Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)
Ieder die de voorwaarden vervult van de Overeenkomstof het Protocol van Madrid kan bescherming van zijn merk verkrijgen in daarbij aangesloten landen. Daartoe moet bij het Bureau een aanvraag ingediend worden voor een internationale inschrijving of tot uitbreiding van de bescherming tot andere landen. De vernieuwing van de internationale inschrijving kan worden gevraagd door tussenkomst van het Bureau, of rechtstreeks bij het Internationaal Bureau.
De aanvraag geschiedt door het indienen van een document, dat de aanduidingen bevat voorgeschreven in het gemeenschappelijk uitvoeringsreglement van de Overeenkomsten het Protocol van Madrid, zo nodig met toevoeging van de stukken voorgeschreven in bedoeld uitvoeringsreglement.
Ten aanzien van deze aanvragen en van verzoeken tot wijziging van de internationale inschrijving vinden de regels 3.1, 3.3, 3.6 en 3.7 overeenkomstige toepassing.
Bij deze aanvragen en verzoeken dient betaling van de ingevolge de Overeenkomsten het Protocol van Madrid verschuldigde rechten te worden verricht, voor zover deze niet rechtstreeks aan het Internationaal Bureau worden voldaan, alsmede betaling van het bemiddelingsrecht voor het Bureau, indien dit verschuldigd is.
Het Bureau zendt de in deze regel bedoelde aanvragen en verzoeken, die aan de in deze regel bedoelde vereisten voldoen, onverwijld door aan het Internationaal Bureau.
De datum van de aanvraag is de datum van ontvangst van de aanvraag door het Bureau.
Onverminderd het bepaalde in lid 6 kan de datum van een aanvraag gebaseerd op de Overeenkomst van Madrid geen eerdere zijn dan de datum van inschrijving van het Beneluxmerk. Het Bureau verschuift in dat geval de datum van de aanvraag naar de datum van inschrijving van het Beneluxmerk.
Onverminderd het bepaalde in lid 6 en 7 stelt het Internationaal Bureau de datum van de aanvraag vast op het moment van ontvangst van de aanvraag bij het Internationaal Bureau indien er tussen het moment van ontvangst door het Internationaal Bureau en ontvangst door het Bureau meer dan twee maanden zijn verstreken.
Regel 1.13. Taalgebruik voor aanvragen gebaseerd op het Protocol van Madrid
Vervallen
Regel 1.14. Omzetting
De aanvraag om inschrijving zoals bedoeld in artikel 9quinquies van het Protocol van Madrid moet vergezeld zijn van een bewijs van de doorhaling van de internationale inschrijving.
HOOFDSTUK 3. WEIGERING EN OPPOSITIE
Regel 1.15. Bezwaartermijn weigering
De termijn bedoeld in artikel 2.11, lid 3, en 2.13, lid 2, van het Verdrag om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt ten minste een maand; deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
In voorkomend geval dient een deposant die zich tegen de voorlopige weigering verzet binnen de in lid 1 genoemde termijn eveneens te voldoen aan de vereisten van regel 3.6 en 3.7.
Het Bureau geeft onverwijld uitvoering aan de in artikel 2.12, lid 1, van het Verdrag bedoelde rechterlijke beslissingen zodra zij niet meer vatbaar zijn voor voorziening in cassatie.
Regel 1.16. Oppositiegegevens
De oppositie wordt ingediend door middel van een document, dat de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van opposant;
- b. in voorkomend geval, de vermelding dat opposant optreedt in de hoedanigheid van licentiehouder van het oudere merk;
- c. gegevens ter identificatie van het oudere merk;
- d. de waren of diensten van het ingeroepen oudere merk waarop de oppositie berust. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de oppositie verondersteld te berusten op alle waren en diensten waarop het oudere merk betrekking heeft;
- e. gegevens ter identificatie van het merk waartegen de oppositie is gericht;
- f. de waren of diensten waartegen de oppositie is gericht. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt, wordt de oppositie verondersteld te zijn gericht tegen alle waren en diensten waarop het geopponeerde merk betrekking heeft;
- g. de voorkeuren betreffende het taalgebruik.
In voorkomend geval dienen stukken te worden overgelegd die de bevoegdheid van de licentiehouder aantonen.
Op het document dienen in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
De in lid 1, sub d en f, bedoelde gegevens kunnen door enkele opgave van de nummers van de betreffende waren- of dienstenklassen worden vermeld. De waren of diensten waarop de oppositie berust of waartegen deze is gericht kunnen tot het moment van de in regel 1.17, lid 1, sub i, bedoelde beslissing door de opposant worden beperkt.
HOOFDSTUK 4. PROCEDURE TOT NIETIGVERKLARING OF VERVALLENVERKLARING BIJ HET BUREAU
TITEL II. Tekeningen of modellen
Regel 2.1. Depotvereisten
Het Beneluxdepot van een tekening of model geschiedt in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. afbeelding(en) van het uiterlijk van het voortbrengsel;
- c. de vermelding van het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd;
- d. een omschrijving van de kleur of de kleuren van de tekening of het model; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenstemmende kleurcode;
- e. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
Het document kan bovendien bevatten:
- a. een beschrijving in niet meer dan honderdvijftig woorden van de kenmerkende eigenschappen van het nieuwe uiterlijk van het voortbrengsel;
- b. de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
- c. een verzoek om opschorting van de publicatie van de inschrijving, als bedoeld in regel 2.5.
In voorkomend geval dienen naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres te worden vermeld.
Het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, moet nauwkeurig worden aangegeven en bij voorkeur met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid.
Regel 2.2. Meervoudig depot
Een Beneluxdepot kan verscheidene tekeningen of modellen bevatten tot ten hoogste vijftig. In zodanig geval is het bepaalde in regel 2.1, lid 1, sub b, c en d, lid 2 en 4, ten aanzien van iedere tekening of model van toepassing. Iedere tekening of model dient aangeduid te worden met een verschillend nummer.
Regel 2.3. Vaststellen depotdatum en termijn regularisatie
De in artikel 3.9, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 2.1, lid 1, sub a, b en c, behoudens betaling van de rechten verschuldigd voor het depot, binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
De termijn bedoeld in artikel 3.9, lid 2, van het Verdrag om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt tenminste een maand. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
In geval van een meervoudig depot is artikel 3.9, lid 3, van het Verdrag slechts van toepassing op de niet-geregulariseerde tekeningen of modellen.
Regel 2.4. Prioriteit
Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dienen het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, te worden vermeld. Indien de deposant in het land van oorsprong niet degene is die het Beneluxdepot heeft verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 3.10 van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van de tekening of het model, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
De deposant, die zich op een recht van voorrang beroept, is verplicht een afschrift van de documenten die dit recht van voorrang staven over te leggen.
Indien niet is voldaan aan het bepaalde in lid 1, 2 en 3 en in de regels 3.3 en 3.6, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van tenminste een maand om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Het uitblijven van een tijdige reactie leidt tot verval van het recht van voorrang.
Regel 2.5. Opschorting publicatie
De deposant, die opschorting van de publicatie van de inschrijving wenst, dient hiertoe bij het depot een verzoek in te dienen onder opgave van de termijn, waarvoor opschorting van de publicatie gevraagd wordt.
De opschorting van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot kan slechts gevraagd worden voor alle tekeningen en modellen tezamen en voor éénzelfde termijn.
Indien de deposant, die opschorting heeft gevraagd van de publicatie van de inschrijving van een meervoudig depot, bij afloop van de termijn van opschorting aan het Bureau meedeelt, dat hij slechts publicatie wenst van een deel van de tekeningen of modellen, dient hij dit te doen onder opgave van de nummers van de tekeningen of modellen waarvan hij publicatie wenst.
De deposant kan te allen tijde om beëindiging van de termijn van opschorting verzoeken.
Regel 2.6. Verzoek tweede publicatie
De termijn bedoeld in artikel 3.11, lid 3, van het Verdrag, gedurende welke de deposant aan het Bureau een tweede publicatie van de tekening of het model kan vragen, bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de eerste publicatie.
Regel 2.7. Inschrijving
Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
- a. het nummer van de inschrijving;
- b. de datum en het nummer van het depot;
- c. de in regel 2.1 bedoelde gegevens;
- d. in voorkomend geval, het ingeroepen recht van voorrang onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt overeenkomstig regel 2.4 lid 1;
- e. ingeval van opschorting van de publicatie van de inschrijving, de gegevens opgenomen in regel 2.5, lid 1;
- f. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
- g. het nummer van de klasse en de onderklasse van de internationale classificatie, bedoeld in de Overeenkomst van Locarno in welke het voortbrengsel, waarin de tekening of het model is of wordt belichaamd, is gerangschikt;
- h. de datum van inschrijving.
Als datum van inschrijving geldt de dag waarop het Bureau vaststelt dat het depot voldoet aan alle in het Verdrag en het onderhavige reglement gestelde vereisten.
Het Bureau zendt de houder onverwijld een bewijs van inschrijving toe.
Regel 2.8. Datum inschrijving internationale depots
Als datum van inschrijving van internationale depots van tekeningen of modellen waarbij de Benelux werd aangeduid geldt de datum van de in artikel 3.11, lid 1, van het Verdrag bedoelde publicatie.
Regel 2.9. Inschrijving handhaving gewijzigde vorm
Een verzoek tot inschrijving van de in artikel 3.24, lid 3, van het Verdrag bedoelde verklaring van de houder of rechterlijke beslissing dient te worden ingediend bij het Bureau en dient te bevatten de naam en het adres van de houder, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede het nummer van de inschrijving.
Regel 2.10. Inschrijving vordering tot opeising en doorhaling van deze inschrijving
Het verzoek tot inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag, dient te bevatten de naam en het adres van degene die de vordering instelt, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, alsmede de naam en het adres van de houder en het nummer van de inschrijving van het Benelux- of internationaal depot van de betreffende tekening of het betreffende model.
De in artikel 3.7, lid 1, van het Verdrag bedoelde inschrijving van de vordering tot opeising wordt op verzoek van de meest gerede partij doorgehaald. Deze dient daartoe, hetzij een rechterlijke beslissing waartegen geen hoger beroep of cassatie meer kan worden ingesteld, hetzij een stuk waaruit blijkt dat de vordering is ingetrokken, over te leggen.
Regel 2.11. Vernieuwing
De vernieuwing van de inschrijving geschiedt door betaling aan het Bureau van het daartoe verschuldigde recht. Indien de houder van een meervoudig depot gebruik wil maken van de mogelijkheid die wordt geopend door artikel 3.14, lid 4, van het Verdrag, dient hij de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarvan hij de vernieuwing van de inschrijving wenst.
Regel 2.12. Inschrijving vernieuwing
Het Bureau schrijft de vernieuwingen in het register in door aanpassing van de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
Het Bureau zendt degene die het daartoe verschuldigde recht heeft betaald een bevestiging van de vernieuwing toe.
TITEL III. Bepalingen gemeenschappelijk aan merken en tekeningen of modellen
HOOFDSTUK 1. AANPASSINGEN VAN INSCHRIJVINGEN
Regel 3.1. Wijzigingen in het register
Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux depot of inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in regel 3.6. In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.
Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.
De doorhaling van de inschrijving van een pandrecht of een beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.
Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een pandrecht, als bedoeld in de artikelen 2.33 en 3.27 van het Verdrag, blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.
Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in regel 1.18, lid 5, geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
HOOFDSTUK 2. INTERNATIONALE DEPOTS
Regel 3.2. Internationale depots met geldigheid in de Benelux
Betreffende de internationale depots ten aanzien waarvan de deposanten verzocht hebben dat zij hun werking zullen uitstrekken over het Beneluxgebied, schrijft het Bureau, onverminderd het bepaalde in de regels 1.8 en 2.8, in het register in de van het Internationaal Bureau komende kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 2.10 en 4.4 van het Verdrag.
Indien een internationaal depot van een collectief merk niet vergezeld is van een reglement op het gebruik en het toezicht, wijst het Bureau de deposant onverwijld op zijn verplichting dit reglement binnen de in artikel 2.36, lid 2, van het Verdrag bedoelde termijn, over te leggen. Met betrekking tot de collectieve merken wordt in dit register melding gemaakt van het al dan niet overgelegd zijn en van de wijzigingen van het reglement op het gebruik en het toezicht.
Bovendien worden in het register aangetekend de gegevens betreffende nietigverklaring, vervallenverklaring en licenties, pandrecht en beslag, van tekeningen of modellen voor zover deze het Beneluxgebied betreffen.
Regel 3.1 is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van de in lid 3 bedoelde gegevens.
HOOFDSTUK 3. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
Regel 3.3. Talen Bureau
De officiële talen van het Bureau zijn het Nederlands en het Frans. De werktalen van het Bureau zijn het Nederlands, Frans en Engels.
Alle stukken die aan het Bureau worden overgelegd dienen in een van de werktalen te zijn gesteld. Het bepaalde in regel 1.24 vormt hierop een uitzondering.
Bewijzen van een recht van voorrang, van naamswijziging, uittreksels van akten waaruit een overdracht, een andere overgang, een licentie of een pandrecht blijkt, de daarop betrekking hebbende verklaringen, de reglementen op het gebruik en het toezicht en de wijzigingen daarvan, worden eveneens aanvaard indien zij in het Duits zijn gesteld.
De in lid 3 genoemde stukken die in een andere taal zijn gesteld worden eveneens aanvaard indien een vertaling ervan in een van de werktalen van het Bureau of het Duits is bijgevoegd.
Het Bureau levert op verzoek en tegen betaling van een recht een vertaling naar een van zijn officiële talen van alle Beneluxdepots of -inschrijvingen die in het Engels luiden en die openbaar gemaakt zijn.
Regel 3.4. Indiening van stukken
De aan het Bureau of de nationale diensten over te leggen stukken, bewijsstukken en bijlagen kunnen worden ingediend met behulp van de daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide (al dan niet elektronische) middelen. De Directeur-Generaal kan daarbij per handeling waarop de indiening betrekking heeft verschillende middelen aanduiden.
De in lid 1 genoemde stukken, bewijsstukken en bijlagen die niet voldoen aan het daaromtrent door de Directeur-Generaal bepaalde worden geacht niet te zijn ontvangen door het Bureau.
Regel 3.5. Ondertekening van stukken
Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het Benelux-register of in het register van internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau, is ondertekend namens een rechtspersoon, dient daarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar te zijn vermeld.
Regel 3.6. Aanstelling gemachtigde
Alle handelingen bij het Bureau of een nationale dienst kunnen worden verricht door tussenkomst van een vertegenwoordiger die als gemachtigde optreedt.
Een gemachtigde dient een woonplaats of zetel te hebben binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
Alle mededelingen ten aanzien van deze handelingen worden aan de gemachtigde gericht.
Een ieder die binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte geen zetel of woonplaats heeft noch een gemachtigde heeft aangewezen, moet aldaar een correspondentieadres aangeven.
Regel 3.7. Volmachten
Eenieder die stelt op te treden als vertegenwoordiger van een belanghebbende voor het verrichten van een handeling bij het Bureau wordt verondersteld hiertoe door belanghebbende te zijn gemachtigd.
Indien een vertegenwoordiger het Bureau verzoekt een registratie door te halen dient deze een daartoe strekkende volmacht in te dienen.
Indien het Bureau redenen heeft om te twijfelen aan de machtiging van een vertegenwoordiger, bij welke handeling dan ook, kan het verzoeken een volmacht in te dienen. De termijn hiervoor bedraagt een maand. Deze termijn zal op verzoek met een maand worden verlengd. Het uitblijven van een tijdige reactie heeft tot gevolg dat het verzoek buiten behandeling zal worden gelaten.
Regel 3.8. Bevestiging ontvangst van stukken
Het Bureau bevestigt de ontvangst van elk stuk dat bestemd is voor inschrijving in het Benelux-register of in het register van de internationale inschrijvingen gehouden bij het Internationaal Bureau.
Ieder stuk wordt bij ontvangst door de bevoegde instantie gedagtekend onder vermelding van uur, dag, maand en jaar van ontvangst.
Het Bureau registreert de verzending en ontvangst van stukken. Deze registratie vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van verzending en ontvangst en van het moment waarop dit heeft plaatsgevonden.
Regel 3.9. Termijnen en sluitingsdagen
De in dit reglement bedoelde in maanden uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende maand, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen. Indien de betreffende maand geen overeenkomende dag heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van deze maand.
De in dit reglement bedoelde in weken uitgedrukte termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop de desbetreffende handeling plaatsvindt en verstrijken, in de betreffende week, op de dag die overeenkomt met de dag waarop de termijnen beginnen te lopen.
Indien de dienst van de bevoegde instantie gesloten is op de laatste dag van een ingevolge het Verdrag of dit reglement in acht te nemen termijn, wordt die termijn verlengd tot het einde van de eerstvolgende dag, waarop deze dienst geopend is.
In geval van verstoring van de normale postbedeling in een van de Beneluxlanden gedurende minstens één van de vijf werkdagen, voorafgaand aan het einde van de termijn bedoeld in de regels 1.3, lid 1 en 2, 1.4, lid 4, 2.3, lid 1 en 2, 2.4, lid 4, en 3.1, lid 5, en de in hoofdstuk 3 van titel I bedoelde termijnen, zullen stukken, binnengekomen bij de terzake bevoegde instantie na afloop van de in voornoemde regels bepaalde termijnen, in behandeling genomen worden alsof ze tijdig waren ingediend bij deze instantie, mits redelijkerwijs kan aangenomen worden dat de verstoring van de normale postbedeling de oorzaak is van het na afloop van genoemde termijnen binnenkomen van die stukken.
Regel 3.10. Inlichtingen en afschriften
Het Bureau verschaft afschriften en inlichtingen op grondslag van het Benelux-register. De nationale diensten verschaffen uit naam en voor rekening van het Bureau dezelfde inlichtingen en afschriften voor zover zij daarover beschikken.
Het register kan worden geraadpleegd op door de Directeur-Generaal vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur-Generaal worden vastgesteld.
De bewijsstukken van het recht van voorrang, bedoeld in artikel 4, onder D, derde lid, van het Verdrag van Parijsworden door het Bureau, of in voorkomend geval de nationale diensten, verschaft. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, nadat conform het bepaalde in de regels 1.3, lid 1, en 2.3, lid 1, de depotdatum is vastgesteld.
Regel 3.11. Ter beschikking stellen formulieren
Het Bureau en de nationale diensten stellen formulieren beschikbaar voor het verrichten van die handelingen die langs niet-elektronische weg kunnen worden verricht. De Directeur-Generaal stelt het model van deze formulieren vast. Deze worden gepubliceerd op de website van het Bureau.
Regel 3.12. Benelux-register
Het Benelux-register bevat twee gedeelten:
- a. een register van Beneluxdepots;
- b. een register van internationale depots.
Het Benelux-register en de stukken die dienen tot bewijs van de daarin opgenomen aantekeningen kunnen kosteloos worden ingezien bij het Bureau.
Het Benelux-register kan eveneens kosteloos worden geraadpleegd bij de Belgische en Luxemburgse nationale diensten.
Regel 3.13. Publicatie
Het Bureau publiceert, conform het bepaalde in artikel 4.4, sub b, van het Verdrag uitsluitend in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft:
- a. alle ingeschreven gegevens betreffende Beneluxdepots, bedoeld in de regels 1.5, 1.6, 1.7, 1.9, 2.7, 2.12 en 3.1. Bij een beperkte vernieuwing van de inschrijving van een meervoudig depot van een tekening of model zal de publicatie van de vernieuwing de nummers van de gehandhaafde tekeningen of modellen vermelden;
- b. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale merkdepots, bedoeld in regel 1.8 lid 2;
- c. alle ingeschreven gegevens betreffende internationale depots van tekeningen of modellen bedoeld in regel 3.2 lid 3;
- d. de inschrijving van de verklaring of de rechterlijke beslissing bedoeld in regel 2.9;
- e. het feit van de inschrijving van de vordering tot opeising bedoeld in regel 2.10.
Regel 3.14. Nadere regels
De in regel 3.4 bedoelde nadere regels van de Directeur-Generaal voor het indienen van stukken worden op de website van het Bureau gepubliceerd.
TITEL IV. : I-DEPOT
Regel 4.4. i-DEPOT enveloppe bewijs
Zowel het door het Bureau retour gezonden compartiment van de i-DEPOT enveloppe als het door het Bureau bewaarde compartiment van de i-DEPOT enveloppe vormen bewijs in de zin van artikel 4.4bis van het Verdrag.
Regel 4.5. Indiening online i-DEPOT
Een online i-DEPOT bestaat uit een bestand voorzien van een elektronisch mechanisme ter beveiliging en verificatie aangebracht door het Bureau, waarmee wordt gegarandeerd dat de inhoud ervan vanaf het moment van ontvangst door het Bureau niet is gewijzigd.
Bij indiening van een online i-DEPOT dienen naam en adres van indiener te worden vermeld.
Bovendien dient bij een online i-DEPOT
- a. een omschrijving te worden vermeld, of;
- b. een of meer bestanden toe te worden gevoegd, of;
- c. een combinatie van het onder a en b genoemde.
Het Bureau kent het online i-DEPOT een nummer toe, stelt overeenkomstig regel 3.8 het moment van ontvangst van het online i-DEPOT vast en stelt het in lid 1 bedoelde elektronische bestand op elektronische wijze beschikbaar aan indiener. Dit bestand bevat de bestanddelen genoemd in de leden 2 en 3, het nummer van het online i-DEPOT alsmede datum en tijdstip van ontvangst door het Bureau.
Regel 4.6. Online i-DEPOT bewijs
Het elektronisch bestand bedoeld in regel 4.5 vormt bewijs in de zin van artikel 4.4bis van het Verdrag.
Regel 4.7. Bewaring online i-DEPOT
Het Bureau bewaart een online i-DEPOT gedurende een periode van vijf of tien jaar, afhankelijk van de terzake door indiener gemaakte keuze.
Twee maanden voor het verstrijken van de bewaartermijn stuurt het Bureau de indiener een herinnering en informeert over de mogelijkheid de bewaring te verlengen.
Verlenging van de bewaartermijn geschiedt door betaling van het daarvoor verschuldigde recht. Dit dient ten laatste twee maanden na de afloop van de bewaartermijn te zijn voldaan.
Het Bureau vernietigt het online i-DEPOT waarvan de bewaartermijn niet tijdig werd verlengd.
Vervallen.
Indiener kan het Bureau te allen tijde verzoeken de bewaring van een online i-DEPOT te beëindigen en het te vernietigen.
Regel 4.8. Handelingen betrekking hebbend op het online i-DEPOT
De handelingen betrekking hebbende op een online i-DEPOT kunnen uitsluitend worden verricht door gebruikmaking van het daartoe door de Directeur-Generaal aangeduide middel dat op de website van het Bureau beschikbaar wordt gesteld.
Regel 4.9. Termijnen
Op de in de regels 4.3 en 4.7 bedoelde termijnen is regel 3.9 van overeenkomstige toepassing.
TITEL V. Rechten en vergoedingen
HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
Regel 5.1. Vaststelling tarieven
Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
Artikel 6.5 van het Verdrag is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
Regel 5.2. Betaling
Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Indien voor een handeling overeenkomstig regel 3.4 zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig regel 3.14 een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
De rechten voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau zijn die opgesomd in deze titel.
De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen in deze titel, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen in deze titel.
HOOFDSTUK 2. MERKEN
Regel 5.4. Rechten depot, oppositie, vernieuwing, wijzigingen
| a.basisrecht individueel merk, tot drie klassen (regel 1.1) | 240 |
|---|---|
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen (regel 1.2) | 373 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 37 |
| d. aanvullend recht voor spoedinschrijving, tot drie klassen (regel 1.7) | 193 |
| e. aanvullend recht voor spoedinschrijving per klasse boven de derde | 30 |
| f. aanvullend recht voor de beschrijving van onderscheidende elementen (regel 1.1, lid 2) | 39 |
| g. inschrijving verklaring van een recht van voorrang (regel 1.4, lid 2) | 15 |
| a. basisrecht oppositie | 1.000 |
| --- | --- |
| b. aanvullend recht per ingeroepen recht boven het derde | 100 |
| c. opschorting op verzoek en verlenging daarvan voor aanvang procedure (maximaal drie maal) (regel 1.26) | gratis |
| d. opschorting op verzoek en verlenging daarvan in overige gevallen, per vier maanden (regel 1.26) | 150 |
| e. vertaling van argumenten (regel 1.21) eerste vier pagina’s iedere pagina of deel daarvan, boven de vierde | gratis 55 |
| f. vertaling van beslissing, per pagina* of deel daarvan (regel 1.21) | 45 |
- pagina: maximaal 30 regels met maximaal 80 karakters.
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
|---|---|
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
| d. extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum (artikel 2.9 lid 4 Verdrag) | 129 |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste merk | 54 |
| tweede tot en met vijfde merk | 27 |
| elk volgend merk | gratis |
| b. aantekening waren- en dienstenbeperking | 44 |
| c. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste merk | 22 |
| tweede tot en met vijfde merk van dezelfde houder | 11 |
| elk volgend merk van dezelfde houder | gratis |
| tweede tot en met vijfde merk van verschillende houders | 11 |
| elk volgend merk van verschillende houders | 2 |
| d. wijziging naam en/of adres van een merkhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| e. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste merk | 18 |
| elk volgend merk | 9 |
Regel 5.5. Overige vergoedingen (merken)
| a. basisvergoeding onderzoek, tot drie klassen | 150 |
|---|---|
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 20 |
| a. basisvergoeding abonnement, tot drie klassen | 50 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 8 |
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
| --- | --- |
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 15 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 17 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 15 |
| a. minder dan een uur | 23 |
| --- | --- |
| b. langer dan een uur, per uur | 55 |
0,20/ woord
Regel 5.6. Doorzending internationale en gemeenschapsmerken
| 1. Internationaal merk; indiening aanvraag inschrijving of vernieuwing | 80 |
|---|---|
| a. indiening aanvraag | 80 |
| --- | --- |
| b. indien de verzendkosten meer dan € 25,– bedragen | verzendkosten |
Regel 5.7. Individuele rechten internationale merken
Het bedrag van de individuele rechten zoals bedoeld in artikel 8, 7), a) van het Protocol van Madrid is als volgt:
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 159 |
|---|---|
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 227 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 16 |
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
| --- | --- |
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
HOOFDSTUK 3. TEKENINGEN OF MODELLEN
Regel 5.8. Rechten depot, vernieuwing, wijzigingen
| a. enkelvoudig depot | 108 |
|---|---|
| b. publicatie per afbeelding | 10 |
| c. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen | 40 |
| a. depot eerste tekening of model | 108 |
| --- | --- |
| b. tweede t/m tiende tekening of model, per tekening of model | 54 |
| c. elfde t/m twintigste tekening of model, per tekening of model | 27 |
| d. eenentwintigste t/m vijftigste tekening of model, per tekening of model | 22 |
| e. publicatie per afbeelding | 10 |
| f. publicatie beschrijving kenmerkende eigenschappen, per tekening of model | 40 |
| 3. Opschorting publicatie (regel 2.5) | 39 |
| --- | --- |
| 4. Inschrijving verklaring recht van voorrang (regel 2.4 lid 2) | 12 |
| --- | --- |
| 5. Vernieuwing enkelvoudige inschrijving (regel 2.11) | 95 |
| --- | --- |
| a. vernieuwing eerste tekening of model | 95 |
| --- | --- |
| b. tweede t/m tiende tekening of model, per tekening of model | 48 |
| c. elfde t/m twintigste tekening of model, per tekening of model | 24 |
| d. eenentwintigste t/m vijftigste tekening of model, per tekening of model | 20 |
| 7. Extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum (artikel 3.14 lid 3 Verdrag) | 12 |
| --- | --- |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste tekening of model | 24 |
| elke volgende tekening of model | 12 |
| b. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste tekening of model | 9 |
| elke volgende tekening of model | 5 |
| c. wijziging naam en/of adres van een modelhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| d. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste tekening of model | 9 |
| elke volgende tekening of model | 5 |
| e. inschrijving vordering tot opeising (regel 2.10) | 12 |
Regel 5.9. Overige vergoedingen (tekeningen of modellen)
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
|---|---|
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 2 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 18 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 12 |
| minder dan een uur | 17 |
| --- | --- |
| langer dan een uur, per uur | 30 |
| binnen het Beneluxgebied, losse aflevering | 8 |
| --- | --- |
| binnen het Beneluxgebied, jaarjabonnement | 79 |
| buiten het Beneluxgebied, losse aflevering | 9 |
| buiten het Beneluxgebied, jaarjabonnement | 87 |
0,20/ woord
Regel 5.10. Wijzigingen internationale modellen
| a. eerste tekening of model | 24 |
|---|---|
| b. elke volgende tekening of model | 12 |
Regel 5.11. Doorzending gemeenschapsmodel
| a. indiening aanvraag (artikel 35 lid 2 Gemeenschapsmodellenverordening) | 71 |
|---|---|
| b. indien de verzendkosten meer dan € 25,– bedragen | verzendkosten |
HOOFDSTUK 4. OVERIGE DIENSTEN
Regel 5.12. i-DEPOT
i-DEPOT enveloppe
| a. vijf jaar bewaartermijn | 45 |
|---|---|
| b. tien jaar bewaartermijn | 65 |
| c. vijf jaar verlenging bewaartermijn | 45 |
online i-DEPOT
| a. indiening en bewaartermijn van vijf jaar | 35 |
|---|---|
| b. indiening en bewaartermijn van tien jaar | 50 |
| c. vijf jaar verlenging bewaartermijn | 25 |
| d. openbaarmaking | 20 |
| e. instellen NTD procedure op basis van regel 4.11, lid 1, sub b | 75 |
i-DEPOT creditaccount
| a. activeren creditaccount | 200 |
|---|---|
| b. 20 credits | 250 |
| c. 50 credits | 500 |
online i-DEPOT in credits (enkel voor creditaccounts)
| a. indiening en bewaartermijn van vijf jaar | 1 credit |
|---|---|
| b. indiening en bewaartermijn van tien jaar | 2 credits |
| c. vijf jaar verlenging bewaartermijn | 1 credit |
| d. openbaarmaking | 1 credit |
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
TITEL V. Rechten en vergoedingen
HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN
Regel 5.1. Vaststelling tarieven
Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast. De Raad kan de vastgestelde tarieven slechts eenmaal per jaar aanpassen.
Artikel 6.5 van het Verdrag is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
Regel 5.2. Betaling
Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Indien voor een handeling overeenkomstig regel 3.4 zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig regel 3.14 een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
De rechten voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau zijn die opgesomd in deze titel.
De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen in deze titel, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen in deze titel.
HOOFDSTUK 2. MERKEN
Regel 5.4. Rechten depot, oppositie, vernieuwing, wijzigingen
| a.basisrecht individueel merk, tot drie klassen (regel 1.1) | 240 |
|---|---|
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen (regel 1.2) | 373 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 37 |
| d. aanvullend recht voor spoedinschrijving, tot drie klassen (regel 1.7) | 193 |
| e. aanvullend recht voor spoedinschrijving per klasse boven de derde | 30 |
| f. aanvullend recht voor de beschrijving van onderscheidende elementen (regel 1.1, lid 2) | 39 |
| g. inschrijving verklaring van een recht van voorrang (regel 1.4, lid 2) | 15 |
| a. basisrecht oppositie | 1.000 |
| --- | --- |
| b. aanvullend recht per ingeroepen recht boven het derde | 100 |
| c. opschorting op verzoek en verlenging daarvan voor aanvang procedure (maximaal drie maal) (regel 1.26) | gratis |
| d. opschorting op verzoek en verlenging daarvan in overige gevallen, per vier maanden (regel 1.26) | 150 |
| e. vertaling van argumenten (regel 1.21) eerste vier pagina’s iedere pagina of deel daarvan, boven de vierde | gratis 55 |
| f. vertaling van beslissing, per pagina* of deel daarvan (regel 1.21) | 45 |
- pagina: maximaal 30 regels met maximaal 80 karakters.
| a. basisrecht individueel merk, tot drie klassen | 260 |
|---|---|
| b. basisrecht collectief merk, tot drie klassen | 474 |
| c. aanvullend recht voor iedere klasse boven de derde | 46 |
| d. extra-recht voor vernieuwing binnen zes maanden na vervaldatum (artikel 2.9 lid 4 Verdrag) | 129 |
| a. overdracht of overgang, licentie, pandrecht of beslag | |
| --- | --- |
| eerste merk | 54 |
| tweede tot en met vijfde merk | 27 |
| elk volgend merk | gratis |
| b. aantekening waren- en dienstenbeperking | 44 |
| c. wijziging van gemachtigde, inbegrepen diens aanwijzing na inschrijving van het depot | |
| eerste merk | 22 |
| tweede tot en met vijfde merk van dezelfde houder | 11 |
| elk volgend merk van dezelfde houder | gratis |
| tweede tot en met vijfde merk van verschillende houders | 11 |
| elk volgend merk van verschillende houders | 2 |
| d. wijziging naam en/of adres van een merkhouder, gemachtigde of licentiehouder | gratis |
| e. herstel van aan de houder te wijten schrijffouten na inschrijving | |
| eerste merk | 18 |
| elk volgend merk | 9 |
Regel 5.5. Overige vergoedingen (merken)
| a. basisvergoeding onderzoek, tot drie klassen | 150 |
|---|---|
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 20 |
| a. basisvergoeding abonnement, tot drie klassen | 50 |
| --- | --- |
| b. aanvullende vergoeding voor iedere klasse boven de derde | 8 |
| a. niet gewaarmerkt, per inschrijving | 4 |
| --- | --- |
| b. niet gewaarmerkt, overige per bladzijde | 5 |
| c. gewaarmerkt, per inschrijving | 15 |
| d. gewaarmerkt, overige per bladzijde | 17 |
| e. bewijzen van voorrang (regel 3.10) | 15 |
| a. minder dan een uur | 23 |
| --- | --- |
| b. langer dan een uur, per uur | 55 |
0,20/ woord
HOOFDSTUK 1. AANPASSINGEN VAN INSCHRIJVINGEN
HOOFDSTUK 4. OVERIGE DIENSTEN
TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden dit verdrag hebben ondertekend en voorzien van hun zegel.
GEDAAN te Den Haag op 25 februari 2005, in drievoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Regel 5.1. Vaststelling tarieven
Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 1.13, lid 1 van het Verdrag keert het Bureau aan de nationale diensten 20 % uit van het bedrag van de rechten, die zijn geïnd ter zake van de door hun bemiddeling verrichte handelingen.
De Raad van Bestuur stelt de tarieven vast van de voor de in het Verdrag en dit reglement opgenomen handelingen bij en door het Bureau. Deze tarieven worden vastgelegd in een lijst die een bijlage vormt bij dit reglement.
Artikel 6.5 van het Verdrag is van overeenkomstige toepassing op de bekendmaking van nieuwe tarieven.
Regel 5.2. Betaling
Betaling van de verschuldigde rechten en vergoedingen dient vooraf te gaan aan handelingen door het Bureau. Betaalde verschuldigde rechten en vergoedingen, worden in geen geval gerestitueerd.
Het Bureau verzendt na ontvangst van een verzoek waaraan rechten verbonden zijn een overzicht van de verschuldigde rechten. Aan het niet-verzenden of niet-ontvangen van dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Indien voor een handeling overeenkomstig regel 3.4 zowel elektronische als niet-elektronische indiening mogelijk is en de indiener ervoor kiest om een ander middel dan een door de Directeur-Generaal voor die specifieke handeling aangeduid elektronisch middel te gebruiken, is een vergoeding voor administratiekosten verschuldigd ter hoogte van 15%, naar beneden afgerond op hele euro’s, van het recht of de rechten verschuldigd voor de desbetreffende handeling. Deze vergoeding is niet eerder verschuldigd dan nadat hierover overeenkomstig regel 3.14 een mededeling van de Directeur-Generaal is gepubliceerd.
Regel 5.3. Vergoedingen incidentele handelingen
De vergoedingen voor handelingen bij en door het Bureau die niet zijn opgenomen op de in regel 5.1, lid 2, bedoelde lijst, zogenaamde incidentele handelingen, worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.
De Directeur-Generaal informeert de Raad van Bestuur over de vergoedingen vastgesteld voor meer structurele handelingen. De Raad van Bestuur kan besluiten deze vergoedingen op te nemen op de in regel 5.1, lid 2, bedoelde lijst.
Artikel 1.15bis. Beroep
Eenieder die partij is in een procedure die heeft geleid tot een eindbeslissing van het Bureau in de uitvoering van zijn officiële taken ter toepassing van de titels II, III en IV van dit verdrag, kan daartegen beroep instellen bij het Benelux-Gerechtshof teneinde een vernietiging of herziening van deze beslissing te verkrijgen. De termijn voor het instellen van beroep bedraagt twee maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de eindbeslissing.
De Organisatie kan in procedures voor het Benelux-Gerechtshof die beslissingen van het Bureau betreffen, worden vertegenwoordigd door een daartoe aangewezen personeelslid.
Titel II. MERKEN
HOOFDSTUK 1. Geldigheid van een merk
HOOFDSTUK 2. DEPOT, INSCHRIJVING EN VERNIEUWING
HOOFDSTUK 3. TOETSING OP ABSOLUTE GRONDEN
HOOFDSTUK 3. TOETSING OP ABSOLUTE GRONDEN
HOOFDSTUK 5. RECHTEN VAN DE HOUDER
HOOFDSTUK 6. DOORHALING, VERVAL EN NIETIGHEID
HOOFDSTUK 6bis. PROCEDURE TOT NIETIGVERKLARING OF VERVALLENVERKLARING BIJ HET BUREAU
Artikel 2.30bis. Instellen van de vordering
Een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring van de inschrijving van een merk kan bij het Bureau worden ingesteld:
- a. op basis van de in artikel 2.2bis bedoelde absolute nietigheidsgronden en de in artikel 2.27 bedoelde vervalgronden door iedere natuurlijke of rechtspersoon en iedere groepering of entiteit die is opgericht ter behartiging van de belangen van fabrikanten, producenten, dienstverrichters, handelaren of consumenten, en die overeenkomstig het ter zake geldende recht bevoegd is in eigen naam in rechte op te treden;
- b. op basis van de in artikel 2.2ter bedoelde relatieve nietigheidsgronden:
- i. in de in artikel 2.2ter, lid 1 en 3, sub a, bedoelde gevallen door de houders van oudere merken en de door deze houders gemachtigde licentiehouders;
- ii. in het in artikel 2.2ter, lid 3, sub b, bedoelde geval door de daar bedoelde houders van merken; in dit geval kan tevens de in artikel 2.20ter, lid 1, sub b, bedoelde overdracht worden gevorderd;
- iii. in het in artikel 2.2ter, lid 3, sub c, bedoelde geval door degenen die krachtens het toepasselijke recht de in deze bepaling bedoelde rechten mogen uitoefenen.
De vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring wordt pas geacht te zijn ingesteld, nadat de verschuldigde taksen zijn betaald.
Artikel 2.30ter. Verloop van de procedure
Het Bureau behandelt de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring binnen een redelijke termijn overeenkomstig de bepalingen vastgelegd in het uitvoeringsreglement en met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.
De procedure wordt opgeschort:
- a. indien de vordering is gebaseerd op artikel 2.30bis, lid 1, sub b, onder i, wanneer het oudere merk:
- i. nog niet is ingeschreven;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig artikel 2.8, lid 2, en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie;
- iii. het voorwerp is van een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- b. indien de vordering is gebaseerd op artikel 2.30bis, lid 1, sub b, onder iii, wanneer ze is gebaseerd op een aanvraag voor een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding, totdat daarover een definitieve beslissing is genomen;
- c. wanneer het betwiste merk:
- i. nog niet is ingeschreven;
- ii. onverwijld is ingeschreven overeenkomstig artikel 2.8, lid 2; en het voorwerp is van een weigeringsprocedure op absolute gronden of een oppositie;
- iii. het voorwerp is van een gerechtelijke vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring;
- d. op gezamenlijk verzoek van partijen;
- e. indien de opschorting om andere redenen passend is.
De procedure wordt afgesloten:
- a. wanneer de indiener niet langer de hoedanigheid heeft om op te kunnen treden;
- b. wanneer verweerder niet reageert op de ingestelde vordering; in dit geval wordt de inschrijving doorgehaald;
- c. wanneer aan de vordering de grondslag is ontvallen hetzij omdat zij is ingetrokken, hetzij omdat de inschrijving waartegen de vordering is ingesteld is vervallen;
- d. wanneer de vordering is gebaseerd op artikel 2.30bis, lid 1, sub b, en het oudere merk of het oudere recht niet meer geldig is;
- e. wanneer de vordering is gebaseerd op artikel 2.30bis, lid 1, sub b, onder i, en de indiener binnen de gestelde termijn geen bewijsstukken van gebruik van zijn oudere merk als bedoeld in artikel 2.30quinquies heeft overgelegd.
In deze gevallen wordt een deel van de betaalde taksen gerestitueerd.
Nadat het onderzoek van de vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring is beëindigd, neemt het Bureau zo spoedig mogelijk een beslissing. Indien de vordering gegrond bevonden wordt, haalt het Bureau de inschrijving geheel of gedeeltelijk door of besluit het de in artikel 2.20ter, lid 1, sub b, bedoelde overdracht in het register aan te tekenen. In het tegengestelde geval wordt de vordering afgewezen. Van de beslissing geeft het Bureau onverwijld schriftelijk kennis aan partijen, onder vermelding van het in artikel 1.15bis genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing. De beslissing van het Bureau wordt eerst definitief nadat ze niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel. Het Bureau is geen partij bij een beroep tegen zijn beslissing.
De in het ongelijk gestelde partij wordt in de kosten verwezen. Deze worden vastgesteld conform het bepaalde in het uitvoeringsreglement. De kosten zijn niet verschuldigd indien de vordering gedeeltelijk toegewezen wordt. De beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel; de gedwongen tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen die van kracht zijn in de staat van executie.
Artikel 2.30quater. Vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring van internationale aanvragen
Tegen een internationale aanvraag waarvan is verzocht de bescherming uit te strekken tot het Benelux-gebied kan een vordering tot nietigverklaring of vervallenverklaring worden ingesteld bij het Bureau. De artikelen 2.30bis en 2.30ter zijn van overeenkomstige toepassing.
Het Bureau geeft onverwijld schriftelijk kennis aan het Internationaal Bureau van de ingediende vordering, onder vermelding van het bepaalde in de artikelen 2.30bis en 2.30ter, evenals de daarop betrekking hebbende bepalingen uit het uitvoeringsreglement.
HOOFDSTUK 7. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
HOOFDSTUK 8. COLLECTIEVE MERKEN
TITEL III. TEKENINGEN OF MODELLEN
HOOFDSTUK 1. Tekeningen of modellen
HOOFDSTUK 2. DEPOT, INSCHRIJVING EN VERNIEUWING
HOOFDSTUK 3. RECHTEN VAN DE HOUDER
HOOFDSTUK 5. OVERGANG, LICENTIE EN ANDERE RECHTEN
HOOFDSTUK 6. SAMENLOOP MET HET AUTEURSRECHT
TITEL IV. OVERIGE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 1. GEMACHTIGDENREGISTER
HOOFDSTUK 3. RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID
HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN
TITEL VI. SLOTBEPALINGEN
De Hoge Verdragsluitende Partijen, wensende uitvoering te geven aan artikel 1.6, eerste lid, van het Benelux Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) dat bepaalt dat de Hoge Verdragsluitende Partijen een protocol zullen sluiten waarin de voorrechten en immuniteiten worden vastgelegd welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Organisatie;
Zijn het volgende overeengekomen:
De Raad van Bestuur van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen),
gelet op zijn bevoegdheid ex artikel 1.9, lid 2, van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE),
overeenkomstig het voorstel van de Directeur-Generaal ex artikel 1.11, lid 1 BVIE,
verlangend het uitvoeringsreglement op een aantal punten te wijzigen, met name in verband met de invoering van een administratieve procedure tot nietigverklaring of vervallenverklaring van merken zoals voorzien in het Protocol van 16 december 2014 houdende wijziging van het BVIE,
heeft tijdens zijn zesentwintigste vergadering op 28 september 2017 besloten om het uitvoeringsreglement in te trekken en te vervangen door het onderhavige reglement:
TITEL I. : MERKEN
HOOFDSTUK 1. HET BENELUX MERK
Regel 1.1. Depotvereisten
Het Beneluxdepot van een merk wordt verricht in het Nederlands, Frans of Engels door de indiening van een document, bevattende:
- a. naam en adres van de deposant; indien deposant een rechtspersoon is onder vermelding van zijn rechtsvorm;
- b. in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde, of het in regel 3.6 bedoelde correspondentieadres;
- c. het merk;
- d. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd. Dit zoveel mogelijk met vermelding van de nummers van de klassen waarin deze waren en diensten volgens de Overeenkomst van Nice;
- e. de aanduiding of het merk een woordmerk, een beeldmerk, een gecombineerd woord-beeldmerk, een vormmerk dan wel een ander type merk is. In dit laatste geval dient eveneens te worden aangeduid welk type merk het betreft;
- f. de vermelding van de kleur of kleuren in woorden; in voorkomend geval voorzien van de daarmee overeenkomende kleurcode;
- g. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
Er kan een beschrijving in niet meer dan vijftig woorden van de onderscheidende elementen van het merk worden vermeld.
Regel 1.2. Collectief merk
Bij het depot dient in voorkomend geval te worden vermeld dat het een collectief merk betreft.
In dat geval dient het depot vergezeld te gaan van een reglement op het gebruik en het toezicht.
Regel 1.3. Vaststellen depotdatum; Regularisatie
De in artikel 2.5, lid 1, van het Verdrag bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in regel 1.1, lid 1, sub a, c, d en e, en in regel 1.2, behoudens betaling van de basisrechten verschuldigd voor het depot binnen een termijn van een maand nadat aan voornoemde vereisten is voldaan.
Er wordt een termijn van minimaal een maand toegekend om aan de overige vereisten als bedoeld in artikel 2.5, lid 2, van het Verdrag te voldoen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
Regel 1.4. Prioriteit
Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6 van het Verdrag, dienen het land, de datum, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang berust, te worden vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het Beneluxdepot verricht, dan moet de laatstgenoemde aan zijn depot een document toevoegen, waaruit zijn rechten blijken.
De bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, als bedoeld in artikel 2.6, lid 3, van het Verdrag, dient te bevatten: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres als bedoeld in regel 3.6, een aanduiding van het merk, alsmede de in lid 1 bedoelde gegevens.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)