← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag

Geldende tekst a fecha 1988-12-27

Preambule

De Partijen bij dit Verdrag,

Zich bewust van de schadelijke invloed die elke verandering van de ozonlaag zou kunnen hebben op de gezondheid van de mens en op het milieu,

Gelet op de desbetreffende bepalingen in de Verklaring van de Conferentie van de Verenigde Naties met betrekking tot het leefmilieu van de mens, en in het bijzonder op Beginsel 21, waarin wordt bepaald dat „de Staten, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van het internationale recht, het soevereine recht hebben hun eigen hulpbronnen te exploiteren volgens hun eigen milieubeleid, alsmede ervoor verantwoordelijk zijn dat activiteiten, verricht onder hun rechtsmacht of toezicht geen schade veroorzaken aan het milieu van andere Staten of van gebieden die buiten de grenzen van de nationale rechtsmacht vallen”,

Rekening houdend met de omstandigheden en de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden,

Gezien de werkzaamheden en studies die thans worden verricht door zowel internationale als nationale organisaties, en, in het bijzonder, gezien het wereldactieplan betreffende de ozonlaag in het kader van het milieuprogramma van de Verenigde Naties.

Voorts gezien de voorzorgsmaatregelen die reeds op nationaal en internationaal niveau zijn getroffen ter bescherming van de ozonlaag,

Zich ervan bewust dat maatregelen ter bescherming van de ozonlaag tegen veranderingen die te wijten zijn aan activiteiten van de mens, internationale samenwerking en actie vereisen en behoren te worden gebaseerd op ter zake doende wetenschappelijke en technische overwegingen,

Zich voorts bewust van de noodzaak van voortgezet wetenschappelijk onderzoek en van systematische waarnemingen ter vergroting van de wetenschappelijke kennis van de ozonlaag en van mogelijke schadelijke gevolgen die uit de verandering van de ozonlaag voortvloeien,

Vastbesloten de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen de schadelijke gevolgen die uit de veranderingen van de ozonlaag voortvloeien,

Hebben als volgt besloten:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemene verplichtingen
1.

De Partijen treffen, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en van de van kracht zijnde protocollen waarbij zij partij zijn, passende maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu tegen de schadelijke gevolgen, voortvloeiend of vermoedelijk voortvloeiend uit menselijke activiteiten die veranderingen veroorzaken of vermoedelijk veroorzaken in de ozonlaag.

2.

Daartoe zullen de Partijen, in overeenstemming met de hun ten dienste staande middelen en naar vermogen:

3.

De bepalingen van dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht het recht van de Partijen aan, in overeenstemming met het internationale recht, binnenlandse maatregelen te treffen als aanvulling op de in het eerste en tweede lid hierboven bedoelde, en zij zijn evenmin van invloed op de reeds door een Partij getroffen aanvullende maatregelen, mits deze niet onverenigbaar zijn met hun uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen.

4.

De toepassing van dit artikel wordt gebaseerd op ter zake dienende wetenschappelijke en technische overwegingen.

Artikel 3. Wetenschappelijk onderzoek en systematische waarnemingen
1.

De Partijen verplichten zich ertoe, al naar zulks van toepassing is, rechtstreeks of via bevoegde internationale organen het initiatief te nemen tot en mede te werken aan de uitvoering van wetenschappelijke onderzoekingen en wetenschappelijke evaluaties betreffende:

2.

De Partijen verplichten zich ertoe, al naar zulks van toepassing is, rechtstreeks of via de bevoegde internationale organen en daarbij volledig rekening houdend met de nationale wetgeving en de aan de gang zijnde activiteiten ter zake op zowel nationaal als internationaal niveau, gemeenschappelijke of aanvullende programma's voor de systematische waarneming van de toestand van de ozonlaag en andere ter zake dienende parameters te steunen of op te stellen, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage I.

3.

De Partijen verplichten zich tot samenwerking, rechtstreeks of via de bevoegde internationale organen, ten behoeve van het geregeld en tijdig verzamelen, beoordelen en verzenden van wetenschappelijke gegevens en gegevens van waarnemingen via de desbetreffende informatiecentra in de wereld.

Artikel 4. Samenwerking op juridisch, wetenschappelijk en technisch gebied
1.

De Partijen vergemakkelijken en bevorderen de uitwisseling van wetenschappelijke, technische, sociaal-economische, commerciële en juridische informatie met betrekking tot dit Verdrag, zoals nader is uitgewerkt in Bijlage II. Deze informatie wordt verschaft aan door de Partijen overeengekomen organen. Elk orgaan dat informatie ontvangt die als vertrouwelijk wordt beschouwd door de Partij die deze informatie verschaft, zorgt ervoor dat de informatie niet wordt bekendgemaakt, en voegt deze samen, ten einde het vertrouwelijke karakter daarvan te beschermen, alvorens de informatie aan alle Partijen ter beschikking wordt gesteld.

2.

De Partijen werken samen, in overeenstemming met hun nationale wetgeving, voorschriften en gewoonten en daarbij in het bijzonder rekening houdend met de behoeften van de ontwikkelingslanden, bij het bevorderen, rechtstreeks of via de bevoegde internationale organen, van de ontwikkeling en de overdracht van technologie en kennis. Deze samenwerking vindt in het bijzonder plaats door:

Artikel 5. Verstrekking van informatie

De Partijen verstrekken, via het secretariaat, aan de krachtens het bepaalde in artikel 6 in het leven geroepen Conferentie der Partijen informatie over de door hen getroffen maatregelen ter uitvoering van dit Verdrag en van de protocollen waarbij zij partij zijn, in zodanige vorm en met zodanige tussenruimten als in de vergaderingen van de Partijen bij de desbetreffende akten wordt vastgesteld.

Artikel 6. Conferentie der partijen
1.

Een Conferentie der Partijen wordt hierbij ingesteld. De eerste vergadering van de Conferentie der Partijen wordt bijeengeroepen door het secretariaat dat krachtens het bepaalde in artikel 7 voorlopig is aangewezen, ten hoogste één jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag. Daarna worden de gewone vergaderingen van de Conferentie der Partijen gehouden met door de Conferentie tijdens haar eerste vergadering vastgestelde geregelde tussenruimten.

2.

Buitengewone vergaderingen van de Conferentie der Partijen worden zo zodanige andere tijdstippen gehouden als door de Conferentie noodzakelijk worden geacht, of op schriftelijk verzoek van een Partij, met dien verstande dat, binnen zes maanden nadat het secretariaat daarvan kennis heeft gegeven aan de Partijen, dit verzoek wordt ondersteund door ten minste eenderde van de Partijen.

3.

Met eenparigheid van stemmen worden door de Conferentie der Partijen haar eigen huishoudelijke en financiële reglement en dat van elk door haar ingesteld hulporgaan, alsmede de financiële bepalingen betreffende het functioneren van het secretariaat, vastgesteld en aanvaard.

4.

De Conferentie der Partijen dien de uitvoering van dit Verdrag voortdurend kritisch te beoordelen en dient voorts:

5.

De Verenigde Naties, hun gespecialiseerde organisaties en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, alsmede elke Staat die geen Partij bij dit Verdrag is, kunnen door waarnemers worden vertegenwoordigd op de vergaderingen van de Conferentie der Partijen. Alle organen of instellingen, hetzij nationaal of internationaal, gouvernementeel of niet-gouvernementeel, welke bevoegd zijn op gebieden die betrekking hebben op de bescherming van de ozonlaag, die aan het secretariaat hebben medegedeeld dat zij door waarnemers op een vergadering van de Conferentie der Partijen wensen te worden vertegenwoordigd, kunnen worden toegelaten, tenzij ten minste eenderde deel van de aanwezige Partijen daartegen bezwaar maakt. De toelating en deelneming van waarnemers zijn onderworpen aan het huishoudelijk reglement dat door de Conferentie der Partijen is aanvaard.

Artikel 7. Secretariaat
1.

Het secretariaat heeft de volgende taken:

2.

De taken van het secretariaat worden voorlopig verricht door het Milieuprogramma van de Verenigde Naties tot na afloop van de eerste gewone vergadering van de Conferentie der Partijen die ingevolge het bepaalde in artikel 6 wordt gehouden. Tijdens de eerste gewone vergadering kiest de Conferentie der Partijen het secretariaat uit de bestaande bevoegde internationale organisaties die zich bereid hebben verklaard de secretariaatszaken krachtens dit Verdrag te verrichten.

Artikel 8. Aanneming van protocollen
1.

De Conferentie der Partijen kan tijdens een vergadering protocollen krachtens het bepaalde in artikel 2 aanvaarden.

2.

De tekst van elk voorgesteld protocol wordt door het secretariaat aan de Partijen medegedeeld ten minste zes maanden vóór deze vergadering.

Artikel 9. Wijziging van het Verdrag of de protocollen
1.

Elke Partij kan wijzigingen in dit Verdrag of in een protocol voorstellen. In deze wijzigingen wordt onder andere naar behoren rekening gehouden met van belang zijnde wetenschappelijke en technische overwegingen.

2.

Wijzigingen van dit Verdrag worden tijdens een vergadering van de Conferentie der Partijen aangenomen. Wijzigingen van een protocol worden tijdens een vergadering van de Partijen bij het desbetreffende protocol aangenomen. De tekst van een voorgestelde wijziging van dit Verdrag of van een protocol, tenzij anders is bepaald in dat protocol, wordt door het secretariaat aan de Partijen medegedeeld ten minste zes maanden vóór de vergadering waarop de wijziging voor aanneming wordt voorgesteld. Het secretariaat deelt eveneens de voorgestelde wijzigingen aan de ondertekenaars van dit Verdrag ter kennisneming mede.

3.

De Partijen doen hun uiterste best met eenparigheid van stemmen overeenstemming te bereiken over een voorgestelde wijziging van dit Verdrag. Indien alle pogingen tot eensgezindheid vruchteloos zijn gebleken en er geen overeenstemming is bereikt, wordt de wijziging in laatste instantie aangenomen met een meerderheid van driekwart van de stemmen van de Partijen die op de vergadering aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, en door de Depositaris voorgelegd aan alle Partijen ter bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding.

4.

De in het derde lid genoemde procedure is van toepassing op wijzigingen van elk protocol, met dien verstande dat een meerderheid van tweederde van de stemmen van de partijen bij dit protocol die op de vergadering aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, voldoende is voor de aanneming daarvan.

5.

De bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding van wijzigingen wordt schriftelijk ter kennis van de Depositaris gebracht. Wijzigingen die in overeenstemming met het bepaalde in het derde of het vierde lid zijn aangenomen, worden van kracht tussen de partijen die deze hebben aanvaard, op de negentigste dag na ontvangst door de Depositaris van de kennisgeving van hun bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding door ten minste driekwart van de Partijen bij dit Verdrag of door ten minste tweederde van de partijen bij het desbetreffende protocol, tenzij anders is overeengekomen in dat protocol. Daarna worden de wijzigingen van kracht voor alle andere Partijen op de negentigste dag nadat deze Partij haar akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding van de wijzigingen heeft nedergelegd.

6.

Voor de uitvoering van het bepaalde in dit artikel wordt verstaan onder „Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen”: Partijen die aanwezig zijn en hun stem vóór of tegen een voorstel uitbrengen.

Artikel 10. Aanneming en wijziging van Bijlagen
1.

De Bijlagen bij dit Verdrag of bij een protocol vormen een wezenlijk bestanddeel van dit Verdrag of van dat protocol, naar gelang het geval is, en een verwijzing naar dit Verdrag of de protocollen daarvan betekent tegelijkertijd een verwijzing naar de bijlagen daarbij, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Deze bijlagen worden beperkt tot wetenschappelijke, technische en administratieve aangelegenheden.

2.

Tenzij anders wordt bepaald in een protocol met betrekking tot de bijlagen daarbij, is de volgende procedure van toepassing op het voorstellen, aannemen en van-kracht-worden van aanvullende bijlagen bij dit Verdrag of van bijlagen bij een protocol:

3.

Met betrekking tot het voorstellen, aannemen en van-kracht-worden van wijzigingen van bijlagen bij dit Verdrag of bij een protocol geldt dezelfde procedure als voor het voorstellen, aannemen en van-kracht-worden van bijlagen bij dit Verdrag of bijlagen bij een protocol. In bijlagen en wijzigingen daarvan wordt zorgvuldig rekening gehouden met, onder andere, van belang zijnde wetenschappelijke en technische overwegingen.

4.

Indien een aanvullende bijlage of een wijziging van een bijlage een wijziging van dit Verdrag of van een protocol tot gevolg heeft, wordt de aanvullende bijlage of de gewijzigde bijlage pas van kracht als de wijziging van dit Verdrag of het desbetreffende protocol van kracht wordt.

Artikel 11. Regeling van geschillen
1.

In geval van een geschil tussen de Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag zoeken de betrokken partijen naar een oplossing door middel van onderhandelingen.

2.

Indien de betrokken partijen niet tot overeenstemming kunnen komen door middel van onderhandelingen, kunnen zij gezamenlijk de goede diensten trachten te verwerven van, of verzoeken om bemiddeling door, een derde partij.

3.

Bij de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of toetreding tot, dit Verdrag, of op enig tijdstip daarna, kan een Staat of een organisatie voor regionale economische integratie schriftelijk aan de Depositaris mededelen dat met betrekking tot een niet overeenkomstig het bepaalde in het eerste of tweede lid opgelost geschil elk van de twee volgende wijzen voor de regeling van geschillen, of beide, als bindend word(t)(en) aanvaard:

4.

Indien de partijen niet overeenkomstig het bepaalde in het derde lid dezelfde of een andere procedure hebben aanvaard, wordt het geschil ter conciliatie voorgelegd in overeenstemming met het bepaalde in het vijfde lid, tenzij de partijen anders overeenkomen.

5.

Een conciliatiecommissie wordt ingesteld op verzoek van één der partijen bij het geschil. De commissie bestaat uit een gelijk aantal leden dat door elk der betrokken partijen wordt aangewezen en een voorzitter, die gezamenlijk wordt gekozen door de aldus aangewezen leden. De commissie doet een definitieve en als aanbeveling geldende uitspraak, die de partijen te goeder trouw in overweging dienen te nemen.

6.

De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op elk protocol, tenzij in het desbetreffende protocol anders is overeengekomen.

Artikel 12. Ondertekening

Dit Verdrag staat open voor ondertekening in het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oostenrijk te Wenen van 22 maart 1985 tot en met 21 september 1985 en op het Hoofdkantoor van de Verenigde Naties te New York van 22 september 1985 tot en met 21 maart 1986.

Artikel 13. Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring
1.

Dit Verdrag en eventuele protocollen dienen te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door Staten en door organisaties voor regionale economische integratie. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Depositaris.

2.

Elke in het eerste lid bedoelde organisatie die Partij bij dit Verdrag of bij een protocol wordt zonder dat één van haar Lid-Staten Partij daarbij is, is gebonden door alle verplichtingen die voortvloeien uit dit Verdrag of uit een protocol, naar gelang het geval is. Indien één of meer Lid-Staten van één van deze organisaties Partij zijn bij dit Verdrag of bij het desbetreffende protocol, nemen de organisatie en haar Lid-Staten een beslissing inzake hun onderscheiden bevoegdheden betreffende de uitvoering van hun verplichtingen die voortvloeien uit dit Verdrag of uit het protocol, naar gelang het geval is. In zulke gevallen zijn de organisatie en de Lid-Staten niet bevoegd hun rechten uit hoofde van dit Verdrag of het desbetreffende protocol gelijktijdig uit te oefenen.

3.

In hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring geven de in het eerste lid bedoelde organisaties aan in welke mate zij bevoegd zijn met betrekking tot de aangelegenheden die door dit Verdrag of het desbetreffende protocol zijn geregeld. Deze organisaties geven de Depositaris voorts kennis van elke belangrijke wijziging in de omvang van hun bevoegdheden.

Artikel 14. Toetreding
1.

Dit Verdrag en elk protocol daarbij staat open voor toetreding door Staten en door organisaties voor regionale economische integratie vanaf de datum waarop dit Verdrag of het desbetreffende protocol niet meer voor ondertekening open staat. De akten van toetreding worden bij de Depositaris nedergelegd.

2.

In hun akten van toetreding geven de in het eerste lid bedoelde organisaties aan in welke mate zij bevoegd zijn met betrekking tot de aangelegenheid die door dit Verdrag of door het desbetreffende protocol zijn geregeld. Deze organisaties geven de Depositaris voorts kennis van elke belangrijke wijziging in de omvang van hun bevoegdheden.

3.

De bepalingen van artikel 13, tweede lid, zijn van toepassing op organisaties voor regionale economische integratie die tot dit Verdrag of een protocol toetreden.

Artikel 15. Stemrecht
1.

Elke Partij bij dit Verdrag of bij een protocol brengt één stem uit.

2.

Behoudens het bepaalde in het eerste lid brengen de organisaties voor regionale economische integratie bij de uitoefening van hun stemrecht in aangelegenheden die binnen hun bevoegdheden vallen, zoveel stemmen uit als overeenkomen met het aantal van hun Lid-Staten dat Partij is bij dit Verdrag of bij het desbetreffende protocol. Deze organisaties oefenen hun stemrecht niet uit, indien hun Lid-Staten het hunne uitoefenen, en omgekeerd.

Artikel 16. Betrekking tussen dit Verdrag en de protocollen daarbij
1.

Een Staat of een organisatie voor regionale economische integratie kan geen partij bij een protocol worden zonder tegelijkertijd Partij bij dit Verdrag te zijn of te worden.

2.

Besluiten betreffende een protocol worden uitsluitend genomen door de partijen bij het desbetreffende protocol.

Artikel 17. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Een protocol, tenzij daarin anders is bepaald, treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de elfde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dat protocol of van toetreding daartoe.

3.

Voor elke Partij die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt of daartoe toetreedt na de nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt dit Verdrag in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van die Partij van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

4.

Een protocol, tenzij daarin anders is bepaald, treedt in werking voor een Partij die dat protocol bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt of daartoe toetreedt na de inwerkingtreding daarvan ingevolge het bepaalde in het tweede lid, op de negentigste dag na de datum waarop die Partij haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt, of op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt voor die Partij, welke van deze beide data het laatst valt.

5.

Voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt een akte die door een organisatie voor regionale economische integratie wordt nedergelegd, niet geteld bij die welke door de Lid-Staten van deze organisatie zijn nedergelegd.

Artikel 18. Voorbehoud

Er mogen geen voorbehouden worden gemaakt ten aanzien van dit Verdrag.

Artikel 19. Opzegging
1.

Na afloop van een termijn van vier jaar, te rekenen vanaf de datum waarop dit Verdrag in werking is getreden voor een Partij, kan deze Partij op elk tijdstip dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris.

2.

Tenzij in het desbetreffende protocol anders is bepaald, kan een partij op elk tijdstip na afloop van een termijn van vier jaar, te rekenen vanaf de datum waarop dit protocol in werking is getreden voor die partij, dat protocol opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris.

3.

De opzegging wordt van kracht één jaar na de datum van ontvangst daarvan door de Depositaris, of zoveel later als wordt aangegeven in de kennisgeving van opzegging.

4.

Elke Partij die dit Verdrag opzegt, wordt geacht tevens de protocollen waarbij zij partij is, te hebben opgezegd.

Artikel 20. Depositaris
1.

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties neemt de functies van depositaris van dit Verdrag en eventuele protocollen op zich.

2.

De Depositaris doet de Partijen in het bijzonder mededeling van:

Artikel 21. Authentieke teksten

Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

1

De Partijen bij dit Verdrag stellen vast dat de belangrijkste wetenschappelijke vraagstukken zijn:

2

De Partijen bij dit Verdrag werken krachtens het bepaalde in artikel 3 samen bij de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek en systematische waarnemingen, alsmede bij de opstelling van aanbevelingen voor toekomstige wetenschappelijke onderzoekingen en waarnemingen op de volgende gebieden:

3

Rekening houdend met de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden, werken de Partijen bij dit Verdrag samen bij het bevorderen van een passende wetenschappelijke en technische opleiding die nodig is om aan de uitvoering van het wetenschappelijk onderzoek en de systematische waarnemingen, zoals in deze Bijlage zijn beschreven, deel te nemen. Er dient in het bijzonder aandacht te worden besteed aan de vergelijkende ijking van de instrumenten en de waarnemingsmethoden ten behoeve van de verkrijging van vergelijkbare en gestandaardiseerde wetenschappelijke gegevensverzamelingen.

4

Van de volgende chemische stoffen van natuurlijke en antropogene oorsprong, die niet in volgorde van belangrijkheid zijn vermeld, wordt aangenomen dat zij het vermogen bezitten de chemische en fysische eigenschappen van de ozonlaag kunnen wijzigen.

1

De Partijen bij dit Verdrag erkennen dat het verzamelen en het ter-beschikking-stellen van informatie een belangrijk middel is om de doeleinden van dit Verdrag te verwezenlijken en te verzekeren dat alle maatregelen die kunnen worden genomen, passend en billijk zijn. De Partijen wisselen derhalve wetenschappelijke, technische, sociaal-economische, commerciële en juridische informatie uit.

2

Bij het nemen van een beslissing welke informatie dient te worden verzameld en uitgewisseld, houden de Partijen bij dit Verdrag rekening met de bruikbaarheid van de informatie en met de kosten van verwerving daarvan. De Partijen erkennen voorts dat de samenwerking krachtens het bepaalde in deze Bijlage in overeenstemming dient te zijn met de nationale wetten, voorschriften en gewoonten met betrekking tot octrooien, fabrieksgeheimenen bescherming van vertrouwelijke informatie omtrent eigendomsrechten.

3. Wetenschappelijke informatie

Deze omvat informatie omtrent:

4. Technische informatie

Deze omvat informatie omtrent:

5. Sociaal-economische en commerciële informatie over de in Bijlage I genoemde stoffen

Deze omvat informatie omtrent:

6. Juridische informatie

Deze omvat informatie omtrent:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized to that effect, have signed this Convention.

DONE at Vienna on the 22nd day of March 1985.