van het arbitragepanel wijst de voorzitter van het Associatiecomité door middel van loting uit de lijst bedoeld onder lid b) de voorzitter van het arbitragepanel aan. De voorzitter van het Associatiecomité wijst de overige twee scheidsrechters van het panel door middel van loting aan uit de lijst bedoeld in artikel 185, lid 2, waarbij één scheidsrechter behoort tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de klagende partij en de andere scheidsrechter tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de partij waartegen de klacht is gericht.
HOOFDSTUK III. VESTIGING
Artikel 130. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de vestiging in alle sectoren, met uitzondering van alle dienstensectoren, waaronder de sector financiële diensten.
Artikel 131. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. „rechtspersoon": iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
- b. „rechtspersoon van een partij": een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is. Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
- c. „natuurlijke persoon": een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
- d. „vestiging":
- i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of
- ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te voeren.
Ten aanzien van natuurlijke personen strekt dit zich niet uit het zoeken naar of aanvaarden van een dienstbetrekking op de arbeidsmarkt of het verlenen van toegang tot de arbeidsmarkt van een partij.
Artikel 132. Nationale behandeling
In de sectoren die in bijlage X zijn opgenomen behandelt iedere partij ten aanzien van vestiging, onder voorbehoud van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, rechtspersonen en natuurlijke personen van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen rechtspersonen en natuurlijke personen die een soortgelijke economische activiteit uitvoeren.
Artikel 133. Reglementeringsrecht
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 132 mag iedere partij voorschriften vaststellen voor de vestiging van rechtspersonen en natuurlijke personen.
Artikel 134. Slotbepalingen
Met betrekking tot dit hoofdstuk bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
In hun streven naar geleidelijke liberalisatie van de investeringsvoorwaarden bevestigen de partijen het voornemen de rechtsvoorschriften betreffende investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te toetsen, met inachtneming van de uit internationale investeringsovereenkomsten voortvloeiende verbintenissen.
HOOFDSTUK 4. Uitzonderingen
Artikel 135. Uitzonderingen
Onverminderd de eis dat dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen waar soortgelijke omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel in diensten of financiële diensten of de vestiging zou inhouden, mag geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of toepassen van maatregelen die:
- a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid;
- b. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten;
- c. betrekking hebben op de instandhouding van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten of binnenlandse investeringen gepaard gaat;
- d. noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;
- e. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:
- i. het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van het niet nakomen van dienstverleningscontracten;
- ii. het beschermen van de privacy van personen wat de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens betreft en de bescherming van de geheimhouding van individuele dossiers en rekeningen; of
- iii. veiligheid.
De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op de stelsels van sociale zekerheid van de partijen of activiteiten op het grondgebied van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.
Niets in deze titel vormt voor een partij een beletsel voor de toepassing van wetten, voorschriften en verordeningen met betrekking tot toegang en verblijf, werkzaamheden, arbeidsomstandigheden en vestiging van natuurlijke personen1)Een partij kan in het bijzonder verlangen dat natuurlijke personen over de noodzakelijke academische kwalificaties en/of beroepservaring beschikken zoals deze voor de betrokken sector of activiteit zijn gespecificeerd op het grondgebied waar de dienst of financiële dienst wordt verleend of de vestiging wordt opgezet. , mits zij deze niet zodanig toepast dat de krachtens een specifieke bepaling van deze titel aan de andere partij toekomende voordelen teniet worden gedaan of worden beperkt., mits zij deze niet zodanig toepast dat de krachtens een specifieke bepaling van deze titel aan de andere partij toekomende voordelen teniet worden gedaan of worden beperkt.
TITEL IV. OVERHEIDSOPDRACHTEN
Artikel 136. Doelstelling
Overeenkomstig het bepaalde in deze titel zien de partijen toe op effectieve wederzijdse openstelling van hun markten voor overheidsopdrachten.
Artikel 137. Toepassingsgebied
Deze titel is van toepassing op alle wetten, voorschriften, procedures en praktijken die betrekking hebben op opdrachten die door entiteiten van de partijen worden geplaatst voor leveringen en diensten, met inbegrip van werken, overeenkomstig de voorwaarden die door iedere partij worden vastgesteld in de bijlagen XI, XII en XIII.
Deze titel is niet van toepassing op:
- a. opdrachten die worden geplaatst:
- i. krachtens een internationale overeenkomst en die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de partijen;
- ii. krachtens een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten;
- iii. volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie;
- b. niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van overheidsbijstand en overheidsopdrachten in het kader van bijstands- of samenwerkingsprogramma's;
- c. opdrachten betreffende:
- i. de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten daarop;
- ii. betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de co-productie van programmamateriaal door omroeporganisaties, alsmede overeenkomsten betreffende zendtijd;
- iii. arbitrage- en bemiddelingsdiensten;
- iv. arbeidsovereenkomsten;
- v. diensten voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van die waarvan de resultaten in hun geheel toekomen aan de aanbestedende dienst voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, voor zover de dienstverlening volledig beloond wordt door de aanbestedende dienst;
- d. financiële diensten.
Concessies voor openbare werken, zoals gedefinieerd in artikel 138, onder i), vallen eveneens onder deze titel, zoals gespecificeerd in de bijlagen XI, XII en XIII.
Het is de partijen niet toegestaan aanbestedingscontracten op te stellen, op te zetten of anderszins te structureren met het doel zich aan de verplichtingen van deze titel te onttrekken.
Artikel 138. Definities
Voor de toepassing van deze titel gelden de onderstaande definities:
- a. onder „overheidsopdrachten" wordt verstaan: verwerving op enigerlei wijze van goederen, diensten of een combinatie daarvan, met inbegrip van werken die worden uitgevoerd door openbare instanties van de partijen voor overheidsdoeleinden en niet voor commerciële wederverkoop of voor gebruik bij de vervaardiging van goederen of de verlening van diensten die bestemd zijn voor commerciële verkoop, tenzij anders bepaald. Onder dit begrip valt tevens verwerving door middel van aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
- b. onder „instanties" worden verstaan: openbare instanties van de partijen, zoals centrale, regionale en lokale overheidsinstanties, gemeenten, overheidsbedrijven en alle andere instanties die opdrachten plaatsen overeenkomstig het bepaalde in deze titel, zoals vermeld in de bijlagen XI, XII en XIII;
- c. onder „overheidsbedrijf" wordt verstaan: een onderneming waarover de overheid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefent uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of erop van toepassing zijnde voorschriften. Het vermoeden van overheersende invloed bestaat wanneer de overheid, direct of indirect, ten opzichte van een onderneming:
- i. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit;
- ii. beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen;
- iii. meer dan de helft van de leden van het bestuurlijk, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen;
- d. onder „leverancier van de partijen" wordt verstaan: een natuurlijke persoon of rechtspersoon of overheidsinstantie van een partij of een groep van personen en/of instanties van een partij die goederen, diensten of de uitvoering van werkzaamheden en/of werken aanbiedt. Onder dit begrip vallen zowel leveranciers van goederen als dienstverlener en aannemers;
- e. onder „rechtspersoon" wordt verstaan: iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
- f. onder „rechtspersoon van een partij" wordt verstaan: een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is. Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
- g. onder „natuurlijke persoon" wordt verstaan: een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
- h. onder „inschrijver" wordt verstaan: een leverancier die een inschrijving heeft ingediend;
- i. onder „concessie voor openbare werken" wordt verstaan: een overeenkomst met dezelfde kenmerken als die van een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken, met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij uit dit recht, gepaard gaande met een prijs;
- j. onder „bijzondere voorwaarden" worden verstaan: voorwaarden die door een instantie voor of tijdens de aanbestedingsprocedure worden opgelegd ter bevordering van de lokale ontwikkeling of ter verbetering van de betalingsbalansrekeningen van een partij, met name door eisen te stellen met betrekking tot de plaatselijk toegevoegde waarde, het octrooieren van technologie, de investeringen, de ruilhandel en dergelijke;
- k. de term „schriftelijk" staat voor elk geheel van informatie bestaande uit woorden, cijfers of andere symbolen, met inbegrip van elektronische middelen, dat kan worden gelezen, gereproduceerd en opgeslagen;
- l. onder „technische specificaties" wordt verstaan: een specificatie waarin de kenmerken van de aan te schaffen producten of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties en veiligheid en afmetingen, symbolen, terminologie, verpakking, merking en etikettering, dan wel de procédés of methoden voor de productie ervan en de door instanties voorgeschreven vereisten inzake de procedures voor conformiteitsbeoordeling;
- m. onder „privatisering" wordt verstaan: het proces waarbij de zeggenschap over een instantie bij de overheid wordt weggenomen en overgedragen aan de particuliere sector;
- n. onder „liberalisering" wordt verstaan: een proces dat ertoe leidt dat instanties geen exclusieve of speciale rechten genieten en zich uitsluitend bezighouden met het leveren van goederen of diensten die onderworpen zijn aan daadwerkelijke concurrentie.
Artikel 139. Nationale behandeling en non-discriminatie
Iedere partij ziet erop toe dat opdrachten door haar instanties waarop deze titel van toepassing is op transparante, redelijke en niet-discriminerende wijze worden geplaatst, waarbij alle leveranciers van alle partijen gelijk worden behandeld en het beginsel van open, effectieve concurrentie wordt gewaarborgd.
Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, verleent elke partij aan producten, diensten en leveranciers van de andere partij een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke zij aan binnenlandse producten, diensten en leveranciers verleent.
Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, ziet elke partij er op toe dat:
- a. haar instanties een lokale leverancier niet minder gunstig behandelen dan een andere lokale leverancier naar de mate waarin deze verbonden is met of het eigendom is van een persoon van de andere partij;
- b. haar instanties een lokale leverancier niet discrimineren wanneer de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.
Dit artikel is niet van toepassing op maatregelen in verband met douanerechten of andere heffingen die worden opgelegd bij of in verband met de invoer, op de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen, op andere invoerregelingen, waaronder beperkingen en formaliteiten, of op maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten, andere dan maatregelen die specifiek van toepassing zijn op de overheidsopdrachten waarop deze titel betrekking heeft.
Artikel 140. Verbod op het vaststellen van bijzondere bepalingen en nationale preferenties
De partijen dragen er zorg voor dat hun instanties bij het beoordelen en selecteren van leveranciers, goederen of diensten, het evalueren van inschrijvingen of de gunning van opdrachten geen bijzondere voorwaarden, of voorwaarden betreffende nationale preferenties, zoals marges die prijspreferenties mogelijk maken, beogen, nastreven of opleggen.
Artikel 141. Regels betreffende de berekening van de waarde
Bij het vaststellen of de disciplines van deze titel van toepassing zijn op een opdracht, de voorwaarden van bijlage XI en bijlage XII, aanhangsels 1 tot en met 3, in aanmerking genomen, mag een instantie een opdracht niet splitsen of een andere waardebepalingsmethode toepassen teneinde deze aan de toepassing van deze titel te onttrekken.
Bij het berekenen van de waarde van een opdracht dient een instantie rekening te houden met alle soorten vergoeding, zoals premies, provisies, commissielonen en rente, alsmede met het totale toegestane maximumbedrag, inclusief optiebedingen, waarin de opdracht voorziet.
Indien het door de aard van de opdracht niet mogelijk is vooraf de exacte waarde te berekenen, dienen instanties de waarde aan de hand van objectieve criteria te schatten.
Artikel 142. Transparantie
Iedere partij publiceert onverwijld in de daarvoor bestemde publicaties genoemd in bijlage XIII alle wetten, voorschriften, rechterlijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en procedures, met inbegrip van standaardclausules voor overeenkomsten, in verband met overheidsopdrachten waarop het bepaalde in deze titel van toepassing is.
Iedere partij publiceert onverwijld op dezelfde wijze alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.
Artikel 143. Aanbestedingsprocedures
Instanties gunnen hun overheidsopdrachten door middel van openbare aanbestedingsprocedures of aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie, overeenkomstig de nationale procedures van de betrokken partij, in overeenstemming met het bepaalde in deze titel en op niet-discriminerende wijze.
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
- a. openbare aanbestedingsprocedures: procedures waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
- b. aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie: procedures waarbij, in overeenstemming met artikel 144 en de andere desbetreffende bepalingen van deze titel, leveranciers die aan de erkenningseisen van de instanties voldoen, worden uitgenodigd in te schrijven.
In de specifieke gevallen en uitsluitend op de voorwaarden bedoeld in artikel 145 mogen instanties echter een andere procedure toepassen dan de in lid 1 van dat artikel genoemde openbare aanbestedingsprocedure en de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie; in dat geval kan een instantie verkiezen geen bericht van aanbesteding te publiceren en kan zij overleggen met de leveranciers van haar keuze en met een of meer van hen onderhandelen over de voorwaarden van de opdracht.
De instanties behandelen de inschrijvingen vertrouwelijk. Met name verstrekken zij geen inlichtingen die erop gericht zijn bepaalde deelnemers te helpen hun inschrijving op het niveau van de overige deelnemers te brengen.
Artikel 144. Aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie
Bij een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie kunnen instanties het aantal erkende leveranciers dat zij uitnodigen tot inschrijving beperken, op een wijze die verenigbaar is met een efficiënte werking van het mechanisme voor het plaatsen van opdrachten; zij kiezen daarbij zo veel mogelijk nationale leveranciers en leveranciers uit de andere partij en maken deze keuze op eerlijke en niet-discriminerende wijze, aan de hand van de criteria die in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken worden vermeld.
Instanties die permanente lijsten van erkende leveranciers aanleggen, kunnen op de voorwaarden van artikel 146, lid 7, uit de leveranciers die in die lijst zijn opgenomen de leveranciers kiezen die tot inschrijving worden uitgenodigd. Bij elke keuze krijgen de leveranciers op de lijsten gelijke kansen.
Artikel 145. Andere procedures
Mits de aanbestedingsprocedure niet wordt gebruikt om een zo groot mogelijke mededinging te vermijden of om binnenlandse leveranciers te beschermen, mogen door instanties onder de volgende omstandigheden opdrachten worden gegund door middel van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, op de volgende voorwaarden waar van toepassing:
- a. wanneer in het kader van een eerdere aanbesteding geen geschikte inschrijvingen of verzoeken om deelname zijn ingediend, mits de voorwaarden van de oorspronkelijke opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd;
- b. wanneer de opdracht om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde leverancier kan worden gegund en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat;
- c. wanneer wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de aanbestedende instantie niet konden worden voorzien, de producten of diensten niet tijdig konden worden verkregen door middel van een openbare aanbestedingsprocedure of een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
- d. bij aanvullende leveringen van goederen of diensten door de oorspronkelijke leverancier, indien verandering van leverancier de instantie ertoe zou verplichten uitrusting of diensten aan te schaffen die niet aan de eis van uitwisselbaarheid met reeds aanwezige uitrusting, software of diensten voldoen;
- e. wanneer een instantie prototypes of nieuwe producten of diensten aanschaft die op haar verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht zijn ontwikkeld;
- f. wanneer aanvullende diensten die niet in de aanvankelijke opdracht waren opgenomen, maar binnen de doelstellingen van de oorspronkelijke aanbestedingsstukken vallen, als gevolg van onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden om de daarin beschreven diensten te voltooien. De totale waarde van de met het oog op de aanvullende bouwwerkzaamheden geplaatste opdrachten mag evenwel niet meer bedragen dan 50% van het bedrag van de hoofdopdracht;
- g. in het geval van nieuwe diensten, bestaande uit de herhaling van soortgelijke diensten, waarbij de instantie in de aankondiging van de aanvankelijke diensten heeft vermeld dat voor de gunning van opdrachten voor dergelijke nieuwe diensten gebruik kan worden gemaakt van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
- h. in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van deze titel; indien er meerdere prijswinnaars zijn, dienen alle prijswinnaars te worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen;
- i. voor genoteerde goederen die op een goederenmarkt worden aangekocht en voor aankopen van goederen die worden gedaan op uitzonderlijk gunstige voorwaarden waarvan alleen op zeer korte termijn gebruik kan worden gemaakt, zoals bij ongewone uitverkopen, doch niet voor routineaankopen bij vaste leveranciers.
De partijen zien erop toe dat instanties die op grond van de omstandigheden omschreven in lid 1 gebruik moeten maken van een andere procedure dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, hiervan schriftelijk verslag opmaken, waarin het gebruik van de procedure voor de op grond van dat lid geplaatste opdracht specifiek wordt gemotiveerd.
Artikel 146. Erkenning van leveranciers
Voor de deelname aan aanbestedingsprocedures mogen uitsluitend die voorwaarden worden gesteld die van wezenlijk belang zijn om te garanderen dat de potentiële leverancier aan de eisen van de aanbesteding kan voldoen en in staat is de opdracht uit te voeren.
De instanties mogen bij de erkenning van leveranciers geen onderscheid maken tussen binnenlandse leveranciers en leveranciers uit de andere partij.
Een partij mag de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een instantie van die partij of dat deze leverancier reeds eerder werkzaamheden heeft verricht op het grondgebied van die partij.
De instanties erkennen alle leveranciers die voldoen aan de voorwaarden voor deelneming aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding. De instanties baseren hun beslissingen inzake erkenning uitsluitend op de voorwaarden voor deelname die tevoren in het bericht van aanbesteding of de aanbestedingsstukken vermeld zijn.
Niets in deze titel verhindert de uitsluiting van een leverancier om redenen als faillissement of valse verklaringen of veroordeling wegens ernstige misdrijven, zoals deelname in een criminele organisatie.
De instanties stellen leveranciers die erkenning hebben aangevraagd onverwijld in kennis van hun besluit inzake de erkenning.
Instanties kunnen permanente lijsten van erkende leveranciers opstellen, mits de volgende regels in acht worden genomen:
- a. instanties die permanente lijsten opstellen, zien erop toe dat leveranciers te allen tijde erkenning kunnen aanvragen;
- b. leveranciers die erkenning hebben aangevraagd, worden door de betrokken instanties in kennis gesteld van het desbetreffende besluit;
- c. leveranciers die verzoeken om deelname aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen, mogen aan de aanbesteding deelnemen indien zij gelijkwaardige certificaties overleggen en andere bewijsstukken die van de leveranciers op de lijst worden verlangd.
- d. indien een instantie die actief is in de sector nutsvoorzieningen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst gebruikt als bericht van aanbesteding, als bedoeld in artikel 147, lid 7, worden leveranciers die verzoeken om deelname en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen eveneens in aanmerking genomen voor de aanbesteding, mits er voldoende tijd is om de erkenningsprocedure uit te voeren; in dat geval leidt de aanbestedende instantie onmiddellijk de erkenningsprocedure in; deze procedure en de daarvoor benodigde tijd mogen niet worden gebruikt om te verhinderen dat leveranciers van andere partijen op een leverancierslijst worden opgenomen.
Artikel 147. Publicatie van berichten
Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties voorzien in effectieve bekendmaking van de mogelijkheden tot inschrijving op aanbestedingen van overheidsopdrachten en leveranciers van de andere partij alle informatie verstrekken die zij nodig hebben om aan deze aanbestedingen deel te nemen.
Voor alle opdrachten waarop deze titel van toepassing is, met de uitzonderingen bedoeld in artikel 143, lid 3, en artikel 145, publiceren de instanties vooraf een bericht waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd in te schrijven of, in voorkomend geval, om deelname aan de aanbesteding van die opdracht te verzoeken.
Ieder bericht van aanbesteding bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. de naam, het adres, het faxnummer en het e-mailadres van de instantie en het adres waar alle documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden verkregen, indien dat een ander adres is;
- b. de gekozen aanbestedingsprocedure en de vorm van de opdracht;
- c. een omschrijving van de aanbestede opdracht alsmede de wezenlijke eisen waaraan in het kader van de opdracht moet worden voldaan;
- d. alle voorwaarden waaraan leveranciers moeten voldoen om aan de aanbesteding te mogen deelnemen;
- e. termijnen voor de indiening van inschrijvingen en waar van toepassing andere termijnen;
- f. de belangrijkste criteria die worden toegepast voor de gunning van de opdracht;
- g. indien mogelijk de betalingsvoorwaarden en andere voorwaarden.
Iedere partij bevordert dat haar instanties zo vroeg mogelijk in ieder boekjaar een aankondiging van geplande aanbestedingen publiceren, waarin informatie wordt gegeven over aanbestedingen die de instanties in de toekomst overwegen uit te schrijven. Dergelijke aankondigingen bevatten het onderwerp van de aanbesteding en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.
Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een aankondiging van geplande aanbestedingen gebruiken als bericht van aanbesteding, mits de aankondiging alle in lid 3 bedoelde gegevens bevat, voor zover die beschikbaar zijn, en belangstellende leveranciers uitdrukkelijk uitnodigt de instantie van hun belangstelling voor de aanbesteding blijk te geven.
Instanties die voor een bericht van aanbesteding gebruik maken van een aankondiging van geplande aanbestedingen, verstrekken later aan alle leveranciers die van hun aanvankelijke belangstelling blijk hebben gegeven verdere informatie, die ten minste de in lid 3 genoemde gegevens omvat, en nodigen hen uit, hun belangstelling te bevestigen aan de hand van die informatie.
Instanties die permanente lijsten bijhouden, dienen overeenkomstig lid 2 een bericht te publiceren waarin van dit feit melding wordt gemaakt en waarin het doel van de permanente lijst en de beschikbaarheid van de voorschriften die op het functioneren ervan van toepassing zijn, worden aangegeven, met inbegrip van de criteria voor erkenning en niet-erkenning, alsmede de geldigheidsduur van de lijst.
Wanneer de geldigheidsduur van de permanente lijst meer dan drie jaar bedraagt, dient een dergelijk bericht jaarlijks te worden gepubliceerd.
Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst van erkende leveranciers gebruiken als bericht van aanbesteding. In dat geval verstrekken zij tijdig informatie aan de hand waarvan leveranciers die van hun belangstelling blijk hebben gegeven, hun belangstelling voor deelname aan de aanbesteding kunnen toetsen. Deze informatie omvat de gegevens die in de in lid 3 bedoelde aankondiging vervat zijn, voor zover die beschikbaar zijn. Gegevens die aan een van de belangstellende leveranciers worden verstrekt, worden op niet-discriminerende wijze aan alle andere belangstellende leveranciers doorgegeven.
Alle in dit artikel bedoelde berichten en aankondigingen zijn beschikbaar gedurende het gehele tijdvak dat voor de aanbesteding van de desbetreffende opdracht is vastgesteld.
De instanties zorgen voor tijdige publicatie van berichten en aankondigingen, op zodanige wijze dat de belanghebbende leveranciers van de partijen op zo ruim mogelijke basis en zonder discriminatie worden bereikt.De berichten en aankondigingen dienen kosteloos beschikbaar te worden gesteld via één toegangspunt, zoals bedoeld in bijlage XIII, aanhangsel 2.
Artikel 148. Aanbestedingsstukken
De aan leveranciers ter beschikking gestelde aanbestedingsstukken dienen alle informatie te bevatten die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen te kunnen doen.
Indien een aanbestedende instantie de volledige aanbestedingsstukken en ondersteunende documentatie niet kosteloos langs elektronische weg rechtstreeks toegankelijk maakt, verstrekt zij de aanbestedingsstukken onverwijld op verzoek van leveranciers van de partijen.
De instanties beantwoorden onverwijld alle redelijke verzoeken om relevante informatie over de voorgenomen aanbesteding, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van zijn concurrenten.
Artikel 149. Technische specificaties
De technische specificaties worden opgenomen in de berichten en aankondigingen, de aanbestedingsstukken of in aanvullende documenten.
Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties geen technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen met als doel of gevolg dat nodeloze belemmeringen voor de handel tussen de partijen ontstaan.
De door de instanties voorgeschreven technische specificaties zijn:
- a. opgesteld in termen van te leveren prestaties en functionele eisen en niet van ontwerp of van beschrijving van de kenmerken;
- b. gebaseerd op internationale normen indien die bestaan, en indien die niet bestaan op nationale technische voorschriften1)Voor de toepassing van deze titel wordt onder „technisch voorschrift" verstaan een document waarin de kenmerken van een product of dienst of de daar bij behorende procédés en productiemethoden zijn beschreven, met inbegrip van de toepasselijke administratieve bepalingen waarvan inachtneming verplicht is. Het kan tevens geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de voorschriften inzake terminologie, symbolen, verpakking, merking of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, procédé of productiemethode., erkende nationale norm2)Voor de toepassing van deze titel wordt onder „norm" verstaan een document dat door een erkende instantie is goedgekeurd en waarin voor algemeen en herhaald gebruik regels, richtsnoeren of kenmerken voor producten of diensten of voor de daarbij behorende procédés en productiemethoden zijn beschreven waarvan inachtneming niet verplicht is. Het kan tevens geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de voorschriften inzake terminologie, symbolen, verpakking, merking of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, procédé of productiemethode. of bouwvoorschriften.
Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing indien de instantie objectief kan aantonen dat het gebruik van de in dat lid bedoelde technische specificaties niet doeltreffend of niet geschikt zou zijn om de legitieme nagestreefde doeleinden te verwezenlijken.
In alle gevallen dienen de instanties inschrijvingen in overweging te nemen die niet aan de technische specificaties voldoen, maar die wel voldoen aan de essentiële eisen en geschikt zijn voor het beoogde doel. Verwijzingen in de aanbestedingsstukken naar de technische specificaties dienen vergezeld te gaan van uitdrukkingen als „of daarmee overeenstemmend".
Vereisten inzake of verwijzingen naar handelsmerken of handelsnamen, octrooien, ontwerpen of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn niet toegestaan, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat woorden zoals „of daarmee overeenstemmend" in de aanbestedingsstukken zijn opgenomen.
De inschrijver dient te kunnen aantonen dat zijn inschrijving aan de essentiële eisen voldoet.
Artikel 150. Termijnen
Alle termijnen die de instanties voorschrijven voor de ontvangst van inschrijvingen en verzoeken om deelname, dienen toereikend te zijn om zowel leveranciers van de andere partij als binnenlandse leveranciers in staat te stellen hun inschrijving en in voorkomend geval hun verzoek om deelname of hun aanvraag van erkenning voor te bereiden en in te dienen. Bij de vaststelling van dergelijke termijnen houden de instanties overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften rekening met factoren zoals de complexiteit van de voorgenomen opdracht en de normale verzendingsduur van inschrijvingen uit het buitenland en in het eigen land.
Elke partij ziet erop toe dat haar instanties bij het vaststellen van de termijn waarbinnen inschrijvingen of aanvragen om tot inschrijving te worden uitgenodigd of om voor erkenning in aanmerking te komen worden ingewacht, naar behoren rekening houden met de tijd die nodig is voor de publicatie.
De minimale termijn voor de ontvangst van inschrijvingen wordt vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 3.
Artikel 151. Onderhandelingen
Een partij kan bepalen dat haar instanties onderhandelingen kunnen voeren:
- a. in het kader van aanbestedingen waarbij zij die intentie te kennen hebben gegeven; of
- b. indien bij beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke beoordelingscriteria.
De onderhandelingen dienen in hoofdzaak om de sterke en de zwakke punten van inschrijvingen aan het licht te brengen.
De instanties maken bij de onderhandelingen geen discriminerend onderscheid tussen de verschillende inschrijvers. Met name zien zij erop toe dat:
- a. een eventuele uitschakeling van deelnemers steeds verloopt volgens de in de aankondigingen of de aanbestedingsstukken vermelde criteria;
- b. elke wijziging van de criteria of de technische vereisten schriftelijk aan alle overblijvende deelnemers aan de onderhandelingen wordt medegedeeld;
- c. alle overblijvende deelnemers binnen een zelfde termijn de gelegenheid krijgen nieuwe of gewijzigde inschrijvingen in te dienen op grond van de gewijzigde vereisten en/of wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten.
Artikel 152. Indiening, ontvangst en opening van inschrijvingen
Alle inschrijvingen en verzoeken om deelname aan procedures dienen schriftelijk te worden ingediend.
De instanties nemen bij het ontvangen en openen van inschrijvingen procedures en voorwaarden in acht die garanderen dat de beginselen van transparantie en non-discriminatie worden nageleefd.
Artikel 153. Gunning van opdrachten
Om voor gunning in aanmerking te komen moet een inschrijving bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten van de aankondigingen of de aanbestedingsstukken en afkomstig zijn van een leverancier die voldoet aan de voorwaarden voor deelneming.
De instanties gunnen de opdracht aan de inschrijver wiens inschrijving hetzij de laagste prijs biedt, hetzij volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke objectieve beoordelingscriteria als het voordeligst wordt aangemerkt.
Artikel 154. Informatie betreffende de gunning van opdrachten
Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties de resultaten van de aanbesteding van overheidsopdrachten op doeltreffende wijze bekendmaken.
De instanties stellen de inschrijvers zo spoedig mogelijk in kennis van besluiten over de gunning van de opdracht en de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen inschrijving. Op verzoek stellen de instanties afgewezen inschrijvers in kennis van de redenen waarom hun inschrijving is afgewezen.
De instanties kunnen evenwel besluiten bepaalde gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet vrij te geven, indien vrijgave de toepassing van wettelijke bepalingen zou belemmeren of anderszins strijdig zou zijn met het algemeen belang, de legitieme commerciële belangen van leveranciers zou schaden dan wel de eerlijke mededinging tussen leveranciers in het gedrang zou brengen.
Artikel 155. Betwisting van inschrijvingen
De instanties nemen alle klachten van leveranciers inzake veronderstelde overtreding van het bepaalde in deze titel in het kader van een aanbestedingsprocedure onpartijdig en tijdig in behandeling.
Elke partij voorziet in niet-discriminerende, snelle, transparante en doeltreffende procedures om leveranciers in staat te stellen beroep aan te tekenen tegen veronderstelde overtredingen van het bepaalde in deze titel in het kader van aanbestedingsprocedures waarbij zij belang hebben of gehad hebben.
Elk beroep wordt voorgelegd aan een onpartijdige en onafhankelijke beroepsautoriteit. Wanneer deze autoriteit geen rechterlijke instantie is, dient zij onder toezicht van de rechterlijke autoriteiten te staan of haar werkzaamheden te verrichten volgens procedures die vergelijkbaar zijn met die van een rechterlijke instantie.
De beroepsprocedures voorzien:
- a. in snelle tussentijdse maatregelen ter correctie van inbreuken op het bepaalde in deze titel en ter bescherming van handelsbelangen. Dergelijke maatregelen kunnen aanleiding geven tot opschorting van de aanbestedingsprocedure. De procedures kunnen er echter in voorzien dat bij de besluitvorming over het al dan niet nemen van dergelijke maatregelen rekening kan worden gehouden met onevenredig negatieve gevolgen voor de betrokken belangen, met inbegrip van het algemeen belang;
- b. in voorkomend geval in het ongedaan maken van de inbreuk op het bepaalde in deze titel of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, wat beperkt mag blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving of het indienen van de klacht gemaakte kosten.
Artikel 156. Informatietechnologie
De partijen streven ernaar zo veel mogelijk gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen om efficiënte verspreiding van informatie over overheidsopdrachten mogelijk te maken, met name wat betreft de mogelijkheid tot inschrijven op opdrachten van hun instanties, waarbij de beginselen van transparantie en non-discriminatie in acht dienen te worden genomen.
Teneinde de toegang tot de markt voor overheidsopdrachten te verbeteren, streeft iedere partij naar invoering van een elektronische informatiesysteem waarvan het gebruik voor hun instanties verplicht is.
De partijen moedigen het gebruik van elektronische middelen voor de indiening van inschrijvingen aan.
Artikel 157. Samenwerking en bijstand
De partijen streven ernaar elkaar technische medewerking en bijstand te verlenen door het opzetten van opleidingsprogramma's die moeten leiden tot een beter begrip van elkaars systemen en statistieken voor overheidsopdrachten en betere toegang tot elkaars markt.
Artikel 158. Statistische verslagen
Indien een partij niet voorziet in een aanvaardbaar peil van overeenstemming met het bepaalde in artikel 147, lid 11, stelt zij op verzoek van de andere partij jaarlijks statistieken op van haar aanbestedingen op grond van deze titel en verstrekt zij deze aan de andere partij. Dergelijke verslagen bevatten de informatie die is vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 4.
Artikel 159. Wijziging van het toepassingsgebied
Een partij mag het toepassingsgebied van deze titel wat haar betreft wijzigen, op voorwaarde dat:
- a. zij de andere partij van de wijziging in kennis stelt;
- b. zij de andere partij binnen dertig dagen na deze kennisgeving passende compenserende aanpassingen van het toepassingsgebied van deze titel dat op haar betrekking heeft biedt, zodat de situatie wat dit betreft vergelijkbaar blijft met die welke voor de wijziging bestond.
In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b), behoeven aan de andere partij geen compenserende aanpassingen te worden geboden, indien de wijziging door een partij van het toepassingsgebied van deze titel:
- a. strikt formele rectificaties of kleine wijzigingen van de bijlagen XI of XII betreft;
- b. de effectieve afschaffing van overheidszeggenschap over een of meer van de betrokken instanties inhoudt als gevolg van privatisering of liberalisering.
In voorkomend geval wijzigt het Associatiecomité bij besluit de desbetreffende bijlage teneinde daarin de door de betrokken partij aangemelde wijziging te verwerken.
Artikel 160. Verdere onderhandelingen
Wanneer een van de partijen in de toekomst aan een derde partij aanvullende voordelen aanbiedt die, wat de toegang tot hun respectieve markten voor overheidsopdrachten betreft, verder strekken dan hetgeen in het kader van deze titel is overeengekomen, opent zij onderhandelingen met de andere partij met het doel deze voordelen op basis van wederkerigheid tot de andere partij uit te breiden.
Artikel 161. Uitzonderingen
Mits dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verholen beperking van het handelsverkeer tussen de partijen zou inhouden, kan geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het nemen of handhaven van maatregelen die:
- a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, de orde of de veiligheid;
- b. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mensen;
- c. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van dieren of planten;
- d. noodzakelijk zijn ter bescherming van intellectuele eigendom; of
- e. betrekking hebben op goederen of diensten van gehandicapten, liefdadige instellingen of het resultaat zijn van gevangenisarbeid.
Artikel 162. Toetsing en tenuitvoerlegging
De tenuitvoerlegging van deze titel wordt iedere twee jaar door het Associatiecomité getoetst, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het Associatiecomité onderzoekt alle vraagstukken die zich in dit verband voordoen en neemt passende maatregelen ter uitvoering van de hem opgedragen taken. Het Associatiecomité neemt met name de volgende maatregelen:
- a. het coördineert de communicatie tussen de partijen met betrekking tot de ontwikkeling en implementatie van informatietechnologiesystemen voor overheidsopdrachten;
- b. het doet passende aanbevelingen met betrekking tot de samenwerking tussen de partijen;
- c. het neemt besluiten op gebieden waarin deze titel voorziet.
TITEL V. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER
Artikel 163. Doelstelling en toepassingsgebied
De partijen streven naar liberalisering van hun onderlinge lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen.
Deze titel is van toepassing op alle lopende betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen.
Artikel 164. Lopende rekening
De partijen verlenen machtiging, overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.
Artikel 165. Kapitaalrekening
Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans staan de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal toe met betrekking tot directe investeringen die in overeenstemming zijn met het recht van het gastland, en investeringen in overeenstemming met titel III van dit deel, alsmede de liquidatie en repatriëring van dat kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.
Artikel 166. Uitzonderingen en vrijwaringsmaatregelen
Wanneer betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de werking van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van een partij, kan deze ten aanzien van kapitaaltransacties voor ten hoogste één jaar die vrijwaringsmaatregelen nemen welke strikt noodzakelijk zijn. De geldigheidsduur van die vrijwaringsmaatregelen kan worden verlengd door de maatregelen formeel opnieuw in te stellen.
Een partij die vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.
Artikel 167. Slotbepalingen
Met betrekking tot deze titel bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
TITEL VI. INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
Artikel 168. Doelstelling
De partijen voorzien in doeltreffende en toereikende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig de strengste internationale normen, en zien toe op effectieve middelen tot handhaving van die rechten, zoals daarin is voorzien in internationale verdragen.
Artikel 169. Toepassingsgebied
In het kader van de overeenkomst omvatten intellectuele-eigendomsrechten het volgende: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's en gegevensbanken, en naburige rechten, rechten in verband met octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, handelsmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming van niet openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967).
Artikel 170. Bescherming van intellectuele-eigendomsrechten
Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 168 betreft, komen de partijen overeen:
- a. de uit onderstaande internationale overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze te blijven nakomen:
- i. Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPs), bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie;
- ii. Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967);
- iii. Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs 1971);
- iv. Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome 1961);
- v. Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, 1978 (UPOV-verdrag 1978) of het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 1991 (UPOV-verdrag 1991);
- b. uiterlijk op 1 januari 2007 tot de onderstaande multilaterale overeenkomsten toe te treden en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen:
- i. Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Akte van Genève 1977, gewijzigd 1979);
- ii. Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake auteursrecht (Genève 1996);
- iii. Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake uitvoeringen en fonogrammen (Genève 1996);
- iv. Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Washington 1970, geamendeerd 1979 en gewijzigd 1984);
- v. Overeenkomst van Straatsburg betreffende de internationale classificatie van octrooien (Straatsburg 1971, geamendeerd 1979);
- c. uiterlijk op 1 januari 2009 tot de onderstaande multilaterale overeenkomsten toe te treden en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen:
- i. Overeenkomst ter bescherming van producenten van fonogrammen tegen het ongeoorloofd kopiëren van hun fonogrammen (Genève 1971);
- ii. Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid (Unie van Locarno 1968, geamendeerd 1979);
- iii. Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, geamendeerd 1980);
- iv. Verdrag inzake handelsmerkenrecht (Genève 1994);
- d. alles in het werk te stellen om zo spoedig mogelijk de onderstaande multilaterale overeenkomsten te bekrachtigen en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen:
- i. Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken(1989);
- ii. Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken(Akte van Stockholm 1967, geamendeerd 1979);
- iii. Overeenkomst van Wenen tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken (Wenen 1973, geamendeerd 1985).
Artikel 171. Toetsing
De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de bovenstaande multilaterale overeenkomsten. De Associatieraad kan besluiten andere multilaterale overeenkomsten op dit gebied in artikel 170 op te nemen.
TITEL VII. MEDEDINGING
Artikel 172. Doelstellingen
De partijen verbinden zich ertoe hun mededingingsregels in overeenstemming met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst zo toe te passen dat wordt voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de voordelen van het proces van liberalisering van de handel in goederen en diensten of dat deze voordelen teniet worden gedaan door concurrentieverstorende zakelijke activiteiten. De partijen verbinden zich daarom tot samenwerking en coördinatie van hun mededingingsautoriteiten overeenkomstig het bepaalde in deze titel.
Teneinde verstoringen of beperkingen van de mededinging die hun onderlinge handel in goederen en diensten ongunstig kunnen beïnvloeden te voorkomen, schenken de partijen bijzondere aandacht aan concurrentieverstorende overeenkomsten, onderling afgestemde feitelijke gedragingen en misbruik van zelfstandige of gezamenlijke machtsposities.
De partijen verbinden zich tot onderlinge samenwerking en coördinatie in verband met de tenuitvoerlegging van hun concurrentiewetgeving.. Deze samenwerking houdt kennisgeving en overleg in, alsmede uitwisseling van niet-vertrouwelijke informatie en verlening van technische bijstand. De partijen erkennen het belang van de toepassing van beginselen op mededingingsgebied die voor beide partijen aanvaardbaar zijn in multilaterale fora, zoals de WTO.
Artikel 173. Definities
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
-
- „mededingingswetgeving":
- a. voor de Gemeenschap: de artikelen 81, 82 en 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Verordening (EEG) nr. 4064/89 inzake de controle op concentraties van ondernemingen en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;
- b. voor Chili: Decreto Ley nr. 211 van 1973 en Ley nr. 19.610 van 1999 en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;
- c. alle wijzigingen van deze wetgeving die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot stand komen;
-
- „mededingingsautoriteit":
- a. voor de Gemeenschap: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
- b. voor Chili: de „Fiscalía Nacional Económica" en de „Comisión Resolutiva".
-
- „rechtshandhavingsactiviteiten": iedere toepassing van de mededingingswetgeving in de vorm van onderzoek of gerechtelijke actie, ingesteld door de mededingingsautoriteiten van een partij, die kan leiden tot de instelling van sancties of rechtsmiddelen.
Artikel 174. Kennisgeving
De mededingingsautoriteiten stellen de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis van een rechtshandhavingsactiviteit indien deze:
- a. een sterke nadelige invloed kan hebben op zwaarwegende belangen van de andere partij;
- b. betrekking heeft op beperkingen van de mededinging die rechtstreekse aanzienlijke gevolgen kunnen hebben op het grondgebied van de andere partij; of
- c. betrekking heeft op concurrentieverstorende gedragingen die hoofdzakelijk plaatsvinden op het grondgebied van de andere partij.
Mits dat niet in strijd is met de mededingingswetgeving van de partijen en geen nadelige invloed uitoefent op lopende onderzoeken, vindt de kennisgeving plaats in de beginfase van de procedure. De ontvangen standpunten kunnen door de andere mededingingsautoriteit in overweging worden genomen bij het nemen van besluiten.
De in lid 1 bedoelde kennisgevingen zijn voldoende gedetailleerd om beoordeling in het licht van de belangen van de andere partij toe te staan.
De partijen doen wat in hun vermogen ligt om te waarborgen dat de kennisgevingen overeenkomstig bovenstaande bepalingen worden verricht, waarbij rekening wordt gehouden met de hun ter beschikking staande administratieve middelen.
Artikel 175. Coördinatie van rechtshandhavingsactiviteiten
De mededingingsautoriteit van een partij kan de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis stellen van haar bereidheid tot het coördineren van rechtshandhavingsactiviteiten ten aanzien van een specifiek geval. Deze coördinatie belet de partijen niet autonoom besluiten te nemen.
Artikel 176. Overleg wanneer zwaarwegende belangen van een partij op het grondgebied van de andere partij nadelig worden beïnvloed
Elke partij houdt waar nodig, in overeenstemming met haar wetgeving, bij haar rechtshandhavingsactiviteiten rekening met de zwaarwegende belangen van de andere partij. Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat een door de mededingingsautoriteit van de andere partij ingesteld onderzoek of aangevangen procedure de zwaarwegende belangen van de eerstgenoemde partij nadelig kan beïnvloeden, kan zij haar standpunt in deze bekendmaken aan de andere mededingingsautoriteit of deze om overleg verzoeken. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht dient de door de verzoekende mededingingsautoriteit naar voren gebrachte standpunten in hun geheel in welwillende overweging te nemen, zonder dat dit afbreuk doet aan de voortzetting van acties op grond van haar mededingingswetgeving en haar volledige beslissingsvrijheid.
Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat de belangen van die partij op substantiële wijze nadelig worden beïnvloed door concurrentieverstorende praktijken, van welke oorsprong dan ook, van een of meerdere in de andere partij gevestigde ondernemingen, kan zij om overleg met de andere mededingingsautoriteit verzoeken. Dit overleg doet geen afbreuk aan de volledige beslissingsvrijheid van de betrokken mededingingsautoriteit. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek om overleg wordt gericht, kan alle corrigerende maatregelen nemen waarin haar mededingingswetgeving voorziet en die zij passend acht, zulks in overeenstemming met de binnenlandse wetgeving van de betrokken partij en zonder dat dit afbreuk doet aan haar recht om handhavingsmaatregelen te nemen.
Artikel 177. Uitwisseling van informatie vertrouwelijkheid
Om de daadwerkelijke toepassing van hun respectieve mededingingswetgeving te vergemakkelijken, kunnen de mededingingsautoriteiten informatie uitwisselen, voor zover deze niet vertrouwelijk van aard is.
Ter bevordering van de transparantie verbinden de partijen zich ertoe, onverminderd de regels en normen die voor elk van de partijen van toepassing zijn, informatie uit te wisselen inzake sancties en rechtsmiddelen die worden toegepast in gevallen die volgens de betrokken mededingingsautoriteit in aanzienlijke mate afbreuk doen aan zwaarwegende belangen van de betrokken partij, en op verzoek van de mededingingsautoriteit van de andere partij een motivering te geven voor het nemen van de betrokken maatregelen.
Iedere partij verstrekt de andere partij op jaarbasis informatie over overheidssteun, met inbegrip van het totale bedrag aan overheidssteun en indien mogelijk een specificatie per sector. Iedere partij mag verzoeken om informatie over afzonderlijke gevallen die het handelsverkeer tussen de partijen beïnvloeden. De partij tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht, verstrekt deze informatie, tenzij deze vertrouwelijk van aard is, naar beste vermogen.
Alle uitwisseling van informatie is onderworpen aan de in elke partij toegepaste normen van vertrouwelijkheid. Vertrouwelijke informatie waarvan de verspreiding uitdrukkelijk is verboden, of die indien verspreid de belangen van de partijen nadelig kan beïnvloeden, mag niet zonder uitdrukkelijke toestemming van de bron van de informatie worden verstrekt.
Iedere mededingingsautoriteit houdt informatie die haar in vertrouwen door de andere mededingingsautoriteit in het kader van dit mechanisme is verstrekt geheim en gaat niet in op verzoeken om onthulling van dergelijke informatie van de kant van derden die daartoe niet zijn gemachtigd door de mededingingsautoriteit die de informatie heeft verstrekt.
In het bijzonder geldt dat wanneer de wetgeving van een partij daarin voorziet, vertrouwelijke informatie mag worden verstrekt aan de rechtbanken van de partijen, op voorwaarde dat die rechtbanken de vertrouwelijkheid eerbiedigen.
Artikel 178. Technische bijstand
De partijen kunnen elkaar technische bijstand verlenen om hun voordeel te doen met elkaars ervaring en om de tenuitvoerlegging van hun mededingingswetgeving en mededingingsbeleid te versterken.
Artikel 179. Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, met inbegrip van toegewezen monopolies
Niets in deze titel belet een partij om in overeenstemming met haar wetgeving monopolies toe te wijzen aan openbare of particuliere ondernemingen.
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet het Associatiecomité erop toe dat vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die de handel in goederen of diensten tussen de partijen in zodanige mate verstoren dat de belangen van de partijen daardoor worden geschaad, en dat de bedoelde ondernemingen zijn onderworpen aan de mededingingsregels, voor zover de toepassing van die regels de jure of de facto geen belemmering vormt voor de uitvoering van de hun opgedragen taken.
Artikel 180. Beslechting van geschillen
Geen der partijen kan voor geschillen die in het kader van deze titel ontstaan een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin deze overeenkomst voorziet.
TITEL VIII. GESCHILLENBESLECHTING
HOOFDSTUK I. DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 181. Doelstelling
Het doel van deze titel is het vermijden en beslechten van geschillen tussen de partijen met betrekking tot de toepassing te goeder trouw van dit deel van de overeenkomst, en het vinden van een wederzijds aanvaardbare oplossing voor elke aangelegenheid die de werking ervan kan benadelen.
Artikel 182. Toepassingsgebied
Het bepaalde in deze titel is van toepassing op alle problemen die voortvloeien uit de interpretatie en toepassing van dit deel van de overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
HOOFDSTUK II. VERMIJDEN VAN GESCHILLEN
Artikel 183. Overleg
De partijen streven te allen tijde naar overeenstemming over de interpretatie en de toepassing van dit deel van de overeenkomst en stellen alles in het werk om door middel van samenwerking en overleg onderlinge geschillen te vermijden en te beslechten en een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden voor alle problemen die gevolgen kunnen hebben voor de werking van dit deel van de overeenkomst.
Iedere partij kan verzoeken om overleg in het Associatiecomité over bestaande of voorgestelde maatregelen, problemen in verband met de toepassing of de interpretatie van dit deel van de overeenkomst of kwesties die volgens de partij gevolgen kunnen hebben voor de werking daarvan. Voor de toepassing van deze titel heeft de term „maatregel" ook betrekking op praktijken. De verzoekende partij deelt in het verzoek mede welke maatregel of andere aangelegenheid haar klacht betreft en geeft aan welke bepalingen van deze overeenkomst zij van toepassing acht en doet het verzoek toekomen aan de andere partij.
Het Associatiecomité komt binnen dertig dagen na de indiening van het verzoek bijeen. Na de opening van het overleg verstrekken de partijen informatie aan de hand waarvan kan worden onderzocht welke gevolgen de maatregel of een andere kwestie kan hebben voor de werking en toepassing van dit deel van de overeenkomst. De tijdens het overleg uitgewisselde informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Het Associatiecomité streeft ernaar het geschil zo snel mogelijk door middel van een besluit te beslechten. In dat besluit worden de door de betrokken partij te nemen uitvoeringsmaatregelen vastgesteld, evenals de termijn waarbinnen dit dient te geschieden.
HOOFDSTUK III. PROCEDURE VOOR GESCHILLENBESLECHTING
Artikel 184. Inleiding van de procedure
De partijen streven te allen tijde naar een wederzijds aanvaardbare oplossing voor het geschil.
Wanneer een partij van oordeel is dat een maatregel van de andere partij strijdig is met een verplichting op grond van de bepalingen bedoeld in artikel 182, en de kwestie niet is opgelost binnen vijftien dagen nadat het Associatiecomité overeenkomstig artikel 183, lid 3, is bijeengeweest, of binnen vijfenveertig dagen nadat het verzoek om overleg in het Associatiecomité is ingediend, indien dat eerder is, kan de partij schriftelijk om instelling van een arbitragepanel verzoeken.
De klagende partij deelt in het verzoek mede welke maatregel zij in strijd acht met dit deel van de overeenkomst en welke bepalingen van deze overeenkomst zij relevant acht, en doet het verzoek aan de andere partij en het Associatiecomité toekomen.
Artikel 185. Aanwijzing van scheidsrechters
De arbitragepanels bestaan uit drie scheidsrechters.
Het Associatiecomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijftien personen die bereid en in staat zijn als scheidsrechter op te treden; een derde van deze personen dient geen onderdaan te zijn van een partij en kan als voorzitter van een arbitragepanel optreden. Het Associatiecomité ziet erop toe dat deze lijst te allen tijde uit vijftien personen bestaat. De betrokken personen dienen te beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van recht, internationale handel of andere aangelegenheden die betrekking hebben op dit deel van de overeenkomst, of van het beslechten van geschillen met betrekking tot internationale handelsovereenkomsten; zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een partij of een organisatie, en zijn verplicht de in bijlage XVI opgenomen gedragscode na te leven. De lijst kan iedere drie jaar worden gewijzigd.
Binnen drie dagen na het verzoek om instelling van een arbitragepanel wijst de voorzitter van het Associatiecomité de drie scheidsrechters door middel van loting aan uit de lijst bedoeld in lid 2, waarbij één scheidsrechter behoort tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de klagende partij, één scheidsrechter tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de partij waartegen de klacht is gericht, en de voorzitter behoort tot de personen die op grond van lid 2 het voorzitterschap kunnen bekleden.
De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie scheidsrechters door loting worden aangewezen.
Indien een partij van oordeel is dat een scheidsrechter niet voldoet aan de eisen van de gedragscode, voeren de partijen overleg en, indien aldus overeengekomen, vervangen zij de scheidsrechter en kiezen zij volgens lid 6 een nieuwe scheidsrechter.
Indien een scheidsrechter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of wordt vervangen, wordt binnen drie dagen een vervanger geselecteerd volgens de selectieprocedure die gevolgd is om de eerste scheidsrechter aan te wijzen. In dergelijk geval worden alle termijnen die op de procedure van het arbitragepanel van toepassing zijn, geschorst voor een periode die ingaat op de datum waarop de scheidsrechter niet meer aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of wordt vervangen en eindigt op de datum waarop de vervanger wordt aangewezen.
Artikel 186. Inlichtingen en technisch advies
Het panel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief inlichtingen en technisch advies inwinnen bij personen en instanties die het passend acht. Alle aldus verkregen inlichtingen worden aan de partijen voorgelegd voor commentaar.
Artikel 187. Uitspraken van het arbitragepanel
Het arbitragepanel legt zijn uitspraak, waarin zijn bevindingen en conclusies zijn vervat, in beginsel uiterlijk drie maanden na de datum waarop het is ingesteld voor aan de partijen en het Associatiecomité. Dit dient in ieder geval binnen vijf maanden na deze datum te geschieden. Het arbitragepanel baseert zijn uitspraak op de stukken en mededelingen van de partijen en alle informatie waarover het overeenkomstig artikel 186 beschikt. De uitspraak is definitief en wordt openbaar gemaakt.
De uitspraak vermeldt de geconstateerde feiten, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen van deze overeenkomst en een fundamentele motivering van alle bevindingen en conclusies.
Het arbitragepanel interpreteert de bepalingen van deze overeenkomst volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal recht, met inachtneming van het feit dat de partijen de overeenkomst te goeder trouw moeten uitvoeren en zich moeten onthouden van ontduiking van de bepalingen ervan.
Indien een partij aanvoert dat een maatregel van de andere partij onverenigbaar is met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst, dient zij die onverenigbaarheid aan te tonen. Indien een partij aanvoert dat een maatregel valt onder een uitzonderingsbepaling in dit deel van de overeenkomst, dient zij aan te tonen dat die uitzonderingsbepaling van toepassing is.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)