Wijzigingsgeschiedenis
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Azerbeidzjan tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen
2 versions
· 2009-12-18
2009-12-18
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Azerbeidz
Wijzigingen op 2009-12-18
@@ -212,7 +212,7 @@
5. De uitdrukking „dividenden”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen, winstaandelen of winstbewijzen, mijnaandelen, oprichtersaandelen of andere rechten, niet zijnde schuldvorderingen, die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is, op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen.
6. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) van toepassing.
6. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) van toepassing.
7. Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat, voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald, behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort, noch de niet-uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst van het lichaam, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.
@@ -236,7 +236,7 @@
5. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan zodanige leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen. In rekening gebrachte boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt.
6. De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen die vaste inrichting of het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) van toepassing.
6. De bepalingen van het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het bedrijfsvermogen die vaste inrichting of het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) van toepassing.
7. Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij wordt betaald door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de interest betaalt, of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet, in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald, was aangegaan, en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd.
@@ -258,7 +258,7 @@
4. De uitdrukking „royalty's”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, (waaronder begrepen bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio- en televisie-uitzendingen), computersoftware, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.
5. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty's worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) van toepassing.
5. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty's worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) van toepassing.
6. Royalty's worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de royalty's betaalt, of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet, in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty's was aangegaan, en deze royalty's ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, worden deze royalty's geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of dat vaste middelpunt is gevestigd.
@@ -268,7 +268,7 @@
##### Artikel 13. Vermogenswinsten
1. Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.
1. Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.
2. Indien een inwoner van een Verdragsluitende Staat meer dan 50 percent van het aandelenkapitaal of meer dan 50 percent van het totale aantal stemmen bezit in een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat (anders dan een lichaam waarvan de aandelen aan een effectenbeurs zijn genoteerd) en het vermogen van dat lichaam hoofdzakelijk bestaat uit in die andere Staat gelegen onroerende zaken, mogen de door deze inwoner verkregen voordelen uit de vervreemding van aandelen in dat lichaam in die andere Staat worden belast. Voor de toepassing van dit lid omvat de uitdrukking „onroerende zaken” niet onroerende zaken waarin de werkzaamheden van het lichaam worden uitgeoefend. Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing wanneer zulk een voordelen verkregen is als gevolg van een bedrijfsreorganisatie, fusie, splitsing of soortgelijke transacties.
@@ -292,7 +292,7 @@
##### Artikel 15. Niet-zelfstandige arbeid
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2008-09-22&g=2008-09-22), zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de [artikelen 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=20&z=2009-12-18&g=2009-12-18), zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast.
2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien:
@@ -310,15 +310,15 @@
##### Artikel 17. Artiesten en sportbeoefenaars
1. Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-09-22&g=2008-09-22), mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest, zoals een toneelspeler, een film-, radio- of televisie-artiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat, worden belast in die andere Staat.
2. Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-09-22&g=2008-09-22), worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.
1. Niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-12-18&g=2009-12-18), mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest, zoals een toneelspeler, een film-, radio- of televisie-artiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat, worden belast in die andere Staat.
2. Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-12-18&g=2009-12-18), worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.
3. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voordelen of inkomsten verkregen uit de werkzaamheden verricht door een artiest of sportbeoefenaar in een van de Staten, indien het bezoek aan die Staat in hoofdzaak wordt bekostigd uit de openbare middelen van de andere Staat of een staatkundig of een regionaal-administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan. In een zodanig geval zijn de voordelen of inkomsten slechts belastbaar in de Staat waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is.
##### Artikel 18. Pensioenen
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2008-09-22&g=2008-09-22), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar.
Onder voorbehoud van de bepalingen van [artikel 19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2009-12-18&g=2009-12-18), zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar.
##### Artikel 19. Overheidsfuncties
@@ -334,7 +334,7 @@
- b. Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar, indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat.
3. De bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2008-09-22&g=2008-09-22) zijn van toepassing op salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of regionaal-administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
3. De bepalingen van de [artikelen 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-12-18&g=2009-12-18) zijn van toepassing op salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of regionaal-administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.
##### Artikel 20. Studenten
@@ -344,7 +344,7 @@
1. Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat, van waaruit ook afkomstig, die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld, zijn slechts in die Staat belastbaar.
2. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2008-09-22&g=2008-09-22), indien de genieter van die inkomsten, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een vast middelpunt aldaar, en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) van toepassing.
2. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-12-18&g=2009-12-18), indien de genieter van die inkomsten, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een vast middelpunt aldaar, en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18) of van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) van toepassing.
3. De bepalingen van dit artikel zijn evenwel niet van toepassing indien de rechten ter zake waarvan de inkomsten worden betaald, zijn gecreëerd of toegewezen teneinde te profiteren van dit artikel en niet op grond van bona fide zakelijke overwegingen. Indien een Verdragsluitende Staat deze bepaling beoogt toe te passen, overlegt zijn bevoegde autoriteit vooraf met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat.
@@ -352,7 +352,7 @@
##### Artikel 22. Vermogen
1. Vermogen bestaande uit onroerende zaken, zoals bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2008-09-22&g=2008-09-22), dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en dat is gelegen in de andere Verdragsluitende Staat, mag in die andere Staat worden belast.
1. Vermogen bestaande uit onroerende zaken, zoals bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-12-18&g=2009-12-18), dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en dat is gelegen in de andere Verdragsluitende Staat, mag in die andere Staat worden belast.
2. Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft, of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid, mag in die andere Staat worden belast.
@@ -366,13 +366,13 @@
1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Azerbeidzjan mogen worden belast.
2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 13, eerste, tweede lid en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 15, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 19, eerste lid (onderdeel a) en tweede lid (onderdeel a)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2008-09-22&g=2008-09-22), en [artikel 21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2008-09-22&g=2008-09-22), van dit Verdrag in Azerbeidzjan mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland deze bestanddelen van het inkomen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Te dien einde worden genoemde bestanddelen van het inkomen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
3. Nederland verleent voorts aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2008-09-22&g=2008-09-22), of [artikel 22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2008-09-22&g=2008-09-22), van dit Verdrag in Azerbeidzjan mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen.
2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 13, eerste, tweede lid en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 15, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 19, eerste lid (onderdeel a) en tweede lid (onderdeel a)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=19&z=2009-12-18&g=2009-12-18), en [artikel 21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2009-12-18&g=2009-12-18), van dit Verdrag in Azerbeidzjan mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland deze bestanddelen van het inkomen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Te dien einde worden genoemde bestanddelen van het inkomen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
3. Nederland verleent voorts aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 13, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 17, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=17&z=2009-12-18&g=2009-12-18), of [artikel 22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2009-12-18&g=2009-12-18), van dit Verdrag in Azerbeidzjan mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen.
Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Azerbeidzjan over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar bedraagt niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
4. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, verleent Nederland een aftrek op de Nederlandse belasting voor de in Azerbeidzjan betaalde belasting op bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2008-09-22&g=2008-09-22), en [artikel 21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2008-09-22&g=2008-09-22), van dit Verdrag in Azerbeidzjan mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, indien en voor zover Nederland uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting een aftrek verleent op de Nederlandse belasting voor de in een ander land over die bestanddelen van het inkomen geheven belasting. Voor de berekening van deze aftrek zijn de bepalingen van het derde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
4. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid, verleent Nederland een aftrek op de Nederlandse belasting voor de in Azerbeidzjan betaalde belasting op bestanddelen van het inkomen die volgens [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 12, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-12-18&g=2009-12-18), en [artikel 21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2009-12-18&g=2009-12-18), van dit Verdrag in Azerbeidzjan mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, indien en voor zover Nederland uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting een aftrek verleent op de Nederlandse belasting voor de in een ander land over die bestanddelen van het inkomen geheven belasting. Voor de berekening van deze aftrek zijn de bepalingen van het derde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
5. Dubbele belasting wordt in Azerbeidzjan als volgt vermeden:
@@ -382,7 +382,7 @@
##### Artikel 24. Werkzaamheden buitengaats
1. De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande andere bepalingen van dit Verdrag. Dit artikel is echter niet van toepassing indien werkzaamheden buitengaats van een persoon voor die persoon een vaste inrichting vormen ingevolge de bepalingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2008-09-22&g=2008-09-22) of een vast middelpunt ingevolge de bepalingen van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22).
1. De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande andere bepalingen van dit Verdrag. Dit artikel is echter niet van toepassing indien werkzaamheden buitengaats van een persoon voor die persoon een vaste inrichting vormen ingevolge de bepalingen van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2009-12-18&g=2009-12-18) of een vast middelpunt ingevolge de bepalingen van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18).
2. In dit artikel betekent de uitdrukking „werkzaamheden buitengaats” werkzaamheden die buitengaats worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de in een Verdragsluitende Staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen.
@@ -396,7 +396,7 @@
4. Voor de toepassing van het derde lid van dit artikel wordt de uitdrukking „werkzaamheden buitengaats” evenwel niet geacht te omvatten:
- a. een van de activiteiten of een combinatie daarvan als genoemd in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2008-09-22&g=2008-09-22);
- a. een van de activiteiten of een combinatie daarvan als genoemd in [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2009-12-18&g=2009-12-18);
- b. sleep- of ankerwerkzaamheden door schepen die in de eerste plaats voor dat doel zijn ontworpen alsmede andere door zulke schepen verrichte activiteiten;
@@ -406,25 +406,25 @@
6. Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking in verband met werkzaamheden buitengaats die worden verricht door middel van een vaste inrichting in de andere Verdragsluitende Staat, mogen, voorzover de dienstbetrekking in die andere Staat buitengaats wordt uitgeoefend, in die andere Staat worden belast.
7. Indien aan de hand van bewijsstukken wordt aangetoond dat in Azerbeidzjan belasting is betaald over de bestanddelen van het inkomen die ingevolge [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) in verband met onderscheidenlijk het derde en vijfde lid van dit artikel, ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-09-22&g=2008-09-22) juncto het derde of vijfde lid van dit artikel en ingevolge het zesde lid van dit artikel in Azerbeidzjan mogen worden belast, verleent Nederland een vermindering van zijn belasting die wordt berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2008-09-22&g=2008-09-22).
7. Indien aan de hand van bewijsstukken wordt aangetoond dat in Azerbeidzjan belasting is betaald over de bestanddelen van het inkomen die ingevolge [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) in verband met onderscheidenlijk het derde en vijfde lid van dit artikel, ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2009-12-18&g=2009-12-18) juncto het derde of vijfde lid van dit artikel en ingevolge het zesde lid van dit artikel in Azerbeidzjan mogen worden belast, verleent Nederland een vermindering van zijn belasting die wordt berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2009-12-18&g=2009-12-18).
##### Artikel 25. Non-discriminatie
1. Onderdanen van een Verdragsluitende Staat worden in de andere Verdragsluitende Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is, niettegenstaande het bepaalde in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2008-09-22&g=2008-09-22), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.
1. Onderdanen van een Verdragsluitende Staat worden in de andere Verdragsluitende Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere Staat onder dezelfde omstandigheden, in het bijzonder met betrekking tot woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is, niettegenstaande het bepaalde in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2009-12-18&g=2009-12-18), ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.
2. Staatlozen die inwoner zijn van een Verdragsluitende Staat worden in geen van de Verdragsluitende Staten aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van de betreffende Staat onder dezelfde omstandigheden zijn of kunnen worden onderworpen.
3. De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft, is in die andere Staat niet ongunstiger dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen. Deze bepaling mag niet aldus worden uitgelegd, dat zij een Verdragsluitende Staat verplicht aan inwoners van de andere Verdragsluitende Staat bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de samenstelling van het gezin of gezinslasten te verlenen, die eerstbedoelde Staat aan zijn eigen inwoners verleent.
4. Behalve indien de bepalingen van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [artikel 11, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22), of [artikel 12, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2008-09-22&g=2008-09-22), van toepassing zijn, zijn interest, royalty's en andere uitgaven betaald door een onderneming van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat. Zo ook zijn alle schulden van een onderneming van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat bij de vaststelling van het belastbare vermogen van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij waren aangegaan met een inwoner van de eerstbedoelde Staat.
4. Behalve indien de bepalingen van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [artikel 11, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18), of [artikel 12, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-12-18&g=2009-12-18), van toepassing zijn, zijn interest, royalty's en andere uitgaven betaald door een onderneming van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat, bij de vaststelling van de belastbare winst van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij betaald waren aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat. Zo ook zijn alle schulden van een onderneming van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat bij de vaststelling van het belastbare vermogen van die onderneming onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar als wanneer zij waren aangegaan met een inwoner van de eerstbedoelde Staat.
5. Ondernemingen van een Verdragsluitende Staat waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van of wordt beheerst door een of meer inwoners van de andere Verdragsluitende Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan andere soortgelijke ondernemingen van de eerstbedoelde Staat zijn of kunnen worden onderworpen.
6. De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2008-09-22&g=2008-09-22), van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.
6. De bepalingen van dit artikel zijn, niettegenstaande de bepalingen van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2009-12-18&g=2009-12-18), van toepassing op belastingen van elke soort en benaming.
##### Artikel 26. Regeling voor onderling overleg
1. Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide Verdragsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waarvan hij inwoner is, of, indien zijn geval valt onder [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=25&z=2008-09-22&g=2008-09-22), aan die van de Verdragsluitende Staat waarvan hij onderdaan is. Het geval moet worden voorgelegd binnen drie jaar nadat de maatregel die leidt tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.
1. Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide Verdragsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waarvan hij inwoner is, of, indien zijn geval valt onder [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=25&z=2009-12-18&g=2009-12-18), aan die van de Verdragsluitende Staat waarvan hij onderdaan is. Het geval moet worden voorgelegd binnen drie jaar nadat de maatregel die leidt tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.
2. De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat te regelen teneinde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met het Verdrag te vermijden. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd niettegenstaande de verjaringstermijnen in de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten.
@@ -436,7 +436,7 @@
##### Artikel 27. Uitwisseling van inlichtingen
1. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit die nodig zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van dit Verdrag of van de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de Verdragsluitende Staten of de staatkundige of regionaal-administratieve onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voorzover de heffing van die belastingen niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2008-09-22&g=2008-09-22). Alle door een Verdragsluitende Staat ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen, alsmede organen voor geschillenbeslechting ingesteld op grond van [artikel 26, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2008-09-22&g=2008-09-22)) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen waarnaar in de eerste volzin wordt verwezen. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
1. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit die nodig zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van dit Verdrag of van de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot belastingen van elke soort en benaming die worden geheven ten behoeve van de Verdragsluitende Staten of de staatkundige of regionaal-administratieve onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, voorzover de heffing van die belastingen niet in strijd is met het Verdrag. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2009-12-18&g=2009-12-18). Alle door een Verdragsluitende Staat ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die volgens de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen, alsmede organen voor geschillenbeslechting ingesteld op grond van [artikel 26, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2009-12-18&g=2009-12-18)) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen waarnaar in de eerste volzin wordt verwezen. Deze personen of autoriteiten mogen van de inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij mogen de inlichtingen bekendmaken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
2. In geen geval worden de bepalingen van het eerste lid zo uitgelegd dat zij een Verdragsluitende Staat de verplichting opleggen:
@@ -448,7 +448,7 @@
##### Artikel 28. Bijstand bij de invordering van belastingen
1. De Verdragsluitende Staten verlenen elkaar bijstand bij de invordering van belastingvorderingen. Deze bijstand wordt niet beperkt door de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2008-09-22&g=2008-09-22).
1. De Verdragsluitende Staten verlenen elkaar bijstand bij de invordering van belastingvorderingen. Deze bijstand wordt niet beperkt door de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2009-12-18&g=2009-12-18).
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit artikel.
@@ -508,57 +508,57 @@
##### I
Het is wel te verstaan dat de bepalingen van het Verdrag die zijn opgesteld in overeenstemming met de overeenkomstige bepalingen van het OESO-modelverdrag ter zake van dubbele belasting van inkomen en vermogen of het VN-modelverdrag inzake dubbele belasting tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden in het algemeen geacht worden dezelfde betekenis te hebben als weergegeven in de toelichtingen van de OESO en de VN op die bepalingen. De in de voorgaande zin neergelegde afspraak is niet van toepassing op een daarmee strijdige uitlegging door de bevoegde autoriteiten overeengekomen na de inwerkingtreding van het Verdrag. De toelichtingen – zoals van tijd tot tijd gewijzigd – bieden een middel voor de uitlegging. In geval van verschillen tussen de uitlegging weergegeven in de toelichtingen bij het OESO- en VN-model, dient in onderling overleg overeenkomstig [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2008-09-22&g=2008-09-22) zo nodig te worden gezocht naar een gemeenschappelijke uitlegging.
Het is wel te verstaan dat de bepalingen van het Verdrag die zijn opgesteld in overeenstemming met de overeenkomstige bepalingen van het OESO-modelverdrag ter zake van dubbele belasting van inkomen en vermogen of het VN-modelverdrag inzake dubbele belasting tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden in het algemeen geacht worden dezelfde betekenis te hebben als weergegeven in de toelichtingen van de OESO en de VN op die bepalingen. De in de voorgaande zin neergelegde afspraak is niet van toepassing op een daarmee strijdige uitlegging door de bevoegde autoriteiten overeengekomen na de inwerkingtreding van het Verdrag. De toelichtingen – zoals van tijd tot tijd gewijzigd – bieden een middel voor de uitlegging. In geval van verschillen tussen de uitlegging weergegeven in de toelichtingen bij het OESO- en VN-model, dient in onderling overleg overeenkomstig [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=26&z=2009-12-18&g=2009-12-18) zo nodig te worden gezocht naar een gemeenschappelijke uitlegging.
##### II
Het is wel te verstaan dat dit Verdrag van toepassing is op belastingen naar het vermogen zodra Nederland na de ondertekening van dit Verdrag een algemene belasting naar het vermogen zou invoeren.
##### III. Ad [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
##### III. Ad [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Verdragsluitende Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft.
##### IV. Ad [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
##### IV. Ad [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Het is wel te verstaan dat ten aanzien van een persoon die bevoegd is te onderhandelen over alle elementen en details van een overeenkomst op een wijze die de onderneming bindt, gesteld kan worden dat hij deze bevoegdheid uitoefent in een Verdragsluitende Staat, ook wanneer de overeenkomst wordt ondertekend door een andere persoon in de andere Verdragsluitende Staat waar de onderneming gevestigd is.
##### V. Ad [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=24&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
##### V. Ad [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=6&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=24&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Het is wel te verstaan dat rechten tot exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat op wiens zeebodem en ondergrond daarvan deze rechten betrekking hebben, alsmede dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij, of de voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.
##### VI. Ad [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Met betrekking tot [artikel 7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22), geldt dat, indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen. Met name bij overeenkomsten betreffende het toezicht op, de levering, installatie of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale bedrag van de overeenkomst, doch slechts op basis van dat deel van de overeenkomst dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op het deel van de overeenkomst, dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming, zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner is.
Met betrekking tot [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22), geldt dat voordelen verkregen uit de verkoop van goederen of koopwaar van dezelfde of vergelijkbare aard als die welke worden verkocht of uit andere bedrijfsactiviteiten van dezelfde of vergelijkbare aard als die welke worden verricht via een vaste inrichting mogen worden aangemerkt als toe te rekenen aan die vaste inrichting, mits aangetoond wordt dat van de desbetreffende transactie gebruik is gemaakt teneinde in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd belasting te vermijden.
##### VII. Ad [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Vergoedingen voor technische diensten, waaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor diensten van adviserende of toezichthoudende aard, worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2008-09-22&g=2008-09-22) of [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2008-09-22&g=2008-09-22) van toepassing zijn.
##### VIII. Ad [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Met betrekking tot [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2008-09-22&g=2008-09-22), is het wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten, zoals „costsharing”-overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten, voor of gebaseerd op de toerekening van kosten van de leiding, de algemene beheerskosten, de technische en zakelijke kosten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten, op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in dat lid. Dit belet een van de Verdragsluitende Staten evenwel niet deze overeenkomsten te controleren op voorwaarden als bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2008-09-22&g=2008-09-22).
##### IX. Ad [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2008-09-22&g=2008-09-22), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22) of [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2008-09-22&g=2008-09-22) mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### X. Ad [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2008-09-22&g=2008-09-22) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
##### VI. Ad [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Met betrekking tot [artikel 7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18), geldt dat, indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen. Met name bij overeenkomsten betreffende het toezicht op, de levering, installatie of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale bedrag van de overeenkomst, doch slechts op basis van dat deel van de overeenkomst dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op het deel van de overeenkomst, dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming, zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner is.
Met betrekking tot [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18), geldt dat voordelen verkregen uit de verkoop van goederen of koopwaar van dezelfde of vergelijkbare aard als die welke worden verkocht of uit andere bedrijfsactiviteiten van dezelfde of vergelijkbare aard als die welke worden verricht via een vaste inrichting mogen worden aangemerkt als toe te rekenen aan die vaste inrichting, mits aangetoond wordt dat van de desbetreffende transactie gebruik is gemaakt teneinde in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd belasting te vermijden.
##### VII. Ad [artikelen 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Vergoedingen voor technische diensten, waaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor diensten van adviserende of toezichthoudende aard, worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=7&z=2009-12-18&g=2009-12-18) of [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=14&z=2009-12-18&g=2009-12-18) van toepassing zijn.
##### VIII. Ad [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Met betrekking tot [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2009-12-18&g=2009-12-18), is het wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten, zoals „costsharing”-overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten, voor of gebaseerd op de toerekening van kosten van de leiding, de algemene beheerskosten, de technische en zakelijke kosten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten, op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in dat lid. Dit belet een van de Verdragsluitende Staten evenwel niet deze overeenkomsten te controleren op voorwaarden als bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=9&z=2009-12-18&g=2009-12-18).
##### IX. Ad [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-12-18&g=2009-12-18), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18) of [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=12&z=2009-12-18&g=2009-12-18) mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
##### X. Ad [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=10&z=2009-12-18&g=2009-12-18) en [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Het is wel te verstaan dat in het geval van Nederland inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten.
##### XI. Ad [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Als financiële instelling als bedoeld in [artikel 11, derde lid, onder iii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22), worden in het bijzonder mede verstaan de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden NV en de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden NV. Ten aanzien van Azerbeidzjan wordt onder agentschap of instantie bedoeld in [artikel 11, derde lid, onder iii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22), in het bijzonder mede verstaan het State Oil Fund van Azerbeidzjan.
Het voorts te verstaan dat de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten van tijd tot tijd overeenstemming bereiken over de lijst van agentschappen en instanties waarop [artikel 11, derde lid, onder iii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-09-22&g=2008-09-22), van toepassing is.
##### XII. Ad [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
##### XI. Ad [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Als financiële instelling als bedoeld in [artikel 11, derde lid, onder iii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18), worden in het bijzonder mede verstaan de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden NV en de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden NV. Ten aanzien van Azerbeidzjan wordt onder agentschap of instantie bedoeld in [artikel 11, derde lid, onder iii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18), in het bijzonder mede verstaan het State Oil Fund van Azerbeidzjan.
Het voorts te verstaan dat de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten van tijd tot tijd overeenstemming bereiken over de lijst van agentschappen en instanties waarop [artikel 11, derde lid, onder iii](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2009-12-18&g=2009-12-18), van toepassing is.
##### XII. Ad [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Het is wel te verstaan dat de uitdrukking „lid van de raad van beheer” in het geval van Nederland betekent een bestuurder of commissaris. Het is voorts wel te verstaan dat „bestuurder” of „commissaris” van een Nederlands lichaam betrekking heeft op personen die als zodanig zijn benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van dat lichaam, en die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam, onderscheidenlijk met het toezicht daarop.
##### XIII. Ad [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
##### XIII. Ad [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
1. Het is wel te verstaan dat pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking mede omvatten:
@@ -566,25 +566,25 @@
- b. elke lijfrente.
2. Het is voorts wel te verstaan dat [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2008-09-22&g=2008-09-22) niet van toepassing is in gevallen waarin pensioenen en andere soortgelijke beloningen geen periodiek karakter hebben, of indien de Verdragsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde tot de pensioenen en andere soortgelijke beloningen inwoner is deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen vrijstelt. In dat geval mogen deze beloningen worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn.
2. Het is voorts wel te verstaan dat [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=18&z=2009-12-18&g=2009-12-18) niet van toepassing is in gevallen waarin pensioenen en andere soortgelijke beloningen geen periodiek karakter hebben, of indien de Verdragsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde tot de pensioenen en andere soortgelijke beloningen inwoner is deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen vrijstelt. In dat geval mogen deze beloningen worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn.
3. De uitdrukking „lijfrente” betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen, gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak, ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat.
##### XIV. Ad [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Het is wel te verstaan dat [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2008-09-22&g=2008-09-22) niet van toepassing is op andere inkomsten indien de Verdragsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde tot die inkomsten inwoner is die inkomsten vrijstelt. In dat geval mogen deze inkomsten worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn.
##### XV. Ad [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Met betrekking tot Nederland is het wel te verstaan dat voor de berekening van de vermindering vermeld in [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2008-09-22&g=2008-09-22), de waarde van de in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2008-09-22&g=2008-09-22), bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van schulden verzekerd door hypotheek op dat vermogen en dat de waarde van de in [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2008-09-22&g=2008-09-22), bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de tot de vaste inrichting of het vaste middelpunt behorende schulden.
##### XVI. Ad [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
##### XIV. Ad [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Het is wel te verstaan dat [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=III&artikel=21&z=2009-12-18&g=2009-12-18) niet van toepassing is op andere inkomsten indien de Verdragsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde tot die inkomsten inwoner is die inkomsten vrijstelt. In dat geval mogen deze inkomsten worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn.
##### XV. Ad [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Met betrekking tot Nederland is het wel te verstaan dat voor de berekening van de vermindering vermeld in [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=V&artikel=23&z=2009-12-18&g=2009-12-18), de waarde van de in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2009-12-18&g=2009-12-18), bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van schulden verzekerd door hypotheek op dat vermogen en dat de waarde van de in [artikel 22, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=IV&artikel=22&z=2009-12-18&g=2009-12-18), bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de tot de vaste inrichting of het vaste middelpunt behorende schulden.
##### XVI. Ad [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Het is wel te verstaan dat de uitwisseling van inlichtingen ook een belangrijk instrument vormt bij het voorkomen van het ontgaan van belastingen, waaronder begrepen het voorkomen van fraude en het vergemakkelijken van de uitvoering van wettelijke bepalingen tegen wettelijk toegestane vermijding.
##### XVII. Ad [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2008-09-22&g=2008-09-22)
Met betrekking tot Nederland is [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2008-09-22&g=2008-09-22) voor staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen niet van toepassing op andere belastingen dan de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing totdat de nationale wetgeving van Nederland voorziet in een wettelijke basis daarvoor overeenkomstig het OESO-model van 2003.
##### XVII. Ad [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2009-12-18&g=2009-12-18)
Met betrekking tot Nederland is [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBV0003138&hoofdstuk=VI&artikel=27&z=2009-12-18&g=2009-12-18) voor staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen niet van toepassing op andere belastingen dan de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing totdat de nationale wetgeving van Nederland voorziet in een wettelijke basis daarvoor overeenkomstig het OESO-model van 2003.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.
2008-09-22
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Azerbe
original version
Tekst op deze datum