Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van Nieuw-Zeeland,
Geleid door de wens de hartelijke en vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide landen te handhaven en te versterken en de betaling van Nederlandse pensioenen in Nieuw-Zeeland en de betaling van Nieuw-Zeelandse uitkeringen in Nederland mogelijk te maken ten aanzien van staatsburgers die zich permanent vestigen in het andere land,
Zijn als volgt overeengekomen:
DEEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN WERKINGSSFEER
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Tenzij het zinsverband anders vereist, wordt in deze Overeenkomst verstaan onder:
- a. „uitkering”: een Nieuw-Zeelandse uitkering of pensioen uit te betalen ingevolge de Social Security Act 1964 of de Social Welfare (Transitional Provisions) Act 1990 en, wat Nederland betreft, een uitkering of pensioen ingevolge de wetten van Nederland, met inbegrip van uit te betalen verhogingen van of aanvullingen op een uitkering of pensioen;
- b. „bevoegde autoriteit”: wat Nieuw-Zeeland betreft, de Director General of Social Welfare of een gemachtigde plaatsvervanger van de Director General; en wat Nederland betreft, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- c. „orgaan”: met betrekking tot een Overeenkomstsluitende Partij, een orgaan dat verantwoordelijk is voor de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van een Overeenkomstsluitende Partij;
- d. „wetten inzake sociale zekerheid”: met betrekking tot de Overeenkomstsluitende Partij, de wetten die, wat die Overeenkomstsluitende Partij betreft, zijn genoemd in artikel 2;
- e. „Nieuw-Zeeland”: uitsluitend Nieuw-Zeeland en niet de Cookeilanden, Niue en Tokelau; „Nederland”: het Koninkrijk der Nederlanden in Europa;
- f. „onderdaan”: wat Nieuw-Zeeland betreft, een Nieuw-Zeelands staatsburger of een Nieuw-Zeelands onderdaan en, wat Nederland betreft, een persoon van de Nederlandse nationaliteit.
Bij de toepassing van deze Overeenkomst door een Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien van een persoon heeft een term die niet in dit artikel is omschreven de betekenis die daaraan wordt gegeven in de wetten inzake sociale zekerheid van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen, tenzij het zinsverband anders vereist.
Artikel 2. Materiële werkingssfeer
De wetgeving die binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst valt, is:
- a. wat Nieuw-Zeeland betreft: de Social Security Act 1964 en de Social Welfare (Transitional Provisions) Act 1990, zoals gewijzigd op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst en alle wetgeving waardoor deze Wet op een later tijdstip wordt gewijzigd, aangevuld of vervangen, voor zover die Wet en die wetgeving voorzien in de volgende uitkeringen en de daarmede verband houdende aangelegenheden:
- i. gewaarborgd ouderdomspensioen;
- ii. invaliditeitsuitkeringen;
- iii. weduwenuitkeringen;
- iv. uitkeringen aan weduwnaren voor huishoudelijke doeleinden; en
- v. veteranenpensioen.
- b. wat Nederland betreft de wetten inzake:
- i. de algemene ouderdomsverzekering;
- ii. de arbeidsongeschiktheidsverzekering; en
- iii. de algemene nabestaanden verzekering en voor de toepassing van artikel 5 tevens de wetten inzake:
- iv. de ziekteverzekering;
- v. de werkloosheidsverzekering; en
- vi. de kinderbijslagen.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid omvat de wetgeving die binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst valt niet de wetten die voor of na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst zijn uitgevaardigd om uitvoering te geven aan een bilaterale overeenkomst inzake sociale zekerheid die een van beide Overeenkomstsluitende Partijen heeft gesloten.
De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkander in kennis van de wetgeving waardoor de wetten die binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst vallen, worden gewijzigd, aangevuld of vervangen, zulks onmiddellijk na de inwerkingtreding van bedoelde wetten.
Wat Nederland betreft, is deze Overeenkomst niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand.
Artikel 3. Personele werkingssfeer
Tenzij anders is bepaald, is deze Overeenkomst van toepassing op alle personen op wie de wetten van een of van beide Overeenkomstsluitende Partijen van toepassing zijn, dan wel zijn geweest, alsmede, wat Nederland betreft, op personen die hun rechten van dergelijke personen afleiden.
Artikel 4. Gelijkheid van behandeling
In alle gevallen waarin het recht op een uitkering krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland en van Nederland geheel of ten dele afhangt van de nationaliteit van een Overeenkomstsluitende Partij, wordt een persoon die onderdaan is van de andere Overeenkomstsluitende Partij, met het oog op een aanspraak op die uitkering, beschouwd als onderdaan van eerstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij.
De personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is, worden door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen gelijk behandeld met betrekking tot de rechten en verplichtingen die krachtens deze Overeenkomst ontstaan ten aanzien van elke Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 5. Detachering
Wanneer een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt in dienst van een werkgever wiens zaak op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om gedurende een tijdvak dat vermoedelijk niet langer is dan 5 jaar op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.
Indien de duur van de werkzaamheden vermoedelijk bovengenoemde tijdsduur zal overschrijden, kan op een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt en die in dienst van een werkgever wiens zaak op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, indien gerechtvaardigd om bijzondere redenen, de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.
Indien de feitelijke duur van de werkzaamheden van de persoon omschreven in het eerste lid wegens onvoorziene omstandigheden langer is dan het verwachte tijdvak, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.
Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt een persoon op wie de Nederlandse wetgeving van toepassing was overeenkomstig de bepalingen van dit artikel geacht op het grondgebied van Nederland te wonen.
Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel is de Nederlandse wetgeving van toepassing indien de werkgever of de werknemer binnen drie maanden na de eerste dag van uitzending heeft verzocht om een verklaring van detachering of, in het geval bedoeld in het derde lid, voor het einde van het verwachte tijdvak van uitzending, en deze verklaring aan de betrokkene is afgegeven.
DEEL II
A. BEPALINGEN BETREFFENDE NIEUW-ZEELANDSE UITKERINGEN
Artikel 6. Samentellen van tijdvakken van wonen en verzekeringstijdvakken
Wanneer een persoon die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en in Nieuw-Zeeland woont, krachtens de Nieuw-Zeelandse wetten inzake sociale zekerheid geen aanspraak kan maken op de tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland om recht te hebben op een Nieuw-Zeelands gewaarborgd ouderdomspensioen, neemt het Nieuw-Zeelandse orgaan de tijdvakken van wonen en/of verzekering in Nederland in aanmerking alsof deze tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland waren.
Artikel 7. Nieuw-Zeelands gewaarborgd ouderdomspensioen en veteranenpensioen buiten Nieuw-Zeeland
Onder voorbehoud van het gestelde in het derde en het vierde lid is een persoon die een Nieuw-Zeelands gewaarborgd ouderdomspensioen of een veteranenpensioen ontvangt of aan de voorwaarden daarvoor voldoet, gerechtigd deze uitkering te ontvangen terwijl hij in Nederland woont.
Onder voorbehoud van het gestelde in het derde en het vierde lid is een persoon boven de pensioengerechtigde leeftijd krachtens de Nederlandse wetten inzake sociale zekerheid die in Nederland woont en die eerder in Nieuw-Zeeland heeft gewoond na de leeftijd van 20 jaar, gerechtigd het Nieuw-Zeelandse gewaarborgde pensioen te ontvangen.
Het bedrag van de in het eerste en het tweede lid bedoelde uitkering wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
| aantal hele jaren van wonen in Nieuw-Zeeland | x maximale uitkeringshoogte |
|---|---|
| 30 jaar | x maximale uitkeringshoogte |
onder voorbehoud van de volgende bepalingen:
- i. alle tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland worden samengesteld;
- ii. betaling vindt niet plaats wanneer de tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland in totaal minder bedragen dan 10 jaar;
- iii. voor tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland tussen 10 en 15 jaar wordt 50% van het gewaarborgde pensioen of het veteranenpensioen uitgekeerd;
- iv. voor tijdvakken van wonen in Nieuw-Zeeland langer dan 30 jaar wordt 100% van het gewaarborgde ouderdomspensioen of het veteranenpensioen uitgekeerd.
Het bedrag van de in het eerste en het tweede lid bedoelde uitkering wordt uitbetaald ongeacht de Nederlandse ouderdomsuitkering.
Artikel 8. Weduwenuitkering en uitkering aan weduwnaren voor huishoudelijke doeleinden buiten Nieuw-Zeeland
Een persoon die een Nieuw-Zeelandse weduwenuitkering of, in geval van een weduwnaar, een uitkering voor huishoudelijke doeleinden ontvangt of aan de voorwaarden daarvoor voldoet, is gerechtigd die uitkering te ontvangen terwijl zij of hij in Nederland woont.
De hoogte van een weduwenuitkering, uit te betalen overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, is het desbetreffende bedrag aangegeven in het Third Schedule bij de Social Security Act 1964.
De hoogte van een uitkering voor huishoudelijke doeleinden, betaalbaar overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, is de desbetreffende uitkeringshoogte aangegeven in Clause I van het Sixteenth Schedule van de Social Security Act 1964.
Artikel 9. Invaliditeitsuitkering buiten Nieuw-Zeeland
Een persoon die een Nieuw-Zeelandse invaliditeitsuitkering ontvangt, of aan de voorwaarden daarvoor voldoet, is gerechtigd deze uitkering te ontvangen terwijl hij in Nederland woont.
De hoogte van de invaliditeitsuitkering, betaalbaar overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, is de desbetreffende uitkeringshoogte aangegeven in het Sixth Schedule bij de Social Security Act 1964. In geval van een gehuwde, met of zonder afhankelijke kinderen, wordt de desbetreffende uitkeringshoogte aangegeven in Clause I (g) van genoemd Schedule.
Artikel 10. Vaststelling van het recht op Nieuw-Zeelandse uitkeringen
Bij de vaststelling van het recht op een Nieuw-Zeelandse weduwen- of invaliditeitsuitkering, of een uitkering aan weduwnaars voor huishoudelijke doeleinden, ten aanzien van een persoon die gewoonlijk in Nieuw-Zeeland woont, wordt een tijdvak van wonen en/of verzekering in Nederland in aanmerking genomen als tijdvak van wonen in Nieuw-Zeeland ter vaststelling van de in Nieuw-Zeelandse wetten aangegeven vereisten met betrekking tot wonen.
Bij de vaststelling van het recht op een Nieuw-Zeelandse weduwenuitkering, of een uitkering aan weduwnaars voor huishoudelijke doeleinden, ten aanzien van een persoon die gewoonlijk in Nieuw-Zeeland woont, wordt een afhankelijk kind van die persoon dat is geboren in Nederland, geacht te zijn geboren in Nieuw-Zeeland. Voor de toepassing van dit lid wordt onder „afhankelijk kind” verstaan een kind waarvoor een Nieuw-Zeelandse gezinsuitkering dient te worden uitbetaald aan de aanvrager.
Artikel 11. Behandeling van de Nederlandse vrijwillige verzekering
Nederlandse uitkeringen op grond van tijdvakken van vrijwillige verzekering krachtens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet worden niet beschouwd als uitkeringen die krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland rechtstreeks aftrekbaar zijn van Nieuw-Zeelandse uitkeringen.
Nederlandse uitkeringen op grond van vrijwillige verzekering krachtens de Nederlandse Algemene Weduwen- en Wezenwet worden niet beschouwd als uitkeringen die krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland rechtstreeks aftrekbaar zijn van Nieuw-Zeelandse uitkeringen.
Artikel 12. Betaling in het buitenland van Nieuw-Zeelandse uitkeringen
Wanneer een uitkering, met inbegrip van het gewaarborgde ouderdomspensioen, is toegekend gebruikmakend van de artikelen 6 en 10, eerste lid, wordt niets van die uitkering in het buitenland betaald, behalve wanneer daarin wordt voorzien door de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland, voor zover deze betrekking hebben op tijdelijk verblijf in het buitenland.
Artikel 13. Betaling van aanvullende uitkeringen
Wanneer overeenkomstig deze Overeenkomst door het bevoegde orgaan van Nieuw-Zeeland een uitkering wordt betaald terwijl de rechthebbende in Nieuw-Zeeland woont, keert dat orgaan ook de aanvullingen of toeslagen uit waarin de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland voorzien.
Artikel 14. Wonen of verblijf in een derde land
Een persoon die krachtens deze Overeenkomst een Nieuw-Zeelandse uitkering ontvangt in Nederland blijft die Nieuw-Zeelandse uitkering ontvangen indien hij of zij zijn of haar woonplaats verplaatst naar een derde Staat, mits Nieuw-Zeeland een overeenkomst inzake sociale zekerheid op basis van wederkerigheid heeft gesloten met die derde Staat.
B. BEPALINGEN BETREFFENDE NEDERLANDSE UITKERINGEN
Artikel 15. Ouderdomsuitkeringen
Het Nederlandse orgaan stelt de ouderdomsuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op grond van verzekeringstijdvakken die zijn vervuld volgens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet.
Onder voorbehoud van het derde en het vierde lid worden tijdvakken voor 1 januari 1957 gedurende welke een onderdaan van een Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van Nederland woonde na het bereiken van de leeftijd van vijftien jaar of gedurende welke hij, in een ander land wonende, in Nederland arbeid in loondienst heeft verricht, mede aangemerkt als verzekeringstijdvakken indien hij niet voldoet aan de voorwaarden van de Nederlandse wetgeving op grond waarvan zulke tijdvakken voor hem met verzekeringstijdvakken mogen worden gelijkgesteld.
Het in het tweede lid bedoelde tijdvak wordt bij de berekening van de ouderdomsuitkering alleen in aanmerking genomen indien de betrokkene verzekerd is geweest krachtens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet en ten minste zes jaar op het grondgebied van één of beide Overeenkomstsluitende Partijen heeft gewoond na het bereiken van de leeftijd van negenenvijftig jaar en alleen zolang hij op het grondgebied van één van de Overeenkomstsluitende Partijen woont. De tijdvakken voor 1 januari 1957 worden evenwel niet in aanmerking genomen indien zij samenvallen met tijdvakken die reeds in aanmerking zijn genomen voor de berekening van een ouderdomsuitkering krachtens de wetgeving van een ander land dan Nederland.
Wanneer de som van het bedrag van de Nederlandse ouderdomsuitkering overeenkomstig deze Overeenkomst of overeenkomstig de Nederlandse Algemene Ouderdomswet en het bedrag van het Nieuw-Zeelandse gewaarborgde ouderdomspensioen of veteranenpensioen krachtens deze Overeenkomst of de Nieuw-Zeelandse wetgeving voor een persoon die in Nederland woont, hoger is dan het maximumbedrag overeenkomstig de Nederlandse Algemene Ouderdomswet, past het Nederlandse orgaan zijn uitkering aan met een bedrag dat gelijk is aan het surplus.
De in het vierde lid bedoelde vermindering heeft geen betrekking op het bedrag dat is gebaseerd op de verzekeringstijdvakken na 1 januari 1957 overeenkomstig de Nederlandse Algemene Ouderdomswet.
Artikel 16. Nabestaandenuitkering
Het Nederlandse orgaan stelt de nabestaandenuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op grond van de Nederlandse Algemene Weduwen- en Wezenwet.
Een persoon die een Nederlandse nabestaandenuitkering ontvangt of daarvoor in aanmerking komt, is gerechtigd deze uitkering te ontvangen terwijl hij op het grondgebied van Nieuw-Zeeland woont.
Artikel 17. Invaliditeitsuitkeringen
Het Nederlandse orgaan stelt de invaliditeitsuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op grond van de Nederlandse Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Een persoon die een Nederlandse invaliditeitsuitkering ontvangt of aan de voorwaarden daarvoor voldoet, is gerechtigd deze uitkering te ontvangen terwijl hij op het grondgebied van Nieuw-Zeeland woont.
DEEL III. DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 18. Indiening van aanvragen
Een naar behoren ingediende aanvraag om een uitkering krachtens de wetgeving van een van de Overeenkomstsluitende Partijen wordt beschouwd als een naar behoren ingediende aanvraag krachtens de wetgeving van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
De datum van ontvangst van een aanvraag of ander document ingediend bij een bevoegde autoriteit of orgaan wordt beschouwd als de datum van ontvangst van de aanvraag of een ander document door de andere bevoegde autoriteit of het andere orgaan. De aanvraag of het document wordt onverwijld doorgezonden naar het orgaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 19. Vaststelling van het recht op uitkeringen en ingangsdatum van betaling
De datum van ingang voor de uitbetaling van een uitkering krachtens deze Overeenkomst wordt vastgesteld in overeenstemming met de wetten inzake sociale zekerheid van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij, doch zal in geen geval eerder vallen dan de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt.
Tijdvakken van verzekering, wonen of arbeid in loondienst vervuld voor de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden in aanmerking genomen ter vaststelling van het recht op een uitkering krachtens deze Overeenkomst.
Artikel 20. Beroepschriften
Een persoon op wie een beslissing van de bevoegde autoriteit of het orgaan van een Overeenkomstsluitende Partij betrekking heeft in verband met een aangelegenheid die zich voordoet ingevolge deze Overeenkomst, heeft dezelfde rechten op herziening door of beroep bij administratieve of rechterlijke instanties van die Overeenkomstsluitende Partij als voorzien in krachtens de nationale wetten van de Overeenkomstsluitende Partij.
Documenten met betrekking tot een herziening door of een beroep bij administratieve of rechterlijke instanties ingesteld bij de wetten inzake sociale zekerheid van een van de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen worden ingediend op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, en documenten die op deze wijze naar behoren zijn ingediend, worden geacht naar behoren te zijn ingediend voor de toepassing van die wetten.
De datum waarop een document overeenkomstig het tweede lid naar behoren is ingediend op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen bepaalt of dat document is ingediend binnen de termijn die wordt gesteld door de wetten of de administratieve praktijk van de andere Overeenkomstsluitende Partij die van toepassing zijn op het desbetreffende beroep.
Artikel 21. Terugvordering van te veel betaalde bedragen
Wanneer
- a. door een van de Partijen met betrekking tot een uitkering aan een persoon een bedrag is betaald dat hoger is dan het bedrag dat eigenlijk verschuldigd was met betrekking tot die uitkering, krachtens deze Overeenkomst of anderszins; en
- b. door de andere Overeenkomstsluitende Partij een overeenkomstige uitkering moet worden betaald aan die persoon, krachtens deze Overeenkomst of anderszins,
trekt het orgaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij indien daartoe verzocht door het andere orgaan en in overeenstemming met dit artikel een bedrag gelijk aan het onder letter a bedoelde te veel betaalde bedrag af van het bedrag dat verschuldigd is met betrekking tot laatstbedoelde uitkering.
Het in het eerste lid bedoelde te veel betaalde bedrag is het bedrag vastgesteld door het orgaan van de Overeenkomstsluitende Partij die het te veel betaalde bedrag heeft uitgekeerd.
De hoogte van de aftrek overeenkomstig het eerste lid van verschuldigde bedragen met betrekking tot een uitkering, alsmede bijkomende of daarmee verband houdende aangelegenheden, wordt bepaald door het orgaan van de Overeenkomstsluitende Partij die de uitkering dient te betalen, in overeenstemming met de wetten inzake sociale zekerheid of de praktijk van die Overeenkomstsluitende Partij.
Bedragen die zijn afgetrokken door het orgaan van een van de Overeenkomstsluitende Partijen in overeenstemming met het eerste lid, alsmede bedragen die door dat orgaan zijn ontvangen ingevolge in het derde lid bedoelde regelingen, worden overgemaakt aan het andere orgaan op de wijze zoals overeengekomen tussen de organen of in administratieve akkoorden ingevolge artikel 23.
Artikel 22. Uitwisseling van informatie en wederzijdse bijstand
De bevoegde autoriteiten geven elkander alle informatie die nodig is voor de toepassing van deze Overeenkomst of de onderscheiden wetten inzake sociale zekerheid van de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende alle aangelegenheden die zich voordoen ingevolge deze Overeenkomst of die wetten.
De organen
- a. verlenen elkander bijstand met betrekking tot de vaststelling of betaling van een uitkering of pensioen krachtens deze Overeenkomst of enige andere aanspraak krachtens de onderscheiden wetten inzake sociale zekerheid alsof het ging om de toepassing van hun eigen wetten;
- b. staan elkander, op verzoek, bij met betrekking tot de uitvoering van overeenkomsten inzake sociale zekerheid die een van beide Overeenkomstsluitende Partijen heeft gesloten met derde Staten, in de mate en onder de omstandigheden als aangegeven in administratieve akkoorden in overeenstemming met artikel 23.
De in het tweede lid bedoelde bijstand wordt kosteloos verleend.
Informatie die in overeenstemming met deze Overeenkomst aan een orgaan wordt toegezonden, wordt op dezelfde wijze beschermd als de informatie die wordt verkregen krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van de ontvangende Partij.
De bepalingen van het tweede en het vierde lid mogen nimmer zodanig worden uitgelegd dat daardoor het orgaan van een Overeenkomstsluitende Partij wordt verplicht:
- a. administratieve maatregelen uit te voeren die in strijd zijn met de wetten of administratieve praktijk van die Overeenkomstsluitende Partij of de andere Partij; of
- b. bijzonderheden te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn krachtens de wetten of gebruiken, of op de normale manier, van die Overeenkomstsluitende Partij of de andere Partij.
Artikel 23. Administratieve akkoorden
De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen brengen door middel van administratieve akkoorden de maatregelen tot stand die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze Overeenkomst.
Er worden verbindingsorganen aangewezen ter vergemakkelijking van de uitvoering van deze Overeenkomst.
Artikel 24. Taal van de correspondentie
De bevoegde autoriteiten en organen kunnen rechtstreeks corresponderen met elkander en met personen, ongeacht waar deze wonen, wanneer zulks nodig is voor de toepassing van deze Overeenkomst. De correspondentie mag worden gevoerd in de taal van Nieuw-Zeeland of van Nederland.
Artikel 25. Munteenheid
Betalingen krachtens deze Overeenkomst gedaan in de munteenheid van de Overeenkomstsluitende Partij die de betaling doet, zijn geldig.
Overmakingen van geld krachtens deze Overeenkomst dienen te geschieden in overeenstemming met de desbetreffende overeenkomsten die op het tijdstip van overmaking tussen de Overeenkomstsluitende Partijen van kracht zijn.
Ingeval door een van de Overeenkomstsluitende Partijen bepalingen worden ingevoerd die zijn gericht op de beperking van het wisselen of uitvoeren van valuta, beslissen de Regeringen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen onmiddellijk over de maatregelen die noodzakelijk zijn ter verzekering van de overmaking van bedragen die een van beide Overeenkomstsluitende Partijen of organen verschuldigd is krachtens deze Overeenkomst.
Artikel 26. Regeling van geschillen
De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen regelen, voor zover mogelijk, alle geschillen die zich voordoen bij de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, zulks in overeenstemming met haar geest en grondbeginselen.
De Overeenkomstsluitende Partijen plegen onmiddellijk overleg op verzoek van één van hen aangaande aangelegenheden die niet zijn geregeld door de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met het eerste lid.
Indien het geschil niet is geregeld binnen zes maanden na het eerste in het tweede lid van dit artikel voorgeschreven overleg, wordt het voorgelegd aan een scheidsgerecht, waarvan de samenstelling en de procedure door de Overeenkomstsluitende Partijen wordt overeengekomen. Het scheidsgerecht regelt het geschil overeenkomstig de grondbeginselen en in de geest van deze Overeenkomst. De uitspraak van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 27. Herziening van de Overeenkomst
De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen bepalingen van deze Overeenkomst te herzien en benoemen in elk geval binnen een tijdvak van 1 jaar beginnende op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, een commissie van deskundigen die de werking en de doeltreffendheid van de Overeenkomst beziet en dienaangaande aan de bevoegde autoriteiten rapporteert.
Artikel 28. Inwerkingtreding en beëindiging
Beide Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkander schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden wettelijke en constitutionele procedures die zijn vereist voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de datum van de laatste kennisgeving.
Deze Overeenkomst blijft, onder voorbehoud van het derde lid, van kracht tot het verstrijken van 12 maanden na de datum waarop één van beide Overeenkomstsluitende Partijen van de andere langs diplomatieke weg een schriftelijke kennisgeving ontvangt van het voornemen van de andere Partij om de Overeenkomst te beëindigen.
Ingeval deze Overeenkomst wordt beëindigd in overeenstemming met het tweede lid, blijft zij van kracht ten aanzien van personen die krachtens deze Overeenkomst:
- a. op de datum van beëindiging een uitkering of pensioen ontvangen; of
- b. voor het verstrijken van het in dat lid bedoelde tijdvak een aanvraag hebben ingediend voor en recht zouden hebben op een uitkering of pensioen.
voor de uitvoering van de Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen
het Koninkrijk der Nederlanden en
Nieuw-Zeeland ondertekend te Wellington op 8 oktober 1990
ingevolge artikel 23 van de Overeenkomst tussen
het Koninkrijk der Nederlanden
en
Nieuw-Zeeland
ondertekend te Wellington op 8 oktober 1990.
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Begripsomschrijvingen
Sectie 1
Voor de toepassing van dit Administratieve Akkoord wordt verstaan onder „Overeenkomst”: de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Nieuw-Zeeland, ondertekend te Wellington op 8 oktober 1990.
Andere termen hebben de betekenis die daaraan in de Overeenkomst of in dit Akkoord is gegeven.
Verbindingsorganen
Sectie 2
Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de volgende instellingen aangewezen als verbindingsorgaan (ingevolge artikel 23, tweede lid, van de Overeenkomst):
- A. in Nederland:
- a. voor ouderdoms- en nabestaandenuitkeringen: de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen;
- b. voor invaliditeitsuitkeringen: het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam;
- B. in Nieuw-Zeeland: de International Operations Branch van het Department of Social Welfare te Wellington.
De taken van de verbindingsorganen worden in dit Akkoord genoemd. Voor de toepassing van deze Overeenkomst en van Administratieve Akkoorden kunnen de verbindingsorganen zich rechtstreeks in verbinding stellen met elkander, alsmede met de betrokken personen of met hun vertegenwoordigers. De verbindingsorganen verlenen elkander bijstand bij de toepassing van de Overeenkomst.
DEEL II. BEPALINGEN INZAKE DETACHERING
Sectie 3
Voor de toepassing van deze sectie wordt verstaan onder „orgaan” : de Sociale Verzekeringsraad te Zoetermeer.
- a. Wanneer in overeenstemming met artikel 5 van de Overeenkomst de wetgeving van Nederland van toepassing is, geeft het Nederlandse orgaan, op verzoek van de werknemer of diens werkgever, een verklaring af waarin staat dat die werknemer, zolang hij voldoet aan de in artikel 5 van de Overeenkomst vervatte voorwaarden, onderworpen blijft aan de Nederlandse wetgeving tot de aangegeven datum.
- b. Indien een verlenging plaatsvindt als omschreven in artikel 5 van de Overeenkomst, geeft het Nederlandse orgaan opnieuw een verklaring van detachering af.
- c. De in de voorgaande leden bedoelde verklaring is het bewijs dat het Nederlandse orgaan met de detachering instemt.
Het orgaan dat een verklaring heeft afgegeven krachtens het tweede lid zendt afschriften daarvan aan de werknemer alsmede aan diens werkgever.
DEEL III. BEPALINGEN BETREFFENDE AANVRAGEN EN BEROEPSCHRIFTEN
Sectie 4
In het in artikel 18 van de Overeenkomst bedoelde geval stelt het orgaan van een Overeenkomstsluitende Partij waarbij een aanvraag om uitkeringen het eerst wordt ingediend, het orgaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij hiervan onverwijld in kennis en verstrekt het de informatie die nodig is om de behandeling van de aanvraag af te wikkelen.
Het in het eerste lid genoemde orgaan dat een aanvraag ontvangt die eerst was ingediend bij een orgaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij verstrekt laatstbedoeld orgaan onverwijld de informatie die vereist is om de aanvraag af te handelen.
Het orgaan van de Overeenkomstsluitende Partij waarbij een aanvraag is ingediend verifieert de juistheid van de inlichtingen betreffende de aanvrager en zijn gezinsleden.
De verbindingorganen bepalen welke soorten inlichtingen moeten worden geverifieerd.
Beroepschriften en daarmede verband houdende documenten
Sectie 5
Een bevoegde autoriteit, een orgaan of een verbindingsorgaan dat beroepschriften en daarmede verband houdende documenten ontvangt ingevolge de wetgeving van de andere Partij:
- a. stempelt op elk document de datum van ontvangst;
- b. registreert de ontvangst van elk document bij haar eigen verbindingsorgaan;
- c. zendt de documenten zo spoedig mogelijk toe aan het verbindingsorgaan of aan het andere orgaan.
Aanvragen krachtens andere overeenkomsten
Sectie 6
Een orgaan van de ene Overeenkomstsluitende Partij accepteert namens het orgaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij een aanvraag om een uitkering ingediend door een persoon ingevolge een overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij en een derde land en stempelt op die aanvraag de datum van ontvangst en zendt deze zo spoedig mogelijk toe aan het andere orgaan.
Een orgaan dat van het andere orgaan een aanvraag als omschreven in het eerste lid heeft ontvangen, kan het andere orgaan om bepaalde bijstand verzoeken met betrekking tot de vaststelling van de aanspraak en dat andere orgaan verstrekt die bijstand, voor zover mogelijk, alsof de aanvraag was ingediend ingevolge de Overeenkomst.
Uitwisseling van informatie
Sectie 7
De in artikel 22 van de Overeenkomst bedoelde uitwisseling van informatie vindt plaats voor zover deze betrekking heeft op de sociale zekerheid en in overeenstemming is met de normale administratieve praktijk.
DEEL IV. DIVERSE BEPALINGEN
Administratieve controles en medische onderzoeken
Sectie 8
De administratieve controles en medische onderzoeken van rechthebbenden op Nieuw-Zeelandse uitkeringen die in Nederland wonen of verblijven, worden op verzoek van het Nieuw-Zeelandse orgaan uitgevoerd door bemiddeling van:
- a. de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging, in geval van invaliditeitsuitkeringen;
- b. de Sociale Verzekeringsbank, in geval van ouderdoms- en nabestaandenuitkeringen.
De administratieve controles en medische onderzoeken van rechthebbenden op Nederlandse uitkeringen die in Nieuw-Zeeland wonen, worden op verzoek van het Nederlandse orgaan uitgevoerd door bemiddeling van het Nieuw-Zeelandse orgaan.
Het orgaan van de ene Overeenkomstsluitende Partij kan op verzoek van het orgaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij feitelijke informatie verstrekken aan laatstbedoeld orgaan dat overeenkomstig de wetgeving van die Overeenkomstsluitende Partij een wijziging, opschorting of intrekking van het recht op een uitkering kan teweegbrengen.
Het orgaan dat een controle of onderzoek als bedoeld in de voorgaande leden heeft uitgevoerd of geregeld, ziet af van vergoeding van de kosten.
Formulieren en procedures
Sectie 9
De verbindingsorganen van de Overeenkomstsluitende Partijen stellen de formulieren en procedures vast die nodig zijn voor de uitvoering van de Overeenkomst en dit Akkoord.
De verbindingsorganen kunnen aanvullende administratieve procedures vaststellen voor de uitvoering van dit Akkoord.
Taal
Sectie 10
De verbindingsorganen verlenen elkander, indien noodzakelijk, bijstand bij het vertalen van aanvragen en andere documenten die zijn gesteld in hun onderscheiden officiële taal.
Statistieken
Sectie 11
De verbindingsorganen wisselen jaarlijks en op nader overeen te komen wijze statistieken uit betreffende de betalingen die elk uit hoofde van de Overeenkomst heeft gedaan. Deze statistieken bevatten gegevens over het aantal rechthebbenden en het totale bedrag van de betaalde uitkeringen, per soort uitkering.
Correspondentie
Sectie 12
De organen stellen elkander door middel van de in artikel 9 bedoelde formulieren op de hoogte met betrekking tot de toekenning, herziening, opschorting of intrekking van uitkeringen waarop deze Overeenkomst van toepassing is.
Administratiekosten
Sectie 13
Uitkeringen kunnen naar goeddunken van en bij overeenkomst tussen de verbindingsorganen, aan de rechthebbenden worden betaald zonder aftrek van de administratiekosten die gemoeid kunnen zijn met de betaling van de uitkering.
Inwerkingtreding
Sectie 14
Dit Administratieve Akkoord treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst en heeft dezelfde werkingsduur.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE in two copies in the English language at Wellington, New Zealand this eighth day of October 1990.
(sd.) E. TER VELD
(sd.) A. L. SCHNEIDER
For the Government of the Kingdom of the Netherlands
(sd.) MICHAEL CULLEN
For the Government of New Zealand