Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

Type Verdrag
Publication 2026-04-01
Laatst bijgewerkt 2026-06-02
State In force
Source BWB
artikelen 168
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

In afwijking van het bepaalde in regel 3.3 kunnen de in dit hoofdstuk bedoelde aanvragen en verzoeken ingevolge het Protocol van Madrid ook worden gesteld in het Engels.

Regel 1.14. Omzetting

De aanvraag om inschrijving zoals bedoeld in artikel 9quinquies van het Protocol van Madrid moet vergezeld zijn van een bewijs van de doorhaling van de internationale inschrijving.

HOOFDSTUK 3. WEIGERING EN OPPOSITIE

Regel 1.15. Bezwaartermijn weigering

1.

De termijn bedoeld in artikel 2.11, lid 3, en 2.13, lid 2, van het Verdrag om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt ten minste een maand; deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.

2.

In voorkomend geval dient een deposant die zich tegen de voorlopige weigering verzet binnen de in lid 1 genoemde termijn eveneens te voldoen aan de vereisten van regel 3.6 en 3.7.

3.

Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikel 2.12, lid 1, van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen zodra zij niet meer vatbaar zijn voor voorziening in cassatie.

Regel 1.16. Oppositiegegevens

1.

De oppositie wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:

  • a. de naam van opposant;
  • b. in voorkomend geval, de vermelding dat opposant optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
  • c. gegevens ter identificatie van het oudere merk;
  • d. de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de oppositie berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de oppositie verondersteld te berusten op alle waren en diensten waarop het oudere merk betrekking heeft;
  • e. gegevens ter identificatie van het merk waartegen de oppositie is gericht;
  • f. de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de oppositie verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten waarop het geopponeerde merk betrekking heeft;
  • g. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2.

In voorkomend geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.

3.

Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.

4.

De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in regel 1.17, lid 1, sub i, bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.

Regel 1.17. Proceduretaal

1.

De proceduretaal is een van de werktalen van het Bureau. Zij wordt bij oppositie tegen een Benelux-aanvraag vastgesteld op de volgende wijze:

  • a. de proceduretaal is de taal van de aanvraag van verweerder;
  • b. in afwijking van het onder a bepaalde is de proceduretaal de taal gekozen door de opposant indien de taal van de aanvraag van verweerder het Engels is.
2.

In geval van een oppositie tegen een internationale aanvraag wordt de proceduretaal door opposant gekozen uit de werktalen van het Bureau. Indien opposant kiest voor een van de officiële talen van het Bureau, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor de andere officiële taal van het Bureau. Indien opposant voor het Engels kiest, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor een van de officiële talen van het Bureau. Bij uitblijven van een reactie van verweerder op de taalkeuze van opposant is de proceduretaal de taal gekozen door opposant.

3.

In afwijking van het in de leden 1 en 2 bepaalde kunnen partijen gezamenlijk kiezen voor een andere proceduretaal.

4.

De keuze voor een proceduretaal wordt gemaakt als volgt:

  • a. de opposant geeft bij de akte van oppositie de werktaal van het Bureau aan die zijn voorkeur heeft als proceduretaal;
  • b. indien de verweerder zich kan verenigen met de taalkeuze van opposant deelt hij dit binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid van de oppositie mede.
5.

Het Bureau deelt de proceduretaal mede aan partijen.

6.

De oppositiebeslissing wordt opgesteld in de proceduretaal.

Regel 1.18. Vertaling

1.

De vaststelling van de proceduretaal laat onverlet de mogelijkheid van partijen om zich in de oppositieprocedure te bedienen van een andere werktaal van het Bureau dan de proceduretaal.

2.

Indien een van de partijen argumenten indient in een werktaal van het Bureau die niet de proceduretaal is, vertaalt het Bureau deze argumenten in de proceduretaal, tenzij de wederpartij heeft aangegeven geen prijs te stellen op vertaling.

3.

Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de in de proceduretaal ingediende argumenten van de wederpartij in een andere werktaal van het Bureau.

4.

Op verzoek van een partij vertaalt het Bureau de oppositiebeslissing in de andere werktaal van het Bureau.

5.

Vertaling kan worden verzocht bij indiening van de akte van oppositie of bij de mededeling van verweerder als bedoeld in regel 1.17, lid 4, sub b.

6.

Argumenten die niet in een van de werktalen van het Bureau zijn ingediend, worden als niet-ingediend beschouwd.

7.

Indien argumenten ingevolge deze regel door het Bureau worden vertaald, geldt het document in de taal waarin het werd ingediend als authentiek.

Regel 1.19. Wijziging taalkeuze

1.

Tot de aanvang van de procedure kunnen de ingevolge regel 1.17 gemaakte keuzen op gezamenlijk verzoek van partijen worden gewijzigd.

2.

Gedurende de oppositieprocedure kan elke partij schriftelijk te kennen geven niet langer prijs te stellen op vertaling door het Bureau bedoeld in regel 1.18.

Regel 1.20. Taal stukken ter ondersteuning argumenten of gebruik

Het bepaalde in de regels 1.17 tot en met 1.19 laat onverlet dat stukken die dienen ter ondersteuning van argumenten of om gebruik van een merk aan te tonen, in hun oorspronkelijke taal kunnen worden ingediend. De stukken worden slechts in aanmerking genomen indien het Bureau oordeelt dat deze, gezien de reden van indiening, voldoende begrijpelijk zijn.

Regel 1.21. Beginsel van hoor en wederhoor

De inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor als bedoeld in artikel 2.16, lid 1, BVIE houdt met name in dat:

  • a. een afschrift van elk relevant stuk dat bij het Bureau door een partij wordt ingediend naar de andere partij wordt verzonden, ook indien de oppositie niet ontvankelijk is. Indien ingediende argumenten ingevolge het bepaalde in regel 1.18 door het Bureau worden vertaald zal doorzending plaatsvinden tezamen met deze vertaling;
  • b. een afschrift van elk relevant stuk dat het Bureau aan een partij zendt tevens aan de andere partij wordt gezonden;
  • c. de oppositiebeslissing slechts kan worden genomen op gronden waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren;
  • d. feiten waarop de wederpartij niet heeft gereageerd als niet betwist worden beschouwd;
  • e. het oppositieonderzoek beperkt is tot de door partijen aangevoerde argumenten, feiten en bewijsmiddelen;
  • f. de oppositiebeslissing schriftelijk opgesteld, gemotiveerd en naar partijen gestuurd wordt.

Regel 1.22. Opschorting

1.

Indien de procedure ingevolge artikel 2.16, lid 2, BVIE wordt opgeschort doet het Bureau hiervan mededeling aan partijen, onder vermelding van de grond van opschorting.

2.

Indien de grond voor opschorting is opgeheven wordt de procedure voortgezet. Het Bureau deelt dit mede aan partijen, vermeldt hierbij welke handelingen op het betreffende moment in de procedure dienen te worden verricht en stelt hiervoor in voorkomend geval een aanvullende termijn.

3.

Opschorting op gezamenlijk verzoek geschiedt voor een periode van vier maanden, en kan met telkens eenzelfde periode worden verlengd. Elke partij kan gedurende een opschorting op gezamenlijk verzoek op ieder moment verzoeken de opschorting op te heffen.

4.

Indien de procedure is aangevangen, wordt deze opgeschort op het moment dat het Bureau het gezamenlijk verzoek heeft ontvangen. Het Bureau deelt dit mede aan partijen en vermeldt hierbij de nieuwe termijn. Indien de procedure nog niet is aangevangen, wordt het gezamenlijk verzoek tot opschorting opgevat als een verlenging van de in regel 1.14, lid 1, sub b bedoelde termijn.

5.

Voordat de procedure is aangevangen is opschorting op gezamenlijk verzoek gedurende de eerste twaalf maanden kosteloos. Voor verdere verlenging van de opschorting voor aanvang van de procedure, voor opschorting gedurende de procedure en de verlenging daarvan is een taks verschuldigd. Indien deze niet wordt betaald bij het verzoek tot opschorting stelt het Bureau daarvoor een termijn van een maand. Indien niet of te laat wordt betaald wordt de procedure overeenkomstig lid 2 voortgezet.

6.

Opschorting van de oppositieprocedure ontheft partijen niet van de verplichtingen die zij hebben ingevolge regel 1.16.

Regel 1.23. Mondelinge behandeling

1.

Een mondelinge behandeling kan ambtshalve of op verzoek van partijen worden gehouden indien het Bureau hiertoe gronden aanwezig acht.

2.

De mondelinge behandeling verloopt volgens een door de Directeur-Generaal opgesteld reglement.

Regel 1.24. Meer opposities

1.

Indien verscheidene opposities tegen een merk zijn ingediend kan het Bureau voor aanvang van de procedure besluiten een of meer opposities die bij een eerste onderzoek de meeste kans op toewijzing lijken te hebben in behandeling te nemen. In dat geval kan het Bureau besluiten om de behandeling van de overige opposities uit te stellen. Het Bureau stelt de resterende opposanten in kennis van elke relevante beslissing die in de voortgezette procedures wordt genomen.

2.

Indien de in behandeling genomen oppositie gegrond bevonden wordt en deze beslissing definitief geworden is, wordt aan de uitgestelde opposities geacht de grondslag te zijn ontvallen.

Regel 1.25. Bewijzen van gebruik

1.

De in artikel 2.16bis BVIE bedoelde stukken om het gebruik van het merk aan te tonen worden gevraagd en overgelegd volgens de nadere regels, vastgelegd in regel 1.14, lid 1, sub d, e en f.

2.

De bewijzen van gebruik dienen aanwijzingen te bevatten over de plaats, duur, omvang en wijze van het gebruik dat is gemaakt van het oudere merk voor de waren en diensten waarop de oppositie berust.

3.

Deze bewijzen van gebruik dienen te voldoen aan de in regel 3.4 bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken.

4.

De verweerder kan zijn aanvraag om bewijzen van gebruik in te dienen intrekken dan wel de verstrekte bewijzen als voldoende beschouwen.

Regel 1.26. Openbaarheid oppositie

De akte van oppositie en de oppositiebeslissing zijn openbaar. De argumenten en overige stukken van de partijen, ongeacht of ze mondeling dan wel schriftelijk worden aangevoerd, zijn slechts toegankelijk voor derden met de instemming van de partijen.

Regel 1.27. Inhoud oppositiebeslissing

Een oppositiebeslissing bevat de volgende gegevens:

  • a. het nummer van de oppositie;
  • b. de datum van de beslissing;
  • c. de namen van de partijen en in voorkomend geval hun gemachtigden;
  • d. gegevens van de bij de oppositieprocedure betrokken merken of andere rechten;
  • e. een samenvatting van de feiten en het verloop van de procedure;
  • f. in voorkomend geval een analyse van de gebruiksbewijzen;
  • g. in voorkomend geval een vergelijking van de merken en de waren of diensten waarop deze betrekking hebben;
  • h. de beslissing van het Bureau;
  • i. de beslissing met betrekking tot de kosten;
  • j. de namen van de rapporteur en de overige twee personen die aan de besluitvorming hebben deelgenomen;
  • k. de naam van de administratieve behandelaar van het dossier.

Regel 1.28. Kostenbepaling oppositie

1.

De restitutie als bedoeld in artikel 2.16, lid 3, BVIE wordt vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan 60% van de taks verschuldigd voor oppositie, wanneer zij voor de aanvang van de procedure plaatsvindt en op een bedrag dat gelijk is aan 40% van deze taks, wanneer zij na dat tijdstip plaatsvindt.

2.

Er vindt geen restitutie plaats indien er, overeenkomstig het bepaalde in regel 1.15, lid 2, slechts een betaling van 40% van de voor oppositie verschuldigde taksen heeft plaatsgevonden.

3.

De kosten als bedoeld in artikel 2.16, lid 5, BVIE worden vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan de basistaks oppositie.

4.

Voor vertaling ingevolge regel 1.18 is een door de Directeur-Generaal vastgestelde vergoeding verschuldigd door de partij die argumenten indient in een taal van het Bureau die niet de proceduretaal is of door de partij die vertaling in de andere taal van het Bureau dan de proceduretaal wenst. De Directeur-Generaal stelt tevens een vergoeding vast voor vertaling van de oppositiebeslissing en vertolking bij een mondelinge behandeling.

Regel 1.29. Verzoek om de beslissing niet ten uitvoer te leggen

Na de in artikel 2.16, lid 4, BVIE bedoelde beslissing en uiterlijk totdat deze definitief wordt, kunnen partijen het Bureau gezamenlijk verzoeken de beslissing niet ten uitvoer te leggen.

Regel 1.30. Indiening van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring

1.

De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring als bedoeld in artikel 2.30bis BVIE wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:

  • a. de naam van verzoeker;
  • b. gegevens ter identificatie van de merkinschrijving waartegen de vordering is gericht;
  • c. de waren of diensten waartegen de vordering is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de vordering verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten;
  • d. een aanduiding van de grond of gronden waarop de vordering is gebaseerd. Verzoeker kan deze grond of gronden gedurende de procedure, uiterlijk bij het indienen van zijn argumenten of reactie, wijzigen of uitbreiden. Indien dit tot gevolg heeft dat een extra taks verschuldigd is, stelt het Bureau verzoeker een termijn van een maand om deze te voldoen;
  • e. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
2.

Indien de vordering is gebaseerd op de in artikel 2.30bis, lid 1, sub b, BVIE bedoelde gronden, dient het document tevens de volgende gegevens te bevatten:

  • a. gegevens ter identificatie van het oudere merk of oudere recht;
  • b. indien de vordering is gebaseerd op een ouder merk, de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de vordering berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de vordering verondersteld te berusten op alle waren en diensten;
  • c. in voorkomend geval, de vermelding dat verzoeker optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk.
3.

In het in lid 2, sub c, bedoelde geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.

4.

Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.

5.

De in lid 1, sub c en lid 2, sub b, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de vordering berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in regel 1.31, lid 1, sub i, of lid 2, sub h, bedoelde beslissing door de verzoeker worden beperkt.

Regel 1.31. Verloop procedure

1.

De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring wordt volgens de volgende procedure behandeld:

  • a. het Bureau beslist overeenkomstig regel 1.32 of de vordering ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in artikel 2.30quater BVIE bedoelde geval, de verzoeker en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
  • b. de verweerder beschikt over een termijn van een maand om zijn voorkeuren betreffende het taalgebruik aan te geven, waarna het Bureau overeenkomstig regel 1.34 de proceduretaal vaststelt en deze aan partijen meedeelt;
  • c. de verzoeker beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling om de vordering met argumenten en stukken ter ondersteuning daarvan te onderbouwen. Bij gebreke daarvan wordt de vordering verder buiten behandeling gelaten;
  • d. het Bureau stuurt de argumenten van verzoeker naar de verweerder, en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren en, indien de vordering is gebaseerd op artikel 2.30bis, lid 1, sub b, onder i, BVIE, eventueel bewijzen van gebruik van het oudere merk als bedoeld in artikel 2.30quinquies BVIE te vragen;
  • e. in voorkomend geval wordt verzoeker een termijn van twee maanden gesteld om de gevraagde bewijzen van gebruik over te leggen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat;
  • f. indien er bewijzen van gebruik worden overgelegd, zendt het Bureau deze door naar de verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om schriftelijk te reageren op de bewijzen van gebruik en, indien deze dit bij de onder d bedoelde gelegenheid nog niet had gedaan, op de argumenten van verzoeker;
  • g. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht, kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
  • h. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig regel 1.39;
  • i. het Bureau neemt een beslissing. Indien een vordering die op verscheidene gronden berust op basis van één van deze gronden wordt toegewezen, neemt het Bureau over de overige ingeroepen gronden, indien deze hetzelfde rechtsgevolg hebben, geen beslissing. Indien een op artikel 2.30bis, lid 1, sub b, onder i, BVIE gebaseerde vordering die op verscheidene oudere merken berust op basis van één van deze merken wordt toegewezen neemt het Bureau over de overige ingeroepen merken evenmin een beslissing.
2.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de vordering, indien deze uitsluitend is gebaseerd op artikel 2.30bis, lid 1, sub a, jo. artikel 2.27, lid 2, BVIE, volgens de volgende procedure behandeld:

  • a. het Bureau beslist overeenkomstig regel 1.32 of de vordering ontvankelijk is en stelt partijen of, in het in artikel 2.30quater BVIE bedoelde geval, de verzoeker en het Internationaal Bureau hiervan in kennis;
  • b. de verweerder beschikt over een termijn van een maand om zijn voorkeuren betreffende het taalgebruik aan te geven, waarna het Bureau overeenkomstig regel 1.34 de proceduretaal vaststelt en deze aan partijen meedeelt;
  • c. de verweerder beschikt over een termijn van twee maanden vanaf de onder b bedoelde mededeling om schriftelijk te reageren door bewijzen van gebruik in te dienen dan wel te motiveren dat er een geldige reden voor niet-gebruik bestaat;
  • d. indien verweerder reageert, stuurt het Bureau deze reactie door naar verzoeker en stelt hem een termijn van twee maanden om daarop schriftelijk te reageren. Bij uitblijven van een reactie van verzoeker wordt de vordering verder buiten behandeling gelaten;
  • e. het Bureau stuurt de reactie van verzoeker door naar verweerder en stelt hem een termijn van twee maanden om daarop schriftelijk te reageren;
  • f. indien het Bureau daartoe gronden aanwezig acht, kan het een of meer partijen verzoeken om binnen een daartoe gestelde termijn aanvullende argumenten of stukken in te dienen;
  • g. er kan een mondelinge behandeling worden gehouden overeenkomstig regel 1.39;
  • h. het Bureau neemt een beslissing.
3.

Indien verweerder geen domicilie binnen de Europese Economische Ruimte heeft, dient binnen de in lid 1, sub d of lid 2, sub c, genoemde termijn alsnog aan dit vereiste van regel 3.6 te worden voldaan.

Regel 1.32. Ontvankelijkheidsvereisten

1.

De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring is ontvankelijk wanneer zij voldoet aan de voorwaarden bedoeld in regel 1.30, lid 1, sub a tot en met d, en lid 2, van dit reglement, en artikel 2.30bis, lid 2, BVIE.

2.

Indien de vordering is gebaseerd op artikel 2.30bis, lid 1, sub a, jo. artikel 2.27, lid 2, BVIE, is zij slechts ontvankelijk wanneer het betwiste merk op het moment van instellen van de vordering langer dan vijf jaar is ingeschreven.

Regel 1.33. Regularisatie vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring

1.

Indien het Bureau vaststelt dat de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring niet voldoet aan andere vereisten dan die bedoeld in regel 1.32, doet hij hiervan mededeling aan de verzoeker en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt de vordering verder buiten behandeling gelaten.

2.

Indien het Bureau vaststelt dat andere door partijen ingediende stukken dan bedoeld in lid 1 niet voldoen aan de in dit reglement bedoelde vereisten, doet hij hiervan mededeling aan de betreffende partij en stelt hem een termijn van twee maanden om de vastgestelde gebreken op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig worden opgeheven, wordt het betreffende stuk geacht niet te zijn ingediend.

HOOFDSTUK 4. CONVERSIES VAN GEMEENSCHAPSMERKEN

Regel 1.34. Proceduretaal

1.

De proceduretaal is een van de werktalen van het Bureau. Zij wordt bij een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring tegen een Benelux-inschrijving vastgesteld op de volgende wijze:

  • a. de proceduretaal is de taal van de inschrijving van verweerder;
  • b. in afwijking van het onder a bepaalde is de proceduretaal de taal gekozen door de verzoeker indien de taal van de inschrijving van verweerder het Engels is.
2.

In geval van een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring tegen een internationale inschrijving wordt de proceduretaal door verzoeker gekozen uit de werktalen van het Bureau. Indien verzoeker kiest voor een van de officiële talen van het Bureau, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor de andere officiële taal van het Bureau. Indien verzoeker voor het Engels kiest, kan verweerder binnen een termijn van een maand na de datum van de kennisgeving van ontvankelijkheid aangeven daarmee niet akkoord te gaan en kiezen voor een van de officiële talen van het Bureau. Bij uitblijven van een reactie van verweerder op de taalkeuze van verzoeker is de proceduretaal de taal gekozen door verzoeker.

3.

In afwijking van het in de leden 1 en 2 bepaalde kunnen partijen gezamenlijk kiezen voor een andere proceduretaal.

4.

De keuze voor een proceduretaal wordt gemaakt als volgt:

  • a. de verzoeker geeft bij indiening van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring de werktaal van het Bureau aan die zijn voorkeur heeft als proceduretaal;
  • b. indien de verweerder zich kan verenigen met de taalkeuze van verzoeker deelt hij dit binnen de in regel 1.31, lid 1, sub b of lid 2, sub b, bedoelde termijn mede.
5.

Het Bureau deelt de proceduretaal mede aan partijen.

6.

De beslissing van het Bureau wordt opgesteld in de proceduretaal.

TITEL II. TEKENINGEN OF MODELLEN

Regel 2.1. Depotvereisten

1.

Het Beneluxdepot van een tekening of model geschiedt in het Nederlands of het Frans door de indiening van een document, bevattende:

  • a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
  • b. afbeelding(en) van het uiterlijk van het voortbrengsel;
  • c. de vermelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd;
  • d. een omschrijving van de kleur of de kleuren van de tekening of het model; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenstemmende kleurcode;
  • e. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2.

Het document kan bovendien bevatten:

  • a. een beschrijving in niet meer dan 150 woorden van de kenmerkende eigenschappen van het nieuwe uiterlijk van het voortbrengsel;
  • b. de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
  • c. een verzoek om opschorting van de publicatie van de inschrijving, als bedoeld in regel 2.5.
3.

In voorkomend geval dienen naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.

4.

Het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, moet nauwkeurig worden aangegeven en bij voorkeur met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid.

Regel 2.2. Meervoudig depot

Een Beneluxdepot kan verscheidene tekeningen of modellen bevatten tot ten hoogste 50. In zodanig geval is het bepaalde in regel 2.1, lid 1, sub b, c en d, lid 2 en 4, ten aanzien van iedere tekening of model van toepassing. Iedere tekening of model dient aangeduid te worden met een verschillend nummer.

Regel 2.3. Vaststellen depotdatum en termijn regularisatie

1.

De in artikel 3.9, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 2.1, lid 1, sub a, b en c, behoudens betaling van de rechten verschuldigd voor het depot, binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.

2.

De termijn bedoeld in artikel 3.9, lid 2, van het Verdrag om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt tenminste een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.

3.

In geval van een meervoudig depot is artikel 3.9, lid 3, van het Verdrag slechts van toepassing op de niet-geregulariseerde tekeningen of modellen.

Regel 2.4. Prioriteit

1.

Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dienen het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, te worden vermeld. Indien de deposant in het land van oorsprong niet degene is die het Beneluxdepot heeft verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.

2.

De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van de tekening of het model, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.

3.

De deposant, die zich op een recht van voorrang beroept, is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.

4.

Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de regels 3.3 en 3.6, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.

Regel 2.5. Opschorting publicatie

1.

De deposant, die opschorting van de publicatie van de inschrijving wenst, dient hiertoe bij het depot een verzoek in te dienen onder opgave van de termijn, waarvoor opschorting van de publicatie gevraagd wordt.

2.

De opschorting van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot kan slechts gevraagd worden voor alle tekeningen en modellen tezamen en voor éénzelfde termijn.

3.

Indien de deposant, die opschorting heeft gevraagd van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot, bij afloop van de termijn van opschorting aan het Bureau meedeelt, dat hij slechts publicatie wenst van een deel van de tekeningen of modellen, dient hij dit te doen onder opgave van de nummers van de tekeningen of modellen waarvan hij publicatie wenst.

4.

De deposant kan te allen tijde om beëindiging van de termijn van opschorting verzoeken.

Regel 2.6. Verzoek tweede publicatie

De termijn bedoeld in artikel 3.11, lid 3, van het Verdrag, gedurende welke de deposant aan het Bureau een tweede publicatie van de tekening of het model kan vragen, bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de eerste publicatie.

Regel 2.7. Inschrijving

1.

Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:

  • a. het nummer van de inschrijving;
  • b. de datum en het nummer van het depot;
  • c. de in regel 2.1 bedoelde gegevens;
  • d. in voorkomend geval, het ingeroepen recht van voorrang onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt overeenkomstig regel 2.4 lid 1;
  • e. ingeval van opschorting van de publicatie van de inschrijving, de gegevens opgenomen in regel 2.5, lid 1;
  • f. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
  • g. het nummer van de klasse en de onderklasse van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno in welke het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, is gerangschikt;
  • h. de datum van inschrijving.
2.

Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten.

3.

Het Bureau zendt de houder onverwijld een bewijs van inschrijving toe.

Regel 2.8. Datum inschrijving internationale depots

Als datum van inschrijving van internationale depots van tekeningen of modellen waarbij de Benelux werd aangeduid geldt de datum van de in artikel 3.11, lid 1, van het Verdrag bedoelde publicatie.

Regel 2.9. Inschrijving handhaving gewijzigde vorm

Een verzoek tot inschrijving van de in artikel 3.24, lid 3, van het Verdrag bedoelde verklaring van de houder of rechterlijke beslissing dient te worden ingediend bij het Bureau en dient te bevatten de naam en het adres van de houder, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede het nummer van de inschrijving.

Regel 2.10. Inschrijving vordering tot opeising en doorhaling van deze inschrijving

1.

Het verzoek tot inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag, dient te bevatten de naam en het adres van degene die de vordering instelt, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede de naam en het adres van de houder en het nummer van de inschrijving van het Benelux- of internationaal depot van de betreffende tekening of het betreffende model.

2.

De in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag bedoelde inschrijving van de vordering tot opeising wordt op verzoek van de meest gerede partij doorgehaald. Deze dient daartoe, hetzij een rechterlijke beslissing waartegen geen hoger beroep of cassatie meer kan worden ingesteld, hetzij een stuk waaruit blijkt dat de vordering is ingetrokken, over te leggen.

Regel 2.11. Vernieuwing

De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht. Indien de houder van een meervoudig depot gebruik wil maken van de mogelijkheid die wordt geopend door artikel 3.14, lid 4, van het Verdrag, dient hij de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarvan hij de vernieuwing van de inschrijving wenst.

Regel 2.12. Inschrijving vernieuwing

1.

Het Bureau schrijft de vernieuwingen in het register in door toevoeging aan de inschrijving van de datum van de vernieuwing en de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.

2.

Het Bureau zendt de houder onverwijld een bewijs van vernieuwing van de inschrijving toe.

TITEL III. BEPALINGEN GEMEENSCHAPPELIJK AAN MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN

HOOFDSTUK 1. AANPASSINGEN VAN INSCHRIJVINGEN

Regel 3.1. Wijzigingen in het register

1.

Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux depot of inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in regel 3.6. In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.

2.

Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.

3.

De doorhaling van de inschrijving van een pandrecht of een beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.

4.

Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een pandrecht, als bedoeld in de artikelen 2.33 en 3.27 van het Verdrag, blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.

5.

Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in regel 1.18, lid 5, geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.

HOOFDSTUK 5. CONVERSIES VAN UNIEMERKEN

Regel 3.2. Internationale depots met geldigheid in de Benelux

1.

Betreffende de internationale depots ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Beneluxgebied, schrijft het Bureau, onverminderd het bepaalde in de regels 1.8 en 2.8, in het register in de van het Internationaal Bureau komende kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 2.10 en 4.4 van het Verdrag.

2.

Indien een internationaal depot van een collectief merk niet vergezeld is van een reglement op het gebruik en het toezicht, wijst het Bureau de deposant onverwijld op zijn verplichting dit reglement binnen de in artikel 2.36, lid 2, van het Verdrag bedoelde termijn, over te leggen. Met betrekking tot de collectieve merken wordt in dit register melding gemaakt van het al dan niet overgelegd zijn en van de wijzigingen van het reglement op het gebruik en het toezicht.

3.

Bovendien worden in het register aangetekend de gegevens betreffende nietigverklaring, vervallenverklaring en licenties, pandrecht en beslag, van tekeningen of modellen voor zover deze het Beneluxgebied betreffen.

4.

Regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de in lid 3 bedoelde gegevens.

HOOFDSTUK 3. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Regel 3.3. Talen Bureau

1.

De talen van het Bureau zijn het Nederlands en het Frans.

2.

Alle stukken die aan het Bureau worden overgelegd dienen in een van deze talen te zijn gesteld. Het bepaalde in de regels 1.22 en 1.24 vormt hierop een uitzondering.

3.

Bewijzen van een recht van voorrang, van naamswijziging, uittreksels van akten waaruit een overdracht, een andere overgang, een licentie of een pandrecht blijkt, de daarop betrekking hebbende verklaringen, de reglementen op het gebruik en het toezicht en de wijzigingen daarvan, worden eveneens aanvaard indien zij in het Engels of het Duits zijn gesteld.

4.

De in lid 3 genoemde stukken die in een andere taal zijn gesteld worden eveneens aanvaard indien een vertaling ervan in een van de talen van het Bureau of het Engels of het Duits is bijgevoegd.

Regel 3.4. Indiening van stukken

1.

De aan het Bureau of de nationale diensten over te leggen stukken, bewijsstukken en bijlagen kunnen worden ingediend met behulp van de daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide (al dan niet elektronische) middelen. De Directeur-Generaal kan daarbij per handeling waarop de indiening betrekking heeft verschillende middelen aanduiden.

2.

De in lid 1 genoemde stukken, bewijsstukken en bijlagen die niet voldoen aan het daaromtrent door de Directeur-Generaal bepaalde worden geacht niet te zijn ontvangen door het Bureau.

Regel 3.5. Ondertekening van stukken

Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het Benelux-register of in het register van internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau, is ondertekend namens een rechtspersoon, dient daarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar te zijn vermeld.

Regel 3.6. Aanstelling gemachtigde

1.

Alle handelingen bij het Bureau of een nationale dienst kunnen worden verricht door tussenkomst van een vertegenwoordiger die als gemachtigde optreedt.

2.

Een gemachtigde dient een woonplaats of zetel te hebben binnen de Europese Gemeenschap of de Europese Economische Ruimte.

3.

Alle mededelingen ten aanzien van deze handelingen worden aan de gemachtigde gericht.

4.

Een ieder die binnen de Europese Gemeenschap of de Europese Economische Ruimte geen zetel of woonplaats heeft noch een gemachtigde heeft aangewezen, moet aldaar een correspondentieadres aangeven.

Regel 3.7. Volmachten

1.

Eenieder die stelt op te treden als vertegenwoordiger van een belanghebbende voor het verrichten van een handeling bij het Bureau wordt verondersteld hiertoe door belanghebbende te zijn gemachtigd.

2.

Indien een vertegenwoordiger het Bureau verzoekt een registratie door te halen dient deze een daartoe strekkende volmacht in te dienen.

3.

Indien het Bureau redenen heeft om te twijfelen aan de machtiging van een vertegenwoordiger, bij welke handeling dan ook, kan het verzoeken een volmacht in te dienen. De termijn hiervoor bedraagt een maand. Deze termijn zal op verzoek met een maand worden verlengd. Het uitblijven van een tijdige reactie heeft tot gevolg dat het verzoek buiten behandeling zal worden gelaten.

Regel 3.8. Bevestiging ontvangst van stukken

1.

Het Bureau bevestigt de ontvangst van elk stuk dat bestemd is voor inschrijving in het Benelux-register of in het register van de internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau.

2.

Ieder stuk wordt bij ontvangst door de bevoegde instantie gedagtekend onder vermelding van uur, dag, maand en jaar van ontvangst.

3.

Het Bureau registreert de verzending en ontvangst van stukken. Deze registratie vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van verzending en ontvangst en van het moment waarop dit heeft plaatsgevonden.

Regel 3.9. Termijnen en sluitingsdagen

1.

De in dit reglement bedoelde in maanden uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende maand, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen. Indien de betreffende maand geen overeenkomende dag heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van deze maand.

2.

De in dit reglement bedoelde in weken uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende week, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen.

3.

Indien de dienst van de bevoegde instantie gesloten is op de laatste dag van een ingevolge het Verdrag of dit reglement in acht te nemen termijn, wordt die termijn verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop deze dienst geopend is.

4.

In geval van verstoring van de normale postbedeling in een van de Beneluxlanden gedurende minstens één van de vijf werkdagen, voorafgaand aan het einde van de termijn bedoeld in de regels 1.3, lid 1 en 2, 1.4, lid 4, 1.10, lid 1, 2.3, lid 1 en 2, 2.4, lid 4, en 3.1, lid 5, en de in hoofdstuk 3 van titel I bedoelde termijnen, zullen stukken, binnengekomen bij de terzake bevoegde instantie na afloop van de in voornoemde regels bepaalde termijnen, in behandeling genomen worden alsof ze tijdig waren ingediend bij deze instantie, mits redelijkerwijs kan aangenomen worden dat de verstoring van de normale postbedeling de oorzaak is van het na afloop van genoemde termijnen binnenkomen van die stukken.

Regel 3.10. Inlichtingen en afschriften

1.

Het Bureau verschaft afschriften en inlichtingen op grondslag van het Benelux-register. De nationale diensten verschaffen uit naam en voor rekening van het Bureau dezelfde inlichtingen en afschriften voor zover zij daarover beschikken.

2.

Het register kan worden geraadpleegd op door de Directeur-Generaal vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur-Generaal worden vastgesteld.

3.

De bewijsstukken van het recht van voorrang, bedoeld in artikel 4, onder D, derde lid, van het Verdrag van Parijsworden door het Bureau, of in voorkomend geval de nationale diensten, verschaft. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, nadat conform het bepaalde in de regels 1.3, lid 1, en 2.3, lid 1, de depotdatum is vastgesteld.

Regel 3.11. Ter beschikking stellen formulieren

Het Bureau en de nationale diensten stellen formulieren beschikbaar voor het verrichten van die handelingen die langs niet-elektronische weg kunnen worden verricht. De Directeur-Generaal stelt het model van deze formulieren vast. Deze worden gepubliceerd op de website van het Bureau.

Regel 3.12. Benelux-register

1.

Het Benelux-register bevat twee gedeelten:

  • a. een register van Beneluxdepots;
  • b. een register van internationale depots.
2.

Het Benelux-register en de stukken die dienen tot bewijs van de daarin opgenomen aantekeningen kunnen kosteloos worden ingezien bij het Bureau.

3.

Het Benelux-register kan eveneens kosteloos worden geraadpleegd bij de Belgische en Luxemburgse nationale diensten.

Regel 3.13. Publicatie

Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in artikel 4.4, sub b, van het Verdrag uitsluitend in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft:

  • a. alle ingeschreven gegevens betreffende Beneluxdepots, bedoeld in de regels 1.5, 1.6, 1.7, 1.11, 2.7, 2.12 en 3.1. Bij een beperkte vernieuwing van de inschrijving van een meervoudig depot van een tekening of model zal de publicatie van de vernieuwing de nummers van de gehandhaafde tekeningen of modellen vermelden;
  • b. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale merkdepots, bedoeld in regel 1.8 lid 2;
  • c. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale depots van tekeningen of modellen bedoeld in regel 3.2 lid 3;
  • d. de inschrijving van de verklaring of de rechterlijke beslissing bedoeld in regel 2.9;
  • e. het feit van de inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in regel 2.10.

Regel 3.14. Nadere regels

De in regel 3.4 bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.

TITEL III. : BEPALINGEN GEMEENSCHAPPELIJK AAN MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN

HOOFDSTUK 1. AANPASSINGEN VAN INSCHRIJVINGEN

Regel 4.1. Soorten i-DEPOT

Het in artikel 4.4bis van het Verdrag genoemde i-DEPOT bestaat in een fysieke variant („i-DEPOT enveloppe”) en in een elektronische variant („online i-DEPOT”).

Regel 4.2. Indiening i-DEPOT enveloppe

1.

Een i-DEPOT enveloppe bestaat uit twee gelijke aan elkaar gekoppelde compartimenten en kan bij het Bureau worden verkregen tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht.

2.

Indiening van een i-DEPOT enveloppe geschiedt door terugzending aan het Bureau van de twee aan elkaar gekoppelde compartimenten die beide dezelfde stukken dienen te bevatten; de enveloppe dient te zijn voorzien van naam en adres van de indiener.

3.

Zonder de inhoud te controleren stelt het Bureau overeenkomstig regel 3.8 het moment van ontvangst van de i-DEPOT enveloppe vast, brengt een bevestiging hiervan aan op beide compartimenten van de enveloppe en stuurt één van deze compartimenten terug aan indiener.

Regel 4.3. Bewaring i-DEPOT enveloppe

1.

Het Bureau bewaart één van de compartimenten van de i-DEPOT enveloppe gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.

2.

De bewaartermijn kan met periodes van vijf jaar worden verlengd.

3.

Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.

4.

Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.

5.

Het Bureau vernietigt de i-DEPOT enveloppen waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.

6.

Indiener kan het Bureau gedurende de bewaarneming verzoeken om de toezending van het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe. Door toezending van dit compartiment eindigt de bewaarneming door het Bureau.

HOOFDSTUK 3. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Regel 4.4. Rechten depot, vernieuwing, wijzigingen

a.basisrecht individueel merk, tot drie klassen (regel 1.1) 240
b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen (regel 1.2) 373
c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde 37
d. aanvullend recht voor spoedinschrijving, tot drie klassen (regel 1.7) 193
e. aanvullend recht voor spoedinschrijving per klasse boven de derde 30
f. aanvullend recht voor de beschrijving van onderscheidende elementen (regel 1.1, lid 2) 39
g. inschrijving verklaring van een recht van voorrang (regel 1.4, lid 2) 15
a. basisrecht oppositie 1.000
--- ---
b. aanvullend recht per ingeroepen recht boven het derde 100
c. opschorting op verzoek en verlenging daarvan voor aanvang procedure (maximaal een jaar) (regel 1.26) gratis
d. opschorting op verzoek en verlenging daarvan in overige gevallen, per twee maanden (regel 1.26) 100
e. vertaling van argumenten (regel 1.21) eerste vier pagina’s* pagina: maximaal 30 regels met maximaal 80 karakters. iedere pagina * pagina: maximaal 30 regels met maximaal 80 karakters.of deel daarvan, boven de vierde gratis 55
f. vertaling van beslissing, per pagina* of deel daarvan (regel 1.21) 45
a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen 260
--- ---
b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen 474
c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde 46
d. extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum (artikel 2.9 lid 4 Verdrag) 129
a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag
--- ---
eerste merk 54
tweede tot en met vijfde merk 27
elk volgend merk gratis
b. aantekening waren- en dienstenbeperking 44
c. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot
eerste merk 22
tweede tot en met vijfde merk 11
elk volgend merk gratis
d. wijziging naam en/of adres van een merkhouder, gemachtigde of licentiehouder gratis
e. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving
eerste merk 18
elk volgend merk 9

Regel 4.5. Overige vergoedingen (merken)

a. basisvergoeding onderzoek, tot 3 klassen 150
b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde 20
a. basisvergoeding abonnement, tot 3 klassen 50
--- ---
b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde 8
a. niet gewaarmerkt, per inschrijving 4
--- ---
b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde 5
c. gewaarmerkt, per inschrijving 15
d. gewaarmerkt, overige per bladzijde 17
e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) 15
a. minder dan een uur 23
--- ---
b. langer dan een uur, per uur 55

Regel 4.6. Doorzending internationale en gemeenschapsmerken

1. Internationaal merk; indiening aanvraag inschrijving of vernieuwing 80
a. indiening aanvraag 80
--- ---
b. indien de verzendkosten meer dan € 25,– bedragen verzendkosten

Regel 4.7. Individuele rechten internationale merken

Het bedrag van de individuele rechten zoals bedoeld in artikel 8, 7), a) van het Protocol van Madrid is als volgt:

a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen 159
b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen 227
c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde 16
a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen 260
--- ---
b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen 474
c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde 46

HOOFDSTUK 3. TEKENINGEN OF MODELLEN

Regel 4.8. Rechten depot, vernieuwing, wijzigingen

a. enkelvoudig depot 108
b. publicatie per afbeelding 10
c. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen 40
a. depot eerste tekening of model 108
--- ---
b. 2e t/m 10e tekening of model, per tekening of model 54
c. 11e t/m 20e tekening of model, per tekening of model 27
d. 21e t/m 50e tekening of model, per tekening of model 22
e. publicatie per afbeelding 10
f. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen, per tekening of model 40
3. Opschorting publicatie (regel 2.5) 39
--- ---
4. Inschrijving verklaring recht van voorrang (regel 2.4 lid 2) 12
--- ---
5. Vernieuwing enkelvoudige inschrijving (regel 2.11) 95
--- ---
a. vernieuwing eerste tekening of model 95
--- ---
b. 2e t/m 10e tekening of model, per tekening of model 48
c. 11e t/m 20e tekening of model, per tekening of model 24
d. 21e t/m 50e tekening of model, per tekening of model 20
7. Extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum (artikel 3.14 lid 3 Verdrag) 12
--- ---
a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag
--- ---
eerste tekening of model 24
elke volgende tekening of model 12
b. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot
eerste tekening of model 9
elke volgende tekening of model 5
c. wijziging naam en/of adres van een modelhouder, gemachtigde of licentiehouder gratis
d. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving
eerste tekening of model 9
elke volgende tekening of model 5
e. inschrijving vordering tot opeising (regel 2.10) 12

Regel 4.9. Overige vergoedingen (tekeningen of modellen)

a. niet gewaarmerkt, per inschrijving 4
b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde 2
c. gewaarmerkt, per inschrijving 18
d. gewaarmerkt, overige per bladzijde 5
e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) 12
minder dan een uur 17
--- ---
langer dan een uur, per uur 30
binnen het Beneluxgebied, losse aflevering 8
--- ---
binnen het Beneluxgebied, jaarjabonnement 79
buiten het Beneluxgebied, losse aflevering 9
buiten het Beneluxgebied, jaarjabonnement 87

Vertaling van een openbaar depot of inschrijving vanuit het Engels naar een officiële taal

0,20/ woord

Regel 4.10. Openbaar i-DEPOT

1.

Bij indiening of op elk moment gedurende de bewaartermijn kan de indiener van een online i-DEPOT dit i-DEPOT, of een door hem bepaald deel van de inhoud daarvan, openbaar maken op de website van het Bureau of op een andere door de Directeur-Generaal te bepalen wijze. De indiener kan te allen tijde besluiten deze publicatie te beëindigen.

2.

Ten tijde van de openbaarmaking verklaart de indiener nadrukkelijk dat deze voor zijn rekening en verantwoording wordt gedaan. Het Bureau oefent geen controle uit op de inhoud van de publicatie en is hiervoor in geen geval aansprakelijk.

3.

Bij beëindiging van de bewaring van een i-DEPOT wordt de publicatie eveneens beëindigd.

4.

De gegevens met betrekking tot de publicatie, waaronder de data van begin en einde daarvan en het nummer van het i-DEPOT worden vermeld op de website van het Bureau of op een andere door de Directeur-Generaal te bepalen wijze.

5.

De openbaarmaking en de beëindiging van de publicatie vinden uitsluitend plaats door gebruikmaking van het door de Directeur-Generaal aangeduide en door het Bureau beschikbaar gestelde middel.

Regel 4.11. Bezwaar tegen een openbaar i-DEPOT

1.

Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 3 kan iedereen het Bureau verzoeken de publicatie van een i-DEPOT te beëindigen door het instellen van een notice-and-takedown procedure openbaar i-DEPOT („NTD-procedure”) op basis van de hiertoe door de Directeur-Generaal opgestelde regels, op de volgende gronden:

  • a. dat de publicatie een strafbaar feit oplevert, of
  • b. dat de publicatie inbreuk maakt op zijn rechten. In dit geval wordt de NTD-procedure pas geacht te zijn ingesteld nadat de daarvoor verschuldigde vergoeding is betaald.
2.

Bij het instellen van een NTD-procedure verklaart de klager nadrukkelijk dat dit en de opschorting of beëindiging van de publicatie die daarvan het gevolg is, voor zijn rekening en verantwoording zijn. Het Bureau is hiervoor in geen geval aansprakelijk.

3.

Iemand die reeds eerder een NTD-procedure heeft ingesteld tegen de publicatie van een specifiek i-DEPOT kan dit niet nogmaals doen.

4.

Een i-DEPOT waarvan de openbaarmaking na het instellen van een NTD-procedure werd beëindigd kan niet meer openbaar worden gemaakt, behoudens in geval van:

  • a. een beslissing die die publicatie toestaat en die niet langer vatbaar is voor enig rechtsmiddel, of
  • b. instemming van de klager indien de NTD-procedure gebaseerd was op lid 1, sub b.

HOOFDSTUK 4. OVERIGE DIENSTEN

Regel 4.12. i-DEPOT

1.

i-DEPOT envelop:

  • a. vijf jaar bewaartermijn: € 45;
  • b. tien jaar bewaartermijn: € 65;
  • c. vijf jaar verlenging bewaartermijn: € 45.
2.

Online i-DEPOT

  • a. indiening en bewaartermijn van vijf jaar: € 35;
  • b. 5 jaar verlenging bewaartermijn: € 25;
  • c. reproductie: € 15.
3.

i-DEPOT account

  • a. activeren account: € 350;
  • b. 20 credits: € 100;
  • c. 50 credits: € 225;
  • d. 100 credits: € 400;
  • e. 250 credits: € 875;
  • f. 500 credits: € 1.250.
4.

Tarieven online i-DEPOT in credits (enkel voor accounts)

  • a.
    1. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 0 – 10 Mb: 1 credit
    1. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 10 – 50 Mb: 2 credits
    1. Indienen en bewaring gedurende vijf jaar i-DEPOT tussen 50 – 100 Mb: 3 credits
  • b. 5 jaar verlenging bewaartermijn: 1 credit
  • c. reproductie: 3 credits
5.

Tarieven voor i-DEPOTs ingediend door tussenkomst van tussenpersonen

a. aanmelding als tussenpersoon 350
b. i-DEPOT envelop, 5 jaar bewaartermijn 35
c. i-DEPOT envelop, 10 jaar bewaartermijn 50
d. online i-DEPOT 25

Artikel II

Het aanvullend recht bedoeld in regel 4.4, lid 1, sub e, is verschuldigd per 1 januari 2007.

Artikel III

Het toepassingsreglement van de Eenvormige Beneluxwet op de merken en het Toepassingsreglement van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen worden ingetrokken.

Artikel IV

Dit reglement treedt in werking op dezelfde datum als het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen). Dit reglement vervangt het Uitvoeringsreglement van de Eenvormige Beneluxwet op de merken en het Uitvoeringsreglement van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen.

TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.

GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 4.4bis. i-DEPOT

1.

Het Bureau kan onder de naam „i-DEPOT” bewijs verstrekken van het bestaan van stukken op de datum van hun ontvangst.

2.

De stukken worden gedurende een bepaalde termijn door het Bureau bewaard. Dit gebeurt onder strikte geheimhouding, tenzij de indiener daarvan uitdrukkelijk afstand doet.

3.

De modaliteiten van deze dienst worden bij uitvoeringsreglement bepaald.

HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID

HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN

TITEL V. OVERGANGSBEPALINGEN

TITEL VI. SLOTBEPALINGEN

De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan artikel 1.6, eerste lid, van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;

Zijn het volgende overeengekomen:

De Raad van Bestuur van het Benelux-Merkenbureau en de Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen,

gelet op de artikelen 5.5 en 6.2 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen),

stellen hierbij, op 1 juni 2006, het volgende reglement vast:

TITEL I. Merken

HOOFDSTUK 1. HET BENELUX MERK

Regel 1.1. Depotvereisten

1.

Het Beneluxdepot van een merk wordt verricht in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:

  • a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
  • b. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres;
  • c. het merk;
  • d. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd. Dit zoveel mogelijk met vermelding van de nummers van de klassen waarin deze waren en diensten volgens de Overeenkomst van Nice vallen;
  • e. de aanduiding of het merk een woordmerk, een beeldmerk, een gecombineerd woord-beeldmerk, een vormmerk danwel een ander type merk is. In dit laatste geval dient eveneens te worden aangeduid welk type merk het betreft;
  • f. de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
  • g. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2.

Er kan een beschrijving in niet meer dan vijftig woorden van de onderscheidende elementen van het merk worden vermeld.

Regel 1.2. Collectief merk

1.

Bij het depot dient in voorkomend geval te worden vermeld dat het een collectief merk betreft.

2.

In dat geval dient het depot vergezeld te gaan van een reglement op het gebruik en het toezicht.

Regel 1.3. Vaststellen depotdatum; Regularisatie

1.

De in artikel 2.5, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 1.1, lid 1, sub a, c, d en e, en in regel 1.2, behoudens betaling van de basisrechten verschuldigd voor het depot binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.

2.

Er wordt een termijn van minimaal een maand toegekend om aan de overige vereisten als bedoeld in artikel 2.5, lid 2, van het Verdrag te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.

Regel 1.4. Prioriteit

1.

Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6 van het Verdrag, dienen het land, de datum, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang berust, te worden vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het Beneluxdepot verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.

2.

De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6, lid 3, van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van het merk, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.

3.

De deposant die zich op een recht van voorrang beroept is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.

4.

Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de regels 3.3 en 3.6, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.

Regel 1.5. Publicatie depot

1.

Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in artikel 2.5, lid 5, van het Verdrag, de ingediende depots en vermeldt:

  • a. de datum en het nummer van het depot;
  • b. naam en adres van de deposant;
  • c. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde;
  • d. het merk;
  • e. de waren en diensten, ingedeeld in klassen volgens de in de Overeenkomst van Nice bedoelde classificatie;
  • f. het type merk;
  • g. in voorkomend geval de vermelding dat het een collectief merk betreft;
  • h. in voorkomend geval, de gegevens van de beeldmerkclassificatie zoals bedoeld in de Overeenkomst van Wenen van 12 juni 1973 tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken;
  • i. in voorkomend geval de door deposant opgegeven omschrijving van onderscheidende elementen;
  • j. in voorkomend geval de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
  • k. in voorkomend geval dat er, overeenkomstig artikel 2.6, van het Verdrag een recht van voorrang werd ingeroepen, onder vermelding van datum, nummer en land van dit recht van voorrang. Daarbij wordt in voorkomend geval vermeld dat nog niet werd voldaan aan het vereiste van regel 1.4, lid 3;
  • l. de datum waarop de termijn voor het instellen van een oppositie tegen het merk verstrijkt.
2.

Indien er in de publicatie van de gegevens van een depot, zoals vermeld in lid 1, een vergissing werd begaan die er toe zou kunnen leiden dat belanghebbenden over verkeerde informatie beschikten om te beslissen al dan niet oppositie in te stellen tegen het betreffende merk, verricht het Bureau een gecorrigeerde publicatie. Daarmee gaat de termijn voor het instellen van oppositie tegen het depot opnieuw lopen.

3.

In voorkomend geval wordt een naar aanleiding van de eerdere, ingevolge lid 2 gecorrigeerde, publicatie reeds ingestelde oppositie op verzoek van de opposant verder buiten behandeling gelaten. Dit verzoek dient te worden verricht voor het einde van de oppositietermijn die ingevolge het bepaalde in lid 2 opnieuw gaat lopen. In dat geval worden de reeds betaalde rechten gerestitueerd. Indien de opposant niet verzoekt zijn oppositie verder buiten behandeling te laten wordt deze geacht tijdig te zijn ingesteld.

Regel 1.6. Inschrijving

1.

Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:

  • a. het nummer van de inschrijving;
  • b. de in regel 1.5, lid 1, bedoelde gegevens;
  • c. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
  • d. de datum van inschrijving van het merk.
2.

Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikelen 2.12 en 2.17 van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen, zodra zij niet meer vatbaar zijn voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie.

3.

Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten voor inschrijving van het merk.

Regel 1.7. Spoedinschrijving

1.

Het in artikel 2.8, lid 2, van het Verdrag bedoelde verzoek om onverwijld tot inschrijving van het depot over te gaan kan bij het depot of gedurende de inschrijvingsprocedure worden gedaan.

2.

Het Bureau publiceert deze inschrijvingen, onder vermelding van de in regel 1.6 genoemde gegevens.

3.

In voorkomend geval wordt bij de in lid 2 bedoelde publicatie de datum vermeld waarop de termijn voor het instellen van oppositie tegen het merk verstrijkt. De leden 2 en 3 van regel 1.5 zijn van overeenkomstige toepassing.

4.

Het Bureau publiceert zijn besluiten om over te gaan tot doorhaling van de inschrijving ingevolge het bepaalde in artikel 2.8, lid 2, van het Verdrag. Deze publicatie vindt eerst plaats nadat het besluit tot doorhaling niet langer vatbaar is voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie.

Regel 1.8. Internationaal depot

1.

Als datum van inschrijving van internationale depots van merken waarbij de Benelux wordt aangeduid geldt de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring bedoeld in regel 17, lid 6, a, i van het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement bij de Overeenkomst en het Protocol van Madrid.

2.

In uitzondering op het in het vorige lid bepaalde geldt, indien de houder van het internationale depot het Bureau verzoekt om ingevolge artikel 2.10, lid 3, van het Verdrag zijn depot onverwijld in te schrijven, de dag waarop het verzoek tot inschrijving aan het Bureau werd gedaan als datum van inschrijving. Het Bureau publiceert deze.

3.

Indien het Bureau het Internationaal Bureau een kennisgeving op basis van artikel 2.13 lid 2, 2.18 lid 2 of 2.36 lid 2 van het Verdrag heeft toegezonden geldt als datum van inschrijving de datum van de publicatie door het Internationaal Bureau van de door het Bureau verzonden verklaring van op opheffing van de weigering, als bedoeld in regel 17, lid 5, a, i of ii van het van het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement bij Overeenkomst en Protocol van Madrid. Indien er verschillende gronden voor weigering van toepassing zijn geweest en indien deze op verschillende tijdstippen werden opgeheven geldt de datum van de laatste publicatie door het Internationaal Bureau van een door het Bureau toegestuurde verklaring van opheffing van de weigering als datum van inschrijving.

Regel 1.9. Vernieuwing

1.

De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht.

2.

Het Bureau schrijft de vernieuwing in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.

3.

Het Bureau zendt degene die daartoe het verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing.

Regel 1.10. Regularisatie vernieuwing

Vervallen

Regel 1.11. Inschrijving vernieuwing

Vervallen

HOOFDSTUK 2. AANVRAAG OM INTERNATIONALE INSCHRIJVING EN OM VERNIEUWING VAN DE INTERNATIONALE INSCHRIJVING

Regel 1.12. Internationale aanvragen en vernieuwingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)