Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië tot de Europese Unie
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
de Republiek Bulgarije,
de President van de Tsjechische Republiek,
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
de President van de Bondsrepubliek Duitsland,
de President van de Republiek Estland,
de President van de Helleense Republiek,
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
de President van de Franse Republiek,
de President van Ierland,
de President van de Italiaanse Republiek,
de President van de Republiek Cyprus,
de President van de Republiek Letland,
de President van de Republiek Litouwen,
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
de President van de Republiek Hongarije,
de President van Malta,
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
de Federale President van de Republiek Oostenrijk,
de President van de Republiek Polen,
de President van de Portugese Republiek,
de President van Roemenië,
de President van de Republiek Slovenië,
de President van de Slowaakse Republiek,
de President van de Republiek Finland,
de Regering van het Koninkrijk Zweden,
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie voort te zetten,
Vastbesloten op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,
Overwegende dat artikel I-58 van de Grondwet, zoals artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan de Europese Staten de mogelijkheid biedt lid van de Unie te worden,
Overwegende dat de Republiek Bulgarije en Roemenië hebben verzocht lid te worden van de Unie,
Overwegende dat de Raad, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen en na de instemming van het Europees Parlement te hebben verkregen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staten,
Overwegende dat op het ogenblik van de ondertekening van dit Verdrag, het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa reeds door alle lidstaten van de Unie was ondertekend maar nog niet bekrachtigd, en dat de Republiek Bulgarije en Roemenië zullen toetreden tot de Europese Unie zoals samengesteld op 1 januari 2007,
Hebben overeenstemming bereikt over de voorwaarden en regelingen voor de toelating, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:
Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen,
Overeenstemming hebben bereikt:
Artikel 1
De Republiek Bulgarije en Roemenië worden lid van de Europese Unie.
De Republiek Bulgarije en Roemenië worden Partij bij het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa en bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.
De voorwaarden en regelingen voor de toelating zijn neergelegd in een bij dit Verdrag gevoegd Protocol. De bepalingen van dit Protocol maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.
Het Protocol, met inbegrip van de bijlagen en aanhangsels daarbij, wordt gehecht aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en de bepalingen van dit Protocol maken een integrerend deel van deze Verdragen uit.
Artikel 2
Indien het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa op de datum van toetreding niet van kracht is, worden de Republiek Bulgarije en Roemenië Partij bij de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.
In dat geval wordt artikel 1, leden 2 tot en met 4, van kracht op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.
De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, welke van toepassing zullen zijn vanaf de datum van toetreding tot de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde Akte. De bepalingen van deze Akte maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.
Indien het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa na de toetreding in werking treedt, wordt de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag vervangen door het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol. In dat geval worden de bepalingen van dat Protocol niet geacht nieuwe rechtsgevolgen tot stand te brengen, maar worden zij geacht, onder de voorwaarden die zijn neergelegd in het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Protocol, de rechtsgevolgen die reeds door de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte tot stand zijn gebracht, te handhaven.
Handelingen die op grond van dit Verdrag of de in lid 2 bedoelde Akte zijn vastgesteld vóór de inwerkingtreding van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol, blijven van toepassing en de rechtsgevolgen ervan blijven gehandhaafd totdat deze handelingen worden gewijzigd of ingetrokken.
Artikel 3
De bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de lidstaten, alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Unie, zoals die zijn neergelegd in de Verdragen waarbij de Republiek Bulgarije en Roemenië partij worden, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag.
Artikel 4
Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De akten van bekrachtiging zullen uiterlijk op 31 december 2006 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek.
Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2007, mits alle akten van bekrachtiging voor die datum zijn neergelegd.
Indien echter een in artikel 1, lid 1, genoemde Staat niet tijdig zijn akte van bekrachtiging heeft neergelegd, treedt dit Verdrag in werking voor de andere Staat die tot de nederlegging is overgegaan. In dat geval besluit de Raad, met eenparigheid van stemmen, onmiddellijk over de hierdoor noodzakelijk geworden aanpassingen van de artikelen 5 en 6 van het onderhavige Verdrag, van de artikelen 10, 11, lid 2, 12, 21, lid 1, 22, 31, 34 en 46, Bijlagen III punt 2, onder 1, b), punt 2, onder 2 en 3, en Bijlage IV, onderdeel B, van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol en, in voorkomend geval, van de artikelen 9 tot en met 11, 14, lid 3, 15, 24, lid 1, 31, 34, 46 en 47, Bijlagen III, punt 2, onder 1, b), punt 2, onder 2 en 3, en Bijlage IV, onderdeel B, van de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte; de Raad kan eveneens, met eenparigheid van stemmen, de bepalingen van voornoemd Protocol, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen en aanhangsels, en, in voorkomend geval, van voornoemde Akte, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen en aanhangsels, waarin een Staat die zijn akte van bekrachtiging niet heeft neergelegd, met name wordt genoemd, vervallen verklaren of aanpassen.
Niettegenstaande de nederlegging van alle noodzakelijke akten van bekrachtiging overeenkomstig lid 1, treedt dit Verdrag in werking op 1 januari 2008, indien de Raad een besluit betreffende beide toetredende Staten aanneemt krachtens artikel 39 van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol of, vóór de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, krachtens artikel 39 van de in artikel 2, lid 2 bedoelde Akte.
Indien een dergelijk besluit wordt genomen met betrekking tot slechts één toetredende Staat, treedt dit Verdrag op 1 januari 2008 in werking voor die Staat.
Onverminderd lid 2 kunnen de Instellingen van de Unie vóór de toetreding de maatregelen aannemen als bedoeld in de artikel 3, lid 6, artikel 6, lid 2, tweede alinea, artikel 6, lid 4, tweede alinea, artikel 6, lid 7, tweede en derde alinea, artikel 6, lid 8, tweede alinea, artikel 6, lid 9, derde alinea, artikel 17, artikel 19, artikel 27, lid 1 en lid 4, artikel 28, lid 4 en lid 5, artikel 29, artikel 30, lid 3, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 5, artikel 34, lid 3 en lid 4, artikel 37, artikel 38, artikel 39, lid 4, artikel 41, artikel 42, artikel 55, artikel 56, artikel 57 en Bijlagen IV tot en met VIII van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol. Vóór de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden dergelijke maatregelen aangenomen krachtens de gelijkwaardige bepalingen in de artikelen 3, lid 6, artikel 6, lid 2, tweede alinea, artikel 6, lid 4, tweede alinea, artikel 6, lid 7, tweede en derde alinea, artikel 6, lid 8, tweede alinea, artikel 6, lid 9, derde alinea, artikel 20, artikel 22, artikel 27, lid 1 en lid 4, artikel 28, lid 4 en lid 5, artikel 29, artikel 30, lid 3, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 5, artikel 34, lid 3 en lid 4, artikel 37, artikel 38, artikel 39, lid 4, artikel 41, artikel 42, artikel 55, artikel 56, artikel 57 en Bijlagen IV tot en met VIII van de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte.
Deze maatregelen treden slechts in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag.
Artikel 5
De in de Bulgaarse en de Roemeense taal opgestelde tekst van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa wordt aan dit Verdrag gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa die zijn opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal.
De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van de Republiek Bulgarije en Roemenië een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa in alle in de eerste alinea genoemde talen.
Artikel 6
Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten.
Overeenkomstig artikel 2 van het Toetredingsverdrag is deze Akte van toepassing wanneer het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa op 1 januari 2007 niet in werking is getreden, en blijft zij toepasselijk tot de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.
DEEL EERSTE. BEGINSELEN
Artikel 1
In de zin van deze Akte:
- –. worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen" bedoeld:
- a. het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag), en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA-Verdrag), zoals deze Verdragen zijn aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden,
- b. het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag), zoals aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden;
- -. worden met de uitdrukking „huidige lidstaten" bedoeld, het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;
- -. wordt met de uitdrukking „de Unie" bedoeld de Unie zoals tot stand gebracht bij het EU-Verdrag;
- -. wordt met de uitdrukking „de Gemeenschap" bedoeld één of beide van de in het eerste streepje vermelde Gemeenschappen, naar gelang van het geval;
- -. worden met de uitdrukking „nieuwe lidstaten" bedoeld de Republiek Bulgarije en Roemenië;
- -. worden met de uitdrukking „Instellingen" bedoeld de bij de oorspronkelijke Verdragen opgerichte Instellingen.
Artikel 2
Onmiddellijk na de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen en de Europese Centrale Bank vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor Bulgarije en Roemenië en in deze staten toepasselijk onder de voorwaarden waarin door die Verdragen en deze Akte wordt voorzien.
Artikel 3
Bulgarije en Roemenië treden toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten.
Bulgarije en Roemenië bevinden zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Europese Raad of de Raad, alsmede ten aanzien van die welke betrekking hebben op de Gemeenschap of de Unie en in onderling overleg tussen de lidstaten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de huidige lidstaten; zij zullen derhalve de beginselen en beleidslijnen die hieruit voortvloeien eerbiedigen, en de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan.
Bulgarije en Roemenië treden toe tot de in bijlage I opgesomde verdragen, overeenkomsten en protocollen. Deze verdragen, overeenkomsten en protocollen treden in werking ten aanzien van Bulgarije en Roemenië op de data die door de Raad worden bepaald in de in lid 4 bedoelde besluiten.
De Raad brengt op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen de ingevolge de toetreding vereiste aanpassingen aan in de verdragen, overeenkomsten en protocollen als bedoeld in lid 3, en maakt de aangepaste tekst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Bulgarije en Roemenië verbinden zich ertoe om met betrekking tot de verdragen, overeenkomsten en protocollen als bedoeld in lid 3 administratieve en andere regelingen in te voeren in de trant van de regelingen die de huidige lidstaten of de Raad voor de datum van toetreding hebben aangenomen, en de praktische samenwerking tussen de Instellingen en organisaties van de lidstaten te faciliteren.
De Raad kan op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen bijlage I aanvullen met de verdragen, overeenkomsten en protocollen die vóór de datum van toetreding zijn ondertekend.
Artikel 4
De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen door middel van het Protocol dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna het „Schengenprotocol" genoemd), en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten die zijn opgesomd in bijlage II, evenals alle andere dergelijke rechtsbesluiten die eventueel worden aangenomen vóór de toetredingsdatum, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor en toepasselijk in Bulgarije en Roemenië.
De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen, en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten welke niet in lid 1 bedoeld worden, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor Bulgarije en Roemenië, maar zijn in elk van voornoemde staten slechts toepasselijk op grond van een daartoe strekkend besluit van de Raad, nadat overeenkomstig de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures is geconstateerd dat in de respectieve staten aan de nodige voorwaarden voor de toepassing van alle onderdelen van het betreffende acquis is voldaan.
De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen van de leden die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten ten aanzien waarvan de bepalingen van dit lid reeds van kracht zijn en van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat ten aanzien waarvan die bepalingen van kracht moeten worden. De leden van de Raad die de regeringen van Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vertegenwoordigen, nemen aan dit besluit deel voorzover het verband houdt met de bepalingen van het Schengenacquis en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten waaraan deze lidstaten deelnemen.
Artikel 5
Vanaf de datum van toetreding nemen Bulgarije en Roemenië aan de Economische en Monetaire Unie deel als lidstaat met een derogatie in de zin van artikel 122 van het EG-Verdrag.
Artikel 6
De door de Gemeenschap of uit hoofde van artikel 24 of artikel 38 van het EU-Verdrag met een of meer derde staten, met een internationale organisatie of met een onderdaan van een derde staat gesloten of voorlopig toegepaste overeenkomsten of akkoorden, zijn verbindend voor Bulgarije en Roemenië, en wel onder de in de oorspronkelijke Verdragen en in deze Akte neergelegde voorwaarden.
Bulgarije en Roemenië verbinden zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de door de huidige lidstaten en de Gemeenschap gezamenlijk gesloten of ondertekende overeenkomsten of akkoorden.
De toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de overeenkomsten of akkoorden met specifieke derde landen of internationale organisaties die gezamenlijk zijn gesloten of ondertekend door de Gemeenschap en de huidige lidstaten, wordt geregeld door de sluiting van een protocol bij die overeenkomsten of akkoorden door de Raad, handelend met eenparigheid van stemmen namens de lidstaten, en het (de) betrokken derde land(en) of internationale organisatie. De Commissie voert namens de lidstaten onderhandelingen over deze protocollen, op basis van door de Raad met eenparigheid van stemmen goedgekeurde onderhandelingsrichtsnoeren en in overleg met een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten. De Commissie dient een ontwerp van de te sluiten protocollen in bij de Raad.
Deze procedure geldt onverminderd de uitoefening van de eigen bevoegdheden van de Gemeenschap, en laat de verdeling van bevoegdheden tussen de Gemeenschap en de lidstaten op het gebied van de sluiting van dergelijke overeenkomsten in de toekomst dan wel andere, niet met de toetreding verband houdende wijzigingen, onverlet.
Vanaf hun toetreding tot de in lid 2 bedoelde overeenkomsten en akkoorden, verwerven Bulgarije en Roemenië dezelfde rechten en verplichtingen uit hoofde van die overeenkomsten en akkoorden als de huidige lidstaten.
Vanaf de datum van toetreding, en in afwachting van de inwerkingtreding van de nodige protocollen als bedoeld in lid 2, passen Bulgarije en Roemenië de bepalingen toe van de overeenkomsten en akkoorden die vóór de toetreding door de huidige lidstaten en de Gemeenschap gezamenlijk zijn gesloten, met uitzondering van de met Zwitserland gesloten overeenkomst over het vrije verkeer van personen. Deze verplichting geldt tevens voor de overeenkomsten en akkoorden die door de Unie en de huidige lidstaten in onderlinge overeenstemming voorlopig worden toegepast.
In afwachting van de inwerkingtreding van de protocollen als bedoeld in lid 2 nemen de Gemeenschap en de lidstaten, gezamenlijk optredend als dat passend is, en binnen hun respectieve bevoegdheden, de passende maatregelen.
Bulgarije en Roemenië treden toe tot de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds1)PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.,ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000.
Bulgarije en Roemenië verbinden zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte2)PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3., zulks overeenkomstig artikel 128 van die Overeenkomst.
Vanaf de datum van toetreding worden de door de Gemeenschap met derde landen gesloten bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen door Bulgarije en Roemenië toegepast.
De door de Gemeenschap toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van textielproducten en kleding worden aangepast om rekening te houden met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Gemeenschap. Te dien einde kan door de Gemeenschap met de betrokken derde landen nog voor de toetreding worden onderhandeld over wijzigingen van de bovengenoemde bilaterale overeenkomsten en regelingen.
Indien de wijzigingen van de bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen op de datum van toetreding nog niet in werking zijn getreden, verricht de Gemeenschap de nodige aanpassingen van haar regels betreffende de invoer van textielproducten en kleding uit derde landen om rekening te kunnen houden met de toetreding van Bulgarije en Roemenië.
De door de Gemeenschap toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van staal en staalproducten worden aangepast op basis van de invoer van Bulgarije en Roemenië, over de afgelopen jaren, van staalproducten van oorsprong uit de betrokken leverancierlanden.
Te dien einde wordt nog voor de toetreding onderhandeld over de nodige wijzigingen in de door de Gemeenschap met derde landen gesloten bilaterale overeenkomsten en regelingen op het gebied van staal.
Indien de wijzigingen van de bilaterale overeenkomsten en regelingen op de datum van toetreding nog niet in werking zijn getreden, is de eerste alinea van toepassing.
Visserijovereenkomsten die vóór de toetreding door Bulgarije en Roemenië met derde landen werden gesloten, worden beheerd door de Gemeenschap.
De rechten en plichten die voor Bulgarije en Roemenië uit deze overeenkomsten voortvloeien, blijven onverlet gedurende de periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd.
Zo spoedig mogelijk, en in ieder geval vóór het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde overeenkomsten, stelt de Raad, in elk apart geval, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de passende besluiten vast voor het voortzetten van de daaruit voortvloeiende visserijactiviteiten, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde van deze overeenkomsten met ten hoogste één jaar te verlengen.
Met ingang van de datum van toetreding zeggen Bulgarije en Roemenië elke vrijhandelsovereenkomst met derde landen, inclusief de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, op.
Voorzover de overeenkomsten tussen Bulgarije, Roemenië of beide staten enerzijds, en één of meer derde landen anderzijds, niet verenigbaar zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit deze Akte, treffen Bulgarije en Roemenië alle passende maatregelen om de geconstateerde onverenigbaarheden weg te werken. Indien Bulgarije of Roemenië moeilijkheden ondervindt om een overeenkomst aan te passen die vóór de toetreding is gesloten met één of meer derde landen, trekt het zich uit die overeenkomst terug met inachtneming van de daarin vervatte voorwaarden.
Bulgarije en Roemenië treden onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe tot de interne overeenkomsten welke door de lidstaten werden gesloten met het oog op de toepassing van de in lid 2, lid 5 en lid 6, bedoelde overeenkomsten en akkoorden.
Bulgarije en Roemenië treffen, zo nodig, passende maatregelen om zo nodig hun positie ten aanzien van internationale organisaties en internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap of andere lidstaten eveneens partij zijn, aan te passen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hun toetreding tot de Unie.
Met name zeggen zij, op de datum van toetreding of zo spoedig mogelijk daarna, de internationale visserijovereenkomsten en hun lidmaatschap van de internationale visserijorganisaties op waarbij ook de Gemeenschap partij is, tenzij hun lidmaatschap geen verband houdt met visserijzaken.
Artikel 7
De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdragen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen.
De door de Instellingen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter; met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing.
De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen anders dan bij wijze van overgangsmaatregel worden ingetrokken of gewijzigd, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen.
Artikel 8
Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen.
DEEL TWEEDE. AANPASSING DER VERDRAGEN
TITEL I. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 9
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.
Artikel 10
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 07-02-1992.
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 07-02-1992.
Artikel 11
Wijzigt het Protocol, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957, Wijzigt het Verdrag betreffende het statuut van het Hof van Justitie; Nice, 26-02-2001.
Wijzigt het Protocol, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957, Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957, Wijzigt het Verdrag betreffende het statuut van het Hof van Justitie; Nice, 26-02-2001.
Artikel 12
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.
Artikel 13
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.
Artikel 14
Wijzigt het Protocol betreffende de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en de Europese Centrale Bank; Maastricht, 07-02-1992.
Artikel 15
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.
TITEL II. ANDERE AANPASSINGEN
Artikel 16
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.
Artikel 17
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.
Artikel 18
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957.
Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957.
Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 07-02-1992.
DEEL DERDE. PERMANENTE BEPALINGEN
TITEL I. AANPASSINGEN VAN BESLUITEN VAN DE INSTELLINGEN
Artikel 19
Ten aanzien van de besluiten genoemd in bijlage III van deze Akte vinden de aanpassingen plaats die in die bijlage worden omschreven.
Artikel 20
De ingevolge de toetreding noodzakelijke aanpassingen van de besluiten vermeld in de lijst in bijlage IV van deze Akte, worden verricht overeenkomstig de in die bijlage vervatte richtsnoeren.
TITEL II. OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 21
De in bijlage V van deze Akte opgesomde maatregelen worden toegepast op de in die bijlage bepaalde voorwaarden.
Artikel 22
De Raad kan, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement besluiten tot de aanpassingen van de bepalingen van deze Akte betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid welke nodig kunnen blijken ten gevolge van een wijziging van de communautaire voorschriften.
DEEL VIERDE. TIJDELIJKE BEPALINGEN
TITEL I. OVERGANGSMAATREGELEN
Artikel 23
De in de bijlagen VI en VII bij deze Akte vermelde besluiten zijn ten aanzien van Bulgarije en Roemenië van toepassing onder de in die bijlagen neergelegde voorwaarden.
TITEL II. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 24
In afwijking van het maximumaantal leden van het Europees Parlement als vastgesteld in artikel 189, tweede alinea, van het EG-Verdrag en in artikel 107, tweede alinea, van het EGA-Verdrag, wordt met het oog op de toetreding van Bulgarije en Roemenië het aantal leden van het Europees Parlement verhoogd met het onderstaande aantal vertegenwoordigers van deze landen vanaf de datum van toetreding tot het begin van de zittingsperiode 2009–2014 van het Europees Parlement:
| Bulgarije | 18 |
|---|---|
| Roemenië | 35. |
Bulgarije en Roemenië gaan vóór 31 december 2007 elk over tot de verkiezing, door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, van het in lid 1 vastgestelde aantal vertegenwoordigers van hun volk in het Europees Parlement, overeenkomstig het bepaalde in de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen1)PB L 278 van 8.10.1976, blz. 5. Akte laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2002/772/EG, Euratom (PB L 283 van 21.10.2002, blz. 1)..
Indien de verkiezingen worden gehouden na de datum van toetreding, dan worden de vertegenwoordigers in het Europees Parlement van de volkeren van Bulgarije en Roemenië in afwijking van artikel 190, lid 1, van het EG-Verdrag en van artikel 108, lid 1, van het Euratom-Verdrag, voor de periode vanaf de datum van toetreding tot de in lid 2 bedoelde verkiezingen, aangewezen door de volksvertegenwoordigingen van deze Staten uit hun midden, zulks volgens de door elk dezer Staten vastgestelde procedure.
TITEL III. FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 25
Vanaf de datum van toetreding storten Bulgarije en Roemenië de volgende bedragen overeenkomende met hun aandeel in het kapitaal gestort voor het geplaatste kapitaal als gedefinieerd in artikel 4 van de statuten van de Europese Investeringsbank2)De vermelde getallen zijn indicatief en gebaseerd op de voor 2003 door Eurostat gepubliceerde gegevens..
| Bulgarije | 14.800.000 EUR |
|---|---|
| Roemenië | 42.300.000 EUR. |
Deze bijdragen worden gestort in acht gelijke termijnen die vervallen op 31 mei 2007, 31 mei 2008, 31 mei 2009, 30 november 2009, 31 mei 2010, 30 november 2010, 31 mei 2011 en 30 november 2011.
Bulgarije en Roemenië dragen, in acht gelijke termijnen die vervallen op de in lid 1 genoemde data, bij tot de reserves, de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede tot het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken bedrag, bevattende het saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze aan het einde van de maand voorafgaande aan de toetreding zijn vastgesteld en in de balans van de Bank voorkomen, door storting van bedragen die overeenkomen met de volgende percentages van de reserves en voorzieningen1)De vermelde getallen zijn indicatief en gebaseerd op de voor 2003 door Eurostat gepubliceerde gegevens.:
| Bulgarije | 0,181% |
|---|---|
| Roemenië | 0,517%. |
De in lid 1 en 2 bedoelde stortingen worden door Bulgarije en Roemenië verricht in contanten in euro's, behoudens een door de Raad van gouverneurs met eenparigheid van stemmen besloten afwijking.
Artikel 26
Bulgarije en Roemenië betalen de volgende bijdragen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal bedoeld in Besluit 2002/234/EGKS van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 27 februari 2002 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal2)PB L 79 van 22.3.2002, blz. 42.:
| (miljoen EUR - huidige prijzen) | |
|---|---|
| Bulgarije | 11,95 |
| Roemenië | 29,880. |
De bijdragen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal worden in vier termijnen betaald, te beginnen in 2009, volgens het onderstaande schema, steeds op de eerste werkdag van de eerste maand van elk jaar:
2009: 15%
2010: 20%
2011: 30%
2012: 35%.
Artikel 27
Vanaf de datum van toetreding worden de aanbesteding, de contractsafsluiting, de uitvoering en de betaling inzake pretoetredingsbijstand in het kader van het Phare-programma 1)Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18.12.1989 betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen van Midden- en Oost-Europa (PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 769/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 1).
en het programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Phare2)Verordening (EG) nr. 2760/98 van de Commissie van 18 december 1998 betreffende de tenuitvoerlegging van een programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van het Phare-programma (PB L 345 van 19.12.1998, blz. 49). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1822/2003 (PB L 267 van 17.10.2003, blz. 9).
, alsmede inzake bijstand in het kader van de overgangsfaciliteit bedoeld in artikel 31, beheerd door een uitvoeringsinstantie in Bulgarije en Roemenië. en het programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Phare, alsmede inzake bijstand in het kader van de overgangsfaciliteit bedoeld in artikel 31, beheerd door een uitvoeringsinstantie in Bulgarije en Roemenië.
Van de voorafgaande goedkeuring door de Commissie van de aanbesteding en het sluiten van de overeenkomst zal worden afgezien bij een besluit van de Commissie te dien einde, nadat er door de Commissie een erkenningsprocedure is toegepast en het versterkte gedecentraliseerde uitvoeringssysteem (EDIS) positief is beoordeeld overeenkomstig de criteria en de voorwaarden van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1266/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende de coördinatie van de bijstand aan de kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3906/89, 3)PB L 161 van 26.06.1999, blz. 68en van artikel 164 van de verordening betreffende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen4)Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25.6.2002 (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1)..
Indien de beslissing van de Commissie om af te zien van voorafgaande goedkeuring niet is genomen vóór de toetreding, heeft dat tot gevolg dat overeenkomsten die zijn ondertekend tussen de toetredingsdatum en de datum waarop de Commissie haar beslissing neemt, niet in aanmerking komen voor pretoetredingsbijstand.
Indien evenwel, bij wijze van uitzondering, het besluit van de Commissie om af te zien van voorafgaande goedkeuring pas na de toetredingsdatum kan worden genomen om redenen die niet kunnen worden toegeschreven aan de autoriteiten van Bulgarije of Roemenië, kan de Commissie in naar behoren gemotiveerde gevallen aanvaarden dat overeenkomsten die zijn gesloten tussen de toetredingsdatum en de datum van het besluit van de Commissie, in aanmerking komen voor pretoetredingsbijstand, en dat de uitvoering van de pretoetredingsbijstand nog gedurende een beperkte periode wordt voortgezet, op voorwaarde dat de Commissie vooraf haar goedkeuring verleent aan de aanbesteding en het sluiten van de overeenkomst.
Financiële verplichtingen die vóór de toetreding in het kader van de in lid 1 bedoelde financiële pretoetredingsinstrumenten of na de toetreding in het kader van de in artikel 31 bedoelde overgangsfaciliteit zijn aangegaan, met inbegrip van het sluiten en de registratie van de specifieke juridische verplichtingen die vervolgens zijn aangegaan en de betalingen die na de toetreding zijn verricht, blijven vallen onder de regels en voorschriften van de financiële instrumenten in het kader van de pretoetredingsbijstand, en blijven ten laste van de desbetreffende begrotingshoofdstukken totdat de betrokken programma's en projecten worden afgesloten. Onverminderd hetgeen voorafgaat, worden procedures inzake overheidsopdrachten die worden ingeleid na de toetreding, uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke communautaire richtlijnen.
De laatste programmeringsperiode voor de in lid 1 bedoelde pretoetredingsbijstand valt samen met het laatste jaar dat aan de toetreding voorafgaat. Voor de acties uit hoofde van deze programma's dient binnen de twee volgende jaren een overeenkomst te worden gesloten. Er worden geen verlengingen toegestaan voor de termijn van de overeenkomsten. Bij wijze van uitzondering en in naar behoren gemotiveerde gevallen, is een beperkte verlenging van de termijnen voor de uitvoering van de overeenkomsten mogelijk.
Onverminderd hetgeen voorafgaat, kunnen pretoetredingsmiddelen gedurende de eerste twee jaar na de toetreding ter dekking van administratieve kosten als omschreven in lid 4 worden vastgelegd. Voor audit- en evaluatiekosten kunnen pretoetredingsmiddelen tot vijf jaar na de toetreding worden vastgelegd.
Om te zorgen voor de noodzakelijke geleidelijke beëindiging van de in lid 1 bedoelde financiële instrumenten voor de pretoetredingsbijstand en van het ISPA-programma1)Verordening (EG) nr. 1267/1999 van de Raad van 21.6.1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 769/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 1)., kan de Commissie alle passende maatregelen treffen om in Bulgarije en Roemenië het nodige statutaire personeel te handhaven gedurende een periode van maximaal negentien maanden na de toetreding. Tijdens die periode genieten de ambtenaren, het tijdelijk personeel en de arbeidscontractanten die voor de toetreding in Bulgarije en Roemenië gedetacheerd waren en die in die lidstaten in dienst moeten blijven na de toetreding, bij wijze van uitzondering dezelfde financiële en materiële voorwaarden als die welke door de Commissie vóór de toetreding werden toegepast overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen zoals die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 723/2004 (PB L 124 van 27.4.2004, blz. 1).. De administratieve uitgaven, met inbegrip van de salarissen van andere personeelsleden, worden gefinancierd uit de begrotingspost „Stapsgewijze vermindering van de pretoetredingssteun voor nieuwe lidstaten" of overeenkomstige begrotingsposten in het kader van het passende beleidsonderdeel van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen dat betrekking heeft op de uitbreiding., kan de Commissie alle passende maatregelen treffen om in Bulgarije en Roemenië het nodige statutaire personeel te handhaven gedurende een periode van maximaal negentien maanden na de toetreding. Tijdens die periode genieten de ambtenaren, het tijdelijk personeel en de arbeidscontractanten die voor de toetreding in Bulgarije en Roemenië gedetacheerd waren en die in die lidstaten in dienst moeten blijven na de toetreding, bij wijze van uitzondering dezelfde financiële en materiële voorwaarden als die welke door de Commissie vóór de toetreding werden toegepast overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen zoals die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/681)PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG-Euratom) nr. 723/2004 (PB L 124 van 27.4.2004, blz. 1).. De administratieve uitgaven, met inbegrip van de salarissen van andere personeelsleden, worden gefinancierd uit de begrotingspost „Stapsgewijze vermindering van de pretoetredingssteun voor nieuwe lidstaten" of overeenkomstige begrotingsposten in het kader van het passende beleidsonderdeel van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen dat betrekking heeft op de uitbreiding.
Artikel 28
Maatregelen waarop op de datum van toetreding een besluit inzake bijstand uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1267/1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid van toepassing is, en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, worden geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds2)PB L 130 van 25.5.1994. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003 (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33).. De bedragen die nog moeten worden vastgesteld met het oog op de uitvoering van bedoelde maatregelen, worden uit hoofde van de op de datum van toetreding geldende verordening inzake het Cohesiefonds vastgesteld en toegewezen aan het met deze verordening overeenstemmende hoofdstuk van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Tenzij in de leden 2 tot en met 5 wordt voorzien in een andere regeling, zijn de bepalingen betreffende de uitvoering van maatregelen die zijn goedgekeurd uit hoofde van de laatstgenoemde verordening van toepassing op die maatregelen.. De bedragen die nog moeten worden vastgesteld met het oog op de uitvoering van bedoelde maatregelen, worden uit hoofde van de op de datum van toetreding geldende verordening inzake het Cohesiefonds vastgesteld en toegewezen aan het met deze verordening overeenstemmende hoofdstuk van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Tenzij in de leden 2 tot en met 5 wordt voorzien in een andere regeling, zijn de bepalingen betreffende de uitvoering van maatregelen die zijn goedgekeurd uit hoofde van de laatstgenoemde verordening van toepassing op die maatregelen.
Elke procedure met betrekking tot een overheidsopdracht in verband met een in lid 1 bedoelde maatregel waarvoor op de datum van toetreding al een uitnodiging tot inschrijving is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, wordt uitgevoerd overeenkomstig de in die uitnodiging tot inschrijving vastgestelde voorschriften. Het bepaalde in artikel 165 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, is evenwel niet van toepassing. Elke procedure met betrekking tot een overheidsopdracht in verband met een in lid 1 bedoelde maatregel waarvoor nog geen uitnodiging tot inschrijving is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen en de op grond daarvan aangenomen maatregelen, en met inachtneming van het communautaire beleid, onder andere met betrekking tot milieubescherming, vervoer, trans-Europese netwerken, mededinging en gunningen van overheidsopdrachten.
De betalingen die door de Commissie worden verricht uit hoofde van een in lid 1 bedoelde maatregel, worden gekoppeld aan de vroegste openstaande betalingsverplichting die in eerste instantie is uitgevoerd krachtens Verordening (EG) nr. 1267/1999 en vervolgens krachtens de dan geldende verordening inzake het Cohesiefonds.
De voorschriften betreffende het in aanmerking nemen van uitgaven uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1267/1999 blijven van toepassing op de in lid 1 bedoelde maatregelen, uitgezonderd in naar behoren gemotiveerde gevallen waarover door de Commissie op verzoek van de betrokken lidstaat een besluit wordt genomen.
De Commissie kan, in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, voor de in lid 1 bedoelde maatregelen specifieke afwijkingen toestaan van de voorschriften die uit hoofde van de op de datum van toetreding geldende verordening inzake het Cohesiefonds worden toegepast.
Artikel 29
Wanneer de termijn voor meerjarenvastleggingen in het kader van het SAPARD-programma1)Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2008/2004 (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 12). met betrekking tot de bebossing van landbouwland, steun voor de oprichting van producentengroeperingen of milieuregelingen voor de landbouw, de toegestane uiterste datum voor betalingen in het kader van SAPARD overschrijdt, zullen de uitstaande vastleggingen worden gedekt binnen het programma voor plattelandsontwikkeling voor het tijdvak 2007–2013. Indien in dit verband specifieke overgangsmaatregelen nodig zijn, worden deze vastgesteld volgens de in artikel 90, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) bedoelde procedure.
Artikel 30
Bulgarije, dat, zoals toegezegd, eenheid 1 en eenheid 2 van de kerncentrale van Kozloduy voor 2003 definitief gesloten heeft, om die vervolgens te ontmantelen, zegt toe eenheid 3 en eenheid 4 van deze centrale in 2006 definitief te zullen sluiten en vervolgens te zullen ontmantelen.
In de periode 2007–2009 zal de Gemeenschap Bulgarije financiële steun verlenen ter ondersteuning van de ontmantelingswerkzaamheden en van de inspanningen om de gevolgen van de sluiting en ontmanteling van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale in Kozloduy te ondervangen.
De steun omvat onder meer het volgende: maatregelen ter ondersteuning van de ontmanteling van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy; maatregelen voor aanpassing aan de milieu-eisen, overeenkomstig het acquis, voor modernisering van de conventionele sectoren voor de productie, het transport en de distributie van energie in Bulgarije, en maatregelen voor de verbetering van de energie-efficiëntie, de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de verbetering van de energievoorzieningszekerheid.
Voor de periode 2007–2009 zal de steun 210 miljoen EUR (prijzen van 2004) aan vastleggingskredieten belopen, vast te leggen in gelijke bedragen van 70 miljoen EUR per jaar (prijzen van 2004).
De steun (of delen daarvan) kan beschikbaar worden gesteld als een bijdrage van de Gemeenschap aan het Internationale steunfonds voor de ontmanteling van Kozloduy, dat beheerd wordt door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.
De Commissie kan voorschriften voor de uitvoering van de in lid 2 bedoelde steunverlening vaststellen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden 1)PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.. Daartoe wordt de Commissie bijgestaan door een comité. De artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EC zijn van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt zes weken. Het comité stelt zijn reglement van orde vast. Daartoe wordt de Commissie bijgestaan door een comité. De artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EC zijn van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt zes weken. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 31
Voor het eerste jaar na de toetreding verstrekt de Unie tijdelijke financiële bijstand, hierna de „overgangsfaciliteit" genoemd, aan Bulgarije en Roemenië voor de ontwikkeling en versterking van hun administratieve en justitiële capaciteit om de communautaire wetgeving uit te voeren en te handhaven, en de uitwisseling van beste praktijken tussen overeenkomstige instanties in verschillende landen te bevorderen. Uit deze bijstand zullen projecten voor institutionele ontwikkeling en daarmee samenhangende beperkte, kleinschalige investeringen worden gefinancierd.
Deze bijstand is gericht op de permanente noodzaak om de institutionele capaciteit op bepaalde terreinen te versterken door een optreden dat niet door de structuurfondsen of door de fondsen voor plattelandsontwikkeling kan worden gefinancierd.
Voor samenwerkingsverbanden tussen overheidsinstanties met het oog op institutionele ontwikkeling blijft de procedure met betrekking tot het doen van voorstellen via het netwerk van contactpunten in de lidstaten van toepassing; deze procedure is vastgelegd in de kaderovereenkomsten met de lidstaten met betrekking tot de pretoetredingssteun.
De vastleggingskredieten voor de overgangsfaciliteit voor Bulgarije en Roemenië bedragen, tegen de prijzen van 2004, 82 miljoen EUR in het eerste jaar na de toetreding en zijn bestemd voor nationale en horizontale prioriteiten. De kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.
Over de bijstand uit hoofde van de overgangsfaciliteit wordt besloten en de uitvoering ervan wordt bepaald overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen van Midden- en Oost-Europa.
Artikel 32
Hierbij worden een cashflow- en Schengenfaciliteit als tijdelijk instrument ingesteld om Bulgarije en Roemenië vanaf de datum van toetreding tot eind 2009 te helpen bij het financieren van acties aan de nieuwe buitengrenzen van de Unie met het oog op de uitvoering van het Schengenacquis en de controle aan de buitengrenzen, alsook bij het verbeteren van de cashflow in de nationale begroting.
Voor de periode 2007–2009 worden de volgende bedragen (prijzen van 2004) ter beschikking gesteld van Bulgarije en Roemenië in de vorm van forfaitaire steunbetalingen uit hoofde van de tijdelijke cashflow- en Schengenfaciliteit:
(miljoen EUR - prijzen van 2004)
| 2007 | 2008 | 2009 | |
|---|---|---|---|
| Bulgarije | 121,8 | 59,1 | 58,6 |
| Roemenië | 297,2 | 131,8 | 130,8 |
Ten minste 50% van elke toewijzing per land in het kader van de tijdelijke cashflow- en Schengenfaciliteit moet worden gebruikt om Bulgarije en Roemenië te steunen bij hun verplichting om maatregelen aan de nieuwe buitengrens van de Unie voor de uitvoering van het Schengenacquis en ter controle van de buitengrenzen te financieren.
Een twaalfde van elk jaarlijks bedrag wordt op de eerste werkdag van elke maand in het betreffende jaar aan Bulgarije en Roemenië uitbetaald. De forfaitaire steunbetalingen worden binnen drie jaar na de eerste betaling gebruikt. Bulgarije en Roemenië dienen, uiterlijk zes maanden na de termijn van drie jaar, een overzichtsverslag in over de wijze waarop de forfaitaire steunbetalingen uit hoofde van het Schengengedeelte van de tijdelijke cashflow- en Schengenfaciliteit zijn gebruikt, met een verklaring waarin de uitgaven worden gerechtvaardigd. Eventuele ongebruikte of onterecht uitgegeven middelen worden teruggevorderd door de Commissie.
De Commissie kan de voor de werking van de tijdelijke cashflow- en Schengenfaciliteit noodzakelijke technische bepalingen aannemen.
Artikel 33
Zonder vooruit te lopen op toekomstige beleidsbeslissingen zijn de totale vastleggingskredieten voor structurele maatregelen voor Bulgarije en Roemenië voor een periode van drie jaar (2007–2009) als volgt:
(miljoen EUR - prijzen van 2004)
| 2007 | 2008 | 2009 | |
|---|---|---|---|
| Bulgarije | 539 | 759 | 1 002 |
| Roemenië | 1 399 | 1 972 | 2 603 |
Gedurende deze drie jaar (2007–2009) worden de reikwijdte en de aard van de interventies binnen deze vaste middelentoewijzingen per land vastgesteld op basis van de dan toepasselijke bepalingen voor uitgaven voor structurele maatregelen.
Artikel 34
Naast de op de datum van toetreding van kracht zijnde verordeningen betreffende plattelandsontwikkeling zijn de bepalingen van de afdelingen I, II en III van bijlage VIII van toepassing op Bulgarije en Roemenië tijdens de periode 2007-2009, met uitzondering van punt D van afdeling I van die bijlage, dat eveneens van toepassing is tijdens de periode 2010-2013 in het geval van de verstrekking van adviesdiensten aan landbouwers die de aan semizelfvoorzieningsbedrijven toegekende steun ontvangen. De specifieke financiële bepalingen van afdeling IV van bijlage VIII zijn op Bulgarije en Roemenië van toepassing gedurende de volledige programmeringsperiode 2007-2013.
Zonder vooruit te lopen op toekomstige beleidsbeslissingen bedragen de vastleggingskredieten uit het garantiegedeelte van het EOGFL voor plattelandsontwikkeling voor Bulgarije en Roemenië tijdens de periode van drie jaar (2007–2009) 3041 miljoen EUR (prijzen van 2004).
Indien nodig, worden voor de toepassing van bijlage VIII uitvoeringsbepalingen vastgesteld volgens de in artikel 90, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde procedure.
Indien nodig, past de Raad met gekwalificeerde meerderheid van de stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, bijlage VIII aan, teneinde voor samenhang met de verordeningen betreffende plattelandsontwikkeling te zorgen.
Artikel 35
De in de artikelen 30, 31, 32, 33 en 34 bedoelde bedragen worden jaarlijks overeenkomstig de prijsbewegingen aangepast door de Commissie als onderdeel van de jaarlijkse technische aanpassingen van de financiële vooruitzichten.
TITEL IV. OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 36
Indien zich voor het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding ernstige en mogelijk aanhoudende moeilijkheden voordoen in een sector van het economische leven, dan wel moeilijkheden die de economische toestand van een bepaalde streek ernstig kunnen verstoren, kan Bulgarije of Roemenië machtiging vragen om beschermingsmaatregelen te nemen, zodat de toestand weer in evenwicht kan worden gebracht en de betrokken sector kan worden aangepast aan de economie van de interne markt.
Onder dezelfde voorwaarden kan een van de huidige lidstaten verzoeken gemachtigd te worden beschermingsmaatregelen te nemen ten opzichte van Bulgarije, Roemenië of beide.
Op verzoek van de betrokken staat stelt de Commissie door middel van een spoedprocedure onverwijld de beschermingsmaatregelen vast welke zij noodzakelijk acht, waarbij zij de voorwaarden en praktische regels voor de toepassing ervan aangeeft.
In geval van ernstige economische moeilijkheden spreekt de Commissie zich op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken lidstaat uit binnen een termijn van vijf werkdagen na de ontvangst van het met redenen omkleed verzoek. De aldus getroffen maatregelen zijn onmiddellijk van toepassing, houden rekening met de belangen van alle betrokken partijen en leiden niet tot grenscontroles.
De overeenkomstig lid 2 toegestane maatregelen kunnen afwijkingen van de regels van het EG-Verdrag en van deze Akte inhouden, voorzover en voor zolang zij strikt noodzakelijk zijn om de in lid 1 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de interne markt het minst verstoren.
Artikel 37
Bij niet-naleving door Bulgarije of Roemenië van in het kader van de toetredingsonderhandelingen aangegane verbintenissen, waardoor de werking van de interne markt ernstig wordt verstoord, met inbegrip van verbintenissen inzake sectoraal beleid betreffende economische activiteiten met grensoverschrijdende gevolgen, of bij onmiddellijke dreiging van een dergelijke verstoring, kan de Commissie tot aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, dan wel op eigen initiatief, passende maatregelen treffen.
Deze maatregelen moeten evenredig zijn, en er moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van de interne markt het minst verstoren en, in voorkomend geval, aan de toepassing van de bestaande sectorale vrijwaringsmechanismen. Deze vrijwaringsmaatregelen mogen echter niet worden gebruikt als middel tot willekeurige discriminatie, noch als verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten. Op een vrijwaringsclausule kan zelfs vóór de toetreding een beroep gedaan worden op basis van de bevindingen van het toezicht, en de aangenomen maatregelen worden vanaf de eerste dag van toetreding van kracht, tenzij hierin een latere datum is bepaald. De maatregelen worden niet langer gehandhaafd dan strikt noodzakelijk is, en zij worden in elk geval ingetrokken wanneer de betrokken verplichting is nagekomen. Zij kunnen evenwel tot na de in de eerste alinea bedoelde periode worden toegepast indien de betrokken verplichtingen niet zijn nagekomen. In antwoord op de vooruitgang die door de betrokken nieuwe lidstaat bij het nakomen van zijn verplichtingen is geboekt, kan de Commissie in voorkomend geval de maatregelen aanpassen. De Commissie stelt de Raad tijdig in kennis alvorens zij vrijwaringsmaatregelen intrekt, en zij houdt terdege rekening met de desbetreffende opmerkingen van de Raad.
Artikel 38
Indien er zich in Bulgarije of Roemenië ernstige tekortkomingen of directe risico's op dergelijke tekortkomingen voordoen bij de omzetting, de stand van de uitvoering of de toepassing van de kaderbesluiten of andere ter zake doende verbintenissen, samenwerkingsinstrumenten en besluiten betreffende wederzijdse erkenning in strafzaken uit hoofde van titel VI van het EU-Verdrag en richtlijnen en verordeningen inzake wederzijdse erkenning in burgerlijke zaken uit hoofde van titel IV van het EG-Verdrag, kan de Commissie tot aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, dan wel op eigen initiatief, en na overleg met de lidstaten, passende maatregelen treffen, waarbij zij de voorwaarden en praktische regels voor de toepassing ervan aangeeft.
Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van een tijdelijke schorsing van de toepassing van de betrokken bepalingen en besluiten in de betrekkingen tussen Bulgarije en Roemenië en een andere lidstaat of andere lidstaten, zonder afbreuk te doen aan de verdere nauwe justitiële samenwerking. Op een vrijwaringsclausule kan zelfs vóór de toetreding een beroep gedaan worden op basis van de bevindingen van het toezicht, en de aangenomen maatregelen worden vanaf de eerste dag van toetreding van kracht, tenzij hierin een latere datum is bepaald. De maatregelen worden niet langer gehandhaafd dan strikt noodzakelijk is, en zij worden in elk geval ingetrokken wanneer de betrokken tekortkomingen zijn verholpen. Zij kunnen evenwel tot na de in de eerste alinea bedoelde periode worden toegepast zo lang de betrokken tekortkomingen blijven bestaan. In antwoord op de vooruitgang die door de betrokken nieuwe lidstaat bij het verhelpen van de aangegeven tekortkomingen is geboekt, kan de Commissie in voorkomend geval de maatregelen aanpassen na overleg met de lidstaten. De Commissie stelt de Raad tijdig in kennis alvorens zij vrijwaringsmaatregelen intrekt, en zij houdt terdege rekening met de desbetreffende opmerkingen van de Raad.
Artikel 39
Indien uit de voortdurende monitoring door de Commissie van de door Bulgarije en Roemenië in het kader van de toetredingsonderhandelingen aangegane verbintenissen en met name de monitoringverslagen van de Commissie, duidelijk blijkt dat de stand van voorbereiding voor de aanneming en uitvoering van het acquis in Bulgarije en Roemenië zodanig is dat er een ernstig gevaar bestaat dat één van beide staten op een aantal belangrijke gebieden klaarblijkelijk niet gereed is om voor de datum van toetreding van 1 januari 2007 te voldoen aan de voorwaarden voor lidmaatschap, kan de Raad, met eenparigheid van stemmen op basis van een aanbeveling van de Commissie, besluiten dat de datum van toetreding van dat land met één jaar wordt uitgesteld tot 1 januari 2008.
Onverminderd lid 1 kan de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op basis van een aanbeveling van de Commissie, het in lid 1 bedoelde besluit nemen ten aanzien van Roemenië indien ernstige tekortkomingen werden geconstateerd met betrekking tot de naleving door Roemenië van één of meer van de in bijlage IX, punt I, opgesomde verplichtingen en vereisten.
Onverminderd lid 1 en artikel 37, kan de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op basis van een aanbeveling van de Commissie en na een in het najaar 2005 uit te voeren gedetailleerde beoordeling van de vooruitgang van Roemenië op mededingingsgebied, het in lid 1 bedoelde besluit nemen ten aanzien van Roemenië indien er ernstige tekortkomingen werden geconstateerd met betrekking tot de naleving door Roemenië van de in het kader van de Europaovereenkomst1)Europaovereenkomst houdende oprichting van een associatie tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds (PB L 357 van 31.12.1994, blz. 2). aangegane verplichtingen of van één of meer van de verplichtingen en vereisten in bijlage IX, punt II. aangegane verplichtingen of van één of meer van de verplichtingen en vereisten in bijlage IX, punt II.
In geval van een besluit overeenkomstig de leden 1, 2 of 3, neemt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen onmiddellijk een besluit over de aanpassingen die noodzakelijk zijn geworden door het besluit tot uitstel bij deze Akte, met inbegrip van daaraan gehechte bijlagen en aanhangsels.
Artikel 40
Teneinde de goede werking van de interne markt niet te verstoren mag de tenuitvoerlegging van de nationale voorschriften van Bulgarije en Roemenië gedurende de in de bijlagen VI en VII bedoelde overgangsperioden niet leiden tot grenscontroles tussen de lidstaten.
Artikel 41
Indien overgangsmaatregelen nodig zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de in Bulgarije en Roemenië bestaande regeling naar die welke voortvloeit uit de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid overeenkomstig het bepaalde in deze Akte, worden deze maatregelen door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen 2)PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.of, naar gelang van het geval, van de desbetreffende artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten of volgens de desbetreffende procedure van de toepasselijke wetgeving. De in dit artikel bedoelde overgangsmaatregelen kunnen worden aangenomen gedurende een tijdvak dat drie jaar na de datum van toetreding verstrijkt; de toepassing ervan is beperkt tot dat tijdvak. De Raad kan dit tijdvak met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement verlengen.
De overgangsmaatregelen die betrekking hebben op de toepassing van ingevolge de toetreding vereiste maar niet in deze Akte gespecificeerde instrumenten betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid, worden vóór de datum van toetreding door de Raad op voorstel van de Commissie met een gekwalificeerde meerderheid aangenomen of, indien die maatregelen gevolgen hebben voor oorspronkelijk door de Commissie aangenomen instrumenten, door de Commissie volgens de procedure die is vereist voor de aanneming van de betrokken instrumenten.
Artikel 42
Indien er overgangsmaatregelen nodig zijn om de overgang te vergemakkelijken van de in Bulgarije en Roemenië bestaande regeling naar de regeling die voortvloeit uit de toepassing van de communautaire veterinaire en fytosanitaire wetgeving en wetgeving inzake voedselveiligheid, dienen deze maatregelen door de Commissie volgens de in de toepasselijke wetgeving vastgestelde procedure te worden aangenomen. Deze maatregelen worden genomen gedurende een tijdvak dat drie jaar na de datum van toetreding verstrijkt; de toepassing ervan is beperkt tot dat tijdvak.
DEEL VIJFDE. BEPALINGEN BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING VAN DEZE AKTE
TITEL I. HET IN WERKINGE STELLEN VAN DE INSTELLINGEN EN ORGANEN
Artikel 43
Het Europees Parlement brengt in zijn Reglement de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.
Artikel 44
De Raad brengt in zijn Reglement van Orde de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.
Artikel 45
Van elke nieuwe lidstaat wordt op de dag van toetreding een onderdaan benoemd tot lid van de Commissie. De nieuwe leden van de Commissie worden met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en in overeenstemming met de voorzitter van de Commissie door de Raad benoemd, na raadpleging van het Europees Parlement.
De ambtstermijn van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Artikel 46
Bij het Hof van Justitie en bij het Gerecht van eerste aanleg worden elk twee rechters benoemd.
De ambtstermijn van één van de in lid 1 bedoelde rechters bij het Hof van Justitie loopt af op 6 oktober 2009. Deze rechter wordt door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere rechter loopt af op 6 oktober 2012.
De ambtstermijn van één van de overeenkomstig lid 1 benoemde rechters bij het Gerecht van Eerste Aanleg loopt af op 31 augustus 2007. Deze rechter wordt door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere rechter loopt af op 31 augustus 2010.
Het Hof van Justitie brengt in zijn reglement voor de procesvoering de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.
Het Gerecht van eerste aanleg brengt, in overeenstemming met het Hof van Justitie, in zijn reglement voor de procesvoering de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden.
Het aldus aangepaste reglement voor de procesvoering moet door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden goedgekeurd.
Voor het wijzen van het vonnis in zaken die op de datum van toetreding bij het Hof of het Gerecht aanhangig zijn en waarvoor de mondelinge procedure vóór deze datum is ingeleid, komen het Hof en het Gerecht in voltallige zitting of de Kamers bijeen in de samenstelling van voor de toetreding, en passen zij het reglement voor de procesvoering toe zoals dit op de dag voor de toetredingsdatum gold.
Artikel 47
De Rekenkamer wordt aangevuld door de benoeming van twee extra leden met een ambtstermijn van zes jaar.
Artikel 48
Het Economisch en Sociaal Comité wordt aangevuld door de benoeming van 27 leden die de verschillende economische en sociale componenten van de georganiseerde civiele samenleving in Bulgarije en Roemenië vertegenwoordigen. De ambtstermijn van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Artikel 49
Het Comité van de Regio's wordt aangevuld door de benoeming van 27 leden die een regionaal of lokaal lichaam uit Bulgarije en Roemenië vertegenwoordigen, en die ofwel in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn, ofwel politiek verantwoording schuldig zijn aan een gekozen vergadering. De ambtstermijn van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
Artikel 50
De door de toetreding noodzakelijk geworden aanpassingen van de statuten en van de reglementen van orde van de bij de oorspronkelijke Verdragen ingestelde comités geschieden zo spoedig mogelijk na de toetreding.
Artikel 51
Nieuwe leden van de bij de Verdragen of door een besluit van de Instellingen opgerichte comités, groepen of andere organen, worden benoemd onder de voorwaarden en overeenkomstig de procedures voor de benoeming van leden van deze comités, groepen of andere organen. De ambtstermijn van de nieuw benoemde leden eindigt tegelijk met die van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn.
De bij de Verdragen of door een besluit van de Instellingen opgerichte comités of groepen met een vast aantal leden, ongeacht het aantal lidstaten, worden bij de toetreding volledig vernieuwd, tenzij de ambtstermijn van de huidige leden binnen het jaar na de toetreding verstrijkt.
TITEL II. TOEPASSING VAN DE BESLUITEN VAN DE INSTELLINGEN
Artikel 52
Vanaf het tijdstip van toetreding wordt ervan uitgegaan dat de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel 249 van het EG-Verdrag en van artikel 161 van het EGA-Verdrag, eveneens tot Bulgarije en Roemenië zijn gericht, voorzover deze richtlijnen en beschikkingen tot alle huidige lidstaten zijn gericht. Behoudens wat richtlijnen en beschikkingen betreft die in werking zijn getreden overeenkomstig artikel 254, leden 1 en 2, van het EG-Verdrag, wordt ervan uitgegaan dat van deze richtlijnen en beschikkingen onmiddellijk na de toetreding kennis is gegeven aan Bulgarije en Roemenië.
Artikel 53
Bulgarije en Roemenië stellen de maatregelen in werking die nodig zijn om vanaf de datum van toetreding uitvoering te geven aan de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel 249 van het EG-Verdrag en van artikel 161 van het EGA-Verdrag, tenzij in de onderhavige Akte een andere termijn is vastgesteld. Uiterlijk op de datum van toetreding of, in voorkomend geval, binnen de in de onderhavige Akte vastgestelde termijn, stellen zij de Commissie van deze maatregelen in kennis.
Voorzover wijzigingen die door de onderhavige Akte zijn aangebracht in de richtlijnen in de zin van artikel 249 van het EG-Verdrag en artikel 161 van het EGA-Verdrag, een wijziging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de huidige lidstaten vereisen, stellen de huidige lidstaten de maatregelen in werking die nodig zijn om vanaf het tijdstip van toetreding uitvoering te geven aan de gewijzigde richtlijnen, tenzij in de onderhavige Akte een andere termijn is vastgesteld. Uiterlijk op de datum van toetreding of, indien later, binnen de in de onderhavige Akte vastgestelde termijn, stellen zij de Commissie van deze maatregelen in kennis.
Artikel 54
De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de bescherming van de gezondheid van de werknemers en van de bevolking op het grondgebied van Bulgarije en Roemenië tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden overeenkomstig artikel 33 van het EGA-Verdrag, door deze Staten aan de Commissie medegedeeld binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding.
Artikel 55
Naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van Bulgarije of Roemenië dat uiterlijk op de datum van toetreding aan de Commissie is gericht, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, of de Commissie, indien het oorspronkelijke besluit door de Commissie was aangenomen, maatregelen nemen houdende tijdelijke afwijkingen van de besluiten van de Instellingen die tussen 1 oktober 2004 en de datum van toetreding zijn vastgesteld. De maatregelen worden aangenomen overeenkomstig de stemregels die gelden voor de aanneming van de besluiten waarvoor om een tijdelijke afwijking is verzocht. Als deze afwijkingen na de toetreding worden aangenomen, dan kunnen zij vanaf de datum van toetreding worden toegepast.
Artikel 56
Indien besluiten van de Instellingen van vóór de toetreding in verband met de toetreding moeten worden aangepast, en in deze Akte of de bijlagen daarvan niet in de noodzakelijke aanpassingen is voorzien, past de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, of de Commissie, indien het oorspronkelijke besluit door de Commissie was aangenomen, daartoe de nodige besluiten aan. Als deze aanpassingen na de toetreding worden aangenomen, kunnen zij vanaf de datum van toetreding worden toegepast.
Artikel 57
Behoudens andersluidende bepalingen, stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de bepalingen vast die nodig zijn ter uitvoering van de bepalingen van deze Akte.
Artikel 58
De teksten van de besluiten van de Instellingen en de Europese Centrale Bank die vóór de toetreding zijn aangenomen en door de Raad, de Commissie of de Europese Centrale Bank in de Bulgaarse en de Roemeense taal zijn opgesteld, zijn vanaf het tijdstip van toetreding op gelijke wijze authentiek als de in de huidige talen vastgestelde teksten. Zij worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt, wanneer de teksten in de huidige talen aldus zijn bekendgemaakt.
TITEL III. SLOTBEPALINGEN
Artikel 59
Bijlagen I tot en met IX en de aanhangsels daarbij maken een integrerend deel van deze Akte uit.
Artikel 60
De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van de Republiek Bulgarije en Roemenië een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal toe van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Verdragen tot wijziging of aanvulling daarvan, met inbegrip van de Verdragen betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, van de Helleense Republiek, van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, alsook van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek.
De teksten van deze Verdragen die zijn opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal, worden aan de onderhavige Akte gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van de in de eerste alinea genoemde Verdragen die zijn opgesteld in de huidige talen.
Artikel 61
De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie zal een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de internationale overeenkomsten die zijn nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal, aan de Regeringen van de Republiek Bulgarije en Roemenië toezenden.
I
Teneinde te waarborgen dat de Republiek Bulgarije en Roemenië, hierna toetredende staten te noemen, voldoende worden ingelicht, worden alle voorstellen, mededelingen, aanbevelingen of initiatieven die kunnen leiden tot besluiten van de instellingen of organen van de Europese Unie, na toezending aan de Raad ter kennis van de toetredende staten gebracht.
Er wordt overleg gepleegd op een met redenen omkleed verzoek van een toetredende staat, die daarin zijn belangen als toekomstig lid van de Unie dient uiteen te zetten en zijn opmerkingen daarin neerlegt.
Besluiten inzake beheer vormen in het algemeen geen aanleiding tot overleg.
Het overleg vindt plaats in een Interimcomité, samengesteld uit vertegenwoordigers van de Unie en van de toetredende staten. Behoudens een met redenen omkleed bezwaar van een toetredende staat mag overleg tevens plaatsvinden in de vorm van een uitwisseling van berichten langs elektronische weg, in het bijzonder wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.
Aan de zijde van de Unie zijn de leden van het Interimcomité de leden van het Comité van permanente vertegenwoordigers of diegenen die deze laatsten daarvoor aanwijzen. Waar dienstig, kunnen de leden van het Politiek en Veiligheidscomité de leden van het Interimcomité zijn. De Commissie wordt uitgenodigd zich bij deze werkzaamheden te doen vertegenwoordigen.
Het Interimcomité wordt bijgestaan door een secretariaat, dat het secretariaat van de Conferentie is, dat tot dat doel in functie blijft.
Het overleg vindt normaliter plaats zodra de voorbereidende werkzaamheden op communautair niveau met het oog op de aanvaarding van besluiten of gemeenschappelijke standpunten door de Raad gemeenschappelijke beleidslijnen hebben opgeleverd, en overleg dus nuttig kan zijn.
Mochten er na het overleg nog ernstige moeilijkheden bestaan, dan kan het probleem op verzoek van een toetredende staat op ministerieel niveau worden besproken.
Bovenstaande bepalingen worden mutatis mutandis toegepast op de besluiten van de Raad van Gouverneurs van de Europese Investeringsbank.
De in de voorgaande punten omschreven procedure is eveneens van toepassing op alle door de toetredende staten te nemen besluiten die van invloed kunnen zijn op de verbintenissen die voortvloeien uit hun hoedanigheid van toekomstige leden van de Unie.
II
De Unie en de Republiek Bulgarije en Roemenië nemen de nodige maatregelen om hun toetreding tot de in de artikelen 3, lid 3, 6, lid 2, en 6, lid 6, van de Akte betreffende de voorwaarden en de nadere regels voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie bedoelde overeenkomsten of akkoorden voorzover mogelijk, en overeenkomstig het in die akte bepaalde, te doen samenvallen met de inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag.
Voorzover de overeenkomsten of akkoorden tussen lidstaten slechts in de vorm van een ontwerp bestaan, en waarschijnlijk in het tijdvak dat aan de toetreding voorafgaat niet meer kunnen worden ondertekend, zullen de toetredende staten worden uitgenodigd om na de ondertekening van het Toetredingsverdrag volgens passende procedures deel te nemen aan de uitwerking, in positieve zin, en zodanig dat de sluiting daarvan wordt bevorderd, van die ontwerpen.
Ten aanzien van de onderhandelingen over de protocollen met de in artikel 6, lid 2, tweede alinea van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie genoemde medeovereenkomstsluitende landen, worden de vertegenwoordigers van de toetredende Staten als waarnemers bij de werkzaamheden betrokken, naast de vertegenwoordigers van de huidige lidstaten.
Bepaalde door de Gemeenschap gesloten niet-preferentiële akkoorden die ook na de datum van toetreding blijven gelden, kunnen worden aangepast om rekening te houden met de uitbreiding van de Unie. De Gemeenschap zal de vertegenwoordigers van de toetredende staten overeenkomstig de in de vorige alinea omschreven procedure bij de onderhandelingen over deze aanpassing betrekken.
III
De Instellingen van de Unie stellen tijdig de bepalingen vast die worden bedoeld in de artikelen 58 en 60 van het Protocol betreffende de voorwaarden en de nadere regels voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie en in de artikelen 58 en 60 van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie. Daartoe verstrekken de regeringen van de Republiek Bulgarije en van Roemenië de Instellingen tijdig ontwerp-vertalingen van genoemde teksten.