Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand inzake vermindering van verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau

Type Verdrag
Publication 2021-07-15
State In force
Source BWB
artikelen 22
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • qq. Nutritional Yeast Manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf CCCC;
  • rr. Organic liquids distribution (non-gasoline) – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf EEEE;
  • ss. Miscellaneous organic chemical manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf FFFF;
  • tt. Solvent Extraction for Vegetable Oil Production – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf GGGG;
  • uu. Auto and Light Duty Truck Coatings – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf IIII;
  • vv. Paper and Other Web Coating – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf JJJJ;
  • ww. Surface Coatings for Metal Cans – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf KKKK;
  • xx. Miscellaneous Metal Parts and Products Coatings – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf MMMM;
  • yy. Surface Coatings for Large Appliances – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf NNNN;
  • zz. Printing, Coating and Dyeing of Fabric – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf OOOO;
  • aaa. Surface Coating of Plastic Parts and Products – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf PPPP;
  • bbb. Surface Coating of Wood Building Products – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf QQQQ;
  • ccc. Metal Furniture Surface Coating – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf RRRR;
  • ddd. Surface coating for metal coil – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf SSSS;
  • eee. Leather finishing operations – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf TTTT;
  • fff. Cellulose products manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf UUUU;
  • ggg. Boat manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf VVVV;
  • hhh. Reinforced Plastics and Composites Production – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf WWWW;
  • iii. Rubber tire manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf XXXX;
  • jjj. Stationary Combustion Engines – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf YYYY;
  • kkk. Stationary Reciprocating Internal Combustion Engines: Compression Ignition – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf ZZZZ;
  • lll. Semiconductor manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf BBBBB;
  • mmm. Iron and steel foundries – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf EEEEE;
  • nnn. Integrated iron and steel manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf FFFFF;
  • ooo. Asphalt Processing and Roofing Manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf LLLLL;
  • ppp. Flexible Polyurethane Foam Fabrication – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf MMMMM;
  • qqq. Engine test cells/stands – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf PPPPP;
  • rrr. Friction products manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf QQQQQ;
  • sss. Refractory products manufacturing – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf SSSSS;
  • ttt. Hospital ethylene oxide sterilizers – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf WWWWW;
  • uuu. Gasoline Distribution Bulk Terminals, Bulk Plants, and Pipeline Facilities – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf BBBBBB;
  • vvv. Gasoline Dispensing Facilities – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf CCCCCC;
  • www. Paint Stripping and Miscellaneous Surface Coating Operations at Area Sources – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf HHHHHH;
  • xxx. Acrylic Fibers/Modacrylic Fibers Production (Area Sources) – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf LLLLLL;
  • yyy. Carbon Black Production (Area Sources) – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf MMMMMM;
  • zzz. Chemical Manufacturing Area Sources: Chromium Compounds – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf NNNNNN;
  • aaaa. Chemical Manufacturing for Area Sources – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf VVVVVV;
  • bbbb. Asphalt Processing and Roofing Manufacturing (Area Sources) – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf AAAAAAA; en
  • cccc. Paints and Allied Products Manufacturing (Area Sources) – 40 C.F.R. deel 63, paragraaf CCCCCCC.

26

Stationaire motoren:

Tabel 4:Grenswaarden voor NOx-emissies van nieuwe stationaire motoren

Capaciteit, techniek, specificatie brandstof Grenswaardea)(mg/Nm3)
Motoren met vonkontsteking (= Otto), 4-takt, > 1 MWth
– arm-mengselmotoren 250
– alle andere motoren 500
Motoren met compressieontsteking (= diesel), > 5 MWth
– brandstof: aardgas (motoren met jetontsteking) 500
– brandstof: zware stookolie 600
– brandstof: dieselolie of gasolie 500
a)

Deze waarden zijn niet van toepassing op motoren die minder dan 500 uur per jaar in werking zijn. Het O2-referentiegehalte is 5%.

27

Productie en verwerking van metalen:

Tabel 5:Grenswaarden voor NOx-emissies die vrijkomen bij de productie van primair ijzer en staala)

Capaciteit, techniek, specificatie brandstof Grenswaarde (mg/Nm3)
Nieuwe en bestaande sinterinrichting 400
a)

Productie en bewerking van metalen: installaties voor het roosten of sinteren van metaalerts, installaties voor de productie van ruwijzer of staal (primaire of secundaire smelting, met inbegrip van continugieten met een capaciteit die 2,5 Mg/uur overschrijdt, installaties voor het bewerken van ferrometalen (warmwalsen > 20 Mg/uur ruw staal).

28

Productie van salpeterzuur:

Tabel 6:Grenswaarden voor NOx-emissies vrijkomend bij de productie van salpeterzuur uitgezonderd zuurconcentratie-eenheden

Capaciteit, techniek, specificatie brandstof Grenswaarde (mg/Nm3)
– nieuwe installaties 350
– bestaande installaties 450

B. Canada

29

Grenswaarden voor de beheersing van emissies van stikstofoxiden (NOx) uit nieuwe stationaire bronnen in de volgende categorieën stationaire bronnen zullen worden bepaald op basis van beschikbare informatie over beheersingstechnologie en -niveaus met inbegrip van in andere landen toegepaste grenswaarden en de volgende documenten:x) uit nieuwe stationaire bronnen in de volgende categorieën stationaire bronnen zullen worden bepaald op basis van beschikbare informatie over beheersingstechnologie en -niveaus met inbegrip van in andere landen toegepaste grenswaarden en de volgende documenten:

  • a. Canadian Council of Ministers of the Environment (CCME). National Emission Guidelines for Stationary Combustion Turbines. December 1992. PN1072;
  • b. Canada Gazette, deel I. Department of the Environment. Thermal Power Generation Emissions - National Guidelines for New Stationary Sources. 15 mei 1993. p. 1633–1638; en
  • c. CCME. National Emission Guidelines for Cement Kilns. Maart 1998. PN1284.

C. Verenigde Staten van Amerika

30

Grenswaarden voor de beheersing van NOx-emissies uit nieuwe stationaire bronnen in de volgende categorieën van stationaire bronnen worden omschreven in de volgende documenten:x-emissies uit nieuwe stationaire bronnen in de volgende categorieën van stationaire bronnen worden omschreven in de volgende documenten:

  • a. Coal-fired Utility Units. 40 Code of Federal Regulations (CFR), deel 76;
  • b. Electric Utility Steam Generating Units. 40 CFR, deel 60, paragraaf D en paragraaf Da;
  • c. Industrial-Commercial-Institutional Steam Generating Units. 40 CFR, deel 60, paragraaf Db;
  • d. Nitric Acid Plants. 40 CFR, deel 60, paragraaf G;
  • e. Stationary Gas Turbines. 40 CFR, deel 60, paragraaf GG;
  • f. Municipal Waste Combustors. 40 CFR, deel 60, paragraaf Ea en paragraaf Eb; en
  • g. Hospital/Medical/Infectious Waste Incinerators. 40 CFR, deel 60, paragraaf Ec.

1

Afdeling A is van toepassing op andere Partijen dan Canada en de Verenigde Staten van Amerika, afdeling B op Canada en afdeling C op de Verenigde Staten van Amerika.

A. Andere Partijen dan Canada en de Verenigde Staten van Amerika

2

Deze afdeling van onderhavige bijlage heeft betrekking op emissies uit stationaire bronnen van vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS), zoals vermeld in de navolgende punten 8 tot en met 21. Installaties of delen van installaties voor onderzoek, ontwikkeling en het testen van nieuwe producten en processen vallen niet hieronder. Drempelwaarden zijn vermeld in onderstaande sectorspecifieke tabellen. Doorgaans verwijzen zij naar het oplosmiddelverbruik of de emissiemassastroom. Wanneer één exploitant met dezelfde installatie op dezelfde locatie verschillende activiteiten verricht die onder dezelfde onderverdeling vallen, worden het oplosmiddel-verbruik of de emissiemassastroom van die activiteiten bij elkaar opgeteld. Als er geen drempelwaarde vermeld is, geldt de vermelde grenswaarde voor alle betrokken installaties.

3

Voor de toepassing van afdeling A van deze bijlage wordt verstaan onder:

  • a. „opslag en distributie van benzine": het laden van vrachtwagens, spoorwagons, binnenvaartschepen en zeevarende schepen bij depots en expeditiepunten van raffinaderijen van minerale olie, uitgezonderd het bijtanken van voertuigen bij benzinestations waarop relevante documenten inzake mobiele bronnen van toepassing zijn;
  • b. „aanbrengen van lijmlagen": elk procédé waarbij een kleefstof op een oppervlak wordt aangebracht, met uitzondering van het aanbrengen van lijmlagen en lamineren in verband met drukprocédés en het lamineren van hout en kunststof;
  • c. „lamineren van hout en kunststof": elk procédé voor het samenhechten van hout en/of kunststof om gelamineerde producten te vervaardigen;
  • d. „coatingprocédés": elk procédé waarbij één of meer onderbroken lagen van een coating worden aangebracht op: personenauto's, vrachtwagencabines, vrachtwagens, bussen of houten oppervlakken en bestrijkt elk procédé waarbij een doorlopende coatinglaag in een of meer applicaties aangebracht wordt op Hieronder valt niet het coaten van substraten met metalen door middel van elektroforese en chemische spuittechnieken. Indien het coatingprocédé een fase omvat waarin hetzelfde artikel wordt gedrukt, dan wordt die drukfase beschouwd als onderdeel van het coatingprocédé. Als afzonderlijke activiteit uitgevoerde drukprocédés behoren hier niet toe. In deze omschrijving zijn:
  • i. nieuwe voertuigen, gedefinieerd (zie hierna) als voertuigen van categorie M1 en van categorie N1 voorzover de coating in dezelfde installatie als M1-voertuigen aangebracht wordt;
  • ii. vrachtwagencabines, gedefinieerd als de behuizing voor de chauffeur, en alle geïntegreerde behuizing voor de technische apparatuur van voertuigen van de categorieën N2 en N3;
  • iii. bestelwagens en vrachtwagens, gedefinieerd als voertuigen van de categorieën N1, N2 en N3, maar met uitzondering van vrachtwagencabines;
  • iv. bussen, gedefinieerd als voertuigen van de categorieën M2 en M3; en
  • v. overige metalen en kunststof oppervlakken met inbegrip van die van vliegtuigen, schepen, treinen enz., houten oppervlakken, textiel, stof, film en papieren oppervlakken.
  • –. M1-voertuigen: voertuigen bestemd voor het vervoer van personen, met ten hoogste acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend.
  • –. M2-voertuigen: voertuigen bestemd voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en met een maximummassa van ten hoogste 5 ton.
  • –. M3-voertuigen: voertuigen bestemd voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en met een maximummassa van meer dan 5 ton.
  • –. N1-voertuigen: voor het vervoer van goederen bestemde voertuigen met een maximummassa van ten hoogste 3,5 ton.
  • –. N2-voertuigen: voor het vervoer van goederen bestemde voertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton, doch niet meer dan 12 ton.
  • –. N3-voertuigen: voor het vervoer van goederen bestemde voertuigen met een maximummassa van meer dan 12 ton.
  • e. „bandlakken": elk procédé waarbij band van staal, roestvrij staal, bekleed staal, koperlegeringen of aluminiumband in een ononderbroken procédé wordt bekleed met een filmvormende of laminaatcoating.
  • f. „chemisch reinigen": het industriële of commerciële procédé waarbij VOS worden gebruikt in een installatie voor het reinigen van kleding, meubelstoffen en soortgelijke consumptiegoederen, met uitzondering van het handmatig verwijderen van vlekken in de textiel- en kledingindustrie.
  • g. „vervaardigen van coatings, lak, inkt en kleefstoffen": de vervaardiging van coatingpreparaten, lak, inkt en kleefstoffen, en , wanneer dit in dezelfde installatie gebeurt, van halffabrikaten door het mengen van pigmenten, hars en kleefstoffen met organische oplosmiddelen of andere draagstoffen. Deze categorie omvat tevens het dispergeren, predispergeren, het aanpassen van de viscositeit en de kleur en de bewerkingen om de verpakking te vullen met het eindproduct;
  • h. „drukken": elk procédé waarbij tekst en/of afbeeldingen worden gereproduceerd door met behulp van een beelddrager inkt op een oppervlak aan te brengen, en is van toepassing op de volgende subprocédés:
  • i. flexografie: een drukprocédé waarbij gebruik wordt gemaakt van een beelddrager van rubber of elastische fotopolymeren, waarop de drukkende delen zich boven de niet-drukkende delen bevinden, met gebruikmaking van vloeibare inkt die door verdamping droogt;
  • ii. heat-set rotatie-offset: een rotatiedrukactiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een beelddrager waarop de drukkende delen en de niet-drukkende delen in hetzelfde vlak liggen, waarbij rotatie inhoudt dat het te bedrukken materiaal niet als aparte vellen maar van een rol in de machine wordt gevoerd. Het niet-drukkende deel wordt zodanig behandeld dat het water aantrekt en derhalve de inkt afstoot. Het drukkende deel wordt zodanig behandeld dat het inkt opneemt en overbrengt op het te bedrukken oppervlak. De verdamping vindt plaats in een oven, waar het bedrukte materiaal met hete lucht wordt verhit;
  • iii. illustratiediepdruk: rotatiediepdrukprocéde waarbij papier voor tijdschriften, brochures, catalogi of soortgelijke producten met inkt op basis van tolueen wordt bedrukt;
  • iv. rotatiediepdruk: een drukprocédé waarbij gebruik wordt gemaakt van een cilindrische beelddrager, waarop de drukkende delen lager liggen dan de niet-drukkende delen, en van vloeibare inkt die door verdamping droogt. De napjes worden met inkt gevuld en het overschot wordt van de niet-drukkende delen verwijderd voordat het te bedrukken oppervlak contact met de cilinder maakt en de inkt uit de napjes trekt;
  • v. rotatiezeefdruk: een rotatiedrukprocédé waarbij de inkt door een poreuze beelddrager wordt geperst, waarbij de drukkende delen open zijn en het niet-drukkende deel wordt afgedekt, en zo op het te bedrukken oppervlak wordt gebracht en gebruik wordt gemaakt van vloeibare inkt die uitsluitend door verdamping droogt. Bij een rotatief drukprocédé wordt het te bedrukken materiaal niet als aparte vellen maar van een rol in de machine gebracht;
  • vi. lamineren bij een drukprocédé: de samenhechting van twee of meer flexibele materialen tot een laminaat; en
  • vii. vernissen: een procédé waarbij een lak- of lijmlaag op een flexibel materiaal wordt aangebracht om later het verpakkingsmateriaal af te sluiten;
  • i. „vervaardigen van farmaceutische producten": chemische synthese, fermentatie, extractie, formuleren en afwerken van farmaceutische producten en, wanneer dit op dezelfde plek wordt uitgevoerd, het vervaardigen van halffabrikaten;
  • j. „bewerken van natuurlijk of synthetisch rubber": elk procédé met betrekking tot het mengen, malen, vermengen, kalanderen, extruderen en vulkaniseren van natuurlijk of synthetisch rubber en alle nevenbewerkingen om natuurlijk of synthetisch rubber te bewerken tot eindproduct;
  • k. „oppervlaktereiniging": elk procédé, met uitzondering van chemisch reinigen, waarbij organische oplosmiddelen worden gebruikt om verontreiniging van het oppervlak van materiaal te verwijderen, met inbegrip van ontvetting; een uit meer dan een stap bestaand reinigingsprocédé dat niet onderbroken wordt door een volgende stap, wordt als één oppervlaktereinigingsprocédé beschouwd. Het procédé heeft betrekking op het reinigen van het oppervlak van producten en niet op het reinigen van apparatuur;
  • l. „extractie van plantaardige oliën en dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliën": de extractie van plantaardige oliën uit zaden en ander plantaardig materiaal, het verwerken van droge residuen ter vervaardiging van diervoeder, en de zuivering van vetten en plantaardige olie uit zaden, plantaardig materiaal en/of dierlijk materiaal;
  • m. „overspuiten van voertuigen": elk industrieel of commercieel procédé en daarmee verband houdende ontvettingsactiviteiten, waaronder:
  • i. het aanbrengen van een laklaag op wegvoertuigen, of een deel daarvan, uitgevoerd als onderdeel van de reparatie, de bescherming of decoratie van voertuigen buiten de fabriek, of
  • ii. het aanbrengen van de oorspronkelijke laklaag op wegvoertuigen, of een deel daarvan, met voor het overspuiten gebruikelijke lakken op een andere plaats dan de oorspronkelijke fabricagelijn, of
  • iii. het aanbrengen van een laklaag op aanhangwagens (met inbegrip van opleggers);
  • n. „impregneren van houten oppervlakken": elk procédé waarbij hout wordt geïmpregneerd met houtverduurzamingsmiddelen;
  • o. „standaardomstandigheden": een temperatuur van 273,15 Kelvin en een druk van 101,3 kPa;
  • p. „NMVOS's" omvatten alle organische verbindingen met uitzondering van methaan die bij 273,15 K een dampspanning van ten minste 0,01 kPa vertonen of die een vergelijkbare vluchtigheid vertonen bij de gegeven toepassingsomstandigheden;
  • q. „afgassen": de uiteindelijke uitworp in de lucht van gassen met vluchtige organische stoffen of andere verontreinigende stoffen uit een afgaskanaal of uit nabehandelingsapparatuur. Het volumetrisch debiet wordt uitgedrukt in m3/uur bij standaardomstandigheden;
  • r. „diffuse emissie van NMVOS": elke emissie, niet in rookgassen, van NMVOS in de lucht, bodem of water alsmede, tenzij anders vermeld, oplosmiddelen vervat in enig product en omvat niet-opgevangen emissies van NMVOS die naar de buitenlucht worden afgevoerd via ramen, deuren, luchtafvoerkanalen en soortgelijke openingen. Diffuse grenswaarden worden berekend op basis van een oplosmiddelenboekhouding (zie aanhangsel I bij deze bijlage);
  • s. „totale emissie van NMVOS": de som van de diffuse emissie van NMVOS's en de emissie van NMVOS's in afgassen;
  • t. „input": de hoeveelheid organische oplosmiddelen en de hoeveelheid daarvan in preparaten die tijdens het uitoefenen van een procédé worden gebruikt, met inbegrip van de gerecycleerde oplosmiddelen, binnen en buiten de installatie, en die telkens worden meegerekend wanneer zij worden gebruikt om de activiteit uit te oefenen;
  • u. „grenswaarde": de maximumhoeveelheid van een gasvormige stof die zich bevindt in de rookgassen van een installatie, die gedurende normale werking niet mag worden overschreden. Tenzij anders aangegeven, wordt deze berekend in massa verontreinigende stof per volume van de rookgassen (uitgedrukt in mg C/Nm3, tenzij anders aangegeven), uitgaande van standaardomstandigheden voor temperatuur en druk voor droog gas. Voor installaties die oplosmiddelen gebruiken, worden grenswaarden gegeven als eenheid massa per karakteristieke eenheid van de respectieve activiteit. Gasvolumes die worden toegevoegd om de rookgassen af te koelen of te verdunnen, worden niet meegeteld bij het vaststellen van de massaconcentratie van de verontreinigende stof in het rookgas. Grenswaarden betreffen doorgaans alle vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (een nader onderscheid, bijvoorbeeld qua reactiviteit of toxiciteit, wordt niet gemaakt);
  • v. „normale werking": alle perioden van werking met uitzondering van het in gebruik nemen, het buiten gebruik stellen en het onderhouden van apparatuur;
  • w. „stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid" zijn onderverdeeld in twee categorieën:
  • i. halogeneerde VOS met het mogelijk risico van onomkeerbare gevolgen; of
  • ii. gevaarlijke stoffen die carcinogenen of mutagenen zijn of die toxisch zijn voor de voortplanting of die door inhaleren kanker of erfelijke genetische schade kunnen veroorzaken, de vruchtbaarheid kunnen aantasten of schade kunnen toebrengen aan het ongeboren kind.

4

Aan de volgende vereisten moet worden voldaan:

  • a. NMVOS-emissies worden bewaakt1)Onder monitoring wordt een allesomvattende activiteit verstaan die het meten van emissies, het opstellen van massabalansen enz. omvat. Deze kan continu of met tussenpozen worden uitgevoerd. en naleving van grenswaarden wordt geverifieerd. De verificatiemethoden kunnen ononderbroken of onderbroken metingen, typegoedkeuring, of een andere technisch betrouwbare methode omvatten. Voorts moeten zij economisch haalbaar zijn;
  • b. de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen in gasvoerende kanalen worden op een representatieve wijze gemeten. Bemonstering en analyse van alle verontreinigende stoffen alsmede referentiemeetmethoden voor het ijken van meetsystemen, worden uitgevoerd overeenkomstig de normen die door de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN) of de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) zijn vastgesteld. In afwachting van de opstelling van de CEN- of ISO-normen, zijn de nationale normen van toepassing.
  • c. Indien metingen van NMVOS-emissies vereist zijn, moeten deze continue worden uitgevoerd indien de NMVOS-emissies 10 kg aan totale organische koolstof (TOC)/uur aan de uitlaatzijde van een installatie voor emissiereductie overschrijden en de uren van bedrijf 200 uur per jaar overschrijden. Voor alle andere installaties is minimaal een discontinue meting vereist. Voor het goedkeuren van de naleving mogen eigen benaderingen worden gebruikt mits deze dezelfde stringentheid opleveren;
  • d. In het geval van continue metingen wordt, als een minimumvereiste, naleving van de emissienormen bereikt indien het daggemiddelde de grenswaarde tijdens normale werking niet overschrijdt en geen uurgemiddelde de grenswaarden met 150% overschrijdt. Voor het goedkeuren van de naleving mogen eigen benaderingen worden gebruikt mits deze dezelfde stringentheid opleveren;
  • e. In het geval van onderbroken metingen wordt, als een minimumvereiste, naleving van de emissienormen bereikt als de gemiddelde waarde van alle meetresultaten de grenswaarde niet overschrijdt en geen uurgemiddelde de grenswaarde met 150% overschrijdt. Voor het goedkeuren van de naleving mogen eigen benaderingen worden gebruikt mits deze dezelfde stringentheid opleveren;
  • f. Alle passende voorzorgsmaatregelen worden genomen om tijdens het in gebruik nemen en buiten gebruik stellen, en in het geval van afwijkingen van de normale werking, de NMVOS-emissies tot een minimum te beperken; en
  • g. Metingen zijn niet vereist indien er geen nabehandelingsapparatuur nodig is om te voldoen aan onderstaande grenswaarden en aangetoond kan worden dat de grenswaarden niet overschreden zijn.

5

De volgende grenswaarden dienen te worden toegepast voor rookgassen, tenzij hieronder anders vermeld:

  • a. 20 mg stof/m3 voor uitstoot van gehalogeneerde vluchtige organische stoffen (die de risicoaanduiding dragen: mogelijk risico van onomkeerbare gevolgen), wanneer de massastroom van de som van de betrokken verbindingen groter is dan of gelijk is aan 100 g/u; en
  • b. 2 mg/m3 (uitgedrukt als de massasom van afzonderlijke verbindingen) voor uitstoot van vluchtige organische stoffen (die de volgende risicoaanduiding dragen: kan kanker, erfelijke genetische schade, kanker door inhalatie of schade aan het ongeboren kind veroorzaken; kan de vruchtbaarheid aantasten), wanneer de massastroom van de som van de betrokken verbindingen groter is dan of gelijk is aan 10 g/u.

6

Voor de categorieën bronnen die in de onderstaande punten 9 tot en met 21 zijn vermeld, zijn de volgende herzieningen van belang:

  • a. In plaats van het toepassen van de hieronder uiteengezette grenswaarden voor installaties, kan aan de exploitanten van de respectieve installaties worden toegestaan om een reductieprogramma te gebruiken (zie aanhangsel II bij deze bijlage). Het reductieprogramma is bedoeld om de exploitant de mogelijkheid te bieden de emissie op een andere manier in dezelfde mate te beperken als door de toepassing van de voorgeschreven grenswaarden zou gebeuren; en
  • b. Voor diffuse NMVOS-emissies worden de hieronder aangegeven diffuse emissiewaarden toegepast als grenswaarde. Maar indien ten genoegen van de bevoegde autoriteit wordt aangetoond dat deze waarde technisch en economisch niet haalbaar is voor een afzonderlijke installatie, kan de bevoegde autoriteit voor een dergelijke installatie een uitzondering maken, op voorwaarde dat er geen aanmerkelijke gevaren voor de menselijke gezondheid of het milieu te verwachten zijn. Voor elke uitzondering moet de exploitant ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantonen dat er gebruik wordt gemaakt van de beste beschikbare techniek.

7

De grenswaarden voor VOS-emissies voor de categorieën van bronnen omschreven in punt 3 zijn zoals aangegeven in de navolgende punten 8 tot en met 21.

8

Opslag en distributie van benzine:

Tabel 1:Grenswaarden voor VOS-emissies die vrijkomen bij de opslag en distributie van benzine, uitgezonderd het laden van zeeschepen

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarden Grenswaarde
Dampterugwininstallatie voor opslag- en distributievoorzieningen op tankparken van raffinaderijen of terminals jaarlijkse doorvoercapaciteit 5000 m3 benzine 10 g VOS/Nm3 met inbegrip van methaan

Noot: De damp die door het vullen van benzineopslagtanks wordt verdrongen, dient te worden afgevoerd naar andere opslagtanks of naar nabehandelingsapparatuur die voldoet aan de grenswaarden in bovenstaande tabel.

9

Aanbrengen van lijmlagen:

Tabel 2:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij het aanbrengen van lijmlagen

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplos- middelinput)
Vervaardiging van schoeisel; nieuwe en bestaande installaties > 5 25 g oplosmiddel per paar
Overige lijmlagen, uitgezonderd schoeisel; nieuwe en bestaande installaties 5–15 50a) mg C/Nm3 25
> 15 50a) mg C/Nm3 20
a)

Indien technieken worden gebruikt waarbij hergebruik van teruggewonnen oplosmiddel mogelijk is, is de grenswaarde 150 mg C/Nm3.

10

Lamineren van hout en kunststof:

Tabel 3:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij het lamineren van hout en kunststof

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik oplosmiddelen(Mg/jaar) Grenswaarde voor totale NMVOS-emissies
Lamineren van hout en kunststof; nieuwe en bestaande installaties > 5 30 g NMVOS/m2

11

Coatingprocédés (metalen en kunststof oppervlakken in personenauto's, vrachtwagencabines, vrachtwagens, bussen, houten oppervlakken):

Tabel 4:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij coatingprocédés in de auto-industrie

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaardevoor verbruik oplosmiddelen (Mg/ jaar)a) Grenswaardeb) voor totale NMVOS-emissies
Nieuwe installaties, autospuiten (M1, M2) > 15 (en > 5.000 gespoten stuks per jaar) 45 g NMVOS/m2of 1,3 kg/stuk en 33 g NMVOS/m2
Bestaande installaties, autospuiten (M1, M2) > 15 (en > 5.000 gespoten stuks per jaar) 60 g NMVOS /m2 of 1,9 kg/stuk en 41 g NMVOS/m2
Nieuwe en bestaande installaties, autospuiten (M1, M2) > 15 (≤ 5.000 gespoten car-rosserieën of > 3.500 gespoten chassis per jaar) 90 g NMVOS/m2of 1,5 kg/stuk en 70 g NMVOS/m2
Nieuwe installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagencabines (N1, N2, N3) > 15 (≤ 5.000 gespoten stuks per jaar) 65 g NMVOS/m2
Nieuwe installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagencabines (N1, N2, N3) > 15 (> 5.000 gespoten stuks per jaar) 55 g NMVOS/m2
Bestaande installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagencabines (N1, N2, N3) > 15 (≤ 5.000 gespoten stuks per jaar) 85 g NMVOS/m2
Bestaande installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagencabines (N1, N2, N3) > 15 (> 5.000 gespoten stuks per jaar) 75 g NMVOS/m2
Nieuwe installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagens en bestelwagens (zonder cabine) (N1, N2, N3) > 15 (≤ 2.500 gespoten stuks per jaar) 90 g NMVOS/m2
Nieuwe installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagens en bestelwagens (zonder cabine) (N1, N2, N3) > 15 (> 2.500 gespoten stuks per jaar) 70 g NMVOS/m2
Bestaande installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagens en bestelwagens (zonder cabine) (N1, N2, N3) > 15 (≤ 2.500 gespoten stuks per jaar) 120 g NMVOS/m2
Bestaande installaties, spuiten van nieuwe vrachtwagens en bestelwagens (zonder cabine) (N1, N2, N3) > 15 (> 2.500 gespoten stuks per jaar) 90 g NMVOS/m2
Nieuwe installaties, spuiten van nieuwe bussen (M3) > 15 (≤ 2.000 gespoten stuks per jaar) 210 g NMVOS/m2
Nieuwe installaties, spuiten van nieuwe bussen (M3) > 15 (> 2.000 gespoten stuks per jaar) 150 g NMVOS/m2
Bestaande installaties, spuiten van nieuwe bussen (M3) > 15 (≤ 2.000 gespoten stuks per jaar) 290 g NMVOS/m2
Bestaande installaties, spuiten van nieuwe bussen (M3) > 15 (> 2.000 gespoten stuks per jaar) 225 g NMVOS/m2
a)

Voor een oplosmiddelverbruik ≤ 15 Mg per jaar (spuiten van auto’s) is tabel 14 omtrent het overspuiten van auto’s van toepassing.

b)

De totale grenswaarden zijn uitgedrukt in emissie van massa oplosmiddel (g) in verhouding tot de oppervlakte van het product (m2). De oppervlakte van het product is omschreven als de oppervlakte berekend uitgaande van het totale elektroforetische coatingoppervlak en de oppervlakte van onderdelen die kunnen worden toegevoegd in opeenvolgende fases van het lakprocédé en die met dezelfde coatings gelakt worden. De oppervlakte van het elektroforetische coatingoppervlak wordt berekend aan de hand van de formule: (2 x het totale gewicht van het omhulsel): (gemiddelde dikte van de metaalplaat x dichtheid van de metaalplaat).

Tabel 5:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij lakprocédés in verscheidene industriële sectoren

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissie (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe en bestaande installaties: overige coating, waaronder metaal, kunststoffen, textiel, stof, folie en papier (uitgezonderd rotatiezeefdrukken voor textiel, zie drukken) 5–15 100a, b) mg C/Nm3 25b)
> 15 50/75b, c, d) mg C/Nm3 20b)
Nieuwe en bestaande installaties: coaten van hout 15–25 100a) mg C/Nm3 25
> 25 50/75c) mg C/Nm3 20
a)

De grenswaarde is van toepassing op procédés voor het aanbrengen en drogen van coating, waarbij de vrijkomende VOS beheerst wordt opgevangen en uitgestoten.

b)

Indien het niet mogelijk is het coaten te laten plaatsvinden in omstandigheden waarbij de vrijkomende VOS beheerst wordt opgevangen en uitgestoten (scheepsbouw, coaten van vliegtuigen enz.), kan voor installaties vrijstelling van deze waarden worden verleend. Dan dient het reductieprogramma van paragraaf 6. a) te worden gevolgd, tenzij ten genoegen van de bevoegde autoriteit wordt aangetoond dat deze optie technisch en economisch niet haalbaar is. In dat geval moet de exploitant ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantonen dat er gebruik wordt gemaakt van de beste beschikbare techniek.

c)

De eerste waarde is van toepassing op droogprocédés, de tweede op procédés voor het aanbrengen van coating.

d)

Indien voor het coaten van textiel technieken worden toegepast waarbij hergebruik van teruggewonnen oplosmiddelen mogelijk is, is de grenswaarde 150 mg C/Nm3 voor het drogen en coaten tezamen.

12

Bandlakken:

Tabel 6:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij bandlakken

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe installaties > 25 50a) 5
Bestaande installaties > 25 50a) 10
a)

Als technieken worden toegepast waarbij hergebruik van teruggewonnen oplosmiddel mogelijk is, is de grenswaarde 150 mg C/Nm3.

13

Chemisch reinigen:

Tabel 7:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij chemisch reinigen

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik oplosmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde
Nieuwe en bestaande installaties 0 20 g NMVOS/kga)
a)

Grenswaarde voor totale NMVOS-emissies, berekend als massa van uitgestoten oplosmiddel per massa gereinigd en gedroogd product.

14

Vervaardiging van coatings, lak, inkt en kleefstoffen:

Tabel 8:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij vervaardiging van coatings, lak, inkt en kleefstoffen

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe en bestaande installaties 100–1.000 150a) 5a, c)
> 1.000 150b) 3b, c)
a)

Een totale grenswaarde van 5% van de oplosmiddelinput kan worden toegepast in plaats van het gebruiken van de concentratiegrens voor rookgas en de grenswaarde voor diffuse NMVOS- emissies.

b)

Een totale grenswaarde van 3% van de oplosmiddelinput kan worden toegepast in plaats van het gebruiken van de concentratiegrens voor rookgas en de grenswaarde voor diffuse NMVOS- emissies.

c)

De diffuse grenswaarde omvat niet oplosmiddelen die worden verkocht als onderdeel van een preparaat in een gesloten verpakking.

15

Drukken (flexografie, heat-set rotatie-offset, illustratiediepdruk enz.):

Tabel 9:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij drukprocédés

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempel-waarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe en bestaande installaties: heat-set rotatie-offset 15–25 100 30a)
> 25 20 30a)
Nieuwe installaties: installatiediepdruk > 25 75 10
Bestaande installaties: installatiediepdruk > 25 75 15
Nieuwe en bestaande installaties: overige eenheden voor rotatiediepdruk, flexografie, rotatiezeefdruk, lamineren en lakken 15–25 100 25
> 25 100 20
Nieuwe en bestaande installaties: rotatiezeefdruk op textiel, karton > 30 100 20
a)

Een residu van oplosmiddel in eindproducten wordt niet beschouwd als onderdeel van de diffuse NMVOS-emissies.

16

Vervaardigen van farmaceutische producten:

Tabel 10:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij het vervaardigen van farmaceutische producten

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (%van oplosmiddelinput)
Nieuwe installaties > 50 20a, b) 5b, d)
Bestaande installaties > 50 20a, c) 15c, d)
a)

Indien technieken worden gebruikt waarbij hergebruik van teruggewonnen oplosmiddelen mogelijk is, is de grenswaarde 150 mg C/Nm3.

b)

Een totale grenswaarde van 5% van de oplosmiddelinput kan worden toegepast in plaats van het gebruiken van de concentratiegrens voor afgas en de grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies.

c)

Een totale grenswaarde van 15% van de oplosmiddelinput kan worden toegepast in plaats van het gebruiken van de concentratiegrens voor rookgas en de grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies.

d)

De voor diffuse emissies grenswaarde omvat niet oplosmiddelen die worden verkocht als onderdeel van een coatingpreparaat in een gesloten verpakking.

17

Bewerken van natuurlijk of synthetisch rubber:

Tabel 11:Grenswaarden voor NMVOS-emissie die vrijkomen bij de bewerking van natuurlijk of synthetisch rubber

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe en bestaande installaties: bewerken van natuurlijk of synthetisch rubber > 15 20a, b) 25a, c)
a)

Een totale grenswaarde van 25% van de oplosmiddelinput kan worden toegepast in plaats van het gebruiken van de concentratiegrens voor rookgas en de grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies.

b)

Als technieken worden gebruikt waarbij hergebruik van teruggewonnen oplosmiddel mogelijk is, is de grenswaarde 150 mg C/Nm3.

c)

De voor diffuse emissies grenswaarde omvat niet oplosmiddelen die worden verkocht als onderdeel van een preparaat in een gesloten verpakking.

18

Oppervlaktereiniging:

Tabel 12:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij de oppervlaktereiniging

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe en bestaande installaties: oppervlaktereiniging gebruikmakend van stoffen vermeld in paragraaf 3 onder w 1–5 20 mg verbinding/Nm3 15
> 5 20 mg verbinding/Nm3 10
Nieuwe en bestaande installaties: overige oppervlaktereiniging 2–10 75 mg C/Nm3a) 20a)
> 10 75 mg C/Nm3a) 15a)
a)

Installaties die bij de bevoegde autoriteit aantonen dat het gemiddelde organische-oplosmiddelgehalte van alle gebruikte reinigingsmaterialen 30% (m/ m) niet overschrijdt, zijn vrijgesteld van toepassing van deze waarden.

19

Extractie van plantaardige oliën en dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliën:

Tabel 13:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij de extractie van plantaardige oliën en dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliën

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik oplosmiddelen (Mg/jaar) Totale grenswaarde (mg/kg)
Nieuwe en bestaande installaties > 10 Dierlijk vet: 1,5 Ricinus: 3,0 Koolzaad: 1,0 Zonnebloemzaad: 1,0 Sojabonen (normale pletting): 0,8 Sojabonen (witte vlokken): 1,2 Overige zaden en plantaardig materiaal: 3,0a) Alle fractioneerpro- cédés, uitgezonderd Ontgommen2): 1,5 Ontgommen: 4,0
a)

Grenswaarden voor totale NMVOS-emissies uit installaties die afzonderlijke Partijen zaden of andere plantaardig materiaal behandelen, worden door de bevoegde autoriteiten per geval bepaald op de basis van de beste beschikbare technieken.

2) Het verwijderen van gom uit de olie.

20

Overspuiten van voertuigen:

Tabel 14:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij het overspuiten van voertuigen

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe en bestaande installaties > 0.5 50a) 25
a)

De inachtneming van de grenswaarden dient te worden aangetoond met metingen van het gemiddelde per 15 minuten.

21

Impregneren van houten oppervlakken:

Tabel 15:Grenswaarden voor NMVOS-emissies die vrijkomen bij het impregneren van houten oppervlakken

Capaciteit, techniek, nadere specificatie Drempelwaarde voor verbruik op losmiddelen (Mg/jaar) Grenswaarde (mg C/Nm3 Grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies (% van oplosmiddelinput)
Nieuwe en bestaande installaties > 25 100a, b) 45b)
a)

Is niet van toepassing op impregneren met creosoot.

b)

Een totale grenswaarde van 11 kg oplosmiddel/m3 behandeld hout kan worden toegepast in plaats van het gebruiken van de concentratiegrens voor afgas en de grenswaarde voor diffuse NMVOS-emissies.

B. Canada

22

Grenswaarden voor het beheersen van emissies van vluchtige organische stoffen (VOS) uit nieuwe stationaire bronnen in de volgende categorieën van stationaire bronnen zullen worden bepaald op de basis van beschikbare informatie omtrent beheerstechnologie en -niveaus, met inbegrip van in andere landen toegepaste grenswaarden, en van de volgende documenten:

  • a. Canadian Council of Ministers of the Environment (CCME). Environmental Code of Practice for the Reduction of Solvent Emissies from Dry Cleaning Facilities. December 1992. PN1053;
  • b. CCME. Environmental Guideline for the Control of Volatile Organic Compounds Process Emissies from New Organic Chemical Operations. September 1993. PN1108;
  • c. CCME. Environmental Code of Practice for the Measurement and Control of Fugitive VOC Emissions from Equipment Leaks. Oktober 1993. PN1106;
  • d. CCME. A Program to Reduce Volatile Organic Compound Emissions by 40 Percent from Adhesives and Sealants. Maart 1994. PN1116;
  • e. CCME. A Plan to Reduce Volatile Organic Compound Emissions by 20 Percent from Consumer Surface Coatings. Maart 1994. PN1114;
  • f. CCME. Environmental Guidelines for Controlling Emissions of Volatile Organic Compounds from Aboveground Storage Tanks. Juni 1995. PN1180;
  • g. CCME. Environmental Code of Practice for Vapour Recovery during Vehicle Refueling at Service Stations and Other Gasoline Dispersing Facilities. (Fase II) April 1995. PN1184;
  • h. CCME. Environmental Code of Practice for the Reduction of Solvent Emissions from Commercial and Industrial Degreasing Facilities. Juni 1995. PN1182;
  • i. CCME. New Source Performance Standards and Guidelines for the Reduction of Volatile Organic Compound Emissions from Canadian Automotive Original Equipment Manufacturer (OEM) Coating Facilities. Augustus 1995. PN1234;
  • j. CCME. Environmental Guideline for the Reduction of Volatile Organic Compound Emissions from the Plastics Processing Industry. Juli 1997. PN1276; en
  • k. CCME. National Standards for the Volatile Organic Compound Content of Canadian Commercial/Industrial Surface Coating Products - Automotive Refinishing. Augustus 1997. PN1288.

C. Verenigde Staten van Amerika

23

Grenswaarden voor het beheersen van VOS-emissies uit nieuwe stationaire bronnen in de volgende categorieën van stationaire bronnen worden nader omschreven in de volgende documenten:

  • a. Storage Vessels for Petroleum Liquids. 40 Code of Federal Regulations (CFR), deel 60, paragraaf K en paragraaf Ka;
  • b. Storage Vessels for Volatile Organic Liquids. 40 CFR, deel 60, paragraaf Kb;
  • c. Petroleum Refineries. 40 CFR, deel 60, paragraaf J;
  • d. Surface Coating of Metal Furniture. 40 CFR, deel 60, paragraaf EE;
  • e. Surface Coating for Automobile and Light Duty Trucks. 40 CFR, deel 60, paragraaf MM;
  • f. Publication Rotogravure Printing. 40 CFR, deel 60, paragraaf QQ;
  • g. Pressure Sensitive Tape and Label Surface Coating Operations. 40 CFR, deel 60, paragraaf RR;
  • h. Large Appliance, Metal Coil and Beverage Can Surface Coating. 40 CFR, deel 60, paragraaf SS, paragraaf TT en paragraaf WW;
  • i. Bulk Gasoline Terminals. 40 CFR, deel 60, paragraaf XX;
  • j. Rubber Tire Manufacturing. 40 CFR, deel 60, paragraaf BBB;
  • k. Polymer Manufacturing. 40 CFR, deel 60, paragraaf DDD;
  • l. Flexible Vinyl and Urethane Coating and Printing. 40 CFR, deel 60, paragraaf FFF;
  • m. Petroleum Refinery Equipment Leaks and Wastewater Systems. 40 CFR, deel 60, paragraaf GGG en paragraaf QQQ;
  • n. Synthetic Fiber Production. 40 CFR, deel 60, paragraaf HHH;
  • o. Petroleum Dry Cleaners. 40 CFR, deel 60, paragraaf JJJ;
  • p. Onshore Natural Gas Processing Plants. 40 CFR, deel 60, paragraaf KKK;
  • q. SOCMI Equipment Leaks, Air Oxidation Units, Distillation Operations and Reactor Processes. 40 CFR, deel 60, paragraaf III, paragraaf NNN en paragraaf RRR;
  • r. Magnetic Tape Coating. 40 CFR, deel 60, paragraaf SSS;
  • s. Industrial Surface Coatings. 40 CFR, deel 60, paragraaf TTT; en
  • t. Polymeric Coatings of Supporting Substrates Facilities. 40 CFR, deel 60, paragraaf VVV.

Inleiding

1

Dit aanhangsel bij de bijlage inzake grenswaarden voor VOS-emissies met uitzondering van methaan (NMVOS) uit stationaire bronnen vormt een richtsnoer voor het uitvoeren van een oplosmiddelenboekhouding. Allereerst worden de beginselen vermeld (paragraaf 2), vervolgens worden regels inzake de massabalans gegeven (paragraaf 3) en ten slotte wordt aangegeven welke eisen aan de controle op de naleving worden gesteld (paragraaf 4).

Beginselen

2

De oplosmiddelenboekhouding beoogt het volgende:

  • a. controle op de naleving, zoals nader omschreven in de bijlage; en
  • b. specificatie van de mogelijkheden voor emissievermindering in de toekomst;

Begripsomschrijvingen

3

Met de volgende begripsomschrijvingen worden regels gegeven ter bepaling van de massabalans:

  • a. Input van organische oplosmiddelen:
  • I1. De hoeveelheid aangekochte organische oplosmiddelen als zodanig of in preparaten, die in het proces wordt ingevoerd gedurende de termijn waarover de massabalans wordt bepaald.
  • I2. De hoeveelheid teruggewonnen en in het proces hergebruikte organische oplosmiddelen als zodanig of in preparaten (de gerecycleerde oplosmiddelen worden telkens meegerekend wanneer ze worden gebruikt om de activiteit uit te oefenen).
  • b. Output van organische oplosmiddelen:
  • O1. emissie van NMVOS in rookgassen;
  • O2. in water geloosde gegane organische oplosmiddelen, eventueel rekening houdend met de afvalwaterbehandeling bij de berekening van O5;
  • O3. de hoeveelheid organische oplosmiddelen die als verontreiniging of als residu in de bij het proces vervaardigde producten achterblijft;
  • O4. niet-gekanaliseerde emissies van organische oplosmiddelen in de lucht. Het gaat hierbij om de algemene ventilatie van ruimtes, waarbij de lucht via ramen, deuren, luchtafvoerkanalen en soortgelijke openingen naar buiten gevoerd wordt;
  • O5. organische oplosmiddelen en/of organische verbindingen die door chemische of fysische reacties verloren gaan (met inbegrip van hoeveelheden die bijvoorbeeld door verbranding, een andere zuivering van rookgassen of door afvalwaterzuivering vernietigd worden of bijvoorbeeld door adsorptie opgevangen worden, mits die niet bij O6, O7 of O8 worden meegerekend);
  • O6. organische oplosmiddelen in ingezameld afval;
  • O7. organische oplosmiddelen als zodanig of in preparaten, die als een product met handelswaarde worden verkocht of bestemd zijn om te worden verkocht;
  • O8. organische oplosmiddelen in preparaten die voor hergebruik worden teruggewonnen maar niet opnieuw in het proces worden ingebracht, mits deze niet bij O7 worden meegerekend;
  • O9. organische oplosmiddelen die op andere wijze vrijkomen.

Richtsnoeren voor het gebruik van de oplosmiddelenboekhouding voor controle op de naleving

4

Het specifieke voorschrift waarop de controle wordt toegepast, zalbepalend zijn voor de wijze waarop de oplosmiddelenboekhouding wordt gebruikt:

  • a. Controle op de naleving van de in paragraaf 6. a) van de bijlage genoemde reductieoptie, waarbij de totale grenswaarde wordt uitgedrukt in oplosmiddelemissies per eenheid product, of zoals anders in de bijlage vermeld.
  • i. Voor alle activiteiten die gebruikmaken van de in punt 6, onder a, van de bijlage genoemde reductieoptie, dient de oplosmiddelenboekhouding jaarlijks te worden gemaakt om het verbruik te bepalen. Het verbruik (C) kan met behulp van de volgende vergelijking worden berekend: C = I1 - O8. Op soortgelijke wijze moet ook de in coatings gebruikte hoeveelheid vaste stof worden bepaald, zodat elk jaar de jaarlijkse referentie-emissie en de beoogde emissie kunnen worden berekend.
  • ii. Voor de controle op de naleving van een totale grenswaarde die in uitgeworpen oplosmiddel per eenheid product wordt uitgedrukt, of zoals anders wordt geformuleerd in de bijlage, moet de oplosmiddelenboekhouding jaarlijks worden gebruikt om de NMVOS-emissie te bepalen. NMVOS-emissie (E) kan met behulp van de volgende vergelijking worden berekend: E = F + O1. Hierbij is F de diffuse emissie van NMVOS, zoals omschreven onder b (i) hieronder. Het emissiecijfer wordt gedeeld door de parameter voor het desbetreffende product.
  • b. Bepaling van de diffuse NMVOS-emissie ter vergelijking met diffuse-emissiewaarden in de bijlage:
  • i. Methodologie: de diffuse NMVOS-emissie kan met behulp van de volgende vergelijking worden berekend: F = I1 - O1 - O5 - O6 - O7 - O8 of F = O2 + O3 + O4 + O9. Deze hoeveelheid kan door rechtstreekse meting van de hoeveelheden worden bepaald. Het is ook mogelijk een gelijkwaardige berekening op een andere manier uit te voeren, bijvoorbeeld met behulp van het afvangrendement van het proces. De diffuse-emissiewaarde wordt uitgedrukt als een percentage van de input (I), die met behulp van de volgende vergelijking kan worden berekend: I = I1 + I2.
  • ii. Frequentie:de diffuse NMVOS-emissie kan met behulp van korte maar volledige metingen worden bepaald. Dit behoeft niet te worden herhaald zolang de apparatuur niet veranderd wordt.

Beginselen

1

Het reductieprogramma is bedoeld om de exploitant de mogelijkheid te bieden de emissie op een andere manier in dezelfde mate te verminderen als door de toepassing van de grenswaarden zou gebeuren. Daartoe kan de exploitant ieder speciaal voor zijn installatie ontworpen reductieprogramma gebruiken, mits uiteindelijk dezelfde emissiereductie wordt bereikt. De Partijen brengen verslag uit over de vorderingen met betrekking tot het bereiken van dezelfde emissiereductie, onder meer ook over hun ervaring met de toepassing van het reductieprogramma.

Praktische uitvoering

2

Bij het aanbrengen van coating, lak, vernis, kleefstof of inkt kan het volgende programma worden gebruikt. Wanneer deze methode niet bruikbaar is, kan de bevoegde instantie een exploitant toestaan een andere ontheffingsregeling toe te passen die naar haar overtuiging aan de hier geschetste beginselen voldoet. Bij de opzet van het programma wordt rekening gehouden met de volgende gegevens:

  • a. wanneer de vervangingsproducten met weinig of geen oplosmiddelen nog in ontwikkeling zijn, moet de exploitant extra tijd krijgen om zijn reductieprogramma uit te voeren;
  • b. het referentiepunt voor de emissiereducties moet zo goed mogelijk overeenkomen met de emissie die het resultaat zou zijn als er geen beperkende maatregelen zouden worden genomen.

3

De volgende regeling geldt voor installaties waarbij voor het product een constant gehalte aan vaste stof aangenomen en gebruikt kan worden voor de bepaling van het referentiepunt voor de emissiereducties:

  • a. De exploitant dient een reductieprogramma in waarin met name de daling van het gemiddelde gehalte aan oplosmiddelen van de totale input en/of de verhoging van het rendement bij het gebruik van vaste stoffen wordt vermeld die moet leiden tot een beperking van de totale emissie van de installatie tot een bepaald percentage van de jaarlijkse referentie-emissie, de zogenoemde beoogde emissie. Dit moet volgens het volgende tijdschema gebeuren:
Termijn Termijn Maximaal toege-stane totale jaar-lijkse emmissies
Nieuwe installaties Bestaande installaties
op 31-10-2001 op 31-10-2005 beoogde emissie x 1,5
op 31-10-2004 op 31-10-2007 beoogde emissie
  • b. De jaarlijkse referentie-emissie wordt als volgt berekend:
  • i. Eerst wordt de totale massa aan vaste stof in de hoeveelheid coating en/of inkt, lak, vernis of kleefstof bepaald die per jaar wordt gebruikt. Vaste stof is ieder materiaal in een coating, inkt, lak en kleefstof dat vast wordt wanneer het water of de vluchtige organische stoffen verdampt zijn.
  • ii. De jaarlijkse referentie-emissie wordt berekend door de volgens punt a bepaalde massa te vermenigvuldigen met de in onderstaande tabel vermelde factor. De bevoegde instanties kunnen deze factoren voor individuele installaties aanpassen om rekening te houden met een aangetoonde stijging van het rendement bij het gebruik van vaste stoffen.
Activiteit Vermenigvuldigingsfactor voor gebruik in punt b, (ii)
Rotatiediepdrukken; flexografisch drukken; lamineren als onderdeel van een drukactiviteit; drukken; lakken als onderdeel van een drukactiviteit; coaten van hout; coaten van textiel, stof, film of papier; aanbrengen van lijmlagen 4
Bandlakken; overspuiten van voertuigen 3
Coaten van voedselverpakking; coaten van luchtvaartuigen 2,33
Andere coatings en rotatiezeefdruk 1,5
  • iii. De beoogde emissie wordt berekend door de jaarlijkse referentie-emissie te vermenigvuldigen met een percentage dat gelijk is aan:
  • –. (de diffuse-emissiegrenswaarde + 15) voor installaties in de volgende sectoren: – coaten van voertuigen (oplosmiddelverbruik < 15 Mg/jaar) en overspuiten van voertuigen; – coaten van metaal, kunststof, textiel, stof, film en papier (oplosmiddelverbruik tussen 5 en 15 Mg/jaar); – coaten van houten oppervlakken (oplosmiddelverbruik tussen 15 en 25 Mg/jaar).
  • –. (de diffuse-emissiegrenswaarde + 5) voor alle andere installaties.
  • iv. Aan de eisen wordt voldaan als de feitelijke emissie van oplosmiddelen, bepaald aan de hand van de oplosmiddelenboekhouding, kleiner is dan of gelijk is aan de beoogde emissie.

1

Dit aanhangsel bij de bijlage inzake grenswaarden voor VOS-emissies uit stationaire bronnen vormt een richtlijn voor het opstellen van een oplosmiddelenboekhouding. Allereerst worden de beginselen vermeld (paragraaf 2), vervolgens worden regels inzake de massabalans gegeven (paragraaf 3) en ten slotte wordt aangegeven welke eisen aan de controle op de naleving worden gesteld (paragraaf 4).

2

De tijdschema's voor de toepassing van de grenswaarden voor brandstoffen en nieuwe mobiele bronnen als bedoeld in artikel 3, lid 5, en de grenswaarden voor gasolie als bedoeld in bijlage IV, tabel 2, zijn:

  • i. in het geval van een Partij die geen land is met een overgangseconomie, de datum van inwerkingtreding van dit Protocol of de datums in verband met de maatregelen nader omschreven in bijlage VIII en met de grenswaarden nader omschreven in bijlage IV, tabel 2, afhankelijk van welke datum later valt; en
  • ii. in het geval van een Partij die een land is met een overgangseconomie, vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Protocol of vijf jaar na de datums in verband met de maatregelen nader omschreven in bijlage VIII en met de grenswaarden in bijlage IV, tabel 2, afhankelijk van welke datum later valt.

De tijdschema's zijn niet van toepassing op een Partij bij dit Protocol voorzover voor die Partij met betrekking tot gasolie een korter tijdschema geldt ingevolge het Protocol inzake verdergaande vermindering van zwavelemissies.

3

Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder „een land met een overgangseconomie" verstaan een Partij die bij haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft verklaard dat zij behandeld wil worden als een land met een overgangseconomie voor de toepassing van punt 1 en/of 2 van deze bijlage.

Begripsomschrijvingen

1

Afdeling A is van toepassing op andere Partijen dan Canada en de Verenigde Staten van Amerika, afdeling B op Canada en afdeling C op de Verenigde Staten van Amerika.

2

De bijlage bevat grenswaarden voor NOx, uitgedrukt als stikstofdioxide-equivalenten (NO2), en voor koolwaterstoffen, die voor het merendeel vluchtige organische stoffen zijn, alsmede milieuspecificaties voor in de handel gebrachte brandstoffen voor voertuigen.x, uitgedrukt als stikstofdioxide-equivalenten (NO2), en voor koolwaterstoffen, die voor het merendeel vluchtige organische stoffen zijn, alsmede milieuspecificaties voor in de handel gebrachte brandstoffen voor voertuigen.

3

De tijdschema's voor het toepassen van de grenswaarden in deze bijlage zijn vastgelegd in bijlage VII.

A. Andere Partijen dan Canada en de Verenigde Staten van Amerika

Personenauto's en lichte voertuigen

4

Grenswaarden voor motorvoertuigen met ten minste vier wielen, die gebruikt worden voor het vervoer van personen (categorie M) en goederen (categorie N), zijn vermeld in tabel 1.

Zware voertuigen

5

Een Partij die ingevolge artikel 3bis van het onderhavige Protocol een keuze heeft gemaakt ten aanzien van bijlage VI en/of bijlage VIII mag niet tevens ingevolge het vierde lid een verklaring afleggen met betrekking tot dezelfde bijlage.

Inleiding

6

Grenswaarden voor motorfietsen en bromfietsen zijn vermeld in tabel 6 en tabel 7.

Terreinvoertuigen en -machines

7

Grenswaarden voor landbouw- en bosbouwtractoren en andere motoren van niet voor de openbare weg bestemde voertuigen/machines zijn vermeld in de tabellen 4 en 5. Fase I (tabel 4) is gebaseerd op ECE-reglement 96, Uniform provisions concerning the approval of compression-ignition (C.I.) engines to be installed in agricultural and forestry tractors with regard to the emissions of pollutants by the engine.

Brandstofkwaliteit

8

Ecologische kwaliteitsspecificaties voor benzine en diesel zijn vermeld in de tabellen 8 tot en met 11.

Tabel 1:Grenswaarden voor personenauto's en lichte voertuigen

Referent iemassa (RW) (kg) Grenswaarden Grenswaarden Grenswaarden Grenswaarden Grenswaarden Grenswaarden Grenswaarden Grenswaarden Grenswaarden
Referent iemassa (RW) (kg) Koolstofmonoxide Koolstofmonoxide Kool-waterstoffen Kool-waterstoffen Stikstofoxiden Stikstofoxiden Koolwaterstoffen en stikstofoxiden gecombineerd Koolwaterstoffen en stikstofoxiden gecombineerd Deeltjesa
Categorie Categorie Klasse Toe te passen vanafb L1 (g/km)g L1 (g/km)g L2 (g/km) L2 (g/km) L3 (g/km) L3 (g/km) L2+L3 (g/km) L2+L3 (g/km) L4 (g/km)
benzine diesel benzine diesel benzine diesel benzine diesel diesel
A Mc 1-1-2001 Alleg 2,3 0,64 0,20 0,15 0,50 0,56 0,05
N1d I 1-1-2001e RW ≤ 1305 2,3 0,64 0,20 0,15 0,50 0,56 0,05
II 1-1-2002 1305 < RW ≤ 1760 4,17 0,80 0,25 0,18 0,65 0,72 0,07
III 1-1-2002 1760 < RW 5,22 0,95 0,29 0,21 0,78 0,86 0,10
B Mc 1-1-2006 alle 1,0 0,50 0,10 0,08 0,25 0,30 0,025
N1d I 1-1-2006f RW ≤ 1305 1,0 0,50 0,10 0,08 0,25 0,30 0,025
II 1-1-2007 1305 < RW ≤ 1760 1,81 0,63 0,13 0,10 0,33 0,39 0,04
III 1-1-2007 1760 < RW 2,27 0,74 0,16 0,11 0,39 0,46 0,06
a)

Voor motoren met compressieontsteking.

b)

De registratie, verkoop of ingebruikneming van nieuwe voertuigen die niet voldoen aan de respectieve grenswaarden, wordt geweigerd per de in deze kolom genoemde datums en typegoedkeuring hoeft niet langer gegarandeerd te zijn vanaf twaalf maanden voorafgaand aan deze datums.

c)

Uitgezonderd voertuigen met een maximummassa van meer dan 2.500 kg.

d)

En de voertuigen uit categorie M omschreven in noot c.

e)

1-1-2002 voor de voertuigen uit categorie M nader omschreven in noot c.

f)

1-1-2007 voor de voertuigen uit categorie M nader omschreven in noot c.

g)

Tot 1 januari 2003 worden voertuigen in deze categorie die uitgerust zijn met motoren met compressieontsteking en niet voor de openbare weg bestemd zijn, en voertuigen met een maximummassa van meer dan 2.000 kg die ontworpen zijn om meer dan zes inzittenden te vervoeren, met inbegrip van de bestuurder, beschouwd als voertuigen van categorie N1, klasse III, in rij A.

Tabel 2:Grenswaarden voor zware voertuigen – ESC-tests (European steady-state cycle) en ELR-tests (European load-response)

Rij Toe te passen vanafa Koolstof-monoxide (g/kWh) (g/kWh) Stikstof-oxiden (g/kWh) Deeltjes (g/kWh) Rook (m-1)
A 1-10-2001 2,1 0,66 5,0 0,10 / 0,13b 0,8
B1 1-10-2006 1,5 0,46 3,5 0,02 0,5
B2 1-10-2009 1,5 0,46 2,0 0,02 0,5

a Met ingang vanaf de vermelde datums en met uitzondering van voertuigen en motoren bestemd voor de export naar landen die geen Partij zijn in dit Protocol, en van vervangingsmotoren voor in gebruik zijnde voertuigen, verbieden Partijen de registratie, verkoop, ingebruikneming of het gebruik van nieuwe voertuigen die worden aangedreven door een motor met compressieontsteking of een gasmotor en de verkoop en het gebruik van nieuwe motoren met compressieontsteking of gasmotoren als hun emissies niet voldoen aan de respectieve grenswaarden. Vanaf twaalf maanden voorafgaand aan deze datums kan typegoedkeuring worden geweigerd als niet aan de grenswaarden wordt voldaan.

b Voor motoren met een cilinderinhoud van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominale vermogenssnelheid van meer dan 3.000 omwentelingen per minuut.

Tabel 3:Grenswaarden voor zware voertuigen – ETC-test (European Transient Cycle)a)

Rij Toe te passen vanafb Koolstof-monoxide (g/kWh) Koolwaterstoffen uitgezonderd methaan (g/kWh) Methaanc(g/kWh) Stikstof-oxiden (g/kWh) Deeltjesd
A (2000) 1-10-2001 5,45 0,78 1,6 5,0 0,16 / 0,21e
B1 (2005) 1-10-2006 4,0 0,55 1,1 3,5 0,03
B2 (2008) 1-10-2009 4,0 0,55 1,1 2,0 0,03
a)

De omstandigheden voor de controle op de aannemelijkheid van de ETCtests bij het meten van de emissies van gasmotoren ten opzichte van de grenswaarden die van toepassing zijn in rij A, worden opnieuw onderzocht en, voorzover noodzakelijk, gewijzigd in overeenstemming met de procedure die is vastgelegd in artikel 13 van Richtlijn 70/156/EEC.

b)

Vanaf de vermelde datums en met uitzondering van voertuigen en motoren bestemd voor de export naar landen die geen Partij zijn in dit Protocol, en van vervangingsmotoren voor in gebruik zijnde voertuigen, verbieden Partijen de registratie, verkoop, ingebruikneming of het gebruik van nieuwe voertuigen die worden aangedreven door een motor met compressieontsteking of een gasmotor en de verkoop en het gebruik van nieuwe motoren met compressieontsteking of gasmotoren als hun emissies niet voldoen aan de respectieve grenswaarden. Vanaf twaalf maanden voorafgaand aan deze datums kan typegoedkeuring worden geweigerd als niet aan de grenswaarden wordt voldaan.

c)

Alleen voor aardgasmotoren.

d)

Niet van toepassing op gasmotoren in fase A en fasen B1 en B2.

e)

Voor motoren met een slagvolume van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominale toerental van meer dan 3.000 omwentelingen per minuut.

Tabel 4:Grenswaarden (fase I) voor dieselmotoren van mobiele, niet voor de openbare weg bestemde machines (meetprocedure ISO 8178)

Netto-vermogen (P)(kW) Toe te passen vanafa Kool-stof-mono-xide (g/kWh) Kool-water-stoffen (g/kWh) Stikstof-oxiden (g/kWh) Deeltjes (g/kWh)
130 ≤ P < 560 31-12-1998 5,0 1,3 9,2 0,54
75 ≤ P < 130 31-12-1998 5,0 1,3 9,2 0,70
37 ≤ P < 75 31-12-1998 6,5 1,3 9,2 0,85
a)

Vanaf de vermelde datum en met uitzondering van machines en motoren bestemd voor de export naar landen die geen Partij zijn in dit Protocol, staan Partijen de registratie, voorzover van toepassing, en het in de handel brengen van nieuwe motoren, al of niet geïnstalleerd in machines, alleen toe als zij voldoen aan de in de tabel vermelde grenswaarden. Typegoedkeuring voor een motortype of -familie wordt met ingang van 30 juni 1998 geweigerd als niet voldaan wordt aan de grenswaarden.

Noot: Dit zijn motor-uit-grenswaarden waaraan voldaan moet worden voordat de gassen een katalysator of een andere reinigingsvoorziening in de uitlaat bereiken.

Tabel 5:Grenswaarden (fase II) voor dieselmotoren van mobiele, niet voor de openbare weg bestemde machines (meetprocedure ISO 8178)

Netto-vermogen (P) (kW) Toe te passen vanafa Koolstof-monoxide (g/kWh) Kool-water-stoffen (g/kWh) Stikstof-oxiden (g/kWh) Deeltjes (g/kWh)
130 ≤ P < 560 31-12-2001 3,5 1,0 6,0 0,2
75 ≤ P < 130 31-12-2002 5,0 1,0 6,0 0,3
37 ≤ P < 75 31-12-2003 5,0 1,3 7,0 0,4
18 ≤ P < 37 31-12-2000 5,5 1,5 8,0 0,8
a)

Met ingang van de vermelde datum en met uitzondering van machines en motoren bestemd voor de export naar landen die geen Partij zijn in dit Protocol, staan Partijen de registratie, voorzover van toepassing, en het in de handel brengen van nieuwe motoren, al of niet geïnstalleerd in machines, alleen toe als zij voldoen aan de in de tabel vermelde grenswaarden. Typegoedkeuring voor een motortype of -familie wordt vanaf twaalf maanden voorafgaand aan deze datums geweigerd als niet voldaan wordt aan de grenswaarden.

Tabel 6:Grenswaarden voor motorfietsen en drie- en vierwielers (> 50 cm3; > 45 km/u) toe te passen vanaf 17 juni 1999a)

Motortype Grenswaarden
2-takt CO = 8 g/km HC = 4 g/km NOx = 0,1 g/km
4-takt CO = 13 g/km HC = 3 g/km NOx = 0,3 g/km
a)

Typegoedkeuring wordt geweigerd vanaf de vermelde datum als de emissies van het voertuig niet voldoen aan de grenswaarden.

Noot: Voor drie- en vierwielers moeten de grenswaarden vermenigvuldigd worden met 1,5.

Tabel 7:Grenswaarden voor bromfietsen (≤ 50 cm3; < 45 km/u);

Fase Toe te passen vanafa) Grenswaarden Grenswaarden
CO (g/km) HC + NOx (g/km)
I 17-61999 6,0b) 3,0b)
II 17-6-2002 1,0c) 1,2
a)

Typegoedkeuring wordt geweigerd vanaf de vermelde datums als de emissies van het voertuig niet voldoen aan de grenswaarden.

b)

Voor drie- en vierwielers geldt: vermenigvuldigen met 2.

c)

Voor drie- en vierwielers: 3,5 g/km.

Tabel 8:Milieuspecificaties voor in de handel gebrachte brandstoffen die worden gebruikt voor voertuigen die uitgerust zijn met motoren met elektrische ontsteking

Type: Benzine

Parameter Een-heid Grenzena) Grenzena) Test Test
Minimum Maximum Methodeb) Datum publicatie
RON-getal 95 EN 25164 1993
MON-getal 85 EN 25163 1993
Dampspanning volgens Reid, zomerperiodec) KPa 60 EN 12 1993
Distillatie:
verdampt bij 100 °C % (v/v) 46 EN-ISO 3405 1988
verdampt bij 150 °C % (v/v) 75
Koolwaterstoffen-analyse:
– olefinen % (v/v) 18,0d) ASTM D1319 1995
– aromaten 42 ASTM D1319 1995
– benzeen 1 project EN 12177 1995
Zuurstofgehalte % (m/m) 2,7 EN 1601 1996
Oxygenaten:
– Methanol (er moeten stabilisatoren worden toegevoegd) % (v/v) 3 EN 1601 1996
– Ethanol (stabilisatoren kunnen nodig zijn) % (v/v) 5 EN 1601 1996
– Isopropylalco-hol % (v/v) 10 EN 1601 1996
– Tert-butylalcohol % (v/v) (v/v) 7 EN 1601 1996
– Isobutylalcohol % (v/v) 10 EN 1601 1996
– Ethers met 5 of meer koolstofatomen per molecule % (v/v) 15 EN 1601 1996
Overige oxygenatene) % (v/v) 10 EN 1601 1996
Zwavelgehalte mg/kg 150 Project EN–ISO/DIS 14596 1996
a)

De in de specificatie genoemde waarden zijn „werkelijke waarden’’. Bij de vaststelling van de grenswaarden is uitgegaan van ISO 4259 Petroleum Products – Determination and application of precision data in relation to methods of test en bij de vaststelling van een minimumwaarde is met een minimumverschil van 2R boven nul rekening gehouden (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de verschillende metingen worden geïnterpreteerd aan de hand van de in ISO 4259 (gepubliceerd in 1995) gegeven criteria.

b)

EN: Europese norm, ASTM: American Society for Testing and Materials, DIS: Draft international standard.

c)

De zomerperiode begint uiterlijk 1 mei en eindigt niet voor 30 september. Voor lidstaten met arctische omstandigheden begint de zomerperiode uiterlijk 1 juni en eindigt zij niet voor 31 augustus en bedraagt de dampspanning volgens Reid maximaal 70 kPa.

d)

Behalve voor gewone loodvrije benzine (MON-getal minimaal 81 en RONgetal minimaal 91), waarvoor het olefinegehalte maximaal 21% (v/v) is. Deze grenzen vormen geen belemmering voor het op de markt van een lidstaat brengen van een andere loodvrije benzine met octaangetallen die lager zijn dan hier vermeld.

e)

Overige mono-alcoholen waarvan het distillatie-eindpunt niet hoger is dan het distillatie-eindpunt dat vastgesteld is in nationale specificaties of, zo deze ontbreken, in industriële specificaties voor motorbrandstoffen.

Noot: De Partijen zien erop toe dat er uiterlijk per 1 januari 2000 op hun grondgebied slechts benzine in de handel kan worden gebracht die beantwoordt aan de milieutechnische specificaties van tabel 8. Wanneer een Partij vaststelt dat het verbieden van benzine met een zwavelgehalte dat niet voldoet aan de specificaties voor het zwavelgehalte in tabel 8, maar die het huidige gehalte niet overschrijdt, ernstige problemen zou opleveren voor haar industrieën met betrekking tot het vóór 1 januari 2000 doorvoeren van de noodzakelijke veranderingen in de fabrieken, kan zij de termijn voor het in de handel brengen binnen haar grondgebied verlengen tot uiterlijk 1 januari 2003. In dat geval moet de Partij in een verklaring die samen met de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding moet worden neergelegd, uitdrukkelijk vermelden dat zij voornemens is de termijn te verlengen en het Uitvoerend Orgaan schriftelijk inlichten over de redenen daarvoor.

Tabel 9:Milieuspecificaties voor in de handel gebrachte brandstoffen die worden gebruikt voor voertuigen die uitgerust zijn met motoren met compressieontsteking

Type: Dieselbrandstof

Parameter Een-heid Grenzena) Grenzena) Test Test
Mini-mum Maxi-mum Methodeb) Datum publicatie
Cetaangetal 51 EN-ISO 5165 1992
Dichtheid bij 15 °C kg/m3 845 EN-ISO 3675 1995
Distillatiepunt: 95% C 360 EN-ISO 3405 1988
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen % (m/m) 11 IP 391 1995
Zwavelgehalte Mg/kg 350 Project EN–ISO/DIS 14596 1996
a)

De in de specificatie genoemde waarden zijn „werkelijke waarden”. Bij de vaststelling van de grenswaarden is uitgegaan van ISO 4259 Petroleum Products – Determination and application of precision data in relation tot methods of test en bij de vaststelling van een minimumwaarde is met een minimumverschil van 2R boven nul rekening gehouden (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de verschillende metingen worden geïnterpreteerd aan de hand van de in ISO 4259 (gepubliceerd in 1995) gegeven criteria.

b)

EN: Europese norm, IP: The Institute of Petroleum, DIS: Draft international standard.

Noot: De Partijen zien erop toe dat er uiterlijk per 1 januari 2000 op hun grondgebied slechts dieselolie in de handel kan worden gebracht die beantwoordt aan de milieutechnische specificaties van tabel 9. Wanneer een Partij vaststelt dat het verbieden van diesel met een zwavelgehalte dat niet voldoet aan de specificaties voor zwavelgehalte in tabel 9, maar die het huidige gehalte niet overschrijdt, ernstige problemen zou opleveren voor haar industrieën met betrekking tot het vóór 1 januari 2000 doorvoeren van de noodzakelijke veranderingen in hun fabrieken, kan zij de termijn voor het in de handel brengen binnen haar grondgebied verlengen tot uiterlijk 1 januari 2003. In dat geval moet de Partij in een verklaring die samen met de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding moet worden neergelegd, uitdrukkelijk vermelden dat zij voornemens is de termijn te verlengen en het Uitvoerend Orgaan schriftelijk inlichten over de redenen daarvoor.

Tabel 10:Milieuspecificaties voor in de handel gebrachte brandstoffen die worden gebruikt voor voertuigen die uitgerust zijn met motoren met elektrische ontsteking

Type: Benzine

Parameter Een-heid Grenzena) Grenzena) Test Test
Mini-mum Maxi-mum Methodeb) Datum publi-catie
RON-getal 95 EN 25164 1993
MON-getal 85 EN 5163 1993
Dampspanning, zomerperiode kPa
Distillatie:
Verdampt bij 100 °C % (v/v)
Verdampt bij 150 °C
Koolwaterstoffen-analyse:
– olefinen % (v/v)
– aromaten % (v/v) 35 ASTM D1319 1995
– benzeen % (v/v)
Zuurstofgehalte % (m/m)
Zwavelgehalte mg/kg 50 project EN-ISO/DIS 14596 1996
a)

De in de specificatie genoemde waarden zijn „werkelijke waarden”. Bij de vaststelling van de grenswaarden is uitgegaan van ISO 4259 Petroleum Products – Determination and application of precision data in relation tot methods of test en bij de vaststelling van een minimumwaarde is met een minimumverschil van 2R boven nul rekening gehouden (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de verschillende metingen worden geïnterpreteerd aan de hand van de in ISO 4259 (gepubliceerd in 1995) gegeven criteria.

b)

EN: Europese norm, ASTM: American Society for Testing and Materials, DIS: Draft international standard.

Noot: De Partijen zien erop toe dat er uiterlijk per 1 januari 2005 op hun grondgebied slechts benzine in de handel kan worden gebracht die beantwoordt aan de milieutechnische specificaties van tabel 10. Wanneer een Partij vaststelt dat het verbieden van benzine met een zwavelgehalte dat niet voldoet aan de specificaties voor zwavelgehalte in tabel 10, maar die niet voldoet aan tabel 8, ernstige problemen zou opleveren voor haar industrieën om met betrekking tot het doorvoeren vóór 1 januari 2005 van de noodzakelijke veranderingen in hun fabrieken, kan zij de termijn voor het in de handel brengen binnen haar grondgebied verlengen tot uiterlijk 1 januari 2007. In dat geval moet de Partij in een verklaring, die samen met de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding moet worden neergelegd, uitdrukkelijk vermelden dat zij voornemens is de termijn te verlengen en het Uitvoerend Orgaan schriftelijk inlichten over de redenen daarvoor.

Tabel 11:Milieuspecificaties voor in de handel gebrachte brandstoffen die worden gebruikt voor voertuigen die uitgerust zijn met motoren met compressieontsteking

Type: Dieselbrandstof

Parameter Een-heid Grenzena) Grenzena) Test Test
Mini-mum Maxi-mum Methodeb) Datum publicatie
Cetaangetal
Dichtheid bij 15 °C kg/m3
Distillatiepunt: 95% C
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen % (m/m)
Zwavelgehalte mg/kg - 50 project EN-ISO/DIS 14596 1996
a)

De in de specificatie genoemde waarden zijn „werkelijke waarden”. Bij de vaststelling van de grenswaarden is uitgegaan van ISO 4259 Petroleum Products – Determination and application of precision data in relation tot methods of test en bij de vaststelling van een minimumwaarde is met een minimumverschil van 2R boven nul rekening gehouden (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de verschillende metingen worden geïnterpreteerd aan de hand van de in ISO 4259 (gepubliceerd in 1995) gegeven criteria.

b)

EN: Europese norm, DIS: Draft international standard.

Noot: De Partijen zien erop toe dat er uiterlijk per 1 januari 2005 op hun grondgebied slechts benzine in de handel kan worden gebracht die beantwoordt aan de milieutechnische specificaties van tabel 11. Wanneer een Partij vaststelt dat het verbieden van benzine met een zwavelgehalte dat niet voldoet aan de specificaties voor zwavelgehalte in tabel 11, maar die wel voldoet aan tabel 9, ernstige problemen zou opleveren voor haar industrieën met betrekking tot het doorvoeren vóór 1 januari 2005 van de noodzakelijke veranderingen in hun fabrieken, kan zij de termijn voor het in de handel brengen binnen haar grondgebied verlengen tot uiterlijk 1 januari 2007. In dat geval moet de Partij in een verklaring die samen met de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding moet worden neergelegd, uitdrukkelijk vermelden dat zij voornemens is de termijn te verlengen en het Uitvoerend Orgaan schriftelijk inlichten over de redenen daarvoor.

B. Canada

9

Nieuwe emissienormen voor lichte voertuigen, lichte vrachtwagens, zware voertuigen, zware motoren en motorfietsen: Motor Vehicle Safety Act (en opvolgende wetgeving), bijlage V van de Motor Vehicle Safety Regulations: Vehicle Emissions (Standard 1100), SOR/97-376, (28 juli 1997), zoals van tijd tot tijd gewijzigd.

10

Canadian Environmental Protection Act, Diesel Fuel Regulations, SOR/97-110 (4 februari 1997, zwavel in dieselbrandstof), zoals van tijd tot tijd gewijzigd.

11

Canadian Environmental Protection Act, Benzene in Gasoline Regulations, SOR/97-493 (6 november 1997), zoals van tijd tot tijd gewijzigd.493 (6 november 1997), zoals van tijd tot tijd gewijzigd.

12

Canadian Environmental Protection Act, Sulphur in Gasoline Regulations, Canada Gazette, Deel II, 4 juni 1999, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.

C. Verenigde Staten van Amerika

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)