Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
De nieuwe lidstaten dragen in acht gelijke termijnen die vervallen op de in artikel 3 genoemde data bij tot de reserves, de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede tot het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken bedrag, bevattende het saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze aan het einde van de maand voorafgaande aan de toetreding zijn vastgesteld en in de balans van de Bank voorkomen, door storting van bedragen die overeenkomen met de volgende percentages van de reserves en voorzieningen3)De genoemde cijfers zijn indicatief en zijn gebaseerd op de voor 2002 door Eurostat (New Cronos) gepubliceerde ramingen.:
| Polen | 2,4234% |
|---|---|
| Tsjechië | 0,8084% |
| Hongarije | 0,7477% |
| Slowakije | 0,2723% |
| Slovenië | 0,2530% |
| Litouwen | 0,1672% |
| Cyprus | 0,1205% |
| Letland | 0,1041% |
| Estland | 0,0768% |
| Malta | 0,0492% |
Artikel 5
De in de artikelen 2, 3 en 4 van dit Protocol bedoelde stortingen worden door het Koninkrijk Spanje en de nieuwe lidstaten verricht in contanten in euro, behoudens afwijkingen waartoe door de Raad van gouverneurs met eenparigheid van stemmen wordt besloten.
Artikel 6
Bij de toetreding benoemt de Raad van gouverneurs overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de statuten voor elk van de nieuwe lidstaten een bewindvoerder, alsook plaatsvervangers.
De ambtsperiode van de aldus benoemde bewindvoerders en plaatsvervangers loopt af aan het einde van de jaarvergadering van de Raad van gouverneurs tijdens welke het jaarverslag over het boekjaar 2007 wordt behandeld.
Bij de toetreding coöpteert de Raad van bewind de deskundigen en hun plaatsvervangers.
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Eraan herinnerend dat in de gemeenschappelijke verklaring betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen („Sovereign Base Areas", hierna „SBA's" genoemd), welke gehecht is aan de Slotakte bij het Verdrag betreffende de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschappen, gesteld wordt dat de regels die gelden voor de betrekkingen tussen de Europese Economische Gemeenschap en deze zones zullen worden vastgesteld in het kader van een eventuele regeling tussen deze Gemeenschap en de Republiek Cyprus;
Rekening houdend met de bepalingen over de SBA's in het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus (hierna het „Oprichtingsverdrag" genoemd) en de daarbij horende notawisseling van 16 augustus 1960;
Akte nemend van de notawisseling tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk en de Regering van de Republiek Cyprus betreffende het bestuur van de SBA's van 16 augustus 1960 en de daaraan gehechte verklaring van de Regering van het Verenigd Koninkrijk dat een der hoofddoelstellingen de bescherming is van de belangen van personen die in een SBA verblijven of werken, en in dit verband overwegend dat de bedoelde personen zo veel mogelijk dezelfde behandeling moeten krijgen als personen die in de Republiek Cyprus verblijven of werken;
Tevens nota nemend van de bepalingen van het Oprichtingsverdrag betreffende de douaneregelingen tussen de SBA's en de Republiek Cyprus en met name van die welke vervat zijn in bijlage F bij dat verdrag;
Tevens nota nemend van de toezegging van het Verenigd Koninkrijk om geen douaneposten of andere grensafsluitingen te installeren tussen de SBA's en de Republiek Cyprus, alsmede van de regelingen die getroffen zijn uit hoofde van het Oprichtingsverdrag waarbij de autoriteiten van de Republiek Cyprus allerlei openbare diensten verrichten in de SBA's, inclusief op het gebied van landbouw, douane en belastingen;
Bevestigend dat de toetreding van de Republiek Cyprus tot de Europese Unie de rechten en verplichtingen van de partijen bij het Oprichtingsverdrag onverlet dient te laten;
Erkennend derhalve dat sommige bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de daaraan gerelateerde communautaire wetgeving dienen te worden toegepast op de SBA's en dat speciale regelingen dienen te worden getroffen voor de uitvoering van deze bepalingen in de SBA's,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.
Artikel 2
De SBA's worden opgenomen in het douanegebied van de Gemeenschap; hiertoe zijn de in deel I van de bijlage bij dit protocol opgesomde instrumenten op het gebied van douane en gemeenschappelijk handelsbeleid, met de in de Bijlage vermelde wijzigingen, van toepassing op de SBA's.
De besluiten inzake omzetbelasting, accijnzen en andere vormen van indirecte belasting in deel II van de bijlage bij dit protocol zijn, met de in de bijlage vermelde wijzigingen, van toepassing op de SBA's, alsook de relevante bepalingen die van toepassing zijn op Cyprus, als vervat in de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie.
De besluiten in deel III van de bijlage bij dit protocol worden in de in de bijlage uiteengezette zin gewijzigd om het Verenigd Koninkrijk in staat te stellen de in het Oprichtingsverdrag vastgelegde verminderingen en vrijstellingen van rechten en heffingen op leveringen aan zijn strijdkrachten en daarmee geassocieerd personeel, te handhaven.
Artikel 3
De volgende bepalingen van het verdrag en daarmee verband houdende bepalingen zijn van toepassing op de SBA's:
- a. Titel II van het derde deel van het EG-Verdrag over landbouw en de op basis daarvan vastgestelde bepalingen;
- b. de krachtens artikel 152, lid 4, onder b), van het EG-Verdrag vastgestelde maatregelen.
Artikel 4
Personen die wonen of werken op het grondgebied van de SBA's en die krachtens de regelingen die zijn getroffen uit hoofde van het Oprichtingsverdrag en de daarmee verband houdende notawisseling van 16 augustus 1960 onderworpen zijn aan de socialezekerheidswetgeving van de Republiek Cyprus, worden voor Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen1)PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2. behandeld alsof zij op het grondgebied van de Republiek Cyprus wonen of werken.
Artikel 5
De Republiek Cyprus behoeft geen controle uit te oefenen op personen die haar land- en zeegrenzen met een SBA overschrijden; op dergelijke personen zijn eventuele communautaire beperkingen op overschrijding van de buitengrenzen niet van toepassing.
Het Verenigd Koninkrijk oefent conform de verbintenissen in deel IV van de bijlage bij dit protocol controle uit op personen die de buitengrenzen van een SBA overschrijden.
Artikel 6
De Raad kan, in het belang van een doeltreffende uitvoering van de doelstellingen van dit protocol, met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie de artikelen 2 tot en met 5 alsook de bijlage wijzigen, dan wel andere bepalingen van het EG-Verdrag en daarmee verband houdende communautaire wetgeving op de door hem bepaalde wijze en voorwaarden op de SBA's toepassen. De Commissie raadpleegt het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Cyprus alvorens een voorstel in te dienen.
Artikel 7
Onverminderd lid 2 is het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk voor de uitvoering van dit protocol in de SBA's. In het bijzonder geldt het volgende:
- a. het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor de toepassing van de in dit protocol gespecificeerde communautaire maatregelen op het gebied van douane, indirecte belastingen en het gemeenschappelijk handelsbeleid met betrekking tot goederen die Cyprus binnenkomen of verlaten via een haven of luchthaven binnen een SBA;
- b. goederen die door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk via een haven of luchthaven in de Republiek Cyprus in Cyprus zijn ingevoerd, c.q. uit Cyprus zijn uitgevoerd kunnen binnen de SBA's aan douanecontrole worden onderworpen;
- c. het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor de afgifte van de vergunningen en certificaten die krachtens toepasselijke communautaire maatregelen vereist zijn met betrekking tot goederen die door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk in Cyprus zijn ingevoerd, c.q. uit Cyprus zijn uitgevoerd.
De Republiek Cyprus is verantwoordelijk voor het beheer en de uitbetaling van de gelden waarvoor personen in de SBA's krachtens artikel 3 van dit protocol uit hoofde van de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de SBA's in aanmerking komen; de Republiek Cyprus legt aan de Commissie verantwoording af voor dergelijke uitgaven.
Onverminderd de leden 1 en 2 kan het Verenigd Koninkrijk de uitoefening van taken die bij of krachtens een bepaling als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 aan een lidstaat zijn opgelegd, in overeenstemming met de regelingen die krachtens het Oprichtingsverdrag zijn getroffen, overdragen aan de bevoegde autoriteiten van de Republiek Cyprus.
Het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Cyprus werken samen in het belang van de doeltreffende uitvoering van dit protocol in de SBA's, en sluiten in voorkomend geval nadere akkoorden voor de overdracht van de uitvoering van bepalingen als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5. Van dergelijke akkoorden wordt een afschrift verstrekt aan de Commissie.
Artikel 8
De in dit protocol vastgelegde regeling heeft uitsluitend betrekking op de speciale situatie van de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen en kan op geen enkel ander grondgebied van de Gemeenschap worden toegepast, noch geheel of gedeeltelijk als precedent dienen voor enige andere speciale regeling die reeds bestaat of kan worden ingevoerd op een ander Europees grondgebied als bedoeld in artikel 299 van het Verdrag.
Artikel 9
De Commissie brengt om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van dit protocol.
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Uiting gevend aan de bereidheid van de Unie om ook na de toetreding van Litouwen tot de Europese Unie voor de periode tot 2006 en daarna voldoende aanvullende communautaire steun te geven voor de ontmantelingswerkzaamheden van Litouwen, en er nota van nemend dat Litouwen, gezien dit blijk van solidariteit van de Unie, heeft toegezegd reactor 1 en reactor 2 van de kerncentrale van Ignalina vóór respectievelijk 2005 en 2009 te zullen sluiten,
Zich er rekenschap van gevend dat de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, met twee van de voormalige Sovjet-Unie geërfde reactoren van het RBMK-type met een vermogen van 1500 MW, een ongekend grootscheepse onderneming is die voor Litouwen een uitzonderlijk zware financiële last met zich meebrengt die niet in verhouding staat tot de omvang en de economische draagkracht van het land, en dat de ontmanteling ook na afloop van de huidige financiële vooruitzichten perspectieven van de Gemeenschap nog zal voortgaan,
Nota nemend van de noodzaak uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor de aanvullende communautaire steun teneinde de gevolgen van de sluiting en de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina te ondervangen,
Er nota van nemend dat Litouwen bij het gebruik van de communautaire steun naar behoren rekening zal houden met de behoeften van de regio's die het meest getroffen worden door de sluiting van de kerncentrale van Ignalina,
Verklarend dat bepaalde maatregelen waarvoor staatssteun wordt verleend, beschouwd zullen worden als verenigbaar met de interne markt, zoals de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, de aanpassing aan de milieu-eisen overeenkomstig het acquis en de modernisering van de conventionele elektriciteitsopwekkingscapaciteit die nodig is om de gevolgen van de sluiting van de twee reactoren van de kerncentrale van Ignalina te kunnen ondervangen,
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:
Artikel 1
Uit erkentelijkheid voor de bereidheid van de Unie om voldoende aanvullende communautaire steun te verlenen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina door Litouwen en ter onderstreping van dit blijk van solidariteit, zegt Litouwen toe reactor 1 en reactor 2 van de kerncentrale van Ignalina uiterlijk op respectievelijk 31 december 2005 en 31 december 2009 te zullen sluiten en vervolgens te zullen ontmantelen.
Artikel 2
In de periode 2004–2006 zal de Gemeenschap Litouwen aanvullende financiële steun verlenen ter ondersteuning van de ontmanteling en om de gevolgen van de sluiting en ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina te ondervangen (hierna „het Ignalina-programma” genoemd).
De maatregelen in het kader van het Ignalina-programma worden vastgesteld en uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa1)PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11. , laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2500/20012)PB L 342 van 27.12.2001, blz. 1..
Het Ignalina-programma omvat onder meer het volgende: maatregelen ter ondersteuning van de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina; maatregelen voor aanpassing aan de milieu-eisen overeenkomstig het acquis en voor modernisering van de conventionele elektriciteitsopwekkingscapaciteit ter vervanging van de productiecapaciteit van de twee reactoren van de kerncentrale van Ignalina; andere maatregelen die voortvloeien uit het besluit tot sluiting en ontmanteling van deze centrale en die bijdragen tot de noodzakelijke herstructurering, aanpassing aan de milieu-eisen en modernisering van de sectoren voor de productie, het transport en de distributie van energie in Litouwen, alsook tot de verbetering van de energievoorzieningszekerheid en van de energie-efficiëntie in Litouwen.
Het Ignalina-programma omvat maatregelen die ertoe moeten bijdragen dat het personeel van de centrale een hoog niveau van operationele veiligheid van de kerncentrale van Ignalina kan handhaven in de perioden voorafgaand aan de sluiting en tijdens de ontmanteling van de beide reactoren.
Voor de periode 2004–2006 zal het Ignalina-programma 285 miljoen euro aan vastleggingskredieten belopen, vast te leggen in gelijke bedragen per jaar.
De bijdrage in het kader van het Ignalina-programma kan voor bepaalde maatregelen tot 100% van de totale uitgaven belopen. Alles moet in het werk gesteld worden om de medefinanciering in het kader van de pretoetredingssteun voor de ontmantelingswerkzaamheden van Litouwen voort te zetten, en om, waar nodig, medefinanciering uit andere bronnen aan te trekken.
De steun in het kader van het Ignalina-programma, of delen daarvan, kan beschikbaar worden gesteld in de vorm van een bijdrage van de Gemeenschap aan het Internationale steunfonds voor de ontmanteling van Ignalina, dat beheerd wordt door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.
Staatssteun uit nationale, communautaire en internationale bronnen:
- –. voor de aanpassing aan de milieu-eisen overeenkomstig het acquis en de modernisering van de Litouwse thermische centrale in Elektrenai als belangrijkste vervanging voor de opwekkingscapaciteit van de twee reactoren van de Ignalina-kerncentrale; en
- –. voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina
dient verenigbaar te zijn met de interne markt als omschreven in het EG-Verdrag.
Staatssteun uit nationale, communautaire en internationale bronnen ter ondersteuning van de inspanningen van Litouwen om de gevolgen van de sluiting en ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina te ondervangen, mag voor elk afzonderlijk geval geacht worden – in het kader van het EG-Verdrag – verenigbaar te zijn met de interne markt, met name wanneer het gaat om staatssteun ter verbetering van de energievoorzieningszekerheid.
Artikel 3
De EU geeft er zich rekenschap van dat de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina een langetermijnproject is en voor Litouwen uitzonderlijke financiële lasten met zich meebrengt, belasting die niet in verhouding staat tot de omvang en de economische draagkracht van het land, en bevestigt uit solidariteit met Litouwen bereid te zijn ook na 2006 voldoende aanvullende communautaire steun voor de ontmanteling te zullen blijven verlenen.
Met het oog hierop wordt het Ignalina-programma ononderbroken voortgezet en verlengd tot na 2006. De uitvoeringsbepalingen voor het verlengde Ignalina-programma worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 56 van de Akte van toetreding en treden uiterlijk op de einddatum van de huidige financiële vooruitzichten in werking.
Het overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, van dit Protocol verlengde Ignalina-programma is gebaseerd op dezelfde elementen en beginselen als omschreven in artikel 2 van dit Protocol.
Voor de periode van de volgende financiële vooruitzichten zullen de algemene gemiddelde vastleggingen in het kader van het verlengde Ignalina-programma toereikend zijn. De programmering van deze middelen zal gebaseerd zijn op de feitelijke betalingsbehoeften en opnamecapaciteit.
Artikel 4
Onverminderd het bepaalde in artikel 1 is tot en met 31 december 2012 de algemene vrijwaringsclausule bedoeld in artikel 37 van de Akte van toetreding van toepassing indien de energievoorziening in Litouwen verstoord wordt.
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Gezien de bijzondere positie van de regio Kaliningrad van de Russische Federatie in de context van de uitbreiding van de Unie,
Indachtig de verplichtingen en toezeggingen van Litouwen betreffende het acquis inzake de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid,
Er nota van nemend dat Litouwen het EG-acquis met betrekking tot de lijst van landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum, en van landen waarvan de onderdanen zijn vrijgesteld van deze plicht, alsook het EG-acquis inzake een uniform visummodel uiterlijk vanaf de toetreding volledig zal toepassen en implementeren,
Erkennend dat de doorreis van personen over land tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie over EU-grondgebied een aangelegenheid is die de Unie als geheel betreft en als zodanig behandeld moet worden en geen negatieve gevolgen voor Litouwen mag hebben,
Overwegende het door de Raad te nemen besluit om de controles aan de binnengrenzen op te heffen nadat hij heeft vastgesteld dat aan de daartoe noodzakelijke voorwaarden voldaan is,
Vastbesloten Litouwen bij te staan de voorwaarden te vervullen om zo spoedig mogelijk volledig te kunnen deelnemen aan het Schengengebied zonder binnengrenzen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
De communautaire voorschriften en regelingen voor de doorreis van personen over land tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie, met name Verordening (EG) nr. 693/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot invoering van een specifiek Doorreisfaciliteringsdocument (FTD), een Doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) en tot wijziging van de Gemeenschappelijke Visum-instructie en het Gemeenschappelijk Handboek1)PB L 99 van 17.4.2003, blz. 8., vormen als zodanig geen reden tot uitstel of belemmering voor de volledige deelname van Litouwen aan het Schengenacquis, inclusief de opheffing van de binnengrenscontroles.
Artikel 2
De Gemeenschap staat Litouwen bij bij de implementatie van de voorschriften en regelingen voor de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie, opdat Litouwen zo spoedig mogelijk volledig aan het Schengenacquis kan deelnemen.
De Gemeenschap staat Litouwen bij bij het beheer van de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie en neemt met name alle extra kosten voor de implementatie van de specifieke bepalingen van het acquis voor deze doorreis voor haar rekening.
Artikel 3
Onverminderd de soevereine rechten van Litouwen zullen latere besluiten inzake de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie pas na de toetreding van Litouwen worden genomen; de Raad neemt deze besluiten met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie.
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Nota nemend van de toezegging van Slowakije dat het reactor 1 en reactor 2 van de V1-kerncentrale in Bohunice uiterlijk in respectievelijk 2006 en 2008 zal sluiten, en uiting gevend aan de bereidheid van de Unie om tot 2006 financiële steun te blijven verlenen ter voortzetting van de pretoetredingssteun in het kader van het PHARE-programma, teneinde Slowakije bij te staan bij de ontmanteling,
Nota nemend van de noodzaak om uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor de voortzetting van de communautaire steun,
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:
Artikel 1
Slowakije verbindt zich ertoe reactor 1 en reactor 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice uiterlijk op respectievelijk 31 december 2006 en 31 december 2008 te sluiten en vervolgens te ontmantelen.
Artikel 2
In de periode 2004–2006 zal de Gemeenschap Slowakije financiële steun verlenen ter ondersteuning van de ontmanteling en om de gevolgen van de sluiting en ontmanteling van reactor 1 en reactor 2 van de V1-kerncentrale in Bohunice te ondervangen (hierna „de steun" genoemd).
De steun wordt vastgesteld en uitgevoerd – ook na de toetreding van Slowakije tot de Unie – overeenkomstig het bepaalde van Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa1)PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11., laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2500/20012)PB L 342 van 27.12.2001, blz. 1..
Voor de periode 2004–2006 zal de steun 90 miljoen euro aan vastleggingskredieten belopen, vast te leggen in gelijke bedragen per jaar.
De steun of delen daarvan kunnen beschikbaar worden gesteld als bijdrage van de Gemeenschap aan het Internationale steunfonds voor de ontmanteling van Bohunice, dat beheerd wordt door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.
Artikel 3
De Europese Unie is zich ervan bewust dat de ontmanteling van de V1-kerncentrale van Bohunice ook na afloop van de huidige financiële vooruitzichten zal moeten voortduren en dat deze inspanning een aanzienlijke financiële last vormt voor Slowakije. Bij besluiten over de voortzetting van EU-steun op dit gebied na 2006 zal met deze situatie rekening worden gehouden.
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Nogmaals bevestigend dat zij zich verbonden hebben tot een algehele regeling van het vraagstuk Cyprus, in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en dat zij de inspanningen te dien einde van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties krachtig steunen,
Overwegende dat een dergelijke algehele regeling van het vraagstuk Cyprus nog niet tot stand is gekomen,
Overwegende dat derhalve de invoering van het acquis moet worden opgeschort in de zones van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent,
Overwegende dat deze opschorting zal worden ingetrokken zodra het vraagstuk Cyprus is opgelost,
Overwegende dat de Europese Unie bereid is, in overeenstemming met de beginselen waarop zij is gegrondvest, zich naar de voorwaarden van een dergelijke regeling te schikken,
Overwegende dat de voorwaarden moeten worden vastgesteld waaronder de toepasselijke rechtsvoorschriften van de EU gelden ten aanzien van de grens tussen enerzijds de bovengenoemde zones en anderzijds de zones waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent, alsmede de oostelijke zone onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië en Noord-Ierland,
De wens uitend dat de toetreding van Cyprus tot de Europese Unie alle Cypriotische burgers ten goede komt en vrede en verzoening bevordert,
Overwegende derhalve dat dit Protocol in geen enkel opzicht een beletsel mag zijn voor daartoe strekkende maatregelen,
Overwegende dat zulke maatregelen onverlet laten, de toepassing van het acquis in alle andere gebiedsdelen van de Republiek Cyprus volgens de voorwaarden van het Toetredingsverdrag,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
De invoering van het acquis wordt opgeschort in de zones van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.
De Raad besluit, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen over de intrekking van de in lid 1 bedoelde opschorting.
Artikel 2
De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen de voorwaarden vast waaronder de rechtsvoorschriften van de EU gelden ten aanzien van de grens tussen de in artikel 1 bedoelde gebieden en de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent.
De grens tussen de oostelijke zone onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de in artikel 1 bedoelde zones wordt, voor de toepassing van deel IV van de bijlage bij het Protocol betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen, beschouwd als een deel van de buitengrenzen van de zones die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen, zulks voor de duur van de opschorting van de invoering van het acquis uit hoofde van artikel 1.
Artikel 3
Dit Protocol vormt in geen enkel opzicht een beletsel voor maatregelen die worden getroffen ter bevordering van de economische ontwikkeling van de in artikel 1 bedoelde zones.
Die maatregelen laten onverlet, de toepassing van het acquis in alle andere gebiedsdelen van de Republiek Cyprus, volgens de voorwaarden van het Toetredingsverdrag.
Artikel 4
Indien een regeling tot stand komt, besluit de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen omtrent over de aanpassingen die met betrekking tot de Turks-Cypriotische gemeenschap worden aangebracht in de voorwaarden betreffende de toetreding van Cyprus tot de Europese Unie.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld.
GEDAAN te Athene, de zestiende april tweeduizenddrie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)