Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen

Type Verdrag
Publication 1986-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 493
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Ten behoeve van de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief en van het eengemaakte EGKS-tarief wijzigt de Portugese Republiek haar ten opzichte van derde landen van toepassing zijnde tarief als volgt:

  • -. vanaf 1 maart 1986 past de Portugese Republiek een recht toe waarbij het verschil tussen het basisrecht en dat van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief met 10% wordt verkleind;
  • -. vanaf 1 maart 1987:
  • a). worden voor de tariefposten waarbij de basisrechten niet meer dan 15% naar boven of naar beneden afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief, laatstgenoemde rechten toegepast;
  • b). past de Portugese Republiek in de overige gevallen een recht toe waarbij het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief volgens het onderstaande ritme wordt verkleind:
  • -. op 1 januari 1987: verlaging met 10%,
  • -. op 1 januari 1988: verlaging met 15%,
  • -. op 1 januari 1989: verlaging met 15%,
  • -. op 1 januari 1990: verlaging met 10%,
  • -. op 1 januari 1991: verlaging met 10%,
  • -. op 1 januari 1992: verlaging met 15%.

Met ingang van 1 januari 1993 past de Portugese Republiek het gemeenschappelijk douanetarief en het eengemaakte EGKS-tarief volledig toe.

2.

In afwijking van lid 1 past de Portugese Republiek voor de produkten die zijn vermeld in de bijlage bij de Overeenkomst betreffende de handel in burgerluchtvaartuigen, gesloten in het kader van de handelsbesprekingen 1973-1979 van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel, het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe met ingang van 1 maart 1986.

Artikel 198

De in het gemeenschappelijk douanetarief van de Gemeenschap vermelde autonome rechten zijn de autonome rechten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. De conventionele rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van de EEG en van het eengemaakte tarief van de EGKS zijn de conventionele rechten van de EEG en de EGKS in hun huidige samenstelling, met uitzondering van de aanpassingen die daarin aangebracht zullen worden om rekening te houden met het feit dat de rechten van het Spaanse en Portugese tarief over het geheel genomen hoger zijn dan de rechten van de tarieven van de EEG en de EGKS in hun huidige samenstelling.

Deze aanpassingen, waarover zal worden onderhandeld in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel, zullen binnen de grenzen van de door artikel XXIV van die Overeenkomst geboden mogelijkheden blijven.

Artikel 199
1.

Wanneer de rechten van het douanetarief van de Portugese Republiek van andere aard zijn dan de overeenkomstige rechten van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief, geschiedt de geleidelijke aanpassing van eerstgenoemde aan laatstgenoemde door de elementen van het Portugese basisrecht te voegen bij die van het recht van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief, waarbij het Portugese basisrecht geleidelijk en volgens het ritme bedoeld in artikel 197 en artikel 243, punt 2), tot nul wordt verlaagd en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief van nul uitgaat om geleidelijk en volgens datzelfde ritme zijn eindbedrag te bereiken.

2.

Wanneer na 1 maart 1986 sommige rechten van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief worden gewijzigd of geschorst, wijzigt of schorst de Portugese Republiek gelijktijdig haar tarief volgens de uit de toepassing van artikel 197 voortvloeiende verhoudingen.

3.

De Portugese Republiek past vanaf 1 maart 1986 de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief en van het eengemaakte EGKS-tarief toe.

De Portugese Republiek kan in deze nomenclatuur de op het tijdstip van toetreding bestaande nationale onderverdelingen overnemen die noodzakelijk zijn om te bewerkstelligen dat de geleidelijke aanpassing van haar douanerechten aan die van het gemeenschappelijk douanetarief en die van het eengemaakte EGKS-tarief plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde in deze Akte.

In geval van wijzigingen van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief voor de in deze Akte bedoelde produkten, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, de nomenclatuur van deze produkten, zoals die in deze Akte is weergegeven, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen aanpassen.

4.

Met het oog op de tenuitvoerlegging van lid 3 en om de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief en het eengemaakte EGKS-tarief door de Portugese Republiek en de geleidelijke afschaffing van de douanerechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek te vergemakkelijken, bepaalt de Commissie, indien nodig, hoe de Portugese Republiek haar douanerechten dient te wijzigen, met dien verstande dat dit niet tot wijziging van de artikelen 189 en 197 mag leiden.

5.

Bij toepassing van de overeenkomstig artikel 197 berekende rechten, wordt afgerond op de eerste decimaal.

Wanneer de Portugese rechten worden aangepast aan de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief of van het eengemaakte EGKS-tarief die lager zijn dan de Portugese basisrechten, vindt afronding plaats door schrapping van de tweede decimaal. In de andere gevallen vindt afronding plaats door toepassing van de hogere decimaal.

Artikel 200
1.

Voor de produkten die voorkomen op de lijst in bijlage XVIII, zijn de basisrechten die worden gehanteerd voor de aanpassing aan het gemeenschappelijk douanetarief en aan het eengemaakte EGKS-tarief, de rechten die voortvloeien uit de toepassing door de Portugese Republiek op 1 januari 1985 van de tariefvrijstellingen (volledige schorsingen) en tariefverlagingen (gedeeltelijke schorsingen).

2.

Met ingang van 1 maart 1986 past de Portugese Republiek een recht toe waarbij het verschil tussen de in lid 1 bedoelde basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief of die van het eengemaakte EGKS-tarief volgens het in artikel 197 vastgestelde ritme wordt verkleind.

3.

De Portugese Republiek kan afzien van de tarief schorsing of het recht van het gemeenschappelijk douanetarief eerder overnemen.

4.

Onmiddellijk bij de toetreding worden door de Portugese Republiek geen residuele douanerechten meer toegepast op de invoer van de betrokken produkten uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en worden er voor deze produkten ten opzichte van de Gemeenschap geen invoerrechten wederingevoerd.

5.

Onmiddellijk bij de toetreding past de Portugese Republiek zonder discriminatie de vrijstellingen en de geleidelijk aan het gemeenschappelijk douanetarief en het eengemaakte EGKS-tarief aangepaste tarief verlagingen toe.

Artikel 201

Bij de aanpassing van haar tarief aan het gemeenschappelijk douanetarief en aan het eengemaakte EGKS-tarief, staat het de Portugese Republiek vrij om haar douanerechten in een sneller ritme te wijzigen dan is bepaald in artikel 197. Zij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis.

Afdeling II. Afschaffing van kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking

Artikel 202

De kwantitatieve in- en uitvoerbeperkingen, alsmede alle tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek bestaande maatregelen van gelijke werking worden op 1 januari 1986 afgeschaft.

Artikel 203

In afwijking van artikel 202 kunnen de huidige Lid-Staten en de Portugese Republiek in hun onderlinge handelsverkeer beperkingen handhaven bij de uitvoer van schroot, resten en afvallen van werken van gietijzer, van ijzer of van staal van post 73.03 van het gemeenschappelijk douanetarief.

Deze regeling kan tot en met 31 december 1988 worden gehandhaafd voor de uitvoer van de Lid-Staten van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling naar Portugal en tot en met 31 december 1990 voor de uitvoer van Portugal naar de huidige Lid-Staten. mits zij niet beperkender is dan de regeling die geldt voor de uitvoer naar derde landen.

Artikel 204
1.

In afwijking van artikel 202 kan de Portugese Republiek tot en met 31 december 1988 bij invoer en uitvoer, uitsluitend voor statistische doeleinden, de voorafgaande registratie blijven eisen van andere produkten dan die welke onder bijlage II van het EEG-Verdrag vallen en van produkten die onder het EGKS-Verdrag vallen.

2.

Het registratieformulier wordt binnen vijf werkdagen na de indiening van het verzoek automatisch afgegeven. Als het binnen deze termijn niet is afgegeven, kunnen de betrokken goederen vrijelijk worden ingevoerd of uitgevoerd.

3.

De eis dat importeurs en exporteurs van tevoren moeten zijn ingeschreven vervalt onmiddellijk bij de toetreding.

Artikel 205

In afwijking van artikel 202 schaft de Portugese Republiek het bestaande discriminatoire verschil tussen het terugbetalingspercentage dat wordt toegepast door de organen van de sociale zekerheid voor in Portugal vervaardigde medicijnen en het terugbetalingspercentage voor uit de huidige Lid-Staten ingevoerde medicijnen af in drie jaarlijkse gelijke etappes en wel op de volgende data:

  • -. 1 januari 1987,
  • -. 1 januari 1988,
  • -. 1 januari 1989.
Artikel 206

In afwijking van artikel 202 wordt het in Protocol nr. 17 bedoelde stelsel toegepast op het handelsverkeer in bepaalde textielprodukten tussen Portugal en de andere Lid-Staten van de Gemeenschap.

Artikel 207

In afwijking van artikel 202 mag de Portugese Republiek tot en met 31 december 1987 kwantitatieve beperkingen handhaven op de invoer uit de andere Lid-Staten van de in Protocol nr. 18 bedoelde automobielen, zulks binnen de grenzen van het in dat Protocol beschreven stelsel van invoercontingenten.

Artikel 208
1.

Onverminderd lid 2 van het onderhavige artikel past de Portugese Republiek vanaf 1 januari 1986 haar nationale monopolies van commerciële aard, als bedoeld in artikel 37, lid 1, van het EEG-Verdrag, geleidelijk aan, in dier voege dat vóór 1993 elke discriminatie tussen onderdanen van de Lid-Staten, wat de voorwaarden van de voorziening en afzet betreft, is uitgesloten.

De huidige Lid-Staten gaan jegens de Portugese Republiek gelijkwaardige verplichtingen aan.

De Commissie doet aanbevelingen met betrekking tot de wijze waarop en het ritme waarin de in dit lid voorgeschreven aanpassing moet worden verwezenlijkt, met dien verstande dat de wijze en dit ritme dezelfde dienen te zijn voor de Portugese Republiek en voor de huidige Lid-Staten.

2.

Voor benzine voor auto's, lampolie, gasolie en stookolie van de posten 27.10 A III, 27.10 B III, 27.10 C I en 27.10 C II van het gemeenschappelijk douanetarief begint de aanpassing van het exclusieve afzetrecht op de datum van toetreding en worden de bestaande Portugese afzetquota die momenteel zijn toegekend aan andere bedrijven dan PETROGAL op 1 januari 1986 afgeschaft. De totale vrijmaking van de markten van deze produkten moet op 31 december 1992 een feit zijn.

De Commissie doet aanbevelingen inzake de wijze waarop deze vrijmaking tot stand moet worden gebracht en neemt daarbij als uitgangspunt het laagste jaarlijkse marktaandeel per produkt van het overheidsbedrijf PETROGAL tijdens de periode van 1 januari 1981 tot en met 31 december 1985.

Onmiddellijk bij de toetreding opent de Portugese Republiek voor elk betrokken produkt een contingent dat gelijk is aan het totaal van de afzetquota die de andere bedrijven dan PETROGAL vóór die datum bezaten. Dit contingent wordt, volgens de aanbevelingen van de Commissie, geleidelijk verhoogd met de vrijgemaakte hoeveelheden.

Artikel 209
1.

In afwijking van artikel 202 kan de octrooihouder of zijn rechthebbende voor een chemisch, farmaceutisch, voedings- of fytosanitair produkt, dat in een Lid-Staat is gedeponeerd op een tijdstip waarop in Portugal voor dat produkt geen octrooi kon worden verkregen, zich beroepen op het aan dat octrooi verbonden recht ten einde de invoer van en de handel in dit produkt te verhinderen in de huidige Lid-Staat of Lid-Staten waar dit produkt door een octrooi wordt beschermd, zelfs als dit produkt voor de eerste maal door hemzelf of met zijn instemming in Portugal in de handel is gebracht.

2.

Op dit recht kan tot het einde van het derde jaar na de invoering door Portugal van de octrooieerbaarheid van deze produkten een beroep worden gedaan voor de in lid 1 bedoelde produkten.

Afdeling III. Overige bepalingen

Artikel 210
1.

Rekening houdend met de geldende voorschriften, inzonderheid met die betreffende het communautaire douanevervoer, stelt de Commissie de methoden van administratieve samenwerking vast welke de in deze Akte bedoelde afschaffing per 1 maart 1986 van de douanerechten en heffingen van gelijke werking alsmede van de kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking moeten waarborgen voor goederen die aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoen.

2.

Tot en met 28 februari 1986 blijven de bepalingen van de overeenkomst van 1972 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Portugese Republiek en de latere protocollen betreffende de douaneregeling van toepassing in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal.

3.

De Commissie stelt de bepalingen vast die met ingang van 1 maart 1986 van toepassing zijn op het handelsverkeer binnen de Gemeenschap in de in de Gemeenschap verkregen goederen, bij de vervaardiging waarvan

  • -. produkten zijn verwerkt welke niet onderworpen zijn geweest aan de douanerechten of heffingen van gelijke werking die hierop van toepassing waren in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling of in Portugal, of die in aanmerking zijn gekomen voor een volledige of gedeeltelijke teruggave van deze rechten of heffingen;
  • -. landbouwprodukten zijn verwerkt die niet voldoen aan de voorwaarden om tot het vrije verkeer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling of in Portugal te worden toegelaten.

Bij het vaststellen van deze bepalingen houdt de Commissie rekening met de in deze Akte neergelegde voorschriften voor de afschaffing van de douanerechten tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal en voor de geleidelijke toepassing door de Portugese Republiek van het gemeenschappelijk douanetarief en van de bepalingen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Artikel 211
1.

Tenzij anders bepaald in deze Akte, zijn de bepalingen inzake douanewetgeving voor het handelsverkeer met derde landen onder dezelfde voorwaarden van toepassing op het handelsverkeer binnen de Gemeenschap, zolang er in dat handelsverkeer douanerechten worden geheven.

Voor de vaststelling van de douanewaarde in het handelsverkeer binnen de Gemeenschap, alsmede in het handelsverkeer met derde landen, is tot en met:

  • -. 31 december 1992 voor industriële produkten, en
  • -. 31 december 1995 voor landbouwprodukten,

het in aanmerking te nemen douanegebied het douanegebied dat wordt omschreven in de in de Gemeenschap en in de Portugese Republiek op 31 december 1985 geldende bepalingen.

2.

In het handelsverkeer binnen de Gemeenschap past de Portugese Republiek vanaf 1 maart 1986 de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief en van het eengemaakte EGKS-tarief toe.

De Portugese Republiek kan in deze nomenclaturen de op het tijdstip van toetreding bestaande nationale onderverdelingen overnemen die noodzakelijk zijn om te bewerkstelligen dat de geleidelijke afschaffing van haar invoerrechten binnen de Gemeenschap plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde in deze Akte.

Artikel 212

Gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de toetreding, voltooit de Portugese Republiek de herstructurering van haar ijzer- en staalindustrie overeenkomstig het bepaalde in Protocol nr. 20.

Met instemming van de Raad kan de Commissie de hierboven bedoelde periode verkorten en de voorschriften van genoemd Protocol wijzigen aan de hand van:

  • -. de mate waarin het Portugese herstructureringsplan voortgang vindt, rekening houdend met wezenlijke elementen betreffende het herstel van de levensvatbaarheid van de onderneming;
  • -. de maatregelen in deze sector die na de datum van toetreding in de Gemeenschap van kracht zijn. In dat geval zou de regeling die na de toetreding van toepassing is op Portugese leveranties naar de Gemeenschap in haar huidige samenstelling niet mogen leiden tot wezenlijke verschillen in de behandeling van enerzijds Portugal en anderzijds de andere Lid-Staten.
Artikel 213
1.

Indien in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek compenserende bedragen als bedoeld in artikel 240 of het in artikel 270 bedoelde compensatiemechanisme worden toegepast op een of meer van de basisprodukten die worden beschouwd als te zijn gebruikt bij de vervaardiging van goederen die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3033/80 van de Raad van 11 november 1980 tot vaststelling van de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwprodukten worden de volgende overgangsmaatregelen toegepast:

  • -. een compenserend bedrag berekend op de grondslag van de in de artikel 240 bedoelde compenserende bedragen of van het in artikel 270 bedoelde compensatiemechanisme en overeenkomstig de regels neergelegd in Verordening (EEG) nr. 3033/80 voor de berekening van het variabele element dat van toepassing is op de goederen die onder deze verordening vallen, wordt toegepast bij invoer van deze goederen in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling uit Portugal;
  • -. indien de goederen die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3033/80 uit derde landen in Portugal worden ingevoerd wordt het bij de verordening vastgestelde variabele element verhoogd of verlaagd, naargelang van het geval, met het compenserende bedrag als bedoeld in het eerste streepje;
  • -. een compenserend bedrag bepaald op de grondslag van de in artikel 240 bedoelde compenserende bedragen of van het in artikel 270 bedoelde compensatiemechanisme die voor de basisprodukten zijn vastgesteld en overeenkomstig de regels die gelden voor de berekening van de restituties bij uitvoer als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3035/80 van de Raad van 11 november 1980 tot vaststelling van de algemene regels aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwprodukten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage II van het Verdrag vallen, wordt voor de onder die verordening vallende goederen toegepast op de uitvoer van deze goederen uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling naar Portugal;
  • -. indien produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3035/80 uit Portugal naar derde landen worden uitgevoerd, is daarop het in het derde streepje bedoelde compenserende bedrag van toepassing.
2.

Het douanerecht dat het vaste element vormt van de belasting die op de datum van toetreding van toepassing is bij de invoer in Portugal uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van goederen die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3033/80, wordt bepaald door van het basisdouanerecht dat de Portugese Republiek toepast op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling een variabel element af te trekken gelijk aan het krachtens Verordening (EEG) nr. 3033/80 vastgestelde variabele element, verhoogd of verlaagd, naar gelang van het geval, met het in lid 1, eerste en derde streepje, bedoelde compenserende bedrag.

Evenwel zijn in het geval waarin voor de produkten vermeld in bijlage XIX, het douanerecht dat het vaste element vormt van de belasting, berekend overeenkomstig het bepaalde in de eerste alinea, lager is dan de in deze bijlage aangegeven rechten, laatstgenoemde rechten van toepassing.

3.

Het douanerecht dat het vaste element vormt van de belasting die op de datum van toetreding van toepassing is bij de invoer in Portugal uit derde landen van goederen die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3033/80, is gelijk aan het hoogste van de twee als volgt berekende bedragen:

  • -. het bedrag dat wordt verkregen door van het basisdouanerecht dat de Portugese Republiek toepast op de invoer uit derde landen, een variabel element af te trekken dat gelijk is aan het krachtens Verordening (EEG) nr. 3033/80 vastgestelde variabele element, verhoogd of verlaagd, naar gelang van het geval, met het in lid 1, eerste en derde streepje, bedoelde compenserende bedrag;
  • -. het bedrag dat wordt verkregen door optelling van het vaste element dat van toepassing is op de invoer in Portugal uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en het vaste element van het recht van het gemeenschappelijk douanetarief (of, ten opzichte van derde landen waarvoor het communautaire stelsel van algemene preferenties geldt, het vaste preferentiële element dat de Gemeenschap in voorkomend geval toepast op de invoer uit deze landen).
4.

In afwijking van artikel 197 worden de douanerechten die de Portugese Republiek toepast op de invoer uit de Gemeenschap en derde landen, op de datum van toetreding omgezet in het soort recht en de eenheden die in het gemeenschappelijk douanetarief zijn vermeld. Deze omzetting vindt plaats op de grondslag van de waarde van de tijdens de laatste vier kwartalen in Portugal ingevoerde goederen waarvoor gegevens beschikbaar zijn of, indien deze goederen niet in Portugal zijn ingevoerd, op de grondslag van de waarde per stuk van deze goederen ingevoerd in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling.

5.

Elk vast element dat in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal wordt toegepast, wordt overeenkomstig artikel 190 afgeschaft.

Elk vast element dat door de Portugese Republiek wordt toegepast op de invoer uit derde landen, wordt aangepast aan het vaste element van het recht van het gemeenschappelijk douanetarief (of, in voorkomend geval, aan het vaste preferentiële element van het communautaire stelsel van algemene preferenties), overeenkomstig de artikelen 197 en 201.

6.

Indien derde landen waarvoor het communautaire stelsel van algemene preferenties geldt, een verlaging van het variabele element van het recht van het gemeenschappelijk douanetarief genieten, past de Portugese Republiek dit preferentiële variabele element toe, vanaf de datum waarop, tijdens het eerste jaar van de tweede etappe van de overgangsregeling, een aanvang wordt gemaakt met de toepassing van de voorschriften van de tweede etappe voor de basisprodukten waarvan het verkoopseizoen het laatst begint.

Afdeling IV. Handelsverkeer tussen de Portugese Republiek en het Koninkrijk Spanje

Artikel 214

De Portugese Republiek past in haar handelsverkeer met het Koninkrijk Spanje de artikelen 189 tot en met 213 toe, behoudens de in Protocol nr. 3 neergelegde voorwaarden.

Hoofdstuk 2. Vrij verkeer van personen, diensten en kapitaal

Afdeling I. Werknemers

Artikel 215

Artikel 48 van het EEG-Verdrag is, voor wat betreft het vrije verkeer van werknemers tussen Portugal en andere Lid-Staten, slechts van toepassing onder voorbehoud van de overgangsbepalingen neergelegd in de artikelen 216 tot en met 219 van deze Akte.

Artikel 216
1.

De artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap zijn in Portugal ten aanzien van onderdanen van de andere Lid-Staten en in de andere Lid-Staten ten aanzien van Portugese onderdanen pas van toepassing vanaf 1 januari 1993.

De Portugese Republiek en de huidige Lid-Staten zijn bevoegd, onderscheidenlijk ten aanzien van onderdanen van de andere Lid-Staten en ten aanzien van Portugese onderdanen, tot en met 31 december 1992 de nationale bepalingen of bepalingen die voortvloeien uit bilaterale overeenkomsten waarbij immigratie met het oog op het verrichten van arbeid in loondienst en/of toegang tot arbeid in loondienst aan een voorafgaande vergunning wordt onderworpen, te handhaven.

De Portugese Republiek en het Groothertogdom Luxemburg mogen de in de vorige alinea bedoelde nationale bepalingen die van kracht zijn op de datum van ondertekening van deze Akte evenwel tot en met 31 december 1995 handhaven, onderscheidenlijk ten aanzien van Luxemburgse onderdanen enerzijds en Portugese onderdanen anderzijds.

2.

Per 1 januari 1991 stelt de Raad, aan de hand van een verslag van de Commissie, een onderzoek in naar het resultaat van de toepassing van de in lid 1 bedoelde afwijkingsmaatregelen.

Na dit onderzoek kan de Raad, met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie, aan de hand van nieuwe gegevens bepalingen vaststellen om genoemde maatregelen aan te passen.

Artikel 217
1.

Artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 is in Portugal ten aanzien van onderdanen van de andere Lid-Staten en in de andere Lid-Staten ten aanzien van Portugese onderdanen van toepassing tot en met 31 december 1990, zulks onder de volgende voorwaarden:

  • a). De in artikel 10, lid 1, onder a), van genoemde Verordening bedoelde familieleden van een werknemer die op de datum van ondertekening van deze Akte op regelmatige wijze met hem op het grondgebied van een Lid-Staat waren geïnstalleerd, hebben onmiddellijk bij de toetreding toegang tot alle werkzaamheden in loondienst op het gehele grondgebied van deze Lid-Staat.
  • b). De in artikel 10, lid 1, onder a), van genoemde Verordening bedoelde familieleden van een werknemer die na de ondertekening van deze Akte op regelmatige wijze met hem op het grondgebied van een Lid-Staat zijn geïnstalleerd, hebben aldaar toegang tot alle werkzaamheden in loondienst als zij aldaar ten minste 3 jaar verblijven. Deze verblijfstermijn wordt met ingang van 1 januari 1989 tot 18 maanden teruggebracht.

Dit lid doet geen afbreuk aan gunstiger nationale of uit bilaterale overeenkomsten voortvloeiende bepalingen.

2.

De in lid 1 bedoelde regeling is ook van toepassing op de familieleden van een zelfstandige die met hem in een Lid-Staat zijn geïnstalleerd.

Artikel 218

Voor zover bepaalde voorschriften van Richtlijn 68/360/EEG inzake de opheffing van de beperkingen van de verplaatsing en het verblijf van de werknemers der Lid-Staten en van hun familie binnen de Gemeenschap onlosmakelijk zijn verbonden met die voorschriften van Verordening (EEG) nr. 1612/68 waarvan de toepassing krachtens artikel 216 wordt uitgesteld, zijn de Portugese Republiek en andere Lid-Staten bevoegd van deze voorschriften af te wijken voor zover zulks noodzakelijk is voor de toepassing van de afwijkende bepalingen die in artikel 216 omtrent voornoemde verordening zijn neergelegd.

Artikel 219

De Portugese Republiek en de andere Lid-Staten treffen, daarin bijgestaan door de Commissie, de nodige maatregelen opdat uiterlijk op 1 januari 1993 de toepassing van het besluit van de Commissie van 8 december 1972 betreffende het uniforme systeem dat krachtens artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad is ingesteld, het zogenaamde „SEDOC”-systeem, en van het besluit van de Commissie van 14 december 1972 betreffende „het communautaire schema” voor het inwinnen en verspreiden van de inlichtingen bedoeld in artikel 14, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad tot Portugal kan worden uitgebreid.

Artikel 220
1.

Tot de inwerkingtreding van de voor alle Lid-Staten eenvormige oplossing, bedoeld in artikel 99 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, maar uiterlijk tot en met 31 december 1988 zijn artikel 73, leden 1 en 3, artikel 74, lid 1 en artikel 75, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, alsmede de artikelen 86 en 88 van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 niet van toepassing op Portugese werknemers die werkzaam zijn in een andere Lid-Staat dan Portugal en wier gezinsleden in Portugal verblijven.

Artikel 73 , lid 2, artikel 74, lid 2, artikel 75, lid 2 en artikel 94, lid 9 van Verordening (EEG) nr. 1408/71, alsmede de artikelen 87, 89, 98 en 120 van Verordening (EEG) nr. 574/72 zijn van overeenkomstige toepassing op deze werknemers.

Er wordt evenwel geen afbreuk gedaan aan de wettelijke bepalingen van een Lid-Staat die voorschrijven dat de gezinsbijslagen voor de gezinsleden verschuldigd zijn ongeacht het land van verblijf van de gezinsleden.

2.

Niettegenstaande artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 blijven de volgende bepalingen van onderstaande verdragen inzake sociale zekerheid gedurende de in lid 1 bedoelde periode van toepassing op Portugese werknemers:

  • a). Portugal - België
  • -. Artikel 28, lid 2, van het Algemeen Verdrag van 14 september 1970
  • -. Artikelen 57, 58 en 59 van de Administratieve Regeling van 14 september 1970
  • b). Portugal - Duitsland
  • -. Artikel 27, leden 1, 2 en 3, van het Verdrag van 6 november 1964, zoals gewijzigd bij artikel 1 van de Overeenkomst tot wijziging van dat Verdrag van 30 september 1974
  • c). Portugal - Spanje
  • -. Artikelen 23 en 24 van het Algemeen Verdrag van 11 juni 1969
  • -. Artikelen 45 en 46 van de Administratieve Regeling van 22 mei 1970
  • d). Portugal - Luxemburg
  • -. Artikel 23 van het Verdrag van 12 februari 1965, zoals gewijzigd bij artikel 13 van het tweede avenant van 20 mei 1977
  • -. Artikel 15 van het tweede avenant van 21 mei 1979 bij het Algemeen Administratief Verdrag van 20 oktober 1966
  • e). Portugal - Nederland
  • -. Artikel 33, lid 2, van het Verdrag van 19 juli 1979
  • -. Artikelen 36 en 37 van de Administratieve Regeling van 9 mei 1980.

Afdeling II. Recht van vestiging, diensten, kapitaalverkeer en onzichtbare transacties

Artikel 221

De Portugese Republiek kan beperkingen op het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten handhaven:

  • -. tot en met 31 december 1988, voor de werkzaamheden in de sector reisbureaus;
  • -. tot en met 31 december 1990, voor de werkzaamheden in de bioscoopsector.
Artikel 222
1.

Tot en met 31 december 1989 kan de Portugese Republiek een stelsel van voorafgaande vergunningen handhaven voor directe investeringen in de zin van de eerste richtlijn van de Raad van 11 mei 1960 voor de uitvoering van artikel 67 van het EEG-Verdrag, gewijzigd en aangevuld bij de tweede Richtlijn 63/2l/EEG van de Raad van 18 december 1962 en bij de Toetredingsakte van 1972, die in Portugal worden verricht door onderdanen van de andere Lid-Staten en die verband houden met het uitoefenen van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, en waarvan de totale waarde respectievelijk de volgende bedragen overschrijdt:

  • -. in de loop van 1986: 1,5 miljoen Ecu
  • -. in de loop van 1987: 1,8 miljoen Ecu
  • -. in de loop van 1988: 2,1 miljoen Ecu
  • -. in de loop van 1989: 2,4 miljoen Ecu.
2.

Lid 1 is niet van toepassing op directe investeringen betreffende de sector kredietinstellingen.

3.

Ten aanzien van elk investeringsproject waarvoor uit hoofde van lid 1 een voorafgaande vergunning is vereist, dienen de Portugese autoriteiten uiterlijk twee maanden na de indiening van de aanvraag een standpunt te bepalen. Bij gebreke van een standpuntbepaling binnen deze termijn wordt de voorgenomen investering geacht te zijn toegestaan.

4.

Investeerders op wie lid 1 van toepassing is, mogen niet onderling worden gediscrimineerd en mogen evenmin een minder gunstige behandeling krijgen dan die welke aan onderdanen van derde landen wordt toegestaan.

Artikel 223
1.

De Portugese Republiek kan, onder de voorwaarden en binnen de termijnen neergelegd in de artikelen 224 tot en met 229, de vrijmaking van het kapitaalverkeer, vermeld in de lijsten A en B van de eerste richtlijn van de Raad van 11 mei 1960 voor de uitvoering van artikel 67 van het EEG-Verdrag en van de tweede richtlijn van de Raad van 18 december 1962 ter aanvulling en wijziging van de eerste richtlijn voorde uitvoering van artikel 67 van het EEG-Verdrag, uitstellen.

2.

De Portugese autoriteiten en de Commissie plegen te gelegener tijd overleg over de wijze van toepassing van de maatregelen tot vrijmaking of versoepeling waarvan de tenuitvoerlegging krachtens de hiernavolgende bepalingen kan worden uitgesteld.

Artikel 224

De Portugese Republiek kan de vrijmaking van de directe investeringen, verricht door ingezetenen van Portugal in de andere Lid-Staten, tot en met 31 december 1992 uitstellen.

Artikel 225
1.

De Portugese Republiek kan de vrijmaking van overmakingen in verband met in Portugal door ingezetenen van de andere Lid-Staten verrichte aankopen van onroerend goed dat is gebouwd en bestemd voor bewoning, alsmede van terreinen die reeds voor de landbouw worden gebruikt dan wel als landbouwgronden zijn ingedeeld in de zin van de Portugese wetgeving die geldt op het tijdstip van de toetreding, tot en met 31 december 1990 uitstellen.

2.

De in lid 1 bedoelde tijdelijke afwijking is niet van toepassing:

  • -. op ingezetenen van de andere Lid-Staten die behoren tot de categorie van hen die emigreren in het kader van het vrije verkeer van werknemers of zelfstandigen;
  • -. op de in lid 1 bedoelde aankopen die verband houden met de uitoefening van het recht van vestiging door zelfstandigen die ingezetene zijn van de andere Lid-Staten en naar Portugal emigreren.
Artikel 226
1.

De Portugese Republiek kan tot en met 31 december 1990 en onder de in lid 2 neergelegde voorwaarden beperkingen handhaven ten aanzien van de overmaking van de liquidatieopbrengst van investeringen in onroerend goed, in Portugal verricht door ingezetenen van de andere Lid-Staten.

  • a). De overmakingen van de liquidatieopbrengsten worden respectievelijk vrijgemaakt
  • -. op 1 januari 1986: tot 100000 Ecu;
  • -. op 1 januari 1987: tot 120000 Ecu;
  • -. op 1 januari 1988: tot 140000 Ecu;
  • -. op 1 januari 1989: tot 160000 Ecu;
  • -. op 1 januari 1990: tot 180000 Ecu.
  • b). In geval van liquidatie die het onder a) vermelde bedrag te boven gaat, wordt de overmaking van het saldo in vijf gelijke jaarlijkse gedeelten vrijgemaakt, het eerste gedeelte bij de aanvraag om overmaking van de liquidatieopbrengst en de vier andere gedeelten in de vier jaar die daarop volgen.
3.

Tijdens de toepassingsduur van deze overgangsmaatregel worden de algemene of bijzondere faciliteiten betreffende de vrije overmaking van de liquidatieopbrengst van investeringen in onroerend goed als bedoeld in lid 1, en die op grond van Portugese bepalingen of van overeenkomsten betreffende de betrekkingen tussen de Portugese Republiek en één van de Lid-Staten dan wel een derde land bestaan, gehandhaafd en op niet discriminerende wijze toegepast ten opzichte van alle andere Lid-Staten.

Artikel 227

De Portugese Republiek kan tot en met 31 december 1992 de vrijmaking uitstellen van overmakingen in verband met investeringen in onroerend goed, in een andere Lid-Staat verricht:

  • -. door ingezetenen van Portugal die niet behoren tot de categorie van personen die in het kader van het vrije verkeer van werknemers en zelfstandigen emigreren;
  • -. door zelfstandigen die ingezetene zijn van Portugal en die emigreren, voor zover de betrokken investeringen geen verband houden met hun vestiging.
Artikel 228
1.

De Portugese Republiek kan tot en met 31 december 1990 en onder de in lid 2 bepaalde voorwaarden beperkingen handhaven op de transacties vermeld in de rubriek X onder B-C-D-E-F-H van lijst A die is gehecht aan de in artikel 223 bedoelde richtlijnen en die zijn bestemd voor ingezetenen van de andere Lid-Staten.

2.

Op 1 januari 1986 worden de overmakingen vrijgemaakt tot een bedrag van 25 000 Ecu voor de transacties onder C-D en F en van 10 000 Ecu voor de transacties onder B-E en H. Elk van deze bedragen wordt respectievelijk vastgesteld:

  • -. op 1 januari 1987: op 30000 en 12000 Ecu;
  • -. op 1 januari 1988: op 35000 en 14000 Ecu;
  • -. op 1 januari 1989: op 40000 en 16000 Ecu;
  • -. op 1 januari 1990: op 45000 en 18000.
Artikel 229

De Portugese Republiek kan de vrijmaking van de in lijst B (rubrieken IV.B. 1 en 3) bij de in artikel 223 bedoelde richtlijnen genoemde transacties die worden verricht door ingezetenen van Portugal, tot en met 31 december 1990 uitstellen.

De door ingezetenen van Portugal verrichte transacties in door de Europese Gemeenschappen en de Europese Investeringsbank uitgegeven effecten vormen echter het voorwerp van een geleidelijke vrijmaking in de loop van deze periode op de hiernavolgende wijze:

  • -. op 1 januari 1986 wordt het plafond van vrijmaking voor inschrijvingen op deze effecten vastgesteld op 15 miljoen Ecu;
  • -. op 1 januari 1987 wordt dit plafond vastgesteld op 18 miljoen Ecu;
  • -. op 1 januari 1988 wordt dit plafond vastgesteld op 21 miljoen Ecu;
  • -. op 1 januari 1989 wordt dit plafond vastgesteld op 24 miljoen Ecu;
  • -. op 1 januari 1990 wordt dit plafond vastgesteld op 27 miljoen Ecu.
Artikel 230
1.

De Portugese Republiek kan tot en met 31 december 1990 en onder de in lid 2 aangegeven voorwaarden beperkingen op de met het vreemdelingenverkeer samenhangende overmakingen handhaven.

2.

De jaarlijkse toeristentoewijzing per persoon mag niet lager zijn dan

  • -. 500 Ecu voor 1986;
  • -. 600 Ecu voor 1987;
  • -. 700 Ecu voor 1988;
  • -. 800 Ecu voor 1989;
  • -. 900 Ecu voor 1990.
Artikel 231

De Portugese Republiek zal, indien de omstandigheden zulks toelaten, de vrijmaking van het kapitaalverkeer en van de onzichtbare acties bedoeld in de artikelen 224 tot en met 230 verwezenlijken vóór het verstrijken van de in die artikelen vastgestelde termijnen.

Artikel 232

Voor de toepassing van de artikelen 223 tot en met 231 kan de Commissie overgaan tot raadpleging van het Monetair Comité en elk dienstig voorstel bij de Raad indienen.

Hoofdstuk 3. Landbouw

Afdeling I. Algemene bepalingen

Artikel 233
1.

Het onderhavige hoofdstuk heeft betrekking op landbouwprodukten met uitzondering van de produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3796/81 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten.

2.

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk zijn de voorschriften van deze Akte van toepassing op de in lid 1 bedoelde landbouwprodukten.

3.

Behoudens bijzondere bepalingen in dit hoofdstuk die voorzien in andere data of termijnen, verstrijkt de toepassing van de overgangsmaatregelen voor de in lid 1 bedoelde landbouwprodukten eind 1995.

Artikel 234
1.

De toepassing van de communautaire regeling op produkten waarvoor het onderhavige hoofdstuk geldt, vindt plaats volgens een „klassieke” overgang of een overgang „in etappes” waarvan de algemene bepalingen respectievelijk in de afdelingen II en III zijn neergelegd en de specifieke bepalingen, afhankelijk van de sector van de produkten, in de afdelingen IV en V.

2.

Behoudens andersluidende bepalingen in specifieke gevallen, stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de noodzakelijke bepalingen vast om dit hoofdstuk ten uitvoer te leggen.

Deze bepalingen kunnen met name voorzien in adequate maatregelen ter voorkoming van verleggingen van het handelsverkeer tussen Portugal en de andere Lid-Staten.

3.

De Raad kan, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europese Parlement, met eenparigheid van stemmen overgaan tot de aanpassingen van de in dit hoofdstuk neergelegde regels die noodzakelijk kunnen blijken in geval van wijziging van de communautaire regeling.

Afdeling II. De klassieke overgang

Onderafdeling I. -Toepassingsgebieden

Artikel 235

Deze afdeling geldt voor alle landbouwprodukten bedoeld in artikel 233, met uitzondering van die welke in artikel 259 zijn bedoeld.

Onderafdeling 2. - Aanpassing en compensatie van prijzen

Artikel 236

Tot aan de eerste van de in artikel 238 bedoelde prijsaanpassingen, worden de prijzen die in Portugal moeten worden toegepast, overeenkomstig de in de gemeenschappelijke marktordening van de betrokken sector neergelegde regels, vastgesteld op een peil dat overeenstemt met het peil van de prijzen die gedurende een voor elk produkt te bepalen representatieve periode in Portugal waren vastgesteld onder het voordien geldende nationale stelsel.

Indien de toepassing van de vorige alinea evenwel leidt tot Portugese prijzen die hoger zijn dan de gemeenschappelijke prijzen, wordt voor de vaststelling van de Portugese prijzen het peil aangehouden dat overeenkomt met het peil van de onder de voordien geldende nationale regeling in Portugal vastgestelde prijzen voor het verkoopseizoen 1985/1986, omgerekend in Ecu met behulp van de omrekeningskoers die aan het begin van het verkoopseizoen van het betrokken produkt van toepassing was.

Indien voor een bepaald produkt geen omschrijving van de Portugese prijs bestaat, wordt de in Portugal toe te passen prijs vastgesteld aan de hand van de tijdens een te bepalen representatieve periode daadwerkelijk op de Portugese markten genoteerde prijzen.

Bij afwezigheid van gegevens omtrent de prijzen voor bepaalde produkten op de Portugese markt, wordt bij de berekening van de in Portugal toe te passen prijs evenwel uitgegaan van de prijzen in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling voor soortgelijke produkten of groepen van produkten, of produkten waarmede zij concurreren.

Artikel 237
1.

Indien op de datum van toetreding wordt geconstateerd dat het verschil tussen het prijspeil voor een produkt in Portugal en het peil van de gemeenschappelijke prijs van geringe betekenis is, kan de gemeenschappelijke prijs in Portugal worden toegepast voor het betrokken produkt.

2.

Het in lid 1 bedoelde verschil wordt van geringe betekenis geacht wanneer het 3% minder van de gemeenschappelijke prijs bedraagt.

Artikel 238
1.

Indien de toepassing van artikel 236 in Portugal leidt tot een prijspeil dat afwijkt van het peil van de gemeenschappelijke prijzen, worden de prijzen ten aanzien waarvan in afdeling IV naar dit artikel wordt verwezen, behoudens het bepaalde in lid 4, elk jaar aan het begin van het verkoopseizoen overeenkomstig de leden 2 en 3, aangepast aan het peil van de gemeenschappelijke prijzen.

2.

Indien voor een produkt de prijs in Portugal lager is dan de gemeenschappelijke prijs, vindt de aanpassing plaats in zeven etappes, waarbij de prijs in Portugal bij de eerste zes aanpassingen achtereenvolgens wordt verhoogd met een zevende, een zesde, een vijfde, een kwart, een derde en de helft van het verschil tussen het prijspeil van deze Lid-Staat en het peil van de gemeenschappelijke prijzen die vóór elke aanpassing van toepassing zijn; de prijs die uit deze berekening voortvloeit, wordt verhoogd of verlaagd in evenredigheid met de eventuele verhoging of verlaging van de gemeenschappelijke prijs voor het komende verkoopseizoen; de gemeenschappelijke prijs wordt in Portugal toegepast op het ogenblik van de zevende aanpassing.

  • a). Indien voor een produkt de prijs in Portugal hoger is dan de gemeenschappelijke prijs, wordt de prijs in deze Lid-Staat gehandhaafd op het peil dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 236; de aanpassing vloeit voort uit de ontwikkeling van de gemeenschappelijke prijzen tijdens de zeven jaar volgend op de toetreding. De prijs in Portugal wordt evenwel aangepast voor zover zulks noodzakelijk is om te voorkomen dat het verschil tussen deze prijs en de gemeenschappelijke prijs groter wordt. Indien de in Ecu uitgedrukte Portugese prijzen die onder het voordien geldende nationale stelsel werden vastgesteld voor het verkoopseizoen 1985/1986, hebben geleid tot overschrijding van het verschil dat tijdens het verkoopseizoen 1984/1985 bestond tussen de Portugese en de gemeenschappelijke prijzen, wordt de prijs in Portugal die voortvloeit uit de toepassing van de twee voorgaande alinea's verlaagd met een nader te bepalen bedrag ten belope van een gedeelte van de overschrijding, zodat de overschrijding uiterlijk aan het begin van het vijfde verkoopseizoen volgend op de toetreding volledig ongedaan is gemaakt. Onverminderd het bepaalde onder b), wordt de gemeenschappelijke prijs in Portugal toegepast op het tijdstip van de zevende aanpassing.
  • b). Aan het einde van het vijfde jaar volgend op de toetreding, gaat de Raad over tot een analyse van de ontwikkeling van de aanpassing der prijzen. Te dien einde zendt de Commissie, in het kader van de in artikel 264, lid 2, onder c), bedoelde verslagen, aan de Raad een advies, in voorkomend geval vergezeld van passende voorstellen. Indien uit deze analyse blijkt: De Raad stelt, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europese Parlement de in de bovengenoemde streepjes bedoelde maatregelen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast.
  • -. dat het verschil tussen de Portugese prijzen en de gemeenschappelijke prijzen weliswaar te groot is om te worden overbrugd tijdens de resterende periode voor de aanpassing van de prijzen uit hoofde van lid 2, maar niettemin binnen een beperkte termijn lijkt te kunnen worden ingelopen, kan de aanvankelijk voor de aanpassing van de prijzen vastgestelde periode worden verlengd; in dat geval worden de prijzen op hun voordien geldende peil gehandhaafd overeenkomstig het bepaalde onder a),
  • -. dat het verschil tussen de Portugese prijzen en de gemeenschappelijke prijzen te groot is om uitsluitend door verlenging van de oorspronkelijk voor de aanpassing van de prijzen vastgestelde periode te worden ingelopen, kan naast deze verlenging worden besloten dat de aanpassing zal plaatsvinden door middel van een geleidelijke daling van de Portugese prijzen, uitgedrukt in reële termen, zo nodig vergezeld van indirecte, tijdelijke en degressieve steunmaatregelen om de gevolgen van de degressiviteit van deze prijzen te verzachten. Deze steunmaatregelen worden gefinancierd uit de Portugese begroting.
4.

In het belang van een harmonisch verloop van het integratieproces kan worden besloten dat, in afwijking van lid 2, de prijs van één of meer produkten ten aanzien van Portugal gedurende een verkoopseizoen afwijkt van de prijzen die voortvloeien uit de toepassing van dit lid.

Deze afwijking mag niet meet bedragen dan 10% van de te verrichten prijsaanpassing.

In dat geval geldt voor het volgende verkoopseizoen het prijspijl dat zou zijn voortgevloeid uit de toepassing van lid 2, indien niet tot afwijking zou zijn besloten. Voor dit verkoopseizoen kan evenwel opnieuw tot een afwijking van dat peil worden besloten, overeenkomstig het bepaalde in de eerste en tweede alinea.

De in de eerste alinea bedoelde afwijking is niet van toepassing op de laatste aanpassing bedoeld in lid 2.

Artikel 239

Indien op de datum van toetreding of tijdens de toepassingsperiode van de overgangsmaatregelen de prijs op de wereldmarkt voor een bepaald produkt hoger is dan de gemeenschappelijke prijs, kan in Portugal de gemeenschappelijke prijs voor het betrokken produkt worden toegepast, behalve indien de in Portugal toegepaste prijs hoger is dan de gemeenschappelijke prijs.

Artikel 240

De verschillen in het peil van de prijzen waarvoor in afdeling IV naar dit artikel wordt verwezen, worden gecompenseerd volgens onder staande regels:

    1. Voor de produkten waarvoor de prijzen worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 236 en 238, zijn de in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal en tussen Portugal en derde landen toepasselijke compenserende bedragen gelijk aan het verschil tussen de prijzen die voor Portugal zijn vastgesteld, en de gemeenschappelijke prijzen. Het volgens de hierboven bedoelde voorschriften bepaalde compenserende bedrag wordt in voorkomend geval gecorrigeerd voor wat betreft de invloed van de nationale steunmaatregelen die de Portugese Republiek krachtens de artikelen 247 en 248 mag handhaven.
    1. Er wordt evenwel geen compenserend bedrag vastgesteld indien de toepassing van punt 1 leidt tot een bedrag dat van geringe betekenis is.
  • 3.
  • a). In het handelsverkeer tussen Portugal en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling worden de compenserende bedragen geheven door de invoerende Staat of toegekend door de uitvoerende Staat.
  • b). In het handelsverkeer tussen Portugal en derde landen worden de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid toegepaste heffingen of andere belastingen bij invoer, alsmede, behoudens uitdrukkelijke afwijking, de restituties bij uitvoer, naar gelang van het geval, verlaagd of verhoogd met de compenserende bedragen die gelden in het handelsverkeer met de Gemeenschap in haar huidige samenstelling. De douanerechten kunnen evenwel niet met het compenserende bedrag worden verlaagd.
    1. Ten aanzien van produkten waarvoor het recht van het gemeenschappelijk douanetarief is geconsolideerd in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, wordt rekening gehouden met de consolidering.
    1. Het door een Lid-Staat overeenkomstig punt 1 geheven of toegekende compenserende bedrag mag niet hoger zijn dan het totale bedrag dat door dezelfde Lid-Staat wordt geheven bij invoer uit derde landen die in aanmerking komen voor de meestbegunstigingsclausule. De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen van deze regel afwijken, met name om verleggingen van het handelsverkeer en distorsies van de mededinging te voorkomen.
    1. De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, voor zover zulks nodig is voor de goede werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, afwijken van het bepaalde in artikel 211, lid 1, eerste alinea, voor de produkten waarop compenserende bedragen van toepassing zijn.
Artikel 241

Indien de prijs op de wereldmarkt voor een bepaald produkt hoger is dan de prijs die wordt aangehouden voor de berekening van de in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingestelde belasting bij invoer, verminderd met het compenserende bedrag dat wordt afgetrokken van de belasting bij invoer krachtens artikel 240, of wanneer de restitutie bij uitvoer naar derde landen lager is dan het compenserende bedrag of wanneer er geen restitutie wordt verleend, kunnen passende maatregelen worden getroffen om de goede werking van de gemeenschappelijke ordening der markten te waarborgen.

Artikel 242
1.

De toegekende compenserende bedragen worden door de Gemeenschap gefinancierd ten laste van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling „Garantie”.

2.

De uitgaven die de Portugese Republiek moet verrichten voor interventies op haar binnenlandse markt en het verlenen van restituties of subsidies bij de uitvoer naar derde landen en de andere Lid-Staten, blijven voor de in artikel 259 bedoelde produkten nationaal tot het einde van de eerste etappe.

Vanaf de tweede etappe worden de uitgaven voor interventies op de binnenlandse markt van Portugal en voor de toekenning van uitvoerrestituties naar derde landen door de Gemeenschap gefinancierd ten laste van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling „Garantie”.

Onderafdeling 3. - Vrij verkeer en douane-unie

Artikel 243

Ten aanzien van de produkten uit derde landen waarvan de invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling is onderworpen aan de toepassing van douanerechten, gelden de volgende bepalingen:

  • 1.
  • a). Onverminderd punt 4, worden de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling voor produkten van herkomst uit Portugal geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme: Niettemin verlaagt de Gemeenschap in haar huidige samenstelling haar basisrechten in vijf gedeelten van 20% achtereenvolgens op de volgende data:
  • -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,7% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 71,4% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 57,1% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 42,8% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 28,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 14,2% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1992 worden alle rechten afgeschaft.
  • -. voor orchideeën, anthurium, strelitzia en protea van post ex 06.03 A van het gemeenschappelijk douanetarief,
  • -. voor preparaten en conserven van tomaten van post 20.02 C van het gemeenschappelijk douanetarief,
  • ·. op 1 maart 1986,
  • ·. op 1 januari 1987,
  • ·. op 1 januari 1988,
  • ·. op 1 januari 1989,
  • ·. op 1 januari 1990.
  • b). Onverminderd punt 4, worden de douanerechten bij invoer in Portugal voor produkten van herkomst uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:
  • -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 87,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 75% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 62,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 50% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 37,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 25% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 12,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1993 worden alle rechten afgeschaft.
  • c). Onverminderd punt 4 en in afwijking van het bepaalde onder a) en b), worden de douanerechten bij invoer voor oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die vallen onder Verordening nr. 136/66/EEG - met uitzondering van plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie - geleidelijk afgeschaft tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal, zulks volgens onderstaand ritme:
  • -. op 1 maart 1986 wordt elk recht verlaagd tot 90,0% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1987 wordt elk recht verlaagd tot 81,8% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1988 wordt elk recht verlaagd tot 72,7% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1989 wordt elk recht verlaagd tot 63,6% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1990 wordt elk recht verlaagd tot 54,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 45,4% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 36,3% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 27,2% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 18,1% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 9% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1996 worden alle rechten afgeschaft.
  • d). Voor plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie, passen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en de Portugese Republiek, onverminderd punt 4, evenwel hun respectieve basisrechten ongewijzigd toe gedurende het tijdvak waarin in Portugal bepaalde controleregelingen als bedoeld in artikel 292 worden toegepast. Bij het verstrijken van deze periode worden de basisrechten geleidelijk afgeschaft volgens onderstaand ritme:
  • -. op 1 januari 1991 wordt elk recht verlaagd tot 83,3% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1992 wordt elk recht verlaagd tot 66,6% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1993 wordt elk recht verlaagd tot 49,9% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1994 wordt elk recht verlaagd tot 33,2% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1995 wordt elk recht verlaagd tot 16,5% van het basisrecht,
  • -. op 1 januari 1996 worden alle rechten afgeschaft.
    1. Met het oog op de invoering van het gemeenschappelijk douanetarief past de Portugese Republiek de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 maart 1986, behalve ten aanzien van:
  • a). onverminderd punt 4, de in bijlage XX bedoelde produkten en de produkten waarvoor de Portugese basisrechten hoger zijn dan die van het gemeenschappelijk douanetarief, waarvoor de Portugese Republiek, met het oog op de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief, haar tarief ten opzichte van derde landen als volgt wijzigt: De Portugese Republiek past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe met ingang van 1 januari 1993;
  • aa). voor de tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;
  • bb). past de Portugese Republiek in de overige gevallen een recht toe waardoor het verschil tussen de basisrechten en de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief in acht gelijke gedeelten van 12,5% worden verkleind, zulks op de volgende data:
  • -. op 1 maart 1986,
  • -. op 1 januari 1987,
  • -. op 1 januari 1988,
  • -. op 1 januari 1989,
  • -. op 1 januari 1990,
  • -. op 1 januari 1991,
  • -. op 1 januari 1992.
  • b). onverminderd punt 4, oliehoudende zaden en vruchten en daarvan afgeleide produkten die onder Verordening nr. 136/66/EEG vallen - met uitzondering van plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie -, ten aanzien waarvan de Portugese Republiek, met het oog op de geleidelijke invoering van het gemeenschappelijk douanetarief, haar tarief ten opzichte van derde landen als volgt wijzigt: De Portugese Republiek past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 januari 1996;
  • aa). voor de tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;
  • bb). in de overige gevallen past de Portugese Republiek een recht toe waardoor het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief wordt verkleind volgens onderstaand ritme:
  • -. op 1 maart 1986 wordt het verschil verkleind tot 90,9% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1987 wordt het verschil verkleind tot 81,8% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1988 wordt het verschil verkleind tot 72,7% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1989 wordt het verschil verkleind tot 63,6% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1990 wordt het verschil verkleind tot 54,5% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 45,4% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 36,3% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 27,2% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 18,1% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 9% van het aanvankelijke verschil.
  • c). onverminderd punt 4, plantaardige oliën, andere dan olijfolie, bestemd voor menselijke consumptie, waarvoor de Portugese Republiek haar basisrechten ongewijzigd toepast tijdens de periode waarin in Portugal bepaalde controleregelingen als bedoeld in artikel 292 van toepassing zijn. Bij het verstrijken van deze periode wijzigt de Portugese Republiek haar tarief ten opzichte van derde landen als volgt: De Republiek Portugal past het gemeenschappelijk douanetarief volledig toe vanaf 1 januari 1996.
  • aa). voor tariefposten waarvoor de basisrechten niet meer dan 15% afwijken van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, worden laatstgenoemde rechten toegepast;
  • bb). in de andere gevallen verkleint de Portugese Republiek het verschil tussen het basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief volgens onderstaand ritme:
  • -. op 1 januari 1991 wordt het verschil verkleind tot 83,3% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1992 wordt het verschil verkleind tot 66,6% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1993 wordt het verschil verkleind tot 49,9% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1994 wordt het verschil verkleind tot 33,2% van het aanvankelijke verschil,
  • -. op 1 januari 1995 wordt het verschil verkleind tot 16,5% van het aanvankelijke verschil.
    1. In de zin van de punten 1 en 2 is het basisrecht het in artikel 189 omschreven recht.
    1. Ten aanzien van produkten die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen, kan volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG of, naargelang van het geval, van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten, worden besloten dat: Voor produkten die niet onder een gemeenschappelijke marktordening vallen: De douanerechten die voortvloeien uit een versnelde aanpassing of die welke geschorst zijn, mogen niet lager zijn dan die welke worden toegepast bij invoer van dezelfde produkten uit de andere Lid-Staten.
  • a). de Portugese Republiek, op haar verzoek, overgaat tot:
  • -. afschaffing van de in punt 1, onder b), c) en d), bedoelde douanerechten of tot in punt 2, onder a), b) en c), bedoelde aanpassing, in een sneller ritme dan aldaar is voorzien;
  • -. volledige of gedeeltelijke schorsing van de in punt 1, onder b), c) en d), bedoelde douanerechten die van toepassing zijn op uit de huidige Lid-Staten ingevoerde produkten;
  • -. volledige of gedeeltelijke schorsing van de douanerechten die van toepassing zijn op uit derde landen ingevoerde produkten bedoeld in punt 2, onder a), b) en c);
  • b). de Gemeenschap in haar huidige samenstelling overgaat tot:
  • -. afschaffing van de in punt 1, onder a), c) en d), bedoelde douanerechten in een sneller ritme dan aldaar is voorzien;
  • -. volledige of gedeeltelijke schorsing van de in punt 1, onder a), c) en d), bedoelde douanerechten die van toepassing zijn op uit Portugal ingevoerde produkten.
  • a). is geen enkel besluit nodig voor toepassing door de Portugese Republiek van de in de eerste alinea, onder a), eerste en tweede streepje, bedoelde maatregelen; de Portugese Republiek stelt de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis van de genomen maatregelen;
  • b). kan de Commissie de douanerechten die van toepassing zijn op uit Portugal ingevoerde produkten volledig of gedeeltelijk schorsen.
Artikel 244
1.

In het handelsverkeer tussen Portugal en de andere Lid-Staten en tussen Portugal en derde landen is de regeling die in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling van toepassing is inzake douanerechten en heffingen van gelijke werking en kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking, in Portugal van toepassing met ingang van 1 maart 1986, behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk voor produkten die bij de toetreding onder een gemeenschappelijke marktordening vallen.

2.

Ten aanzien van de produkten die op 1 maart 1986 niet onder een gemeenschappelijke marktordening vallen, vindt de afschaffing van de heffingen van gelijke werking als douanerechten en de kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking op deze datum plaats, behalve wanneer zij op het tijdstip van toetreding deel uitmaken van een nationale marktordening in Portugal of in een andere Lid-Staat.

Deze bepaling geldt slechts tot het ogenblik waarop de gemeenschappelijke marktordening voor deze produkten van toepassing wordt en uiterlijk tot en met 31 december 1995 en voor zover zulks strikt noodzakelijk is om de handhaving van de nationale marktordening te waarborgen.

3.

De Portugese Republiek past vanaf 1 maart 1986 de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief toe.

Voor zover hieruit geen moeilijkheden voortvloeien voor de toepassing van de communautaire regeling, met name voor de werking van de gemeenschappelijke ordening der markten en van de in dit hoofdstuk neergelegde overgangsregelingen, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de Portugese Republiek machtigen in deze nomenclatuur de bestaande nationale onderverdelingen over te nemen die noodzakelijk zijn om te bewerkstelligen dat de geleidelijke aanpassing aan het gemeenschappelijk douanetarief of de afschaffing van rechten binnen de Gemeenschap plaatsvindt overeenkomstig de in deze Akte neergelegde voorwaarden.

Artikel 245
1.

Tot en met 31 december 1992 kan de Portugese Republiek kwantitatieve beperkingen bij invoer uit derde landen van de in bijlage XXI bedoelde produkten toepassen.

  • a). De in lid 1 bedoelde kwantitatieve beperkingen bestaan uit jaarlijkse contingenten die zonder discriminatie tussen de handelaars openstaan.
  • b). Het oorspronkelijke contingent wordt in 1986 voor elk produkt, naargelang van het geval uitgedrukt in volume of in Ecu, vastgesteld:
  • -. op 3% van het gemiddelde van de jaarlijkse Portugese produktie tijdens de laatste drie jaar vóór de toetreding waarvoor statistieken beschikbaar zijn,
  • -. danwel op het gemiddelde van de Portugese invoer tijdens de laatste drie jaar vóór de toetreding waarvoor statistieken beschikbaar zijn, wanneer dit criterium tot een groter volume of een hoger bedrag leidt.
3.

Het minimumritme van de geleidelijke verhoging van de contingenten bedraagt 20% aan het begin van elk jaar voor wat de in waarde uitgedrukte contingenten betreft en 15% aan het begin van elk jaar voor wat de in volume uitgedrukte contingenten betreft.

De verhoging wordt aan elk contingent toegevoegd en de volgende verhoging wordt berekend op het verkregen totaalcijfer.

4.

Wanneer de invoer in Portugal tijdens twee opeenvolgende jaren minder bedraagt dan 90% van het geopende jaarcontingent, worden de in Portugal van kracht zijnde kwantitatieve beperkingen afgeschaft.

5.

Voor het tijdvak van 1 maart tot en met 31 december 1986 is het toepasselijke contingent gelijk aan het oorspronkelijke contingent verminderd met één zesde.

Onderafdeling 4. - Steun

Artikel 246
1.

Dit artikel is van toepassing op de steun, premies of andere soortgelijke bedragen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn ingesteld en waarvoor in afdeling IV naar dit artikel wordt verwezen.

2.

Voor de toepassing in Portugal van de communautaire steun zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a). Het peil van de communautaire steun die met ingang van 1 maart 1986 in Portugal voor een bepaald produkt moet worden verleend, is gelijk aan een bedrag dat is vastgesteld op basis van de steun die de Portugese Republiek gedurende een te bepalen representatieve periode onder het voordien geldende nationale stelsel heeft toegekend. Dit bedrag mag echter niet hoger liggen dan het bedrag van de steun dat op 1 maart 1986 in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wordt toegekend. Indien onder het voordien geldende nationale stelsel geen soortgelijke steun werd toegekend wordt, onder voorbehoud van de onderstaande bepalingen in Portugal op 1 maart 1986 geen steun verleend.
  • b). Aan het begin van het eerste verkoopseizoen of bij ontstentenis daarvan van het eerste toepassingstijdvak van de steun volgend op de toetreding:
  • -. wordt de communautaire steun in Portugal ingevoerd op een niveau dat het zevende deel vertegenwoordigt van het bedrag van de communautaire steun die voor het komende verkoopseizoen of tijdvak van toepassing is,
  • -. of wordt het niveau van de communautaire steun in Portugal, indien er een verschil bestaat, voor het komende verkoopseizoen of tijdvak ten belope van een zevende van het tussen deze twee soorten steun bestaande verschil aangepast aan het niveau van de in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling toepasselijke steun.
  • c). Aan het beging van de volgende verkoopseizoenen of toepassingstijdvakken wordt het niveau van de communautaire steun in Portugal voor het volgende verkoopseizoem of tijdvak achtereenvolgens met een zesde, een vijfde, een kwart, een derde en de helft van het verschil tussen deze twee soorten steun aangepast aan het niveau van de in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling toepasselijke steun.
  • d). De communautaire steun wordt in Portugal volledig toegepast aan het begin van het zevende verkoopseizoen of tijdvak van toepassing van de steun volgend op de toetreding.
Artikel 247
1.

Onverminderd artikel 246 is de Portugese Republiek gemachtigd nationale steunmaatregelen waarvan de intrekking ongetwijfeld ernstige gevolgen zou hebben voor het prijspeil, zowel in het stadium van de produktie als van het verbruik, te handhaven. Dergelijke steunmaatregelen mogen echter alleen bij wijze van overgangsmaatregel en in beginsel op degressieve wijze worden gehandhaafd, uiterlijk tot het einde van het tijdvak waarin de overgangsmaatregelen van toepassing zijn.

2.

De Raad stelt, overeenkomstig de voorwaarden neergelegd in artikel 258, de maatregelen vast die noodzakelijk zijn voor de toepassing van het onderhavige artikel. Deze maatregelen behelzen met name de lijst en de exacte beschrijving van de in lid 1 bedoelde steunmaatregelen, de bedragen daarvan, het ritme van afschaffing, de eventuele mate van degressiviteit, alsmede de regels die noodzakelijk zijn om de goede werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te verzekeren; deze regels moeten bovendien een gelijke toegang tot de Portugese markt waarborgen.

3.

Zo nodig kan tijdens het tijdvak waarin de overgangsmaatregelen worden toegepast, worden afgeweken van de in lid 2 bedoelde mate van degressiviteit.

Artikel 248
1.

In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen mag de Portugese Republiek ten laste van haar begroting tijdelijke steun voor de produktie wederinvoeren, mits deze steun onder het voordien geldende nationale stelsel wordt toegekend en de afschaffing ervan vóór de toetreding ernstige gevolgen voor de produktie blijkt te hebben gehad.

2.

De in lid 1 bedoelde nationale steun mag alleen bij wijze van overgang en in beginsel op degressieve wijze worden wederingevoerd, uiterlijk tot het einde van de periode waarin de overgangsmaatregelen van toepassing zijn.

In voorkomend geval stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de noodzakelijke maatregelen vast die dezelfde regels en elementen moeten omvatten als de in artikel 247, lid 2, bedoelde maatregelen.

Onderafdeling 5. - Aanvullende regeling voor het handelsverkeer

Artikel 249
1.

Er wordt een aanvullende regeling ingesteld van toepassing op het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Portugal, hierna ARH te noemen.

De ARH is van toepassing van 1 maart 1986 tot en met 31 december 1995.

2.

De ARH geldt voor de produkten die voorkomen op de lijst in bijlage XXII.

De lijst in bijlage XXII kan tijdens de eerste drie jaar volgend op de toetreding worden aangevuld volgens de procedure van artikel 250.

3.

De Commissie legt aan het begin van elk jaar een verslag aan de Raad voor over de werking van de ARH tijdens het voorgaande jaar.

Artikel 250
1.

Er wordt een ad hoc Comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie.

2.

In het ad hoc Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het EEG-Verdrag. De Voorzitter neemt niet deel aan de stemming.

3.

Indien wordt verwezen naar de in dit artikel neergelegde procedure, leidt de Voorzitter de procedure onverwijld bij het ad hoc Comité in, hetzij op diens initiatief hetzij op verzoek van een Lid-Staat.

4.

De vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp van te nemen maatregelen in. Het Comité brengt advies uit over deze maatregelen binnen een termijn die de Voorzitter kan bepalen aan de hand van de urgentie van de ter behandeling voorgelegde kwesties. Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van vierenvijftig stemmen.

5.

De Commissie stelt de maatregelen vast en past deze onmiddellijk toe wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité. Indien zij niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies, legt de Commissie onverwijld aan de Raad een voorstel voor te nemen maatregelen voor. De Raad stelt de maatregelen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast.

Indien de Raad na het verstrijken van een maand, te rekenen vanaf de datum waarop het voorstel bij hem is ingediend, geen maatregelen heeft vastgesteld, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast en past deze onmiddellijk toe, behoudens ingeval de Raad zich met eenvoudige meerderheid van stemmen tegen deze maatregelen heeft uitgesproken.

Artikel 251
1.

Volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/ EEG of, naar gelang van het geval, van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten, wordt, in beginsel aan het begin van elk verkoopseizoen, een voorlopige balans opgesteld voor elk van de produkten of elke groep van produkten waarvoor de ARH geldt.

Deze balans wordt in beginsel per verkoopseizoen opgesteld aan de hand van de produktie- en consumptievooruitzichten in Portugal of in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling; op basis van deze balans wordt volgens dezelfde procedure een voorlopig tijdschema opgesteld voor de ontwikkeling van het handelsverkeer en de vaststelling van een indicatief invoerplafond op de betrokken markt.

Voor de periode van 1 maart 1986 tot het begin van het verkoopseizoen 1986/1987 wordt voor elk der produkten of groepen produkten een specifieke balans opgesteld.

2.

Bij de achtereenvolgende vaststellingen van de indicatieve plafonds moet een zekere progressiviteit tot uitdrukking worden gebracht ten opzichte van de traditionele handelsstromen, zulks met het oog op een harmonische en geleidelijke opening van de markt en de volledige verwezenlijking van het vrije verkeer binnen de Gemeenschap bij het verstrijken van het tijdvak waarin de overgangsmaatregelen van toepassing zijn.

Te dien einde zal volgens de in lid 1 bedoelde procedure een jaarlijks stijgingspercentage van het plafond worden vastgesteld. In het kader van het globale indicatieve plafond kunnen plafonds worden vastgesteld die overeenkomen met de verschillende periodes van het betrokken verkoopseizoen.

Artikel 252
1.

Indien uit het onderzoek naar de ontwikkeling van het intracommunautaire handelsverkeer blijkt dat de daadwerkelijke of de te verwachten invoer wezenlijk toeneemt en indien deze situatie ertoe leidt dat het indicatieve invoerplafond van het produkt voor het lopende verkoopseizoen of een gedeelte daarvan wordt bereikt of overschreden, besluit de Commissie, op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief, volgens een urgentieprocedure:

  • -. tot het nemen van de conservatoire maatregelen die noodzakelijk zijn en die van toepassing zijn tot de inwerkingtreding van de in lid 3 bedoelde definitieve maatregelen,
  • -. tot de bijeenroeping van het Comité van Beheer van de betrokken sector met het oog op een onderzoek naar de passende maatregelen.
2.

Indien de in lid 1 bedoelde situatie leidt tot een ernstige verstoring van de markten, kan een Lid-Staat de Commissie verzoeken om de in lid 1 bedoelde conservatoire maatregelen onverwijld te nemen. Daartoe neemt de Commissie een besluit binnen vierentwintig uur na de ontvangst van het verzoek.

Indien de Commissie binnen deze termijn geen besluit neemt, kan de Lid-Staat die het verzoek heeft gedaan conservatoire maatregelen nemen die onmiddellijk aan de Commissie worden medegedeeld.

Deze maatregelen blijven van toepassing totdat de Commissie over het in de eerste alinea bedoelde verzoek heeft beslist.

3.

De definitieve maatregelen worden zo spoedig mogelijk vastgesteld volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG of, naar gelang van het geval, van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten.

Deze maatregelen kunnen met name het volgende behelzen:

  • a). een herziening van het indicatieve plafond indien de betrokken markt ten gevolge van de ontwikkeling van de invoer geen wezenlijke verstoringen heeft ondergaan;
  • b). afhankelijk van de ernst van de situatie, die inzonderheid wordt beoordeeld aan de hand van de ontwikkeling van de marktprijzen en het volume van het handelsverkeer, een beperking of opschorting van de invoer op de markt van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling op de Portugese markt.

De onder b) bedoelde beperkende maatregelen mogen alleen genomen worden voor zover en zolang zij strikt noodzakelijk zijn om een einde te maken aan de verstoring. Wat de Gemeenschap in haar huidige samenstelling betreft, kunnen deze maatregelen worden beperkt tot de invoer die voor bepaalde van haar gebieden is bestemd, op voorwaarde dat zij passende maatregelen omvatten om verleggingen van het handelsverkeer te kunnen voorkomen.

4.

De toepassing van de ARH mag er in geen geval toe leiden dat produkten uit Portugal of uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling een minder gunstige behandeling krijgen dan de in de betrokken gebieden afgezette produkten uit derde landen waarvoor de clausule van de meest begunstigde natie geldt.

Onderafdeling 6. - Andere bepalingen

Artikel 253

Ten einde de structurele situatie in Portugal te verbeteren, zijn de volgende maatregelen van toepassing:

  • a). tenuitvoerlegging vanaf de interimperiode van concrete voorbereidende maatregelen met het oog op het overnemen en de toepassing van het „acquis communautaire”, met name op het gebied van de produktie-, verwerkings- en afzetstructuren en op het gebied van de producentenorganisaties;
  • b). toepassing in Portugal, vanaf de datum van toetreding, van de communautaire regeling op sociaal-structureel gebied met inbegrip van de producentenorganisaties;
  • c). uitbreiding tot Portugal, in het kader van de onder b) bedoelde regeling, van de gunstige specifieke bepalingen die op die datum in de horizontale communautaire regeling bestaan ten gunste van de probleemgebieden van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling;
  • d). bovendien, tenuitvoerlegging van structurele acties ten gunste van Portugal in de vorm van een specifiek programma ter ontwikkeling van de Portugese landbouw.

De Raad stelt, overeenkomstig artikel 258, zo nodig, de in de eerste alinea bedoelde maatregelen of de modaliteiten van die maatregelen vast.

Artikel 254

Alle voorraden van produkten die zich op 1 maart 1986 op het grondgebied van Portugal in het vrije verkeer bevinden en die de normale overdrachtshoeveelheid overschrijden, moeten door de Portugese Republiek ten harer laste worden afgebouwd in het kader van nader te omschrijven communautaire procedures en binnen termijnen die volgens artikel 258 moeten worden vastgesteld. Het begrip „normale overdrachtshoe veelheden” wordt voor elk produkt gedefinieerd aan de hand van de criteria en doelstellingen van elke gemeenschappelijke marktonderneming.

Artikel 255

Bij het vaststellen van het peil van de verschillende bedragen waarin in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is voorzien, andere dan de prijzen bedoeld in artikel 236, wordt rekening gehouden met het toegepaste compenserende bedrag, of, bij gebreke daarvan, met het geconstateerde of economisch gerechtvaardigde prijsverschil en, in voorkomend geval, met de invloed van de douanerechten, behalve:

  • -. indien er geen gevaar voor verstoring van het handelsverkeer bestaat, of
  • -. indien het voor de goede werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid noodzakelijk of wenselijk is dat dit bedrag, dit verschil of deze invloed niet in aanmerking wordt genomen.
Artikel 256
1.

De Raad stelt, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 258, de regeling vast die de Portugese Republiek ten opzichte van het Koninkrijk Spanje toepast.

2.

De maatregelen die in het handelsverkeer tussen de nieuwe Lid-Staten en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling noodzakelijk zijn geworden voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 bedoelde regeling, worden, naar gelang van het geval, vastgesteld onder de voorwaarden bedoeld in artikel 258 of volgens de procedure van artikel 234, lid 2.

Artikel 257
1.

Indien overgangsmaatregelen noodzakelijk zijn om de overgang van het in Portugal geldende stelsel naar het stelsel dat voortvloeit uit de toepassing van de gemeenschappelijke ordening der markten overeenkomstig het bepaalde in deze titel te vergemakkelijken, met name wanneer de toepassing van het nieuwe stelsel op de vastgestelde datum voor bepaalde produkten op aanzienlijke moeilijkheden in de Gemeenschap stuit, worden die maatregelen vastgesteld volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG, of, naar gelang van het geval, van het overeenkomstig artikel van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten. Deze maatregelen kunnen worden genomen gedurende een tijdvak dat op 31 december 1987 afloopt; zij kunnen slechts tot deze datum worden toegepast.

2.

Op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europese Parlement, kan de Raad de in lid 1 bedoelde periode met eenparigheid van stemmen verlengen.

Artikel 258
1.

De door de toetreding noodzakelijk geworden overgangsmaatregelen met betrekking tot de toepassing van de besluiten betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid welke niet in deze Akte zijn vermeld, met inbegrip van de overgangsmaatregelen op structuurgebied, worden vóór de toetreding vastgesteld volgens de procedure van lid 3 en treden ten vroegst op de datum van toetreding in werking.

2.

De in lid 1 bedoelde overgangsmaatregelen zijn die welke zijn vermeld in de artikelen 247, 253, lid 2, 254, 256, 263, lid 2 en 280.

3.

De in lid 1 bedoelde overgangsmaatregelen worden door de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de Commissie, of door de Commissie volgens de procedure van artikel 257, lid 1, vastgesteld, al naargelang de oorspronkelijke besluiten zijn aangenomen door de Raad dan wel de Commissie.

Afdeling III. De overgang in etappes

Onderafdeling 1. - Toepassingsgebied

Artikel 259
1.

De overgang in etappes geldt voor produkten die onder de volgende akten vallen:

  • -. Verordening (EEG) nr. 804/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten,
  • -. Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees,
  • -. Verordening (EEG) nr. 1035/72 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit,
  • -. Verordening (EEG) nr. 2727/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen,
  • -. Verordening (EEG) nr. 2759/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees,
  • -. Verordening (EEG) nr. 2771/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren,
  • -. Verordening (EEG) nr. 2777/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector pluimvee,
  • -. Verordening (EEG) nr. 1418/76 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt,
  • -. Verordening (EEG) nr. 337/79 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt.
2.

Voor glucose en lactose waarop Verordening (EEG) nr. 2730/75 van toepassing is en voor ovalbumine en lactalbumine waarop Verordening (EEG) nr. 2783/75 van toepassing is, geldt dezelfde overgangsregeling als die welke van toepassing is op de overeenkomstige landbouwprodukten.

Artikel 260
1.

De overgang in etappes omvat twee periodes van vijf jaar:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)